Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels plussenbeleid gemeente Druten (voor de niet-grondgebonden veehouderij)

Gemeente Druten · geldt sinds 26 juni 2026

3. Plussenbeleid

3.1 Voor wie zijn de beleidsregels plussenbeleid gemeente Druten (voor de niet-grondgebonden veehouderij) bedoeld?

Het plussenbeleid van de gemeente Druten geldt alleen voor niet-grondgebonden veehouderijbedrijven die hun bedrijf, of een tak van hun bedrijf, verder willen uitbreiden dan wat het huidige Omgevingsplan bij recht toestaat. Met uitbreiding wordt elke vergroting van de gebruiks- en bouwmogelijkheden bedoeld voor de niet-grondgebonden veehouderij. Bestaande rechten, waarbij geen wijziging van het Omgevingsplan nodig is, blijven behouden. Een uitzondering is de geitenhouderij, waarvoor een uitbreidingsstop geldt. Het plussenbeleid kan bij iedere uitbreiding ten opzichte van het geldende wettelijke kader van toepassing zijn, bijvoorbeeld bij een verhoging van de bouwhoogte of een toename van het aantal dieren.

3.2 Waar is het Plussenbeleid van toepassing?

De instructieregel om Plussenbeleid vast te stellen, geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Druten.

3.3 Voorbeeld uitbreiding groter dan 500 m2

Een niet-grondgebonden veehouderij wil het agrarisch bouwperceel uitbreiden met 1.200 m². Omdat deze uitbreiding groter is dan 500 m², valt deze onder het Plussenbeleid. Het Plussenbeleid is van toepassing op de gehele uitbreiding, ook op het gedeelte dat binnen het bestaande bouwvlak ligt. Als er geen beperkingen worden gesteld aan de agrarische bebouwing, wordt de basis voor de plus-investering bepaald op de totale uitbreiding van het bouwvlak.

Afbeelding: Schematische uitbreiding groter dan 500 m2

4. Plussenbeleid in Druten

4.1 Beoordeling principeverzoek uitbreiding niet-grondgebonden veehouderij

Het plussenbeleid van de gemeente komt niet in de plaats van de normale planologische afweging, die de gemeente maakt bij een uitbreiding. De gemeente beoordeelt nieuwe principeverzoeken altijd aan de hand van geldende (beleids)kaders. Het Plussenbeleid is hier één van.

Een initiatiefnemer dient het gewenste plan in bij de gemeente als principeverzoek. Dit principeverzoek bestaat onder ander uit een schets van het gewenste plan en een toelichting. In de toelichting dient te worden aangegeven op welke wijze invulling wordt gegeven aan het Plussenbeleid. Het College beoordeelt het principeverzoek integraal op wenselijkheid en haalbaarheid.

4.2 Participatie

Participatie is nader vormgegeven. Immers vindt de gemeente Druten burgerparticipatie belangrijk en past het ook toe. Doel is dat de initiatiefnemer –voor de formele planprocedure- investeert in begrip en draagvlak. De initiatiefnemer gaat al vroeg in gesprek met belanghebbenden en omwonenden. We noemen dit de omgevingsdialoog. Zie hiervoor het geldende participatiebeleid op de website van de gemeente.

Eerst toetst het college van burgemeester en wethouders het initiatief om te zien of het een kans maakt. Vervolgens komt de participatiefase.

Het principeverzoek:

•In dit verzoek geeft de initiatiefnemer de toe te passen plussen aan, het College toetst dit. Er is nog ruimte voor het kiezen of aanpassen van plussen naar aanleiding van de omgevingsdialoog.

•De initiatiefnemer doet een voorstel op welke manier de omgevingsdialoog wordt gehouden. De ‘omgeving’ is iedereen op wie het plan effect kan hebben. Denk aan omwonenden en aanliggende bedrijven. Belangrijk is een goede afspiegeling van al deze groepen belanghebbenden en dat alle eigenaren en/of bewoners in de omgeving kunnen meedoen.

