Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel monumenten opknappen en instandhouden Ede

Gemeente Ede · geldt sinds 13 december 2023

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede;

gelezen het voorstel op 28 november 2023, zaaknummer 427917;

gelet op artikel 11 van de Erfgoedverordening Ede 2020;

besluit:

Inleiding

De beleidsregel MOnumenten Opknappen en Instandhouden Ede (Beleidsregel MOOI Ede) is een hulpmiddel voor planontwikkeling en uitvoering van verbouwings- of restauratiewerkzaamheden. Tegelijkertijd het een (behoudtechnisch) toetsingskader bij vergunningaanvragen. Dat wil zeggen dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bij vergunningaanvragen de technische aspecten van een bouwplantoets zal baseren op de beleidsregel MOOI Ede. Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar het onderdeel ‘Wet- en regelgeving’ van deze beleidsregel.

In deze beleidsregel MOOI Ede zijn de meest actuele uitvoeringsrichtlijnen in het kader van de (gebouwde) monumentenzorg verzameld. De richtlijnen beogen om door een correcte technische uitvoering van werkzaamheden de aanwezige monumentale waarden zo goed mogelijk te waarborgen. Daarnaast worden enkele uitspraken gedaan over nieuwe toevoegingen of aanpassingen waarbij historische onderdelen met monumentale waarde in het geding zijn. De beleidsregel MOOI Ede besteedt ook aandacht aan de wijze waarop bij monumenten duurzaamheidsmaatregelen toegepast kunnen worden.

De voorschriften dragen op deze manier ook bij aan een eenduidige opdrachtverlening. In de praktijk wordt wel eens geconstateerd dat het erfgoedveld, waaronder monumenteneigenaren, architecten, restauratie-aannemers, hoveniers, et cetera, door een gebrek aan informatie en kennis soms (onbedoeld) schade toebrengt aan een monument of illegale werkzaamheden uitvoert. Dit kan schadelijke gevolgen hebben voor het monument, en kan de eigenaar of initiatiefnemer ook met allerlei onwenselijke juridische, financiële en logistieke gevolgen opzadelen. Méér, en actuelere, kennis over de instandhouding van monumenten kan om die reden tijd, geld, teleurstelling en frustratie bij alle betrokkenen schelen. De beleidsregel MOOI Ede voorziet daarin. Het op een juiste wijze (laten) inplannen en uitvoeren van instandhoudingwerkzaamheden zal ertoe leiden dat waardevolle monumentale elementen niet meer onbedoeld verloren gaan en de noodzakelijke vergunningprocedures gemakkelijker doorlopen zullen worden.

Ten slotte: de richtlijnen beogen als restauratieve handleiding niet uitputtend te zijn, maar een leidraad voor veel voorkomende praktijkgevallen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan maatschappelijk actuele kwesties, zoals de toepassing van duurzaamheidsmaatregelen als na-isolatie en zonne-energie.

Gebruik

De beleidsregel is gebaseerd op enkele grondbeginselen binnen de monumentenzorg, waaronder het principe ‘behoud gaat voor vernieuwen’ en het eerbiedigen van de bouwgeschiedenis. De beleidsregel MOOI Ede ligt in het verlengde van deze uitgangspunten.

Per onderdeel is aangegeven wat de voorschriften voor instandhouding en ingrepen of interventies zijn. Ze worden gevolgd door concrete uitvoeringsrichtlijnen, waarin beschreven wordt op welke manier ingrepen het beste kunnen worden uitgevoerd. Waar nodig volgt een toelichting, om de reden van een eventueel gebod of verbod te verduidelijken.

ALLE bij de voorbereiding, planvorming, uitvoering en controle van instandhoudingwerkzaamheden betrokken partijen (eigenaar, architecten, opzichters, aannemers, uitvoerders, onderaannemers, ambtenaren vergunning en handhaving, etc.) moeten voordat met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt van deze uitvoeringsvoorschriften op de hoogte worden gebracht. Dit dient desgewenst schriftelijk door aanvrager te worden aangetoond.

Omdat deze beleidsregel niet uitputtend is, kan in aanvulling op deze richtlijnen onder meer verwezen worden naar de volgende kennisinstellingen:

-De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), www.cultureelerfgoed.nl:

De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW, en voert wet- en regelgeving en erfgoedbeleid uit dat het ministerie samen met de dienst ontwikkelt. Via de website zijn vele brochures te downloaden die ingaan op specifieke onderdelen van de uitvoeringspraktijk.

-De Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM), www.stichtingERM.nl:

De ERM is opgericht om de kwaliteit van het onderhouden en restaureren van monumenten op een breed gedragen kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Ook zij stellen daartoe kwaliteitsrichtlijnen op voor alle aspecten van het onderhouden en restaureren. Daar waar de regels in deze beleidsregel veelal algemener geformuleerde doelvoorschriften bevatten, bevatten de ERM-uitvoeringsrichtlijnen vaak de eisen hoe je dat realiseert: meer gedetailleerde middelvoorschriften. Het gebruik van sommige uitvoeringsrichtlijnen kan worden voorgeschreven in beschikkingen waarbij door de RCE een instandhoudingssubsidie wordt toegekend.

