Aanhef
Samenvatting
Ede is trots op haar zandwegen!
Zandwegen hebben naast een verkeersfunctie, zowel een natuur, - cultuurhistorische, - recreatieve en landschappelijke waarde. Het karakter van de zandwegen moet dan ook zoveel mogelijk behouden blijven. Echter er spelen ook nog andere belangen een rol.
De gemeente Ede is verantwoordelijk voor circa 80 kilometer openbare zandwegen. En ontvangt, als wegbeheerder, dan ook regelmatig vragen en klachten over deze zandwegen, bijvoorbeeld over stofoverlast, veiligheidsaspecten etc. Soms zijn deze klachten inherent aan het karakter van de zandweg. Een zandweg stuift nu eenmaal als daar een auto overheen rijdt. Maar soms rijden er zoveel auto's overheen dat de vraag gesteld moet worden of het gebruik wel past bij de zandweg. Een maatregel, zoals bijvoorbeeld een fysieke knip in de weg, kan dan zorgen dat het verkeer afneemt, zonder het karakter van de zandweg aan te tasten en de woningen nog wel bereikbaar blijven.
Maar is een maatregel wel altijd nodig? En zo ja, wat is dan de meest geschikte maatregel?
Deze Nota Zandwegen vormt het beleidskader waarbinnen bovenstaande twee vragen consequent beantwoord kunnen worden, rekening houdend met de verschillende, soms tegenstrijdige, belangen.
De onderliggende visie met betrekking tot zandwegen is:
a) behoud van de zandwegen vanwege natuur, - cultuurhistorische -, en landschappelijke waarden
b) bedrijven, woningen en recreatieve bestemmingen moeten bereikbaar zijn, maar op een zodanige manier dat het karakter van de zandwegen behouden blijft. De bereikbaarheid mag niet ten koste gaan van de natuur, - cultuurhistorische - en landschappelijke waarden. De zandwegen in Ede zijn erftoegangswegen, waarbij het gemotoriseerde verkeer wel aanwezig is, maar een ondergeschikte rol heeft ten opzichte van de natuur - cultuurhistorische, recreatieve - en landschappelijke waarden.
c) als het niet mogelijk is om met het huidige gebruik of de huidige vorm het karakter van de zandweg te behouden, worden maatregelen toegepast ((gedeeltelijk) afsluiten, knip aanbrengen, eenrichtingsverkeer, verharden), zodat de functie, vorm en het gebruik van de weg op elkaar afgestemd worden en bedrijven, woningen en recreatieve bestemmingen goed bereikbaar zijn.
Om te zorgen dat bedrijven, woningen en recreatieve ondernemingen bereikbaar zijn worden zandwegen regelmatig onderhouden. De mate van onderhoud is afhankelijk van de functies langs een zandweg. Hoe meer verkeer de functie aantrekt, hoe intensiever het onderhoudsregime van de zandweg is.
lndien het gebruik of de vorm van de weg niet passen bij de functie van de weg (bijvoorbeeld veel sluipverkeer), worden maatregelen getroffen. Door het schema op de volgende bladzijde te doorlopen, wordt per zandweg de beste maatregel gevonden, waarbij rekening wordt gehouden met alle belangen. Deze maatregel kan variëren van bijvoorbeeld niets doen, een knip aanbrengen in de weg tot het verharden van de zandweg. Waarbij de voorkeur uitgaat naar die maatregel die het minste effect heeft op het karakter van de zandweg.
3. Ruimtelijke plannen
3.1. Nationaal beleid
3.1.1. 'Nota ruimte'
ln de 'Nota Ruimte' (2004) zijn de hoofddoelen van het beleid opgesteld tegen de achtergrond van de wens om de economische, ecologische en sociaal-culturele waarden van de ruimte te versterken en duurzaam te ontwikkelen, waarbij de begrippen "people, planet en profit" als waarden van die duurzame ontwikkeling worden gehanteerd.
De 'Nota Ruimte' geeft aan dat het rijk bij de uitvoering van dit beleid grote betekenis hecht aan de borging en ontwik keling van natuurwaarden, de ontwikkeling van landschappelijk kwaliteit en van bijzondere, ook internationaal erkende, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
ln de nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS) zijn gebieden en netwerken opgenomen die voor Nederland van grote ecologische bete- kenis zijn, waaronder de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), de robuuste ecologische verbindingen, de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en de nationale landschappen. De Veluwe is aangewezen als een van deze nationale landschappen
4Nota Ruimte: blz. 22, 31, 103, 123
.
3.1.2. 'Nota Mobiliteit'
De 'Nota Mobiliteit' (2004) geeft in het kader van duurzame mobiliteit, voor wat betreft de kwaliteit van de leefomgeving, aan:
(…)Gebouwde monumenten, historische landschappen en archeologische sporen worden door het kabinet beschouwd als integraal onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij de inpassing van infrastructurele werken wordt zo mogelijk bijgedragen aan behoud, versterking en verdere ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. (…) Voor ingrepen die verband houden met infrastructurele werken, zoals onder- houd, aanleg en capaciteitsvergroting, moeten de bepalingen uit de Flora en Faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Vogel- en Habitatrichtlijn worden nageleefd. Dit houdt onder meer in dat er in bepaalde gebieden een 'nee, tenzij- benadering wordt gehanteerd(…)
5Nota Mobiliteit: blz. 123, 124
.
