Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven maken bekend dat de gemeenteraad op 14 februari 2023 heeft vastgesteld:
de beleidsnotitie ‘Huisvesting internationale werknemers gemeente Duiven’
1. Huisvestingsbeleid gemeente Duiven
1.5 Begripsbepaling en wijze van meten
1.5.1 Begripsbepaling
In deze beleidsregels worden de volgende begrippen gehanteerd:
a) Internationale werknemers: alle werknemers in Nederland zonder Nederlandse nationaliteit en in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever, die binnen twee maanden na de eerste komst naar Nederland aan het werk zijn;
b) Short-stay: een verblijfsduur tot één jaar;
c) Midstay: een verblijfsduur van één jaar tot drie jaar;
d) Longstay: een verblijfsduur van langer dan drie jaar;
e) Huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid;
f) Eengezinswoning: een woning die is bedoeld voor bewoning door één huishouden.
Deze beleidsregels hebben betrekking op internationale werknemers als hiervoor bedoeld onder a. Voor internationale kenniswerkers en internationale werknemers die langer dan drie jaar in de gemeente verblijven (longstay), zijn deze beleidsregels niet van toepassing.
1.5.2 Wijze van meten
In deze beleidsregel zijn afstanden opgenomen tussen huisvestingslocaties en huisvestinglocatie en voorzieningen. De afstanden worden hemelsbreed gemeten.
1.7 Uniforme eisen van nieuwe huisvestingsinitiatieven internationale werknemers
1.7.1 Uniforme kwaliteitseisen
De volgende uniforme kwaliteitseisen gelden voor nieuwe huisvestingsinitiatieven in de gemeente Duiven:
Uniforme kwaliteitseisen nieuwe huisvestingsinitiatieven gemeente Duiven
•Huisvesting internationale werknemers is alleen toegestaan in bestaande bouw of waar bebouwing is toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan (na inwerkingtreding Omgevingswet: lokaal omgevingsplan). In het geval dat er strijdigheid met het bestemmingsplan optreedt, is een omgevingsvergunning of een bestemmingsplanherziening nodig.
•Huisvesting waar bedrijfsmatig kamers worden verhuurd of huisvesting met 3 of meer kamers beschikt over een exploitatievergunning.
•Huisvesting beschikt over een vergunning brandveilig gebruik (bij meer dan 10 personen) dan wel melding brandveilig gebruik (bij 5 tot 10 personen)
•Huisvesting voldoet aan de eisen die het Bouwbesluit stelt (Besluit bouwwerken leefomgeving).
•Huisvesting voldoet minimaal aan de eisen van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten (Roemernorm) en beschikt over het keurmerk van SNF (Stichting Normering Flexwonen) tot het moment dat het keurmerk de eisen van Roemer integreert.
•Elke internationale werknemer beschikt over een eigen slaapkamer met een gebruiksoppervlak van minimaal 5,5 m2. In het geval een internationale werknemer een duurzame relatie onderhoudt met een andere internationale werknemer, kan een slaapkamer gedeeld worden.
•Slaapplaatsen mogen niet per etmaal aan 2 verschillende internationale werknemers worden aangeboden (dag-nachtploeg).
•Elke internationale werknemer beschikt minimaal over 15 m2 gebruiksoppervlak (GBO).
•Het bedrijf én de locatie dienen te zijn aangesloten bij- en gecertificeerd door SNF.
•Huisvesting beschikt over ruimte ter ontspanning, sport en spel passend bij omvang huisvestingsvoorziening.
•Huisvesting beschikt over voldoende ruimte voor de opslag van fietsen, tuinmeubilair, e.a.
•Huisvesting beschikt over voldoende capaciteit voor verzamelen van afval, waarbij wordt voldaan aan de in de gemeente geldende eisen voor het scheiden en aanbieden van afval.
•De huurprijs is gebaseerd op de maximale huurprijs volgens het woningwaarderingsstelsel voor kamerverhuur van het Rijk.
•Internationale werknemers beschikken over een schriftelijk huurcontract met een opzegtermijn van minimaal één maand. Indien de verwachting is dat het verblijf korter dan vier maanden zal zijn, volstaat een huurcontract ‘naar aard van korte duur’ met een opzegtermijn van minimaal 2 weken.
•Huisvesting mag alleen worden gebruikt voor huisvesting van internationale werknemers
7Waarbij ook artikel 1.8.3 van toepassing is.
. De huisvesting is daarbij qua aard en inrichting niet geschikt voor kinderen of gezinnen. Het is dan ook niet toegestaan personen onder de 18 jaar in de voorziening te huisvesten.
•Het huisvestingsinitiatief voldoet aan de vigerende parkeernormen (Parkeernormennota 2018 of diens rechtsopvolger);
•Wanneer het uitzendbureau huisvesting aanbiedt, dient de uitzender aangesloten te zijn bij Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABBU) of Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU).
•De huisvester is verplicht per complex een (digitaal) nachtregister bij te houden voor internationale werknemers die niet staan ingeschreven als bewoner in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente. Minimaal 1 keer per kwartaal wordt het overzicht overhandigd aan de gemeente wanneer het overzicht niet digitaal beschikbaar is. Tevens wordt een actueel nachtregister verstrekt op verzoek van de gemeente.
•De gehuisveste internationale werknemers zijn werkzaam binnen een straal van 15 kilometer van de huisvestingslocatie. Hierover worden afspraken gemaakt met de huisvester.
•Hoewel er geen maximum wordt gesteld aan het aantal internationale werknemers dat op een locatie mag worden gehuisvest, kan het aantal te huisvesten internationale werknemers op een locatie wel worden beperkt. Redenen kunnen onder meer zijn: het waarborgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, de kwaliteit van de huisvesting, ruimtelijke- en stedenbouwkundige voorwaarden (ruimte op het perceel, aansluiten van bebouwing bij omgeving) en landschappelijke inpassing.
•Naar behoeve legt de gemeente aanvullende afspraken met de huisvester vast in een beheersovereenkomst (publiek-private samenwerkingsovereenkomst).
1.7.2 Uniforme beheereisen
De volgende uniforme beheereisen gelden voor nieuwe huisvestingsinitiatieven in de gemeente Duiven:
Uniforme beheereisen nieuwe huisvestingsinitiatieven gemeente Duiven
•Huisvesting beschikt over huis- en gedragsreglement in de taal van de aanwezige bewoners. Het huis- en gedragsreglement bevat informatie over hoe het beheer en toezicht is georganiseerd, het bevat belangrijke telefoonnummers en stelt de maatregelen vast wanneer – in ieder geval, maar niet uitsluitend – het volgende wordt geconstateerd:
-Het gebruik van hard- en/of softdrugs;
-Structureel overmatig alcoholgebruik;
-Foutief parkeren van voertuigen in het openbaar gebied in de directe nabijheid van de huisvestingslocatie;
-Het veroorzaken van geluidsoverlast;
-Schuldig maken aan openbare geweldpleging.