Planvorming na principemedewerking:

Wanneer het college principemedewerking verleent aan het initiatief kan de initiatiefnemer aan de slag met de uitwerking van het plan. In deze fase voert de initiatiefnemer de omgevingsdialoog.

Tijdens de dialoog gaat de ondernemer met de omgeving in gesprek. Hij legt het plan voor en geeft aan wat de mogelijke plussen zijn. In het gesprek komen de reacties en wensen van de genodigden naar voren. Na het gesprek stelt de ondernemer het plan mogelijk bij. Zijn er wensen of is er commentaar? Het is waardevol als de plusmaatregel als resultaat van de dialoog tot stand komt. Kiest de ondernemer er niet voor om de plannen aan te passen naar aanleiding van de dialoog? Dan is een argumentatie van extra belang. De initiatiefnemer zorgt voor verslaglegging van de dialoog. Uit het plan blijkt dat de ondernemer de ideeën die in de dialoog naar voren zijn gekomen serieus heeft gewogen. Ook na een zorgvuldige dialoog is er mogelijk géén draagvlak voor de plannen vanuit de omgeving.

Na het doorlopen van dit proces is het uiteindelijk aan het college en/of de raad om een beslissing te nemen.

4.3 Drutense aanvullingen op het Plussenbeleid

In het kader van het gemeentelijke Plussenbeleid geeft de gemeente Druten vorm aan het gemeentelijke beleid voor de niet-grondgebonden veehouderijen. Daarbij wordt de Handreiking Plussenbeleid Gelderland gevolgd in combinatie met het geldende gemeentelijke beleid.

Op het Plussenbeleid van de provincie Gelderland zijn enkele aanvullingen gedaan. Deze worden hieronder toegelicht:

▪︎︎ De initiatiefnemer maakt duidelijk hoe hij met ‘plussen’ de ontwikkeling aanvaardbaar acht. In de beschrijving, de tekeningen en in de berekeningen is dit helder, zodat het college het voorstel goed kan beoordelen.

▪︎︎ De vereiste investeringsbijdrage bedraagt € 15,- per m2 bruto stalvloeroppervlakte van de uitbreiding in de plusmaatregelen.

▪︎︎ In de handreiking Plussenbeleid Gelderland zijn mogelijke plus-investeringen opgenomen.

Daar bovenop kiest de gemeente Druten voor mogelijke plus-investeringen op het gebied van:

▪︎ Duurzaamheid. Dit omdat het verbeteren van duurzaamheid een speerpunt van het gemeentelijke beleid is. Ook hier moet het gaan om bovenwettelijke investeringen. Met name innovaties kunnen hiermee een kans krijgen.

▪︎ Realisatie van recreatieve verbindingen, waaronder de eigen agrarische gronden, om deze voor recreatief, niet gemotoriseerd, medegebruik toegankelijk te maken.

▪︎ Verbeteren ecologische verbindingen.

▪︎ Toepassen van bovenwettelijke maatregelen die de CO2-uitstoot verlagen.

▪︎ Bovenwettelijke maatregelen op het gebied van waterberging.

▪︎ Educatie. Als ondernemers bereid zijn om te investeren in educatie, dan kunnen (vooral) kinderen op een speelse manier kennis maken met zowel de voedselproductie, het buitengebied als wel de verschillende vraagstukken hieromtrent. Investeringen in een zichtruimte of een aangepaste inrichting om veilige educatie mogelijk te maken behoren tot de mogelijkheden.

▪︎ Onvoorzien. Niet alles is vooraf te bedenken. Een voorbeeld: Wellicht heeft de omgeving ‘last’ van de te vrachtauto’s op een te smalle weg. In zo’n geval kan een verbreding van een deel van de weg een oplossing zijn, waardoor de grootste weerstand kan worden ondervangen. (bij deze variant is breed draagvlak van de omgeving een voorwaarde).

Het gemeentelijke beleid sluit aan op het provinciale Plussenbeleid. Daarom nemen we voor dit Plussenbeleid een dynamische verwijzing op. Dit betekent dat wijzigingen automatisch invloed hebben op het gemeentelijk beleid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.