Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels mantelwonen gemeente Dongen

Gemeente Dongen · geldt sinds 28 november 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen;

Gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Gelet op artikel 5.1. eerste lid onder a. Omgevingswet;

Gelet op artikel 8.0a tweede lid Besluit kwaliteit leefomgeving

Overwegende dat,

•Er bij een groeiend aantal inwoners van Dongen de behoefte is om in kleine kring, met name binnen de familie, zorg te dragen voor elkaar en samen op één bouwperceel te wonen, ook zonder dat sprake is van een zorgindicatie;

•Mantelwonen kansen biedt voor jongeren om eerder zelfstandig te wonen;

•Mantelwonen kansen biedt om bij familie te wonen die afhankelijk is van ondersteuning zonder dat er sprake is van een zorgindicatie of mantelzorgverklaring;

•Het wenselijk is om een nieuwe beleidsregel vast te stellen voor het verlenen van een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarmee tijdelijk (maximaal 10 jaar) wordt afgeweken van het omgevingsplan ten behoeve van mantelwoningen;

BESLUIT

Vast te stellen de ‘Beleidsregels mantelwonen Gemeente Dongen’

1. Inleiding

1.1 Aanleiding

In het coalitieakkoord van de gemeente Dongen en in de door de gemeenteraad vastgestelde Woonzorgvisie Dongen 2024-2028 is verwoord dat de gemeenteraad op zoek wil gaan naar vernieuwende en creatieve oplossingen om de markt voor bestaande woningen open te breken. Er moeten voor elke doelgroep woningen komen. Op 3 juli 2025 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel “Versterking regie volkshuisvesting” aangenomen. Met deze wet wordt het makkelijker om een mantelzorg- of familiewoning op het eigen erf te plaatsen. Dit geldt ook voor tijdelijke woningen voor volwassen kinderen die nog geen betaalbare woning kunnen vinden. Met deze beleidsregels voor mantelwonen kunnen we hier nu al op inspelen, door deze woningen via een omgevingsvergunning mogelijk te maken.

1.2 Doelstelling

Met deze beleidsregels wordt beoogd om het realiseren van een mantelwoning bij een bestaande woning tijdelijk mogelijk te maken. Dit biedt de mogelijkheid om in kleine kring, binnen familie, zorg te dragen voor elkaar en samen op één bouwperceel te wonen. Het biedt een kans voor jongvolwassenen in de gemeente Dongen om zelfstandig te wonen. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om in aanloop naar mantelzorg eerder bij elkaar te wonen en ondersteuning te geven.

1.3 Woonvorm

Binnen de gemeente Dongen zijn meerdere alternatieve woonvormen mogelijk. Enkele woonvormen liggen met de definitie dichtbij elkaar. Graag maken wij het verschil onderstaand duidelijk:

a.Mantelzorgwonen

Mantelzorgwonen, ook wel mantelzorg, is een tijdelijke woonvorm waarbij het verlenen van (intensieve) zorg centraal staat. Voor deze woonvorm moet een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere sociaal-medisch adviseur worden overgelegd.

b.Mantelwonen

Mantelwonen is een variant op mantelzorg. Voor mantelwonen hoeft geen sprake te zijn van intensieve zorg en hoeft ook geen verklaring overlegd te worden. Het gaat bij mantelwonen veel meer om omkijken naar elkaar, elkaar helpen en ondersteunen zonder dat het direct om intensieve zorg gaat. Het gaat om familie (uit een eerste– tweede- of derdegraads familieband): zoals (groot)ouders die samen met hun volwassen kinderen wonen en zo over en weer elkaar helpen en naar elkaar omzien. Ook pré-mantelzorgwonen kan onder mantelwonen worden geschaard. Bij pré-mantelzorg is (nog) geen verklaring nodig. Kortom, mantelwonen is gericht op het faciliteren van een tijdelijke woonvorm aan een familielid in de eerste, tweede of derde graad.

