Bijlage A Begrippenlijst
Bio-energie. Energie uit biomassa zoals hout, mest, bio-olie, biogas en groen gas (biogas opgewaardeerd tot aardgaskwaliteit). Energie uit afval (zoals afvalverbranding ARN) wordt voor 55% aangemerkt als bio-energie omdat het afval voor een deel uit biomassa bestaat. Bij bio-energie komt CO2 vrij. Omdat deze CO2 niet fossiel maar kort cyclisch is, wordt niet bijgedragen aan de opwarming van de aarde.
Duurzame energie, ook hernieuwbare energie genoemd. Energie (warmte, elektriciteit en brandstoffen) uit bronnen die hernieuwbaar zijn. Voorbeelden zijn zonne-energie, windenergie, aardwarmte, bio-energie en waterkracht.
Energieneutraal. Situatie waarbij de vraag naar energie volledig gedekt wordt uit hernieuwbare bronnen. Er is geen fossiele, niet hernieuwbare, energie meer nodig. Er is geen CO2-uitstoot meer die bijdraagt aan het broeikasgaseffect en daarmee aan de temperatuurstijging van onze aarde.
Fossiele energie. Energie uit bronnen die eindig zijn en waarbij CO2 wordt uitgestoten die bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Fossiele energiebronnen zijn aardgas, aardolie en steenkool.
Klimaatadaptatie. Het proces waarbij de samenleving zich aanpast aan het actuele of verwachte klimaat en de effecten daarvan, om de schade die gepaard kan gaan met klimaatverandering te beperken en de kansen die de klimaatverandering biedt te benutten.
Klimaatbeleid. Beleid gericht op tegengaan gevolgen klimaatverandering (adaptatie) en het aanpakken van de oorzaken van klimaatverandering (mitigatie).
Klimaatmitigatie. Het proces waarmee beoogd wordt de emissies van broeikasgassen te verminderen. Dit kan plaatsvinden door reductie van emissies van broeikasgassen, afvang en opslag van broeikasgassen (CO2) en het voorkomen van ontbossing en stimuleren van herbebossing.
Klimaatneutraal. Situatie waarbij geen broeikasgassen van niet hernieuwbare bronnen meer worden uitgestoten. Naast CO2 is dit bijvoorbeeld methaan (CH4) en lachgas (N2O) dat vrijkomt in de landbouw.
Kort cyclische CO2 is CO2 dat vrijkomt bij het verbranden of verrotten van biomassa en die tot circa 50 jaar daarvoor is vastgelegd bij de groei van biomassa. Per saldo neemt de CO2-concentratie in de atmosfeer hierdoor niet toe.
Terajoule, afgekort TJ. Hoeveelheid energie waarmee in de routekaart wordt gewerkt. Elke energiehoeveelheid, zoals m3 aardgas, kWh elektriciteit en liter benzine wordt omgerekend naar TJ. Bij de kWh elektriciteit wordt dit gedaan door het berekenen van de hoeveelheid brandstof die nodig is in een elektriciteitscentrale om deze kWh te produceren. Gerekend wordt met een gemiddeld rendement van de elektriciteitscentrale van 42,6%.
Bijlage B Bronnenoverzicht
1Energie in Beeld
http://energieinbeeld.nl
Bevat data over aardgas en elektriciteitsverbruik in de gemeente Druten, inclusief productie zonPV. Data van Liander. Meest recente jaar data is 2017 en 2016 voor zonPV.
2Warmteatlas
http://rvo.b3p.nl/viewer/app/Warmteatlas/v2
Nuttige kaart en bevat veel informatie. Kaartlagen zijn niet te exporteren. Wij zijn betrokken bij dit project en hebben daardoor toegang tot sommige achterliggende data.
3Nationale Energie Atlas
http://www.nationaleenergieatlas.nl/web/energieatlas/kaarten
De meeste kaarten wel publiek beschikbaar zijn via Nationaal/Provinciaal Georegister.
4PICO
http://pico.geodan.nl/
Bij gemeente bekend. Achterliggende kaarten zijn niet te exporteren en is dus niet te combineren met andere data in eigen kaarten.
5Energielabel Atlas
http://energielabelatlas.nl/
Alle Energielabels per huis. Niet geclusterd. Wij hebben de achterliggende data en kunnen deze dus evt. verwerken in een nieuwe kaart.
6Biomassakansenkaart
http://biogasmap.nieuwland.nl/Viewer.aspx?map=kansenkaart2015&lang=nl/
Bevat het een en ander over biomassa/groengas. Komt uit ca. 2013. De warmteatlas is recenter. Wij hebben de achterliggende data.
7ThermoGIS
http://www.thermogis.nl/thermogis.html
Kaarten met het ondergrondse potentieel voor diepe geothermie. Achterliggende kaarten zijn te gebruiken.
8Klimaatmonitor
http://klimaatmonitor.nl
Bevat data over klimaat en energie in de gemeente Druten, inclusief duurzame energie productie en energieverbruik vervoer. Data van CBS. Meest recente jaar data is 2015 en 2016.
9Overige
•Milieu Centraal
•Database windturbines
•Startnotitie Duurzaam Druten, gemeente Druten 20 december 2017
•Informatie Alliander mogelijkheden aardgasloos Druten, april 2018
•Eerste verkenning zonneparken Druten, gemeente Druten, datum onbekend
•Notitie afwegingen zonne-projecten Druten, RHDHV 1 mei 2018
•Beschrijving initiatieven windparken
•Concept Gelderse Tien, GEA tafel wind en zon (2018)
Bijlage C Resultaten stakeholderbijeenkomst 4 juni
Flip-overs van het overleg op 4 juni 2018 en een impressie van de avond.
Bijlage D Feitenanalyse
1De huidige situatie
Druten, een gemeente met 18.790 inwoners waarvan er bijna 12.000 in de plaats Druten zelf wonen en 7.993 woningen/woonruimten (cijfers gemeente Druten, 23 juli 2018). Allemaal energiegebruikers, maar hoeveel precies, wat zijn de energiebronnen, hoeveel kost het en wat zijn de gevolgen voor het milieu?
De feiten en cijfers voor het jaar 2017 zijn op een rij gezet. Het is een eerste stap om tot een breed gedragen energievisie en routekaart te komen op weg naar een gemeente waarvan de ambitie is om in 2040 energieneutraal te zijn op het gebied van warmte en elektriciteit. Alle energie die dan jaargemiddeld in de gemeente Druten nodig is wordt dan geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen die binnen haar gemeentegrenzen liggen.
Figuur D.1 Gemeente Druten: 5 kerkdorpen met relatief veel landbouw en water, doorsneden door provinciale wegen en begrensd aan de Noordzijde door de Waal. Industrie in vooral te vinden in de uiterwaarden.
Energiebronnen en energiegebruikers in de gemeente Druten, een grote diversiteit
De gemeente Druten is een landelijke gemeente met 5 kerkdorpen waarvan Druten de grootste is. Het gebied beschikt over relatief veel open ruimte met landbouw. Bos is beperkt aanwezig. Ruim 11% van het oppervlakte bestaat uit water, veelal in de vorm van grindgaten (zandwinning) en strangen (4,8 km2 water en 37,7 km2 land op in totaal 42,5 km2 oppervlakte). Grote bedrijven, waaronder Excluton in het Noord Westen en Scheepswerf Ravenstein in het Noord Oosten zijn te vinden in het uiterwaarden gebied.
Bijzonder in relatie tot energie in de gemeente Druten is, situatie 2017:
•De gemeente wordt doorsneden door provinciale wegen (N329 NZ en N322 OW);
•De Waal met transport over water grenst aan de noordzijde van de gemeente;
•Openbaar vervoer wordt verzorgd door bussen (BRENG), werken op biogas van ARN;
•Er vindt geen grootschalige opwekking van elektriciteit en/of warmte plaats;
•De toepassing van zonPV heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen, nu circa 5.900 panelen;
•Er zijn 7 initiatieven op het gebied van zonnevelden en 3 wind initiatieven;
•Er is nog geen sprake van organisaties rond energie, b.v. energie coöperaties;
•De gemeente Druten werkt veel samen met de gemeente Wijchen en in regionaal verband.
Overige kenmerken gemeente:
•Oppervlakte 42,5 km2, meest landbouwgronden en bebouwd oppervlak, daarnaast bos en open water;
•Het wateroppervlakte bedraagt 4,8 km2;
•De gemeente grenst aan de landelijke gemeenten West Maas en Waal (westen), Nederbetuwe (noorden) en de tot de regio behorende gemeenten Beuningen en Wijchen;
•Het open water in de gemeente bestaat uit rivierstrangen, grindgaten en plassen;
•Glastuinbouw komt vrijwel niet voor in de gemeente;
•Bedrijventerreinen zijn Westerhout (Noord en Zuid) in Druten en Munnikhof in Deest;
•Bij Druten ligt een RWZI van Waterschap Rivierenland, hier wordt geen biogas gewonnen;
•De gemeente wordt in Oost-West richting doorsneden door de 150 kV Tennet hoogspanningslijn;
•Ten zuiden van Druten is een waterwingebied met pompstation;
•Grote grof keramiek fabrieken zijn Vogelensangh (steenfabriek) in Deest en Wienerberger Nuance in Afferden (dakpannen) (bedrijven met zogenaamde Meerjarenafspraken – MJA, een convenant met betrekking tot energie efficiency), potentiele bron voor restwarmte;
•Excluton is de grote betonfabriek ten noord westen van Druten (geen MJA).
In tabel D1 zijn de verschillende energiebronnen en hun toepassingen in de gemeente Druten weergegeven.
Duurzame energiebronnen die niet in de gemeente Druten voorkomen zijn: windenergie, land of watergebonden zonne-energie, geothermie, waterkracht, biogas, bio-elektriciteit en getijdenenergie.