Figuur 3.1: Nota Ruimte, natuurgebieden en robuuste ecologische verbindingen
3.1.3. 'Plattelands Ontwikkelings-Programma' 2007-2013
ln dit rapport worden onder meer de ontwikkelingen beschreven die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden en die van invloed zijn op de toekomst van het platteland:
(…)De afgelopen 15 jaar is het platteland minder landelijk geworden doordat meer stedelingen in boerderijen zijn gaan wonen, de recreatie is toegenomen en meer industriële landbouw plaatsvindt. 30% van de boerderijen is in deze korte periode verbouwd tot woning, het aantal recreatiewoningen steeg met 40%.
Tegelijk groeide het aantal maneges met 50% en het aantal golfterreinen met meer dan 80% (…)
De specifieke kenmerken van het platteland - ruimte, rust, cultuurhistorische waarden en groen - bieden vooral mogelijkheden voor openluchtrecreatie in natuur en in cultuurlandschappen.
Daarmee wordt tegemoetgekomen aan behoeften van mensen aan ontspanning, beleving, beweging, bezinning en inspiratie. Nederlanders maken per jaar bijna een miljard dagtochten, waarvan
Figuur 3.2: Themakaart Streekplan Gelderland, natuur ongeveer 26 miljoen naar het platteland. De behoefte en het gebruik van toeristische infrastructuur nemen evenredig toe(…)
6P.O.P-2: blz. 28
.
3.1.4. Belvedere
De inbreng van historie en landschap in ruimtelijke planontwikkeling is door het rijk in de in 1999 gepresenteerde nota Belvedere vastgelegd. Deze beleidsnota is geheel gewijd aan de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke ontwikkeling. Het doel ervan is de cultuurhistorische identiteit van Nederland sterker richtinggevend te maken bij de inrichting van de ruimte. Het Belvederebeleid hanteert daarbij de ontwikkelingsgerichte beleidsstrategie: 'behoud door ontwikkeling'.
3.2 Provinciaal beleid
3.2.1. 'Streekplan / Structuurvisie Gelderland'
Het 'Streekplan / de Structuurvisie Gelderland' (2005), vormt de schakel tussen rijks- en gemeentelijke plannen op het gebied van ruimtelijke ordening. Het plan geeft onder meer het volgende aan:
(…) De Veluwe, opgebouwd uit stuwwallen en omgeven door natuurrijke cultuurlandschappen en het rivierensysteem van Rijn en lJssel, is een groots, rijk en gevarieerd natuur- en cultuur- landschap. Het gebied kan zich qua kwaliteit en omvang meten met grote natuurlandschappen elders in Europa. Om die reden is de Veluwe als Vogel- en Habitatrichtlijngebied opgenomen in de Europese ecologische hoofdstructuur ('Natura 2000'-netwerk). De Veluwe heeft een grote aantrekkingskracht op mensen die willen genieten van natuur, cultuur, rust en ruimte. Jaarlijks bezoeken miljoenen recreanten en toeristen de Veluwe. De omzet in de recreatie- sector op de Veluwe is ruim € 1 miljard per jaar en aan werkgelegenheid leveren natuur en recreatie ca. 22.000 arbeidsplaatsen op. De aantrekkingskracht van het gebied - rust en ruimte - maakt het gebied tegelijkertijd kwetsbaar.
Het gebruik en de economische betekenis moeten zorgvuldig worden afgestemd op ecologische, landschappelijke en recreatieve kwaliteiten en behoud en versterking van deze kwaliteiten moet worden gestimuleerd. Dit betekent bewust investeren in herstel en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit ten behoeve van natuur en recreatie.
Dit betekent ook economische ontwikkelingen stimuleren die passen bij de bijzondere ecologische waarden en de cultuurhistorische rijkdom en tegelijker- tijd economische activiteiten die daar strijdig mee zijn weren of saneren(…)
7Streekplan Gelderland: blz. 15
.
3.2.2. 'Reconstructieplan Gelderse Vallei / Utrecht- Oost' en 'Reconstructieplan Veluwe'
De 'Reconstructiewet concentratiegebieden' wijst onder meer de Gelderse Vallei en de Veluwe aan als reconstructiegebieden. Het 'Reconstructieplan Gelderse Vallei / Utrecht- Oost' en het 'Reconstructieplan Veluwe' zijn hier de uitwerking van. De plannen geven richting aan de ruimtelijke en milieuproblematiek van de landelijke gebieden. Ze beogen een integrale aanpak en moeten een goede ruimtelijke structuur bevorderen, in het bijzonder met betrekking tot landbouw, natuur, bos, landschap, recreatie, water, milieu en infrastructuur
8Reconstructieplan Gelderse Vallei ca: blz. 11
, respectievelijk geven kwaliteitsimpulsen aan een duurzame verbetering van
de ruimtelijke kwaliteit en de daarmee samenhangende leefbaarheid in het landelijk gebied. Dit gebeurt op een dus danige manier dat de verscheidenheid en de eigen identiteit van de Veluwe behouden blijven. De kwaliteitsimpulsen richten zich op de functies landschap, natuur, bos, land- en tuinbouw, land schap, recreatie en toerisme en wonen en werken
9Reconstructieplan Veluwe: blz. 32
. ln de reconstructieplannen wordt hierbij onderscheid gemaakt in landbouwontwikkelingsgebieden en verwevingsgebieden.
Beide reconstructieplannen vormen de kaders voor het beleid van de gemeente Ede, zoals dit verwoord wordt in het 'ontwikkelingsplan buitengebied Ede 'Ruimte voor kwaliteit'' en de 'nota van uitgangspunten bestemmingsplan agra risch buitengebied Ede'.
