Aanhef
de gemeenteraad van de gemeente Eersel
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 16 april 2024;
gelet op het artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
b e s l u i t
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Accommodatiebeleid gemeente Eersel
Bijlage 2: Kwaliteit accommodaties
Gebouwen
Gemeente Eersel heeft van al haar gemeentelijk vastgoed een Meerjaren onderhoudsplan (MOP) welke is gebaseerd op instandhouding (1-op-1 onderhoud) van het gebouw zonder (nieuwe) investeringen. Onderhoud van vastgoed kan op verschillende niveaus worden uitgevoerd. De mate van onderhoud hangt af van het gewenste kwaliteitsniveau van het vastgoed.
Om het kwaliteitsniveau objectief vast te stellen kan de NEN 2767 norm worden gebruikt. NEN 2767 geeft een methode om de conditie van bouw- en installatieonderdelen op objectieve en eenduidige wijze vast te leggen. Deze norm bestaat uit een indeling in 6 condities waarbij conditie 1 de beste (nieuwbouw)kwaliteit heeft. Gemeente Eersel hanteert als minimum conditie 3, waarbij gestreefd wordt naar conditie 2. Wanneer een gebouw op nominatie staat om gesloopt te worden kan incidenteel conditie 4 5, of 6 voorkomen. Conditie 6 is niet acceptabel omdat wet- en regelgeving en veiligheid dan in het geding komen. Ook als een vastgoedobject op een sloopnominatie staat kan het voorkomen dat er toch investeringen noodzakelijk zijn om (bijvoorbeeld) de veiligheid op een verantwoord niveau te brengen.
Alle accommodaties voldoen aan de wettelijke eisen van het Bouwbesluit (bevat bouwtechnische voorschriften, ten tijde van de oprichting van het bouwwerk, waaraan bouwwerken minimaal moeten voldoen. Deze eisen hebben betrekking op veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu).Ook vinden er jaarlijks (de verplichte) installatiekeuringen plaats aan de diverse gebouwinstallaties (voor het milieu, energieverbruik, gezondheid en de veiligheid is het belangrijk dat bijvoorbeeld klimaatsystemen goed functioneren) en de Milieuwet.
De verenigingen zijn tevreden over de kwaliteit van de accommodaties en het onderhoud daarvan.
Ten aanzien van gebouwen zijn drie soorten onderhoud te onderscheiden:
•het klein dagelijks onderhoud dat tot doel heeft om het gebouw en de installaties in een toestand te houden die voor de dagelijkse functievervulling noodzakelijk is. In de exploitatiebegroting wordt hier elk jaar een post voor opgenomen;
•het periodiek onderhoud waarbij in de regel geen vernieuwing plaatsvindt, zoals buitenschilderwerk. Dit betreft terugkerend onderhoud met een zekere cyclus;
•het groot onderhoud, waarbij veelal onderdelen van het gebouw of de installaties moeten worden vervangen (zoals vernieuwing van het dak of vervanging van de CV-installatie).
Daarnaast vinden er af en toe renovaties plaats. Periode van 40 jaar. Deze renovaties worden niet tot het onderhoud gerekend maar worden vaak wel in combinatie met onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Renovaties hebben als doel de uitstraling, veiligheid, bruikbaarheid of duurzaamheid te verbeteren.
De kosten van het periodiek en het groot onderhoud zijn in een MOP opgenomen, op basis waarvan de stortingen en onttrekkingen uit de voorzieningen zijn berekend. Hiermee is al het noodzakelijk onderhoud aan het onroerend goed in financiële zin afgedekt. Uiteraard moet regelmatig herijking plaatsvinden. Nieuwe investeringen voor renovaties, aanpassingen of uitbreidingen worden in het meerjarig investeringsprogramma opgenomen (MIP).
Met betrekking tot het bouwkundig onderhoud maakt de gemeente onderscheid tussen ‘basisvoorzieningen’ en ‘niet-basisvoorzieningen’. In het accommodatiebeleid is aangegeven wat wordt verstaan onder een basisvoorziening. Een basisvoorziening is een voorziening die op basis van de beleidsdoelstellingen als ‘noodzakelijk’ wordt gezien. Voor de gebouwen die vallen onder het accommodatiebeleid betekent dit dat alleen de basisvoorzieningen door de gemeente worden onderhouden. De gemeente draagt dan zorg voor het groot onderhoud inclusief de installaties.