Toepassing van warmtepompen vindt plaats bij Wijkcentrum De Doorkijk.
WKO-installaties (warmte koude opslag) komen voor in Druten.
Wind en zonne-energie op grote schaal hebben wel potentieel maar zijn nog niet ontwikkeld binnen de gemeentegrenzen.
De Waal is een potentiele bron van waterkracht, maar de potentie is klein door het geringe verval. Beken en waterlopen met aanzienlijk verval (en daardoor met meer potentie) zijn niet aanwezig. Ondergrond en oppervlakte water bieden mogelijkheden voor de winning van duurzame warmte en/of koude.
Van geothermie is niet bekend wat het potentieel is in de gemeente, daarvoor ontbreekt informatie over bodemgesteldheid.
Biomassa uit de gemeente, zoals groente- fruit- en tuinafval (GFT), afvalwater, huishoudelijk afval (HH afval), knip- en snoeihout dat buiten de gemeente wordt ingezet als energiebron, telt volgens de landelijke spelregels niet mee in de duurzame energieproductie van de gemeente Druten. Dit telt wel mee in de gemeente waarbij de biomassa wordt ingezet als energiebron, dit is overwegend Beuningen waar de ARN biomassa gerelateerd afval verwerkt. In 2017 heeft de gemeente circa 3.700 ton GFT afval naar de ARN afgevoerd, wat overeenkomt met circa 185.000 m3 groen gas.
De biobrandstoffen die zijn bijgemengd in diesel en benzine worden niet in de gemeente zelf geproduceerd, elders vindt bijmenging plaats.
Tabel D.1 Energiebronnen en toepassingen in de gemeente Druten (2017, Klimaatmonitor)
Fossiele energiebronnen
Toepassingen
Aardgas
Verwarming processen, gebouwen, koken en warm water, gasketels
Benzine
Wegtransport, vooral personenauto’s
Dieselolie
Weg- en watertransport, mobiele werktuigen zoals tractoren en kranen
LPG
Wegtransport, vooral personenauto’s
Elektriciteit
Bij bedrijven en in woningen voor vele toepassingen en elektrisch vervoer
Duurzame energiebronnen
Toepassingen
Bio-energie afvalwater
Aeroob proces rioolwaterzuivering, geen biogaswinning
Co-vergisten mest
Geen vergistingsprojecten in Druten, mest wordt elders verwerkt
Groenafval
Verwerking door compostering via DAR, geen duurzame energie
Biomassa uit GFT
Vergisten bij ARN in Weurt, productie biogas voor bussen BRENG
Biomassa uit HH afval
Verbranden bij ARN Weurt, elektriciteit en warmte voor RWZI en Waalsprong
Biomassa, hout
Verwarming van woningen en gebouwen, houtkachels en open haarden
Zon
Zonnepanelen (zonPV) voor elektriciteit en zonneboilers voor warm tapwater
Warmtepompen
Vooral toepassing in melkveehouderij en in gebouwen met koelbehoefte (WKO) en in utiliteit
Biobrandstoffen
Biodiesel en bio-ethanol als toevoeging aan diesel en benzine, maar ook biogas
1.1 Energieverbruik
De bronnen voor het energiegebruik in de gemeente worden onderverdeeld in aardgas, elektriciteit en transportbrandstoffen. Liander houdt bij hoeveel aardgas en elektriciteit de gemeente verbruikt (Energie in Beeld). Het verbruik aan transportbrandstoffen (weg en water) wordt bijgehouden door het CBS en is te vinden in de Klimaatmonitor. Het CBS rekent het nationale verbruik toe aan de gemeenten in Nederland. Gemeenten met veel wegen en vaarwegen met een hoge gebruiksintensiteit verbruiken daardoor veel transportbrandstoffen. Transportbrandstoffen maken geen onderdeel uit van de ambitie energieneutraal in de gemeente Druten. Wel is het de ambitie om het elektrisch vervoer in de gemeente Druten te voorzien van elektriciteit die in de gemeente zelf wordt opgewekt. Nu is dit nog beperkt, maar de verwachting is dat het elektrisch vervoer sterk zal gaan groeien in de komende jaren.
Het gebruik van energie wordt uitgedrukt in GJ, gigajoule. Dit is de universele eenheid waarmee het mogelijk wordt om liters brandstof, kWh elektriciteit en m3 aardgas bij elkaar op te tellen. Zo gebruikt een gemiddelde woning in de gemeente Druten 1.495 m3 aardgas (2017), dat is 47,3 GJ en 3.277 kWh elektriciteit, dat is 11,8 GJe (gigajoule elektrisch) en dat is 28,5 GJ fossiele energie
4Het gemiddeld rendement van elektriciteitscentrales in Nederland is 41,4% in 2016 (bron: CBS). Dus voor 1 GJ elektriciteit is ongeveer 2,4 GJ fossiele energie nodig.
. Bij grote hoeveelheden energie wordt niet de GJ maar TJ (terajoule) of PJ (petajoule) gebruikt. 1 TJ is gelijk aan 1.000 GJ. 1 PJ is gelijk aan 1 miljoen GJ en dat is weer gelijk aan 31,6 miljoen m3 aardgas. 1 TJ is gelijk aan 31.596 m3 aardgas. Een passende energiemaat voor de gemeente Druten is de TJ. Zie ook figuur D.2.
Figuur D.2 Betekenis van energie en vermogen; energie wordt in Druten uitgedrukt in TJ (terajoule)
1.1.1 Verbruik aardgas en elektriciteit
Het verbruik van elektriciteit (tabel D.2) en aardgas (tabel D.3) volgt uit Energie in Beeld, de database van Liander. Vanaf 2008 wordt bijgehouden wat het verbruik in de gemeente Druten is. Onderscheid wordt gemaakt in het verbruik door het bedrijfsleven (zakelijk) en particulieren. Bij het verbruik aardgas valt op dat er een groot verschil is tussen Energie in Beeld en de Klimaatmonitor, Energie in Beeld meldt 485 TJ in 2016 terwijl uit de Klimaatmonitor 662 TJ fossiel volgt na aftrek 24 TJ duurzame warmte. Dit kan komen door de grootverbruikers van aardgas (grof keramische industrie en Excluton) die het aardgas niet via Alliander maar rechtsreeks uit het hoge druk gasnet via Gasunie geleverd krijgen.
Tabel D.2 Verbruik elektriciteit in de gemeente Druten in GWh in 2008 en 2017 (negatief getal: daling verbruik elektriciteit in 2017 ten opzichte van 2008)
Type gebruiker
2017
2008
Verschil
Particulieren
21,0 GWh
21,3 GWh
-0,3 GWh, - 1,4 %
Zakelijk
52,0 GWh
61,7 GWh
-9,7 GWh, - 15,7%
Totaal elektriciteit
73GWh, dat is
263TJe
617TJ fossiel
83GWh, dat is
298TJe
700TJ fossiel
-10 GWh, - 12%
-35 TJe
-83 TJe
Tabel D.3 Verbruik aardgas in de gemeente Druten in miljoenen m3 in 2008 en 2017 (negatief getal: daling verbruik aardgas in 2017 ten opzichte van 2008)
Type gebruiker
2017
2008
Verschil
Particulieren
9,3
9,7
-0,4, - 4,1%
Zakelijk
6,2
8,1
-1,9, - 23%
Totaal aardgas
15,5 miljoen m3, dat is
491TJ
17,8 miljoen m3, dat is
563TJ
-2,3, - 12,9%
-72,8 TJ
Het elektriciteitsverbruik is de afgelopen negen jaar gedaald, dit komt vooral door een daling van het zakelijk verbruik. Bij particulieren is het verbruik stabiel, ondanks het feit dat het aantal particuliere vastgoedobjecten met 18,9% is gestegen van 5.447 in 2008 naar 6.479 in 2017 (cijfers Energie in Beeld 2017).
Zakelijk wordt aanzienlijk meer elektriciteit verbruikt dan particulier. Bij kleinverbruik aardgas is dit andersom. Het zakelijk aandeel in het verbruik van elektriciteit en aardgas bedroeg in 2017 51% van het totale gebruik (385 TJ zakelijk op een totaal van 755 TJ).
Gemiddeld verbruik per zakelijke aansluiting per jaar in Druten (2017):
•Elektriciteit
28.552 kWh
8,7 keer meer dan bij de particulier;
was 28.896 kWh in 2008
(- 1,2%)
•Aardgas
4.032 m3
2,7 keer meer dan bij de particulier.
Was 4.495 m3 in 2008
(- 10,3%)
Gemiddeld verbruik per particuliere aansluiting per jaar in Druten (2017):
•Elektriciteit
3.277 kWh
Was 3.924 kWh in 2008
(- 19,7%);
•Aardgas
1.495 m3
Was 1.839 m3 in 2008
(- 18,7%).
Over de gehele linie is het energieverbruik per aansluiting in de gemeente Druten gedaald tussen 2008 en 2017. Het gebruik van aardgas en elektriciteit is in de gemeente gedaald van 861 TJ in 2008 naar 757 TJ in 2017, dat is een daling van 104 TJ. De absolute daling bedraagt 1,4% per jaar over de afgelopen negen jaar; 12,4% totaal. Dat is minder dan de 1,5% energiebesparing die is afgesproken in het SER Energieakkoord in 2013. Per vastgoedobject is de daling groter doordat het totaal aantal vastgoedobjecten gestegen is met 9,3% in deze periode van 7.617 naar 8.327 (cijfers Energie in Beeld 2017). De relatieve daling bedraagt 2,4% per jaar.
Figuur D.3 en D.4 tonen een grafische weergave van het energieverbruik in 2017.