3.2.3. Belvoir lll
Op provinciaal niveau is ingespeeld op de kansen die cultuurhistorie biedt
voor de ruimtelijke ontwikkeling met de nota's Belvoir l, ll en lll. Hierin wordt het cultuurhistorisch programma van de provincie Gelderland verwoord. ln het Belvoirbeleid formuleert de provincie vijf doelstellingen:
-Maak cultuurhistorische waarden inzichtelijk;
-lntegreer cultuurhistorie volwaardig in de planvorming;
-Versterk de cultuurhistorische bijdrage aan de Gelderse economie;
-Houd cultuurhistorische waarden duurzaam in stand;
-Vergroot het cultuurhistorisch besef en draagvlak.
3.3 Gemeentelijk beleid
3.3.1. 'Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan Ede'
ln het 'Gemeentelijk Verkeer en Vervoerplan Ede' (2005) is het gehele netwerk aan wegen die zijn gelegen binnen de gemeente gecategoriseerd. Zandwegen vallen onder de categorie erftoegangswegen.
10GVVP: kaart blz. 8
ln het van het GVVP deel uitmakende actieplan 'Voorrang voor verkeersveiligheid'
11Voorrang voor verkeersveiligheid: blz. 28
(2007) worden onverharde wegen slechts genoemd in de zin dat klachten en wensen met betrekking tot onverharde wegen afzonderlijk worden bezien.
ln het actieplan 'Voorrang voor de fiets'
12Voorrang voor de fiets: blz. 6
(2007) wordt met betrekking tot zandwegen slechts aangegeven dat het recreatieve fietsverkeer in Ede van bijzonder belang is en wordt daarin het recreatieve fietsknooppuntensysteem in kaart gebracht.
3.3.2. 'Bestemmingsplan Natuurgebied Veluwe'
ln het "Bestemmingsplan natuurgebied Veluwe' (1994) wordt de bestemming van gronden geregeld. Afhankelijk van die bestemming kan een vergunning vereist zijn voor de volgende activiteiten:
■ het aanleggen van parkeervoorzieningen met onverhard en/of halfverhard terrein, direct in aansluiting aan de bestemming verkeersdoeleinden als onderdeel van een gebiedsdekkend verkeers- en/of recreatieplan
■ het aanbrengen van oppervlakteverhardingen
■ het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een aaneengesloten oppervlakte van meer dan 150 m2
■ het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een aaneengesloten oppervlakte van meer dan 1 ha.
■ het aanbrengen van oppervlakteverhardingen met een oppervlakte van meer dan 300m2 per aan te bren gen aaneengesloten verharding
■ het aanbrengen van oppervlakteverhardingen op de met 'onverharde wegen' op de plankaart aangegeven wegen voor zover dit meer dan 1/3 van de wegbreedte bedraagt
■ het verharden van wegbermen voor plaatselijke uitwijk- of insteekmogelijkheden
■ het verwijderen van natuurlijke vegetaties op bermen
■ het ontginnen, ophogen, egaliseren, verlagen of afgraven van gronden
3.3.3. 'Bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede'
Het 'Bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede' (1994) stelt, afhankelijk van de bestemming van een gebied, een vergunningsplicht voor een of meerdere van de onderstaande activiteiten:
■ het verharden van onverharde en/of halfverharde wegen en paden en het verharden van insteekwegen
■ het aanleggen van voet-, fiets-, en ruiterpaden en dagrecreatieve voorzieningen zoals picknickplaatsen en parkeervoorzieningen
■ het verharden van onverharde en/of halfverharde wegen en paden
■ het ophogen, afgraven, ontgronden, egaliseren, ontginnen en diepploe- gen
3.3.4. 'Ontwikkelingsplan buiten- gebied Ede- Ruimte voor kwaliteit'
Het 'Bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede' wordt binnenkort vervangen door een nieuw bestemmingsplan, waarvoor de visie beschreven staat in het 'Ontwikkelingsplan buitengebied Ede 'Ruimte voor kwaliteit'' (2008). ln dit plan wordt de ambitie uitgesproken de kwaliteit van natuur en landschap te versterken door te bouwen aan het Groen- blauwe casco en door de eigenheid van de landschappen te versterken
13Ruimte voor kwaliteit: blz. 29
. Specifiek wordt aangegeven dat behoud van zandwegen van belang is vanwege natuur-, cultuurhistorische- en recreatieve waarden
14Ruimte voor kwaliteit: blz. 35
. Deze waarden worden in deze nota verder uitgewerkt in hoofdstuk 4.
3.3.5. 'Nota van uitgangspunten bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede'
De eerste stap van de juridische vertaling van het 'Ontwikkelingsplan buiten- gebied Ede' is gezet met het verschijnen van de 'Nota van uitgangspunten bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede' (2008). Hierin staan de hoofdlijnen van het nieuwe bestemmingsplan beschreven en wordt expliciet aandacht besteed aan
(…) harmonisatie en actualisatie van bestaande plannen, de uitwerking van locale visies, de ruimtelijke structuur, de infrastructuur, de doorvertaling van nieuw provinciaal en lokaal beleid, zoals het Ontwikkelingsplan, omgevingsaspecten en haalbaarheid(….).
15Nota van uitgangspunten ca: blz. 1
Het thema zandwegen wordt in de nota van uitgangspunten als volgt verwoord: (…)Zandwegen vormen een belangrijke bijdrage aan de (cultuurhistorische) structuren van het buitengebied. Met betrekking tot zandwegen is de Nota Zandwegen opgesteld. De zandwegen zullen in het bestemmingsplan worden beschermd op zodanige wijze dat voor de verharding van (cultuurhistorisch waardevolle) zandwegen een aanlegvergunning noodzakelijk is. Bij de afweging of de aanlegvergunning kan worden verleend, wordt het beleid uit de Nota Zandwegen betrokken.
