Gemeentelijke regelgeving

Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Echt-Susteren houdende regels omtrent huisvesting Beleidsnotitie Huisvesting ‘shortstay’- arbeidsmigranten

Gemeente Echt-Susteren · geldt sinds 6 oktober 2017

1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Het afgelopen jaar is een aantal verzoeken bij de gemeente Echt-Susteren binnengekomen tot realisering van huisvesting voor tijdelijke buitenlandse werknemers (‘shortstay’-arbeidsmigranten). Als het gaat om tijdelijke buitenlandse werknemers betreft het in dit kader legale werknemers (in bezit van EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning) die hier tijdelijk verblijven in verband met hun werk. Deze vorm van tijdelijk wonen wordt ook wel ‘shortstay’ genoemd.

In de Structuurvisie 2012-2025 ‘Ontwikkelen met kwaliteit’ is onderkend dat steeds meer vraag is naar buitenlandse seizoensarbeiders. Deze term is beperkter dan de term ‘buitenlandse werknemers’. De term ‘seizoensarbeiders’ impliceert dat het hier vooral werknemers betreft die gedurende een bepaald seizoen werkzaam zijn bij agrarische bedrijven. De term ‘shortstay’-arbeidsmigranten’ is ruimer van betekenis en geeft meer rek in de periode en het soort werk dat wordt verricht.

In de Structuurvisie zijn alleen uitgangspunten en randvoorwaarden opgenomen ten aanzien van het realiseren van tijdelijke en deels permanente huisvesting van seizoensarbeiders. Deze huisvesting is toegestaan binnen de rode contouren en buiten de rode contouren indien (onder meer) de werknemers werkzaam zijn voor het bedrijf dat de logiesvoorziening voor seizoensarbeiders realiseert. Deze regeling is te beperkend en, evenals de begripsomschrijving, hoofdzakelijk gericht op agrarische bedrijvigheid.

De meest recente aanvragen in Echt-Susteren betreffen een verzoek tot het realiseren van een logiesvoorziening voor ‘shortstay’-arbeidsmigranten, waarbij de doelgroep bestaat uit buitenlandse medewerkers van enkele grote bedrijven (geen agrarische bedrijven) in de regio. Ook is er een verzoek tot realiseren van permanente en tijdelijke logiesvoorzieningen voor arbeidsmigranten van een agrarisch bedrijf. Deze en andere aanvragen tot het realiseren van shortstay-voorzieningen (ook elders in de regio) hebben ertoe geleid dat een actueel en duidelijk kader moet worden geboden om deze initiatieven te stroomlijnen en een selectie te maken van eenduidige en begrijpelijke criteria om nieuwe initiatieven te kunnen beoordelen en vervolgens toe te staan dan wel af te wijzen. In eerste instantie is gedacht dit beleidsdocument in regionaal verband op te stellen. Gelet op de lange doorlooptijd van een dergelijke regionale beleidsnota enerzijds en de noodzaak tot het hebben van een actueel en duidelijk afwegingskader anderzijds is besloten voor de gemeente Echt-Susteren al een beleidskader vast te stellen. Dat neemt niet weg dat de gemeente Echt-Susteren streeft naar een regio-breed beleidskader op dit punt en hieromtrent afstemming met de omliggende gemeenten zal blijven zoeken.

1.2 Doelgroep

De doelgroep van dit beleidskader wordt gevormd door legale buitenlandse werknemers van bedrijven, die tijdelijk in Nederland verblijven (de zogenaamde ‘shortstayers’). Met ‘legaal’ wordt bedoeld werknemers die hun hoofdverblijf elders dan in Nederland hebben en die in het bezit zijn van een EU-paspoort of een tewerkstellingsvergunning (TWV, voor personen buiten de EU of de EER). Buiten de doelgroep vallen personen die meer dan negen maanden in Nederland verblijven (deze periode is gelijk aan de door de provincie in haar Wijzigingsverordening van de Omgevingsverordening 2014 opgenomen verblijfsduur van arbeidsmigranten), omdat een verblijf van meer dan negen maanden een meer permanent karakter heeft en daarom hogere eisen stelt aan de te realiseren verblijfsvoorziening. Daarnaast zullen mensen die slechts tijdelijk verblijven niet of nauwelijks integreren omdat zij vooraf weten dat zij geen duurzame band gaan opbouwen met Nederland. Het langer verblijven van deze ‘shortstay’- groep is vanuit maatschappelijk oogpunt dan ook niet wenselijk. Personen die echter langer willen of zullen verblijven kunnen op de reguliere woningmarkt terecht omdat dit mede de integratie bevordert.