De leidraad waarop deze beleidsregel is gebaseerd is tot stand gekomen onder redactie van de vakgroep Monumentenzorg van de gemeente Ede. Voor de basale informatie in de leidraad zijn wij vooral de vakafdelingen monumentenzorg van de gemeenten Amsterdam en Delft zeer erkentelijk. Voor de actualisatie ervan hebben wij de vriendelijke medewerking ontvangen van de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Ede.

Wet- en regelgeving

Uitspraken over de aanvaardbaarheid van het doorvoeren van aanpassingen of nieuwe toevoegingen in specifieke gevallen worden hier niet gedaan. Instandhouding is immers geen confectie, maar maatwerk: geen enkele instandhoudingsopgave is gelijk. In de regel voorziet een vergunningprocedure daarin, zoals ten aanzien van rijks- en gemeentelijke monumenten is bepaald in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Erfgoedwet en Erfgoedverordening Ede.

Het volgen van de richtlijnen laat daarom onverlet dat bij meer of minder ingrijpende werkzaamheden aan monumenten een omgevingsvergunning meestal nodig blijft. Ingrepen in de monumentale waarde van beschermde monumenten worden beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (dan wel de Erfgoedkamer van deze commissie) en in specifieke gevallen tevens door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Gedeputeerde Staten van Gelderland.

Een omgevingsvergunning kan worden afgegeven, althans voor het onderdeel ‘handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten’, als de geplande werkzaamheden geen afbreuk doen aan het monumentale karakter. Dat is in de regel het geval zolang er geen sprake is van een onevenredige aantasting van waardevolle historische elementen, de ingrepen technisch, fysisch en chemisch verenigbaar zijn met het monument, en de ingrepen sober en doelmatig worden uitgevoerd.

Uiteraard spreekt het voor zich dat een vergunning pas definitief kan worden afgegeven als ook aan andere wettelijke voorwaarden wordt voldaan zoals het bestemmingsplan, ecologie, geluid, enzovoorts.

Wanneer aan een pand werkzaamheden worden verricht zonder omgevingsvergunning, dan is sprake van een omgevingsactiviteit zonder vergunning. Bij een omgevingsactiviteit zonder vergunning kan het werk worden stilgelegd en moet alsnog een vergunning worden aangevraagd. Pas nadat de vergunning is verleend mag het werk worden hervat. Bovendien kan dan een boete of een dwangsom worden opgelegd.

Ter voorbereiding van een vergunningaanvraag is het, zeker in complexe gevallen, sterk aan te raden dat door middel van een (bouw-, kleur-, tuin-, etc.) historisch onderzoek eerst meer informatie wordt ingewonnen alvorens er een plan wordt opgesteld. Cultuurhistorisch onderzoek maakt voor initiatiefnemers inzichtelijk waar bijzondere monumentale waarden aanwezig zijn en waar ze precies uit bestaan. Dit afgezet tegen de gewenste wijzigingen in verband met bijvoorbeeld een nieuwe functie kan een helder beeld geven van de kansen of juist de bedreigingen. Naarmate een interventie beter aansluit op de monumentale waarden, zal het aantal knelpunten beperkter zijn. Cultuurhistorisch onderzoek kan daarnaast een belangrijke leidraad zijn voor het toekomstige beheer van een monument. De wetgever heeft bepaald dat een gemeente het laten verrichten van bouwhistorisch onderzoek, voorafgaand aan vergunningverlening, verplicht kan stellen indien onvoldoende zicht bestaat op de waarden van een monument.

Overigens zijn in de nieuwe Erfgoedverordening Ede enkele categorieën van activiteiten opgenomen waarvoor geen vergunning (meer) nodig is. Dit betreft:

-de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het gemeentelijk monument niet wijzigen, of - in geval van een tuin, park of andere aanleg - de aanleg niet wijzigt;

-inpandige veranderingen van een onderdeel van het gemeentelijke monument dat vanuit een oogpunt van monumentenzorg aantoonbaar geen waarde heeft;

-het binnen een monumentale begraafplaats met inachtneming van de monumentale waarden:

-plaatsen van nieuwe graftekens, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift;

-doen van begravingen of asbijzettingen,

-ruimen van graven waarvan het grafteken niet is beschermd als gemeentelijk monument;

-enkele werkzaamheden ten aanzien van archeologische monumenten.

Deze onderdelen zijn voor gemeentelijke monumenten naar analogie geschreven van de regeling voor rijksmonumenten uit artikel 13.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), één van de vier nadere Algemene maatregelen van bestuur bij de aankomende Omgevingswet. In Ede zijn dus dezelfde activiteiten vergunningvrij, ongeacht of het een rijks- of gemeentelijk monument betreft.

Juridische status van deze beleidsregel

Deze beleidsregel heeft als doel om inzicht te bieden in de wijze waarop het bevoegd gezag feiten vaststelt en belangen afweegt bij de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Daarbij geldt als uitgangspunt dat alleen een omgevingsvergunning wordt verleend als een aanvraag voldoet aan het bepaalde in deze beleidsregel. Het bevoegd gezag kan hier in individuele gevallen van afwijken.

Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit ten aanzien van een gemeentelijk- of rijksmonument wordt als voorschrift opgenomen het naleven van het bepaalde in deze beleidsregel. Uiteraard voor zover hier niet bij vergunningverlening van is afgeweken. Door deze koppeling van de inhoud van deze beleidsregel aan de omgevingsvergunning wordt tevens geborgd dat tegen niet-toegestane afwijkingen kan worden opgetreden.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.