Samenvattend: De verharding van (cultuurhistorisch waardevolle) zandwegen wordt aanlegvergunningplichtig(….).
16Nota van uitgangspunten ca: blz. 32
3.3.6. 'Startnotitie nota Monumentzorg' en toekomstige Nota Cultuurhistorie
Op 26 maart 2009 heeft de raad de startnotitie nota Monumentenzorg vast- gesteld. Op dit moment wordt binnen de gemeentelijke organisatie gewerkt aan de complete kadernota voor monumentenzorg: de Nota Cultuurhistorie.
ln de startnotitie Nota Monumentenzorg wordt een aanzet gedaan tot een nieuwe visie met betrekking tot monumentzorg. De wereld van monumentzorg is in beweging. Er zijn ontwikkelingen in de maatschappij, wetgeving en binnen de sector die rechtstreeks van invloed zijn op de monumentzorg op lokaal niveau. Een van de speerpunten van het nieuwe beleid is de gebiedsgerichte monumentenzorg. Deze gebiedsgerichte benadering is gebaseerd op de denkrichting binnen Belvedere/ Belvoir. Er ontstaat een behoefte aan herkenbare identiteit van landen, gebieden en plaatsen. Die identiteit wordt vooral gezocht in de cultuurhistorie. ln ruimtelijke termen leidt dat tot een zoektocht naar herkenningspunten in de fysieke omgeving.
Die worden o.a. gevonden in historische wegen, zoals Hessenwegen. ln het nieuwe beleid voor cultuurhistorie zal de gebiedsgerichte monumentenzorg een belangrijke pijler zijn. Bovendien zal worden ingezet op behoud van
de eigenheid van het Edese karakter. Onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak is dan ook het opstellen van een cultuurhistorische waarden kaart, waar de historische zandwegen ook zullen worden opgenomen.
3.3.7. Archeologiebeleid in Ede
De uitgangspunten van het Europese Verdrag van Malta en de Monumentenwet 1988 zijn overgenomen in de gemeentelijke archeologische beleidsnota 'Verleden, heden en toekomst, Archeologiebeleid in Ede' (2003).
Gemeente Ede weegt bij (toekomstige) bodemingrepen het behoud van archeologische resten af tegen andere maatschappelijke belangen. Deze afweging vindt voor wat betreft alle bekende en te verwachten archeologische waarden, zoals weergegeven op de (vastgestelde) gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart (2005), in de meeste gevallen in het bestemmingsplan plaats. Uitzondering vormt een categorie archeologisch belangrijke terreinen die in de Monumentenwet 1988 is beschermd, namelijk de (46) archeologische rijksmonumenten. Over werkzaamheden op of nabij archeologische rijksmonumenten beslist namens de minister de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). (Her)inrichting van zandwegen zal slechts in een klein aantal gevallen tot gevolg hebben dat nog niet eerder geroerde bodem, waarin zich vanaf een gemiddelde diepte van 30 cm beneden maaiveld archeologische resten kunnen bevinden, wordt verstoord. Alleen wanneer in archeologiegevoelige gebieden, zoals in beschermde archeologische rijksmonumenten, bodemingrepen van enige omvang zullen plaatsvinden, zal dit tot gevolg hebben dat archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.
4. Belangen
4.1. Natuur
4.1.1. Ecologie
Zandwegen en -paden zijn in ecologisch opzicht van groot belang voor planten en dieren. Vooral het afwijkende milieu en het bijbehorende microklimaat zijn hiervoor verantwoordelijk. Een groot aantal diersoorten is afhankelijk van de aanwezigheid van een dergelijk milieu dat in natuurlijke vorm (bijvoorbeeld veroorzaakt door erosie of in de vorm van stuifzand) zelfs in natuurterreinen tegen woordig nog maar sporadisch aanwezig is. De zandhagedis komt bijvoorbeeld veel voor op zandwegen. Zij gebruiken de zandweg om op te warmen en graven hier hun eieren in.
Steeds vaker wordt door middel van natuurontwikkeling gezorgd voor voldoende open, onbegroeid zand in natuurterreinen om ervoor te zorgen dat kwaliteit van leefgebieden voor bepaalde soorten gewaarborgd blijft. ln dit licht gezien zijn bij zandwegen vooral de bermen van belang, waarbij het on- derstuiven van de bermen door verkeer dat van die wegen gebruik maakt, een positief effect heeft op de open structuur van die bermen.
Behalve als leefgebied dienen zandpaden ook als lijnvormige landschapselementen waarlangs en waar overheen dieren zich relatief rustig en ongestoord kunnen verplaatsen of zich er kunnen opwarmen. Sommige, tegenwoordig wettelijk beschermde plantengemeenschappen, zijn sterk afhankelijk van de aanwezigheid van zandpaden en -wegen. Zandpaden kunnen dan ook gezien worden als een belangrijk en wezenlijk kenmerk van de Veluwe.
Figuur 4.2: Landschapsontwikkeling uit 'Ruimte voor kwaliteit'
Figuur 4.1: Natura 2000- gebied, ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones
4.1.2. Natuurbescherming
Het natuurbeschermingsbeleid voor de Ecologische hoofdstructuur (EHS) en de Ecologische verbindingszones (EVZ) is beschreven in onder meer de 'Nota Ruimte' en het 'Streekplan / Structuurvisie Gelderland'. Het grootste deel van het grondgebied van de gemeente Ede behoort tot de EHS en het Natura 2000-gebied Veluwe.