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk komt in hoofdstuk 2 het provinciaal beleid aan de orde. Hoofdstuk 3 handelt over de basisuitgangspunten voor huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten, waarvoor geldt dat deze uitgangspunten te allen tijde gelden voor alle situaties. Hiermee wordt bewerkstelligd dat een bepaalde basiskwaliteit wordt gewaarborgd. In hoofdstuk 4 komen de huisvestingstypen aan de orde. Daarbij gaat het om de verschillende mogelijke verschijningsvormen van huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten en de beleidsmatige afwegingen daaromtrent. In dit hoofdstuk is aangegeven welke vormen toelaatbaar zijn, op welke plekken, onder welke voorwaarden en met welke planologische procedure. Hoofdstuk 5 bestaat uit de verklaring van enkele begrippen die in dit beleidskader worden gebruikt. Dit beleidskader kent twee bijlagen (‘Uniforme huisvestingsnorm’ en ‘Stroomschema initiatieven’), behorende bij de basisuitgangspunten zoals beschreven in hoofdstuk 3.

3 Uitgangspunten voor goede huisvesting

3.1 Selectie gebieden

In de gemeente Echt-Susteren wordt, op basis van de indeling in bestemmingsplannen, onderscheid gemaakt in een aantal gebieden. Te onderscheiden zijn het stedelijk gebied, het buitengebied en de bedrijventerreinen. Het gebied ‘Grensmaas’ wordt in het kader van deze Beleidsnotitie geschaard onder het buitengebied. Huisvesting van arbeidsmigranten kan plaatsvinden in stedelijk gebied en in het buitengebied. Huisvesting op bedrijventerreinen, inclusief bedrijfswoningen op deze bedrijventerreinen, is niet toegestaan. Het vestigen van woonfuncties op bedrijventerreinen wordt sinds jaar en dag tegengegaan omdat woonfuncties belemmeringen voor de activiteiten van bestaande bedrijven kunnen opleveren. De huisvestingsvormen die daarbij onder voorwaarden worden toegestaan zijn beschreven in hoofdstuk 4.

3.2 Basisuitgangspunten

Voor alle gevallen waar sprake is van huisvesting van buitenlandse werknemers die tijdelijk in Nederland verblijven (‘shortstay’-arbeidsmigranten) gelden onderstaande uitgangspunten. Bij het bepalen van deze uitgangspunten is aangesloten op de ‘Norm voor huisvesting van arbeidsmigranten’ (Stichting Normering Flexwonen (SNF), zie bijlage 1). Deze norm is tot stand gekomen in samenspraak met Rijk, gemeenten, woningcorporaties, werkgevers en vakbonden en heeft tot doel om de tijdelijke huisvesting van EU-werknemers te verbeteren. Samen zijn de partijen gekomen tot een huisvestingsnorm die aansluit bij de wensen van de doelgroep en die het mogelijk maakt te controleren of werkgevers zich houden aan kwaliteitseisen. Initiatiefnemers kunnen, indien zij aan alle voorwaarden uit de huisvestingsnorm voldoen, een keurmerk aanvragen en worden opgenomen in een register (de Stichting Normering Flexwonen ziet toe op het beheer van dit register). De meest recente versie van de huisvestingsnorm van de SNF is beschikbaar gekomen op 1 mei 2017. Ook de provincie vermeldt deze norm in haar Beleidsnotitie Huisvesting Arbeidsmigranten 2016.

1Het hoofduitgangspunt

Een belangrijk hoofduitgangspunt voor de gemeente Echt-Susteren is dat primair gebruik moet worden gemaakt van bestaande bebouwing. Een initiatiefnemer zal eerst aannemelijk moeten maken dat er geen mogelijkheden zijn in bestaande bebouwing voor het realiseren van een short stay-voorziening. Pas wanneer aannemelijk is gemaakt dat dit niet tot de mogelijkheden behoort, mag onder voorwaarden een nieuw logiesgebouw worden ontwikkeld. Een dergelijk gebouw krijgt dan een passende (planologische) bestemming die op deze functie is toegespitst. Per specifiek huisvestingstype worden in dit beleidskader aanvullende uitgangspunten gegeven (hoofdstuk 4 van dit beleidskader).

De overige uitgangspunten bij het toetsen van nieuwe voorzieningen

3Bestaande, legale voorzieningen kunnen het gebruik op basis van de bestaande vergunning blijven voortzetten.

voor arbeidsmigrantenhuisvesting zijn:

2de maximale verblijfsduur van ‘shortstay’-arbeidsmigranten bedraagt 9 maanden;

3er moet worden voldaan aan de geldende wet- en regelgeving (o.a. Bouwbesluit, milieuwetgeving, Besluit brandveilig gebruik bouwwerken);

4per locatie dient op een centrale plek een handboek/informatiekaart met huis- en leefregels en bereikbare hulpdiensten in de taal van het land van herkomst beschikbaar te zijn;

