Bijlage A proces en werkwijze
Gemeentearchitect en burgerlid (‘kleine’ commissie)
De gemeentearchitect (van Gelders Genootschap) wordt door de raad benoemd. Daarnaast is eventueel een burgerlid met stemrecht benoemd vanuit de raad. Samen vormen zij de zogenaamde ‘kleine’ commissie. Bij de gemeentelijke zittingen wordt naar schatting 90% van de plannen afgerond.
Integrale monumentenadvisering (‘kleine’ commissie voor monumenten)
Bij wijzigingen en restauraties van beschermde monumenten moet een omgevingsvergunning voor (de activiteit) wijzigen monument worden aangevraagd. Een dergelijke aanvraag wordt voorgelegd aan zowel de gemeentearchitect als de monumentendeskundige. Deze ‘kleine’ commissie voor monumenten beoordeelt of de voorgestelde wijzigingen voldoende rekening houden met de monumentale waarden van het gebouw of object.
‘Grote’ Commissie’
Bij grote (stedenbouwkundige) ontwikkelingen kan een plan worden voorgelegd aan de zogenaamde grote commissie. Naast de gemeentearchitect en burgerlid, wordt kennis vanuit architectuur en stedenbouw ingebracht door twee extra leden die vanuit hun vakgebied adviseren. Advisering op stedenbouwkundig vlak vindt altijd plaats in overleg met de gemeentelijke stedenbouwkundige.
Adviezen door de grote commissie worden gebundeld door de gemeentearchitect en teruggekoppeld naar B&W.
Kwaliteitsteam
Bij nieuwbouwontwikkelingen kan een kwaliteitsteam worden gevormd dat verantwoordelijk is voor de beeldkwaliteit. Het toetsingskader wordt hierbij gevormd door een beeldkwaliteitplan. De gemeentearchitect maakt deel uit van het kwaliteitsteam. De gemeente bekijkt per geval / ontwikkeling of de instelling van een kwaliteitsteam noodzakelijk is.
Ambtelijke toets
Een ambtenaar beoordeelt in beginsel of een plan geen exces is. Als dat het geval is, wordt vervolgens de ‘kleine commissie’ om advies gevraagd.
In de gemeentelijke bouwverordening is opgenomen welke niet welstandsvrije plannen in principe ambtelijk kunnen worden getoetst aan redelijke eisen van welstand.
Adviezen
Het advies van de gemeentearchitect (namens de commissie) is volgens de Woningwet gericht op het uiterlijk én op de plaatsing van het bouwwerk. In de eerste plaats wordt gekeken naar de invloed van het bouwwerk op de beeldkwaliteit van de omgeving, rekening houdend met verwachte ontwikkelingen. Deze adviezen worden geschreven op basis van deze nota en gericht aan B&W van Duiven.
Geplande zittingen zijn openbaar
Elke twee weken bezoekt de gemeentearchitect en burgerlid de gemeente voor een openbare zitting. Tijdens de zitting worden de meeste bouwplannen afgehandeld en vindt overleg plaats met planindieners, beleidsambtenaren en het gemeentebestuur. Het vooroverleg met planindieners leidt in veel gevallen tot een goed resultaat, zowel voor het ingediende plan als voor de openbare ruimte. Alleen de meer complexe plannen – rootschalige ontwikkelingen en stedenbouwkundige plannen - gaan mee naar de ‘grote’ commissie.
Burgers zijn van harte welkom aan te schuiven bij de geplande zittingen in het gemeentehuis. Het welstandstoezicht vindt plaats in het openbaar. Dit past bij een samenleving die vraagt om zoveel mogelijk rechtszekerheid en openheid rondom het welstandstoezicht. Wanneer men in een vroeg stadium bekend is met de eisen die gesteld worden aan een bouwplan, is men veelal bereid hiermee rekening te houden. Veel onduidelijkheden over de wijze van toetsen worden weggenomen als vooraf helder wordt gemaakt welke kaders bij het welstandsoordeel een rol spelen. Vooroverleg met de gemeentearchitect of de commissie is daarom essentieel. De kaders voor toetsing zijn door het gemeentebestuur in deze welstandsnota vastgelegd.
Wettelijke basis
De wettelijke basis voor de uitvoering van welstandstoezicht ligt in de Wabo (art. 2.10), de Woningwet (art. 12) en het Bor (art. 6.2). Artikel 12a, lid 1 van de Woningwet stelt dat de gemeenteraad een welstandsnota vaststelt, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De invulling van het begrip ‘redelijk’ is afhankelijk van de ambitie van de gemeente en de ruimtelijke kenmerken van gebieden en objecten.
Bijlage B verantwoordelijkheden
Verantwoordelijkheid
Gemeente (Welstandstoezicht)
Verantwoordelijkheid burgers
(Welstandsvrij)
Welstandsniveau ‘Soepel’
02Woonwijken
03Bedrijventerreinen
04Landelijk gebied
-situering
-bouwmassa en vorm
-gevels
-informele toets op excessen (ambt.)
Altijd:
-materialen
-kleuren
-detaillering
En:
02Woonwijken: dakkapellen achterzijde
03Bedrijventerreinen:
reclame
Welstandsniveau ‘Regulier’
01Centrumgebieden, kernen,
lintbebouwing
02Woonwijken
03Bedrijventerreinen
04Landelijk gebied
05Monumenten en cultuur-
Historie
06Reclameobjecten in openbaar gebied
-situering
-bouwmassa en vorm
-gevels
-materialen
-kleuren
-detaillering
Beeldkwaliteitplannen
X
Welstandsvrij
-informele toets op excessen (ambt.)
-situering
-bouwmassa en vorm
-gevels
-materialen
-kleuren
-detaillering
Excessen
(gemeente en burgers samen verantwoordelijk)
X
Toelichting
‘Welstandsniveau Soepel’ betekent dat bij de welstandsbeoordeling vooral getoetst wordt op aspecten van situering, vorm en massa en gevelindeling. De burger is zelf verantwoordelijk voor de invulling qua materialen, kleuren en detailleringen.
‘Welstandsniveau Regulier’ is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van de aanwezige kwaliteiten. De toetsing omvat beoordeling op alle aspecten: situering, massa en vorm, gevels, detaillering, materialen en kleur.
Voor sommige gebieden wordt het beoordelingsproces begeleid door de gemeente met een zogenaamd kwaliteitsteam. De gemeentearchitect is hierbij aanwezig en verantwoordelijke voor de ‘welstandstoets’.
De burger kan zelf nagaan of een bouwactiviteit vergunningsvrij is. Voor een groot aantal ingrepen aan uw woning hoeft u geen vergunning aan te vragen. U kunt dit nagaan op www.omgevingsloket.nl.
Wel is de excessenregeling van toepassing.
De gemeente houdt toezicht op de gebouwde omgeving en beoordeelt of excessen zijn ontstaan door vergunningvrij of welstandsvrij bouwen. Om excessen te voorkomen kunnen mensen met bouwplannen vooraf advies vragen aan de welstandscommissie of informeel het plan voorleggen aan een ambtenaar.
Bijlage C Veelgestelde vragen
Kijkt u ook op www.duiven.nl. Daar vindt u altijd de meest recente versie van de veelgestelde vragen.
Mijn plan voldoet niet aan de regels. Wat nu?
Als uw plan niet binnen de regels past, en het lukt u niet om uw plan zo aan te passen dat het alsnog voldoet, dan kan het toch goed zijn om een afspraak te maken met de welstandscommissie. Zij ontwerpen geen nieuwe plan voor u, maar kunnen u wel wijzen op andere oplossingsrichtingen waardoor er mogelijk een mooi nieuw ander plan ontstaat. Als u een tijdelijk bouwwerk wilt bouwen of tijdelijke reclame wilt plaatsen, heeft u overigens niet te maken met welstandseisen.
Hoe kan ik een afspraak maken met de welstandscommissie?
Op verzoek kunnen initiatiefnemers een plan voorleggen aan de gemeentearchitect tijdens een afspraak op gemeentehuis. Hiervoor kunt u contact opnemen met de gemeente. Tijdens een gesprek worden dan de verschillende mogelijkheden verkend om voor een bouwwerk een acceptabel kwaliteitsniveau te realiseren. Dit uiteraard met inachtneming van de vrijheid die de burger daarbij heeft. Er kunnen bijvoorbeeld tips worden gegeven voor de toepassing van materialen of de keuze tussen verschillende kleuren.
Wat is een welstandsnota?
Om te mogen toetsen aan redelijke eisen van welstand moet een gemeente (sinds 1 juli 2004) het welstandsbeleid hebben vastgelegd in een welstandsnota. De welstandsnota is gebaseerd op artikel 12a van
de Woningwet. In deze nota zijn de beleidsregels vastgelegd met daarin de welstandscriteria en welstandskaders die worden toegepast bij de welstandsbeoordeling van de bouwplannen. Het is mogelijk dat een gemeente welstandsvrije gebieden aanwijst waarin geen welstandsbeleid wordt gevoerd.
Heb ik een omgevingsvergunning nodig?
Voor een groot aantal bouwactiviteiten hoeft u geen omgevingsvergunning aan te vragen. U kunt dit nagaan op www.omgevingsloket.nl.
Ik heb een omgevingsvergunning nodig. Wat moet ik indienen?
In de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) staat welke gegevens men bij een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen bij het college van burgemeester en wethouders moet indienen. Voor de welstandstoets zijn tekeningen van een duidelijke maatvoering en schaalaanduiding. Om een goed beeld te vormen is het minimaal nodig:
-kleurenfoto’s van de bestaande situatie, straatbeeld, c.q. omgeving
-situatietekening bestaande een nieuwe situatie
-geveltekeningen bestaande en nieuwe situatie (straatbeeld)
-toe te passen materiaal en de kleur van de gevels, dak, kozijnen, deuren etc.
-principedetails (bij gezichtsbepalende delen)
Wat is een bestemmingsplan?
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een kaart. Het is een juridisch bindend plan. U kunt er dus niet zomaar van afwijken. Hetzelfde geldt voor uw buren, maar ook voor de gemeente. De gemeente is verplicht een bestemmingsplan voor het gebied binnen haar gemeentegrenzen op te stellen. Dit kunnen overigens meerdere plannen zijn voor zowel de bebouwde gebieden als het buitengebied. U kunt de meeste bestemmingsplannen vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl
Wat zijn welstandsniveaus?
