Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Druten:
Gelet op:
•Artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
•Artikel 3.1.2, tweede lid, onder a van het Besluit ruimtelijke ordening en het bepaalde in de geldende bestemmingsplannen en beheers verordeningen;
Overwegende dat:
•Druten een ‘Nota Parkeernormen Gemeente Druten 2021’ heeft;
•De gemeenteraad de ‘Parkeervisie Druten’ heeft vastgesteld;
•de Nota Parkeernormen een leidraad is voor de verkeerskundige toetsing van nieuwe bouwplannen en als doel heeft het totale gemeentelijke parkeerareaal in evenwicht te houden;
•deze beleidsregels een uitkomst kan bieden indien een bouwplan onvoldoende parkeerruimte op eigen terrein heeft;
Besluit de volgende beleidsregels vast te stellen:
Beleidsregels Parkeernormen Druten
2. Uitvoering parkeerverplichting
2.2 Totstandkoming parkeernormen Druten
2.2.1. Gebiedstypologie gemeente Druten
Welke parkeernormen er voor een gebied gelden is onder andere afhankelijk van de stedelijkheidsgraad. De stedelijkheidsgraad wordt bepaald op basis van de omgevingsadressendichtheid (aantal adressen per km²), kortweg OAD van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In een gebied met een hoge OAD is het aanbod – en de kwaliteit – van andere vervoerswijzen over het algemeen groter dan in een gebied met een lage OAD. Daarom worden in een gebied met een hoge stedelijkheidsgraad lagere parkeernormen toegepast.
De gemeente Druten valt qua stedelijkheidsgraad -in zijn geheel- in de categorie ‘weinig stedelijk’. Niet elk gebied heeft echter deze stedelijkheidsgraad (OAD):
•de bebouwde kom van Druten valt onder ‘matig stedelijk’;
•de bebouwde kom van Puiflijk en Deest valt onder ‘weinig stedelijk’;
•de bebouwde kom van Afferden en Horssen valt onder ‘niet stedelijk’
•het buitengebied van de gemeente Druten valt onder ‘niet stedelijk’.
Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen de stedelijke zones (centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied) van de kernen in de gemeente. Hoe dichter bij het centrum, des te beter normaliter de kwaliteit en het aanbod van overige vervoerswijzen en des te lager dus de parkeernorm kan zijn.
Druten is op basis hiervan onderverdeeld in een aantal stedelijke zones. Dit zijn gebieden die qua geografische ligging, ruimtelijke kenmerken en stedelijke dichtheid zorgen voor een bepaald mobiliteitspatroon en bijbehorende parkeervraag.
Op basis van ervaring, ruimte en parkeermogelijkheden is binnen de kern Druten een centrumgebied gedefinieerd. De begrenzing van dit gebied is weergegeven in bijlage 4. Voor de parkeernormen is hierbij aangesloten op de zone ‘schil-centrum’ zoals gehanteerd door het CROW. Er wordt in gemeente Druten geen aanduiding ‘centrum’ gehanteerd.
De overige gebieden binnen de bebouwde kom vallen onder de zone ‘rest bebouwde kom’. Alles buiten de planologische bebouwde komgrenzen valt onder ‘buitengebied’. In onderstaande tabel is dit samengevat weergegeven.
Tabel 1 Overzicht stedelijkheidsgraad en stedelijke zones
Gebied
Stedelijkheid
Stedelijke zone
Centrum kern Druten (Zie bijlage 4)
Matig stedelijk
Schil Centrum
Bebouwde kom van Druten
Matig stedelijk
Rest bebouwde kom
Bebouwde kom van Puiflijk en Deest
Weinig Stedelijk
Rest bebouwde kom
Bebouwde kom van Afferden en Horssen
Niet stedelijk
Rest bebouwde kom
Buitengebied
Niet stedelijk
Buitengebied
2.2.2 Toepassing parkeernormen
De gemeente Druten is een weinig stedelijk gebied. Dit uit zich in het autobezit. Dit is in onze gemeente iets hoger dan het Nederlands gemiddelde: respectievelijk 1,2 versus 1,1 particuliere personenauto’s per huishouden (2023).