•Huisvesting beschikt over een beheerplan dat informatie bevat over hoe het beheer en toezicht op de locatie is georganiseerd, en hoe het contact met omwonenden is ingevuld. Dit beheerplan wordt desgewenst in samenwerking met omwonenden opgesteld.
•Op huisvestingslocaties is 24/7 beheer dat te allen tijde bereik- en inzetbaar is, het uitgangspunt
824/7 beheer betekent niet dat de beheerder 24 uur per dag aanwezig en aan het werk hoeft te zijn, maar wel dat deze persoon/personen 24/7 bereikbaar zijn en indien nodig snel op locatie aanwezig kunnen zijn.
. Bij huisvestingslocaties met meer dan 100 personen, is 24/7 een fysieke beheerder aanwezig. Bij kleinere locaties volstaat (digitaal) toezicht op afstand.
•Huisvesting beschikt over een vast aanspreekpunt voor de bewoners, gemeente, hulpdiensten en omwonenden. Deze persoon is 24/7 bereikbaar.
•De locatie beschikt over een klachtenreglement waarin o.a. opgenomen: aanwezigheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid (ook in vakantieperiode etc.) van een vast aanspreekpunt/beheerder en een registratie van klachten en meldingen.
•Afhankelijk van omvang huisvesting en locatie kan de gemeente vragen om een aanvullend vervoersplan.
•Er vindt regulier beheeroverleg plaatst tussen huisvester, gemeente, politie en desgewenst deelnemers van de klankbordgroep (zie hoofdstuk 2).
9Bij nieuwe huisvestingsinitiatieven wordt er een klankbordgroep samengesteld met omwonenden om mee te denken in de planontwikkeling. Deze klankbordgroep is na realisatie desgewenst betrokken bij het beheeroverleg om eventuele knelpunten in de exploitatie te ondervangen. Voor meer informatie, zie hoofdstuk 2.
•Waar nodig maakt de gemeente aanvullende afspraken met de huisvester over beheer.
1.7.3 Uniforme locatie-eisen
De volgende uniforme locatie-eisen gelden voor nieuwe huisvestingsinitiatieven in de gemeente Duiven:
Uniforme locatie-eisen nieuwe huisvestingsinitiatieven gemeente Duiven
•De huisvestingsvoorziening is vrij toegankelijk vanaf de openbare weg (bijvoorbeeld zonder hek voorzien van sloten en/of codes). Dit is onder meer van belang voor de bereikbaarheid van hulpdiensten.
•Huisvestingsvoorzieningen in het buitengebied zijn zodanig in de omgeving (landschappelijk) ingepast dat de omgeving geen onevenredige hinder ondervindt van de bebouwing/ het complex en dat de bebouwing het complex geen afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteiten van het gebied.
•De huisvesting heeft geen onevenredige aantasting tot gevolg van in de omgeving aanwezige functies en waarden.
•De huisvesting heeft geen onevenredige aantasting tot gevolg van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
•De huisvestingslocatie biedt genoeg ruimte voor het realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein. De volgende parkeernormen gelden op basis van Parkeernormennota 2018 of diens rechtsopvolger.
•De huisvestingsvoorziening bevindt zich bij voorkeur op fietsafstand van voorzieningen in de kernen. Bij locaties in de woonkernen van onze gemeente verdient, vanwege de nabijheid van voorzieningen, het verblijf van midstay internationale werknemers de voorkeur. De indicatieve maximale afstand tot basisvoorzieningen zoals levensmiddelenwinkels (supermarkt, bakker, slager etc.) bedraagt 2,5 kilometer. Voor huisvesting bij agrariërs in het buitengebied geldt de maximale afstand niet.
•De huisvestingsvoorziening is goed bereikbaar met het Openbaar Vervoer en ligt bij voorkeur op maximaal 500 meter afstand van een bushalte
10Onder bushaltes behoren ook de haltes van haltetaxi RRReis.
. In het buitengebied ligt de afstand tot een bushalte bij voorkeur op maximaal 1 kilometer.
•De huisvestingsvoorziening ligt in de woonkern op minimaal 500 meter afstand
11Eventuele andere grootschalige (100 personen of meer) woonvoorzieningen voor specifieke doelgroepen worden ook meegenomen.
12Tenzij er een natuurlijke grens (zoals de spoorlijn) is die al zorgt voor feitelijke afstand tussen voorzieningen.
van een andere huisvestingsvoorziening voor internationale werknemers. Wanneer het gaat om huisvestingsvoorzieningen in de woonkern waar meer dan 100 mensen worden gehuisvest, bedraagt de minimale afstand 1 kilometer. Deze voorwaarde is niet van toepassing op huisvesting op het terrein van een (agrarische) werkgever.
1.8 Aanvullende kwaliteitseisen
1.8.1 Aanvullende eisen: huisvesting op het terrein van de (agrarische) werkgever
Onder onderstaande aanvullende voorwaarden is huisvesting op het terrein van de (agrarische) werkgever mogelijk:
Aanvullende eisen huisvesting op het terrein van de (agrarische) werkgever
•De huisvestingsbehoefte wordt door de initiatiefnemer onderbouwd. De behoefte moet worden ontleend aan de bedrijfsvoering van het bedrijf ter plaatse dan wel de direct omliggende (agrarische) bedrijven.
•In de huisvestingsvoorzieningen mogen uitsluitend werknemers worden gehuisvest die bij het (agrarisch) bedrijf of direct omliggende (agrarische) bedrijven werkzaam zijn.
•De huisvestingsvoorzieningen worden zoveel mogelijk geplaatst binnen of aansluitend aan het (agrarisch) bouwvlak.
•Internationale werknemers mogen worden gehuisvest in de bij het bedrijf horende bedrijfswoning of in een bedrijfsgebouw. Dat kan door hergebruik van een bestaand bedrijfsgebouw of eventueel door nieuwbouw.
•Een bedrijfswoning mag voor het huisvesten van internationale werknemers niet worden omgevormd naar een burgerwoning omdat dit naburige agrarische bedrijven in hun bedrijfsvoering kan belemmeren.
•De verschijningsvorm van de bedrijfsbebouwing moet aansluiten bij de bebouwing in de omgeving. Bebouwing die permanent (jaarrond) blijft staan, heeft een permanent karakter (geen barakken, chalets of units).
•De minimale afstand van de bedrijfsbebouwing (zoals de kas) tot de huisvestingslocatie moet tien meter zijn. Voor functies die meer milieuhinder veroorzaken, kan een grotere afstand gelden.
