BIJLAGE I. Stroomschema indicering VVE
Stroomschema indicering VVE in de gemeente Dongen.
1Kind 2 jaar: ouder en kind komen bij jeugdarts op het Consultatiebureau: hier wordt bezien of het kind een (mogelijke) risico loopt bij de SpraakTaal-Ontwikkeling (STO).
Methode: Van Wiegenschema + risicoregistratie + omgevingsanalyse.
•Als jeugdarts vindt JA:
•dan doorleiding naar peuteropvang met melding STO-risico/VVE indicatie
•op de peuteropvang houdt men het kind dan in de gaten
•Als jeugdarts twijfelt, dan:
•een herhaalconsult als het kind 2,5 jaar is
•en mogelijk doorleiding naar peuteropvang met melding STO-risico
•als het kind geen gebruik maakt/gaat maken van de peuteropvang, en de GGD geen gebruik kan maken van de signaleringskracht van de voorschool, wordt een kind standaard voor een extra consult STO opgeroepen op het consultatiebureau.
2Op de peuteropvang doet men een check als het door JGZ STO- gemelde kind 2,5 jaar is
•als kdo/peuteropvang de indruk heeft dat het een VVE-doelgroeppeuter kan zijn, dan aanvraag voor onderzoek indicatie VVE bij JGZ (kan via overleg op locatie, of individueel)
•Consult op Consultatiebureau voor Van Wiechenschema+ risicoregistratie+omgevingsanalyse. Gevolg:
•indicatie VVE, dus start VVE-traject met 2,5 jaar
•geen indicatie VVE
3In de periode tussen 2,5 en 4 jaar wordt de doelgroep peuter in de gaten gehouden door kdo/peuteropvang.
•bij twijfel of het een VVE-doelgroeppeuter is, kan de JGZ worden ingeschakeld om te komen observeren (dit kan overigens altijd bij twijfel, ook als het kind jonger is);
BIJLAGE II Basiscontactschema JGZ
Hoe ziet het basiscontactschema eruit?
Basiscontactschema 0-1 jaar
3-7 dg Hielprik/gehoorscreening huisbezoek neonatale screener
2weken huisbezoek jeugdverpleegkundige
4weken jeugdarts en teamassistente
8weken jeugdverpleegkundige en teamassistente
3maanden jeugdarts en teamassistente
4maanden jeugdverpleegkundige en teamassistente
6maanden jeugdarts en teamassistente
8maanden jeugdverpleegkundige en teamassistente
11maanden jeugdarts en teamassistente
Basiscontactschema 1-12 jaar
15maanden jeugdverpleegkundige en teamassistente
2jaar - 2 jaar 3 maanden jeugdarts en teamassistente
3jaar en 4 maanden - 3 jaar 6 maanden jeugdverpleegkundige en teamassistente
5-6 jaar jeugdarts en teamassistente
9-10 jaar jeugdverpleegkundige en teamassistente (inclusief vaccinatie DTP/BMR)
Basiscontactschema 13-19 jaar
13-14 jaar teamassistente (klas 2) (praktijkschool en LWOO jeugdverpleegkundige/jeugdarts)
14+ Pubercontactmoment (volgens regionale invulling)
BIJLAGE III Voorwaarden peuteropvang/VVE in de gemeente Dongen 2017
PRESTATIECRITERIA
Begripsbepalingen
•leidster = gekwalificeerd pedagogisch medewerker die voldoet aan de wettelijke opleidingseisen en daarnaast beschikt over een door de inspectie goedgekeurd VVE-certificaat/diploma
•Peuteropvanggroep = vaste groep van maximaal 16 kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar, die op 2 dagdelen per week 2,5 uur peuterspeelzaalopvang genieten
•VVE-peuteropvang = peuteropvang met een volledig VVE-programma goedgekeurd door de inspectie kinderopvang met registratie in het LRKP als VVE-peuteropvang
•Gekwalificeerd personeel = personeel wat beschikt over voor de functie van pedagogisch medewerker op minimaal MBO 3 niveau
•Toeslagkinderen = kinderen waarvan de ouders recht kunnen doen gelden op kinderopvangtoeslag via de belastingdienst
•Niet-toeslagkinderen = kinderen waarvan de ouders geen recht kunnen doen gelden op kinderopvangtoeslag
•Aanbod opvangcapaciteit = het aantal dagdelen peuteropvangaanbod ongeacht het aantal geplaatste kinderen
•Bezettingspercentage = het gedeelte van de aangeboden opvangcapaciteit waarvoor kinderen ingeschreven zijn en ouderbijdrage betaald wordt
Te leveren prestaties:
Opvangcapaciteit en gebruik
•De aanbieder werkt in de peutergroep met 1 leidster op 1-8 kinderen en 2 leidsters op 9 tot 16 kinderen.
•De peuters komen en gaan op vaste tijdstippen.