Mantelwonen is niet bedoeld voor het huisvesten van werknemers of andere werk gerelateerde huisvesting. Daarnaast mag het vestigen van personen c.q. een huishouden niet leiden tot de indruk dan wel feitelijke situatie dat sprake is van particuliere verhuur met het oog op financieel voordeel.

c.Andere woonvormen

Deze beleidsregels zijn niet bedoeld voor de realisatie van microwoningen, flexwoningen, tiny houses etc. Bij mantelwonen ligt er een relatie met de gebruiksmogelijkheden van het bouwperceel als ook de relatie tussen de personen die op het bouwperceel wonen. Het beleid van mantelwonen richt zich naast het wonen ook op de sociale aspecten zoals het faciliteren van nabuurschap en omkijken naar elkaar.

1.4 Leeswijzer

Hoofstuk 2 gaat in op het wettelijk kader. In hoofdstuk 3 zijn de voorwaarden van het beleid nader geformuleerd. In hoofdstuk 4 zijn de slotbepalingen opgenomen.

3. Voorwaarden vergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

3.1 Voorwaarden

1Er is maximaal één mantelwoonvoorziening toegestaan op het bouwperceel.

2De mantelwoonvoorziening is gesitueerd op gronden met een bestemming waar wonen rechtstreeks is toegestaan.

3De mantelwoonvoorziening wordt ingepast binnen de bestaande, al dan niet vergunning vrije, bouw- en afwijkingsmogelijkheden van het ter plaatse geldende omgevingsplan en het geldende beleid ten aanzien van mantelzorgvoorzieningen.

4Er wordt geen tweede of extra inrit aangelegd voor de mantelwoonvoorziening.

5De mantelwoonvoorziening wordt door een huishouden van maximaal 2 personen bewoond.

6Minstens één bewoner heeft een familieband in de eerste-,tweede- of derdegraads met de hoofdbewoners van het perceel.

7De omgevingsvergunning wordt aangevraagd door en verleend aan de eigenaar van het bouwperceel voor de duur van maximaal 10 jaar.

8De omgevingsvergunning is niet overdraagbaar. De ontheffing voor het gebruik van een mantelwoonvoorziening is een persoonsgebonden ontheffing en hangt samen met de familierelatie zoals genoemd in punt 6 tussen de hoofdbewoners en de bewoners van de mantelwoonvoorziening. Vervalt de relatie door verhuizing, overlijden of andere oorzaken, dan vervalt ook de ontheffing voor het gebruik van de mantelwoonvoorziening. Alle woonvoorzieningen (keuken, badkamer en toilet) in het bijbehorende bouwwerk dienen te worden verwijderd.

9Er dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dus een goede ruimtelijke, milieutechnische en stedenbouwkundige inpassing. Dat wil zeggen dat de gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden niet onevenredig mogen worden belemmerd en dat er geen sprake mag zijn van een onevenredige toename van verkeer- en parkeerdruk. Ook dient er sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat.

10Afsplitsing van de mantelwoonvoorziening en gebruik als zelfstandige woning is niet toegestaan.

11De afstand van een mantelwoonvoorziening tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 meter.

12Participatie in de vorm van een omgevingsdialoog (het gesprek met buren en mogelijk andere belanghebbenden) is verplicht. Het verslag van de omgevingsdialoog dient bijgevoegd te worden bij de aanvraag omgevingsvergunning.

3.2 Maatwerk

Het college komt de bevoegdheid toe om in afwijking van het bovenstaande maatwerk toe te passen. Wanneer een aanvraag voor het realiseren en/of gebruiken van een mantelwoonvoorziening niet voldoet aan de voorwaarden onder 3.1 wordt de aanvraag uitgebreider beoordeeld. Hiermee wordt bedoeld een uitgebreidere belangenafweging waarbij het college een individuele belangenafweging maakt. Hierbij wordt mede een belang gehecht aan:

1De noodzaak van het toestaan van het mantelwonen op het bouwperceel;

2De mate van aanvaarbaarheid binnen het woon- en leefklimaat;

3Het afwijkende onderdeel of -delen ten aanzien van dit beleid.

De slotbepalingen staan in dit hoofdstuk.

4. Slotbepalingen

4.1 Intrekking

De Beleidsregel Pré-mantelzorgwoningen gemeente Dongen d.d. 26 april 2021 wordt ingetrokken.

4.2 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels worden aangehaald als: ‘Beleidsregels mantelwonen gemeente Dongen’.