Aan de welstandsgebieden zijn toetsingsniveaus gekoppeld, variërend van welstandsvrij, soepel tot regulier. Afhankelijk van het toetsingsniveau gelden meer of minder beoordelingsaspecten (gevel, bouwmassa / ligging, materialen, kleuren en detaillering). Hoe lager het niveau, hoe minder beoordelingsaspecten met daarbij behorende criteria. Zo geldt voor het laagste niveau (soepel) dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor onder andere de invulling van materiaalgebruik, kleurstelling en detaillering. Waar de burger geheel welstandsvrij mag bouwen, gelden alleen nog excessencriteria (repressief toezicht). De toetsingsniveaus zijn uitgewerkt in een matrix, die in de Bijlage is te vinden.
Wat is een beeldkwaliteitplan?
Een beeldkwaliteitplan is een specifiek kader toegevoegd aan de welstandsnota. Beeldkwaliteitplannen vormen voor (nieuw)bouwplannen het kader voor ruimtelijke kwaliteitseisen. Wanneer een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt ingediend, moet voor het onderdeel “welstand” worden getoetst aan de regels in het beeldkwaliteitplan.
Welke bouwwerken zijn welstandsvrij in de woonwijken?
-éénlaagse uitbreidingen op het achtererfgebied tot 3 meter hoogte en 1 m achter de voorgevel;
-Dakkapellen aan de achterkant van een woning binnen ‘Woonwijken’ (zie kaart)
-erfafscheidingen met een maximale hoogte van 1 m vóór de voorgevel zijn zowel vergunningsvrij als welstandsvrij.
-het plaatsen van makelaarsborden.
COLOFON
Dit is een uitgave van de gemeente Duiven tot stand gekomen
i.s.m. Gelders Genootschap.
versie november 2012
Bijlage D Beeldkwaliteitplan Plakse Weide - Duiven
Inleiding
Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor de ontwikkeling van Plakse Weide. Het beeldkwaliteitsplan is het instrumentarium voor de beoordeling van toekomstige aanvragen van omgevingsvergunningen door de CRK. Ook vormt dit beeldkwaliteitsplan de kaders voor het nog uit te werken inrichtingsplan openbare ruimte van Plakse Weide.
Dit beeldkwaliteitsplan wordt aangeboden aan de gemeenteraad ter besluitvorming als aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota.
Identiteit
Fruit vormt voor de planvorming van Plakse Weide de rode draad. Vanuit historisch perspectief kent de regio - de Liemers - een uitgebreide geschiedenis met gemengde fruitteelt. Fruit is daarom gebruikt als een centraal thema voor Plakse Weide waar omheen een collectieve en herkenbare identiteit is ontwikkeld.
Fruit heeft gediend als inspiratie voor het stedenbouwkundig plan, in de eerste ideeën voor de inrichting van de buitenruimte en ook voor de beeldkwaliteit vormt fruit - zowel direct als indirect - een belangrijke inspiratie.
Het doel van het plan voor Plakse Weide is het toevoegen van een nieuw woonmilieu aan Duiven met een sterke eigen identiteit, die door verschillende schalen heen zichtbaar is.
Voor het gehele plan geldt dat een stevige groenstructuur de basis vormt. De woningen zijn onderdeel van woonclusters die als eilanden in het groen liggen. De ruime groene basis verbindt deze woonclusters tot één samenhangende wijk.
Binnen Plakse Weide wordt op buurtniveau en op wijkniveau gestreefd naar een sociaal duurzame wijk. De groenstructuur is daarin een belangrijk middel. Door middel van groene scheggen ontstaan woonbuurten die samen aan dezelfde scheg wonen.
In het midden van Plakse Weide ligt het groene hart, dit biedt buurtoverstijgend de mogelijkheid om medebewoners te ontmoeten en samen activiteiten te ondernemen.
Plakse Weide kent een grote diversiteit aan woningtypologieën. De architectuur is eigentijds. Om eenheid in diversiteit te bewaren wordt gestreefd naar een herkenbare samenhangende beeldkwaliteit door middel van kleurstelling, materialisering en detaillering.
Afwijken van de beeldkwaliteit - zoals voorgeschreven in dit document - is altijd mogelijk. Het is daarbij aan de CRK om te beoordelen of de ontwerpen passen binnen Plakse Weide op basis van de algehele samenhang en de benoemde belangrijke thema’s voor Plakse Weide.
In het algemeen wordt van specials of afwijkende woningen verwacht dat deze bijdragen aan de kwaliteit en identiteit van de wijk zoals beschreven.
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de context van Plakse Weide en het stedenbouwkundig plan met de belangrijkste stedenbouwkundige verkavelingsprincipes.
Hoofdstuk 2 behandeld de gewenste beeldkwaliteit voor Plakse Weide. Er wordt ingegaan op de beeldkwaliteit van de grondgebonden woningen, de beeldkwaliteit voor meergezinswoningen en algemene beeldkwaliteitseisen.
Bijvoorbeeld; materialisering en de toepassing van fruit in het woningontwerp.
Uiteindelijk wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de gewenste beeldkwaliteit voor de openbare ruimte.
1DSO
Context
Nieuwbouwlocatie Plakse Weide ligt in het noordwesten van Duiven, ingeklemd tussen de N810, de Vergertlaan en de Rijksweg.
Plakse Weide zal in de toekomst ontsloten worden via de Rijksweg, de oude hoofdweg van Arnhem naar Zevenaar, ten zuiden van het gebied. Dit historische relict is nog op een aantal manieren te herkennen; de Rijksweg ligt significant hoger dan de omgeving en op verschillende plaatsen – ook langs Plakse Weide – zijn nog historische bomenlanen aanwezig.
Ten noorden ligt de N810, de vervanging van de Rijksweg en de nieuwe provinciale weg vanaf de A12 richting Zevenaar. In de toekomst zal de N810 ook aangesloten worden op de verlenging van de A15 die ten oosten van Duiven zal komen te lopen.
Ten oosten van Plakse Weide zijn de restanten van het buurtschap De Plak aanwezig aan de Plaksestraat. Ook dit relict – deels nu hernoemd naar Laarstraat - is nog herkenbaar door de relatie met de richting van de agrarische ontginning en de aanwezige historische bomenlanen. De Plaksestraat en de Laarstraat worden in de toekomst één van de aansluitingen op de regionale snelfietsroute richting Arnhem. De snelfietsroute is momenteel geprojecteerd ter hoogte van de Roodwilligenstraat.
Ten westen ligt nieuwbouwwijk Lommerweide uit de jaren ’90 van de vorige eeuw. De wijk is gescheiden van Plakse Weide door een groene singelstructuur met verspreid staande bomen en de Vergertlaan. De Vergertlaan is tevens één van de hoofdentrees van Duiven met een aansluiting op de N810.
Plakse Weide is momenteel nog in agrarisch gebruik. Het gebied ligt lager dan de omgeving en heeft te maken met uitdagingen rondom geluid- en geuroverlast. Door de oostzijde van het gebied loopt een regionale gastransportleiding van de Gasunie.
Situatie van Plakse Weide, tekening is bedoeld als een schematische weergave van de nieuwbouwlocatie en omgeving en zal niet exact met de werkelijkheid overeenkomen
De omgeving van Plakse Weide
De Plak
De Vergert
Lommerweide
Duiven is in 1981 aangewezen als groeikern. Deze aanwijziging heeft geleid tot een sterke groei van Duiven. Tussen 1987 en 1994 zijn 4.200 woningen gebouwd in Duiven-West, -Zuid en in Lommerweide.
De Plak
Het buurtschap De Plak aan de oostzijde van Plakse Weide is een overblijfsel van het oorspronkelijke buurtschap dat zich bevond op de kruising tussen de Rijksweg en de Plaksestraat. In de jaren ’60 of ’70 van de vorige eeuw is het buurtschap deels uitgebreid met de Plaksestraat.
De Vergert
De Vergert ten zuiden van Plakse Weide is gebouwd aan het begin van de jaren ’80. De wijk is een typisch voorbeeld van de bloemkoolwijken die in die periode in heel Nederland gebouwd zijn. De ontsluiting van de wijk loopt via een combinatie van woonerven, pleintjes en erftoegangswegen.
De bebouwing in De Vergert bestaat voornamelijk uit verspringende rijwoningen en incidenteel twee-onder-één-kap woningen.
Ook voor de Vergert geldt dat dit een wijk is met een informeel groen woonmilieu. Maar, ook De Vergert mist een duidelijke onderscheidende identiteit.
Lommerweide
Lommerweide ten westen van Plakse Weide is gebouwd aan het begin van de jaren ’90. De wijk kenmerkt zich door een primaire wegenstructuur met een brede opzet. Vanuit die primaire structuur worden de woonbuurten via lussen ontsloten door een secundaire wegontsluiting.
De bebouwing bestaat uit een mix van vrijstaande, twee-onder-één-kap en rijwoningen. De vrijstaande woningen en twee-onder-één-kap woningen zijn met name aan de randen van de wijk gesitueerd.
De wijk heeft een groen uiterlijk, maar een duidelijke onderscheidende identiteit ontbreekt.
Eigen identiteit
Het ontbreken van een duidelijke onderscheidende identiteit in De Vergert en Lommerweide heeft geleid tot de keuze om Plakse Weide verder uit te werken met een eigen identiteit. Daarnaast heeft Plakse Weide ook fysiek geen relatie met de omliggende wijken door de aanwezigheid van de Rijksweg en de Vergertlaan die -in combinatie met de verkeersdruk - elke verbinding onlogisch maken.
Stedenbouwkundig plan
Op basis van alle uitgangspunten en input zoals behandeld in de voorgaande hoofdstukken is het stedenbouwkundig plan uitgewerkt. In dit hoofdstuk wordt verder ingegaan op het stedenbouwkundig plan en alle gerelateerde onderwerpen.
Planopbouw
De hoofdstructuur van Plakse Weide is opgebouwd uit vier belangrijke lagen; groenstructuur, infrastructuur, waterstructuur en de bouwvelden. Deze vier lagen samen vormen het stedenbouwkundig plan voor Plakse Weide.
De groenstructuur is het dragende en belangrijkste element binnen de ontwikkeling van Plakse Weide. De bouwvelden zijn als eilanden gesitueerd in de groene ruimte. De groene ruimte bestaat uit de ecologische groene buitenrand langs de Rijksweg en de Vergertlaan, de scheggen tussen de verschillende bouwvelden en het groene middengebied. Alle groene ruimten zijn onderling verbonden en vormen een netwerk van verschillende sferen die reageren op het woonmilieu en de omgeving.