5de oppervlakte aan leefruimte per persoon (bestaande uit slaapruimte en andere inpandige leefruimte, exclusief gangen, trappenhuizen, technische ruimten en sanitaire ruimten) dient minimaal 12 m² gebruiksoppervlakte (GO) te zijn, behalve wanneer de huisvesting wordt gerealiseerd in een hotel of pension, waar de bestaande kamermaat als oppervlakte geldt (afhankelijk van het aantal personen waarvoor deze kamer oorspronkelijk bedoeld is);

6er dient minimaal één toilet- en doucheruimte beschikbaar te zijn per 8 personen

4Bij minder dan 8 personen in een voorziening dient er uiteraard ook een toilet-/ doucheruimte aanwezig te zijn;

;

7er dient minimaal één kookgelegenheid beschikbaar te zijn per 8 personen

5Bij minder dan 8 personen in een voorziening dient er uiteraard ook een kookgelegenheid aanwezig te zijn.

;

8de brandveiligheid dient gewaarborgd te zijn;

9de burgemeester dient binnen drie dagen schriftelijk in kennis te worden gesteld van de oprichting van een voorziening voor meer dan vier personen (op basis van de APV);

10voor een huisvestingsvoorziening voor meer dan vier personen is een vergunning ‘huisvestingsvoorziening voor arbeidsmigranten’ noodzakelijk; hierin dienen minimaal het beheer en toezicht, de parkeervoorziening en de communicatie met klachtenregistratie geregeld te zijn (hiervoor zal de APV worden aangevuld);

11er dient een nachtregister bijgehouden te worden (op basis van artikel 4:38 Wetboek van Strafrecht) en er dient verblijfsbelasting te worden afgedragen (op basis van artikel 2 van de ‘Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Echt-Susteren 2016’);

a.in stedelijk gebied wordt bij het gebruik van woningen door arbeidsmigranten een parkeernorm gehanteerd van 4 parkeerplaatsen per woning (bij gebruik door vier arbeidsmigranten). Deze parkeerplaatsen dienen in principe op eigen terrein te worden gerealiseerd. In geval van huisvesting in bestaande woningen waarbij het realiseren van extra parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk is, dient de parkeerbalans in de betreffende straat en buurt inzichtelijk te worden gemaakt en dient te worden aangegeven hoe de parkeerbehoefte kan worden geledigd in openbaar gebied. Deze dient op een zodanige wijze te worden opgelost dat geen onacceptabele parkeerdruk in de buurt dan wel parkeerhinder voor derden ontstaat. Bij hergebruik van bestaande gebouwen, anders dan reguliere woningen, dient per locatie/initiatief hieromtrent een afweging te worden gemaakt.

b.In het buitengebied wordt het benodigde aantal parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd en wordt dit aantal afgestemd op de omvang van de huisvestingsvoorziening, op het type werkzaamheden dat verricht wordt en het autobezit van de beoogde bewoners. In de regel zijn bij percelen in het buitengebied ruimere mogelijkheden om eigen parkeervoorzieningen te realiseren.

Deze twaalf punten worden samen het ‘Basisvoorwaardenpakket’ (BVP) genoemd. Afhankelijk van het huisvestingstype (hoofdstuk 4) komen daar aanvullende voorwaarden bij.

4 Huisvestingtypen

4.1 Stedelijk gebied

a.Reguliere woningen (bestaande voorraad)

Het is conform het huidige bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ niet mogelijk ‘shortstay’-arbeidsmigranten te huisvesten in reguliere woningen. In dit bestemmingsplan is een woning gedefinieerd als “een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden”. Het begrip ‘huishouden’ is vervolgens gedefinieerd als “een persoon of een groep samenlevende personen waar sprake is van onderlinge verbondenheid en waar sprake is van continuïteit in samenstelling, waar bedrijfsmatige kamerverhuur niet onder wordt begrepen.” Indien sprake is van één huishouden van arbeidsmigranten (één persoon of een gezin) volgens de definitie in het bestemmingsplan is sprake van reguliere bewoning. Bij het geval van huisvesting van één persoon in de woning mag geen sprake zijn van kamerverhuur. Binnen het plangebied van het bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied’ is bewoning van een woning door meerdere personen zonder onderlinge verbondenheid en/of zonder continuïteit of in de vorm van kamerverhuur dus niet rechtstreeks mogelijk.

