Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren houdende regels omtrent Nadere regels Begraafplaatsen 2020

Gemeente Echt-Susteren · geldt sinds 4 maart 2020

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Echt-Susteren;

Gelet op de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Echt-Susteren 2014;

Gelet op de bestaande inrichting van de begraafplaats Annahof en de bestaande inrichting van begraafplaats Elsene;

Besluiten vast te stellen;

Nadere regels begraafplaatsen 2020

Begripsbepalingen

In deze nadere regels verstaan onder:

a.begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats Annahof te Echt en de gemeentelijke begraafplaats Elsene te Nieuwstadt;

b.particulier graf: een graf, grafkelder, urnengraf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:

1het doen begraven en begraven houden van lijken;

2het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

3het doen verstrooien van as;

c.particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;

d.grafrust: periode van 10 jaar waarin een lijk niet geruimd mag worden;

e.urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;

f.asbus: een bus ter berging van as van een overledene;

g.verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid;

h.grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf of gedenkplaats;

i.gedenkplaats: een plaats die van gemeentewege is ingericht tot het gedenken van overledenen;

j.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren;

k.beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt;

l.rechthebbende: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere urnennis;

m.duurzame materialen: vaste, niet buigzame materialen van natuursteen, glas, hout, keramiek, kunststof en metaal, die van nature of middels een daartoe speciale behandeling weerbestendig zijn, niet breukgevoelig en die bestaan uit één geheel en waarvan praktische toepasbaarheid zoals het opnemen, verplaatsen, e.d. gewaarborgd is;

n.afdekplaat: standaard sluitplaat van een urnennis/ urnenkelder, zoals omschreven in de nadere regels begraafplaatsen.

Artikel 1. Openstelling begraafplaatsen (>artikel 3 lid 1 beheersverordening)

1De begraafplaatsen zijn voor eenieder dagelijks toegankelijk van zonsopkomst tot zonsondergang.

2Het is niet toegestaan huisdieren mee te nemen naar de begraafplaats, dit met uitzondering van ADL- of blindengeleidenhonden.

Artikel 2. Plechtigheden (>artikel 5 beheersverordening)

1Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten ten minste vijf werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 3. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf (>artikel 7 beheersverordening )

1Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk 3 werkdagen voorafgaande aan de dag waarop begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De aanvraag dient ondertekend te zijn door de rechthebbende.

De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

Artikel 4. Lijkbezorging vanwege de gemeente (>artikel 8 beheersverordening)

1De bezorging van lijken waarvoor de burgemeester zorg draagt, als bedoeld in artikel 21. lid 1 van de Wet op de lijkbezorging, zal plaatsvinden door middel van crematie tenzij

Artikel 21, lid 3 van de Wet op lijkbezorging van toepassing is.

2In het geval Artikel 21, lid 3 van de Wet op de Lijkbezorging van toepassing is zal lijkbezorging door middel van begraving in een algemeen graf plaatsvinden.

Artikel 5. Volgorde van uitgifte (>artikel 12, lid 2 beheersverordening)

1Een particulier graf/ particuliere urnennis wordt slechts voor directe begraving/ bijzetting en in volgorde van ligging uitgegeven.

2De beheerder kan een particulier graf/ particuliere urnennis toewijzen anders dan voor directe begraving/ bijzetting en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

3De beheerder kan een vrijgekomen graf dat geschud of geruimd is/ wordt toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats(en) niet bezwaarlijk is.

4Lid 2 en 3 bieden de mogelijkheid tot het verkrijgen van het grafrecht van het aangrenzende graf/ aangrenzende graven indien dit niet bezwaarlijk is gelet op het belang van een zorgvuldige en eenduidige wijze van uitgeven van graven.

Artikel 6. Termijnen particuliere graven (>artikel 12, lid 4 beheersverordening)

1Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien of twintig jaar, recht op een particulier graf/ particuliere urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf/ particuliere urnennis is uitgegeven.

2De rechthebbende heeft de plicht een verhuizing/ adreswijziging door te geven aan de gemeente. Bij verzuim hiervan vervallen de grafrechten na afloop van de grafrechttermijn.

3Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één meerderjarige persoon/ rechtspersoon worden verleend.

4Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van drie, vijf, tien, vijftien of twintig jaren, mits de aanvraag maximaal 24 maanden voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.

5De verlenging zoals bedoeld in lid 4 gaat in na het verstrijken van de lopende grafrechttermijn.

6Het college doet uiterlijk één jaar voor het verstrijken van de grafrechten aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het aanstaande verstrijken van de verleende grafrechttermijn.

7Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, als bedoeld in lid 6, om verlenging van het grafrecht is verzocht, maakt het college de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats(en). De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het grafrecht op een particulier graf was gevestigd.

8Het college behoudt zich het recht voor om in het voordeel van de rechthebbende van de genoemde termijnen af te wijken.

Artikel 7. Overschrijving van verleende rechten (>artikel 12, lid 5 beheersverordening)

1Het recht op een particulier graf/ particuliere urnennis kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon.

2Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf/ particuliere urnennis worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan.

3Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn van zes maanden, is het college bevoegd het recht op het particuliere graf/ particuliere urnennis te doen vervallen.

4Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn van zes maanden kan het college het particuliere graf/ particuliere urnennis alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf/ particuliere urnennis dat inmiddels is geruimd.

Artikel 8. Afstand doen van graven/ urnennissen (>artikel 12, lid 6 beheersverordening)

1Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de gemeente van het recht op een particuliere graf/ particuliere urnennis. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.

2Nadat een rechthebbende vroegtijdig afstand heeft gedaan van het recht op een graf kan het recht op dat graf opnieuw worden uitgegeven binnen een termijn van maximaal 6 maanden na de beëindiging van de grafrechten met inachtneming van de wettelijke termijn grafrust.

Artikel 9. Onderhoud door de gemeente (>artikel 14, lid 1 beheersverordening)

1Het college laat voorzien in het onderhoud van de gehele begraafplaats, met uitzondering van het grafoppervlak van particuliere graven/ particuliere urnennissen.

Artikel 10. Onderhoud door rechthebbende (>artikel 14, lid 2 beheersverordening)

1Het (doen) plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking geschiedt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende. De grafbedekking blijft gedurende de grafrechttermijn eigendom van de rechthebbende.

2De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen.

3Indien door een ondeugdelijk geworden constructie van de grafbedekking een situatie is ontstaan die gevaar voor – en schade aan – derden oplevert, kan het college direct maatregelen nemen, zonder de rechthebbende daarvan vooraf in kennis te stellen.

4In geval van verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het college deze verwaarlozing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan de rechthebbende, die de ontvangst van de bedoelde verklaring bevestigd en binnen één jaar na ontvangst in het onderhoud voorziet.

5Indien de ontvangst van de verklaring, bedoeld in het vierde lid, niet bevestigd wordt, maakt het college de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats gedurende een periode van vijf jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.

6Indien toepassing is gegeven aan het vierde en vijfde lid en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het grafrecht op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in het vierde, respectievelijk vijfde lid, is verstreken.

7Indien het grafrecht nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in het vijfde lid is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het grafrecht zodra een termijn van tien jaar is verstreken.

Artikel 11. Niet blijvende grafbeplanting (>artikel 14, lid 3 beheersverordening)

1Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, door de beheerder worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende vier weken ter beschikking gehouden van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, van de belanghebbende indien deze bij plaatsing een aanvraag heeft ingediend bij de beheerder.

Artikel 12. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn van uitgifte (>artikel 15, lid 2 beheersverordening )

1De grafbedekking kan na het verstrijken van de termijn van uitgifte van het graf namens het college worden verwijderd.

2Indien de grafbedekking aan de gemeente vervalt dan wordt deze vernietigd of verwerkt tot nieuwe producten.

3Indien de grafbedekking tot nieuwe producten wordt verwerkt dan draagt de beheerder er zorg voor dat er respectvol met de grafbedekking wordt omgegaan. Tijdens transport en opslag wordt de belettering onleesbaar gemaakt door verwijdering of afdekking.

Nieuwe producten die van de grafbedekking worden vervaardigd zullen op geen enkele wijze terug te herleiden zijn naar de eerdere grafbedekking of naar persoonsgegevens.

Artikel 13. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as (>artikel 16 beheersverordening)

1Het ruimen van graven geschiedt op last van het college met inachtneming van de wettelijke termijn grafrust en met toestemming van de rechthebbende op het graf.