De infrastructuur bestaat uit een auto ontsluiting en een langzaam verkeernetwerk. Het langzaam verkeernetwerk verbindt Plakse Weide met een aantal belangrijke routes richting Arnhem, het centrum en het station. Daarbij is er een fijnmazig netwerk in het plangebied aanwezig voor een snelle verbinding naar de aansluitingen buiten het plangebied.
De waterstructuur bestaat uit wadi’s ten behoeve van het plaatselijk opvangen en infiltreren van hemelwater. De inrichting past zich aan op de omgeving waarin de waterstructuur zich bevindt.
De bouwvelden liggen – zoals benoemd – als eilanden in de groene ruimte. Elk bouwveld heeft een divers en gemengd woningbouwprogramma. Het parkeren wordt per bouwveld in het bouwveld zelf opgelost.
Hiërarchie binnen Plakse Weide
In de verkaveling wordt een informele groene woonsfeer nagestreefd. Om deze woonsfeer ook vast te leggen voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan, zijn voor een aantal onderwerpen kaders vastgelegd in dit DSO.
Op de volgende pagina’s wordt dieper ingegaan op de onderwerpen:
•Stedenbouwkundige korrel – grote van bouwvolumes
•Rooilijn – onderlinge rooilijn tussen bouwvolumes
•Volume onderbreking – hoe groot mag een bouwvolume zijn voor dit opgeknipt moet worden in kleinere elementen?
•Overgangen privé-openbaar – hoe worden de overgangen tussen privé terrein en openbaar gebied vormgegeven?
•Goot- en nokverspringingen – in hoeverre zijn goot- en nokverspringingen in het straatbeeld gewenst?
Sommige onderwerpen zijn gericht op geheel Plakse Weide, andere onderwerpen zijn gesplitst over verschillende deelgebieden binnen Plakse Weide. Per onderwerp wordt aangegeven voor welk gebied welke regels gelden.
Mix van typologieën
In het algemeen gesproken is voor een informele woonsfeer een mix van typologieën gewenst. Door de ruime diversiteit van woningen – voortkomend uit de wens om een divers en betaalbaar programma te realiseren in Plakse Weide – is het ook goed mogelijk om die mix toe te passen.
Binnen Plakse Weide moeten verschillende typologieën door elkaar worden toegepast.
Oriëntatie
De woningen in Plakse Weide hebben een oriëntatie gebaseerd op de hiërarchie van het stedenbouwkundig plan. Het plan bestaat uit een 4-tal stedenbouwkundige eenheden; 1. De singelrand langs de Vergertlaan, 2. de overige randen langs de Rijksweg en N810, 3. De binnenrand langs het groene middengebied en 4, de groene scheggen tussen de bouwvelden in.
De woningen oriënteren zich ook volgens deze volgorde. Een woning op een hoek tussen een groene scheg en de singelrand
De hiërarchie binnen Plakse Weide
Stedenbouwkundige korrel
De stedenbouwkundige korrel van Plakse Weide is opgebouwd uit verschillende bouwvolumes. Een bouwvolume is één geheel in massa. In dit principe wordt ingegaan op de grondgebonden woningen. De appartementen worden apart behandelt.
De singelrand
•Een bouwvolume is opgebouwd uit 1 tot maximaal 5 woningen, die samen één geheel vormen in massa
•In de singelrand zijn maximaal 3 bouwvolumes opgebouwd uit meer dan 2 woningen
De overige randen, het middengebied en de scheggen
•Een bouwvolume is opgebouwd uit 1 tot maximaal 7 woningen, die samen één geheel vormen in massa
Rooilijn en voortuin
De groene scheggen
Voor de groene scheggen is een informeel groen woonmilieu het streefbeeld. Het realiseren van een rafelrand in de begrenzing van de scheggen draagt bij aan dit streefbeeld. De rafelrand wordt gemaakt door een combinatie van verspringingen in de rooilijn en erfgrens en de vormgeving van de overgang tussen openbaar en privé terrein.
In de scheggen wordt gestreefd naar een substantiële onderlinge verspringing van de voorgevelrooilijn tussen bouwvolumes. Ook wordt in de groene scheggen gestreefd naar een substantiële verspringing in de erfgrenzen aan de voorzijde van het kavel.
Daarom gelden de volgende uitgangspunten voor de groene scheggen:
•De rooilijn tussen hoofdvolumes verspringt substantieel
•Rijwoningen hebben een veranda met voldoende bruikbare diepte
•Alle overige woningen hebben een voortuin met een diepte van ten minste 2 meter
De randen en het middengebied
Ook in de randen en het middengebied is het belangrijk dat de woningen niet in dezelfde lijn staan zodat een informele ordening ontstaat.
Daarom gelden voor de randen en het middengebied de volgende uitgangspunten:
•Een verspringing in de voorgevelrooilijn tussen hoofdvolumes is aanwezig
•Vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen hebben een voortuin met een diepte van ten minste 3 meter
•Rijwoningen en de rug-aan-rug woningen hebben een voortuin met een diepte van ten minste 2 meter
Opdelen van bouwvolumes
Bouwvolumes met een lengte groter dan 5 woningen worden gefragmenteerd in eenheden van 4 of minder woningen.
Het fragmenteren van bouwvolumes wordt gerealiseerd door het toepassen van één of een combinatie van de volgende ingrepen:
•een verspringing van minimaal 0.50 meter in de gevel
•een verspringing in de goot
•een verspringing in de nok
•het toepassen van dwars- en langskappen
Rijwoningen in de groene scheggen worden niet gefragmenteerd, omdat de woningen verbonden worden door een veranda.
Gevarieerd straatbeeld
Een dorps straatbeeld is gebaat bij variatie. Variatie kan gevonden worden in typologieën, gevelcompositie, kaprichtingen, bouwhoogte, goothoogte en materiaalgebruik.
De rand
•De bouwvolumes van de appartementen hebben onderling een hoek groter dan 90°
•De massa van de bouwvolumes wijkt - ten opzichte van elkaar - af in hoogte. De bouwvolumes aan de rand zijn maximaal 4 bouwlagen hoog.
Het middengebied
•De bouwvolumes van de appartementen hebben onderling een hoek groter dan 90°
•De massa van de bouwvolumes wijkt - ten opzichte van elkaar - af in hoogte. De bouwvolumes in het middengebied zijn maximaal 5 bouwlagen hoog.
2Beeldkwaliteit
Inleiding op de beeldkwaliteit
Plakse Weide is een nieuwe wijk in Duiven. In de omgeving is geen kenmerkende beeldbepalende architectuurstijl aanwezig die aanleiding geeft voor aansluiting. Daarom kan in Plakse Weide worden ingezet op het ontwikkelen van een voor Duiven nieuwe, onderscheidende eigentijdse beeldkwaliteit.
De bebouwing vormt in beeldkwaliteit een familie. Binnen een herkenbare samenhangende beeldkwaliteit is ruimte voor individuele verschillen. De architectuur is eigentijds, strak, gaat uit van krachtige consistente gevelcomposities en straalt eenvoud en kwaliteit uit in een zorgvuldige, enigszins minimalistische detaillering. Er is eenheid in kleur, materialisering en een collectief thema.
Identiteit
In de omgeving komt van oudsher veel gemengde fruitteelt voor. In Plakse Weide wordt dit gegeven gebruikt voor het ontwikkelen van een collectieve en herkenbare identiteit. De architectuur is wat abstracter dan gebruikelijk is in Duiven maar niet afstandelijk of kil. Dit wordt bereikt door het toepassen van levendige materialen en kleurnuance, subtiele verbijzonderingen, plastiek en zachte overgangen tussen binnen en buiten, bijvoorbeeld met veranda’s.
Voorkom hinderlijke repetitie. Plakse Weide heeft een dorpse uitstraling. Daar past geen monotone repetitie bij. Daarom wordt toegewerkt naar een mix van typologieën. Zorg bovendien voor variatie per typologie.
Specials
In de wijk is ook ruimte voor specials. Een special is een woning die in uitwerking afwijkt van de beeldkwaliteit. Binnen Plakse Weide kunnen enkele bouwvolumes in beeldkwaliteit afwijken. De specials liggen verspreid in de wijk. Van specials wordt verwacht dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de wijk als geheel. Het is aan de architect om de CRK hier in te overtuigen.
Dit beeldkwaliteitplan zet de koers uit wat betreft de gewenste beeldkwaliteit, maar is niet in beton gegoten. Het kan zijn dat tijdens de ontwikkeling van de ontwerpen voortschrijdend inzicht ontstaat die aanleiding geeft om op onderdelen af te wijken. Het is aan de architect om afwijkingen te motiveren en aan welstand om te beoordelen of de voorgestelde afwijkingen bijdragen aan de kwaliteit van de wijk.
Fruit
Vanuit historisch perspectief gezien werd in de regio rond Duiven veel aan fruitteelt gedaan als onderdeel van het gemengd boerenbedrijf. De fruitteelt werd gezien als bijverdienste en niet als hoofdonderdeel van het boerenbedrijf. Het fruit moest daarom in niet te grote hoeveelheden tegelijk uit de boomgaarden komen. Deze regio karakteriseert zich dan ook door de grote diversiteit aan fruitbomen die – nog steeds – aangetroffen wordt in de regio.
Lijst van in de Liemers aangetroffen fruitbomen
Bron: Driepas - Historische Kring Duiven, Groessen,Loo
Beeldkwaliteit Grondgebonden woningen
Zoals benoemd is er behoefte aan een toegankelijk, warm, eigentijds en niet historiserend architectuurbeeld. Bij dit architectuurbeeld passen heldere eenvoud in compositie, aandacht voor licht en schaduw, overgangen tussen binnen en buiten en een zorgvuldige consistente detaillering.
Optionele uitbreidingsmogelijkheden, zoals erkers, dakkappellen en uitbouwen, mee ontwerpen en bespreken in de CRK.
Architectuurstijl: Eigentijds, strak, heldere samenhangende composities en eenvoud
Massa: Maximaal twee bouwlagen met een kap. Plastiek draagt bij aan de levendigheid van het volume.
