Aanhef
Inleiding
De huidige beleidsregels zijn in 2022 ingegaan. Door het stoppen met deelname aan de collectieve zorgverzekering zijn er een aantal wijzigingen nodig in de voorwaarden van de regelingen in het minimabeleid.
De beleidsregels minimabeleid zijn bedoeld om alle beleidsregels van het minimabeleid en inkomensondersteuning in een overzicht te hebben. Wel blijft er nog een aparte verordening voor de Individuele Inkomenstoeslag en een aparte verordening voor de Individuele Studietoeslag.
De beleidsregels minimabeleid gaan in op 1 januari 2026.
De inhoudelijke wijzigingen betreft:
-Vervallen deelname aan collectieve zorgverzekering. Het is niet meer mogelijk deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering. Per 1 januari 2026 stopt de Gemeente Duiven met deelname. Inwoners moeten zelf een zorgverzekering afsluiten die past bij hun zorgbehoefte.
-Hiermee wijzigen ook de voorwaarden van de regeling voor inwoners met meerkosten wegens een chronische ziekte en/ of beperking of vanaf de pensioengerechtigde leeftijd. De voorwaarden voor dat mensen die deelnemen aan de collectieve zorgverzekering GV 3 automatisch recht hebben op deze regeling vervalt. Zij kunnen wel via de overige voorwaarden gebruik maken van de regeling chronisch zieken en /of beperking. Hierbij is ook de verruimde inkomensgrens tot 140% opgenomen. Voor deze regeling zijn de voorwaarden nieuw, omdat deze alleen werd toegekend bij de collectieve zorgverzekering GV 3.
-Toegevoegd is een nieuwe regeling: Stichting Babyspullen verzorgt op verzoek van een verloskundige of hulpverlener een babyuitzet voor inwoners die hier zelf geen financiële draagkracht voor hebben.
Leeswijzer
Als eerste is een begrippenlijst opgesteld met de meest voorkomende begrippen. Daarna volgt een algemeen deel met de voorwaarden. Vervolgens is er een uitwerking in de aangewezen groepen voor minima/inkomensondersteunende regelingen.
De groepen betreffen:
•een groep algemeen (voor deelname aan sport, sociale en culturele activiteiten/Gelrepas).
•Eén regelingen voor de groep mensen met een chronische ziekte en/of beperking en voor de groep ouders en kinderen.
•Tot slot een op zichzelf staande regeling voor vervanging witgoed/noodzakelijke huishoudelijke apparaten. Deze regeling is extra voor de vervanging witgoed, waarbij uitsluitend apparaten met een duurzaamheidslabel van E of F (in ieder geval lager dan G) voor vergoeding in aanmerking komen (voormalig A+ of A++). Hierbij spelen milieubewustzijn een rol en ook het terugdringen van energiekosten voor de inwoners. Dit is extra actueel geworden door de verwachte toename energiekosten.
Begrippen
•Bijstandsnorm: de maximum-uitkeringsbedragen uit de Participatiewet. De toepasselijke bijstandsnorm is het uitkeringsbedrag dat afhangt van leeftijd en gezinssituatie
•Draagkracht: wat de inwoner zelf kan bijdragen aan de kosten
•Toepasselijke bijstandsnorm: de hoogte van de bijstand is gebaseerd op de persoonlijke situatie, bijvoorbeeld de alleenstaande norm, de alleenstaandeoudernorm en de norm voor een echtpaar/gezin
•Vermogen: het vermogen onder de vermogensgrens die in de Participatiewet genoemd staat
•Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van Duiven
•Inwoner: de persoon die een rechtstreeks belang heeft bij een besluit van de gemeente (de belanghebbende uit artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht) en zijn gezin
•Wet: Participatiewet
•Hulpverlener: een professional die ondersteuning, begeleiding of zorg biedt aan (aanstaande) ouders en gezinnen. Dit kan onder meer een medewerker uit het sociaal domein, de jeugdgezondheidszorg, het maatschappelijk werk of een wijkteam zijn. De hulpverlener signaleert ondersteuningsbehoeften, verwijst indien nodig door en kan betrokken zijn bij de aanvraag, toekenning of overdracht van een babystartpakket
•Hoofdbewoner: de persoon die officieel staat ingeschreven op het adres van de aanvraag in de Basisregistratie Personen (BRP) en als eerste eigenaar of huurder staat aangemerkt voor de woning
•Bijzondere bijstand versus minimaregelingen/inkomensondersteunende regelingen: voor bijzondere bijstand moet sprake zijn van noodzakelijke kosten en bijzondere omstandigheden, waar onderzoek naar wordt gedaan. Bij bijzondere bijstand is sprake van een draagkrachtberekening (geen harde inkomensgrens). Via de draagkrachtberekening wordt het inkomen en vermogen vastgesteld om te bepalen welke kosten men zelf kan betalen
Bij minima/inkomensondersteunende regelingen is er sprake van een inkomensgrens tot 120% van de bijstandsnorm. Ook mag hier het vermogen niet hoger zijn dan het toepasselijke vrij te laten vermogen. Er wordt gebruik gemaakt van de inkomenstoets. Wanneer iemand een bijdrage chronisch zieken aanvraagt wordt onderzocht of hij/zij voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen.
Beleidsregels minimabeleid Duiven 2026