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag volgende op die van de openbare bekendmaking in het Gemeenteblad. Het beleid kan worden ingezien op overheid.nl.

Toelichting

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden waarin verschillende wet- en regelgeving is gebundeld. Gemeenten krijgen meer eigen regie en moeten zelf bouwregels opstellen. Deze regels worden vastgelegd in een omgevingsplan. In het omgevingsplan legt de gemeente ook de regelgeving rondom mantelzorgwoningen vast. Deze regelgeving is thans opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Bij de totstandkoming van dit beleid is aansluiting gezocht bij de regels over mantelzorg zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.

In tegenstelling tot mantelzorg wordt het bij mantelwonen niet noodzakelijk geacht dat sprake is van intensieve zorg en een verklaring van een deskundige hierover. Er is gekozen om deze intensieve zorg en de noodzakelijke verklaring los te laten. Hiervoor is onder andere gekozen, omdat daarmee de mogelijkheid ontstaat om tijdelijk te wonen bij een familielid die ondersteuning nodig heeft, zonder dat er sprake hoeft te zijn van intensieve zorg. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om pré-mantelzorg. Pré-mantelzorg biedt de mogelijkheid om dichtbij iemand te wonen die zorg nodig heeft, maar nog niet in aanmerking komt voor een mantelzorgverklaring.

Familieband

In de gemeente Dongen willen we mantelwonen toestaan in geval van eerste-, tweede- en derdegraads familieband. Ouders kunnen hierdoor bijvoorbeeld langer zelfstandig blijven wonen in hun vertrouwde omgeving en volwassen kinderen kunnen zelfstandig wonen. Het is niet de bedoeling om huisvesting aan willekeurige derden te verlenen, die toevallig om woonruimte verlegen zitten. Dat gaat immers voorbij aan het doel van mantelwonen (onderlinge relatie). Bovendien leidt wonen in familieverband in het algemeen tot minder onenigheid en overlast.

De omgevingsvergunning is persoonsgebonden. Indien de familieband vervalt door verhuizing, overlijden of andere oorzaken, dan vervalt ook de omgevingsvergunning voor de mantelwoonvoorziening.

Het bouwwerk wordt geacht passend te zijn onder het (tijdelijk deel) omgevingsplan. Het gebruik dient passend te zijn binnen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat waarbij wonen volgens het (tijdelijk deel) omgevingsplan is toegestaan op het bouwperceel. De gebruiksmogelijkheden en het woongenot van omliggende gronden mogen niet onevenredig worden belemmerd. Ook mag het niet leiden tot onevenredige belemmering(en) voor de bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de natuur-, milieu- en dierenwelzijnswetgeving.

Oppervlakte

De toegestane oppervlakte voor de mantelwoning wordt ingekaderd door enerzijds de bouwvoorschriften van het (tijdelijk deel) omgevingsplan, anderzijds door de specifieke regelingen voor mantelzorgwoningen. De regeling voor mantelwonen is immers een gebruiksvoorschrift en niet een extra bouwmogelijkheid. Door de oppervlakte te begrenzen blijft er ook nog ruimte over voor “reguliere” bijgebouwen zoals een schuur of een garage. Dat betekent zowel binnen als buiten de bebouwde kom een maximale oppervlakte van 80 m2. Een dergelijke oppervlakte biedt in het kader van mantelwonen voldoende ruimte voor de huisvesting van maximaal twee personen.

Tijdelijkheid

Een mantelwoonvoorziening is een tijdelijke, persoonsgebonden voorziening. Zodra de mantelwoonbehoefte komt te vervallen, vervalt ook de mogelijkheid om het betreffende bijgebouw te bewonen. Alle woonvoorzieningen (keuken, badkamer en toilet) in bijbehorende bouwwerken dienen te worden verwijderd.

