Gemeentelijke regelgeving

Nota parkeernormen Ede 2025

Gemeente Ede · geldt sinds 3 mei 2025

5. AFKOPEN VAN DE PARKEEREIS

5.1 Parkeerfonds: afkopen parkeereis auto voor gebieden buiten Ede-Centrum

5.1.1 Algemeen

Binnen de gemeente Ede is het mogelijk de parkeereis af te kopen onder de volgende voorwaarden:

1Initiatiefnemer kan aantoonbaar niet voldoen aan de parkeereis (zoals berekend conform hoofdstuk 3) die voortkomt uit de ruimtelijke ontwikkeling;

2De gemeente Ede heeft mogelijkheden om binnen acceptabele loopafstand van de ruimtelijke ontwikkeling (zie Bijlage 2) het parkeren dusdanig te realiseren of te reguleren door invoering van parkeerreguleringsmaatregelen dat de ruimtelijke ontwikkeling niet tot parkeerproblemen leidt;

3De gemeente Ede dient binnen 10 jaar na inning de afkoopsom te hebben besteed aan maatregelen om de parkeerdruk veroorzaakt door de ruimtelijke ontwikkeling aan te pakken.

De gemeente heeft echter niet altijd en overal mogelijkheden parkeerruimte te realiseren. Een beroep doen op de faciliteit van een afkoopsom levert dan geen bijdrage aan het oplossen van parkeerproblemen die door de ontwikkeling worden veroorzaakt. Wanneer er geen mogelijkheden zijn om parkeerruimte te realiseren is het afkopen van de parkeereis geen optie.

5.1.2 Afkoopsom

De afkoopsom heeft een relatie met de te treffen maatregelen. De hoogte van de afkoopsom per niet te realiseren autoparkeerplaats in gebieden buiten het centrumgebied wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI-index en bedraagt vanaf 2025:

Wijze van oplossen parkeervraag

Kosten per parkeerplaats

Benutting bestaande parkeerplaatsen

€ 5.500,-

Maaiveldparkeren (nieuw aan te leggen)

€ 7.500,-

Parkeren in gebouwde voorziening (niet ondergronds)

€ 10.750,-

Parkeren in gebouwde voorziening (ondergronds)

€ 48.500,-

5.1.3 Bestedingsdoelen

De geïnde bijdragen landen in een parkeerfonds waarmee maatregelen voor het beperken van een toename in de parkeer-druk door de gemeente kunnen worden ge(co)financierd. Hierbij valt te denken aan de aanleg van nieuwe parkeervoorzieningen en het behoud van bestaande voorzieningen.

De kosten voor nieuw aan te leggen parkeerplaatsen zijn hoger dan voor bestaande parkeerplaatsen doordat hiermee ook investeringskosten zijn gemoeid.

5.2 Mobiliteitsfonds: afkopen parkeereis auto voor gebieden binnen Ede-Centrum

5.2.1 Algemeen

Omdat het toevoegen van parkeerareaal op maaiveld binnen het centrumgebied niet mogelijk is en er daarnaast ook quota voor het uitgeven van parkeervergunningen gelden, is voor het centrumgebied een separaat mobiliteitsfonds ingesteld. Het doel van het mobiliteitsfonds is het compenseren van de parkeerbehoefte die door ruimtelijke ontwikkelingen in het centrumgebied worden veroorzaakt door het treffen van aan duurzame mobiliteit gerelateerde maatregelen, zoals investeren in langzaam verkeer voorzieningen (wandelen en fietsen), inzetten op deelmobiliteit, het stimuleren van OV-gebruik en het realiseren van gebouwde parkeervoorzieningen.