Voorwaarden

Het is daarom van belang in dit kader te bezien wie in de woning gaat wonen: een huishouden bestaande uit één persoon of meerdere personen die een verbondenheid met elkaar hebben (een gezin) of een groep personen die geen relatie met elkaar heeft. In het eerste geval is dit rechtstreeks toegestaan en in het tweede geval niet. In dat gevel dient een ruimtelijke procedure gevolgd te worden voor (tijdelijk) afwijkend gebruik ten behoeve van arbeidsmigrantenhuisvesting. Het college zal per aanvraag beoordelen of huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten mogelijk is. Hierbij gelden, aanvullend op het BVP, de volgende twee voorwaarden:

-het aantal personen dat in de woning gaat wonen maximaal vier mag bedragen; bij hergebruik van grote panden/woningen kan per locatie specifiek worden gekeken of huisvesting van meer dan vier personen mogelijk is;

-maximaal 10% van de panden in een straat mag worden benut voor ‘shortstay’-arbeidsmigratenhuisvesting.

Planologische regeling/procedure

Indien huisvesting van arbeidsmigranten gewenst is dient voor tijdelijke situaties een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 11 van Bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht) te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik van woningen. Indien sprake is van een permanente voorziening in bestaande bebouwing kan dit eveneens via een ‘kruimelgeval’ maar dan ex artikel 4, sub 9 van Bijlage II van het Bor. Mocht sprake zijn van uitbreiding van bestaande bebouwing dan dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

b.Andere leegstaande gebouwen en complexen

Bestaande complexen zoals kloosters, zorgcomplexen, asielzoekerscentra, scholen, hotels of daarmee vergelijkbare bebouwing kunnen gebruikt worden als logiesgebouw voor huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten. Het maximum aantal te huisvesten arbeidsmigranten zal afhankelijk zijn van de locatie en dient per aanvraag te worden afgewogen. Daarbij kunnen het type omgeving, de impact op de omgeving, het parkeren en andere initiatieven voor arbeidsmigrantenhuisvesting in de directe omgeving een rol spelen. Dit aspect is ter beoordeling aan het college.

Voorwaarden

Voor dit huisvestingstype gelden, naast het BVP, de volgende aanvullende voorwaarden:

a.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

b.uitbreiding van bestaande gebouwen is, afhankelijk van de ligging en de in de Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 aangegeven gebiedsspecifieke uitgangspunten dienaangaande, toegestaan mits dit leidt tot een integrale kwaliteitsverbetering; indien daarbij extra eisen uit het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) van toepassing zijn geldt dit onverkort voor het betreffende initiatief;

c.de onder b. bedoelde uitbreiding dient noodzakelijk te zijn voor de realisering van sport- of sociale (algemene) verblijfsruimten die niet op een andere wijze in het gebouw te realiseren zijn.

Planologische regeling/procedure

Indien alleen wijziging van het gebruik plaatsvindt, dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 9 (permanent) of 11 (tijdelijk) van Bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht) te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik van bestaande gebouwen. Indien uitbreiding van gebouwen plaatsvindt, dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

c.Nieuwe logiesgebouwen

De gemeente Echt-Susteren kiest primair nadrukkelijk voor het gebruik maken van bestaande bebouwing. Zoals aangegeven zal een initiatiefnemer eerst aannemelijk moeten maken dat er geen mogelijkheden zijn voor het realiseren van huisvesting voor shortstay-arbeidsmigranten in leegstaande gebouwen en complexen. Het maximum aantal te huisvesten arbeidsmigranten zal afhankelijk zijn van de locatie en dient per aanvraag te worden afgewogen. Daarbij kunnen het type omgeving, het parkeren en andere initiatieven voor arbeidsmigrantenhuisvesting in de directe omgeving een rol spelen. Dit aspect is ter beoordeling aan het college.

Voorwaarden

Indien dit aannemelijk is gemaakt mag onder voorwaarden een nieuw logiesgebouw worden ontwikkeld. Hierbij gelden, aanvullend aan het BVP, de volgende aanvullende voorwaarden:

a.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

b.er dient te worden getoetst/voldaan aan de gebiedsspecifieke randvoorwaarden voor nieuwbouwontwikkelingen zoals opgenomen in de Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025; indien daarbij het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) van toepassing is geldt dit onverkort voor het betreffende initiatief.

c.het (de) nieuw(e) logiesgebouw(en) wordt(en) gezien als woningcontingent(en) en het plan dient derhalve te passen binnen het gemeentelijk woningbouwprogramma;

d.parkeren op eigen terrein is bij nieuwe initiatieven een harde voorwaarde.

Planologische regeling/procedure

Er dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden doorlopen.