Figuur D.3 Verbruik van aardgas, fossiele elektriciteit en transportbrandstoffen in Druten, totaal 1.466 TJ
Verbruik van transportbrandstoffen is het hoogst, op de voet gevolgd door elektriciteit. Opgave horend bij ambitie energieneutraal in 2040 bedraagt initieel 757 TJ, alleen aardgas en elektriciteit (Energie in Beeld, 2017, Klimaatmonitor 2016).
Figuur D.4 Zakelijk, particulier en mobiel energieverbruik, totaal 1.466 TJ. Zakelijk verbruik (gas en elektriciteit) is vergelijkbaar met particulier verbruik (Energie in Beeld, 2017, Klimaatmonitor 2016).
Grootverbruikers energie in de industrie
De steenfabriek van Vogelensangh en dakpanfabriek van Wienerberger in Deest zijn aangesloten bij het MJA3 convenant. Zij beschikken over een Energie Efficiëntie Plan (EEP) met looptijd 2017 tot en met 2020. Het plan is vertrouwelijk en bekend bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN). Het plan vermeldt de rendabele maatregelen waarmee deze bedrijven minimaal 1,5% per jaar gaan besparen op het gebruik van fossiele brandstoffen. Het energieverbruik van deze bedrijven is niet bekend.
Van de overige grote bedrijven zoals Excluton en delfstoffenwinning Sagrex te Deest is niet bekend of zij over een EEP beschikken en ook is niet bekend wat het energieverbruik is. Door een check bij ODRN kan informatie over het aardgasverbruik worden verworven om zo te kunnen vaststellen of de opgave van initieel 757 TJ (2017) die bij de ambitie hoort, klopt.
Daarnaast zijn in Druten mogelijk bedrijven en organisaties gevestigd met een omzet groter dan € 50 miljoen en/of aantal werknemers groter dan 250 fte die een energie audit hebben moeten uitvoeren. Het bevoegd gezag (ODRN) ziet hier op toe. Deze audit bevat eveneens een overzicht van maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder die uitgevoerd gaan worden tot en met 2020. Niet bekend is welke bedrijven in Druten zijn aangeschreven en welke bedrijven daadwerkelijk een energie audit hebben uitgevoerd.
1.1.2 Verbruik transportbrandstoffen
Vervoer valt niet onder de ambitie energieneutraal 2040 van de gemeente Druten, toch is het energieverbruik in kaart gebracht omdat vervoer steeds meer elektrisch wordt en de gemeente Druten in beginsel zelf zal moeten zorgen voor de duurzame elektriciteit die hiervoor nodig is. Deze paragraaf geeft enig inzicht in het aandeel mobiliteit waar de gemeente invloed op heeft en het aandeel mobiliteit waar zij geen of zeer beperkt invloed op heeft (snel- en vaarwegen). Voor dat deel volgt gemeente Druten de landelijke ontwikkelingen.
Het verbruik van transportbrandstoffen volgt uit de Klimaatmonitor. Het meest recente jaar waarover gegevens bekend zijn is 2016, zie tabel D.4 en figuur D.5. Opvallend is het grote aandeel van de binnenvaart over de Waal (43%) in het gebruik van transportbrandstoffen. Van het totale verbruik van 709 TJ is.9 TJ duurzaam in de vorm van bio ethanol en biodiesel (aandeel 1,3%).
Tabel D.4 Transportbrandstoffen in de gemeente Druten, totaal 709 TJ (Klimaatmonitor, 2016)
Transportvorm
Hoeveelheden
Wegverkeer
361TJ, waarvan 153 TJ snelweg N322 en 208 TJ overige wegen, incl. N329.
waarvan benzine
4,76 miljoen liter, 255 liter per inwoner
waarvan diesel
5,53 miljoen liter, 297 liter per inwoner
waarvan LPG
0,25 miljoen liter, 13,4 liter per inwoner
Mobiele werktuigen
43TJ
Binnenvaart Waal
305TJ
Totaal
709TJ
Figuur D.5 Energiegebruik transportbrandstoffen gemeente Druten, totaal 709 TJ (2016, Klimaatmonitor). Vervoer over de weg gebruikt de meeste energie, komt vooral door de N322 en N329.
1.2 Duurzame energieproductie
Waren er in 2008 nog maar vier woningen in de gemeente met zonnepanelen, in 2016 is dit aantal gestegen tot 387 woningen. Bijna de helft van de zonPV systemen is te vinden in de wijkgemeente Druten. Het totaal aantal geïnstalleerde zonnepanelen in 2016 bedroeg bijna 6.000 en zij produceren met elkaar 1,29 miljoen kWh, het elektriciteitsverbruik van 393 huishoudens in Druten, dit komt overeen met ongeveer 6% van alle woningen in de gemeente Druten. Markante zonPV projecten zijn de basisscholen in Deest en Horssen en het wijkcentrum De Doorkijk in Druten Zuid.
In figuur D.6 zijn de huidige hernieuwbare energiebronnen in de gemeente Druten op een rij gezet. Daaruit blijkt dat energie uit biomassa verreweg de grootste hernieuwbare energiebron is, met als belangrijkste bron de houtkachels in woningen. Het aandeel van zonPV is ondanks de snelle groei van de afgelopen jaren nog klein. Duurzame transportbrandstoffen (bio-ethanol en biodiesel) dragen ook bij.
Figuur D.6 Productie duurzame energie in Druten, totaal 38 TJ (2016). De productie van zonnestroom is in 2017 gestegen met 2 TJ van 5 TJ in 2016 naar 7 TJ.
Door het ontbreken van gegevens is niet bekend hoeveel zonneboilers en warmtepompen (beide duurzame warmte) zijn geïnstalleerd in de gemeente Druten. Tevens is niet bekend hoe vaak de traditionele windmolen De Drie Waaijen in Afferden draait en daarmee wat de bijdrage is aan de productie van duurzame energie. Ter indicatie: wanneer de windmolen 500 uur per jaar draaien bij een vermogen van 20 kW dan is de bijdrage 0,04 TJ, circa 0,1% van de totaal geproduceerde duurzame energie in Druten in 2016.
Op dit moment zijn er enkele WKO systemen (warmte koude opslag) actief in de gemeente Druten. Dit zijn systemen waarmee warmte uit waterhoudende lagen wordt onttrokken.
De totale duurzame energieproductie binnen de gemeentegrenzen van Druten is 29 TJ, biotransport brandstoffen zijn dan niet meegerekend. Het aandeel duurzame energie is daarmee 2,6%
5Aandeel is betrokken op elektriciteit en warmte. Productie duurzame energie 30 TJ. Verbruik energie 751 TJ fossiel en 30 TJ duurzaam, totaal 781 TJ. Aandeel is daarmee 2,6%, dit is minder dan de helft van het landelijk gemiddelde van 6%.
van het energiegebruik in de gemeente. Om het doel van het SER Energieakkoord te bereiken moet dit percentage stijgen met ruim 9% tot 14% in 2020 en ruim 11% tot 16% in 2023.
1.3 De energierekening van Druten
De energierekening van particulieren en bedrijven in de gemeente Druten is fors. Elk jaar betalen zij circa € 36 miljoen aan aardgas, elektriciteit en transportbrandstoffen. Dat is bijna € 1.930 per inwoner en € 5.540 per huishouden (= woning). Exclusief transportbrandstoffen zijn de jaarlijkse kosten ruim € 20 miljoen. De kosten zijn verdeeld zoals weergegeven figuur D.7.
Figuur D.7 Indicatie energiekosten gemeente Druten in miljoen €, totaal € 35,9 miljoen (2017). Exclusief de kosten van brandstof in de binnenvaart
1.4 De CO2 voetafdruk van de gemeente
De CO2-emissie die bijdraagt aan het broeikasgaseffect is afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen. Dit gebeurt onder andere bij woningen en bedrijven door de verbranding van aardgas, door het gebruik van benzine, diesel en LPG in voertuigen en het gebruik van kolen en gas in elektriciteitscentrales. Tabel D.5 en figuur D.8 geven een overzicht van de CO2-emissie.
Tabel D.5 Fossiele CO2-emissie gemeente Druten , totaal 212,1 kton (2017, 2016 vervoer)
CO2 bron
CO2 emissie in kton
Verbranding aardgas
27,6 (56,3 kg CO2/GJ)
Verbruik elektriciteit
43,3 (0,59 kg CO2/kWhe)
Verbruik benzine, diesel en LPG (fossiel)
50,8 (gemiddeld 73 kg CO2/GJ)
Totaal
121,7 kton
Figuur D.8 CO2-emissie in de gemeente Druten, totaal 121,7 kton (2017, 2016 vervoer)
Per inwoner bedraagt de CO2-emissie 6.540 kg. Om deze CO2 te kunnen opslaan moeten 315 bomen 1 jaar lang groeien. Ter vergelijking, de gemiddelde CO2-emissie van een huishouden in Nederland is 8.000 kg.
In figuur D.9 is voor iedere postcode niveau 4 aangegeven hoe groot de CO2-emissie is als gevolg van het verbruik van aardgas en elektriciteit. De wijkgemeente Druten bestaat uit 2 postcodes en neemt bijna 2/3 van het totale energieverbruik van de gemeente Druten voor zijn rekening. Daaropvolgend is Deest en Horssen.
Figuur D.9 CO2-emissie door het verbruik van aardgas en elektriciteit per wijkgemeente in kton (2017). Totale fossiele CO2-emissie 70,9 kton, exclusief 50,8 kton CO2-emissie vervoer (2016)
6De Klimaatmonitor geeft 127,5 kton op als de totale CO2-emissie van de gemeente Druten. Hier is het totaal 121,7 kton. Het verschil kan zitten in het grootverbruik aardgas industrie.
. Het grootste energieverbruik treedt op in de wijkgemeente Druten, aandeel 64%.