2Het ruimen van particuliere urnengraven/ urnennissen geschiedt op last van het college en met toestemming van de rechthebbende op het urnengraf/ urnennis.

3De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het graf/ urnennis nog aanwezige menselijke resten/ asresten te allen tijde respectvol wordt omgegaan en dat bezoekers van de begraafplaats niet met menselijke resten/ asresten worden geconfronteerd.

4De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden herbegraven en de as wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats(en).

5De rechthebbende op een particulier graf kan bij de beheerder een aanvraag indienen om de menselijke resten te doen verzamelen om deze opnieuw in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze te cremeren of elders opnieuw te doen herbegraven.

De rechthebbende op een particulier urnengraf of particuliere urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Artikel 14. Grafafmetingen en aantal bijzettingen begraafplaats Annahof (>artikel 12, lid 1 beheersverordening )

1Waar de bodemgesteldheid dat toelaat wordt op de begraafplaats in het geval van een dubbel graf in twee begraaflagen begraven. Dit, met uitzondering van graven op Afdeling C en Afdeling E waar vooralsnog alleen enkele graven worden uitgegeven en met uitzondering van de dubbele graven die voorheen zijn uitgegeven voor begraving van twee lijken naast elkaar.

2Een graf, bestemd voor de begraving van één of twee lijken, heeft een afmeting van 2.40 meter lengte en 1.20 meter breedte met uitzondering van de zustergraven op Afdeling C.

3De grafruimte op Afdeling C op de begraafplaats, ten behoeve voor de begraving van leden van de Congregatie van de Kleine Zusters van de Heilige Joseph, heeft een afmeting van 2.40 meter lengte en 1.15 meter breedte.

4Indien lid 1 niet van toepassing is dan heeft een dubbel graf, bestemd voor de begraving van twee lijken naast elkaar, een afmeting van 2.40 meter lengte en 2.10 meter breedte.

5In een graf kunnen maximaal twee asbussen worden bijgezet. Asbussen worden in het graf bijgezet of in sierurnen geplaatst die duurzaam verbonden zijn met het gedenkteken op het graf -binnen de afmetingen voor het gedenkteken.

6In een urnennis kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

Artikel 15. Grafafmetingen en aantal bijzettingen begraafplaats Elsene (>artikel 12, lid 1 beheersverordening )

1Op begraafplaats Elsene worden alle graven enkeldiep uitgegeven.

2Een enkel graf, gelegen op Afdeling 3 en 4 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van één lijk, heeft een omvang van 2.40 meter lengte en 1.20 meter breedte.

3Een enkel graf, gelegen op Afdeling 5 en Afdeling 6 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van één lijk, heeft een omvang van 2.40 meter lengte en 1.15 meter breedte.

4In een graf kunnen maximaal twee asbussen worden bijgezet. Asbussen worden in het graf bijgezet of in sierurnen geplaatst die duurzaam verbonden zijn met het gedenkteken op het graf -binnen de afmetingen voor het gedenkteken.

5In een urnengraf kunnen maximaal twee asbussen worden geplaatst.

Artikel 16. Voorwaarden gedenktekens begraafplaats Annahof (>artikel 13, lid 3 beheersverordening )

1Ten behoeve van de aanvraag voor een vergunning grafbedekking dient een ontwerptekening te worden overgelegd aan het college. In deze tekening dienen het voor- en zijaanzicht, de hoogte-, breedte- en diktematen, alsmede de toe te passen materialen te worden vermeld.

2Het te plaatsen gedenkteken dient midden op de aanwezige funderingsbalk, waarvan de bovenkant zich op 20 centimeter onder de grond bevindt en die circa 25 centimeter breed is, geplaatst te worden. Tevens dient de achterkant en de eventuele sokkel en/ of (bloem)bak met de reeds geplaatste gedenktekens in dezelfde rij een rechte lijn van gelijke hoogte te vormen, op circa 8 centimeter boven de grond. Deze rechte lijn van gelijke hoogte wordt door de beheerder van de begraafplaats aangegeven.