De begrenzing van het werkingsgebied voor het mobiliteitsfonds is weergegeven in Bijlage 4. Binnen dit gebied geldt de regeling voor het mobiliteitsfonds. Op basis van de regeling van het mobiliteitsfonds is het mogelijk de parkeereis af te kopen onder de volgende voorwaarden:

1Initiatiefnemer kan aantoonbaar niet voldoen aan de parkeereis (zoals berekend conform hoofdstuk 3) die voortkomt uit de ruimtelijke ontwikkeling;

2De gemeente Ede heeft mogelijkheden om binnen acceptabele loopafstand van de ruimtelijke ontwikkeling (zie Bijlage 2) in de mobiliteitsbehoefte van toekomstige bewoners/gebruikers te voorzien waarmee een toename in de parkeer-druk als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling zoveel als mogelijk wordt voorkomen;

3De gemeente Ede dient binnen 15 jaar na inning de afkoopsom te hebben besteed aan maatregelen om de parkeerdruk veroorzaakt door de ruimtelijke ontwikkeling aan te pakken.

Voor de gebieden buiten het centrumgebied geldt de regeling voor het reguliere parkeerfonds zoals beschreven in hoofdstuk 5.1. Deze is gelijk aan de regeling zoals voorheen opgenomen in de Nota parkeernormen Ede 2023.

5.2.2 Afkoopsom

De hoogte van de afkoopsom per niet te realiseren autoparkeerplaats binnen het centrumgebied van Ede wordt jaarlijks geïndexeerd met de CPI-index en bedraagt vanaf 2025:

Afkoopsom per niet gerealiseerde parkeerplaats

€ 15.000,-

5.2.3 Bestedingsdoelen

Indien de parkeereis wordt afgekocht, dient de afkoopsom te worden aangewend voor het compenseren van de toename in de parkeerdruk als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Voor het centrumgebied van Ede geldt dat het door de schaarste ruimte niet mogelijk is om extra parkeerplaatsen op maaiveld te realiseren. Om deze reden dient gebruik te worden gemaakt van andere maatregelen waarmee de parkeerdruk kan worden verlaagd. Hiervoor worden op hoofdlijnen twee typen maatregelen onderscheiden: aan duurzame mobiliteit gerelateerde maatregelen en gebouwde parkeervoorzieningen.

Aan duurzame mobiliteit gerelateerde maatregelen

Aansluitend op de ambities zoals geformuleerd in de Visie Deelmobiliteit 2023 wordt ingezet op de volgende maatregelen waarmee duurzame mobiliteit in het centrumgebied van Ede wordt gestimuleerd:

•Vergroten aanbod deelauto’s

•Vergroten aanbod deel(bak)fietsen

•Concentreren van voorzieningen in deelmobiliteitshubs

•Stimuleren OV-gebruik

•Stimuleren langzaam verkeer (wandelen en fietsen)

•Aanleg van nieuwe fietsparkeervoorzieningen en het behoud van bestaande voorzieningen

•Parkeerverwijssysteem

Gebouwde parkeervoorziening

Naast de inzet op aan duurzame mobiliteit gerelateerde maatregelen, wordt met gelden uit het fonds ook ingezet op (co)financiering van een centrale gebouwde parkeervoorziening in of nabij het centrum.

Bijlage 1 Kaarten gebieden gemeentelijk grondgebied Ede

De grenzen van Ede Centrum zijn: Molenstraat tussen Raadhuisstraat en Bunschoterweg; Bunschoterweg tussen de Molenstraat en de Amsterdamseweg; Amsterdamseweg tot aan het spoor; De Willem Horstingstraat; De Molenstraat tussen de Willem Horstingstraat en de Telefoonweg; de Telefoonweg; het spoor tussen de Telefoonweg en de Schaapsweg; De Beukenlaan; De Ericalaan; De Klinkerbergerweg ten noorden van de Ericalaan; De Raadhuisstraat; De Bergstraat 4. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Centrum).