4.2 Buitengebied

a.Reguliere woningen (bestaande voorraad)

Het is conform de huidige bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ en ‘Grensmaas’ (die samen het in dit beleidskader genoemde ‘buitengebied’ vormen) rechtstreeks mogelijk ‘shortstay’-arbeidsmigranten te huisvesten in reguliere woningen. In dit bestemmingsplan is een woning gedefinieerd als “een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden”. Het begrip ‘huishouden’ is vervolgens gedefinieerd als “een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals keuken, sanitaire ruimten en de entree.” Binnen de bepalingen van het plan ‘Buitengebied’ is huisvesting van één of meerdere arbeidsmigranten in reguliere woningen derhalve rechtstreeks mogelijk. Hierbij geldt, aanvullend op het BVP, de voorwaarde dat het aantal personen dat in de woning gaat wonen maximaal vier mag bedragen. Bij hergebruik van grote panden/woningen kan per locatie specifiek worden gekeken of huisvesting van meer dan vier personen mogelijk is.

b.Voormalige (Niet-)Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB/VNAB)

Vrijkomende (Niet-)Agrarische Bebouwing is voormalige (niet-)agrarische bebouwing die als gevolg van bedrijfsbeëindiging van agrarische of andere bedrijven buiten gebruik raakt, dan wel die binnen de lopende agrarische bedrijfsvoering in onbruik is geraakt. In de Structuurvisie Echt-Susteren zijn beleidsuitgangspunten over het hergebruik van VAB aangegeven; daarbij is ook aangegeven dat de uitgangspunten voor VAB ook gelden voor VNAB, niet zijnde woningen. In het merendeel van de gevallen wordt hergebruik van vrijkomende bebouwing toegejuicht, omdat dit kansen biedt voor veranderingen en nieuw economische dragers in het buitengebied. Bovendien wordt verpaupering van bebouwing tegengegaan en wordt tevens voorkomen dat in deze bebouwing illegale activiteiten worden ontplooid. Daarbij zijn in de Structuurvisie hergebruiksmogelijkheden en voorwaarden daarvoor opgenomen. Deze blijven onverkort van kracht. Huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten is een van de hergebruiksmogelijkheden.

Bij het bepalen van de hergebruiksmogelijkheden is ook de ligging van de VAB of VNAB van belang. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in hergebruik van VAB of VNAB nabij woonkernen of in bebouwingsconcentraties (dit zijn de gebieden waar overlast kan ontstaan door de ligging nabij een aanwezige concentratie van andere functies) en op grotere afstand van woonkernen. Voor de ontwikkeling van logiesvoorzieningen nabij woonkernen en in bebouwingsconcentraties geldt een ondergrens van 500 m² aan hergebruik bedrijfsgebouwen zonder GKM-bijdrage (mits goed landschappelijk ingepast). Voor ontwikkeling op grotere afstand geldt deze ondergrens ook. Hierbij zijn de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt tot functies die passen binnen landbouw, recreatie of natuur. Met name woonfuncties zijn hier gewenst. Voor de exacte mogelijkheden wordt verwezen naar pagina 48 van de Structuurvisie.

In deze categorie kunnen vier situaties worden onderscheiden:

1Tijdelijk verblijf in permanente wooneenheden in VAB op agrarische bedrijven (duur is afhankelijk van oogst-/werkperioden);

2Permanente woonheden in VAB op agrarische bedrijven;

3Tijdelijke wooneenheden op recreatieve bedrijven (NVAB);

4Tijdelijke/permanente wooneenheden in overige leegstaande of vrijkomende bebouwing (NVAB).

1Tijdelijk verblijf in permanente wooneenheden in VAB op agrarische bedrijven

Hiermee wordt bedoeld tijdelijk verblijf in permanente wooneenheden in VAB, dat noodzakelijk is voor piekperiodes binnen een agrarisch bedrijf. De tijdelijkheid van het verblijf betreft perioden van een aantal maanden per jaar voor bijvoorbeeld het oogsten van gewassen. Voor de meeste werkgevers en werknemers is huisvesting op het agrarische bedrijf een aantrekkelijke oplossing; de werkgever zal zich verantwoordelijk voelen voor kwalitatief goede en veilige huisvesting en een zekere mate van toezicht op de kwaliteit van de huisvesting. Overlast als gevolg van de huisvesting van grote groepen tijdelijke arbeidskrachten op één plek (waaronder begrepen huisvesting in kernen) wordt hiermee voorkomen.

De voorwaarden zijn, met inachtneming van het BVP, als volgt:

a.de bedrijfsmatige noodzaak voor tijdelijk gebruik van wooneenheden in VAB dient inzichtelijk te worden gemaakt;

b.de wooneenheden mogen alleen worden gebruikt voor huisvesting van medewerkers van het eigen agrarisch bedrijf;

c.de wooneenheden mogen alleen worden gebruikt in de periodes waarvoor de vergunning is afgegeven (oogst-/werkperioden);

d.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

e.de huisvesting dient plaats te vinden in bestaande bebouwing en binnen het agrarisch bouwblok;

f.er mogen wooneenheden worden gerealiseerd voor maximaal 120 personen;

g.toename van bouwmassa binnen het agrarisch bouwblok is ongewenst; indien dit noodzakelijk is, wordt een financiële bijdrage in het kader van het GKM (Gemeentelijk Kwaliteitsmenu) gevraagd;

h.in voorkomende uitzonderlijke gevallen kan het college van B&W gemotiveerd afwijken van het bepaalde in sub f. met betrekking tot het aantal te huisvesten personen.