Overige broeikasgassen
De CO2-uitstoot is verantwoordelijk voor 85% van de broeikasgasemissies in Nederland (2014). De rest zijn overige broeikasgassen: methaan (CH4) 10%, lachgas (N2O) 4% en fluorhoudende gassen 1%.
De landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer 2/3 van de methaanemissies en ongeveer 3/4 van de lachgasemissies in Nederland. Betrokken op de gemeente Druten bedraagt de totale emissie van overige broeikasgassen 38,2 kton per jaar (2014). Daarvan komt 31 kton voor rekening van de emissie van methaan en 7,2 kton door lachgas, beiden afkomstig uit de landbouw. De totale broeikasgasemissie van Druten, inclusief CO2, is 160 kton, de landbouw draagt hier dus voor 24% aan bij met de emissie van overige broeikasgassen.
2De opgave
2.1 De ambitie ingevuld tot 2023
Eerst energie besparen en in de resterende energievraag voorzien met duurzame energiebronnen, dat is het devies (Trias Energetica).
Energie besparen
Het SER Energieakkoord en in het verlengde hiervan het Gelders Energieakkoord zet in op een energiebesparing van 1,5% per jaar. Dit kan door zuiniger apparaten, het isoleren van woningen, verbetering van productieprocessen, zuiniger auto’s, elektrisch vervoer, etc. Maar wat betekent 1,5% per jaar voor de gemeente Druten? Het percentage is gelijk aan een energiehoeveelheid van 11,3 TJ per jaar, dit betrokken op het verbruik van elektriciteit en aardgas.
Vertaald betekent dit:
•Per jaar moet er 0,23 miljoen m3 aardgas bespaard worden;
•Per jaar moet er 1,10 miljoen kWh elektriciteit bespaard worden.
Deze hoeveelheid komt overeen met het aardgasverbruik van ongeveer 189 woningen in de gemeente.
Er zijn 7.993 woningen in de gemeente, 1,5% lijkt dus weinig maar is in de praktijk veel. Energie besparen in de komende jaren is dus niet alleen een kwestie van spouwmuurisolatie en dubbel glas, er zal meer moeten gebeuren, vooral ook in het bedrijfsleven in Druten die de helft van het energieverbruik voor zijn rekening neemt. Nu is 1,5% per jaar nog haalbaar, de komende jaren zal dit steeds moeilijker worden omdat de meeste maatregelen dan al zijn uitgevoerd.
Duurzame energie productie
Het SER Energieakkoord heeft als doel 14% duurzame energie in 2020 en 16% in 2023. Nu in 2017 is het aandeel 2,7% in Druten. Een groei van 2,2%punt per jaar is nodig om op 16% uit te komen, exclusief het effect van energiebesparing. Dit betekent dat de duurzame energieproductie elk jaar met gemiddeld 16,8 TJ zal moeten stijgen (betrokken op verbruik aardgas en elektriciteit, exclusief vervoer), dusdanig fors dat grootschalige initiatieven onontbeerlijk zijn.
Als de gemeente Druten besluit tot de uitvoering van een routekaart die in lijn is met het SER Energieakkoord en het Gelders Energieakkoord dan betekent dit dat de duurzame energieproductie elk jaar moet stijgen met circa 17 TJ. Hoeveel duurzame energie is hier voor nodig?
Enkele voorbeelden:
•Elk jaar 1 MW aan windturbines plaatsen, gangbare grote is 3 MW per windturbine, of
•Elk jaar bij 700 woningen zonPV plaatsen, dat is 2 keer zoveel als de woningen met zonPV in 2016, of
•Elk jaar zonnevelden realiseren met een oppervlakte van ruim 3,5 ha, of
•Elk jaar 350 woningen voorzien van hoogwaardige biowarmteketels (houtpellets).
Wanneer het de gemeente Druten lukt om een routekaart te maken in lijn met het SER Energie Akkoord en het daarvan afgeleide Gelders Energieakkoord dan verandert de energiehuishouding in de gemeente zoals weergeven in figuur D.10.
Figuur D.10 Scenario SER Energieakkoord gemeente Druten, waarden in TJ.
Wanneer de gemeente Druten energieneutraal wil zijn in 2040 dan moet het fossiele energieverbruik (aardgas, elektriciteit en transportbrandstoffen) met circa 34 TJ per jaar dalen, dat is 9 TJ per jaar meer dat de 25 TJ per jaar die het SER Energieakkoord vereist.
2.2 De ambitie verkend tot 2040
Met de ambitie om in 2040 energieneutraal te zijn (aardgas en elektriciteit) is de opgave om uiterlijk in 2040 het fossiele energieverbruik van 757 TJ in 2017 te reduceren tot 0. Het gaat daarbij om de volgende opgave per type verbruik, zie ook figuur D.4 in paragraaf 1.1.1:
•Warmte
15,6 miljoen m3 aardgas vervangen
494TJ;
•Elektriciteit
73,3 miljoen kWhe uit hernieuwbare bronnen halen
263TJe.
Zoals gezegd laten we het verbruik van fossiele transportbrandstoffen buiten beschouwing, waarmee van de in totaal 1.466 TJ energieverbruik 709 TJ (10,5 miljoen liter transportbrandstoffen) niet mee wordt genomen in de ambitie voor 2040.
De opgave voor elektriciteit zal groter zijn dan de 263 TJe die volgt uit het fossiel elektriciteitsverbruik in 2017, als gevolg van de elektrificatie van onze energievoorziening:
•Elektrificatie industrie: aardgas wordt deels vervangen door elektrisch verwarmen;
•Elektrificatie ruimteverwarming: de warmtepomp zal in toenemende mate worden ingezet;
•Elektrificatie vervoer: het aantal elektrische voertuigen zal gaan toenemen.
Het fossiele energieverbruik wordt teruggedrongen door als eerste maximaal in te zetten op energiebesparing. Vervolgens door de productie van hernieuwbare energie op kleine schaal bij woningen en bedrijven. Tot slot door de grootschalige productie van hernieuwbare energie in het landelijke gebied en op bedrijventerreinen. Door de toepassing van smart grids en stadsverwarming, al dan niet gecombineerd met energieopslag, wordt vraag en aanbod van energie op elkaar afgestemd en bij elkaar gebracht.
Na de presentatie van het vergezicht op hoofdlijnen in 2.3 wordt het energiesysteem 2040 in drie opeenvolgende stappen opgebouwd:
•Duurzame warmte; de warmtetransitie;
•Duurzame mobiliteit;
•Duurzame elektriciteit.
Het hanteren van deze volgorde is belangrijk omdat meer hernieuwbare warmte en meer duurzaam vervoer leiden tot een toename van de vraag naar elektriciteit. Zo wordt voor de gemeente Druten invulling gegeven aan de elektrificatie van onze samenleving.
Uitgangspunten voor de verkenning van een energieneutraal Druten in 204 zijn als volgt:
•Omvang bevolking en bedrijvigheid verandert nagenoeg niet;
•Mobiliteit verandert niet, we blijven evenveel kilometers maken;
•Alleen rendabele en technisch bewezen maatregelen worden toegepast;
•Energie per eenheid duurder, maar energieverbruik daalt, kosten nemen per saldo beperkt toe;
•Innovaties zullen gaan plaatsvinden waardoor hernieuwbare energie goedkoper wordt;
•CO2-belasting (ETS) is fors, bedrijven moeten extra betalen voor gebruik fossiele energie.
Deze uitgangspunten zijn optimistisch. Wanneer de praktijk rond energiebesparing tegenvalt dan wordt de opgave groter en zal het moeilijker worden om in 2040 energieneutraal te zijn. Daar staat tegenover dat het effect van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie waardoor bedrijven waarschijnlijk minder energie nodig hebben ook niet is meegenomen.
De Rijksoverheid stelt zich tot doel om in 2050 CO2-arm te zijn, dat betekent dat de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen met 80 tot 95%. Voor de gemeente Druten wordt 95% aangehouden als het minimum, streven is om voor 100% te voorzien in de energievraag in 2040 met hernieuwbare bronnen. Gebruikte bronnen zijn, naast regio specifieke informatie:
•PBL rapport: Naar een schone economie in 2050 (2011);
•PBL rapport: Naar een duurzame warmtevoorziening in 2050 (2014);
•Energierapport Transitie naar duurzaam (2016).
2.3 Vergezicht energieneutraal Druten 2040
In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van hoe de gemeente Druten er uit kan zien in 2040, op basis van de trends die zich nu aftekenen. De richting van de energietransitie is bekend, alleen het tempo en de manier waarop deze precies zal plaatsvinden, zal de tijd moeten leren. Innovaties zullen hier zeker invloed op hebben en leiden tot de zo broodnodige versnelling.
Gasnet
Het aardgasnet is niet meer op grote schaal in gebruik in de gemeente Druten. Biogas en mogelijk ook waterstof zijn dan wel het groene alternatief voor aardgas, maar de toepassing zal vooral gericht zijn op hoge temperatuur warmte in de keramische industrie en niet meer voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Biogas (groen gas) wordt daarnaast ingezet in het vervoer over water en op de weg.
Elektriciteitsnet
Het elektriciteitsnet is het grote energienetwerk in de gemeente Druten. Het net opereert als een smart grid zodat vraag en aanbod van elektriciteit optimaal op elkaar wordt afgestemd. De woningen en gebouwen zijn optimaal geïsoleerd en hebben een gezond binnenklimaat. Woningen en utiliteit die vanaf 2019 worden gebouwd zijn energieneutraal en de gehele bestaande woningvoorraad en alle bedrijfsgebouwen zijn gerenoveerd tot gemiddeld label A.