Maximaal 1 dakkapel per woning Dakkapellen niet breder dan 3.20 meter
Gevelopeningen: Strakke en consistente ordening, heldere keuzes wat betreft plastiek(schaduwwerking), minimalistische detaillering
Veranda’s: In de groene scheggen veranda’s alleen aan rijwoningen. Verder kunnen veranda’s gebruikt worden voor specials of hoekaccenten. Veranda’s worden strak vormgegeven
Dak: Zadeldak, overwegend geen overstekken. Een overstek ter plaatse van een terugliggend geveldeel is altijd mogelijk
Een voorbeeld van veranda woningen, omlijsting van de veranda komt terug als kader van de raampartijen in de plint. Het voorbeeld kan als rijwoning of als rug-aan-rug woning worden toegepast.
Strakke compositie van gevelopeningen en plastiek. Door de terugliggende gevel ontstaat een overkapte buitenruimte als overgang tussen binnen en buiten. Zonder dakoverstek is compacter en sluit meer aan bij het gewenste beeld.
Plastiek in combinatie met materialisering. De houten voering in het terugliggende volume benadrukt ‘een buiten en een binnen’. Voorbeeld van een dakkapel in een andere materialisering dan de gevel. De dakkapel staat niet op de gevel maar integreert in de gevel.
De plastiek en terugliggende geveldelen verzachten de strakke vormgeving.
Strakke vormgeving, minimalistische detaillering, fraaie kleurstelling en materialisering in baksteen met hout detaillering. De plastiek maakt het volume toegankelijk en levendig door de schaduwwerking en verbindt binnen met buiten.
Een compact volume, strakke consistente detaillering.
Een mogelijke incidentele verbijzondering, voorkom repetitie.
Overgang openbaar-privé
De ruimten voor de woningen maken deel uit van de ontwerpopgave. Binnen Plakse Weide wordt nagestreefd dat voorruimten zo worden ontworpen dat bewoners deze ruimten ook daadwerkelijk als verblijfsruimte gaan benutten. Op deze manier wordt de voorruimte onderdeel van de woning en ontstaat er een verbinding met - en levendigheid in de buitenruimte.
Het is belangrijk dat in het woningontwerp nagedacht wordt over de vormgeving van de overgangen tussen binnen en buiten.
Bijvoorbeeld in de vorm van veranda’s, overdekte buitenruimten als onderdeel van de massa, gebouwde terrassen en mee-ontworpen bankjes of zitjes.
Het is belangrijk dat de vormgeving van de overgang tussen openbare en privéruimte past bij de locatie binnen Plakse Weide. Binnen een groene scheg past een veranda met een direct aansluiting op de groene buitenruimte goed. Aan de rand sluit een mee-ontworpen zitbank in combinatie met een groene haag juist beter aan bij de situatie.
Voor alle situaties geldt, dat de overgangen tussen de openbare en privéruimte in samenhang met de architectuur en eventuele erfafscheidingen worden vormgegeven.
Voorbeeld van vormgeving van de overgang tussen binnen en buiten door middel van een veranda. Hei en Jij, Kerkebosch, Zeist
Beeldkwaliteit Appartementen
De appartementengebouwen hebben verwantschap met elkaar en met de grondgebonden woningen. Deze verwantschap is zichtbaar in materiaalgebruik, kleur en architectuurstijl.
De appartementengebouwen zijn niet bedoeld als verticale, stedelijke objecten. Het streven is de gebouwen zoveel mogelijk contact te laten maken met de omgeving. Hierbij past een open - zo mogelijk horizontale - structuur. Voorkom het beeld van dozen met aangehangen onderdelen. Verbind buitenruimten tot volumes als onderdeel van het hoofdvolume en/of maak gelaagde volumes.
Ontwikkel voor de appartementen in de rand een structuur die zich zowel leent voor een meer gesloten gevel aan de wegzijde als een meer open gevel aan de naar de wijk gekeerde gevel.
Appartementengebouwen zijn alzijdig representatief.
Architectuurstijl: Heldere, eigentijdse strakke, krachtige gebouwstructuur, levendige gevelcomposities die rijk zijn aan plastiek en interessante verbijzonderingen in materialisering
Massa: Drie tot en met vijf bouwlagen
Gevelopeningen: Strakke compositie van gevelopeningen, mogelijke verspringingen in geveldelen en buitenruimten zodat een levendige gevel ontstaat zonder de eenvoud van het geheel te verliezen
Galerij/balkons: Galerijen en balkons zijn onderdeel van het hoofdvolume, werken mee in de gevelcompositie en vormen een overgang
Dak: Plat
Voorbeeld van een horizontale gevelcompositie met loggia’s. Een horizontale compositie oogt minder stedelijk dan een verticale compositie. De structuur leent zich voor een meer gesloten gevel in de buitenrand en een meer open gevel aan de naar de wijk toegekeerde gevel.
Voorbeeld van een raster met inpandige balkons en metselwerk puivullingen. De structuur leent zich goed voor de meer gesloten zijde in de buitenschil maar minder voor de naar de wijk toegekeerde zijde.
Voorbeeld appartementen sociaal programma. Door de balkons te clusteren met lamellen, vormen de balkons volumes als onderdeel van het hoofdvolume. In de beleving opent het gebouw zich naar zijn omgeving.
Voorbeeld van verfijning in de gevelcompositie. Met horizontale en verticale belijning en gemetselde terugliggende puivlakken. De structuur leent zich zowel voor de meer gesloten gevel in de buitenrand als de meer open gevel aan de zijde van de wijk.
Voorbeeld koopappartementen. Door de combinatie van volledig uitkragende vloeren en het toepassen van lamellen en scheidendingswanden toont het gebouw zich als volume met een terugliggende gevel.
Voorbeeld van een met begroeiing gefragmenteerde galerij of doorgaande balkon strook. Het gebouw opent zich naar zijn omgeving en voegt kwaliteit toe aan de openbare ruimte.
Galerij/Balkon
Maak balkons en galerijen onderdeel van het hoofdvolume zodat gelaagdheid ontstaat, bijvoorbeeld door het toepassen van lamellen.
Algemene beeldkwaliteit
Materialisering/Kleur
Strakke architectuur wordt gecombineerd met een warme blonde genuanceerde kleur en een levendige materialisering.
Levendigheid ontstaat door subtiele verbijzonderingen in de gevelvlakken en - met name - door reliëf. Bijvoorbeeld door toepassing van een steen met enig reliëf, verdiepte voegen en/ of uitstekende strekken. Vooral de schaduwwerking wekt met een wisselende zonnestand de gevel tot leven.
De kleur van kozijnen, puien, deuren, hekwerken en lamellen wordt afgestemd op de gevel zodat een zachte combinatie ontstaat. Het is daarbij belangrijk dat kozijnen rank worden uitgevoerd.
Materialisering is middels natuurlijke materialen. Innovaties en duurzame materialen worden toegejuicht.
Bergingen zijn antraciet van kleur.
Vlakke dakpan
Gevel
Kozijnen, puien, deuren, hekwerken en lamellen
Gevelbeplanting
Leifruit
Gevelbeplanting in het patroon van trellies
Inspiratie voor gevelpatronen gebaseerd op het patroon van trellies
Fruit
Vanuit historisch perspectief gezien werd in de regio rond Duiven veel aan fruitteelt gedaan als onderdeel van het gemengd boerenbedrijf. De fruitteelt werd gezien als bijverdienste en niet als hoofdonderdeel van het boerenbedrijf. Het fruit moest daarom in niet te grote hoeveelheden tegelijk uit de boomgaarden komen. Deze regio karakteriseert zich dan ook door de grote diversiteit aan fruitbomen die – nog steeds – aangetroffen wordt in de regio.
In Plakse Weide is fruitteelt tot centraal thema in de openbare ruimte gekozen. Fruit kan behalve in boomgaarden ook langs muren geteeld worden. Dit wordt leifruit genoemd. Er zijn allerlei verschillende vormen, patronen waarin fruit of gevelbegroeiing geleid kan worden.
Het streven is om het fruitthema ook terug te laten komen in de architectuur. Dit kan door gevelbegroeiing mee te ontwerpen, bijvoorbeeld in voorzieningen aan de gevel zoals het aanbrengen van trellies, spandraden en bevestigingspunten waarlangs de begroeiing zich kan ontwikkelen. Het kan ook door juist de patronen van leifruit als inspiratie te gebruiken in gevelcomposities of bijvoorbeeld in metselwerkpatronen. Betrek het thema leifruit/groen waar mogelijk in het ontwerp.
Voorbeelden leipatronen
Verbijzonderingen
Aandacht voor detail is essentieel bij het beoogde kwaliteitsniveau. Besteed aandacht aan entrees. Het is de plek waar iedereen binnenkomt. De verharding ten behoeve van de overgang naar de buitenruimte is daarin een belangrijk onderdeel. Maar, neem bijvoorbeeld ook buitenlampen, huisnummering etc. mee in het ontwerp.
Installaties
Neem installaties mee in de ontwerpcompositie en laat uitbreidingsmogelijkheden zien. Zorg dat eventuele energie-en koelingsinstallaties op platte daken vanaf maaiveld uit het zicht zijn opgelost.
PV-panelen worden mee-ontworpen in de ontwerpcompositie of op platte daken achter een dakopstand uit het zicht opgelost
Parkeren
Achterterreinen met parkeren worden groen en klimaatbestendig ingericht. Parkeervakken worden groen ingepakt door middel van hagen en heesterbeplanting met een maximale hoogte van 1.20 meter.
Op het achterterrein van de woningen wordt de haag op de erfgrens geplant. Het is niet toegestaan om schuttingen buiten de haag te plaatsen.
Bergingen worden achter de haag geplaatst, uit het zicht vanaf het parkeerterrein. De haag loopt dus door voor de berging langs. Betrek bergingen en carports in het ontwerpvoorstel.
Groene erfafscheidingen
Carpinus betulus - haagbeuk
Ligustrum ovalifolium - haagliguster
Cornus mas - gele kornoelje
Hedera helix - klimop
Als een groene erfafscheiding wordt toegepast als afscheiding tussen openbaar en privé terrein, dan wordt de afscheiding op de erfgrens gesitueerd om te voorkomen dat aan de buitenkant schuttingen worden geplaatst.
Afwisseling in hagen is gewenst vanuit het oogpunt van biodiversiteit en robuustheid van het groen. Maar, het algeheel beeld moet overzichtelijk en eenduidig blijven. Te veel afwisseling van soorten is daarom ongewenst.
Een haag wordt aangeplant in een dubbele rij in verschoven verband met paal en draad tegen doorlopen.