Planologische regeling/procedure

Voor wijziging van het gebruik van VAB ten behoeve van het realiseren van arbeidsmigrantenhuisvesting dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 9 van Bijlage II van het Bor te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik. Indien uitbreiding van de VAB plaatsvindt dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

2Permanente wooneenheden op agrarische bedrijven in VAB

Bij agrarische bedrijven is ook het mogelijk om in VAB permanente logiesgebouwen te ontwikkelen voor permanent gebruik. In tegenstelling tot de wooneenheden voor tijdelijk gebruik mogen hier ook ‘shortstay’-arbeidsmigranten van andere bedrijven hun intrek nemen. Ook hier geldt dat, indien nieuwbouw wordt gepleegd binnen het bouwvlak (uitbreiding van VAB waarbij de bouwmassa toeneemt) het GKM van toepassing is.

Voorwaarden

De voorwaarden zijn, met inachtneming van het BVP, als volgt:

a.de bedrijfsmatige noodzaak voor permanent gebruik van wooneenheden in VAB dient inzichtelijk te worden gemaakt;

b.de te huisvesten arbeidsmigranten kunnen zowel voor het betreffende agrarisch bedrijf werkzaam zijn of voor een ander bedrijf, met dien verstande dat minimaal 50% van de te huisvesten arbeidsmigranten werkzaam dient te zijn voor het agrarisch bedrijf waar de huisvestingsvoorziening wordt gerealiseerd;

c.de wooneenheden mogen het gehele jaar worden gebruikt;

d.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

e.de huisvesting dient plaats te vinden in bestaande bebouwing en binnen het agrarisch bouwblok, waarbij een goede landschappelijke inpassing vereist is;

f.er mogen permanente wooneenheden worden gerealiseerd voor maximaal 120 personen;

g.bij uitbreiding van de VAB binnen het agrarisch bouwblok wordt een financiële bijdrage in het kader van het GKM (Gemeentelijk Kwaliteitsmenu) gevraagd;

h.in voorkomende uitzonderlijke gevallen kan het college van B&W gemotiveerd afwijken van het bepaalde in sub f. met betrekking tot het aantal te huisvesten personen.

Planologische regeling/procedure

Voor wijziging van het gebruik binnen VAB dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 9 van Bijlage II van het Bor te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik. Indien uitbreiding van bebouwing plaatsvindt dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

3Tijdelijke wooneenheden op recreatieve bedrijven (VNAB)

De gemeente Echt-Susteren acht het in beginsel niet wenselijk huisvesting voor ‘shortstay’-arbeidsmigranten te realiseren in recreatieverblijven en op recreatieterreinen. Omdat in de actualisering van Omgevingsverordening Limburg een regeling is opgenomen voor uitsluitend tijdelijke huisvesting ‘shortstay’-arbeidsmigranten in recreatieverblijven voor de duur van maximaal 10 jaar, wordt hierop aangesloten.

Voorwaarden

De voorwaarden waaronder dit mogelijk is zijn als volgt:

a.er is geen huisvesting mogelijk binnen de regio in bestaande woningen in of nabij het bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen, en;

b.er is geen huisvesting mogelijk binnen overige bebouwing in of nabij het bestaand bebouwd gebied van steden en dorpen, en;

c.er is het recreatieterrein geen samenloop met verblijfsrecreatief gebruik, en

d.er zijn duidelijke en bindende afspraken gemaakt met de gemeente over de sanering of revitalisering van het recreatieverblijf/recreatieterrein na afloop van de tijdelijke huisvesting.

Daarnaast stelt de gemeente de volgende aanvullende voorwaarden:

-huisvesting in caravans op wielen (met uitzondering van stacaravans), in campers en in tenten en is niet toegestaan;

-nieuwbouw ten behoeve van tijdelijke huisvesting is niet toegestaan.

Planologische regeling/procedure

Er dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 11 van Bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht) te worden doorlopen waarmee (tijdelijk) kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik van recreatieverblijven. Daarbij dient een gedegen ruimtelijke motivering te worden opgesteld waarin wordt onderbouwd dat aan de bovenstaande randvoorwaarden kan worden voldaan.

4Tijdelijke/permanente wooneenheden in overige leegstaande/vrijkomende bebouwing (VNAB).

Bestaande complexen zoals kloosters, zorgcomplexen, asielzoekerscentra, scholen, hotels of daarmee vergelijkbare bebouwing kunnen gebruikt worden als logiesgebouw voor huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten. Het maximum aantal te huisvesten arbeidsmigranten zal afhankelijk zijn van de locatie en dient per aanvraag te worden afgewogen. Daarbij kunnen het type omgeving, het parkeren en andere initiatieven voor arbeidsmigrantenhuisvesting in de directe omgeving een rol spelen. Dit aspect is ter beoordeling aan het college.