De grenzen van Ede Schil zijn: De N224 tussen de Sweelincklaan en de Ruyterstraat; de Thomaslaan; de Van Voorthuysenlaan tussen de Thomaslaan en de Schaapsweg; De Schaapsweg tussen de Veenderweg en het spoor ten westen van de Beukenlaan; het spoor tot aan de Prins Bernhardlaan; De Prins Bernhardlaan tussen het spoor en de Klinkerbergweg; De Klinkerbergweg tussen de Prins Bernhardlaan en de Kazernelaan; De Kazernelaan; De Nieuwe Kazernelaan tot aan de Ceelman van Ommerenweg; de Ceelman van Ommerenweg tussen de Nieuwe Kazernelaan en de Sweelinklaan; de Sweelincklaan tussen de Arnhemseweg en de N224. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Schil).

De grenzen van Ede Stationsgebied zijn: het gebied ten zuiden van de Kazernelaan; het gebied ten zuiden van de Prins Bernhardlaan tussen de Klinkerbergerweg en het spoor (NB. adressen aan de Prins Bernhardlaan vallen onder Ede Schil); de Blokkenweg; de Parkweg tussen Blokkenweg en Anton Mauvestraat; de Jan Th. Tooroplaan tussen de Anton Mauvestraat en de Diedenweg; De Diedenweg tussen de Jan Th. Tooroplaan en de Reehorsterweg; de Reehorsterweg tussen de Diedenweg en de Bennekomseweg; De Bennekomseweg tussen de Reehorsterweg en de Horalaan; de Horalaan; de grenzen van Enka en WFC met de Kazernelaan als noordelijke grens. (Functies op de grens met hoofdtoegang aan de genoemde straten vallen binnen Ede Stationsgebied).

De grenzen van Rest Bebouwde Kom worden bepaald door de bebouwde komgrenzen.

Bijlage 2 Loopafstanden

Verplaatsing vanaf huis naar

Acceptabele loopafstand in meters

Geparkeerde auto buiten werkingsgebied mobiliteitsfonds Ede-Centrum

100- 200

Geparkeerde auto binnen werkingsgebied mobiliteitsfonds Ede-Centrum

100- 300

Geparkeerde deelauto

100- 350

Bushalte lokale bus

200- 500

Bushalte interlokale bus

250- 900

Supermarkt

450- 1000

Stadscentrum/winkelgebied

500- 1500

Werklocatie

250- 1000

Schoollocatie

250- 900

Horeca

500- 1000

Huisarts/apotheek/ziekenhuis

450- 1000

Bioscoop/theater

450- 1000

Indoor sportlocatie

300- 800

Outdoor sportlocatie

400- 900

Verplaatsing vanaf geparkeerde auto naar

Supermarkt

100-250

Stadscentrum/winkelgebied

200-600

Werklocatie

200-800

Schoollocatie

100-300

Horeca

100-500

Huisarts/fysio/apotheek

100-250

Ziekenhuis

100-350

Bioscoop/theater

100-600

Indoor/outdoor sportlocatie

100-300

Verplaatsing vanaf geparkeerde fiets naar

Supermarkt

50-150

Stadscentrum/winkelgebied

100-300

Werklocatie

100-200

Schoollocatie

100-200

Horeca

100-200

Huisarts/fysio/apotheek

50-150

Ziekenhuis

100-200

Bioscoop/theater

50-150

Indoor/outdoor sportlocatie

50-150

Verplaatsing vanaf bushalte naar

Supermarkt

100-300

Stadscentrum/winkelgebied

150-400

Werklocatie

200-500

Schoollocatie

200-500

Horeca

200-500

Huisarts/fysio/apotheek

100-300

Ziekenhuis

100-300

Bioscoop/theater

200-500

Indoor/outdoor sportlocatie

200-500

Bijlage 3 Definities parkeernormentabel

Serviceflat

Een zelfstandige woonruimte waarbij in de huurovereenkomst minimaal de volgende aspecten zijn begrepen: een nood op-roepinstallatie in de woning, maaltijden die door de verhuurder verstrekt worden, levering van eenvoudige medische of paramedische zorg door de verhuurder (indien nodig), gebruik van recreatieruimten en logeerkamers.

Aanleunwoning

Woningen voor oudere mensen die gebouwd zijn tegen of in de nabijheid van een verzorgingshuis. Mensen die nog redelijk mobiel zijn en geen grote gezondheidsproblemen hebben kunnen in aanmerking komen voor deze woningen.