•Bebouwing die wordt ingezet voor het huisvesten van internationale werknemers ten behoeve van het pluk- of oogstseizoen, heeft een tijdelijk karakter, ofwel bestaat uit chalets, woonunits, containerwoningen of andere vormen met een inherent tijdelijk karakter die buiten het oogst- of plukseizoen verwijderd worden
13Tijdelijke huisvesting ten behoeve van het pluk- en oogstseizoen bedraagt een termijn van maximaal zes maanden.
.
•Het maximaal aantal te huisvesten internationale werknemers op eigen terrein is maatwerk (dit kan op verschillende locaties, behorende bij het bedrijf plaatsvinden) en is afhankelijk van de aard van de activiteiten en de omvang van het bedrijf. Daarnaast kan het college in uitzonderlijke gevallen besluiten een hoger aantal te huisvesten tijdelijke internationale werknemers toe te staan. Hiervoor gelden de volgende indicaties wanneer het gaat om huisvesting op agrarisch terrein (maximaal aantal personen)
14De normen zijn overgenomen uit de nota ‘Beleid huisvesting tijdelijke internationale werknemers 2019’ van de gemeente Zaltbommel. Deze nomen zijn eerder toegepast in Maasdriel en tot stand gekomen in samenspraak met de brancheorganisaties ZLTO en LTO. In gevallen van niet genoemde activiteiten ligt de bevoegdheid bij het college om het aantal werknemers vast te stellen.
:
-Glastuinbouw (algemeen) 9 per ha
-Rozen 15,5 per ha
-Troschrysanten 5 per ha
-Pluischrysanten/santini 9,5 per ha
-Gerbera 8 per ha
-Alstroemeria 12,8 per ha
-Overige bloemen 11 per ha
-Fruit- en groenteteelt 6,5 per ha
-Aardbeien 15 per ha (in de piek 20)
-Framboos/braam/bes 5 per ha (in de piek 25)
-Paprika 5 per ha
-Tomaat 7,6 per ha
-Komkommer 5,3 per ha
-Champignons 7,2 per 1.000m2
1.8.2 Aanvullende eisen: huisvesting op (randen van) bedrijventerreinen
Onder onderstaande aanvullende voorwaarden is huisvesting op (randen van) bedrijventerreinen (tot milieucategorie 4) mogelijk:
Aanvullende eisen huisvesting op (randen van) bedrijventerreinen
•Huisvesting internationale werknemers vormt geen belemmering in de bedrijfsvoering voor omliggende bedrijven.
•Het huisvestingsinitiatief krijgt de bestemming ‘logies’.
•Huisvesting beschikt over een exploitatievergunning.
1.8.3 Aanvullende eisen: huisvesting van minimaal 100 personen
Onder onderstaande aanvullende voorwaarden is van minimaal 100 personen mogelijk.
De gemeente hanteert geen algemeen maximum voor het aantal te huisvesten internationale werknemers in een voorziening van minimaal 100 personen, dat is maatwerk.
Aanvullende eisen huisvesting van minimaal 100 personen
•Bij de realisatie van locaties met minimaal 100 personen dienen mogelijkheden te worden verkend voor het realiseren van flexibele huisvesting voor aanvullende doelgroepen zoals spoedzoekers, studenten, etc.
•In voorzieningen met minimaal 100 personen waar meer dan 200 personen worden gehuisvest, is 5% van het maximumaantal huisvestingsplekken gereserveerd voor het tijdelijk opvangen van spoedzoekers. Deze plekken moeten op verzoek van de gemeente direct beschikbaar zijn.
•De huisvester stelt een klankbordgroep in die naar behoeve bij elkaar komt om eventuele knelpunten zoals overlast te bespreken. In de klankbordgroep neemt de eigenaar van het complex, de beheerder, een vertegenwoordiger van de gemeente, een vertegenwoordiger van de politie (zoals de wijkagent) en een vertegenwoordiger van omwonenden plaats.
•Ondersteunende detailhandel en/of sportaccommodaties op een huisvestingslocatie van minimaal 100 personen is mogelijk.
Bijlage 1: Relatie notitie van uitgangspunten en huisvestingsbeleid
#
Uitgangspunt
Beleidskader
Goed woon- en leefklimaat
1
Een goed woon- en leefklimaat voor alle inwoners, waaronder arbeidsmigranten.
Par. 1.3
2
Een evenwichtige spreiding over buurten en kernen bij (nieuwe) huisvestingsinitiatieven voor arbeidsmigranten.
Par. 1.7.3
3
Afstand tussen huisvestingsvoorzieningen:
< 100 arbeidsmigranten ten minste 500 meter;
> 100 arbeidsmigranten ten minste 1 kilometer.
Par. 1.7.3
4
Alleen locaties waar goed beheer (24/7) kan plaatsvinden.
Par 1.7.2
5
Minimale norm is het keurmerk Stichting Normering Flexwonen SNF, waarbij we ervan uitgaan dat de aanbevelingen van commissie Roemer de nieuwe minimale norm wordt.
Par. 1.7.1
6
Bij locaties in de woonkernen van onze gemeente is, vanwege de nabijheid van voorzieningen, het verblijf van midstay arbeidsmigranten het uitgangspunt.
Par 1.7.3
Arbeidsmigrant centraal
7
Waarborgen positie arbeidsmigranten.
Par 1.7.1
Par 1.7.2
8
Geen koppeling tussen huurcontract en het arbeidscontract.
Par. 1.7.1
9
Ten minste 80% van de gehuisveste arbeidsmigranten werkzaam in de Metropoolregio Arnhem-Nijmegen of aangrenzende gemeenten als Doetinchem en Oude-IJsselstreek
Par. 1.3
Par. 1.7.1
10
Informatieverstrekking door huisvester/verhuurder in moedertaal
Par. 3.1
Goed beheer
11
Invoeren exploitatievergunning en daartoe verrijken we de APV.
Par. 1.7.1
Par. 4.1
12
In de exploitatievergunning worden beheer- en kwaliteitsafspraken vastgelegd.
Par 1.7.1
Par 4.1
13
Bij niet nakomen afspraken wordt de (exploitatie)vergunning ingetrokken.
Par 4.1
14
Minimale norm is het keurmerk Stichting Normering Flexwonen SNF, waarbij we ervan uitgaan dat de aanbevelingen van commissie Roemer de nieuwe minimale norm wordt.
Par. 1.7.1
15
De aanwezigheid van beheer (24/7) is een voorwaarde. Deze beheerder(s) is het aanspreekpunt voor omwonenden en ook 24/7 bereikbaar.
Par. 1.7.2
16
Een goed en niet vrijblijvend beheerplan, met ten minste de volgende onderdelen: Calamiteitenplan, Huisvesting voldoet aan SNF-norm, 24/7 beheer fysiek aanwezig,
cameratoezicht, huisregels, technisch beheer, regelmatige inspecties van woonaccommodaties, etc..
