Aanhef
de gemeenteraad van de gemeente Eersel
gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsnota reserves en voorzieningen
Bijlage: BBV – relevante artikelen met betrekking tot reserves en voorzieningen
Het overzicht van baten en lasten en de toelichting
Artikel 16
De paragraaf betreffende het grondbeleid bevat ten minste:
e.de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken.
Artikel 17
Het overzicht van baten en lasten bevat:
d.de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting
Artikel 20
2Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:
d.de stand en het verloop van de reserves;
e.de stand en het verloop van de voorzieningen.
De programmarekening en de toelichting
Artikel 27
1De programmarekening bevat:
d.de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves;
e.het gerealiseerde resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d.
2De programmarekening bevat van de onderdelen genoemd in het eerste lid ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging.
Vlottende activa
Artikel 40a
In de balans worden onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen:
a.de van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel;
b.overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.
Vaste Passiva
Artikel 41
Onder de vaste passiva worden afzonderlijk opgenomen het eigen vermogen, de voorzieningen
en de vaste schulden, met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Artikel 42
3Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening.
4Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.
Artikel 43
1In de balans worden de reserves onderscheiden naar:
a.de algemene reserve;
b.bestemmingsreserves
2Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan provinciale staten respectievelijk de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven.
Artikel 44
1Voorzieningen worden gevormd wegens:
a.verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;
b.op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;
c.kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.
2Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b
(= de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren)
3Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Artikel 45
Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.
Vlottende passiva
Artikel 49
In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen:
a.verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume;
b.de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren;
c.overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
Toelichting op de balans
Artikel 51
In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend. Ook wordt aangegeven welke investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden geactiveerd, welke afschrijvingstermijn hiervoor wordt voorzien en welke reserves hiervoor naar verwachting beschikbaar zullen zijn.
Artikel 52a
1In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen;
c.de vrijgevallen bedragen;
d.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
2In de toelichting op de balans wordt per uitkering met een specifiek bestedingsdoel het verloop gedurende het jaar van de nog te ontvangen voorschotbedragen, bedoeld in artikel 40a, onderdeel a, in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen;
c.de ontvangen bedragen;
d.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 54
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.
2Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven.
Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen of onttrekkingen via de resultaatbestemming bij de programmarekening;
c.de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaande boekjaar;
d.de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd;
e.het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Artikel 55
1In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke voorziening en de wijzigingen daarin toegelicht.
2Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven.
Daaruit blijken:
a.het saldo aan het begin van het begrotingsjaar;
b.de toevoegingen;
c.ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen;
d.de aanwendingen;
e.saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
Waardering, activeren en afschrijven
Artikel 62
3In afwijking van het eerste lid mogen reserves in mindering worden gebracht op investeringen, als bedoeld in artikel 59, het vierde lid (= investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut).
Artikel 63
7Passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
8Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen en vorderingen verrekend.