Aanhef
De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Eemsdelta, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
gelet op artikel 84 van de Gemeentewet, artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb);
besluiten vast te stellen de volgende verordening:
Verordening commissie bezwaarschriften sociaal domein Eemsdelta
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eemsdelta;
b.commissie: de commissie bezwaarschriften algemene zaken Eemsdelta zijnde een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;
c.verwerend orgaan: gemeentelijk orgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;
d.voorzitter: voorzitter van de commissie.
Artikel 2. Inleidende bepaling commissie
1Er is een commissie ter advisering over de beslissing op gemaakte bezwaren tegen besluiten van de gemeenteraad, het college en de burgemeester.
2De commissie is belast met het horen en adviseren over de volledige heroverweging van bestreden besluiten.
3De commissie adviseert over bezwaarschriften die betrekking hebben op het sociaal domein.
4In geval van twijfel over de adviesbevoegdheid overleggen de voorzitter en de voorzitter van de commissie bezwaarschriften algemene zaken Eemsdelta over de toedeling aan een commissie.
Artikel 3. Afzien van advisering
1Het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen kan besluiten het bezwaarschrift niet ter advisering voor te leggen aan de commissie indien:
a.het bezwaar niet-ontvankelijk is, als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb;
b.aan het bezwaar volledig tegemoet wordt gekomen en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen worden geschaad, als bedoeld in artikel 7:3, sub e van de Awb.
2Indien het bestuursorgaan besluit het bezwaarschrift niet aan de commissie voor te leggen, wordt in de beslissing op bezwaar aangegeven welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen.
Artikel 4. Samenstelling van de commissie
1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.
2De voorzitter en de leden worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen.
3De voorzitter kan een plaatsvervangend voorzitter aanwijzen.
4De voorzitter en leden van de commissie mogen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente Eemsdelta.
Artikel 5. Secretariaat
1Het college wijst één of meerdere secretarissen aan ter ondersteuning van de commissie.
2De secretarissen regelen onderling de taakverdeling
Artikel 6. Zittingsduur
1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van 4 jaar.
2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen worden herbenoemd.
3De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college.
4De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.
Artikel 7. Ingediend bezwaarschrift
1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
2Het bezwaarschrift met de daarbij behorende stukken wordt ter advisering in handen van de commissie gesteld.
Artikel 8. Uitoefening bevoegdheden.
1Het verwerend orgaan verleent mandaat aan, dan wel machtigt de voorzitter de bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Awb, voor de toepassing van deze verordening, uit te voeren:
a.artikel 2:1, derde lid;
b.artikel 6:6, voor wat betreft het de indiener bieden van een herstelgelegenheid;
c.artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;
d.artikel 7:2, tweede lid;
e.artikel 7:4, tweede lid;
f.artikel 7:6, vierde lid.
2De voorzitter kan de bevoegdheden ondermandateren, dan wel ondermachtiging verlenen.
Artikel 9. Vooronderzoek
1De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de behandeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.
2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de zitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist.
Artikel 10. Hoorzitting
1De secretaris stelt in overleg met de commissie de plaats en het tijdstip van de zitting vast, waar de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
2De belanghebbenden en het verwerend orgaan worden ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uitgenodigd.
3Binnen drie werkdagen na het verzenden van de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan, onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.
4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.
5De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen genoemd in het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.
6Indien de commissie op grond van artikel 7:3 van de Awb besluit af te zien van het horen wordt daarvan mededeling gedaan aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
Artikel 11. Hoorzitting minderjarige belanghebbe(n)
1Bij een besluit in het kader van de Jeugdwet beslist de commissie tot het al dan niet uitnodigen van minderjarige belanghebbende(n) waarbij rekening wordt gehouden met de bepalingen in het IVRK. Daarbij geldt dat:
a.een minderjarige die niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn of haar belangen, niet wordt uitgenodigd om te worden gehoord;
b.een minderjarigen die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt, maar wel in staat is tot een redelijke waardering van zijn / haar belangen kan worden uitgenodigd om te worden gehoord;
c.een minderjarige die de leeftijd van 12 jaar wel heeft bereikt en in staat is tot een redelijke waardering van zijn/haar belangen in principe wordt uitgenodigd om te worden gehoord.