Par. 1.7.2
17
Periodiek beheersoverleg tussen huisvester/verhuurder, gemeente en politie.
Par 1.7.2
Par 2.3
18
De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeerbeleid en in het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het
pand.
Par. 1.7.1
Par. 1.7.3
Registratie
19
Bij beoogd verblijf langer dan 4 maanden inschrijven in het BRP.
Par. 1.3
Par. 3.1
20
Bij korter verblijf inschrijving in het RNI
Par 3.1
21
Initiatiefnemer/verhuurder houdt een nachtregister bij, waarbij we streven naar een digitaal nachtregister.
Par. 1.7.1
Par 3.3
22
Bij korter verblijf (en niet inschrijven in BRP) is er sprake van logies en is conform de verordening toeristenbelasting verschuldigd.
Par 3.3
23
Met initiatiefnemer/ verhuurder maken we afspraken over de verantwoordelijkheid voor de in- en uitschrijving.
Par 1.7.1
Par 3.2
Voldoende aanbod van goede kwaliteit
24
We dragen ons steentje naar verhouding bij, dus huisvesting voor arbeidsmigranten in de orde van grootte van de aantallen die ook werkzaam zijn in onze gemeente. Daarbij hanteren wij een maximum van 5% van de bevolking (zijnde circa 1.250).
Par. 1.3
25
80% van de gehuisveste arbeidsmigranten is werkzaam in de Metropoolregio Arnhem- Nijmegen of aangrenzende gemeenten als Doetinchem en Oude-IJsselstreek.
Par. 1.3
Par. 1.7.1
26
We zorgen ervoor dat de kwaliteit en het beheer goed worden nageleefd.
Par. 4.3
Par. 4.4
27
Minimale norm is het keurmerk Stichting Normering Flexwonen SNF, waarbij we ervan uitgaan dat de aanbevelingen van commissie Roemer de nieuwe minimale norm wordt.
Par. 1.7.1
28
Huisvesting van (midstay) arbeidsmigranten moet, vanwege de nabijheid van voorzieningen, zoveel mogelijk plaatsvinden in of nabij bestaand bebouwd gebied.
Par. 1.7.3
29
Voor agrarische bedrijven in het buitengebied bieden we onder voorwaarden ruimte voor maatschappelijk verantwoorde (tijdelijke) huisvesting op het bedrijf waar men werkt.
Par 1.6
Par 1.7.1
Communicatie en participatie
30
Initiatiefnemer richt een klankbordgroep op, waarin omwonenden/omliggende bedrijven
deel kunnen nemen.
Par. 2.1
31
De gemeente zal bij een (mogelijk) nieuw initiatief omwonenden/omliggende bedrijven actief informeren.
Par 2.1
32
Een vast aanspreekpunt bij huisvester/verhuurder.
Par 2.1
Par 2.2
33
Een periodiek beheersoverleg tussen huisvester/verhuurder, gemeente en politie
Par 2.3
Regionale afstemming
34
Regionale afstemming/ regionaal afgestemd beleid is het uitgangspunt.
Par 5.2
Overig
35
De nieuw op te stellen beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten gaat alleen in op de huisvesting van arbeidsmigranten. Sociale aspecten zoals inburgering en dergelijke worden buiten beschouwing gelaten.
Par 1.3
36
Het beleid moet wettelijk en juridisch houdbaar en handhaafbaar zijn.
Par 1.3
Bijlage 2 Huidige situatie
Uit ervaring weten we dat ook in Duiven internationale werknemers werkzaam zijn, bijvoorbeeld in de (glas)tuinbouw in Groessen, in groothandels/logistieke bedrijven en grootschalige detailhandel en hotels langs de A12. Een aantal van hen pendelt vanuit andere gemeenten, sommigen wonen hier. Maar hoeveel dat er precies zijn, weten we niet. Dat komt omdat internationale werknemers vaak niet staan ingeschreven in de BRP. Waar en hoe internationale werknemers wonen is daarom ook niet volledig bekend, al hebben we hiervan wel een globale indruk. Op basis van deze kennis schetsen we een beeld van de huidige situatie. Daarbij gebruiken we ook informatie die bij werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters is verzameld. Ook heeft Decisio voor de provincie en Greenports Nederland een onderzoek uitgevoerd naar het aantal internationale werknemers per gemeente, waarbij de kanttekening moet worden geplaatst dat ook hier van een onzekerheidsmarge moet worden uitgegaan.
Om integraal beleid te kunnen opstellen is het zaak om eerst inzichtelijk te maken wat de huidige situatie in de gemeente is. Over hoeveel internationale werknemers spreken we? Op welke manier worden onze internationale werknemers momenteel gehuisvest, hoe schatten onze ondernemers hun toekomstige vraag naar internationale werknemers in en welke instrumenten gebruikt de gemeente om huisvesting te reguleren en overlast te voorkomen en aan welke knoppen kan er nog gedraaid worden?
Algemene trends
Juist omdat we op lokaal niveau niet alles weten, is het van belang enkele algemene trends aan te geven, aangevuld met specifieke data over de situatie in de provincie Gelderland. Voor sommige cijfers geldt dat zij van voor de coronacrisis in 2020/2021 zijn en daardoor zal het huidige beeld mogelijk anders zijn.
Figuur 1: Land van herkomst van arbeidsmigranten uit de EU
Volgens het CBS werden in 2017 in Nederland ruim 838.000 banen vervuld door mensen met een buitenlandse nationaliteit. Dat kunnen dus ook anderen dan internationale werknemers zijn, maar schattingen komen uit op minstens 500.000 internationale werknemers. Bijna de helft wordt vervuld door personen uit een EU-land. Werknemers van Poolse herkomst vormen hiervan de grootste groep. Zij bezetten bijna 180.000 banen en behoren tot de laagst betaalden.
De laatste jaren neemt het aandeel Poolse internationale werknemers af, vooral omdat de arbeidsmarkt en lonen in dit land sterk zijn verbeterd. Het aandeel internationale werknemers uit andere Oost-Europese landen neemt daarentegen toe. Onderzoek door Decisio uit 2022 toont aan dat ongeveer 48% van de in provincie Gelderland werkzame internationale werknemers van Poolse afkomst is. Andere belangrijke herkomstlanden zijn Roemenië, Duitsland, Hongarije, Turkije en Bulgarije.