3Het aanbrengen van vrijstaande beeldhouwwerken, versieringen en vaste vazen is toegestaan tot een hoogte van 10 cm onder de maximale monumenthoogte binnen de afmetingen voor het gedenkteken.

Binnen de afmetingen van het gedenkteken mag een gesloten verharding aangebracht worden bestaande uit natuursteen welke gefundeerd wordt. Het aanbrengen van grind, kiezelstenen of andere losse verharding/ materialen rondom het graf is niet toegestaan.

4Een gedenkteken ten behoeve van een enkel graf, ook op de Afdeling C en de Afdeling E van de begraafplaats, dient maximaal een afmeting te hebben van 60 centimeter hoogte, 75 centimeter breedte en 8 centimeter dikte. Het gedenkteken mag worden voorzien van een sokkel met een afmeting van maximaal 80 centimeter lengte, 15 centimeter breedte en 8 centimeter dikte.

De maximale hoogte van het gedenkteken inclusief sokkel is 68 centimeter.

5Een gedenkteken ten behoeve van een dubbel graf dient maximaal een afmeting te hebben van 60 centimeter hoogte, 140 centimeter breedte en 8 centimeter dikte. Het gedenkteken mag worden voorzien van een sokkel met een afmeting van maximaal 150 centimeter lengte, 15 centimeter breedte en 8 centimeter dikte.

De maximale hoogte van het gedenkteken inclusief sokkel is 68 centimeter.

6In plaats van een sokkel kan ook een afzetplaat worden geplaatst met een afmeting van maximaal 45 centimeter breedte en 8 centimeter dikte.

De maximale hoogte van het gedenkteken inclusief afzetplaat is 68 centimeter.

7Alleen voor een sokkel kan een (bloem)bak of natuursteenverharding worden aangebracht ter breedte van maximaal 30 centimeter, het aanbrengen van losse verhardingsmaterialen zoals grind, kiezelstenen of houtsnippers is niet toegestaan.

8Het plaatsen van de naam van de leverancier, ontwerper of uitvoerder is slechts op de zijkant of achterzijde van het gedenkteken toegestaan, de maximale afmeting hiervan bedraagt in totaal 10 centimeter hoog en 10 centimeter breed.

9Van de voorgenomen plaatsing van een gedenkteken dient minimaal drie werkdagen van te voren kennis worden gegeven aan de beheerder van de begraafplaats.

10Daar waar doorlopende gazonstroken aanwezig zijn op of voor de graven dienen deze gerespecteerd te worden, er mogen geen beplantingen, gesloten of losse verhardingsmaterialen aangebracht worden.

11Daar waar in de leden 4 t/m 6 van dit artikel een dikte is genoemd van 8 cm, mag deze maat maximaal 3 cm afwijken bij toepassing van grovere bewerking of het gebruik van ruwere materialen. Bij verzoeken om verder af te wijken van de maatvoering wordt per geval beoordeeld of hiermee het algemene kwaliteitsbeeld niet wordt aangetast.

Artikel 17. Voorwaarden gedenktekens en omrandingen begraafplaats Elsene (>artikel 13, lid 3 beheersverordening )

1Ten behoeve van de aanvraag voor een vergunning grafbedekking of sierurn dient een ontwerptekening te worden overgelegd aan het college. In deze tekening dienen het voor- en zijaanzicht, de hoogte-, breedte- en diktematen, alsmede de toe te passen materialen te worden vermeld.

2Een staand gedenkteken ten behoeve van een enkel graf dient maximaal een afmeting te hebben van 85 centimeter hoogte, 60 centimeter breedte en 12 centimeter dikte. Indien er geen volledige grafbedekking wordt toegepast dan dient het gedenkteken te worden geplaatst op een vloerplaat van maximaal 60 centimeter lengte, 40 centimeter breedte en 10 centimeter dikte.

3Het te plaatsen gedenkteken dient midden op de aanwezige funderingsbalk, waarvan de bovenkant zich op 20 centimeter onder de grond bevindt en die circa 30 centimeter breed is, geplaatst te worden. Tevens dient de achterkant van de vloerplaat met de reeds geplaatste gedenktekens in dezelfde rij een rechte lijn van gelijke hoogte te vormen. Deze rechte lijn van gelijke hoogte wordt door de beheerder van de begraafplaats of diens plaatsvervanger aangegeven.