Een haag is maximaal 1.00 meter hoog aan de voorzijde van de woning. Na de achtergevel is de haag maximaal 2.00 meter hoog.
Om richting te geven aan de erfafscheidingen, is op deze pagina een suggestie gedaan van een aantal mogelijkheden.
3Beeldkwaliteit Openbare Ruimte
Verharding
Binnen het plan voor Plakse Weide is onderscheidt aanwezig tussen voetpaden en trottoir, maar ook tussen rijbanen in parkeerkoffers of de rijbanen voor de erftoegangswegen.
Er is onderscheidt tussen formele structuren (bijvoorbeeld trottoirs langs de erftoegangswegen) en informele structuren (bijvoorbeeld de voetpaden in de groene scheggen of het midden gebied. Per locatie is op basis van gebruik en status (formeel of informeel) een verhardingstype voorgeschreven. De uitwerking van het type verharding - bijvoorbeeld de klinkersortering - wordt in het inrichtingsplan bepaald.
Rijbaan erftoegangsweg:
Klinkers
kleur: roodbruin genuanceerd
Trottoir langserftoegangswegen:
Klinkers
kleur: roodbruin genuanceerd
Fietspad:
rode betontegels, rood asfalt of klinkers (roodbruin)
Voetpaden in de groene scheggen of het groene middengebied:
gebonden halfverharding (bijvoorbeeld padvast, graustabiel, stabilizer of gravilyn)
Parkeren inclusief de rijbanen:
groene open verharding eventueel gecombineerd met betonstraatstenen (bijvoorbeeld TTE infiltratieroosters, klosterman GreenSTON, hydro lineo, etc.)
Rijbaan/trottoir - klinker - roodbruin genuanceerd
Fietspad - rood asfalt, klinker - roodbruin gemeleerd of rode betontegel
Voetpad - gebonden halfverharding
Parkeren - groene open verharding of betonstraatsteen
Openbare verlichting
Lichtmasten hebben een modern en minimalistisch uiterlijk, passend bij de architectuur van appartementen en grondgebonden woningen. Lichtmast en armatuur hebben een tijdloos ontwerp. De armaturen worden uitgevoerd als paaltop op een conische mast in een donkere coating.
De lichtmasten worden opgesteld in een enkelzijdige opstelling
Meubilair
Het straatmeubilair heeft een modern en minimalistisch uiterlijk, passend bij de architectuur van appartementen en grondgebonden woningen. De stalen elementen van het straatmeubilair wordt uitgevoerd in een een donkere coating. Houtelementen in onbehandeld hardhout.
Speel- en sportvoorzieningen
Speel- en sportvoorzieningen voegen zich naar het landschap.
Informele speelplekken maaken gebruik van op die locatie aanwezige maaiveldkenmerken - denk bijvoorbeeld aan hoogteverschillen. Verder wordt gebruik gemaakt van informele spelaanleidingen zoals houten paaltjes, klimbomen of zwerfkeien.
In formele speelplekken worden ingericht met houten speeltoestellen die avontuurlijk spelen bevorderen.
Sportfaciliteiten zijn aanwezig voor alle leeftijden. Als fitnesstoestellen worden toegepast, dan worden deze ook uitgevoerd in hout.
In het hele plan wordt gewerkt met natuurlijke valondergronden als speelzand, speelgrind, gras of houtsnippers.
Informele speelplekken benutten de vormgeving van het landschap (wadi, hoogteverschil etc.) en voegen informele natuurlijke speelaanleidingen toe (boomstam, klimrots etc.)
Formele speeltoestellen worden uitgevoerd in hout en bieden de ruimte voor avontuurlijk spelen
Ruimte voor sporten voor zowel jong als oud. Fitnesstoestellen worden uitgevoerd in een natuurlijke, robuuste en informele afwerking
Groenstructuur
Boomstructuur
Gezien de historie van Duiven en omgeving met een grote diversiteit aan fruit is gezocht naar een concept dat naar die historische verbinding terugverwijst.
De scheggen worden gethematiseerd ingericht. Daarbij kan gedacht worden aan een fruitsoort (peren, appels, kersen etc.) per scheg en diversiteit in de variëteiten van diezelfde soort in de scheg. Naast een fleurig beeld in het voorjaar bieden de fruitbomen ook het fruit dat door bewoners en omwonenden geplukt en gebruikt kan worden. Het is hierbij belangrijk dat een goede mix gevonden wordt van vruchtdragende bomen waar mogelijk en gewenst en soorten sierfruit op locaties waar dit niet gewenst of mogelijk is.
De structuur strekt zich dan verder uit richting de recreatieve zone waar deze overgaat in een mix van fruitbomen en klimaatbomen. Onder klimaatbomen worden bomen verstaand die beter bestand zijn tegen grote wisselingen in klimaat (droogte naar nat, kou naar warmte) en die een bijdrage leveren aan biodiversiteit, natuurinclusiviteit en leefklimaat.
Voorbeelden van klimaatbomen zijn: Meidoorn, Els, Berk, Eik, Haagbeuk en Beuk.
De beplanting weergegeven op deze pagina’s is een suggestie en nog geen definitieve keuze. De definitieve keuze wordt gemaakt wanneer het inrichtingsplan wordt opgesteld. Daarbij is het belangrijk dat de juiste boom bij de juiste plaats gekozen wordt en dat ook aandacht wordt besteed aan de benodigde ondergrondse groeiruimte.
Mogelijkheden appelsoorten (sier- en fruitdragend)
Mogelijkheden pruimensoorten (sier- en fruitdragend)
Mogelijkheden perensoorten (sier- en fruitdragend)
Mogelijkheden kersensoorten (sier- en fruitdragend)
Mogelijkheden klimaatbomen
Groenstructuur
Wadi
De wadi’s in Plakse Weide zijn niet alleen in gebruik voor het vasthouden en vertraagd infiltreren van water. De wadi’s vervullen ook een functie als speelelement (wanneer droogstaand) en kunnen ook een bijdrage leveren aan de biodiversiteit binnen Plakse Weide.
In de basis zal de inrichting van de openbare ruimte van Plakse Weide bestaan uit een bloemrijk grasmengsel. Op plekken waar hier aanleiding voor is, wordt dit uitgebreid met inrichting met vaste planten of natuurlijke kruiden- en grassen.
De beplanting weergegeven op deze pagina is een suggestie en nog geen definitieve keuze. De definitieve keuze wordt gemaakt wanneer het inrichtingsplan wordt opgesteld.
Streefbeeld voor de wadi’s in Plakse Weide met bloemrijk grasmengsel en mogelijke verbijzondering in de vorm van vaste planten
Mogelijkheden kruiden en grassen in de wadi’s in Plakse Weide
Bijlage E Beeldkwaliteitplan De Ploen-Noord, Duiven
Inleiding
Voorliggend beeldkwaliteitplan Ploen Noord hoort bij het stedenbouwkundig plan Ploen Noord dat in oktober 2023 bestuurlijk is vastgesteld. Zowel het stedenbouwkundig plan als beeldkwaliteitplan zijn in opdracht van Van Wanrooij opgesteld door SVP in samenwerking met Adviesbureau Haver Droeze. De gemeente Duiven is gedurende dit proces intensief betrokken geweest.
In dit beeldkwaliteitplan is de identiteit van de buurt verder uitgewerkt en in woord en beeld toegelicht. Vervolgens is per deelgebied de beoogde beeldkwaliteit voor de woningen beschreven en vertaald in specifieke toetsingscriteria. Dit beeldkwaliteitplan dient enerzijds als inspiratie voor de architecten die de woningen gaan ontwerpen. En vormt anderzijds het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) bij de beoordeling van de bouwplannen voor de aanvraag omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet.
Leeswijzer
In dit beeldkwaliteitplan wordt eerst een korte samenvatting gegeven van het stedenbouwkundig plan (nb voor een meer uitgebreide toelichting is het document Stedenbouwkundig plan Ploen Noord opgesteld). Hierna wordt de inspiratie voor de beeldkwaliteit vanuit de gehouden enquete onder omwonenden én de historische, ruimtelijke context van de locatie beschreven. Vervolgens is de beeldkwaliteit vanuit deze inspiratie voor de woningbouw binnen de drie verschillende deelgebieden beschreven. En deze beeldkwaliteit is tot slot vertaald naar toetsingscriteria voor verschillende schaalniveaus van het bouwplan. In het beeldkwaliteitplan zijn verschillende referentiebeelden opgenomen ter inspiratie bij verschillende thema’s. Bij deze beelden is altijd aangegeven voor welk onderwerp of thema het beeld is bedoeld.
Afwijkingsbevoegdheid
In dit beeldkwaliteitplan zijn richtlijnen voor de beeldkwaliteit van de bebouwing en inrichting van de openbare ruimte gegeven. Het kan voorkomen dat er een ontwerp voor de bebouwing wordt ingediend dat niet aan de in dit beeldkwaliteitplan genoemde criteria voldoet maar wel van een positief advies kan worden voorzien. In dat geval bestaat de mogelijkheid gemotiveerd van de richtlijnen uit dit beeldkwaliteitplan af te wijken. Reden kan zijn dat een ontwerp anders is maar toch passend binnen de beoogde beeldtaal. Verder zijn de in dit beeldkwaliteitplan aangegeven referentiebeelden bedoeld om de ambitie weer te geven en dienen ze als inspiratie voor de architecten die de bebouwing gaan ontwerpen.
Stedenbouwkundig plan
Ligging locatie
De locatie Ploen Noord ligt binnen de Westsingel aan de noordzijde van Duiven. De locatie sluit aan op De Ploen, een recent ontwikkelde woonwijk gekenmerkt door compacte woonterpen in een groen landschap.
Langs de zuidrand grenst de locatie aan de Hogeweg en aan een perceel dat is gesitueerd aan de Hogeweg. De Hogeweg kenmerkt zich door een landelijk, groen karakter met grotere kavels met grenzend aan de locatie een stevige houtwal en een sloot.
Aan de zuidwestzijde is een woonwagenkamp met vier wagens gesitueerd en een weitje waar paarden op staan.
Aan de noord en oostzijde grenst de locatie aan het open agrarisch gebied van de rivierkomvlakte. Met in de bocht van de Westsingel een bosperceel.
ligging locatie Ploen Noord tussen Westsingel, wijk De Ploen, perceel Hogeweg en agrarisch buitengebied
Ruimtelijke en historische context
Omgeving locatie
De locatie voor Ploen Noord ligt deels op het rivierduin en deels in de overgangszone naar de polder. Duiven is ontstaan op dit hoger gelegen rivierduin, ook wel donk genoemd, ter plaatse van de huidige Hogeweg en de Ploenstraat.
