Aanhef
Burgemeester en wethouders van gemeente Drechterland
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Drechterland van 14 augustus 2007, no. 1.6;
overwegende dat het wenselijk is nadere regelen te treffen met betrekking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden;
gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet en artikel 15:1e, lid 1 tot en met 3 van de CAR/UWO;
gelet op de instemming van de Ondernemingsraad van 27 september 2007;
besluiten
vast te stellen de
Regeling Nevenwerkzaamheden gemeente Drechterland
Artikel 1 Begripsbepalingen
Deze regeling verstaat onder:
1betrokkene: de ambtenaar als bedoeld in de CAR/UWO, en degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten;
2nevenwerkzaamheden: werkzaamheden en hiermee gelijk te stellen activiteiten die betrokkene buiten zijn ambtelijke functie(s) verricht;
3bevoegd gezag: burgemeester en wethouders.
Artikel 2 Het melden van nevenwerkzaamheden
1Nevenwerkzaamheden die de betrokkene voornemens is te verrichten worden vooraf bij het bevoegd gezag gemeld, indien die werkzaamheden de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken.
2De voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit aangevangen nevenwerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, dienen alsnog door de betrokkene bij het bevoegd gezag te worden aangemeld.
3Van de in het eerste en tweede lid genoemde meldingsplicht is in ieder geval sprake indien:
a.het werkterrein van de organisatie, commissie, vereniging etc. waarvoor nevenwerkzaamheden worden verricht overeenkomt of nauw verband houdt met het beleidsterrein waarop de betrokkene werkzaam is;
b.er invloed kan worden uitgeoefend vanuit de nevenwerkzaamheden op:
-ofwel de politieke of ambtelijke besluitvorming bij de gemeente;
-ofwel de publieke opinievorming ten aanzien van een beleidsterrein van de gemeente;
c.voor de nevenwerkzaamheden bij voorkeur iemand wordt gezocht die een bepaalde ambtelijke functie bekleedt of die bepaalde middelen/informatie kan vergaren via de gemeente.
4Indien zich wijzigingen voordoen met betrekking tot de aard en/of de omvang van de nevenwerkzaamheden, dient de betrokkene dit zo spoedig mogelijk te melden bij het bevoegd gezag.
5De in de voorgaande leden genoemde melding dient te geschieden door middel van het inzenden van het daarvoor bestemde formulier, dat in bijlage I van deze regeling is opgenomen.
Artikel 3 Het beoordelen van de toelaatbaarheid van nevenwerkzaamheden
1Het is de betrokkene verboden nevenwerkzaamheden te verrichten waardoor de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2Het bevoegd gezag beoordeelt naar aanleiding van de melding of er sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid. Indien dit het geval is, wordt aan de betrokkene schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld dat het hem verboden is deze nevenwerkzaamheden te verrichten.
3Het bevoegd gezag kan besluiten de nevenwerkzaamheden niet te verbieden mits door betrokkene aan bepaalde voorwaarden en/of afspraken wordt voldaan. Als algemene voorwaarde geldt dat, behoudens toestemming van het bevoegd gezag, geen nevenwerkzaamheden mogen worden verricht tijdens arbeidsongeschiktheid voor de ambtelijke functie.
4Een verbod, zoals in de voorgaande leden bedoeld, wordt in ieder geval opgelegd indien er sprake is van:
a.ontoelaatbare belangenverstrengeling;
b.botsing van belangen;
c.schade aan het aanzien van het ambt;
d.onvoldoende beschikbaarheid voor de ambtelijke functie;
5Indien de op grond van het tweede lid verboden verklaarde nevenwerkzaamheden reeds voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit waren aangevangen, wordt door het bevoegd gezag in overleg met de betrokkene een termijn vastgesteld waarbinnen de nevenwerkzaamheden moeten worden beëindigd.
6In de situatie van artikel 2 vierde lid, beslist het gevoegd gezag binnen een maand na ontvangst van de melding of er aanleiding is om de nevenwerkzaamheden te verbieden. Indien daarvan sprake is wordt dit schriftelijk en gemotiveerd aan de betrokkene meegedeeld.
Artikel 4 Nadere invulling door het bevoegd gezag
1Het bevoegd gezag kan uit een oogpunt van duidelijkheid en rechtszekerheid, in overleg met de Ondernemingsraad, aangeven, welke nevenwerkzaamheden in relatie tot bepaalde functies niet geoorloofd zijn.
2Het bevoegd gezag ondersteunt via een schriftelijke opsomming van aandachtspunten, opgenomen in bijlage I en een stroomschema afweging nevenwerkzaamheden, betrokkene bij zijn oordeelsvorming of hij de nevenwerkzaamheden dient aan te melden.
Artikel 5 Registratie nevenwerkzaamheden
1De meldingen, als bedoeld in artikel 2, evenals de eventuele schriftelijke afhandelingen daarvan, worden in het personeelsdossier opgeslagen.
2In het personeelsinformatiesysteem, dat wordt beheerd door de P&O, worden de navolgende gegevens opgenomen:
-of er sprake is van nevenwerkzaamheden;
-de datum van ingang;
-beknopte aanduiding van de soort werkzaamheden.
3De gegevens uit het bestand kunnen, anoniem, aan derden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 6 Slotbepaling
1Indien een betrokkene zich niet kan verenigen met een ten aanzien van hem genomen beslissing, staan de mogelijkheden van bezwaar en beroep open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
2Dit besluit kan worden aangehaald als: “Regeling nevenwerkzaamheden” en treedt in werking op de dag na bekendmaking.