Op basis van publicatie 381 van het CROW (Toekomstbestendig Parkeren) is een lijst met passende parkeernormen opgesteld. De gemeente werkt met ‘vaste parkeernormen’. Dit biedt duidelijkheid voor alle betrokkenen. De basis voor de parkeernormen ligt per functie tussen het minimum en het gemiddelde van de CROW-bandbreedte. Dit komt voort uit het huidige autobezit, onze ambitie om bij ruimtelijke ontwikkelingen duurzame mobiliteitsvormen (lopen, fietsen en openbaar vervoer) te stimuleren en om efficiënt om te gaan met de beschikbare (openbare) ruimte.
Bij de realisatie van nieuwe functies is het belangrijk om te voorzien in voldoende parkeerplaatsen. In deze beleidsregels zijn alleen de relevante en meest voorkomende functies opgenomen (zie tabellen in bijlage 1). De parkeerplaatsverplichting is inclusief het benodigd aantal laadpunten voor elektrische auto’s (zie CROW publicatie 381).
BELEIDSREGEL 1: Bij het bepalen van de parkeerverplichting wordt gebruik gemaakt van de zone-indeling zoals weergegeven in tabel 1.
BELEIDSREGEL 2: Bij het bepalen van de parkeerverplichting wordt voor de functies wonen, werken en onderwijs gebruik gemaakt van de parkeernormen zoals opgenomen in bijlage 1 (parkeernormen auto). Voor functies die niet zijn opgenomen dient gebruik te worden gemaakt van de kencijfers zoals beschreven in publicatie 381 van het CROW, waarbij moet worden uitgegaan van het midden tussen het minimum en het gemiddelde van de bandbreedte.
BELEIDSREGEL 3: De in bijlage 1 opgenomen parkeernormen zijn opgebouwd uit een gebruikers- en een bezoekersdeel. Het bezoekersdeel is relevant als de parkeervoorziening van een functie op eigen terrein wordt gerealiseerd en niet openbaar toegankelijk is. Het bezoekersdeel dient namelijk altijd openbaar toegankelijk te zijn.
2.3 Voldoen aan parkeerverplichting
2.3.1 Aantonen parkeercapaciteit op eigen terrein
Een initiatiefnemer van een plan is verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende parkeerruimte. Voor iedere nieuwe ontwikkeling geldt dat het geen parkeerprobleem (hogere parkeerdruk) mag veroorzaken in de omgeving. Dit betekent dat de initiatiefnemer zorgdraagt dat er voldoende parkeerruimte ten behoeve van de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Dit dient op eigen terrein te worden opgelost.
Met het begrip “parkeren op eigen terrein” wordt bedoeld: “ruimte voor parkeren of stallen van auto’s in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming.” De op eigen terrein te realiseren parkeervoorzieningen dienen te voldoen aan de maatvoering zoals beschreven in tabel 2.
Als er in een initiatief maximaal één extra parkeerplaats moet worden gerealiseerd, dan hoeft men geen parkeerplaats te realiseren. Op deze wijze wordt bereikt dat voor bouwplannen met een kleine verkeersaantrekkende werking geen ontheffing hoeft te worden verleend. De grenswaarde is 1,0 parkeerplaatsen. Bij meer dan 1,0 parkeerplaats is geen vrijstelling mogelijk. Dit geldt alleen voor niet-woonfuncties.
Ook bij een wijziging van gebruik wordt op basis van de parkeernormen een parkeerverplichting berekend. Hierbij geldt dat de berekende parkeerverplichting op basis van de nieuwe functie, wordt verminderd met de parkeerverplichting (conform parkeernormen bijlage 1) van de functie die in de laatst verleende bouwvergunning is vastgelegd. De huidige situatie is dus de nul-situatie. Ook bij de sloop van bestaande panden wordt de parkeerverplichting voor deze panden berekend en verrekend met de nieuwe parkeerverplichting. Het gevolg van deze werkwijze is dat historisch gegroeide en bestaande parkeerproblemen niet worden aangepakt. Hiermee wordt wel voorkomen dat de parkeerdruk door de nieuwe ontwikkeling groter wordt.
2.3.2. Reductiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein
In de praktijk blijkt vaak dat bij woningen een garage niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte in gebruik is. Indien daar bij het vaststellen van de parkeerverplichting geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Naast de instandhouding van de parkeerplaatsen is ook het gebruik van parkeerplaatsen op eigen terrein lager. Immers, als de eigenaar van een woning niet thuis is, kan een ander deze parkeerplaats niet gebruiken. De bezetting van parkeerplaatsen op eigen terrein is hierdoor lager dan de bezetting van openbare parkeerplaatsen. Om dit te compenseren worden parkeerplaatsen op eigen terrein van woningen niet volledig meegerekend.