Duurzaam verwarmen
Lokale warmtebronnen (zon, bio, omgevingswarmte en mogelijk geothermie) worden benut op het niveau van individuele gebouwen en in de vorm van lokale warmtenetten. De centrale productie van warmte vindt plaats bij geothermiebronnen, in bio-energie installaties gevestigd op bedrijventerreinen en vanuit grootschalige bronnen voor omgevingswarmte (oppervlakte water en WKO). Gebouwen worden zoveel mogelijk passief gekoeld. Waar dit niet mogelijk of toereikend is wordt WKO toegepast of een andere vorm van energiezuinige koeling.
Open haarden zijn vervangen door energiezuinige houtpelletkachels die door rookgasreiniging lage emissies hebben. Houtpelletkachels en warmtepompen worden gebruikt voor het verwarmen van huizen in het landelijk gebied en in de kleine woonkernen. De inwoners in de gemeente Druten koken elektrisch, dit is duurzamer en veiliger dan koken op gas.
Duurzame elektriciteit
Voor de opwekking van elektriciteit worden hernieuwbare bronnen gebruikt. Dit gebeurt zoveel mogelijk decentraal bij bedrijven en in de woonwijken. Waar nodig en mogelijk wordt dit aangevuld met grootschalige productie van hernieuwbare elektriciteit. De hiervoor benodigde installaties worden op de meeste geschikte locaties geplaatst. Gezien het beschikbare potentieel (initiatieven, ruimte) kan de gemeente Druten daarbij zelfs een regionale functie vervullen; het overschot wordt geëxporteerd naar andere gemeenten.
Slimme netten en energieopslag
De gemeente Druten past waar zinvol slimme systemen toe, zoals smart grid, slim vervoer en energieopslag, zodat de infrastructuur optimaal wordt gebruikt, de leveringszekerheid groot is en de kosten voor inwoners en bedrijven laag zijn. Wanneer het ondanks alle inspanningen niet lukt om binnen de grenzen van de gemeente energieneutraal te zijn dan wordt hernieuwbare elektriciteit, -gas en – transport brandstoffen en duurzame biomassa geïmporteerd.
Duurzaam vervoer
Het vervoer maakt naast groen gas gebruik van elektriciteit en waterstof uit hernieuwbare bronnen. Het lokale en kleinschalig personen vervoer vindt elektrisch plaats. Voor zwaar vervoer en vervoer over grote afstanden (weg, water) worden duurzame bio transportbrandstoffen (gas, olie) en waterstof (of zijn alternatieven zoals methaan, mierenzuur, ammoniak) gebruikt.
Circulaire economie
Het landelijk gebied wordt deels gebruikt voor de productie van gewassen die energie, grondstoffen en voedsel leveren. De biomassa die zo vrij komt maakt onderdeel uit van een biobased economy en wordt in een landelijke gemeente als Druten gebruikt als brandstof. Ook de bossen zijn, voor zover duurzaam bosbeheer dit toelaat, een bron van biomassa (grondstof en energie). De bedrijven (agro en industrieel) maken onderdeel uit van een circulaire economie. Bedrijventerreinen maken een optimale onderlinge uitwisseling van grondstoffen en energie mogelijk. Grondstoffen gaan zo niet verloren en het specifieke energieverbruik per eenheid product is veel lager dan nu het geval is.
2.3.1 Duurzame warmte in 2040
Met allerlei technische mogelijkheden is de vraag naar warmte te verlagen. Nul zal deze niet worden. Ook is het waarschijnlijk dat door verandering van gebouwen en het klimaat de vraag naar koude toeneemt, dit bij een afnemende vraag naar warmte. Warm tapwater neemt daardoor een steeds groter deel van de warmtevraag voor zijn rekening. De vormen van warmtevoorziening veranderen. Aardgas wordt vervangen door hernieuwbare varianten. Belangrijke randvoorwaarde is dat in de winter in de maximale warmtevraag kan worden voorzien. De zonneboiler is daarom een aanvullende optie. Warmtenetten met biomassa, geothermie en warmtepompen zijn opties die wel onder alle omstandigheden in de warmtevraag kunnen voorzien. Deze opties doen de vraag naar elektriciteit wel toenemen. Zo maakt de warmtepomp met 1 deel elektriciteit tot circa 5 delen bruikbare warmte. Voor het voorzien in de vraag naar koude kan gebruik gemaakt worden van koude netten, kunnen absorptie koelpompen worden ingezet in warmtenetten en kunnen warmtepompen (WKO) worden gebruikt.
Wonen
Vanaf 2019 worden alle nieuwe woningen en gebouwen in de gemeente Druten gebouwd met minimaal label A, dat is optimaal geïsoleerd en met duurzame energie in de woning (BENG). Streven is energieneutraal bouwen. Zongericht verkavelen hoort hier ook bij, net als passieve koeling.
Bestaande woningen worden allemaal gemiddeld label B (2020), dat is optimaal geïsoleerd. Waar mogelijk worden de bestaande woningen voorzien van biowarmte, zonnepanelen (= zonPV) en zonneboilers zodat ook deze energieneutraal zijn. Het toepassen van warmtepompen in bestaande woningen is technisch moeilijk omdat vloerverwarming of speciale radiatoren zijn vereist. Dit vraagt om een ingrijpende en kostbare renovatie. Nadere uitwerking is verwerkt in de Woonvisie 2016-2021 (november 2016).
In tabel D.6 is aangegeven hoe de vraag naar aardgas (restant fossiel) in woningen kan gaan dalen op weg naar een energieneutraal 2040. Figuur D.11 presenteert de aanpak van de warmtetransitie in Druten.
Tabel D.6 Transitie woningen duurzaam verwarmen in 2040 in de gemeente Druten. 40% besparen warmtevraag en 60% hernieuwbaar verwarmen
Warmte woningen
Impact
Cumulatief
Aardgasverbruik nu (2017)
295TJ
Restant fossiel
Bestaande bouw gemiddeld label B
20%, dat is – 59 TJ
236TJ
Bestaande bouw label A
10%, dat is – 29 TJ
207TJ
Woningvoorraad vernieuwen, 10%
10% energie neutraal, - 29 TJ
178TJ
Duurzaam collectief verwarmen
30%, dat is – 89 TJ
89TJ
Duurzaam individueel verwarmen
30%, dat is – 89 TJ
0PJ
Figuur D.11 Aanpak warmtetransitie woningen gemeente Druten. Waarden in TJ; 295 TJ aardgasverbruik wordt verduurzaamd
In totaal zullen 6.224 woningen die nu nog met aardgas verwarmd worden moeten overschakelen op hernieuwbare warmte. Een gemiddelde warmtevraag van 28 GJ per woning is in 2040 van toepassing, dat is nu 47 GJ, een daling met 40%.
Duurzaam individueel verwarmen is voorzien bij circa 3.100 woningen door toepassen van een mix van warmtepompen en biowarmte installaties. Zonnecollectoren kunnen daarbij als aanvulling worden gebruiken:
•50% warmtepomp installaties, dat zijn 1.550 installaties, dat zijn circa 70 installaties per jaar;
•50% biowarmte installaties, in het bijzonder houtpellets, vraagt circa 2,5 kton houtpellets per jaar.
Duurzaam collectief verwarmen heeft betrekking op circa 3.100 woningen die nu nog aangesloten zijn op aardgas. Per jaar moeten zo gemiddeld 70 woningen aangesloten worden op een collectief systeem om het doel te halen. Dit kan met:
•Biowarmte installaties die in schaalgrootte kunnen variëren van 0,1 tot 10 MW thermisch;
•Grootschalige warmtepompsystemen, gangbare schaalgrootte is 100 tot 500 woningen;
•Restwarmte uit de industrie, voor zover op termijn beschikbaar. Wanneer beschikbaar benutten, tegelijkertijd ook andere hernieuwbare warmtebronnen ontwikkelen;
•Warmte uit geothermiebronnen, onzeker in potentieel en vanwege inpasbaarheid schaalgrootte.
Bedrijven
De bedrijven zullen in 2040 voor 90% energieneutraal zijn, daarnaast zal ook innovatie nodig zijn om tot 100% energieneutraal te komen, dit geldt vooral voor de keramische industrie in de gemeente Druten waarbij hoge temperaturen nodig zijn. De meeste bedrijfsprocessen zullen om kunnen schakelen naar hernieuwbare warmte door het gebruik van elektriciteit of hernieuwbaar gas (waterstof, groen gas). Ook zal door de ontwikkeling van de bio economie (biobased economy) en de circulaire economie het gebruik van energie intensieve grondstoffen en producten dalen. Het warmtetransitie-scenario voor de bedrijven (tabel D.7) heeft de meeste onzekerheden, omdat op dit moment onvoldoende bekend is wat de aard van het gasverbruik bij de bedrijven is en welke mogelijkheden er zijn om te verduurzamen. Figuur D.12 presenteert de aanpak van de warmtetransitie in Druten.
Tabel D.7 Transitie woningen duurzaam verwarmen in 2040 in de gemeente Druten. 40% besparen warmtevraag en 50% hernieuwbaar verwarmen. Let op: bedrijfsspecifiek onderzoek moet aantonen wat echt mogelijk is
Warmte bedrijven
Impact
Cumulatief
Aardgasverbruik nu
199TJ
Restant fossiel
Energiebesparing in gebouwen
10%, dat is – 20 TJ
179TJ
Energiebesparing in processen
30%, dat is – 60 TJ
119TJ
Vraag naar warmte in 2040
119TJ
Duurzaam collectief verwarmen
10%, dat is – 20 TJ
99TJ
Duurzaam individueel verwarmen
40%, dat is – 79 TJ
20TJ
Innovatie, nader te bepalen
10%, dat is – 20 TJ
0TJ
Figuur D.12 Aanpak warmtetransitie bedrijven gemeente Druten. Waarden in TJ; 199 TJ aardgasverbruik wordt verduurzaamd
Duurzaam individueel verwarmen bij bedrijven is mogelijk met biowarmte en warmtepompen. Doordat het, in vergelijking met woningen, om vaak een veel grotere warmtevraag gaat, kunnen ook biowarmte systemen op basis van houtsnippers worden toegepast. Daarbij moet ook gedacht worden aan toepassing in de agro sector, in het bijzonder de glastuinbouw. Biogassystemen passen ook in dit kader, meestal als WKK installatie, en vinden hun toepassing bij veehouderij, gemengd bedrijf, in de voedingsindustrie en bij RWZI’s. Duurzaam individueel verwarmen is, voor zover dit niet elektrisch kan, ook nodig voor hoge temperatuur processen in de industrie. Bio-energie of duurzame waterstof zijn dan de energiebronnen.