Verpleeghuis

In een verpleeghuis krijgen bewoners behandeling, verpleging, zorg en begeleiding in een beschermde woonomgeving. Deze mensen hebben een beperking waarvoor uitgebreide zorg, verpleging en/of toezicht nodig is. Te denken valt aan mensen met verschillende vormen van dementie, zoals alzheimer. Een verpleeghuis is bedoeld voor intensieve zorg en/of zware medische behandelingen.

Verzorgingshuis

Een verzorgingshuis biedt uitgebreide zorg, ondersteuning en een beschutte woonomgeving aan mensen die door ouderdom of ziekte niet meer zelfstandig kunnen wonen, ook niet met hulp van naasten, mantelzorg of thuiszorg.

Verzorgd wonen concepten en woningen

Concepten als serviceflat, aanleunwoning, verpleeghuis, verzorgingshuis zullen naar verwachting de komende jaar nog meer uit de mode raken. Dit neemt niet weg dat er voor mensen met een beperking (jong en oud) een toenemende behoefte is aan een variatie van kleinschalige woon- en behandelcombinaties in de wijk, aan vormen van wonen tussen 24-uurszorg en zelfstandig wonen in. Om die variatie aan woonvormen te kunnen realiseren, is een verdere differentiatie en specificering van parkeerbehoefte en parkeernorm juist voor deze doelgroepen nodig. De verschillende klassen in mobiliteitsbeperkingen die in de zorg worden gehanteerd en de voorwaarden van het CBR inzake gezondheid en het (nog) mogen voeren van een rijbewijs zijn hierbij als vertrekpunt genomen:

•Mobiliteitsklasse 0 (Geen). Huishoudens met geen of slechts lichte mobiliteitsbeperkingen.

•Mobiliteitsklasse A (Licht). Huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen.

•Mobiliteitsklasse B (Matig). (i) Huishoudens die gebruik maken van een scootmobiel, rollator of rolstoel, maar binnenshuis geen hulpmiddel voor mobiliteit gebruiken of (ii) huishoudens waarin het hoofd of de partner zonder hulp niet kan lopen en/of traplopen.

•Mobiliteitsklasse C (Zwaar). Huishoudens die binnenshuis gebruikmaken van een rolstoel of een rollator.

Zelfstandige woningen – mobiliteitsklasse 0

Een zelfstandige woning, waarbij de doelgroep fysiek en mentaal in staat is om een auto te rijden, wordt aangemerkt als een normale woning. De mate van autobezit van deze doelgroep en de toename hierin laten zien dat de parkeerbehoefte van deze groep op niveau blijft. Dit is anders bij mensen met een (mobiliteits)beperking, zowel jong als oud.

Zelfstandige woningen – mobiliteitsklasse A

Bij woningen voor huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen hoeft het autobezit/-gebruik niet per sé lager te liggen dan dat van mobiliteitsklasse 0. Met moeite lopen en/of traplopen betekent niet automatisch dat autorijden niet meer gaat. Zij kunnen nog redelijk zelfstandig zijn. De parkeerbehoefte van deze groep is vergelijkbaar met die van mobiliteitsklasse 0.

Verzorgd wonen woningen – mobiliteitsklasse B

Gezien de mate van autobezit bij deze doelgroep (vooral 75 plussers) en de ontwikkeling is de parkeerbehoefte van deze klasse lager is dan die van de mobiliteitsklasse 0 en de mobiliteitsklasse A.

Verzorgd wonen woningen – mobiliteitsklasse C

Deze doelgroep zal geen auto meer rijden. De parkeerbehoefte van deze doelgroep zal nog lager zijn dan die van de andere mobiliteitsklassen. Hieronder vallen niet alleen mensen met zware fysieke beperkingen, maar ook mensen die vanuit hun gezondheidscondities geen auto mogen of kunnen rijden. Voorbeelden hiervan zijn mensen met ernstige dementie of mensen met een ernstig beperkt zichtvermogen.