De berekenwijze van parkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen zijn opgenomen in onderstaande tabel. De situering moet hierbij zodanig zijn dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd en het eigen terrein toegankelijk is voor bijvoorbeeld fietsers. Wanneer de voordeur of de garage/berging achter of naast de parkeerplaatsen is gesitueerd, dan moet er minimaal één meter tussen de parkeerplaatsen en de erfgrens zitten.
Tabel 2 Parkeren op eigen terrein (Bron CROW)Berekenings-
Parkeervoorziening
Theoretisch aantal
Berekend
aantal
Afmeting
Enkele oprit zonder garage
1
0,8
oprit min. 5,0 m diep en 2,5 m breed
Lange oprit zonder garage of carport
2
1,0
oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed
Dubbele oprit zonder garage
2
1,7
oprit min. 5,0 m diep en 4,5 m breed
Garage zonder oprit (bij woning)
1
0,4
garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed
Garagebox (niet bij woning)
1
0,5
garage min. 5,0 m diep en 2,8 m breed
Garage met enkele oprit
2
1,0
oprit min 5,0 m diep en 2,5 m breed
Garage met lange oprit
3
1,3
oprit min. 10,0 m diep en 2,5 m breed
Garage met dubbele oprit
3
1,8
oprit min 5,0 m diep en 4,5 m breed
2.6 Afkopen parkeerverplichting auto
2.6.1 Tarief van de parkeerbijdrage
De parkeerbijdrage bedraagt € 15.000,- exclusief BTW per parkeerplaats voor het centrum van de kern Druten. Het centrumgebied is aangegeven op de overzichtskaart in bijlage 4. Voor de overige delen van de bebouwde kom van Druten en de andere kommen (Afferden, Deest, Horssen en Puiflijk) bedraagt de parkeerbijdrage € 10.000,- exclusief BTW per parkeerplaats.
2.6.2 Aanleg van parkeerplaatsen door de gemeente
De parkeerbijdrage wordt gebruikt voor de aanleg, uitbreiding en/of het onderhoud van parkeerplaatsen (auto en fiets). De parkeerplaatsen die in het kader van het parkeerfonds worden gerealiseerd zijn voor eenieder toegankelijk. Aan het betalen van de parkeerbijdrage kan de aanvrager van een omgevingsvergunning geen rechten ontlenen, aangaande het parkeren in de openbare ruimte en/of andere parkeervoorzieningen. Er is geen sprake van een verworven eigendomsrecht.
2.6.3 Verplichting
De gemeente neemt de verplichting om parkeerplaatsen te realiseren over van de initiatiefnemer. De termijn waarbinnen deze parkeervoorziening gerealiseerd dient te zijn, wordt op 10 jaar gesteld. Lukt de aanleg van de parkeerplaatsen niet binnen de daarvoor gestelde termijn, dan stort de gemeente het betaalde bedrag met een (eenmalige) rente van 3% terug.
Omdat dit middelen zijn waar een expliciete verplichting aanhangt, middelen gestort in een ‘parkeerfonds’. Het is voor de gemeente niet mogelijk om deze gelden anders te gebruiken dan voor de aanleg, uitbreiding en/of het onderhoud van parkeerplaatsen (zowel auto als fiets).
2.8 Parkeernormen fiets niet-woonfuncties
2.8.1 Bepalen van de fietsparkeerverplichting
De fietsparkeernorm wordt gebruikt om het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen te berekenen bij nieuwe ontwikkelingen, (de fietsparkeerverplichting). Hiervoor wordt de omvang van de functie vermenigvuldigd met de fietsparkeernorm. De uitkomst hiervan wordt naar boven afgerond. Bij de fietsparkeernormen is, in tegenstelling tot parkeernormen voor auto’s, geen apart deel voor bezoekers opgenomen.
Bij nieuwbouwplannen wordt enkel naar de behoefte van de nieuwe functie gekeken op basis van het programma en de ligging in de gemeente. Bij verbouwplannen worden de nieuwe en oude fietsparkeerverplichting gesaldeerd. De fietsparkeerverplichting van de oude functie wordt hierbij afgetrokken van de fietsparkeerverplichting van de nieuwe functie.