Figuur 2: Banen naar land van herkomst van arbeidsmigranten (CBS)
Een groot deel van de buitenlandse werknemers heeft een baan in de zakelijke dienstverlening, waarbij het vooral om uitzendbureaus gaat. Bevindingen van Decisio uit 2022 ondersteunen dit beeld. Bijna 75% van de internationale werknemers in Gelderland werkt in de uitzendbureau- en detacheringsector, zakelijke dienstverlening of de transport en logistiek sector. Daarnaast zijn relatief veel werknemers uit Polen, Roemenië en Bulgarije werkzaam in de landbouw (onder andere ook de glastuinbouw). Veel internationale werknemers verblijven minder dan een jaar in Nederland (in de provincie Gelderland is dit volgens Decisio 29%), maar er is ook een grote groep die volgens het onderzoek langer dan een jaar of zelfs permanent in Nederland verblijft. In de provincie Gelderland gaat het om zo’n 19% die hier 5 jaar of langer verblijft. Als het gaat om inschrijving maakt het onderzoek van Decisio duidelijk dat naar schatting zo’n 45 tot 55% van de internationale werknemers zich laat inschrijven.
De betekenis van internationale werknemers voor onze economie is groot. In 2016 droegen zij volgens een rapport van SEO voor € 11 miljard bij aan ons BNP (Bruto Nationaal Product). Na aftrek van de loonkosten bleef hier ruim € 5 miljard van over. Daar staan enkele maatschappelijke kosten tegenover zoals gezondheidszorg, sociale zekerheid, huisvesting en sociale integratie. Sindsdien is dit bedrag nog aanzienlijk toegenomen; schattingen komen uit op zo’n € 15 miljard in 2019. Voor Duiven zou dat bij de naar schatting 1.000 werkzame internationale werknemers (zie par. 2.2) om een jaarlijkse bijdrage aan de lokale economie van €30 miljoen gaan.
Internationale werknemers zorgen primair voor extra werkgelegenheid, productie en inkomen. Zonder de inzet van deze werknemers verwachten werkgevers dat ze hun productieproces moeten aanpassen, inperken of verplaatsen. Zonder hen stagneert de economische groei, zowel nationaal, regionaal als lokaal. Wanneer er geen internationale werknemers gehuisvest kunnen worden, zouden voor Duiven tuinbouwbedrijven, met name arbeidsintensieve teelten (onder meer aardbei en sierbloemen), fruitteelt, logistiek maar ook bedrijven in de industrie, schoonmaak en bouw getroffen worden. Daarbij dient te worden opgemerkt dat internationale werknemers niet of nauwelijks lokaal werk verdringen. Voor veel Nederlanders is het werk dat internationale werknemers verrichten namelijk niet aantrekkelijk genoeg. Ook onze ondernemers bevestigen dit beeld. Zij geven aan dat zij een beroep doen op internationale werknemers omdat er onvoldoende Nederlandse arbeidskrachten beschikbaar zijn die het werk willen verzetten.
Aantal werkzame internationale werknemers in Duiven
Het onderzoeksbureau Decisio heeft in 2022 in opdracht van Greenports Nederland onderzoek gedaan naar het aantal internationale werknemers dat in Duiven woont en werkt.
Uit het onderzoek blijkt dat het aantal werkzame internationale werknemers in Duiven in de periode 2010 – 2020, zowel een sterke daling als een sterke stijging heeft doorgemaakt waarbij het aantal internationale werknemers dat in 2010 in Duiven werkte bijna gelijk is aan het aantal werkenden in 2020 (respectievelijk 760 personen in 2010 tegenover 800 personen in 2020), zie figuur 3.
Voor de sterke stijging in het jaar 2018 geeft het onderzoek geen verklaring, maar het is aannemelijk dat een nieuwe bedrijfsvestiging dat veel met internationale werknemers werkt of een nieuwe vestiging van een uitzendbureau een mogelijke verklaring is.
Figuur 3: aantal werkzame internationale werknemers in Duiven 2010 - 2020
Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat er aan dit soort kwantitatieve onderzoeken, wat haken en ogen zitten. Zo schrijven internationale werknemers, om verschillende redenen, zich niet altijd in de BRP. De microdata waar in dit onderzoek gebruik van is gemaakt, baseert zich op de plaats waar de loonbelasting wordt geheven. Maar de plek waar de loonbelasting wordt gegeven is niet altijd de woonplaats van de internationale werknemers. Hierdoor zullen de cijfers van werkzame internationale werknemers in gemeente waar uitzendbureaus zijn gevestigd, relatief hoger uitvallen. De cijfers die wij nu voor handen hebben, zijn dus incompleet waardoor deze een vertekend beeld van de situatie kunnen geven.
Tegelijkertijd zijn deze cijfers de enige data die we kunnen gebruiken om ons een beeld te vormen van hoeveel internationale werknemers er in onze gemeente wonen en werken. Om de problemen van het huidige beeld te ondervangen is er maar één oplossing: het goed registreren van internationale werknemers door inschrijving zo goed mogelijk te faciliteren in de basisregistratie. Alleen wanneer we de basis op orde hebben, kunnen wij ons een compleet beeld vormen van waar en hoeveel internationale werknemers wonen en werken.
Op basis van de interviews ontstaat helaas ook geen eenduidig beeld over het aantal werkzame internationale werknemers in Duiven. Veel ondernemers geven aan niet te weten hoeveel internationale arbeidskrachten er in Duiven werkzaam zijn, maar dat de opgave onderschat wordt, dat staat vast. Ondernemingen zoals kwekerij de Arbeidsvreugde en FBA plants, stellen dat alleen op de industrieterreinen al zeker 1.000 internationale arbeidskrachten werken. Dit beeld wordt ook door uitzendbureau Flex Service Group dat voor Duiven inschat dat er zo’n 1.000 tot 2.000 internationale arbeidskrachten werken. Zelf heeft het uitzendbureau slechts 53 internationale werknemers in dienst die bij Duivense bedrijven werken, maar dat dit aantal beperkt is komt doordat het gebruik van huisvesting zo wordt aangegeven: “Als we 400 plekken zouden hebben, zouden ze allemaal vol zitten”. Ook uitzendbureau E & A bevestigt dit beeld en geeft aan dat het bedrijf maar aan drie Duivense bedrijven arbeidskrachten kan leveren, omdat er onvoldoende plekken zijn om de mensen te huisvesten.
Dat onze bedrijven niet zonder internationale werknemers kunnen, dát staat vast. Ondernemers geven aan dat de internationale werknemers onder andere actief zijn in de logistiek en de retail, maar ook bij onze (glas)tuinbouwbedrijven zijn internationale werknemers werkzaam. Waar bedrijven in de logistiek en retail het jaarrond internationale werknemers in dienst hebben, zijn in de (glas)tuinbouw ook steeds meer internationale werknemers buiten het plukseizoen aanwezig. Zo geeft Frank Buurman van potplantenkwekerij Arbeidsvreugde aan dat hij niet alleen in zijn piekperiode 50 arbeidsmigranten in dienst heeft, maar ook daarbuiten structureel 20 arbeidsmigranten rond heeft lopen.