De Hogeweg vormde over de uitloper van deze donk, een verbinding met de meer westelijk gelegen Eng, momenteel gesitueerd ten westen van de Westsingel.
Nabij de Ploenstraat liggen nog de restanten van de Havezate/ voormalig kasteel Huis Magerhorst en het versterkte huis De Ploen. De Hogeweg is nog steeds een smal landelijk pad waar verschillende (agrarische) erven aan zijn gesitueerd. De erven kenmerken zich door een combinatie van gebouwen zoals boerderij/ woonhuis, schuren en stallen. Ten oosten van de locatie is de Hogeweg momenteel niet openbaar toegankelijk,
In de overgangszone tussen rivierduin en rivierkomvlakte is het patroon van percelen anders en kleinschaliger dan in de rivierkomvlakte zelf. Ook vormt het in hoogte de overgang van hoog naar laag.
Deze historische en landschappelijke kenmerken zijn in het stedenbouwkundig plan ingezet om verschillende deelgebieden te definiëren en de nieuwe wijk te laten aansluiten bij de historische context.
landschappelijke zonering locatie Ploen Noord en omgeving
Stedenbouwkundig plan
Op basis van de analyse van de plek, de historie, de landschappelijke context, het programma en de gemeentelijke uitgansgpunten is een stedenbouwkundig plan opgesteld. De verschillen in landschappelijke identiteit (rivierduin, overgangszone en het bosperceel langs de Westsingel) vormen de basis voor de hoofdopzet van het plan. Een opzet met een drietal deelgebieden; Het Bos, Het Erf en Het Veld. De drie deelgebieden zijn als heldere bebouwingsclusters op een groen tapijt gesitueerd dat een sterke verbinding legt met het groen rond de terpen van De Ploen. Ook in Ploen Noord vormt het wonen aan het groen een belangrijke woonkwaliteit.
De wijk wordt voor de auto aangesloten op de Westsingel. Binnen de wijk ligt een lusvormige structuur rond Het Veld waar vandaan alle deelgebieden bereikbaar zijn. Het parkeren van de auto vindt deels langs de straat maar met name op gebundelde parkeerterreinen plaats. Voor langzaam verkeer komt er een directe verbinding met De Ploen en vervolgens naar de Rijksweg en verder. Bij de aansluiting op de West-singel komt een mogelijkheid de weg lopend en fietsend over te steken.
drie deelgebieden gebaseerd op landschappelijke zonering Ploen Noord
autostructuur
langzaam verkeerstructuur
groen- en waterstructuur
Beeldkwaliteitplan
BeeldkwaliteitplanPloen Noord
Samen wonen op de Donk zoals het begin van Duiven in de middeleeuwen is ontstaan, vormt de inspiratie voor Ploen Noord. De oorspronkelijke bebouwing bestond onder andere uit Havezaten, woonsteden en hoven die als sterk herkenbare clusters in het landschap lagen. De relatie met landschap, natuur en groen was sterk. Enerzijds als iets waartegen je je moest beschermen en anderzijds als iets waar je profijt van had in de vorm van voedsel en bescherming.
Inspiratie Magerhorst
In Ploen Noord liggen de drie deelgebieden, elk met een sterke eigen identiteit, in het groene landschap. Het groen biedt de bewoners een prettige omgeving waarin wordt gespeeld en bewogen en waarin ontmoeting plaats vindt. Daarnaast biedt het groen bescherming door de schaduw van bomen en voldoende ruimte om water te bergen wanneer er veel regen valt.
Voor de woningen is een stoer maar ook vriendelijk landelijk karakter, zoals bij Havezate Magerhorst herkenbaar is, het uitgangspunt. Lichte baksteen in aardse tinten als basis, gecombineerd met donkere (houten) vlakken in de gevel en op het dak. Per deelgebied zorgt een eigen kleurenpalet voor een duidelijke samenhang. Bijzondere toevoegingen zoals een gedraaide nok, dakopbouw, erker of luifel zorgen binnen elk deelgebied voor een vriendelijk gevarieerd beeld.
De relatie met het landschap en het groen komt ook tot uitdrukking in de overgang van de woning naar het openbaar gebied. Dit kan een groene overgang zijn in de vorm van een haag maar op sommige plekken is dit een pergola of veranda waardoor deze zone ook een gebruiksfunctie krijgt.
Participatie omwonenden
Op 26 oktober 2023 is een inloopavond geweest in het kader van het bestemmingsplan voor Ploen Noord. Tijdens deze avond en de weken erna konden omwonenden en geïnteresseerden middels een enquete aangeven welke beelden hen per deelgebied het meest aanspraken. Deze beelden zijn hiernaast weergegeven. Voor de verschillende deelgebieden zijn deze beelden, samen met de elementen vanuit havezate Magerhorst, meegenomen als inspiratie.
beelden Havezate Magerhorst en huidige boerderij De Ploen in Duiven
beeld appartementen deelgebied Het Bos
beeld woningen deelgebied Het Veld
beeld openbare ruimte Ploen Noord
beeld woningen deelgebied Het Erf
beeld woningen deelgebied Het Bos
beeld openbare ruimte Ploen Noord
beeld openbare ruimte Ploen Noord
beeld woningen deelgebied Het Erf
meest gekozen beelden per deelgebied in enquete uitgezet in het najaar van 2023 onder omwonenden en geïnteresseerden
Deelgebieden Ploen Noord
Binnen Ploen Noord onderscheiden we een drietal deelgebieden met elk een eigen sfeer en identiteit. De deelgebieden liggen in een groen lanschap. We onderscheiden Het Bos bij de auto entree vanaf de Westsingel, Het Veld in de overgangszone tussen rivierduin en rivierkomvlakte en Het Erf als onderdeel van de landelijke Hogewegzone op de rivierdonk. Hiernaast wordt de identiteit van de drie deelgebieden kort toegelicht. In de volgende paragraven wordt per deelgebied de beoogde beeldkwaliteit beschreven.
Het Bos
In het bos woon je ‘buiten’ en staan de openbare ruimte en de bebouwing in contact met de natuur. De bebouwing staat rond een open plek en tussen de bomen. De kleuren zijn licht en de materialen van de bebouwing dragen bij aan een luchtig beeld.
Het Veld
In het veld woon je samen en staan de woningen én de bewoners met hun voeten in het gras. De kleuren zijn aards en de relatie van de woning met het openbaar gebied is belangrijk.
Het Erf
In het erf is het landelijk wonen in de cultuurhistorische Hogewegzone met een moderne luxe. Een losse setting van verschillende bouwvolumes past binnen deze sfeer.
Ruimtelijke eenheden – bouwkorrels
Binnen de drie deelgebieden hebben de woningen en de bouwvolumes waarin ze zijn opgenomen een verschillende mate van samenhang. We noemen dit ruimtelijke eenheden en spreken daarbij ook wel van een grote of kleine korrel binnen het plan. We maken binnen Ploen Noord onderscheid in drie verschillende korrels;
•S (individuele woning)
•M (bouwvolume)
•L (bouwblok).
In Het Bos hebben de korrels de maat van het bouwvolume. Elk van de drie bouwvolumes wordt als één-heid ontworpen waarbij de individuele woning niet specifiek afleesbaar is binnen dit bouwvolume.
In Het Veld vormen juist de bouwblokken de korrel waarbij de drie blokken met rijwoningen een sterke relatie aangaan in het ruimtelijk beeld. Het bouwblok en de individuele woningen zijn ondergeschikt binnen dit bouwblok.
Op Het Erf komen twee verschillende maten korrels voor. Voor de special De Schuur geldt, net als in Het Bos, dat het bouwvolume de korrel is. En op Het Erf wordt de korrel bepaald door de individuele woning. Elke woning heeft een individuele uitstraling maar samen vormen ze wel een samenhangend beeld binnen Het Erf.
Erfscheidingen
In het plan speelt de relatie tussen de woning en de openbare groene ruimte een belangrijke rol. Voor het wonen aan het groen is de ruimte tussen de gevel en het openbaar gebied de plek waar de verbinding plaatsvindt. Voor een deel van de woningen wordt deze ruimte ingevuld met een veranda en/ of pergola zodat het een verlenging is van het wonen, een beschutte plek waar je buiten kunt zitten en er contact is met de buren en voorbijgangers.
Voor de woningen waar de directe relatie tussen wonen en groen minder sterk is, wordt een groene erf-scheiding geplaatst die de grens van de tuin definieert. In Het Erf wordt op de plek waar de zij- of achtertuin grenst aan het openbaar gebied een hoge haag (circa 1,8 meter hoog) geplaatst. Ter plaatse van de plan-grens wordt dit gecombineerd met een hoog hekwerk. En bij de woningen in Het Veld vormt een gemetselde, hoge muur in dezelfde steen als de woning, gecombineerd met groen, de erfgrens op de plek waar de zij- of achtertuin grenst aan het openbaar gebied.
Op de plek waar Het Erf grenst aan het particulier perceel aan de Hogeweg wordt een hoge haag gecombineert met een hoog hekwerk. Aan de achterzijde van de levensloopbestendige woningen van Het Veld wordt een hoog hekwerk met hedera geplaats op de overgang naar het buitengebied.
Bouwhoogtes
Binnen Ploen Noord worden verschillende bouwvolumes toegepast. Bij de entree van de wijk staat een appartementengebouw dat met een bouwhoogte van vijf bouwlagen een accent vormt bij de auto toegang. Naast dit accent en in de groenzone naar De Ploen staat een aantal bouwvolumes met rug aan rugwoningen die uit één bouwlaag met een hoge kap bestaan. Ditzelfde geldt voor de levensloopbestendige woningen aan de rand van Het Veld. Het Veld bestaat verder grotendeels uit rijwoningen met een bouwhoogte van twee bouwlagen met een kap. En tot slot geldt dit ook voor de woningen in Het Erf waarbij de kap- en/ of vorm op de derde bouwlaag varieert voor een meer divers beeld.
Kaprichtingen
Ruimtelijke accenten
Appartementengebouw bij entree wijk
Bij de entree van de wijk is het appartementengebouw een herkenbaar element. Het gebouw heeft een open en vriendelijke uitstraling en heet de bewoners en bezoekers welkom. Het gebouw is hoger dan de omringende bebouwing.