Bedrijfswoningen

Een bedrijfswoning is een woning die een functionele binding heeft met het bedrijf, waar de woning bij hoort. Een bedrijfswoning mag niet door derden bewoond worden. Dan is er sprake van een reguliere woning.

Buurtsupermarkt

Dit is een kleinere supermarkt (kleiner dan 600 m2 wvo) die meestal een duidelijk afgebakend verzorgingsgebied heeft.

Fullservice supermarkt

Dit soort supermarkten heeft speciale afdelingen voor groente, vlees, kaas en brood. De verkoopvloeroppervlakte is meestal tussen de 1.000 en 2.000 m2 wvo.

Grote supermarkt XL

Grote supermarkten kenmerken zich door een (zeer) uitgebreid assortiment op een verkoopvloeroppervlakte groter dan 2.500 m2 wvo. Het serviceniveau is hoog. In dit soort supermarkten worden vaak producten (brood, vlees) ter plekke bereid.

Groothandel specialist (bijvoorbeeld levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen)

Een groothandel in levensmiddelen, bouwmaterialen of kantoorartikelen is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging voor een specifieke productgroep op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

Groothandel algemeen

Een groothandel is meestal een grootschalige detailhandelsvestiging op een industrieterrein aan de rand van een stad, waar men uitsluitend als pashouder inkopen kan doen.

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum

De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centrale winkelgebieden). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie).

Wijk-, buurt- en dorpscentrum

Wijk- en buurtcentra zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern in een gemeente. Een dorpscentrum is het winkelgebied van een dorp.

Weekmarkt

Bij een weekmarkt en bij een kleine wijk-, buurt en/of dorpscentrum kunnen globale parkeerkencijfers gegeven worden. 1 m1 kraam = 6m2 BVO (indien geen pp achter de kraam dan + 1,0 pp per standhouder).

Kringloopwinkel

Een kringloopwinkel is een organisatie waar spullen kunnen worden gedoneerd die vervolgens in de winkel te koop worden aangeboden.

Bruin- en witgoedzaken

Het gaat om grootschalige, volumineuze vestigingen die vaak gevestigd zijn in de eerste bebouwingsschil rondom het stadscentrum of in gebieden die aan de rand van de stad liggen.

Woonwarenhuis/woonwinkel (overig)

Dit zijn detailhandelszaken die een breed assortiment hebben voor het inrichten van woningen in de breedste zin van het woord. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om meubels, verf, behang, accessoires en verlichting. In verband met het ontbreken van praktijkgegevens wordt aangeraden deze kencijfers ook te gebruiken voor meer gespecialiseerde woonwinkels die zich toeleggen op keukens, zonwering, verlichting, bedden, enzovoort.

Meubelboulevard/woonboulevard

Locatie, 'boulevard' waar winkels gevestigd zijn, meestal op loopafstand van elkaar of in een winkelcentrum, die producten verkopen die met wonen en interieur te maken hebben, vooral meubels.

Winkelboulevard

Een winkelboulevard of retailpark is een verzameling van meerdere, vaak grootschalige detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar (die in tegenstelling tot een woon- of meubelboulevard niet gericht zijn op een gezamenlijk thema).

Outletcentrum

Een outletcentrum bestaat uit een verzameling van meerdere detailhandelsvestigingen op korte loopafstand van elkaar, die gezamenlijk een grootschalig winkelgebied vormen (met een oppervlakte van 5.000 tot 40.000 m2 wvo). Een outletcentrum profileert zich meestal met lagere prijzen dan standaardwinkels.

Bouwmarkt

Detailhandel met een al dan niet geheel overdekt winkelvloeroppervlakte waarop het volledige assortiment van bouw en doe-het-zelf producten (zoals materieel en gereedschap, sanitair, elektra, verlichting en ruwe materialen, zoals hout, verf en schroeven, inrichtings- en kant en klaar-producten, keukens, badkamers, tegels, vloeren, vloerbedekking en behang) wordt aangeboden, met advisering over producten, toepassing en uitvoering, en aanvullende services waaronder verhuur van materiaal en gereedschap.