2Indien een minderjarige wordt uitgenodigd voor de zitting van de commissie, ontvangt deze een op de minderjarige aangepaste uitnodiging.
3De commissie beslist over de wijze van horen van de minderjarige. De commissie kan daarbij besluiten het horen van een minderjarige plaats te laten vinden door een deskundige met expertise in het horen van kinderen. De deskundige kan een persoon zijn die geen lid is van de commissie. De deskundige brengt verslag uit aan de commissie.
4Voor het overige geldt bij het uitnodigen van minderjarige belanghebbende(n) voor de zitting het bepaalde van artikel 10 van deze verordening.
Artikel 12. Quorum
Voor het houden van een zitting is vereist dat in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, en ten minste één lid aanwezig is.
Artikel 13. Niet-deelneming aan de behandeling
De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn.
Artikel 14. Openbaarheid zitting
De zitting van de commissie vindt in beginsel plaats achter gesloten deuren.
Artikel 15. Verslaglegging
1Van de hoorzitting wordt een digitaal audioverslag gemaakt.
2De secretaris stelt het digitale audioverslag van de hoorzitting ter beschikking aan het verwerend bestuursorgaan. Op verzoek wordt het digitale audioverslag tevens ter beschikking gesteld aan een belanghebbende.
3In afwijking van het eerste lid van dit artikel wordt het digitale audioverslag van de hoorzitting schriftelijk uitgewerkt, als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb, in het geval dat:
a.een belanghebbende of het verwerend bestuursorgaan daar om verzoekt, of;
b.een gerechtelijke instantie daar om verzoekt in geval van een (hoger) beroepsprocedure.
4Een schriftelijk verslag van de hoorzitting als bedoeld in het derde lid van dit artikel:
a.vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid;
b.vermeldt zakelijk wat over en weer door de aanwezigen is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen;
c.vermeldt het als de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond zoals bedoeld in artikel 14 of indien belanghebbenden of hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord;
d.verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden die aan het verslag kunnen worden gehecht;
e.wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.
5De voorzitter kan, al dan niet op verzoek van één van de ter zitting verschenen partijen, besluiten af te zien van het maken van een digitaal audioverslag en in plaats daarvan alleen een kort zakelijk verslag op te stellen, overeenkomstig de bepalingen zoals vervat in het voorgaande lid.
Artikel 16. Nader onderzoek
1Indien tijdens het raadkameroverleg blijkt dat nader onderzoek wenselijk is, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissie dit onderzoek (laten) verrichten.
2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.
3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist omtrent een dergelijk verzoek. De belanghebbenden kunnen er ook voor kiezen om schriftelijk te reageren op de nadere informatie, binnen een door de voorzitter te bepalen termijn.
4Op de hoorzitting, bedoeld in het derde lid, zijn de bepalingen in deze verordening, die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Raadkamer en advies
1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.
2De commissie beslist bij consensus over het uit te brengen advies. Indien geen consensus kan worden bereikt beslist de commissie bij meerderheid van de stemmen. Van een minderheidsstandpunt wordt in het advies melding gemaakt als die minderheid dat verlangt.
3Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.
4Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.
Artikel 18. Uitbrengen advies en verdaging
1Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, zo spoedig mogelijk uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.
2Het advies en het eventueel opgestelde schriftelijke verslag worden door het verwerend orgaan aan belanghebbenden toegezonden, uiterlijk gelijktijdig met de beslissing op het bezwaarschrift.
3De commissie ontvangt een afschrift van de beslissing op het bezwaarschrift en wordt door het verwerend orgaan op de hoogte gesteld over eventuele (hoger) beroepsprocedures en de uitkomsten daarvan.
Artikel 19. Onvoorziene gevallen
In die gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. Indien het een aangelegenheid van de commissie betreft beslist de voorzitter.
Artikel 20. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.
2De verordening commissie bezwaarschriften sociaal domein Eemsdelta, vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Eemsdelta d.d. 4 januari 2021 en de verordening commissie bezwaarschriften Pw, Bbz 2004, IOAW en IOAZ Eemsdelta, vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Eemsdelta d.d. 27 januari 2021 worden ingetrokken.
3Deze verordening is ook van toepassing op bezwaarschriften die voor inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend.
Artikel 21. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften sociaal domein Eemsdelta.