Artikel 10.23 Omgevingsbesluit biedt de mogelijkheid voor een tijdelijke ontheffing. Het college verleent een tijdelijke omgevingsvergunning voor een mantelwoonvoorziening voor de duur van maximaal 10 jaar. Na die periode dient een heroverweging plaats te vinden. Mogelijk dat er op dat moment wel sprake is van een intensieve zorgrelatie en dus een mantelzorgindicatie. Op dat moment kan een afwijking voor een mantelzorgwoning worden aangevraagd. Als daarvan geen sprake is, kan een nieuwe persoonsgebonden omgevingsvergunning worden aangevraagd. Indien de mantelwoonvoorziening komt te vervallen, krijgt het gebouw weer de functie van bijgebouw bij de woning. Mede daarom is de ruimte voor mantelwonen beperkt tot de reguliere bouwmogelijkheden en betreft het geen uitbreiding van de bouwmogelijkheden. Dat betekent dus dat het gebouw zelf gewoon mag blijven, maar alleen niet langer gebruikt mag worden voor bewoning. Dit betekent dat ook de keuken- en badkamerfaciliteiten onbruikbaar gemaakt moeten worden of verwijderd moeten worden.

Afhankelijke voorziening

Een mantelwoonvoorziening is altijd een afhankelijke voorziening bij een bestaande woning, nooit een zelfstandige woning of een opmaat daartoe. Het beleid voor mantelwonen is immers niet bedoeld om zomaar overal extra woningen te realiseren. Zeker in het buitengebied is het toevoegen van extra woningen aan strenge voorwaarden verbonden. Een mantelwoonvoorziening kan dan ook niet als zelfstandige woning worden verkocht. Ook dient er in alle gevallen sprake te zijn van één bouwperceel. Dus geen aparte inrit/erftoegang of andere vormen van erfsplitsing. Een mantelwoonvoorziening telt ook niet mee als zelfstandige woning in de gemeentelijke woningvoorraad. Een mantelwoonvoorziening wordt wel geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en kan, indien daar behoefte aan is een tijdelijk huisnummer krijgen. De persoon die de mantelwoonvoorziening gaat bewonen dient ingeschreven te staan in de Basisregistratie Personen (BRP) op het betreffende adres en na vervallen van het mantelwonen ook te worden uitgeschreven.

Ook moet de voorziening voldoen aan alle daartoe geldende eisen uit wet- en regelgeving, zoals het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Let op, indien er een gebruiks-, verhuur- of onderverhuur overeenkomst tussen partijen wordt afgesloten, kan dat privaatrechtelijk verstrekkende gevolgen hebben met betrekking tot bijvoorbeeld huurbescherming, hypotheekvoorwaarden en fiscale aspecten. Hierover dienen partijen zich goed te laten informeren door een jurist of notaris.

Mantelwonen bij een (agrarische) bedrijfswoning

De regeling voor mantelwonen richt zich in eerste aanzet op reguliere burgerwoningen in het stedelijk gebied of het buitengebied. Mantelwonen bij een (agrarische) bedrijfswoning is niet op voorhand uitgesloten maar dit vraagt wel extra zorgvuldigheid. We zijn terughoudend met het toestaan van woonfuncties op het bedrijventerrein en het bewonen van een bedrijfswoning hangt altijd direct samen met de noodzakelijkheid vanuit de ter plekke aanwezige bedrijfsactiviteiten en daarmee samenhangende bedrijfsvoering.

In hoeverre een mantelwoonvoorziening daarin past moet per geval worden bezien. Daarnaast dient er te worden onderzocht of omliggende bedrijfsactiviteiten niet worden belemmerd, bijvoorbeeld als een mantelwoonvoorziening wordt gerealiseerd in een bijgebouw en die daardoor maatgevend wordt voor de hindercontouren van omliggende bedrijven. Ook moet er specifiek aandacht worden besteed aan het woon- en leefklimaat. Een mantelwoonvoorziening is niet toegestaan in bedrijfsbebouwing en een mantelwoonvoorziening is niet bedoeld voor de huisvesting van medewerkers of (tijdelijke) werknemers.

Omdat het in alle gevallen gaat om een afhankelijke woonvoorziening vindt er geen toetsing plaats aan bedrijfsactiviteiten van het eigen bedrijf, met dien verstande dat er in alle gevallen wel sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat. Denk daarbij aan aspecten zoals geluid, geur, fijnstof en dergelijke.

Een mantelwoonvoorziening kan niet worden gerealiseerd bij een recreatiewoning of andere tijdelijke woonvoorziening die niet als permanent hoofdverblijf kan worden aangemerkt.