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

Het betreft de middelgrote en grootschalige detailhandelsvestigingen (> 1.000 m2 wvo) in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in deze centra ook aanverwante artikelen verkocht, zoals dierartikelen, seizoensartikelen (zoals kerstversiering), accessoires en decoratiemateriaal voor in huis. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

Het betreft kleinere tuincentra (< 2.000 m2 wvo) die liggen in (perifeer) stedelijk gebied of het buitengebied. Er worden in beperkte mate aanverwante artikelen verkocht (alleen aan groen gerelateerde zaken, zoals tuingereedschap, materiaal ten behoeve van klein tuinonderhoud en groengerelateerde decoraties). Er worden geen seizoensartikelen (zoals kerstversiering) verkocht. Groencentra zijn meestal kleinere bedrijven met als achtergrond een hoveniersbedrijf of plantenkwekerij, die fungeren als lokaal tuincentrum. De buitenruimte is verkoopruimte (voor klanten toegankelijk).

Commerciële dienstverlening (met baliefunctie)

De commerciële of zakelijke dienstverlening is een breed begrip. Het betreft vaak commerciële dienstverlening aan bedrijven, zoals banken, accountancy, notarissen, advocaten, makelaars. Maar ook verhuurbedrijven, uitzendbureaus, beveiligings- en schoonmaakbedrijven. Kenmerk is de kantoorachtige omgeving waarin gewerkt wordt.

Kantoor (zonder baliefunctie)

Bouwkundig object bedoeld om mensen of organisaties in te huisvesten, specifiek afgestemd op zakelijke bezigheden of ambtelijke diensten.

Arbeidsintensieve / bezoekersextensieve bedrijven

Bedrijven waar veel mensen in dienst zijn en waar weinig bezoekers komen, zoals industrie, garagebedrijf, laboratorium, werkplaats.

Arbeidsextensieve / bezoekersintensieve bedrijven

Bedrijven waar weinig mensen in dienst zijn en relatief veel bezoekers komen.

Arbeidsextensieve / bezoekersextensieve bedrijven

Bedrijven waar weinig mensen in dienst of in de detachering werken en waar weinig bezoekers komen, zoals loods, opslag, groothandel, transportbedrijf.

Bedrijfsverzamelgebouw

Gebouw met een evenredige mix van kantoren (zonder baliefunctie), commerciële dienstverlening, arbeidsextensieve en/of bezoekersintensieve bedrijven.

Bioscoop

NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO.

Filmtheater/filmhuis

Een filmtheater of filmhuis is een uitgaansgelegenheid (met een ideële/culturele doelstelling) waar films bekeken kunnen worden. Het betreft voornamelijk kleinschaligere, artistieke films, die in het algemeen een minder groot publiek trekken dan de films in een bioscoop. NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO.

Theater/schouwburg

NB. 1 zitplaats is circa 3m2 BVO.

Musicaltheater

Een musicaltheater is een grootschalig theater waar (vaak langlopende) theaterproducties gepresenteerd worden. Dagelijks zijn er een of twee voorstellingen, voornamelijk ’s avonds. De capaciteit van een voorstelling ligt vaak tussen de 1.000 en 2.000 bezoekers. NB. 100 zitplaatsen is gelijk aan circa 840m2 BVO.

Bowlingcentrum

Een bowlingcentrum is gericht op zowel professioneel als recreatief bowlen. Het betreft dus niet de recreatieve bowlingfaciliteiten bij campings, hotels en dergelijke.

Fitnessstudio/sportschool

Met fitnessstudio/sportschool wordt gedoeld op kleinschaligere voorzieningen (indicatie: circa 750 m2 bvo) waar voor het overgrote deel alleen gebruikgemaakt wordt van fitnessapparaten.