De Nederlandse natuur wordt wettelijk beschermd door de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet. Deze wetten zijn verantwoordelijk voor respectievelijk de soort- en gebiedsbescherming. Mogelijk negatieve effecten van activiteiten en plannen op Natura 2000-gebied dienen getoetst te worden aan de Natuurbeschermingswet. Bij deze toetsing wordt gekeken of de activi teit of het plan negatieve gevolgen heeft voor de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura-2000-gebied. Wanneer dit het geval blijkt te zijn, is vergunning op grond van de natuurbeschermingswet noodzakelijk. De Flora- en faunawet regelt de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren die bescherming behoeven.
Wanneer plannen worden ontwikkeld voor ruimtelijke ingrepen of voornemens ontstaan om werkzaamheden uit te voeren, dient vooraf te worden beoordeeld of er mogelijke nadelige consequenties voor beschermde inheemse soorten zijn. Het uitgangspunt van de wet is dat schadelijke effecten op beschermde soorten zijn verboden, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan: het "nee, tenzij"-principe. Onder bepaalde
voorwaarden kan een ontheffing worden verleend van de Flora- en faunawet, waarbij voorwaarde is dat geen afbreuk wordt gedaan aan een gunstige staat van instandhouding van de soort.
6. Stappenplan Zandwegen
6.3 Stap 3 - ontwikkeling maatregelpakket
6.3.1. Het verbeteren van de structuur van de zandweg
ln de gevallen dat een weg of weggedeelte qua ondergrond of met betrek king tot de waterafvoer snel en/of sterk erodeert, levert het reguliere onderhoud slechts tijdelijk verbetering op. Wanneer deze situatie door ingrijpender maatregelen aan bijvoorbeeld de ondergrond of met betrekking tot de waterafvoer ver betert, waarbij het uiterlijk van de weg en de omgeving niet wordt aangetast, is dit een alternatief wat verder geen gevolgen heeft voor natuur, landschap en cultuurhistorie, verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de bewoners. Een positief effect gaat uit naar de recreatieve beleving en een sterk positief effect zal optreden voor het wegbeheer, aangezien er minder vaak onderhoud gepleegd zal hoeven te worden.
6.3.2. Het geheel afsluiten van de weg of een wegvak
Het volledig afsluiten van zandwegen voor het gemotoriseerde verkeer heeft een sterk positieve invloed op de natuur, het landschap en de cultuurhistorische aspecten in alle gebieden. Het geheel afsluiten gebeurt met een fysieke maatregel, die tegen vandalisme bestand moet zijn. Ook is er een verkeersbesluit nodig voor het volledig afsluiten van een wegvak. De verkeersveiligheid en de recreatieve beleving zullen sterk toenemen en de onderhoudsnoodzaak wordt geminimaliseerd. Deze maatregel is alleen mogelijk als er geen woningen en/of bedrijven aan de weg liggen of dat deze woningen/ bedrijven een alternatieve ontsluiting hebben.
6.3.3. Selectief afsluiten
Wanneer een weg of weggedeelte selectief wordt afgesloten, mag uitsluitend het bestemmingsverkeer zoals bewoners, bezoekers en leveranciers gebruik maken van de wegen. Afsluiting vindt plaats door middel van bebording (geslotenverklaring). Een selectieve afsluiting kan het aantal verkeersbewegingen op die weg of dat weggedeelte verminderen. De selectieve afsluiting is echter moeilijk handhaafbaar. Waardoor de maatregel minder effectief zal zijn dan een gehele afsluiting of het aanbrengen van een knip. Ook voor een selectieve afsluiting is een verkeersbe sluit noodzakelijk.
6.3.4. Aanbrengen knip
Wanneer in een weg een knip wordt aangebracht, betekent dit dat de weg wordt onderbroken door een fysieke afsluiting voor motorvoertuigen. Hierdoor wordt die weg dus als het ware omgezet in twee doodlopende wegen, die elk voor zich berijdbaar zijn maar waar uitsluitend bestemmingsverkeer gebruik van zal maken. Uitgangspunt bij deze maatregel is dat wandelaars, fietsers en ruiters de weg wel als doorgaande weg kunnen gebruiken. Deze maatregel voorkomt sluipverkeer, terwijl de woningen/ bedrijven nog wel bereikbaar zijn maar slechts vanuit een richting. Bij het instellen van deze maatregel moet rekening worden gehouden met eventuele verdrijvingseffecten. lndien nodig moeten op andere wegen ook maatregelen getroffen worden om te zorgen dat het sluipverkeer gebruik gaat maken van de hoofdwegen. Daarnaast is het van belang dat de knip fysiek wordt aangebracht op een zodanige manier dat deze bestand is tegen vandalisme.
6.3.5. Eenrichtingverkeer
Door het instellen van eenrichtingverkeer kunnen de verkeersintensiteiten worden teruggebracht. Nadeel van deze maatregel is dat de handhaving op zandwegen een zeer lage prioriteit zal hebben en dat de bereikbaarheid van bestemmingen verminderd wordt vanwege de noodzaak tot omrijden.
6.3.6. Snelheidsremmende maatregelen
Zandwegen zijn vanwege hun erftoegangsfunctie en het ontbreken van oppervlakteverharding bedoeld om met lage snelheid te worden bereden. Er komen kuilen en gaten in voor, in natte tijden kan er sprake zijn van modder en in droge tijden van stof. Dit bepaalt de karakteristiek van zandwegen; zo zijn ze bedoeld en zo passen zij in hun natuurlijke omgeving. Bij een lage snelheid van het gemotoriseerde verkeer is er minder sprake van onveiligheid, overlast of kans op schade aan voertuigen. De snelheid kan ook laag zijn, omdat de afstanden tussen verharde wegen en bestemmingen aan zandwegen relatief kort zijn.