Voorwaarden

Voor dit huisvestingstype gelden, naast het BVP, de volgende aanvullende voorwaarden:

a.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

b.uitbreiding van bestaande gebouwen is, afhankelijk van de ligging en de in de Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025 aangegeven gebiedsspecifieke uitgangspunten dienaangaande, toegestaan mits dit leidt tot een integrale kwaliteitsverbetering; indien daarbij extra eisen uit het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM) van toepassing zijn geldt dit onverkort voor het betreffende initiatief;

c.de onder b. bedoelde uitbreiding dient noodzakelijk te zijn voor de realisering van sport- of sociale (algemene) verblijfsruimten die niet op een andere wijze in het gebouw te realiseren zijn.

Planologische regeling/procedure

Indien alleen wijziging van het gebruik plaatsvindt, dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 9 (permanent) of 11 (tijdelijk) van Bijlage II van het Bor (Besluit omgevingsrecht) te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik van bestaande gebouwen. Indien uitbreiding van gebouwen plaatsvindt, dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

c.Tijdelijke of nieuwe logiesgebouwen

Bij het realiseren van tijdelijke of nieuwe logiesgebouwen (nieuwbouw) kan onderscheid worden gemaakt in drie vormen:

1Tijdelijke of permanente voorzieningen op agrarische bedrijven voor tijdelijk gebruik buiten VAB;

2Nieuwe logiesgebouwen op agrarische bedrijven voor permanent gebruik;

3Nieuwe logiesgebouwen elders in het buitengebied.

1Tijdelijke of permanente voorzieningen op agrarische bedrijven voor tijdelijk gebruik buiten VAB

Hiermee wordt bedoeld tijdelijk gebruik van tijdelijke of permanente wooneenheden dat noodzakelijk is voor piekperiodes binnen een agrarisch bedrijf. Het betreft periodes van een aantal maanden per jaar voor bijvoorbeeld het oogsten van gewassen. Voor de meeste werkgevers en werknemers is huisvesting op het agrarische bedrijf een aantrekkelijke oplossing; de werkgever zal zich verantwoordelijk voelen voor kwalitatief goede en veilige huisvesting en een zekere mate van toezicht op de kwaliteit van de huisvesting. Overlast als gevolg van de huisvesting van grote groepen tijdelijke arbeidskrachten op één plek (waaronder begrepen huisvesting in kernen) wordt hiermee voorkomen.

Huidige regeling

Volgens de huidige regeling in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ mogen hiertoe alleen tijdelijke wooneenheden binnen het agrarisch bouwblok worden geplaatst onder de voorwaarde dat deze op een zorgvuldige wijze worden ingepast in het landschap. Er mag daarbij voor maximaal 20 personen ook een permanente huisvestingsvoorziening worden gerealiseerd voor het tijdelijke gebruik. Voor tijdelijke huisvestingsvoorzieningen die dit maximum van 20 personen te boven gaan mogen uitsluitend tijdelijke voorzieningen worden gerealiseerd. Om verrommeling van het landschap te voorkomen en permanente bewoning tegen te gaan moeten de tijdelijke woonvoorzieningen buiten de piekperiode verwijderd worden.

Nieuwe regeling

Uit een consultatieronde met agrarische ondernemers is gebleken dat het na afloop van de vergunningstermijn afbouwen/afbreken en opslaan van de tijdelijke voorzieningen een kostbare aangelegenheid is. Daarnaast is het niet bevorderlijk voor de kwaliteit van de voorzieningen (bijvoorbeeld units) als deze vaker worden opgebouwd en afgebroken. Bovendien is er vaak onduidelijkheid over de tijdelijkheid van de voorzieningen wanneer sprake is van overlappende vergunningperiodes bij verschillende oogstperiodes.

Het accent moet meer komen te liggen op de kwaliteit van de te realiseren voorzieningen en met name op een goede landschappelijke inpassing, waarbij de voorzieningen, indien gewenst, permanent kunnen blijven staan. Deze dienen wel binnen het bestaande bouwblok te worden gerealiseerd. De ‘tijdelijkheid’ van deze voorzieningen refereert dan met name aan het gebruik ervan, dat blijft gekoppeld aan de geldigheidsduur van de vergunning. Alleen tijdens deze periodes mag gebruik worden gemaakt van de voorzieningen. De ‘tijdelijke wooneenheden’ kunnen derhalve ook worden uitgevoerd als ‘permanente wooneenheden voor tijdelijk gebruik’.