Ondernemers in de gemeente werken met verschillende uitzendbureaus samen, waaronder ABEOS, Flex Service Group en uitzendbureau E & A.
Woon- en leefsituatie van onze internationale werknemers
Volgens het onderzoek van Decisio is het aantal woonachtige internationale werknemers in de afgelopen tien jaar licht gegroeid: van 85 personen in 2010 naar 125 internationale arbeidskrachten in 2020. Over de gehele periode is dit een stijging van 47%. Ook bij deze cijfers gelden de hierboven genoemde disclaimers, want naast het feit dat niet alle internationale werknemers zich in de gemeente inschrijven, zijn er ook veel internationale werknemers die zich niet uitschrijven wanneer zij de gemeente verlaten. Hierdoor bestaat de kans dat het aantal inschrijving in de BRP niet actueel is.
Door verschillende regionale ontwikkelingen, zoals het besluit van de gemeente Arnhem in 2020 dat het chaletpark niet meer permanent bewoond mag worden en de groei van de logistieke sector in de regio, is het aannemelijk dat de vraag naar woonruimte in Duiven op den duur zal toenemen.
Figuur 4: aantal woonachtige internationale werknemers in Duiven 2010 - 2020
Dat de vraag naar huisvesting nu al groot is, bewijzen de interviews. Ondernemers geven aan dat de enige reden dat zij niet meer internationale werknemers in dienst hebben, het gebrek aan huisvesting is. En dit terwijl de vraag naar ‘handjes’ onverminderd groot is. Ondernemers geven aan dat het huisvesten op eigen terrein een manier zou zijn om het tekort aan huisvesting op te lossen, maar dat daar nu geen mogelijkheden voor zijn. Tegelijkertijd wordt er ook aangegeven dat huisvesting op eigen terrein niet voor elke onderneming een mogelijkheid is vanwege de vele taken die de werkgever al op zich heeft. Op de vraag waar internationale werknemers nu gehuisvest zijn, is het antwoord veelal verkamerd in eengezinswoningen binnen én buiten Duiven. Sommige internationale werknemers pendelen zelfs dagelijks vanuit Duitsland om in Duiven te werken. De afstand tussen Duiven en Emmerich is ongeveer 29 km en ondanks dat veel ondernemers een pendelafstand van maximaal 30 minuten acceptabel vinden, geeft men in het algemeen aan dat internationale werknemers idealiter zo dicht mogelijk bij de werklocatie gehuisvest zouden moeten worden. Ondernemers zijn ook bereid om te investeren in huisvesting, omdat goede huisvesting een steeds belangrijkere voorwaarde wordt om voldoende internationale arbeidskrachten aan te trekken. Daarvoor is het stellen van aanvullende voorwaarden waaronder huisvesting internationale werknemers gerealiseerd kan worden, noodzakelijk.
Toekomstige ontwikkeling
Het toekomstig aantal werkzame internationale werknemers is lastig in te schatten en afhankelijk van een aantal belangrijke achterliggende factoren die de ontwikkeling van het aantal internationale werknemers zal bepalen. Deze zijn slechts beperkt te beïnvloeden, waaronder:
•De mate van innovatie van bedrijfsprocessen: naar mate bedrijfsprocessen (zoals order-picking of pluk- en teeltwerkzaamheden) worden geïnnoveerd – bijvoorbeeld door robotisering, zijn minder internationale arbeidskrachten nodig;
•De beschikbaarheid van internationale werknemers: de gemeente concurreert om schaarse arbeid met andere gemeenten en regio’s in Nederland en met andere landen zoals bijvoorbeeld Duitsland en Denemarken. Tegelijkertijd worden in het thuisland van internationale werknemers de arbeidsvoorwaarden steeds beter. De mate waarin de gemeente aantrekkelijk kan blijven voor internationale werknemers zal ook het aanbod ervan beïnvloeden. De beschikbaarheid van adequate huisvesting is daarin een belangrijke randvoorwaarde;
•Het aantrekken door de gemeente en omliggende gemeenten van additionele bedrijvigheid waarvoor inzet van internationale werknemers nodig is. Zo gaan andere regio’s en provincies zoals Zuid-Holland over tot een zogenaamde ‘bedrijfseffectrapportage’ bij nieuwe bedrijvigheid, waardoor het te vestigen bedrijf de woonbehoefte op voorhand in beeld brengt. Ook voor de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen als geheel ligt hier de vraag in het kader van de verstedelijkingsstrategie hoe het economische profiel verder te ontwikkelen in relatie tot de opgave om internationale werknemers te huisvesten;
•De ontwikkeling van de tekorten op de arbeidsmarkt. In Nederland is een stevige vergrijzing op de arbeidsmarkt aan de orde. Hierdoor neemt de vervangingsvraag in allerlei beroepsgroepen toe. Dit is een autonome ontwikkeling die de sterkste aanjager voor de vraag naar internationale werknemers is. Daarbij zullen ook sectoren als de zorg en de energietransitie de komende jaren in toenemende mate gebruik moeten maken van internationale arbeidskrachten om onze economie draaiend te houden. Overigens zien we ook de tekorten op de Europese arbeidsmarkt vanwege vergrijzing en ontgroening toenemen wat de komende jaren de schaarste aan internationale werknemers zal vergroten.
Mede door deze factoren is er geen harde voorspelling te maken van het toekomstig aantal werkzame internationale werknemers dat op de verschillende schaalniveaus (Nederland, provincie, regio, gemeente) nodig is. Een beredeneerde inschatting op basis van trends die door verschillende onderzoeken van Decisio uit 2021 en 2022 zijn berekend, bieden een doorkijk naar het aantal benodigde werkzame internationale werknemers in 2030.
Provincie Gelderland
Op basis van het meest recente onderzoek van Decisio uit februari 2022, blijkt dat het aantal werkzame internationale werknemers in de gehele provincie Gelderland tussen 2010 en 2020 is gestegen van 38.265 naar 62.290, een stijging van 63% met een gemiddelde stijging van 4,9% per jaar. Deze gemiddelde stijging ligt daarmee hoger dan het Nederlandse gemiddelde dat een jaarlijkse groei in het aantal werkzame internationale werknemers van 4,2% kent.
Een mogelijke verklaring voor het feit dat er relatief meer internationale werknemers in onze provincie werkzaam zijn, ligt in de grote aanwezigheid van onder meer de vleesverwerkende, glastuinbouw en logistieke sector die onze provincie rijk is. Daarnaast is onze ligging dicht bij de grens een mogelijk aantrekkelijke vestigingsfactor voor internationale werknemers die naast dat ze minder ver hoeven te reizen, ook vaak goedkopere huisvesting vinden (of worden gehuisvest) over de grens in Duitsland.