De normen opgenomen in de tabellen gelden voor functies waarvan het te verwachtte fietsgebruik groot is en daarmee een duidelijke impact heeft op de openbare ruimte. Het is mogelijk dat voor een bepaalde functie geen specifieke norm is vastgesteld. Voor deze functies gelden dan ook geen fietsparkeernormen. Dit laat onverlet dat een aanvrager wel zorg moet dragen voor het realiseren van voldoende fietsparkeerplaatsen.
2.8.2 Dubbelgebruik
Net als bij de autoparkeernormen, mag rekening gehouden worden met dubbelgebruik van de fietsparkeerplaatsen als binnen de ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd. Daarbij geldt de voorwaarde dat de fietsparkeerplaatsen redelijkerwijs door alle gebruikers van het plan kunnen worden gebruikt (qua openbaarheid en ligging). De percentages voor dubbelgebruik voor de auto (zie tabel 3) kunnen ook gebruikt worden voor de fiets.
2.8.3 Kwaliteit fietsvoorziening
Als fietsparkeerplaatsen op straat worden gerealiseerd, bijvoorbeeld rondom winkels, dan dient het uiterlijk en uitvoeringsvorm van de fietsvoorziening gelijk te aan de gebruikte fietsvoorzieningen in de directe omgeving.
Fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein dienen te voldoen aan de kwaliteitseisen van Fietsparkeur.nl en de vigerende CROW-richtlijnen. Verder geldt dat fietsenstallingen logisch en overzichtelijk moet zijn ingedeeld, er binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming een logische, snelle en eenvoudige routing is (bij voorkeur binnendoor) en de sociaal veiligheid is gewaarborgd door een goede indeling en verlichting (bij voorkeur daglichttoetreding).
Daarnaast dienen fietsparkeervoorzieningen zichtbaar en herkenbaar te zijn aan de aanvoerroute en zoveel mogelijk aan te sluiten bij het ‘natuurlijke’ gedrag van de fietser om de fiets zo dicht mogelijk bij de bestemming te kunnen stallen. Om los parkeren van fietsen op straat te voorkomen heeft een gelijkvloerse (centrale) fietsvoorziening de voorkeur boven een ongelijkvloerse fietsvoorziening.
2.8.4 Elektrische fiets, buitenmaatse fietsen en brommers/scooters
Het gebruik van de elektrische fiets, buitenmaatse fietsen (waaronder de bakfiets), (elektrische) scooters en scootmobielen neemt toe. We stellen echter geen specifieke normen voor het aantal voorzieningen dat hiervoor bij een ontwikkeling moet worden gerealiseerd. Het is aan de ontwikkelende partij om een inschatting te maken van het aantal fietsparkeervoorzieningen dat geschikt moet zijn voor bijvoorbeeld elektrische fietsen, bakfietsen en brommers/scooters.
Bij functies waarbij men voor de bedrijfsvoering afhankelijk is van scooters, brommers en andere vervoersmiddelen (afhalen en bezorgen) moet hiervoor wel een deel worden gereserveerd.
Bijlage 1 – Parkeernormen auto
Wonen
Voor wonen wordt uitgegaan van onderstaande typen woningen. Er is hierbij gekozen om aan te sluiten op de type woningen en de kengetallen zoals gehanteerd door het CROW. Onderstaande parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers.