Met deze regeling wordt tegemoet gekomen aan de wensen van de ondernemers. Zij hoeven hiermee geen periodiek terugkerende opbouw-, afbreek- en opslagkosten te betalen, hetgeen de economische positie van de bedrijven versterkt. Wel wordt kritisch gekeken naar deze ontwikkelingen, met name met het oog op beperken van nieuwe bebouwing in het landelijk gebied en een goede landschappelijke inpassing.

De voorwaarden zijn, met inachtneming van het BVP, als volgt:

a.de bedrijfsmatige noodzaak tot het plaatsen van (tijdelijke) wooneenheden dient inzichtelijk te worden gemaakt;

b.de wooneenheden mogen alleen worden gebruikt voor huisvesting van medewerkers van het eigen agrarisch bedrijf;

c.de wooneenheden dienen binnen het agrarisch bouwblok te worden geplaatst;

d.de wooneenheden dienen landschappelijk te worden ingepast;

e.bij realisering van permanente voorzieningen voor meer dan 20 personen wordt voor het surplus een financiële bijdrage in het kader van het GKM (Gemeentelijk Kwaliteitsmenu) gevraagd, die qua grootte afhankelijk is van de netto-toename van het bebouwd oppervlak;

f.er mogen al dan niet tijdelijke wooneenheden voor maximaal 120 personen worden geplaatst per agrarisch bedrijf (bij tijdelijke wooneenheden geldt dit aantal steeds per jaar);

g.er mogen geen caravans op wielen of campers worden gebruikt als tijdelijke woonunit;

h.in voorkomende uitzonderlijke gevallen kan het college van B&W gemotiveerd afwijken van het bepaalde in sub f. met betrekking tot het aantal te huisvesten personen.

Planologische regeling/procedure

Voor wijziging van het gebruik ten behoeve van het realiseren van arbeidsmigrantenhuisvesting dient een procedure omgevingsvergunning (‘kruimelgeval’) ex artikel 4, sub 9 van Bijlage II van het Bor te worden doorlopen waarmee kan worden afgeweken van het planologisch geregelde gebruik. Indien bij het realiseren van permanente voorzieningen toename van bebouwing plaatsvindt voor huisvesting van meer dan 20 personen, dient een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden gevolgd.

2Nieuwe logiesgebouwen op agrarische bedrijven voor permanent gebruik buiten VAB

Dit huisvestingstype doelt op nieuwbouw ten behoeve van permanente huisvesting van ‘shortstay’-arbeidsmigranten op agrarische bedrijven.

Voorwaarden

Voor dit huisvestingstype gelden, naast het BVP, de volgende aanvullende voorwaarden:

a.de te huisvesten arbeidsmigranten kunnen zowel voor het betreffende agrarisch bedrijf werkzaam zijn of voor een ander agrarisch bedrijf, met dien verstande dat minimaal 50% van de te huisvesten arbeidsmigranten werkzaam dient te zijn voor het agrarisch bedrijf waar de huisvestingsvoorziening wordt gerealiseerd;

b.het aantal te huisvesten personen moet worden afgestemd op de omvang en ligging van het agrarisch bedrijf, de bereikbaarheid en de parkeervoorzieningen, maar mag niet meer bedragen dan 120;

c.er mogen uitsluitend onzelfstandige wooneenheden worden gerealiseerd;

d.er dient aantoonbaar sprake te zijn van een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf;

e.het logiesgebouw dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd;

f.het logiesgebouw dient landschappelijk te worden ingepast;

g.bij sloop van bestaande bebouwing binnen het bestaande bouwvlak is nieuwbouw mogelijk conform de gebiedsspecifieke randvoorwaarden zoals opgenomen in de Structuurvisie Echt-Susteren 2012-2025; indien daarbij extra eisen uit het Gemeentelijk Kwaliteitsmenu (GKM), zoals een financiële bijdrage, van toepassing zijn geldt dit onverkort voor het betreffende initiatief;

h.in voorkomende specifieke of uitzonderlijke gevallen kan het college van burgemeester en wethouders gemotiveerd afwijken van het bepaalde in sub b. met betrekking tot het aantal te huisvesten personen.

Planologische regeling/procedure

Er dient, bij toevoeging van het bestaand bebouwd oppervlak, een bestemmingsplanprocedure (ex artikel 3.8 Wro) dan wel een procedure projectafwijkingsbesluit (ex artikel 2.1, eerste lid onder c./artikel 2.12 eerste lid onder a. onder 3e Wabo) te worden doorlopen.

3Nieuwe logiesgebouwen elders in het buitengebied

Het realiseren van nieuwe logiesgebouwen elders in het buitengebied, zoals op bestaande recreatieve bedrijven, wordt niet toegestaan.

Bijlage 1 Norm voor huisvesting arbeidsmigranten

Norm voor arbeidsmigrantenhuisvesting (SNF)

Bijlage 2 Stroomschema initiatieven

Stroomschema initiatieven

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.