Figuur 5: prognoses voor het aantal werkzame internationale werknemers in de provincie Gelderland
Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen
Bureau Decisio heeft in eerder onderzoek uit 2021 gekeken naar het huidig en toekomstig aantal werkende internationale werknemers in de Groene Metropoolregio Arnhem – Nijmegen waar Duiven onderdeel van is. Op basis van dit onderzoek werd door bureau Decisio voor de Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen ingeschat dat het aantal internationale werknemers dat in de gehele regio werkt eind 2019, op 29.245 internationale werknemers lag
20Het onderzoek van Decisio richt zich op het aantal wonende en werkende arbeidsmigranten zoals gedefinieerd door de IND: buitenlandse mensen met een inkomensgrens tot een bepaalde hoogte (mbo-niveau). Buitenlandse werknemers met een hogere inkomensgrens zijn kennismigranten en zijn als zodanig niet meegenomen in het onderzoek
. Wanneer de trend die zich tussen 2010 en 2019 voordeed wordt doorgetrokken, onderscheiden zich twee scenario’s die een doorkijkje bieden voor het aantal internationale werknemers dat de regio in 2030 nodig zal hebben: variërend van ongeveer 45.000 internationale werknemers (laagscenario) tot ongeveer 55.000 (hoog scenario) internationale werknemers.
Figuur 6: prognoses voor het aantal werkzame internationale werknemers in de Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen
Duiven
Voor het toekomstig aantal werkzame internationale werknemers voor de gemeente Duiven kan ook gebruik worden gemaakt van het meest recente onderzoek van Decisio (2022). Gebaseerd op de provinciale groeipercentages van 4% tot 6% per jaar, betekent dit voor Duiven een groei van het aantal werkzame internationale werknemers van 800 in 2020 tot respectievelijk 1.184 (met een jaarlijks groeipercentage van 4%) tot 1.433 internationale werknemers in 2030 (met een jaarlijks groeipercentage van 6%).
Figuur 7: prognoses voor het aantal werkzame internationale werknemers in Duiven
Bijlage 3: samenvatting aanbevelingen Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten
Betere beheersing van de uitzendsector
Uitzendbureaus zijn vaak de centrale speler in alles wat met arbeidsmigranten van doen heeft Om malafide uitzendbureaus van de markt te kunnen weren, is betere regulering nodig. Het Aanjaagteam stelt daarom een verplicht certificeringsstelsel voor uitzendbureaus voor. Middels het certificaat kunnen eisen worden gesteld aan uitzendbureaus. Bedrijven die gebruik maken van niet-gecertificeerde uitzendbureaus moeten een bestuurlijke boete opgelegd kunnen krijgen. Het Aanjaagteam adviseert bovendien om een bestuursrechtelijk bestuursverbod in te voeren. Daardoor kan worden verhinderd dat een malafide ondernemer opnieuw een uitzendbureau kan oprichten.
Verder adviseert het Aanjaagteam om een wettelijke verplichting in te voeren voor uitzendbureaus om arbeidsongevallen te melden bij de Inspectie SZW. Als gevolg daarvan zal het inlenend bedrijf arbeidsongevallen in de toekomst ook moeten melden aan het uitzendbureau en moet het uitzendbureau vaststellen dat het veilig is om weer aan het werk te gaan bij betreffende inlener. Ook stelt het Aanjaagteam voor dat bedrijven worden verplicht om in hun jaarverslagen nadrukkelijk aspecten van eerlijk werk en goed werkgeverschap op te nemen.
Het Aanjaagteam adviseert dat cao-partijen afspraken maken om arbeidsmigranten beter te beschermen, zoals recht op een gegarandeerd minimumloon in de eerste twee maanden dat zij in Nederland zijn, ongeacht het feitelijk aantal gewerkte uren. Ook zou de afspraak gemaakt moeten worden dat het niet mogelijk is om schulden bij de werkgever op te bouwen. Tot slot adviseert het Aanjaagteam dat sociale partners afspraken maken over een minimum inhuurprijs voor uitzendkrachten.
Zicht krijgen op arbeidsmigratie
Het Aanjaagteam adviseert om een zorgplicht in te voeren voor werkgevers om te bewerkstelligen dat de arbeidsmigrant zich minimaal één dag voor aanvang van de werkzaamheden meldt bij het loket voor de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Werkgevers zouden ook zorg moeten dragen dat arbeidsmigranten zich weer uitschrijven. Verder adviseert het Aanjaagteam dat het RNI ook contactgegevens (e-mailadressen en telefoonnummers) en feitelijke verblijfsadressen van niet-ingezetenen registreert. Het Aanjaagteam pleit er daarnaast voor om ook de met tijdelijk verblijfsadres ingeschrevenen mee te tellen als gemeente inwoners en daarmee voor het vaststellen van de bijdragen uit het gemeentefonds.
Verder zou gegevensuitwisseling tussen de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG), UWV en Belastingdienst mogelijk moeten worden gemaakt. Zo kan met behulp van het BSN van werknemers worden gecontroleerd of en hoe men staat ingeschreven in het BRP. Gemeenten en werkgevers moeten daarop worden gewezen, zodat zij actie kunnen ondernemen om tot een goede inschrijving te komen. Nieuwe arbeidsmigranten moeten zich nu voor registratie melden bij één van de 19 bestaande RNI-loketten. Dit biedt volgens het Aanjaagteam een goede kans om de arbeidsmigrant ook te informeren over huisvesting, zorgverzekering en andere relevante informatie. Zo kan hun zelfredzaamheid worden vergroot. Het inrichten van ‘mobiele RNI-loketten’ kan voor seizoenarbeiders de moeite waard zijn. Het gebruik van DigiD zou voor arbeidsmigranten mogelijk moeten worden gemaakt.
Meer en betere huisvesting voor arbeidsmigranten
Het Aanjaagteam adviseert dat de Rijksoverheid gemeenten en provincies gaat helpen om effectief te kunnen sturen op huisvestingsvraagstukken en om beter op te kunnen treden tegen misstanden. Gemeenten moeten de mogelijkheid krijgen om een verhuurdersvergunning in te stellen. Daarmee kunnen zij eisen stellen aan de verhuurder van een woning. Bij misstanden kunnen ze beter optreden door de vergunning in uiterste geval in te trekken. Verder moeten gemeenten beter worden ondersteund bij het inzetten van bestaande ruimtelijke ordenings- en huisvestingsinstrumenten. Daarom adviseert het Aanjaagteam een ‘expertiseteam arbeidsmigranten’ op te richten en een handreiking op te stellen om gemeenten te helpen in de complexe materie rondom huisvesting en ruimtelijke ordening.
