Aanhef
De raad van de gemeente Echt-Susteren,
gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren van 8 oktober 2013 en BBV nummer 284836;
gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit
De Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Echt-Susteren 2014 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Echt-Susteren 2008.
Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Echt-Susteren 2014
Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats Annahof te Echt en de gemeentelijke begraafplaats Elsene te Nieuwstadt;
b.particulier graf: een graf, grafkelder daaronder inbegrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen begraven en begraven houden van lijken;
2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
3het doen verstrooien van as;
c.particulier urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of een rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
1het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
2het doen verstrooien van as;
d.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
e.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
f.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
g.verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;
h.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;
i.gedenkplaats: een plaats die van gemeentewege is ingericht tot het gedenken van overledenen;
j.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren;
k.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;
l.rechthebbende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf of een particulier urnengraf.
Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier en algemeen graf
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover vanbelang onder 'particulier graf' mede verstaan: particulier urnengraf en particuliere urnennis.
Hoofdstuk 2. Openstelling, orde en rust op de begraafplaats
Artikel 3. Openstelling begraafplaats(en)
1Ten aanzien van de openstelling van de begraafplaatsen stelt het college nadere regels vast. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.
2Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten door de burgemeester.
3Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats(en) niet voor het publiek geopend is (zijn), zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
Artikel 4. Ordemaatregelen
1Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.
2De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen.
3Het is verboden met motorrijtuigen of andere voertuigen harder dan 10 km per uur op de begraafplaats te rijden elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen.
Motorrijtuigen zijn buiten de rijwegen (slechts) toegestaan voor begrafenissen, voor het vervoer van materialen of ten behoeve van onderhoudswerkzaamheden;
4De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het derde lid.
Artikel 5. Plechtigheden
Ten aanzien van het houden van plechtigheden op de begraafplaatsen kan het college nadere regels vaststellen.
Artikel 6. Opgravingen en ruimen
1Bij het opgraven van lijken en de ruiming van graven zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast.
2Het college kan afwijken van het bepaalde in lid 1.
Hoofdstuk 3. Voorschriften voor lijkbezorging
Artikel 7. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
Ten aanzien van de kennisgeving en asbezorging, openen en sluiten van het graf kan het collegenadere regels vaststellen.
Artikel 8. Lijkbezorging vanwege de gemeente
Ten aanzien van de lijkbezorging vanwege de gemeente kan het college nadere regels vaststellen.
Artikel 9. Over te leggen stukken
1Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder.
2Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
3Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, benoemd door het college in de nadere regels.
4De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
Artikel 10. Tijden van begraven en asbezorging
1De tijd van begraven en het bezorgen van as is: op werkdagen en zaterdagen (zijnde geen wettelijke feestdagen) van 10.00 tot 16.00 uur;
2Het college kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.
Hoofdstuk 4. Indeling en uitgifte van de graven
Artikel 11. Indeling graven en asbezorging
1Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven:
a.particuliere graven en particuliere urnengraven;
b.particuliere urnennissen;
c.particuliere gedenkplaatsen.
Artikel 12. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1Hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op de particuliere graven kunnen plaatshebben. Het college kan tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven bepalen. De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn vastgesteld in de Wet op de lijkbezorging.
2Volgorde van uitgifte van graven.
3Onderverdeling in categorieën van algemene graven en particuliere graven.
4Termijnen van uitgifte en verlenging van particuliere graven.
5Overschrijven van verleende rechten.
6Afstand doen van graven.
Hoofdstuk 5. Grafbedekkingen
Artikel 13. Vergunning gedenkteken/ grafbedekking
1Voor het hebben van een grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college.
2De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een grafbedekking aan.
3Omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen stelt het college nadere regels vast.
4Het college kan de vergunning weigeren indien:
a.niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid;
b.de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c.de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d.de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
Artikel 14. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de volgende onderwerpen:
1Onderhoud van de begraafplaats door de gemeente.
2Aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van grafbedekking.
3Niet blijvende grafbeplanting.
Artikel 15. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn
1De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien de grafrechttermijn is verstreken.
2Ten aanzien van het verwijderen van de grafbedekking kan het college nadere regels vaststellen.
Hoofdstuk 6. Ruiming van graven, urnengraven en urnennissen
Artikel 16. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as
Ten aanzien van ruiming, bezorging van overblijfselen en as kan het college nadere regels
vaststellen.
Hoofdstuk 7. Inrichting register
Artikel 17. Voorschriften
De beheerder houdt namens het college een register bij van de begraven lijken en de bezorgdeas.
Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Artikel 18. Intrekking oude regeling
Bij inwerkingtreding van deze verordening wordt de Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Echt-Susteren 2008 ingetrokken.
Artikel 19. Overgangsbepaling
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Echt-Susteren 2008 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van de nieuwe verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop de nieuwe verordening toegepast.
Artikel 20. Strafbepaling
1Hij die handelt in strijd met artikelen 3, lid drie en artikel 4, leden een tot en met drie kan worden gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
2Overtreding van bovengenoemde artikelen kan tevens worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 21. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na de datum van publicatie.
Artikel 22. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Echt-Susteren 2014.