Schuur in het groen
De schuur staat als alzijdig gebouw in de groene Hogewegzone. En is daarbij een duidelijk herkenningspunt in de verbinding tussen De Ploen en Ploen Noord. Het gebouw heeft binnen de wijk een eigen identiteit door een specifiek matariaal- en kleurgebruik.
Hoekwoning als accent
Op verschillende hoeken van deelgebied Het Veld krijgen de woningen een verbijzondering. Deze duidt het belang van zowel de voor- als de zijgevel van de woning. Dit kan door een overhoeks raam, het toepassen van een ander gevelmateriaal of een verbijzondering in het metselwerk worden uitgevoerd.
Woning aan fietsroute vanuit De Ploen
De woning op de hoek van Het Erf vormt aan de fietsroute een subtiele verbijzondering. Het kan daarbij gezien worden als het hoofdhuis van Het Erf. Wat tot uiting kan komen door de bouwhoogte, een bijzonder volume of het toepassen van een afwijkend materiaal.
1appartementgebouw als accent
2schuur als bijzonder gebouw in het groen
3hoekwoning, accent in materiaal
4woning in erf accentueerd door vorm en kleur
Materialisatie, textuur en kleur
Aardse, overwegend lichte tinten baksteen vormen de basis voor de bebouwing in Ploen Noord. Gecombineerd met een zwart dak van donkere, vlakke, keramische (of kwalitatief vergelijkbare betonnen) pannen, aansluitend op De Ploen en zodat zonnepanelen op een eenvoudige manier kunnen worden opgenomen in de architectuur.
In de gevels ontstaat een spel van verschillende texturen metselwerk gecombineerd met een aanvullend materiaal met houtlook. De kozijnen, ramen en deuren worden uitgevoerd in een donkere tint, passend bij de overige materialen.
Samenhang binnen de verschillende deelgebieden maar ook binnen Ploen Noord is het uitgangspunt. Het is daarom belangrijk een samenhangend palet van materialen en kleuren te kiezen die in verschillende samenstellingen in de hele wijk worden toegepast.
Materialisatie en sfeer openbare ruimte
De inrichting van de openbare ruimte sluit aan bij het groene karakter van de buurt. De hoeveelheid verharding wordt geminimaliseerd ten gunste van groen en de verharding die wordt aangelegd bestaat zoveel mogelijk uit waterdoorlatende bestrating. Een deel van de waterberging zal in het openbaar groen plaatsvinden om piekbuien op te vangen. Hiertoe worden op verschillende plekken laagtes in het maaiveld aangebracht die gecombineerd kunnen worden met spelaanleidingen en een variatie aan beplanting.
Ook in de openbare ruimte zal in elke deelgebied een gebiedseigen sfeer worden gemaakt. Dit kan in de vorm van bestrating/ materialisatie, door keuzes in beplanting en bomen en/ of door elementen in het openbaar gebied. In het inrichtingsplan wordt dit in samenhang met het stedenbouwkundig plan en het bouwplanontwerp verder uitgewerkt.
straatstenen en grasparkeren
bestrating stoepen
materialisatie wandelpaden door groen
parkeerplaatsen in een waterpasserende steen
bestrating rijbanen
spelen’ in de buurt
waterberging com bineren met spelaanleidingen
spelen voor de deur
bomen langs de straat
natuurlijk spelen met water
natuurlijk spelen in het bos
natuurlijk spelen met water
Beeldkwaliteit Het Bos
Sfeer en identiteit Het Bos
In Het Bos woon je met de natuur en samen met je buren aan een gemeenschappelijke groene plek. Hier hebben de gebouwen een sterke relatie met het omliggende groen in de vorm van bosaanplant in de vorm van verschillende boomsoorten en heestergroepen. Naast bomen en beplanting bieden ook de gebouwen met begroeide gevels, nestkasten en verblijfplekken ruimte voor flora en fauna. Ze zijn natuurinclusief.
De gevels waar klimplanten tegenaan groeien, de grote balkons met ruimte voor groen aan de gevels en de ruime veranda’s en pergola’s bieden ruimte waar mensen tijd buiten kunnen doorbrengen. Het collectieve hof zorgt voor ruimte voor ontmoeting en een gemeenschapsgevoel.
De gebouwen vormen een ensemble in Het Bos waarbij ze met behoud van samenhang verschillen in uitwerking en kleur. De gebouwen zijn alzijdig en bieden ruimte voor natuur. De architectuur is modern met een strakke, verfijnde detaillering. Hierbij gaan de gebouwen een relatie met de bomen, het bos en het groene hof aan.
Toetsingscriteria Het Bos
Bouwvolume
•Heldere alzijdige bouwvolumes waarbij de gevels bijdragen aan een zachte overgang tussen wonen en natuur. (1)
•Volumes laagbouw: één bouwlaag met een kap en refereren aan schuurachtige volumes. Hierbij zijn de buitenruimten geïntegreerd onderdeel van het hoofdvolume. (3)
•Eventuele eenduidige dakkapellen worden als losse elementen toegevoegd aan het hoofdvolume, zonder het schuurkarakter aan te tasten.
•Bij de laagbouw worden de bergingen geclusterd in een los bouwvolume dat in beeld aansluit bij de woningbouw. Bij de appartementen worden de bergingen inpandig ingepast.
•Het appartementengebouw vormt een accent bij de entree en uitgang van de wijk, zowel in hoogte als uitstraling. Het gebouw heeft een eigen identiteit maar maakt deel uit van het ensemble in het bos.
•Het appartementengebouw bestaat uit vier bouwlagen met een verbijzonderde vijfde laag. (2) Deze verbijzondering draagt bij aan meer lucht, bijvoorbeeld door terugliggende gevel(delen), een kap, buitenruimten die binnen het gevelvlak liggen of het toepassen van een afwijkend materiaal.
Gevelindeling
•Losse en speelse gevelindeling passend bij de natuurlijke omgeving.
•De drie volumes zijn alzijdig ontworpen met voldoende gevelopeningen in alle gevels.
•De koppen van de laagbouw krijgen een open uitstraling waarbij de schaal past bij het kleinschalige karakter.
•De plaatsing van balkons aan het appartementengebouw draagt bij aan het losse, speelse beeld en volgt geen vast ritme. (2)
•Variatie in type gevelopeningen en een slimme positionering draagt bij de appartementen bij aan het losse, speelse gevelbeeld.
•Klimplanten in de volle grond die via staaldraden langs de gevel groeien dragen bij aan de zachte overgang tussen wonen en natuur.
•Nestkasten en andere natuurinclusieve maatregelen worden in het gevelontwerp meegenomen.
losse, speelse gevelindeling appartementen
wonen aan een gemeenschappelijk groen hof
(1) gevel draagt met beplanting, pergola en uitvoering en positionering balkons bij aan zachte overgang tussen wonen en natuur
(2) verbijzondering vijfde bouwlaag en losse, speelse gevelindeling
(3) veranda of pergola is mee ontworpen met het hoofdvolume en vormt de overgang privé – openbaar
bouwvolume rug aan rug woningen met losse dakkapellen
Kleur en materialisatie
•Aardse tinten baksteen als basismateriaal waarbij er kleurverschillen tussen de drie gebouwen mo-en zijn.
•Met een andere kleur baksteen of materiaal wordt de samenhang tussen de drie gebouwen gelegd.
•De kozijnen, ramen en deuren worden uitgevoerd in een donkere tint.
•De kappen bij de laagbouw worden uitgevoerd in een donkere, vlakke, keramische pan of een kwalitatief gelijkwaaardige betonnen dakpan.
•De eventuele vijfde laag van het appartementengebouw draagt door een afwijkende kleur- en of materiaalkeus bij aan een beeld met meer lucht.
•De bergingen van de laagbouw worden uitgevoerd in een bij de woningen passend materiaal.
•Veranda’s/ pergola’s worden in hout, staal of een ander bij het ontwerp passend materiaal uitgevoerd.
•Eventuele onderdelen voor technische installaties worden uit het zicht en in een kleur passend bij het ontwerp uitgevoerd.
•De plaatsing van zonnepanelen is onderdeel van het ontwerp waarbij een rechthoekig vlak uitgangspunt is.
Overgang met openbare ruimte
•De overgang van de woning naar de omgeving heeft een groen en natuurlijk karakter.
•Bij de laagbouw is een veranda of pergola onderdeel van het hoofdvolume. Deze elementen worden tevens ingezet voor de overgang van privé naar openbaar. Beplanting in de volle grond wordt meegenomen voor een groene overgang.
•Het appartementengebouw ligt met de begane grond circa 50 cm boven het omliggend maaiveld om de privacy van de woningen te vergroten.
•De terrassen van de begane grond appartementen liggen in de gemeenschappelijke, groen ingerichte tuin rond het gebouw en worden passend bij het gebouw uitgevoerd.
•Rond de gemeenschappelijke tuin bij de appartementen komt een groene lage haag op de overgang tussen privé en openbaar gebied.
•De balkons van de appartementen dragen bij aan een zachte overgang tussen wonen en natuur. (4).
suggestie voor kleurenpalet en materialen
pergola en/ of veranda onderdeel van hoofdvolume
dakkapel als losse elementen toegevoegd
(5) beplanting op de gevel
(5) beplanting op overgang tussen buitenruimte en pad
(6) suggestie voor kleurgebruik drie bouwvolumes
(7) kleurgebruik laagbouw
(7) kleur- en materiaalgebruik laagbouw
Beeldkwaliteit Het Veld
Sfeer en identiteit Het Veld
In Het Veld woon je aan het groen. Het versterken van de directe relatie tussen het wonen en het groen is een belangrijk uitgangspunt. De veranda’s en pergola’s op de overgang van de woning naar het groen spelen hierbij een belangrijke rol in. Ze zijn onderdeel van de architectuur en samen met de andere erfscheidingen geven ze dit deelgebied een sterke identiteit als samenhangend cluster in het groen.
De bebouwing is stoer en rustig met elegante en moderne details. De woningen zijn eigentijds en met eenvoudige horizontale lijnen vormgegeven. Samenhang in beeld draagt bij aan zowel de rust als de identiteit van het wonen in Het Veld.
In het groen voor de deur wordt veilig gespeeld want het is er autovrij. Bewoners zitten op de veranda, zien elkaar, kletsen, lezen en genieten. In de natuurlijk ingerichte zones worden lagere plekken gemaakt waar water kan worden geborgen bij hevige regenval.