Het aanbrengen van gangbare snelheidsremmende maatregelen als drempels en plateaus zijn echter geen optie voor zandwegen, vanwege o.a. het ontbreken van verlichting langs zandwegen het ontbreken van een vaste ondergrond en het uitslijten net voor en na de maatregel. Versmallingen/ asverspringingen kunnen in sommige gevallen wel worden toegepast als snelheidsremmende maatregel. Bij deze maatregel is het belangrijk rekening te houden met de eventuele cultuurhistorische en landschappelijke waarde van de weg en omgeving. Echter het versmallen/ verspringen heeft alleen effect als voldoende tegemoet komend verkeer aanwezig is, wat vaak niet het geval is op een zandweg.
Een oplossing om de snelheid op zandwegen laag te houden kan ook gezocht worden in aanpassing van het onderhoudsschema. Naarmate een zandweg minder vlak en muller is zal de snelheid van het verkeer vanzelf afnemen. Daarbij mag het waarborgen van een voortdurende bereikbaarheid van bestemmingen niet uit het oog worden verloren.
Er zal ten aanzien van het onderhoud van zandwegen dus een goed evenwicht gezocht moeten worden tussen de staat van de weg en de bereikbaarheid, waarbij het streven gericht is op een goede bereikbaarheid met lage snelheid en niet op een zo optimaal mogelijke staat van de zandwegen.
6.3.7. Uitbreiding van het netwerk
Waar de druk op toeristische gebieden de komende tijd zal toenemen, dient de capaciteit van het wegennetwerk te worden afgestemd op de toenemende groei. Uitbreiding van het netwerk kan dan noodzakelijk zijn. Daarbij nemen parkeervoorzieningen, het fietsnetwerk, het wandelnetwerk en het ruiternetwerk een bijzondere plaats in. Toeristisch aantrekkelijke routes en bestemmingen dienen voor fietsers en wandelaars goed en veilig berijdbaar en te bewandelen zijn, waarbij (semi-) verharding van fietspaden soms noodzakelijk is.
Met betrekking tot aanleg van nieuwe vrijliggende fietspaden gaat prioriteit uit naar wegen die vallen binnen het fietsknooppuntensysteem of andere bewegwijzerde fietsroutes en/of wandelroutes.
Een uitgebreid ruiterpadennetwerk is wenselijk voor de veiligheid van en de recreatieve beleving voor ruiters. Daarbij moet om veiligheidsredenen worden voorkomen dat gemotoriseerd verkeer en ruiters gezamenlijk gebruik maken van de zandwegen. Wanneer ruiters gebruik maken van zandwegen die semi-verhard zijn, brengen zij schade toe aan deze wegen. Op plaatsen waar zandwegen semi-verhard zijn is het weren van ruiters wenselijk om schade te voorkomen.
6.3.8. Verharden
Het verharden, plaatselijk verharden of halfverharden van wegen of wegvakken is een maatregel waardoor het karakter van de zandweg wordt aangetast of zelfs geheel verdwijnt. Verharden doet afbreuk aan de cultuurhistorische, recreatieve, natuurlijke en landschappelijke waarden van zandwegen. Verharding gaat ten koste van de materialisering van de weg en daarmee van de afleesbaarheid van de geschiedenis van het landschap (cultuurhistorische waarde). Maar het heeft ook negatieve consequenties voor de landschappelijke, natuurlijke en recreatieve waarde van de weg.
ln specifieke situaties kan (gedeeltelijke) verharding echter noodzakelijk zijn om de bereikbaarheid te kunnen waarborgen. Uitgangspunt is dat steeds gekozen wordt voor een maatregel die effectief is, maar die de minste gevolgen heeft voor de aantasting van het landschap. Zo is het mogelijk een zandweg slechts plaatselijk te verharden of semi te verharden.
Bij het semi-verharden wordt het bestaande oppervlak van de zandweg via een bepaald procedé behandeld zodat een beter berijdbare weg ontstaat. De weg oogt enigszins als een zandweg en heeft min of meer de eigenschappen van een verharde weg. De effecten zijn afhankelijk van het gebruikte procedé. Hierbij zijn verschillende behandelings methoden mogelijk, tot nu toe hebben proeven met verschillende materialen niet geleid tot bevredigende resultaten.
Het plaatselijk verharden van weg- gedeeltes kan een alternatief zijn wanneer er sprake is van een plaatselijk probleem, zoals regelmatige wateroverlast.
Opgemerkt dient te worden dat verharden van zandwegen kan leiden tot toename van het aantal verkeersbewegingen en het rijden met hogere snelheden. Voor het verharden van zandwegen is ingevolge het 'Bestemmingsplan agrarisch buitengebied Ede' en 'Bestemmingsplan Natuurgebied Veluwe' altijd een aanlegvergunning nodig. Zie ook hoofdstuk 7.2 van deze nota.
