Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet, de arresten van de Hoge Raad van 21 november 2021 (Didam I-arrest, ECLI:NL:HR:2021:1778) en van 15 november 2024 (Didam II-arrest, ECLI:NL:HR:2024:1661) en de daarop volgende jurisprudentie;
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over de uitoefening van de privaatrechtelijke bevoegdheid tot contracteren bij vervreemding van gemeentelijke onroerende zaken;
dat daarbij als hoofdregel geldt, dat aan (potentiële) gegadigden gelijke kansen op onder andere de aankoop moeten worden geboden;
B E S L U I T :
vast te stellen de volgende Beleidsregels gronduitgifte, verkoop en verhuur gemeentelijk vastgoed Edam-Volendam.
I. STAPPENPLAN OPENBARE SELECTIEPROCEDURE
1Collegebesluit, al dan niet in mandaat genomen, (voorgenomen) grondverkoop, verhuur etc. waarin tot het houden van een openbare selectieprocedure wordt besloten;
2Publicatie met daarin de aankondiging van de openbare selectieprocedure. Daarin dient een omschrijving te zijn opgenomen van:
0de te vervreemden onroerende zaken,
1de door de gemeente ten aanzien van de onroerende zaken toegestane activiteiten,
2de minimumeisen waaraan partijen die aan de selectieprocedure deelnemen moeten voldoen, gelet op de op activiteiten die ten aanzien van de onroerende zaken zijn toegestaan,
3het verloop van de selectieprocedure, en
4de door de gemeente te hanteren selectiecriteria.
3De openbare selectieprocedure. Afhankelijk van het type en de omvang van de onroerende zaken die worden vervreemd en van de activiteiten die de gemeente ten aanzien van de onroerende zaken wil toestaan, kan ofwel (a) een eenvoudige selectieprocedure met als enig criterium de hoogste prijs en (b) een getrapte selectieprocedure met als criteria zowel (vrijwel steeds) de aangeboden prijs als de door de gemeente gestelde eisen en doelen;
4De beoogde verkoop/uitgifte aan de gegadigde met de beste aanbieding wordt medegedeeld aan alle deelnemers aan de selectieprocedure;
5Een termijn van 20 kalenderdagen gedurende welke de andere deelnemers aan de selectieprocedure dan de gegadigde met de beste aanbieding in de gelegenheid worden gesteld beroep bij de civiele rechter tegen de beoogde verkoop/uitgifte in te stellen (en eventueel ook een klacht bij het college in te dienen);
6Indien binnen genoemde termijn geen sprake is van ontvangen beroep of klacht: ondertekening van de overeenkomst;
7Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van beroep: het oordeel van de rechter afwachten en daarna handelen naar dat oordeel;
8Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van een klacht, maar niet van beroep: het oordeel van het college van burgemeester en wethouders afwachten en daarna handelen naar dat oordeel.
II. STAPPENPLAN PUBLICATIE
1Collegebesluit, al dan niet in mandaat genomen, (voorgenomen) verkoop, verhuur etc. waarin, onder verwijzing naar bestaand beleid, wordt gemotiveerd waarom in het betreffende geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente beoogt onroerende zaken aan één partij te vervreemden en geen daaraan voorafgaande openbare selectieprocedure te houden;
2Publicatie van het voornemen tot vervreemding. Het college van burgemeester en wethouders geeft daarbij haar motivatie aan waarom op basis van de criteria (redelijkerwijs) mag worden aangenomen dat er maar één gegadigde is;
3Een termijn van 20 kalenderdagen gedurende welke derden die eveneens voor de verwerving in aanmerking zouden willen komen in de gelegenheid worden gesteld beroep (en eventueel ook een klacht) tegen de beoogde verkoop/uitgifte in te stellen;
4Indien binnen genoemde termijn geen sprake is van een ontvangen beroep of klacht: ondertekening van de overeenkomst;
5Indien binnen genoemde termijn wel sprake is van beroep: het oordeel van de rechter afwachten en daarna handelen naar dat oordeel;
Naast vervreemding geldt de procedure ook voor onder andere verhuur, het vestigen van een zakelijk recht (van opstal), bruikleen enzovoorts.
Bijlage 1 als bedoeld in artikel 4 sub a: Voorbeelden van niet-limitatieve, objectieve, toetsbare of redelijke criteria
1
De gewenste voortgang van een project;
2
Woningtypologie (dit criterium kan worden ingezet indien gemeenschappelijk vastgoed herbestemd of heringericht wordt naar een woningtypologie (bijvoorbeeld woningen voor starters of senioren) waar op dat moment behoefte aan is);
3
Maatschappelijk of sociaal element (dit criterium kan van toepassing zijn indien het initiatief een maatschappelijk of een sociaal element bevat en daarmee (in)direct een positieve invloed heeft op de buurt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een gebouw dat dienst kan doen als gemeenschapshuis of als Brede Maatschappelijke Voorziening (BMV) waar regionale inwoners elkaar kunnen ontmoeten en gezamenlijke activiteiten kunnen ontplooien);
4
De praktische uitvoerbaarheid;
5
Voldoen aan bepaalde beleidsbehoeften van de gemeente (bijvoorbeeld meer goedkope woningen en starterswoningen);
6
Reeds bepaalde investeringen door overheid of gegadigde met het oog op de beoogde transactie. Hierbij kan het gaan om het investeren van geld, tijd en energie in de voorbereiding;
7
Relevante afspraken of toezeggingen van vóór het Didam-arrest (partijen mogen ervan uitgaan dat dergelijke afspraken worden gerespecteerd. Hoewel dit niet automatisch maakt dat sprake is van één serieuze gegadigde, kan dit in ieder geval worden betrokken bij een belangenafweging);
8
Economisch meest voordelige aanbieding/prijs (‘hoogste bod’);
9
Dienstig aan algemeen belang;
10
(Economische/maatschappelijke/lokale) binding;
11
Bieden van kansen aan partijen die op de markt in kwestie een achterstand hebben;
12
Verhouding met bestemming of door gemeente beoogde gebruik;
13
Expertise/financiële draagkracht gegadigden (teneinde een veilige, constructieve en langdurige relatie aan te kunnen gaan met een ondernemer, stichting, coöperatie dan wel vereniging als exploitant, huurder, bruiklener of koper van gemeentelijk vastgoed).