Het regenwater van de woning wordt hier op een zichtbare manier naartoe geleid. Bomen zorgen voor schaduw maar zijn ook fijne plekken voor vogels en insecten. Een heerlijke woonplek met de natuur voor de deur. De blokken in het veld hebben een duidelijke samenhang in architectuur.
Toetsingscriteria Het Veld
Bouwvolume
•De bouwvolumes in Het Veld worden in samenhang ontworpen en stralen een sterke identiteit en een rustig beeld uit. (1)
•De drie bouwblokken met rijwoningen vormen samen een sterk ensemble waaraan de rooilijn, de volumes, kaprichting en erfscheidingen bijdragen. (2)
•De tweekappers krijgen een eigen uitwerking maar zijn in architectuur duidelijk onderdeel van het deelgebied.
•Elke bouwblok is ontworpen als een eenheid (1)
•De bebouwing is één of twee lagen met een langskap evenwijdig aan de aangrenzende openbare ruimte.
•Aan de noordzijde zorgen subtiele sprongen in de rooilijn, goothoogte of daklijn voor een speels beeld.
Gevelindeling
•Horizontaliteit vormt de basis voor het gevelontwerp.
•De veranda’s/ pergola’s dragen bij aan de horizontaliteit.
•In het gevelbeeld is de individuele woning ondergeschikt aan het totale bouwvolume.
•De accentwoningen op de hoeken vormen in bouwhoogte, gevelontwerp, positie van de entree of een toevoeging in de vorm van een dakopbouw een bijzondere beëindiging van de rij.
•Bij alle hoekwoningen is het overhoeks ontwerpen van de gevels het uitgangspunt. Dit kan bijvoorbeeld door een overhoeks raam of een vlak met bijzonder metselwerk of een ander materiaal de hoek om te zetten. (3)
•Alle zijgevels van de woningen worden mee ontworpen en hebben een open en bij de woning passende uitstraling.
•Nestkasten en andere natuurinclusieve maatregelen worden in het gevelontwerp meegenomen.
Kleur en materialisatie
•Baksteen is het basismateriaal.
•Aardse tinten van licht tot donkerbruin.
•Andere materialen of vlakken met bijzonder metselwerk dragen bij aan de samenhang en de horizontaliteit in het ontwerp.
•Veranda’s/ pergola’s worden in hout, staal of een ander bij het ontwerp passend materiaal uitgevoerd.
•Zwarte, vlakke, keramische (of kwalitatief vergleijkbare betonnen) pannen voor het dakvlak.
•Tuinmuren worden uitgevoerd in dezelfde baksteen als de bijhorende woning.
•Eventuele onderdelen voor technische installaties worden uit het zicht en in een kleur passend bij het ontwerp uitgevoerd.
•De plaatsing van zonnepanelen is onderdeel van het ontwerp waarbij een rechthoekig vlak uitgangspunt is.
sterke relatie tussen wonen en openbaar gebied door veranda’s/ pergola’s
(1) eenheid
(3) voorbeeld accent hoekwoning, de hoek om ontwerpen
sterke relatie tussen wonen en openbaar gebied door veranda’s/ pergola’s
suggestie voor kleurenpalet en materialen
Overgang met openbare ruimte
•De woningen aan de twee centrale groene zones worden uitgevoerd met een veranda/ pergola aan de voorzijde. (3)
•De overige woningen krijgen een lage groene haag als erfscheiding aan de voorzijde en een deel van de zijtuin.
•Daar waar de achtertuin grenst aan het openbaar gebied en aan de parkeerkoffers wordt een gemetselde muur, in dezelfde steen als de woningen, gecombineerd met groen.
•Aan de achterzijde van de levensloopbestendige woningen, op de grens van het plangebied, wordt een met groen begroeid hoog hekwerk geplaatst waarbij het hekwerk voor de eventuele bergingen langs gaat.
•De hoge erfscheidingen aan de zijkant van de rijwoningen staan niet voorbij de voorgevellijn van de achterliggende rijwoningen.
combinaties van metselwerk met vlakken bijzonder metselwerk en ander materiaal
(4) suggesties voor hoekaccenten
samenhang in beeld door eenduidige architectuur, materiaalgebruik en inzetten van verbijzonderingen
Beeldkwaliteit Het Erf
Sfeer en identiteit Het Erf
Op Het Erf woon je samen rond een collectieve ruimte met de luxe van een ruime eigen tuin. Het is een bijzonder buurtje waar de woningen verschillend zijn maar er toch samenhang is in de totale uitstraling. Ook de positionering, de verschillende kaprichtingen en de materialisatie draagt hieraan bij. Een landelijke uitstraling met moderne luxe.
De gebouwen vormen een ensemble waarbij ze met behoud van samenhang verschillen in uitwerking en kleur. De gebouwen zijn alzijdig en bieden ruimte voor natuur. De architectuur is modern met een strakke, verfijnde detaillering. Hierbij gaan de gebouwen een relatie met het groen en de centrale erfruimte aan.
Op de hoek van de centrale groene zone naar De Ploen staat een woning die als bijzonder volume een accent functie heeft. Dit kan bijvoorbeeld in kapvorm, oriëntatie of kleurgebruik.
Toetsingscriteria Het Erf
Bouwvolume
•De bebouwing is maximaal 2 bouwlagen + kap.
•De volumes zijn helder en de nokrichting varieert. (1)
•Aan alle zijden van de volumes wordt een overstek toegepast.
•De accentwoning mag in bouwvolume afwijken.
•De garages en andere aangebouwde delen worden mee ontworpen met de woning.
Gevelindeling
•Variatie in de gevelindeling door toepassen verschillende kozijnmaten
•Verbijzonderingen als erker, frans balkon, dakkapel, luifel toepassen (2)
•Accenten aanbrengen in de gevel door vlakken met verschillende metselverband of ander materiaal.
•Bij alle hoekwoningen is het overhoeks ontwerpen van de gevels het uitgangspunt. Dit kan bijvoorbeeld door een overhoeks raam of een vlak met bijzonder metselwerk of een ander materiaal de hoek om te zetten.
•Alle zijgevels van de woningen worden mee ontworpen en hebben een open en bij de woning passende uitstraling.
•De accentwoning wijkt in gevelindeling af.
Kleur en materialisatie
•Baksteen is het basismateriaal.
•Aardse tinten van licht tot donkerbruin met de mogelijkheid voor één hele lichte en één hele donkere woning bij voorkeur voor de accentwoning.
•Andere materialen of vlakken met bijzonder metselwerk dragen bij aan de samenhang in het ontwerp.
•De combinaties van materialen en kleuren is per woning anders maar wel binnen een vast palet van kleuren en materialen. Hierdoor is er verschil maar ook samenhang.
•Een bouwvolume mag niet dezelfde kleur hebben als het bouwvolume ernaast (3)
•De garages worden in hetzelfde materiaal uitgevoerd als het hoofdvolume.
•De accentwoning mag in kleur en materiaal afwijken.
•Eventuele onderdelen voor technische installaties worden uit het zicht en in een kleur passend bij het ontwerp uitgevoerd.
•De plaatsing van zonnepanelen is onderdeel van het ontwerp waarbij een rechthoekig vlak uitgangspunt is.
(1) variatie in kaprichtingen
(2) accentwoning op hoek groenzone vanuit De Ploen
gedraaide nok
dakkapel
overgang de hoek om – dakopbouw
overgang openbaar – privé
spelen met verschillende materiaal vlakken
schoorsteen als accent
overgang de hoek om - raam en vlak materiaal
overgang openbaar - privé
Overgang met openbare ruimte
•Groene overgang tussen voortuin een gemeenschappelijk erf.
•Daar waar de zij- of achtertuin grenst aan het openbaar gebied een hoge groene erfscheiding toepassen.
(1) kleur gebruik gevarieerd
suggestie voor kleurenpalet en materialen
suggesties voor combinaties van kleuren en materialen
suggesties voor combinaties van kleuren en materialen
Beeldkwaliteit De Schuur (special Het Erf)
De schuur
‘De schuur’ staat als bijzonder en uniek volume in de Hogewegzone. Het is een echte eyecatcher. Een solitair gebouw met schuurwoningen aan de groene verbinding met De Ploen. Met een landelijk sfeer die past bij de positie tussen de historische boerenerven en agrarische veldjes.
De schuurwoningen stralen landelijkheid uit. Dit komt enerzijds tot uitdrukking in een bouwvolume met een lage goot en een prominente kap. En anderzijds in de materialisatie die refereert aan de schuur met houten geveldelen, grote openingen, staldeuren, etc. Dit kan hout/ houtlook zijn in een donkere kleur of vergrijsd. Gecombineerd met een zelfde tint kozijnen, deuren en ramen of juist een sterk contrasterende kleur.
Toetsingscriteria De Schuur (special Het Erf)
Bouwvolume
•Een schuurvolume van één bouwlaag met een zadeldak vergelijkbaar met volumes Het Bos.
•Helder, eenvoudig vormgegeven volume.
•Eventuele eenduidige dakkapellen worden als losse elementen toegevoegd aan het hoofdvolume, zonder het schuurkarakter aan te tasten.
•Dakoverstek mogelijk.
•De bergingen zijn opgenomen in een apart volume met dezelfde uitstraling als het hoofdvolume.
Gevelindeling
•Sterke ritmiek herkenbaar in het gevelontwerp.
•Verticaliteit in de langsgevels toepassen.
•Alle kopgevels worden mee ontworpen en hebben een bij een schuur passende uitstraling.
Kleur en materialisatie
•De schuur is uitgevoerd in donker of vergrijsd hout met een donker vlak dak.
•De kozijnen, ramen en deuren worden uitgevoerd in een donkere tint.
•De bergingen van de laagbouw worden uitgevoerd in zwart of vergrijsd hout.
•Eventuele onderdelen voor technische installaties worden uit het zicht en in een kleur passend bij het ontwerp uitgevoerd.
•De plaatsing van zonnepanelen is onderdeel van het ontwerp waarbij een rechthoekig vlak uitgangspunt is.
Overgang met openbare ruimte
•Veranda/ pergola als buitenruimte meegenomen in het hoofdvolume.
schuurvolume
buitenruimte als onderdeel van bouwvolume
(1) eenvoudig schuurvolume
(2) verschill tussen langs- en kopgevels
(3) veranda
(4) materiaal en verticaliteit in gevelontwerp