Aanhef
De raad van de gemeente Drechterland
Vaststelling diverse verordeningen en beleidsnota's
Gelezen het voorstel van de stuurgroep van 15 november 2005
Gezien het advies van de klankbordgroep van 30 november 2005
Gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet
besluit:
I. vervallen te verklaren:
a.de Verordening éénmalig rioolaansluitingsrecht 1997 van de voormalige gemeente Drechterland, zoals vastgesteld door de raad op 15 december 2005
b.de Verordening éénmalig rioolaansluitingsrecht 1997 en alle daarin aangebrachte wijzigingen van de voormalige gemeente Venhuizen, zoals vastgesteld door de raad op 6 november 1996
II. vast te stellen de VERORDENING EENMALIG RIOOLAANSLUITINGSRECHT DRECHTERLAND 2006
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt:
a.onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;
b.onder eigendom verstaan een gebouwde onroerende zaak of roerende zaak;
c.onder aansluiting van een eigendom het leggen door of namens de gemeente van een buisleiding van het in of nabij de openbare weg aanwezige hemelwater-, droogweer- of gemengd afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt er toe dienende om ten behoeve van een eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam “éénmalig rioolaansluitingsrecht” wordt een recht geheven terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van een eigendom op de gemeentelijke riolering.
Artikel 3 Belastingplicht
Het recht wordt geheven van de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend.
Artikel 4 Tarief
Het recht bedraagt per aansluiting 100% van de daadwerkelijke aansluitingskosten. De aansluitingskosten worden door burgemeester en wethouders middels een kostprijscalculatie voorafgaande aan de aansluiting aan degene van wie het recht wordt geheven kenbaar gemaakt.
Artikel 5 Wijze van heffing
Het recht, als bedoeld in artikel 2, wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of ander schriftuur.
Artikel 6 Betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht, als bedoeld in artikel 2 worden betaald in geval de kennisgeving, als bedoeld in artikel 5 wordt uitgereikt op het moment van uitreiken van de kennisgeving;
2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het recht, als bedoeld in artikel 2 worden betaald in geval de kennisgeving, als bedoeld in artikel 5 wordt toegezonden en wel binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving;
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
Artikel 7 Kwijtschelding
Bij de invordering van het recht wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 8 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van het éénmalig rioolaansluitingsrecht.
Artikel 9 Inwerkingtreding en citeerartikel
1Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie.
2De datum van ingang van de heffing is de datum van inwerkingtreding.
3Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening éénmalig rioolaansluitingsrecht Drechterland 2006.