Tabel 1Parkeernormen woningen (per woning / appartement)
Centrum Druten
Rest kern Druten
Overige kernen
Buiten gebied
bezoek
Koop, vrijstaand
1,7
2,0
2,1
2,2
0,3 pp woning
Koop, 2-onder-een-kap
1,6
1,9
2,0
2,0
0,3 pp woning
Koop, rij (tussen / hoek)
1,5
1,7
1,8
1,8
0,3 pp woning
Koop, appartement duur
1,5
1,8
1,9
1,9
0,3 pp woning
Koop, appartement betaalbaar
1,4
1,6
1,7
1,7
0,3 pp woning
Koop, appartement goedkoop
1,2
1,4
1,4
1,4
0,3 pp woning
Huur, huis, (middel)duur / vrije sector
1,5
1,7
1,8
1,8
0,3 pp woning
Huur, huis, sociale huur
1,2
1,4
1,4
1,4
0,3 pp woning
Huur appartement, (middel)duur
1,4
1,6
1,7
1,7
0,3 pp woning
Huur, appartement, sociale huur
1,0
1,2
1,2
1,2
0,3 pp woning
Kleine eenkamerwoning
0,6
0,7
0,7
0,7
0,2 pp woning
Zorgwonen
1,0
1,0
1,1
1,1
0,3 pp woning
Aandachtspunten en definities:
categorie
grenzen
Prijspeil 2024
Huur
sociaal
t/m liberalisatiegrens
≤ €879,66
middenhuur
Liberalisatiegrens t/m grens Wet Betaalbare huur (186 punten woningwaardelingsstelsel)
€879,67 - €1.123,13
duur
vanaf grens Wet betaalbare huur
> €1.123,13
Koop
Goedkoop
t/m grens goedkope koop1
≤ €250.000
Betaalbaar
Tot landelijke betaalbaarheidsgrens
€250.001 - €390.000
Duur
Vanaf landelijke betaalbaarheidsgrens
> €390.000
* grens goedkope koop volgt uit Woonvisie gemeente Druten 2023-2027
De parkeernormen zijn inclusief de veronderstelde benodigde parkeerruimte voor bezoekers. Uit onderzoek blijkt dat de maximale parkeerbehoefte voor bezoekers uit 0,3 parkeerplaats per woning bedraagt (voor studentenkamers is dit minder). De parkeerplaatsen voor zover deze voorzien in de parkeerbehoefte van bezoekers (het aandeel bezoekers in bovenstaande tabel) moeten altijd toegankelijk en beschikbaar zijn voor bezoekers. Het is dus niet noodzakelijk dat de parkeercapaciteit voor bezoekers altijd op gemeentelijk terrein moet worden gerealiseerd. Dit kan ook op eigen terrein mits toegankelijk voor bezoek.
Begripsbepalingen:
•Appartement: een appartement is een woning in een groter gebouw (zoals een flat) of een woning met één woonlaag die is ontstaan na een woningsplitsing.
•Kleine eenkamerwoning: een zelfstandige (koop- of huur-) woning (een studio of tiny house) met een eigen adres en een vloeroppervlak van maximaal 36m2 gebruiksoppervlakte (GBO).
Uitzondering beroep of praktijk aan huis
Voor een beroep of praktijk aan huis (zoals tekstschrijver, schoonheidsspecialist, hondentrimmer etc.) is het veelal niet mogelijk om de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Hiervoor kan een ontheffing aangevraagd worden. Voor het in behandeling nemen van de ontheffingsaanvraag worden altijd leges in rekening gebracht.
Voorwaarde hierbij is dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling, waarbij de parkeerbehoefte op basis van de parkeerverplichting niet meer dan drie extra parkeerplaatsen bedraagt. Ook moet aangetoond worden dat de parkeerverplichting redelijkerwijs (geheel of gedeeltelijk) niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. En dat het gaat om een beroep of praktijk waar de hoofdbewoner een éénpersoonszaak runt als zelfstandige zonder personeel(zzp).
Deze uitzondering wordt gemaakt omdat de gemeente Druten het klimaat voor het beginnen van een kleinschalig bedrijf aan huis niet wil ontmoedigen. Er mag daarbij geen sprake zijn van intensieve bezoekersfuncties zoals detailhandel, onderwijs of groepsopvang.
Werken
Eenheid
Centrum Druten
Rest kern Druten
Overige kernen
Buiten gebied
Bezoek
Kantoor zonder baliefunctie
100m2 BVO
1,8
1,9
2,4
2,4
5%
Commerciële dienstverlening
100m2 BVO
2,2
2,7
3,4
3,4
20%
Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief
100m2 BVO
1,8
2,2
2,2
2,2
5%
Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief
100m2 BVO
0,7
0,9
0,9
0,9
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
100m2 BVO
1,4
1,7
1,8
1,8
5%
Voorbeelden per functie:
•Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.
•Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie
•Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).
•Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).
•Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.
Onderwijsvoorzieningen
De beleidsregels beperken zich tot het parkeervraagstuk en niet die van de verkeersveiligheid (bijvoorbeeld oversteeksituaties of schoolroutes). Voor onderwijsinstelling gelden onderstaande parkeernormen.