Bijlage 1 - fasenmodel Nota Zandwegen
ase 1 Verkennen
ase 2 Raadplegen
ase 3 Beleidsontwikkeling
ase 4 lnspraak
ase 5 Besluitvorming
Beschrijving fase
Aanleiding
Beleid tot nu toe
lnventarisatie belangenveld
Procesafspraken
Beschrijving fase
Ronde tafelgesprekken met belangengroepen
Beschrijving fase
Visie en doelstellingen formuleren
Overzicht belangen
Uitganspunten beleidformulieren
Functies zandwegen formuleren
Maatregelen per functievaststellen
Beschrijving fase
Verantwoording over wat met rondetafelgesprekken is gedaan
Reacties veld
Reacties verwerken
Beschrijving fase
B W voorstel aanraad
Bespreking commissie
Bespreking in raad
Vaststelling raad
Actoren:
-ambtelijk
-college
-commissie BFO
-Raad
Actoren
-belangengroepen
-ambtelijk
Actoren
-ambtelijk
-college
-commissie BFO
Actoren
-veld
-ambtelijk
-college
Actoren
-college
-commissie BFO
-raad
Tijdpad:
B W 27 mei 2008 Commissie BFO 19/6/08 Raad 3/7/2008
Tijdpad:
Juli - oktober2008
Tijdpad:
Eind 2008/ begin 2009
Tijdpad:
Voorjaar/ zomer2009
Tijdpad:
Najaar 2009
Eindproduct:
Startnotitie
Behandelwijze:
-vaststellen B W
-ter info in commissie BFO
-besluitvorming Raad
Eindproduct:
Voorspraakverslag
Behandelwijze:
-input voor fase 3
Eindproduct:
-Concept Nota Zandwegen
Behandelwijze:
-bespreken in commissie BFO
-vaststellen door B W
Eindproduct:
Reactienota op inspraak Eindversie Nota Zandwegen
Behandelwijze:
-vaststellen B W
Eindproduct
Raadsvoorstel en -besluit
Behandelwijze:
-bespreken in commissie BFO
-vaststelling door raad
Bijlage 2 – Uitnodigingen
Uitnodigingen (ONT 2008 18652) zijn verstuurd aan:
Provincie Gelderland Dorpsraad Lunteren Dorpsraad Bennekom
Belangenvereniging Noord-Oost Ede Otterlo's Belang
Harskamp's Belang Belangenvereniging Wekerom Belangenvereniging 'De Valk' Vereniging Hoenderloo's Belang
Algemene Belangenvereniging Ederveen-De Klomp Stichting Wijkplatform Maandereng
Vereniging Oud-Ede / Historisch museum Oudheidkamer Lunteren
Hist. Vereniging Oud-Bennekom
GPG (Gelders Particulier Grondbezit) Natuurmonumenten
Gelders Landschap Staatsbosbeheer
Stichting Luntersche Buurtbosch KNNV Wageningen e.o.
lVN-Ede
Stichting Milieuwerkgroepen Ede (SME) FLORON
De Vlinderstichting RAVON Gelderland VVV-ANWB Ede
KABU bedrijven lmagoversterking Veluwe Brandweer Ede
Politie Gelderland - Midden Fietsersbond
ANWB
Stichting Wandelplatform - LAW
Bewoner Kostverlorensteeg (ONT 2008 20065)
Bewoner Zandkampweg (ONT 2008 20068)
Bijlage 3 - Publicatie Ede Stad
Rondetafelgesprek over Edese zandwegen
woensdag 1 oktober 2008 00:01
EDE - Om een beter beeld te krijgen van de situatie rondom zandwegen, heeft de gemeente belangenverenigingen uitgenodigd voor een 'rondetafelgesprek' op dinsdag 14 oktober. Het doel van deze bijeenkomst is het inventariseren van belangen van de verschillende organisaties. Het gaat hierbij niet om specifieke zandwegen, maar om het algemene beleid. Ook andere belangstellenden kunnen meepraten en kunnen zich hiervoor opgeven bij de gemeente Ede.
ln juli heeft de gemeenteraad van Ede de startnotitie Zandwegen vastgesteld. Deze startnotitie is een eerste stap richting een Nota Zandwegen, waarin het beleid voor zandwegen komt te staan. Het beleid moet inzicht geven in de verschillende functies van zandwegen. Hierbij spelen de verschillende belangen, zoals bewoners, ecologie, cultuur, beheer en verkeer een grote rol.
Mensen of organisaties die ook aanwezig willen zijn bij dit rondetafelgesprek, om op beleidsniveau mee te praten over zandwegen, dienen zich voor 4 oktober aan te melden via zandwegen@ede.nl Bij aanmelding graag contactgegevens vermelden (naam, organisatie, emailadres, telefoonnummer). Het rondetafelgesprek wordt gehouden op dinsdag 14 oktober van 19.00 tot 20.30 uur in het Raadhuis aan de Bergstraat 4.
Bijlage 5 - Aanmeldingen Rondetafelgesprek
Vereniging Otterlo's Belang
Dorpswerkgroep Otterlo
Bewoner
Bewoner
Woutersweg
Bewoner
Woutersweg
GL/PE
Bewoner
Molenparkweg Oost
VVD fractie
Bewoner
Moftbos
Fietsersbond
Bewoner
Vijfsprongweg
Bewoner
Vijfsprongweg
Bewoner
Vijfsprongweg
Fa.v.Lambalgen Speciaal Transport
Willinkhuizersteeg
Stichting Leefbaarheid De Kraats en Nergena
Bewoner
Bewoner
Peteweg
SGP
Bewoner
Zandkampweg
Wandelplatform-LAW en lid Wandeloverleg Gelderland
Molenberg
Bewoner
Woutersweg
Dorpsraad Lunteren
Bewoner
Jac. Gazenbeek Stichting
Stationsstraat
Bewoner
Boslaan
Bewoner
Goorsteeg
Bewoner
Woutersweg
Bewoner
Engweg
Bewoner
Engweg
Bewoner
Molenweg
Bewoner
Molenweg
Bewoner
Bewoner
Bewoner
Dr. Holenboomweg
Bewoner
Bewoner
Kostverlorensteeg
Vereniging van eigenaren de Goudsberg
Hessenweg
Bewoner
Wilbrinkstraat
CV Otterlo UA.