Gemeenten en provincies moeten worden gestimuleerd om meer huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren. Het Aanjaagteam adviseert dat Rijk en provincies in 2021 afspraken maken over de huisvesting van arbeidsmigranten als vast onderdeel van de landelijke woningbouwopgave. Gemeenten zouden de mogelijkheid moeten krijgen om te schuiven met de opgave in regionaal verband, onder de voorwaarde dat de regionale opgave als totaal wel wordt gehaald: wat de ene gemeente niet realiseert zou de andere gemeente dan extra moeten realiseren. Bovendien zouden gemeenten bij besluitvorming over nieuwe bedrijvigheid de huisvestingsvraag als gevolg van de inzet van arbeidsmigranten onderdeel moeten laten uitmaken van het vestigingsbeleid.
Om de kwaliteit van huisvesting te verhogen adviseert het Aanjaagteam om de eisen van bestaande keurmerken (Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) en Stichting Normering Flexwonen (SNF)) aan te scherpen en te integreren. Daarbij moet worden uitgegaan van één persoon per slaapkamer en minimaal 15 vierkante meter leefoppervlakte per persoon. Deze eisen zouden ook onderdeel moeten gaan uitmaken van het certificeringssysteem voor uitzendbureaus. Bestaande huisvestingslocaties moeten een redelijke termijn krijgen om de transformatie naar de nieuwe norm te laten plaatsvinden.
Om de afhankelijkheid van arbeidsmigranten van hun werkgever in te perken, adviseert het Aanjaagteam om arbeidscontracten en huurcontracten zo veel mogelijk te ontkoppelen. Arbeidsmigranten zouden altijd een zelfstandig huurcontract moeten krijgen, met een opzegtermijn voor de verhuurder van minimaal één maand. Als het verblijf van de arbeidsmigrant naar verwachting korter dan vier maanden zal zijn, dan kan een huurcontract ‘naar aard van korte duur’ volstaan. Als het verblijf langer gaat duren dan vier maanden, zou het gebruik van de huisvesting gebaseerd moeten zijn op een tijdelijk huurcontract (maximaal twee jaar voor zelfstandige woonruimte en vijf jaar voor onzelfstandige woonruimte). Met die contractvorm bestaat er huurbescherming en huurprijsbescherming.
Gezondheid en welzijn van arbeidsmigranten
Het Aanjaagteam adviseert het kabinet -zo nodig- wettelijk te regelen dat arbeidsmigranten na afloop van hun arbeidscontract gedurende een korte periode, maximaal 30 dagen, gebruik kunnen blijven maken van medische zorg. Verder moeten arbeidsmigranten ook toegang krijgen tot de digitale, persoonlijke omgeving van hun zorgverzekering. Daarvoor hebben zij een DigiD nodig. Ook zouden zorgverzekeraars zich moeten inspannen informatie te verstrekken in andere talen dan het Nederlands. Bovendien moeten zorgaanbieders oog hebben voor de aantallen arbeidsmigranten in hun regio en het zorgaanbod daarop afstemmen, zodat ook arbeidsmigranten voldoende toegang hebben tot zorg.
Betere handhaving en toezicht
Het Aanjaagteam adviseert om de samenwerking tussen inspectiediensten onderling en in de samenwerking met private toezichthouders te verbeteren. Een goede wettelijke basis voor de daarbij behorende gegevensuitwisseling is noodzakelijk. Private en publieke toezichthouders zouden een gezamenlijk toezichtplan moeten opstellen, gebaseerd op een gezamenlijke risicoanalyse, die leidt tot een gecoördineerde capaciteitsinzet. Bovendien zou er jaarlijks moeten worden gerapporteerd over de bereikte resultaten.
Het komt voor dat arbeidsmigranten géén, te laat of te weinig loon ontvangen. Om dit aan te pakken stelt het Aanjaagteam voor om bij een vermoeden van onderbetaling – in combinatie met een bij de werkgever ondeugdelijke administratie – uit te gaan van een bestaand dienstverband van zes maanden. Dit is een extra instrument om onderbetaling tegen te gaan (zoals dat ook al bestaat in artikel 23 van de WAV).
Om grensoverschrijdende problematiek aan te pakken, adviseert het Aanjaagteam om bij de Inspectie SZW een apart multidisciplinair team in te stellen dat alleen grensoverschrijdende taken op zich gaat nemen, dat gezamenlijk kan inspecteren en gegevens kan uitwisselen in samenwerking met buitenlandse toezichthouders. Als de adviezen van het Aanjaagteam rondom certificering worden overgenomen, zal er naar verwachting meer publiekrechtelijk toezicht nodig zijn. Er zullen meer meldingen vanuit de private toezichthouders en de Kamers van Koophandel komen die capaciteit vergen. Daarbij komt dat op het moment dat er meer gewerkt gaat worden in samenwerkingsverbanden, ook de capaciteit hiervoor zal moeten meegroeien.
Institutionele inbedding van arbeidsmigratie
Het Aanjaagteam adviseert dat elke overheidsinstantie die beleid ontwikkelt rondom arbeidsmigranten bewust het perspectief van arbeidsmigranten meeweegt in de beleidsoverwegingen, door bijvoorbeeld een consultatieronde in te richten. Daarnaast adviseert het Aanjaagteam het kabinet om de Tweede Kamer met een jaarlijkse rapportage inzicht te geven in de ontwikkelingen rondom arbeidsmigranten.
Gemeenten zouden de voorzieningen op het gebied van inburgering en integratie ook moeten openstellen voor EU-arbeidsmigranten, om hen te helpen wegwijs te worden in Nederland.
Het Aanjaagteam wil dat de toegang tot het recht voor arbeidsmigranten verbetert. Een laagdrempelige vorm van conflictbeslechting kan helpen om deze toegang te vergroten. Daarom adviseert het Aanjaagteam naar analogie van de huurcommissie een ‘arbeidscommissie’ in het leven te roepen die bindende uitspraken doet op basis van zelfstandig onderzoek naar aangebrachte casuïstiek, met mogelijkheid van beroep bij de normale rechter.
Financiële aspecten van het advies
Een aantal aanbevelingen heeft financiële consequenties. Het kan daarbij gaan om een stijging van arbeidskosten voor werkgevers of een verhoging van kosten voor de overheid, bijvoorbeeld vanwege uitvoerings- of toezichtkosten, door extra voorziene taken of intensiveringen. De omvang van deze kosten hangt sterk af van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen. Het voorstel om de capaciteit van de Inspectie SZW gericht op het toezicht op de uitzendbranche met 90 ſte te vergroten, zal circa 10 miljoen euro kosten. Het openstellen door gemeenten van integratiecursussen voor arbeidsmigranten zal extra kosten met zich meebrengen, evenals de aanbeveling om een arbeidscommissie in te stellen.