Bij duurzaam collectief verwarmen bij bedrijven is te denken aan een warmtenet op een bedrijventerrein, al dan niet verbonden met de nabijgelegen stad of woonwijk. Wellicht wordt dit mogelijk rond de keramische industrie (Wienerberger en Vogelensangh) en bij Excluton. Naast restwarmte benutting wat juist op een bedrijventerrein het meest voor de hand ligt, zijn bronnen mogelijk zoals biowarmte, geothermie, zonthermie en warmtepompen. Welke bronnen gebruikt kunnen worden wordt in sterke mate bepaald door het gewenste temperatuurniveau van de bedrijven en de lokale mogelijkheden.
Tabel D.8 Overzicht van de warmtetransitie in Druten
Omschrijving
Particulieren
Bedrijven
Totaal
Aandeel in %
Verbruik aardgas netto 2017
295TJ
199TJ
494TJ
Besparing warmte
117TJ
80TJ
197TJ
40%
Hernieuwbare warmte
Waarvan individueel
Waarvan collectief
178TJ
89TJ
89TJ
99TJ
79TJ
20TJ
277TJ
168TJ
109TJ
56%
34%
22%
Innovatie
0TJ
20TJ
20TJ
4%
Conclusies duurzame warmte:
•Het aan aardgas gerelateerd energieverbruik daalt van 494 TJ in 2017 naar 20 TJ in 2040 (-96%) door energiebesparing (197 TJ) en hernieuwbare warmte (277 TJ). Minder aardgas leidt tot toenemende elektriciteitsvraag met naar schatting 15% in 2040 ten opzichte van 2017. De toename komt neer op 11 miljoen kWhe (40 TJe);
•Ingezet wordt op een absolute besparing van de warmtevraag van 40% tussen nu en 2040. Dit komt overeen met 197 TJ;
•Ingezet wordt op hernieuwbare warmte ontwikkeling van 277 TJ tussen nu en 2040.
2.3.2 Duurzame mobiliteit in 2040
Hoewel we het energieverbruik ten gevolge van transportbrandstoffen buiten beschouwing laten, nemen we het verduurzamen van de mobiliteit wel mee in deze analyse. Dit heeft namelijk consequenties voor het elektriciteitsverbruik en zo gaan een totaal overzicht worden weergegeven.
Door de Rijksoverheid wordt het verduurzamen van ons vervoer als het meest uitdagend gezien. Men heeft zich tot doel gesteld om in 2050 een CO2-uitstoot vermindering te realiseren van 60%. Dit door een mix van elektrisch vervoer en vervoer met biobrandstoffen. Ook inzet van met hernieuwbare elektriciteit geproduceerde waterstof (H2) wordt als transportbrandstof op de lange termijn gezien. De binnenvaart maakt gebruik van vloeibare duurzame transportbrandstoffen. Gasvormig ligt minder voor de hand vanwege de beperkt beschikbare ruimte. Uitgangspunt voor de Regio Arnhem Nijmegen, waar de gemeente Druten onderdeel van uit maakt, is om sneller te willen verduurzamen dan de Rijksoverheid waarbij extra inspanning wordt gepleegd om openbaar vervoer, vervoer per fiets en gecombineerd vervoer te stimuleren. Ook wordt gezien de ligging aan de grote rivieren extra inspanning geleverd om de binnenvaart schoner (emissies naar lucht) en duurzamer te maken. Tabel D.9 geeft het overzicht van de transitie naar duurzaam vervoer in de gemeente Druten om zo te kunnen bepalen in welke mate het elektriciteitsverbruik bij vervoer gaat toenemen. Figuur D.13 presenteert de aanpak om tot duurzaam vervoer te komen in Druten.
Tabel D.9 Transitie vervoer verduurzamen, 15% besparen op transportbrandstoffen en 70% duurzaam vervoer.
Vervoer
Impact
Cumulatief
Verbruik vervoer nu (2016)
Waarvan 9 TJ duurzaam
709TJ
153TJ snelweg
208TJ lokale wegen
43TJ mobiele werktuigen
305TJ binnenvaart
Restant fossiel
Energiebesparing vervoer
15%, dat is – 106 TJ
603TJ
Energievraag vervoer 2050
603TJ
Duurzaam vervoer elektrisch
40%, dat is – 284 TJ
319TJ
Duurzaam vervoer biobrandstof/H2
30%, dat is – 212 PJ
107TJ
Innovatie
107TJ
0TJ
Figuur D.13 Aanpak transitie vervoer gemeente Druten, gebaseerd op Regio Arnhem Nijmegen. Waarden in TJ; 709 TJ fossiele transportbrandstoffen worden verduurzaamd.
De vraag naar elektriciteit zal toenemen door het elektrisch vervoer bij bovenstaand scenario. Elektrisch vervoer is efficiënter waardoor het primair energieverbruik per km daalt met ongeveer 35%. Dit maakt dat 185 TJe nodig is voor het elektrisch vervoer in 2040, dat is 51 miljoen kWhe.
Conclusie duurzame mobiliteit: Het aan vervoer gerelateerde fossiel energieverbruik daalt van 709 TJ in 2016 naar 107 TJ in 2040 (- 85%) door energiebesparing (106 TJ) en het inzetten van duurzame transportbrandstoffen (496 TJ). Door toename elektrisch vervoer stijgt de elektriciteitsvraag met 51 miljoen kWhe (185 TJe) in 2040.
2.3.3 Duurzame elektriciteit in 2040
Het elektriciteitsverbruik zal in 2040 in de gemeente Druten groter zijn dan nu door toename van het elektriciteitsverbruik bij verwarmen en in industriële processen (2.3.1) en in het vervoer (2.3.2). Aan de andere kant zal het elektriciteitsverbruik afnemen doordat energiezuiniger apparaten worden gebruikt in huishoudens en in bedrijven.
De opgave voor duurzame elektriciteit is het produceren van in ieder geval 449 TJe uit hernieuwbare bronnen. Dit komt overeen met 125 miljoen kWhe. De opgave voor 2040 is ruim 70% groter dat het elektriciteitsverbruik in 2017. Tabel D.10 geeft een overzicht van de transitie naar duurzame elektriciteit. Figuur D.14 presenteert de invulling om tot 100% duurzame elektriciteit te komen in de gemeente Druten.
Tabel D.10 Transitie naar hernieuwbare elektriciteit in 2040. 15% besparen op elektriciteitsvraag en 85% hernieuwbare elektriciteit
Elektriciteit
Impact
Cumulatief
Verbruik elektriciteit nu (2017)
263TJ
Restant fossiel
Energiebesparing elektriciteit
15%, dat is – 39 TJ
224TJ
Meer elektriciteit verwarmen
+ 40 TJ
264TJ
Meer elektriciteit vervoer
+ 185 TJ
449TJ
Vraag elektriciteit 2040
449TJ (125 miljoen kWhe)
Lokaal duurzaam decentraal
77TJ (21,4 miljoen kWhe)
368TJ
Lokaal duurzaam grootschalig
372TJ (103,3 miljoen kWhe)
0TJ
Duurzaam geproduceerd elders
0PJ
0TJ
Figuur D.14 Aanpak transitie elektriciteit gemeente Druten. Waarden in TJ; equivalent van 488 TJ fossiele elektriciteit wordt verduurzaamd.
Bij het invullen van deze opgave geldt de volgende prioriteit:
•Doe alles wat mogelijk is lokaal decentraal, denk aan zonnepanelen op daken;
•Vult dit aan waar het kan met lokaal grootschalig, eerste zonnevelden op land en water en mogelijk in tweede instantie met windturbines;
•Wat niet binnen de gemeente mogelijk is wordt aangevuld met import van elders (onder andere wind op zee).
Mogelijkheden kleinschalige productie elektriciteit
In 2040 worden zonnecellen op grote schaal toegepast. De prijs is dan concurrerend met andere vormen van hernieuwbaar geproduceerde elektriciteit. De huidige saldering is niet meer nodig. De met de zonnecellen geproduceerde elektriciteit die niet direct kan worden gebruikt wordt voor een groot deel opgeslagen in batterijsystemen bij de woningen en bedrijven of via elektrolyse omgezet in waterstof.
ZonPV op woningen
Het aantal woningen met zonnecellen neemt toe. In 2016 hadden 387 woningen zonnecellen op hun daken. Daarmee werd 1,3 miljoen kWh elektriciteit opgewekt, dat is 3.344 kWhe per vastgoedobject.
Er zijn 7.993 woningen in de gemeente Druten, dit neemt mogelijk toe met 1.040 woningen (bron: nieuwbouwplannen gemeente Druten tot en met 2030). Niet alle woningen kunnen van zonnecellen worden voorzien, onder andere door een slechte ligging, schaduw en geschiktheid van daken. Stel 70% van de woningen uiteindelijk kan worden voorzien van zonnecellen, dan stijgt de productie tot 17,8 miljoen kWh. In 2040 zal de huidige generatie zonnecellen voor een groot deel vervangen zijn door een nieuwe generatie met een hoger rendement. Nu is het rendement van de zonnecellen 15%, een stijging tot 18% wordt mogelijk geacht. Hierdoor zal de productie verder stijgen tot uiteindelijk 21,4 miljoen kWhe. Uitgaande van 900 vollasturen is het opgesteld vermogen op daken van woningen 24 MWpiek.