Bewoner
Hogevalksweg
Bewoner
Ganzenkampweg
Stichting Milieuwerkgroepen Ede (SME)
Harskamps Belang
Ruttenbeeklaan
Bewoner
De Venen
Landgoed De Leperkoen
Vijfsprongweg
Bewoner
Peteweg
Beheerscommissie van Natuurvriendenhuis de Bosbeek ,
Bosbeekweg
Beheerscommissie van Natuurvriendenhuis de Bosbeek ,
Bosbeekweg
Bewoner
Kabu
SVR Campingen tuinterras Het Binnenland
Zwartesteeg
Bewoner
Bewoner
Roekelse Zandweg
Bewoner
ChristenUnie
Bijlage 6 - Technische mogelijkheden Zandwegen
Proeven met semi - verharding
In de periode 1999 - 2006 heeft de gemeente proeven uitgevoerd om de stabiliteit van de zandwegen te verbeteren, zodat deze wegen ook bij slechte weersomstandigheden (regen, vorst/ dooi) goed berijdbaar blijven, maar wel zo dat het onderhoud en kosten niet toenemen, de zandweg zijn cultuurhistorische en natuurlijke waarde behoud en de weg ook nog oogt als een zandweg.
In 1999 zijn op verschillende wegvakken verschillende proeven uitgevoerd. De proeven in 1999 zijn uitgevoerd naar aanleiding van bereikbaarheidsproblemen in 1998 door een lange, zeer natte periode. In 2004 zijn de proeven ook uitgevoerd n.a.v. bereikbaarheidsproblemen in de winter en de oplopende onderhoudskosten door intensiever gebruik.
De volgende proeven zijn uitgevoerd;
Wanneer
procede
Waar
Resultaat
1999
Grauwacker
Bosbeekweg Bennekom
Redelijk positief over stabiliteit, maar veel extra kosten en geen vermindering van het onderhoud
Stabilisatie
Panoramaweg en Onderlangs
Verharding van de bovenlaag waardoor er waterproblemen optraden
1999
Injectiehars
Hessenweg Lunteren
De gestabiliseerde laag ging zich gedragen als beton. Het werden schollen en die leverde gevaar op voor de verkeersveiligheid, deze laag is verwijderd
Onderlaag vanpuin
Molenweg Noord te Lunteren
Plasvorming en gaten
Wanneer
procede
Waar
Resultaat
2004
Coursmix
Boslaan
te Lunteren
Leek zich goed te houden, maar er kwamen op termijn gaten in metscherpe randen diegevaar opleverde voorhet verkeer,
door het intensieve gebruik van de weg.
Coursmix
doorfrezen
Boslaan
te Lunteren
De stabiliteit was beter dan de zandwegmaar het leverdeniet
minder onderhoud op.
Wanneer
procede
Waar
Resultaat
2006
Granietgruis
Boslaan
te Lunteren
Onverharde gedeelte van de Boslaan is in september voorzien van een 5 cm dikke laag van Granietgruis. De stabiliteit is beterdan de de zandweg, maar het leverdeniet minder onderhoud
op en klachten over stof blijven.
De resultaten van de proeven zijn niet positief. Door de hoge verkeersdruk op de proefstukken blijven de weggedeelten veel onderhoud vergen. Soms wordt de stabiliteit wel verbeterd (grauwacker en Coursmix) maar treden er weer negatieve bijeffecten op als scherpe gaten. Die neveneffecten worden veroorzaakt door a) de grote verkeersdruk en b) het gebruik van de weg door paarden. Het beste resultaat wordt waarschijnlijk bereikt door semi verharding te combineren met een afname van de verkeersdruk en eventueel alternatieve routes voor paarden.
Stofoverlast
De gemeente ontvangt regelmatig klachten over stofoverlast. Er zijn geen optimale technische mogelijkheden bekend om stofoverlast te verminderen. Hieronder zullen de voor- en nadelen van een aantal maatregelen besproken worden.
Door het verharden van een weg, zal de stofoverlast verdwijnen. Echter een semi-verharding is niet altijd een oplossing tegen stofoverlast. Een semi verharding stoft ook en soms wordt het stof van een semi-verharding als hinderlijker ondervonden dan het stof van een zandweg.
Stofoverlast kan verminderd worden door de zandweg nat te houden. Echter de gemeente kan niet alle zandwegen nat houden tijdens een droge periode vanwege de grootte van het areaal. Bewoners kunnen de zandweg zelf nat houden, zolang dit geen effect heeft op het verkeer op de zandweg.
Door een afname van het verkeer, zal de stofoverlast afnemen. Maatregelen als het (selectief) afsluiten van een weg hebben een positief effect op stofoverlast.
Snelheidsvermindering van het verkeer heeft een positief effect op stofoverlast. Het is de verantwoordelijkheid van de bestuurder om te rijden naar de omstandigheden en dus rekening te houden met omwonenden en andere gebruikers als er over een zandweg gereden wordt.
Snelheidsbeperkende maatregelen, zoals drempels en plateaus zijn geen optie vanwege het ontbreken van verlichting langs zandwegen, het ontbreken van een vaste ondergrond en het uitslijten net voor en na de maatregel. Minder onderhoud, waardoor de weg minder vlak is, draagt wel bij aan een lagere snelheid en zal stofoverlast verminderen.
Sommige van bovenstaande maatregelen zijn zeer ingrijpend. Bij het toepassen van een maatregel zal dan ook de afweging gemaakt moeten worden of de maatregel in verhouding staat tot de klacht. Hiertoe is in het stappenplan beschreven in de Nota Zandwegen stap 1 opgenomen, waarbij bepaald wordt of een maatregel noodzakelijk is. Stofoverlast is inherent aan het wonen aan een zandweg en er zal dus niet altijd een maatregel toegepast worden.