4Sierurnen dienen duurzaam te worden verbonden met de ondergrond ter plaatse van of op het gedenkteken.

5De graven kunnen worden omrand met natuursteen, waarbij iedere zijde dient te bestaan uit een onlosmakelijk geheel. Omrandingen van natuursteen moeten zijn voorzien van een afdoende fundering. Omrandingen dienen evenwijdig te lopen en aan te sluiten op de achterzijde van de staande gedenktekens. Tussen de omranding, binnen de afmetingen van het gedenkteken mag een gesloten verharding aangebracht worden bestaande uit natuursteen welke afdoende gefundeerd wordt.

Het is ook toegestaan om binnen de afmetingen van het gedenkteken een volledige grafbedekking zonder omrandingen toe te passen.

6Het aanbrengen van kiezelstenen, houtsnippers of andere losse materialen rondom het graf is niet toegestaan.

7De omranding van graven gelegen op Afdeling 3 en 4 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van één lijk heeft een afmeting van maximaal 1.20 meter lengte en 1.20 meter breedte.

8De omranding van graven gelegen op Afdeling 3 en 4 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van twee lijken heeft een afmeting van maximaal 2.30 meter lengte en 1.20 meter breedte.

9De omranding van graven gelegen op Afdeling 5 en Afdeling 6 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van één lijk heeft een afmeting van maximaal 1.10 meter lengte en 1.10 meter breedte.

10De omranding van graven gelegen op Afdeling 5 en Afdeling 6 van de begraafplaats, bestemd voor de begraving van twee lijken heeft een afmeting van maximaal 2.20 meter lengte en 1.10 meter breedte.

11Het plaatsen van de naam van de leverancier, ontwerper of uitvoerder is slechts op de zijkant of achterzijde van het gedenkteken toegestaan. De maximale afmeting van deze plaatsing is 10 centimeter hoog en 10 centimeter breed.

12Van de voorgenomen plaatsing van een gedenkteken dient minimaal drie werkdagen van te voren kennis worden gegeven aan de beheerder van de begraafplaats.

13Daar waar doorlopende gazonstroken aanwezig zijn op of voor de graven dienen deze gerespecteerd te worden, er mogen geen beplantingen, gesloten of losse verhardingsmaterialen aangebracht worden.

Artikel 18. Afdekplaat urnennis begraafplaats Annahof (>artikel 13, lid 3 beheersverordening)

1De afdekplaat van de urnennis heeft een afmeting van 45 centimeter hoogte, 42 centimeter breedte en 3 centimeter dikte.

2De afdekplaat van de urnennis wordt geleverd door het college. De belettering wordt aangebracht door een door het college geselecteerde steenhouwer.

Artikel 19. Afdekplaat urnengraf begraafplaats Elsene (>artikel 13, lid 3 beheersverordening)

1Een afdekplaat van een urnengraf heeft een afmeting van 60 centimeter lengte, 40 centimeter breedte en 3 centimeter dikte.

Artikel 20. Asverstrooiing (>artikel 12, lid 1 beheersverordening)

1Zowel de begraafplaats Annahof als de begraafplaats Elsene heeft een aangewezen locatie ten behoeve van de verstrooiing van as. Het is niet toegestaan om een blijvend of tijdelijk gedenkteken te plaatsen op de locatie ten behoeve van de verstrooiing van as.

Er is voor dit doel een gedenkplaats aanwezig met gedenkzuilen waarop gedenkstenen kunnen worden aangebracht. Als alle gedenkstenen in een zuil in gebruik zijn, dan kan de volle zuil verplaatst worden naar een nabij gelegen locatie op de begraafplaats. Gedenkstenen van volle zuilen kunnen vervolgens na vijf jaar door de gemeente worden verwijderd om op die manier weer nieuwe, uitgeefbare ruimte vrij te maken.

2Asverstrooiing kan alleen op aanvraag en na overleg met de beheerder.

Artikel 21. Intrekking oude regelingen

1De Nadere regels Begraafplaatsen 2017 vervallen van rechtswege op het moment van inwerkingtreding van de Nadere regels Begraafplaatsen 2020.

Artikel 22. Inwerkingtreding

1Deze nadere regels treden de dag na bekendmaking in werking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.