ZonPV op bedrijfsdaken
Ook bedrijfsdaken zullen in 2040 met zonnecellen worden belegd. Er zijn 1.848 bedrijf gerelateerde gebouwen in de gemeente Druten. Door de diversiteit aan gebouwen is het hier moeilijker in te schatten wat de mogelijkheden zijn. Verondersteld wordt dat de bedrijven 50% kunnen bijdragen van wat woningen kunnen doen, dat is 10,7 miljoen kWhe. Het gaat daarbij om circa 9 ha dakoppervlakte bij bedrijven. Uitgaande van 900 vollasturen is het opgesteld vermogen op daken van bedrijven 12 MWpiek.
Overige opties kleinschalige productie elektriciteit
Andere opties om lokaal duurzame elektriciteit te kunnen produceren zijn kleine windturbines, brandstofcellen die groen gas of waterstof als brandstof gebruiken en elektriciteit uit biomassakachels (thermo ionische energieomzetting, vergassing) in woningen en bedrijven. Deze opties zijn nog niet gangbaar. Wat hun bijdrage zal zijn in 2040 is nu moeilijk vast te stellen. Nationaal wordt nog geen rekening gehouden met een substantieel aandeel uit deze opties in 2040.
Mogelijkheden grootschalige productie elektriciteit
In 2040 zijn de mogelijkheden voor grootschalige opwekking van hernieuwbare elektriciteit in de gemeente Druten volop benut. De opties zijn concurrerend in prijs, SDE subsidie is niet meer nodig. Door smart grids en energieopslag wordt de productie en de vraag naar elektriciteit optimaal op elkaar afgestemd.
De volgende grootschalige opties zijn op basis van huidige initiatieven onderkend:
•Zon op water
20ha, 1 initiatief geeft 20 miljoen kWh, dat is 72 TJe;
•Zonnevelden
100ha, 6 initiatieven geeft 80 miljoen kWh, dat is 288 TJe;
•Windenergie
10,4 MWe geeft 30 miljoen kWh, dat is 110 TJe.
Het potentieel aan grootschalige initiatieven, uitgaande van een hoge opbrengst van 1 miljoen kWh per ha, is 470 TJe. Om energieneutraal te worden in 2040 is 372 TJe nodig aan grootschalige duurzame energie opwekking. Dit maakt dat op basis van de huidige initiatieven en inzichten circa 100 TJe aan grootschalige initiatieven niet nodig is om de Drutense energiebehoefte te dekken is. Dat komt overeen met circa 30 ha zonnevelden.
Waterkracht zal op beperkte schaal mogelijk zijn. Het beschikbare potentieel is gering zo blijkt uit een verkenning in opdracht van de provincie Gelderland (RHDHV, 2016). Daarmee is de bijdrage aan een energie neutrale gemeente Druten gering.
Conclusies duurzame elektriciteit gemeente Druten:
•Kleinschalig: Door de mogelijkheden voor plaatsing van zonnecellen op woningen en bedrijfsdaken in 2040 volledig te benutten wordt 32 miljoen kWh elektriciteit opgewekt (115 TJ), dat is 26% van de elektriciteitsvraag in 2040;
•Grootschalig: Door de mogelijkheden van zon op water en land en wind optimaal te benutten wordt 103 miljoen kWh elektriciteit opgewekt (372 TJ), dat is 82% van de vraag naar elektriciteit in 2040.
Eindconclusie Druten energieneutraal in 2040
De vergezicht analyse laat zien dat met een maximale inzet gericht op energiebesparing en de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen in de gemeente het, gegeven de uitganspunten, mogelijk is om in 2040 energieneutraal te zijn. Geen enkele optie kan daarbij uitgesloten worden, alle mogelijkheden op het gebied van hernieuwbare warmte, duurzaam vervoer en hernieuwbare elektriciteit moeten worden benut.
2.4 De mogelijkheden
Ten aanzien van warmte en elektriciteit kan Druten meters maken. Elektriciteit vraagt tot nu toe de meeste aandacht. Op dit vlak zijn grootschalige initiatieven (zonnevelden en windtubines) in ontwikkeling en steeds meer daken worden voorzien van een zonPV systeem. Druten is in de luxe positie dat het aanbod van initiatieven de huidige vraag naar elektriciteit overstijgt. Dit maakt een keuze van de meest wenselijke opties mogelijk.
Naast het beleidsmatig sturen van de transitie naar duurzame elektriciteit zal de gemeente Druten meer aandacht moeten gaan geven aan de warmtetransitie. Hoe wordt de gemeente Druten aardgasloos? Energiebesparing en het gebruiken van duurzame warmtebronnen zijn hierbij de sleutel. Bij warmte is de luxe positie zoals die bij elektriciteit verre van aanwezig en wordt van de gemeente een grotere regie rol verwacht. De aandacht zal meer moeten verschuiven naar de warmtetransitie. Hier is een voortrekkersrol van de gemeente gewenst, waar bij elektriciteit meer een faciliterende rol volstaat.
Regionale context
De gemeente Druten heeft een inspanningsverplichting naar de Groene Stroom Fabriek, het consortium dat de levering voor de duurzame regionale energie van gemeenten verzorgt. De inspanningsverplichting bestaat uit het in contact brengen van initiatiefnemers in de gemeente Druten met de Groene Stroom Fabriek. Er zijn geen verplichtingen ten aanzien van de daadwerkelijke productie van duurzame energie.
2.4.1 Zon op daken
Dit is een zogenaamde no brainer: doen, maar met aandacht voor energiebesparing.
Onder het motto wat kleinschalig kan, hoeft niet grootschalig ontwikkeld te worden, wordt zonPV op daken in de gemeente Druten maximaal tot ontwikkeling gebracht. Het gaat daarbij om daken die geschikt zijn voor de plaatsing van zonnecellen met een goede oriëntatie op de zon. Het gaat om daken van woningen en daken bij bedrijven.
Verwacht wordt dat de groei van zonPV op daken van de afgelopen zeven jaar (elk jaar een verdubbeling) zich doorzet. Een nadere analyse van het dakpotentieel in Druten zal meer duidelijkheid kunnen geven over dit percentage. Voor dit moment wordt uitgegaan van een potentieel van 14 GWhe volgens de huidige stand der techniek en 20 GWhe met de generatie zonnecellen die in 2040 in bedrijf zijn.
Het doel voor de periode 2018-2023 is om de productie van duurzame energie middels zonPV op daken de komende jaren met 20% per jaar te laten groeien. Dan worden op 1.000 woningen zonnepanelen geplaatst, stijgt de elektriciteitsproductie van 1,3 Gwhe in 2016 naar 4,6 GWhe ultimo 2023.
Daarbij gelden de volgende aandachtspunten:
•Zorg voor verschillende financieringsinstrumenten, lenen, lease en participeren. Niet met subsidies werken, wel met duurzaamheidslening (revolverend);
•Organiseer collectieve actief, ontzorgen van de middengroep die nu aan de beurt komt;
•Gebruik daarbij de early adaptors in Druten voor de promotie en in de communicatie;
•Bedrijven vragen om een eigen aanpak, evenals non profit organisaties;
•Combineer zon op dak met energiebesparing en overweeg dit laatste als randvoorwaarden te stellen;
•Combineer zon op dak in de huursector met renovatie; doel woonlasten minimaal gelijk houden;
•Zorg voor platform van lokale bedrijven die betrouwbaar installeren;
•Op termijn vereist zon op dak energieopslag, ook in woningen, daarmee extra investering.
2.4.2 Zonnevelden
Er is momenteel sprake van zeven initiatieven voor zonnevelden, één op water en zes op land:
•Uivermeertjes;
•Vissert;
•Veldstraat;
•Schutlakenstraat;
•Houtsestraat;
•Larendeel;
•Kloosterweg.
In totaal betreft het ruim 100 hectare. Uitgaande van een opbrengst van 0,8 MWhe per hectare is de potentie 80 MWhe. Zonne-energie op land en water heeft van de huidige coalitie de voorkeur boven windenergie. De gemeente zal dan ook ruimte geven aan deze initiatieven. Omdat niet al het potentieel nodig is om het Drutense energieverbruik te dekken, heeft de gemeente de luxe om keuzes te maken.
Daarbij gelden de volgende aandachtspunten:
•Wees kritisch voor de locaties waar zonnevelden ten kosten gaan van kostbare landbouwgrond;
•Zorg dat vermogensinpassing op het net mogelijk is;
•Combineer de ontwikkeling van een zonneveld met ontwikkeling van biodiversiteit en multifunctionaliteit;
•Zorg voor landschappelijke inpassing;
•Zorg dat er een participatieplan komt over het delen van de ‘lusten’ ter compensatie van de ‘lasten’;
•Zonnevelden moeten vandaalbestendig worden aangelegd.
Vermogensinpassing grootschalige duurzame energie
Het trafostation van Tennet/Liander (150 kV / 10 kV) ten zuiden van Puiflijk heeft een vrije ruimte van circa 40 MWe. Het totaal aan initiatieven zonnevelden heeft een opgesteld vermogen van 80 MWe piek. Dat is alleen inpasbaar door netverzwaring en/of door aanleg van lange kabeltracés naar andere invoedpunten (Tiel). Uitgaande van 0,8 MWe per ha opgesteld vermogen laat zich in de gemeente Druten maximaal circa 50 ha aan zonPV velden inpassen.
De gemeente kan op basis van bovenstaande selectief aan de slag met grootschalige duurzame energie. Daarbij zal zij ook duidelijkheid moeten geven over de kaders die gehanteerd worden.