Eenheid
Centrum Druten
Rest kern Druten
Overige kernen
Buiten gebied
Bezoek
Kinderdagverblijf (crèche)
100m2 BVO
1.2
1,4
1,4
1,5
0%
Peuterspeelzaal
100m2 BVO
1,2
1,4
1,4
1,5
0%
Basisonderwijs
Leslokaal
0,6
0,6
0,6
0,6
Exclusief K&R
Middelbare school (vmbo, havo; vwo)
per 100 leerlingen
4,0
4,4
4,4
4,4
11%
Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs
per 10 studenten
5,1
6,3
6,3
10,0
95%
De parkeerdruk is het hoogst tijdens het halen en brengen van kinderen op de basisscholen (2 of 4x per dag). In bovenstaande parkeernormen voor onderwijsvoorzieningen is het halen en brengen van kinderen echter niet opgenomen. Hiervoor wordt uitgegaan van de volgende formule:
‘parkeerbehoefte per leerling = het aantal leerlingen x het % leerlingen dat met de auto wordt gebracht x reductiefactor voor de parkeerduur (dubbelgebruik van parkeerplaatsen) x reductiefactor voor het aantal kinderen per auto.’
Dit komt in de praktijk neer op hetgeen beschreven in onderstaande tabel. Hierbij is voor het ‘% halen en brengen met de auto’ uitgegaan van het gemiddelde van de CROW bandbreedte.
% halen en brengen met de auto
Reductiefactor parkeerduur
Reductiefactor aantal kinderen per auto
Aantal parkeerplaatsen per kind
Groep 1 t/m 3
45%
(30-60%)
0,5
0,75
0,169
Groep 4 t/m 8
23%
(5-40%)
0,25
0,85
0,048
Kinderdagverblijf / BSO
65%
(50-80%)
0,25
0,75
0,122
Gastouder opvang
50%
0,50
0,75
0,188
Bijlage 2 - parkeernormen fiets
Tabel 1 Fietsparkeernorm woningen en appartementen.
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Huis (vrijstaand/twee-onder-een-kap/tussen/hoek)
n.v.t.
5,5
woning
Bij voorkeur plus 1
Appartement (met fietsenberging)
n.v.t.
2,5
Woning
Minimaal 2 plekken
Appartement (zonder fietsenberging)
n.v.t.
0,75
Woning
Studentenhuis
n.v.t.
1,0
Kamer
Deze tabel betreft alleen fietsparkeervoorzieningen voor bewoners. Houd in de openbare ruimte daarnaast rekening met fietsparkeervoorzieningen voor bezoekers (0,5 – 1 per woning).
Tabel 2 Fietsparkeernorm Kantoren
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Kantoor (personeel)
Centrum Druten
2,4
100m2 BVO
Bebouwde Kom
1,8
Buitengebied
0,9
Kantoor (bezoekers)
Alle gebieden
5,5
Balie
Minimaal 6
Tabel 3 Fietsparkeernorm Scholen
Aantal leerlingen
Norm
Eenheid
Opmerking
Basisschoolleerlingen
<250
10,0
leslokaal
250-500
11,7
>500
14,4
Basisschool medewerkers
0,5
10leerlingen
Middelbare school leerlingen
Alle gebieden
11
100m2 BVO
Grote aantallen
Middelbare school medewerkers
Centrum
Druten
0,8
100m2 BVO
Bebouwde Kom
0,5
ROC-leerlingen
12
100m2 BVO
Op ov-locaties lager
ROC-medewerkers
0,8
100m2 BVO
Tabel 4 Fietsparkeernorm Winkelen en boodschappen
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Winkelcentrum
Binnen de
bebouwde kom
2,75
100m2 BVO
Supermarkt
Binnen de
bebouwde kom
2,90
100m2 BVO
Bouwmarkt
Binnen de
bebouwde kom
0,25
100m2 BVO
Tuincentrum
0,25
100m2 BVO
Vaak voldoende ruimte voor fietsparkeer-plekken en evt. uitbreidingen
Tabel 5Fietsparkeernorm Horeca
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Fastfoodrestaurant
Centrum Druten
21,5
100m2 BVO
Terras meetellen
Rest bebouwde kom
6,5
Buitengebied
3,5
Restaurant (eenvoudig)
11,5
100m2 BVO
Bijvoorbeeld pannenkoekenhuis
Terras meetellen
Restaurant (luxe)
2,5
100m2 BVO
Café
6,5
100m2 BVO
Tabel 6 Fietsparkeernorm Gezondheidszorg en maatschappelijke voorzieningen
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Apotheek (bezoekers)
7
Locatie
Kleine aantallen
Apotheek (medewerkers)
4,5
Locatie
Kleine aantallen
Begraafplaats / crematorium
5,5
100zitplaatsen
Kleine aantallen
Gezondheidscentrum, inclusief huisarts, fysio, tandarts e.d. (bezoek)
2,0
100m2
Gezondheidscentrum, inclusief huisarts, fysio, tandarts e.d. (pers.)