Fitnesscentrum

Bij een fitnesscentrum gaat het om zogenoemde grotere multifunctionele centra (> 1.500 m2 bvo) die een breed pakket aan activiteiten aanbieden. Dit betreft zowel individueel trainen als groepslessen, diverse vormen van fitness zoals cardiofitness, krachttraining, spinning en aerobics, eventueel in beperkte mate aangevuld met wellnessvoorzieningen zoals een sauna of een zonnebank. De nadruk ligt in een fitnesscentrum wel op de sportfunctie.

Sportzaal

Een sportzaal heeft het formaat van twee gymzalen en leent zich voor de meeste balsporten op trainingsniveau. Sportzaal: minimaal 22 m x 28 m en 7 m vrije hoogte.

Sporthal

Een sporthal heeft als basis de maatvoering van drie gymzalen, aangevuld met een kantine, tribune en parkeerplaatsen. Sporthal: minimaal 24 m x 44 m en 7 m vrije hoogte.

Wellnesscentrum

Hier wordt met wellnesscentrum gedoeld op de grotere zelfstandige (combinaties van) sauna’s, thermen en kuurcentra (en dus niet op voorzieningen bij hotels, bungalowparken of campings). Een sauna is een publieke badinrichting waar sauna-baden genomen kunnen worden. Kuurcentra bieden naast saunabaden ook vaak geneeskundige therapieën aan en vaak zijn faciliteiten aanwezig om te overnachten. Bij beide voorzieningen zijn vaak ook een massage-/beautysalon en horeca aanwezig (meestal in de vorm van een restaurant). Het verzorgingsgebied van de bedoelde wellnessvoorzieningen is (boven)regionaal en soms zelfs landelijk.

Kunstijsbaan

Bij de parkeerkencijfers wordt uitgegaan van een sobere semi-overdekte of overdekte 400 meter kunstijsbaan, gecombineerd met een baan van 30 × 60 meter (op het middenterrein bijvoorbeeld), zonder grootschalige tribunes of andere extra’s, maar wel geschikt voor wedstrijden. Er wordt onderscheid gemaakt in kunstijsbanen van 400 meter en in kleinere ijsbanen (voor bijvoorbeeld ijshockey en kunstrijden op de schaats).

Golfoefencentrum (ook wel pitch & put genoemd)/Golfbaan (18 holes)

Al dan niet in combinatie met een golfbaan kan er sprake zijn van een golf(oefen)centrum. Een dergelijk centrum wordt gevormd door bijvoorbeeld een driving range (afslagplaatsen) en een oefenbaan, eventueel gecombineerd met andere oefen-faciliteiten (zoals oefenbunkers of een putting green). Indicatief gesteld is voor de aanleg van een 18-holes golfbaan circa 60-70 hectare grond nodig. Als recreatief medegebruik plaatsvindt, is dit 25-50% meer.

Indoorspeeltuin/kinderspeelhal

Indoorspeeltuinen zijn zelfstandig functionerende speelgelegenheden voor kinderen tussen de twee en twaalf jaar die qua grootte, aard en prijs vallen tussen een wijkspeeltuin en een attractiepark. Er zijn bijvoorbeeld klimtoestellen, luchtkussens, ballenbakken en glijbanen. De gemiddelde voorziening heeft overwegend een lokaal verzorgingsgebied. De afmetingen varieren meestal van 1.500 m2 bvo tot 3.500 m2 bvo.

Hotel

In Nederland geldt voor hotels een hotelclassificatiesysteem. Ze zijn ingedeeld in een van de vijf sterrencategorieën. Een hotel met een ster biedt slechts basisvoorzieningen, een hotel met twee sterren biedt beperkt aanvullende voorzieningen, een hotel met drie sterren is een middenklasse hotel, een hotel met vier sterren een eersteklas hotel en een hotel met vijf sterren een luxehotel.

Gezondheidscentrum

Een gezondheidscentrum is een locatie waar verschillende gezondheidsinstellingen onder een dak gevestigd zijn. Vaak zijn dit huisartsen, fysiotherapeuten, verloskundigen en/of een consultatiebureau.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.