Voor het dagelijks onderhoud zijn de verenigingen of stichtingen zelf verantwoordelijk. Het bouwkundig onderhoud van de gebouwen (basisvoorziening) waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, kan echter ook door de vereniging onder bepaalde voorwaarden in eigen beheer worden uitgevoerd (privatisering).
De verenigingen ontvangen daarvoor een financiële bijdrage, gebaseerd op de gemiddelde onderhoudslast van de meerjarig onderhoudsplanning over tien jaar (MOP) met een korting van 15%.
De meeste accommodaties en opstallen in de gemeente zijn jaren geleden opgericht. Sommige zijn ouder dan 30 jaar en tussentijds (enkele malen) gerenoveerd. Een oude accommodatie en/of opstal impliceert niet dat zij in slechte staat van onderhoud verkeert. Boekhoudkundig wordt een gebouw doorgaans in 40 jaar afgeschreven, dit hoeft niet te betekenen dat een accommodatie of opstal dan ook gesloopt hoeft te worden. Als een accommodatie het einde van de boekhoudkundige levensduur nadert, of er een renovatiemoment volgt, ontstaat een natuurlijk afwegingsmoment, aan de hand van de functie, het sociaal maatschappelijk belang en het bijbehorend financieel plaatje. De accommodaties dienen in de toekomst zodanig te worden ingericht, gebouwd en/of gerenoveerd dat in het kader van het gebruik ervan flexibel ingespeeld kan worden op de veranderende maatschappelijke behoefte.
Velden/banen
De sportvelden en banen voldoen aan de technische norm. De verenigingen zijn zelf verantwoordelijk voor het dagelijks onderhoud en beregening van de banen/velden. Groot onderhoud en renovatie van tennisbanen, kunstgrasvelden en toplagen van de natuurgrasvelden wordt uitgevoerd door de gemeente.
Dat geldt ook voor het cultuurtechnisch onderhoud van de natuurgrasvelden. De beleving over de kwaliteit van de natuurgrasvelden is wisselend. Bij veranderende weersomstandigheden of schade door engerlingen uit zich dit soms in ontevredenheid. Het maaien met de robotmaaier is na een geslaagde pilot in 2021 verder uitgerold. In 2024 worden alle natuurgrasvelden van voetbal en korfbal gemaaid met robotmaaiers. Het maaien met de robotmaaier heeft een positief effect op de kwaliteit van de velden.
Privatisering
Groot bouwkundig onderhoud
Bij 70% van de verenigingen is het groot bouwkundig onderhoud aan het gebouw geprivatiseerd.
De verenigingen kunnen mede door zelfwerkzaamheid en sponsoring op een meer voordelige wijze uitvoering geven aan onderhouds- en renovatiewerkzaamheden. Daarom wordt een korting van 15% toegepast op het gemeentelijke budget. Verenigingen kunnen door de inzet van eigen leden met hetzelfde geld mogelijk meer doen of een financieel voordeel behalen. Aandachtspunt is het (financieel) toezicht. Er dient zekerheid te worden verkregen dat de door de gemeente beschikbaar gestelde middelen worden aangewend voor het doel waartoe ze worden verstrekt en niet opgaan aan andere activiteiten. Verenigingen moeten tijdig en voldoende reserveren voor toekomstige uitgaven. De gemeente ontvangt momenteel geen financiële verantwoording en heeft geen inzicht in de boekhouding van sport- en jeugdverenigingen.
Cultuur technisch onderhoud
Er is niet besloten tot privatisering van het cultuurtechnisch onderhoud aangezien de meeste verenigingen niet beschikken over voldoende specialistische kennis en gespecialiseerd materiaal dat daarvoor nodig is. Aangenomen is dat de gemeente of een bedrijf de gevraagde continuïteit voor het onderhoud beter kunnen borgen. Gemeente Eersel heeft de afgelopen jaren vaak te maken gehad met engerlingen. De bestrijding is erg lastig en vraagt specifieke kennis. Gezien de specialistische taak en om grote (financiële) problemen te voorkomen is in het verleden besloten om het cultuurtechnische onderhoud uit te (laten) blijven voeren door de gemeente.