0,5
100m2
Religiegebouw zoals kerk of moskee
41
100zitplaatsen
Ziekenhuis (bezoekers)
0,4
100m2 BVO
Grote aantallen
Ziekenhuis (personeel)
0,6
100m2 BVO
Grote aantallen
Tabel 7 Fietsparkeernorm Sport, cultuur en ontspanning
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Bibliotheek
3,5
100m2 BVO
Bioscoop
Centrum Druten
8,0
100m2 BVO
Grote aantallen
Rest bebouwde Kom
1,5
Fitness en dansstudio
Centrum Druten
6,0
100m2 BVO
Rest bebouwde Kom
2,0
Museum
0,9
100m2 BVO
Sporthal*
2,7
100m2 BVO
Sportveld
58
Ha netto terrein
Sportzaal
4,2
100m2 BVO
Stadion
9,5
100zitplaatsen
Grote aantallen
Stedelijke evenement
34
100bezoekers
Grote aantallen
Theater
Centrum Druten
25,5
100zitplaatsen
Grote aantallen
Rest bebouwde Kom
19
Zwembad (openlucht)
29
100m2 bassin
Grote aantallen
Zwembad (overdekt)
21,5
100m2 bassin
Grote aantallen
* een sporthal is een locatie waar toernooien en (opeenvolgende) wedstrijden plaatsvinden, bij een sportzaal is dat niet het geval en gaat het bijvoorbeeld om een gymzaal zonder tribunes.
Tabel 8 Fietsparkeernorm Overstappen
Locatie
Norm
Eenheid
Opmerking
Busstation
42
Halterende buslijn
Carpoolplaats
Rand bebouwde kom
0,9
Auto-parkeerplaats
Bijlage 5 – definities
•Acceptabele loopafstand: de kortste looproute over de openbare weg van ingang van het pand tot aan de parkeerplaats of ingang van de parkeervoorzieningen.
•Parkeerplaats: de minimaal benodigde ruimte om een auto te parkeren conform NEN 2443 (parkeergarages en parkeerterreinen).
•Bestaande functie: de laatst (legaal) vergunde situatie
•BVO / bruto vloeroppervlakte: de oppervlakte van één of meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek overeenkomstig NEN 2580.
•CROW: onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer. CROW ontwikkelt onder andere kencijfers op het gebied van verkeersgeneratie en fietsparkeren.
•Dubbelgebruik: bij dubbelgebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor verschillende functies. De autoparkeerplaats moet dan altijd vrij toegankelijk zijn voor de gebruikers van deze functies. Volledig dubbelgebruik is alleen mogelijk als het maatgevende moment waarop de parkeerbehoefte het grootst is, niet samenvalt voor de verschillende functies.
•Eigen terrein: het bouwoppervlak waarop de ontwikkeling wordt gerealiseerd, daaronder begrepen het daarbij behorende terrein dat als parkeerterrein is bestemd.
•Maatgevende moment: het moment waarop de parkeerbehoefte van verschillende functies binnen een ontwikkeling het hoogst is.
•Parkeerkencijfer: een op de praktijk gebaseerd cijfer van de verwachte parkeerbehoefte.
•Parkeernorm: het aantal parkeerplaatsen dat voor een functie gerealiseerd moet worden, uitgedrukt in een aantal per eenheid, bijvoorbeeld een oppervlakte-eenheid.
•Parkeerplaatsverplichting: het aantal na saldering te realiseren autoparkeerplaatsen ten behoeve van een ontwikkeling.
•Salderen: het berekenen van de parkeerverplichting op basis van het verschil tussen de parkeervraag in de nieuwe situatie en de parkeervraag in de oude situatie (voor en na het realiseren van een ontwikkeling, rekening houdend met aanwezigheidspercentages van de oude en nieuwe functie.
•Sociale huur: woningen waar bij het aangaan van de huurovereenkomst de huur niet hoger is dan de liberalisatiegrens. In 2024 ligt deze grens op €879,66 per maand.