2.4.3 Windturbines
Er is momenteel sprake van drie initiatieven voor windenergie: Het Broek (3 turbines, 10 MWe), Larendeel (4 turbines, 6-12 MWe) en Ravenswaard (3 turbines, 10 MWe). In de Hoofdlijnen van beleid 2018-2022 heeft de huidige coalitie afgesproken de komende vier jaar in eerste instantie in te zetten op energie-besparing bij bedrijven en woningen en op grootschalige zonne-energie op land of water. Andere energievormen, waaronder windenergie, worden overwogen als de energiedoelen niet gehaald worden. Dat betekent dat de komen periode geen onomkeerbare besluiten worden genomen ten aanzien van windenergie.
De insteek is dan ook dat de gemeente de komende coalitieperiode tenminste in gesprek blijft met initiatiefnemers, inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden. Als er bijgestuurd moet worden op de route naar energieneutraal, dan liggen er voldoende mogelijkheden in windenergie.
Overige opties voor duurzame elektriciteit
Overige opties rond de productie van duurzame elektriciteit zijn van minder belang voor de gemeente Druten:
•De gemeente Druten wil de mogelijkheden van waterkracht benutten voor zover dit niet strijdig is met natuurwaarden en de primaire functie van rivier en waterlopen;
•Bio-elektriciteit uit Bio-olie WKK, biogas WKK of biomassa WKK worden alleen overwogen in de vorm van warmte krachtkoppeling (WKK) waarbij de warmte gebruikt wordt om woningen en/of bedrijven aardgasloos te maken;
•Elektriciteit ultradiepe geothermie. Afgezien van de geologische geschiktheid ondergrond in Druten wordt dit niet als een rendabele optie gezien. De gewenste schaalgrootte voor een rendabele exploitatie past niet bij de schaalgrootte van het energieverbruik in Druten.
Bij de overige opties bekijkt de gemeente Druten van geval tot geval wat de wenselijkheid is en of het initiatief zich goed laat inpassen. De gemeente Druten zal deze opties niet actief stimuleren. Het is aan initiatiefnemers om de eerste stappen te zetten.
2.4.4 Aardgasloos
Nieuwbouw
Per 1 juli is de wettelijke plicht voor aansluiting van nieuwbouwwoningen op het aardgasnet vervallen. Een bijpassend beleidsstandpunt van de gemeente Druten is dan ook dat nieuwbouw aardgasloos moet zijn. Lees waar nieuwbouw staat ook bedrijfspanden, nieuwbouw in de breedste zin van het woord dus. Nieuwbouw moet aardgasloos worden volgens het principe ‘Nee tenzij’. Dus er mag geen aardgas gebruikt worden tenzij de vergunningaanvrager nieuwbouw aantoont dat dit echt niet anders kan.
Voor nieuwbouw waarvoor de vergunning al is verstrekt verkent de gemeente samen met de ontwikkelaars en bouwers in hoeverre kan worden bijgestuurd. Druten voorziet vanaf 2018 tot en met 2030 1.040 nieuwe woningen te bouwen, gemiddeld 80 woningen per jaar.
Bestaande bouw
Ook bestaande bouw zal uiteindelijk van het aardgas worden losgekoppeld. De aanpak is tweeledig:
1Stimuleren van individueel duurzaam verwarmen
Op dit moment zijn er 255 aardgasloze gebouwen, dat is 3,9% van het totaal. Dit aantal moet fors gaan groeien de komende jaren. Het streven is 1.000 woningen op duurzame warmte erbij in de periode 2018-2023. Dit kan door:
•Stimuleren particulieren tot switch op een natuurlijk moment: vervangen oude aardgasketel;
•Afspraken maken met verhuurorganisaties, Standvast Wonen.
De eerste afspraken met bedrijven zijn gemaakt. Sommige grootverbruikers hebben verplichtingen ten aanzien van energie. Gemeente maakt in samenwerking met ODRN afspraken met grootverbruikers in de gemeente.
Op zich sluit Druten geen enkele optie uit. Bij biowarmte wordt wel het beleid gevoerd dat de biopellet-CV wordt gepromoot en niet houtblok-CV, ook niet de kachels omdat dit slechts bijverwarming is. Bij warmtepompen wordt de voorkeur gegeven aan warmtepompen die de bodem en het water als bron gebruiken (warmte koudeopslag, WKO). In vergelijking met luchtwarmtepompen zijn deze efficiënter, stiller en goedkoper in gebruik.
2Ontwikkelen van de eerste aardgasloze wijk (collectieve aanpak)
Samen met Alliander is een analyse uitgevoerd welke wijk/wijkgemeente als eerste in aanmerking komt om aardgasloos te worden. Daarbij is gelet op:
•Aandeel huurders
-aardgasloos laat zich goed combineren;
•Ouderdom aardgasnet
-besparing op herinvestering gasnet;
•Mogelijkheden duurzame warmte
-aanwezigheid lokale duurzame warmtebronnen;
•Energielabels van woningen
-aardgasloos combineren met labelsprong.
Uit die analyse komt woonkern Deest (650 woningen) naar voren als meest kansrijk om als eerste kern van het aardgas af te gaan en wel om de volgende redenen:
•Er ligt een afgeschreven aardgasnet en zitten relatief veel huurders (zie figuur D.14);
•Het heeft relatief veel hoge energielabels (oranje, rood) en een oud gasnet (groen) (zie figuur D.15);
•Er kan via een collectief warmtenet mogelijk restwarmte worden benut van de steen- en dakpanfabriek industrie of warmte halen uit oppervlakte water (Ganzenkuil, Uivermeertjes);
•Door aanwezigheid steenfabriek met trafo huis wordt verzwaring elektriciteitsnet mogelijk.
Figuur D.14 Afschrijving aardgasnet Deest
Figuur D.15 Energielabels Deest en ouderdom gasnet. Groene woningen: goed energielabel. Groene lijnen: oud gasnet
Bijlage E Gelderse Tien
Gelderse Tien
1De opgave voor wind- en zonneparken dient te worden beschouwd als onderdeel van de gehele energietransitie, waarin de totale opgave voor energiebesparing en duurzame energie-opwekking is bepaald en vertaald.
2De opgave voor de energietransitie dient op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau te worden opgesteld en ‘doorleefd’ met álle stakeholders.
3De mix van energiemaatregelen, de locatiebepaling en de fasering in de tijd worden bepaald in een volledig transparant afwegingsproces. De (tussen)doelstellingen van de energietransitie worden daarin uitgewerkt in relatie tot de diverse belangen, waaronder die van leefomgeving en landschap, bedrijven, bewoners, gebruikers en natuur.
4De focus bij planvorming en participatie ligt in eerste instantie niet op een enkele locatie maar op het gehele lokale en regionale energielandschap. Voor wind- en zonneparken zal de locatiebepaling veelal bovengemeentelijk moeten gebeuren. Samenwerking tussen gemeenten en provinciale regie zijn essentieel.
5Elk plan dient een ruimtelijk beeldkwaliteitsplan en een participatieplan te bevatten. Een participatieplan gaat zowel over procesparticipatie - waarom, waar, onder welke voorwaarden - als over financiële participatie: verdeling van lasten én lusten met de omgeving.
6Het terugvloeien van de opbrengsten in de omgeving, zeggenschap over de wijze waarop dat gebeurt en eventueel (mede-)eigenaarschap zijn essentieel voor de acceptatie van wind- en zonneparken. Uitgangspunten zijn:
•een faire vergoeding voor direct omwonenden;
•een bijdrage aan een omgevingsfonds, waarvan de reikwijdte, hoogte en bestedingsdoelen de uitkomst zijn van het participatieproces met de omgeving;
•het recht van bewoners en lokale of regionale maatschappelijke organisaties om voor minimaal 50% mede-ontwikkelaar en -eigenaar te worden. Voorwaarde is daarbij dat zij financieel en organisatorisch een volwaardige bijdrage leveren;
•een bijdrage aan de lokale en regionale werkgelegenheid door dit bij het vergeven van opdrachten als één van de selectiecriteria te laten meewegen;
•een gezonde business case voor de grondeigenaar en ontwikkelaar.
7Gemeenten stellen aanvullende voorwaarden op voor de planologische medewerking voor de aanleg van wind- en/of zonneparken waarmee bovengenoemde procesparticipatie, zeggenschap, financiële participatie en recht op (mede-)eigenaarschap zijn geborgd.
8De gemeentelijke en regionale energieopgave, inclusief uitgangspunten op gebied van proces- en financiële participatie en met alle stakeholders in het gebied doorleefd, wordt vastgelegd in een gemeentelijk en regionaal uitvoeringsprogramma. De stakeholders committeren zich daar aan en het uitvoeringsprogramma wordt bestuurlijk vastgesteld.
9Om te zorgen dat de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke organisaties (waaronder energiecoöperaties) klaar zijn voor een volwaardig participatieproces in wind- en zonontwikkeling spreken partijen af een lerend netwerk op te bouwen, waarin ervaringen en methodieken in ruime mate worden gedeeld en uitgewisseld: digitaal, soms gedrukt en op bijeenkomsten. De partijen nemen hiertoe zelf, wanneer daar een aanleiding voor is, het initiatief.
10Er wordt hier bovenop een voorziening getroffen, die provinciaal is geborgd en waaraan gemeenten voor hun gebied 50% financieel bijdragen. Deze voorziening is bedoeld om de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke organisaties te coachen en strategisch te adviseren. De voorziening is ook bedoeld om organisaties met expertise te ondersteunen tijdens de ontwikkeling van locaties. Uitgangspunt is een beweging van de lerende organisatie waarbij opgebouwde kennis en kunde bijdraagt aan de versnelling (opbouw van maatschappelijk organisatievermogen).