Persoonsgebonden voor maximaal 2 personen

Een ontheffing voor een mantelwoonvoorziening is altijd persoonsgebonden voor de eigenaar van het perceel. De basis voor een mantelwoonvoorziening ligt immers bij de familieband tussen een van de hoofdbewoners en de bewoner van de mantelwoonvoorziening. Deze vervalt zodra een van de partijen verhuist, komt te overlijden, er sprake is van behoefte aan mantelzorg (met bijbehorende indicatie) of op een andere wijze komt te vervallen. Zoals gezegd is het beleid voor mantelwonen niet bedoeld voor willekeurige huisvesting of zelfstandige bewoning. Daarnaast is een mantelwoonvoorziening bedoeld als kleinschalige voorziening voor maximaal twee personen. Het beleid voor mantelwonen is niet bedoeld voor woongroepen of collectieve woonvormen. Ook daarvoor gelden andere afwegingskaders.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en passend in de omgeving

Hoewel tijdelijk en afhankelijk, dient er bij het toestaan van een mantelwoonvoorziening sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) en dient de voorziening te passen in de omgeving.

De gebruiksintensiteit van een mantelwoonvoorziening zal immers anders zijn dan bij een mantelzorgvoorziening. Zo zal de gebruiker van een mantelwoonvoorziening veelal beschikken over een eigen auto en meer zelfstandig wonen. Daarom dient de hoofdwoning te beschikken over voldoende parkeergelegenheid conform het parkeerbeleid en mag er geen sprake zijn van aantasting van het woongenot en de gebruiksmogelijkheden van de omliggende percelen. Ook kan er in sommige gevallen sprake zijn van een nadere milieutechnische toetsing. Zeker daar waar het gaat om bewoning van een bijgebouw op een bedrijventerrein of in het buitengebied. In sommige gevallen kan dat betekenen dat er een extra ruimtelijke onderbouwing of nader milieuonderzoek moet worden aangeleverd.

Beleidsregel pre-mantelzorg vervalt

Omdat de beleidsregels voor mantelwonen ruimere mogelijkheden bieden dan de Beleidsregel pre-mantelzorg kan deze laatste vervallen en wordt deze vervangen door de Beleidsregels mantelwonen gemeente Dongen.

Mantelzorg of mantelwonen

In de Omgevingswet en in het Besluit bouwwerken leefomgeving is geregeld onder welke voorwaarden een mantelzorgwoning vergunning vrij kan worden gebouwd. Het verkrijgen van een medische verklaring is dan een vereiste. Dit is belangrijk omdat toezicht en handhaving vaak pas achteraf plaatsvindt: als de (al dan niet vergunning vrije) mantelzorgwoning al is gerealiseerd. Daarom is het goed om vooraf duidelijk te zijn in de noodzaak van deze medische verklaring. Wordt er geen medische noodzaak aangetoond dan is geen sprake van een vergunning vrije situatie en is een omgevingsvergunning nodig. Onderstaand zijn de verschillen tussen mantelzorg en mantelwonen in tabelvorm weergegeven.

product

medische noodzaak

medische verklaring

soort ondersteuning

procedure

geldigheid

mantelzorg

ja

ja

zorg

vergunningvrij / omgevings-vergunning

zolang de zorg nodig is

mantelwonen

nee

nee

omzien naar elkaar

omgevings-vergunning

maximaal 10 jaar

Samengevat gaat het beleid uit van twee sporen:

•Heb je een medische verklaring? Dan is in veel gevallen een mantelzorgwoning vergunning vrij te realiseren en te gebruiken zolang de zorg duurt. De voorwaarden die hiervoor gelden staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De technische bouwregels voor een mantelzorgwoning staan in het Bbl.

•Heb je geen medische verklaring? Dan kun je een omgevingsvergunning aanvragen voor een mantelwoning waarbij we de gebruiksmogelijkheid van een bijbehorend bouwwerk of inpandige voorziening verruimen voor de duur van maximaal 10 jaar. Hierbij gelden de voorwaarden zoals opgenomen in deze beleidsregel. De technische bouwregels waar de woonvoorziening aan dient te voldoen, staan in het Bbl.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.