Gemeentelijke regelgeving

Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2016

Gemeente Edam-Volendam · geldt sinds 12 januari 2016

Aanhef

De raad van Edam-Volendam;

gehoord het Presidium d.d. 3 december 2015;

gelet op artikelen 155a tot en met 155f van de Gemeentewet;

B e s l u i t :

tot het vaststellen van:

de Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2016;

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de Gemeentewet;

b.onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet.

Artikel 2 Instellen van het onderzoek/onderzoekscommissie

1Op voorstel van een of meer van zijn leden kan de raad besluiten een onderzoek in te stellen.

2Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, de geraamde kosten alsmede een toelichting. Deze omschrijving kan hangende het onderzoek, al dan niet op verzoek van de commissie die het onderzoek verricht, door de raad worden gewijzigd.

3In de eerstvolgende raadsvergadering na dit besluit stelt de raad een onderzoekscommissie in van tenminste drie leden.

4De raad wijst een genoegzaam aantal plaatsvervangende leden aan.

5Bij de instelling van de onderzoekscommissie stelt de raad nadere regels vast met betrekking tot de rapportage van de onderzoekscommissie aan de raad.

Artikel 3 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

1De leden van de onderzoekscommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

2De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de beraadslaging en zitting;

b.het handhaven van de orde;

c.het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels;

d.hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 4 Beëindiging van het lidmaatschap

1Het lidmaatschap van de onderzoekscommissie eindigt indien:

a.de raad besluit tot opheffing van de onderzoekscommissie;

b.een lid ophoudt lid te zijn van de raad;

c.de onderzoekscommissie besluit een lid van zijn commissie te horen;

d.een lid ontslag neemt.

2Een lid van de onderzoekscommissie kan op elk moment ontslag nemen. Hiervan brengt hij de raad en de voorzitter van de onderzoekscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte.

3In openstaande vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.

4De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing op de plaatsvervangende leden.

Artikel 5 Bevoegdheden van de onderzoekscommissie

1De onderzoekscommissie besluit alvorens het eerste getuigenverhoor plaats vindt of getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte.

2De onderzoekscommissie kan buiten de in artikel 155b, eerste lid, van de Gemeentewet genoemde personen tevens anderen verzoeken om medewerking aan het onderzoek te verlenen. Laatstgenoemde medewerking geschiedt slechts op vrijwillige basis.

3De onderzoekscommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.

4De onderzoekscommissie kan in het belang van het onderzoek in beslotenheid met een ieder informatieve gesprekken voeren, welke als zodanig geen onderdeel van het onderzoek uitmaken. Er bestaat hiertoe geen plicht tot medewerking.

5De onderzoekscommissie kan de bovengenoemde bevoegdheden uitsluitend uitoefenen indien ten minste drie van haar leden aanwezig zijn.

6De onderzoekscommissie besluit met meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

7De Verordening op het Raadsplein en de raadscommissie(s) 2016is niet van toepassing.

Artikel 6 Ambtelijke bijstand

1De raad benoemt ter ondersteuning van de onderzoekscommissie een commissiegriffier.

2De commissiegriffier is bij iedere zitting aanwezig.

3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt zijn plaats ingenomen door een daartoe door de raad aangewezen vervanger.

4De Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2016is niet van toepassing.

Artikel 7 Zittingen

1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting en brengt die ter openbare kennis.

2De voorzitter roept de leden van de onderzoekscommissie, ten minste 10 dagen voor de zitting op via digitale wijze. Getuigen en deskundigen worden tenminste 10 dagen voor de vergadering schriftelijk opgeroepen op een wijze als bedoeld in artikel 155d van de Gemeentewet.

3Binnen drie werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

4De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld.

5De onderzoekscommissie houdt geen zitting indien minder dan de helft van het aantal zitten hebbende leden aanwezig is.

Artikel 8 Toehoorders en de pers

1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare zittingen bijwonen.

2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

3De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken.

Artikel 9 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die tijdens de zitting geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 10 Verslaglegging zitting

1De commissiegriffier draagt zorg voor de verslaglegging van de zitting.

2Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang.

3Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier.

Artikel 11 Beraadslagingen

1De onderzoekscommissie beraadslaagt indien een lid dat nodig acht.

2De onderzoekscommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

3De leden en plaatsvervangende leden van de onderzoekscommissie bewaren geheimhouding over hetgeen tijdens de beraadslagingen aan de orde komt.

Artikel 12 Afronding onderzoek

1De onderzoekscommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept onderzoeksrapport aan de onderzoekscommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in elk geval degenen wier taakuitoefening (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De onderzoekscommissie bepaalt wie er verder als betrokkenen worden aangemerkt.

2Na afronding van het onderzoek door de onderzoekscommissie worden haar bevindingen voorgelegd aan de raad.

Artikel 13 Budget van de commissie

1In het instellingsbesluit stelt de raad een raming van de kosten vast, welke naar zijn oordeel voor een onderzoek in een bepaald jaar benodigd zijn en brengt dit ter kennis aan het college; dan wel neemt de geraamde kosten op de in de ontwerpbegroting voor het volgende jaar.

2Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden de kosten gebracht van:

a.externe deskundigen die eventueel door de onderzoekscommissie worden ingeschakeld;

b.overige uitgaven die de onderzoekscommissie nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.

3De onderzoekscommissie is voor de besteding van het budget verantwoording schuldig aan de gemeenteraad.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking ervan en werkt terug tot 1 januari 2016. De verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2010 komt hiermede te vervallen.

Artikel 15 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op het onderzoeksrecht van de raad 2016.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.