•Opvangduur van 2 dagdelen per week van 2,5 uur per dagdeel. Indien mogelijk wordt tussen twee opvangdagen minimaal één 'rustdag' ingebouwd op voorwaarde dat opvang dan ook daadwerkelijk geboden kan worden.
•Opvangduur van 4 dagdelen per week van 2,5 uur per dagdeel voor VVE geïndiceerde peuters.
•Combinatie met kinderopvangkinderen is alleen toegestaan als zonder die combinatie geen peuteropvang mogelijk is. Dat is het geval als het aantal kinderen structureel minder is dan 8.
•Minimale capaciteit 1 groep van 2 dagdelen in elke locatie zodat alle clusters bediend worden en mogelijkheid voor aanbod voor 2 extra dagdelen voor peuters met een VVE indicatie.
•Door de gemeente gesubsidieerde plaatsen moeten bij leegstand vrij gehouden worden. Dus geen toeslagkinderen op door de gemeente gesubsidieerde plaatsen.
•Kinderen worden uitsluitend op VVE capaciteit geplaatst op basis van indicatiestelling door het Consultatiebureau Dongen. De aanbieder toont dit in de verantwoording aan.
•De aanbieder is gehouden door het Consultatiebureau geïndiceerde kinderen te plaatsen tot gelijktijdig maximaal 12 kinderen.
•Aangetoond moet worden dat in het aanbod voor VVE peuters is voldaan aan de minimale en tevens maximale hoeveelheid van vier aangeboden dagdelen van 2,5 uur (gedurende 40 weken).
•Aangetoond moet worden dat in het aanbod van door de gemeente gesubsidieerde niet-VVE peuters is voldaan aan de minimale en tevens maximale hoeveelheid van 2 dagdelen van 2,5 uur (gedurende 40 weken).
•De aan- en afwezigheid van geplaatste kinderen wordt schriftelijk vastgelegd en bij het jaarverslag gevoegd.
Programma en kwaliteit
•Aanbieder voldoet geheel aan de gestelde eisen van de Wet kinderopvang zoals deze thans luidt of gedurende het jaar 2017 gewijzigd wordt.
•De peuteropvanggroep voldoet aan de eisen/ criteria van de Wet Kinderopvang zodat voor toeslagkinderen kinderopvangtoeslag mogelijk is.
•Het personeel voldoet aan alle opleidingseisen en vereiste kennis-en vaardigheidsniveau conform wet en regelgeving zoals die nu en in de toekomst door de rijksoverheid wordt vastgesteld.
•In alle door de gemeente gesubsidieerde peuteropvanggroepen wordt gewerkt met een aantoonbaar VVE-programma dat is goedgekeurd door de Inspectie en kinderopvang met registratie in het landelijk register als VVE voorziening.
•Is er sprake van een thematische koppeling tussen reguliere peuteropvangactiviteiten en VVE-activiteiten;
•De pedagogisch medewerksters zijn VVE gekwalificeerd.
•Er wordt gewerkt met vaste groepen en vaste leidsters.
•Aanbieder werkt aantoonbaar samen met basisscholen gericht op het realiseren van een doorgaande leer- en ontwikkelingslijn.
•De GGD voert in opdracht van de gemeente aangekondigde en niet-aangekondigde inspecties uit. Tijdens deze inspecties worden alle domeinen uit de Wet Kinderopvang en Kwaliteit peuterspeelzalen (Wkkp) geïnspecteerd en wordt beoordeeld of aan alle voorwaarden is voldaan.
•Eventuele handhaving in het kader van de Wet kinderopvang verloopt via de subsidievaststelling.
Financieel
•De gemeentelijke subsidie voor peuteropvang van niet-toeslagkinderen wordt uitsluitend verleend indien de door aanbieder gehanteerde uurprijs niet hoger is dan € 8,25 per uur. De inkomensafhankelijke ouderbijdrage voor door de gemeente gesubsidieerde peuteropvang kent een maximum subsidiabele uurprijs van € 7,18 per uur. Indien de uurprijs van de aanbieder hoger is dan € 7,18 per uur is het meerdere geheel voor rekening van de ouder(s).
•Voor toeslagkinderen met een VVE-indicatie worden twee dagdelen volledig bij de ouder in rekening gebracht. Voor niet-toeslagkinderen met een VVE-indicatie is voor de eerste twee dagdelen de door de gemeente vastgestelde ouderbijdragetabel van toepassing. Voor alle kinderen met een VVE indicatie zijn de 2 extra dagdelen gratis.
•In de kwartaalrapportage wordt per kind het aantal geplaatste dagdelen en de eigen bijdrage die per kind is ontvangen weergegeven.
•Ouders van niet-toeslagkinderen die geen inkomensinformatie willen verstrekken komen niet in aanmerking voor een door de gemeente gesubsidieerde plaats. (dat is immers voor ouders van toeslagkinderen ook een verplichting). Dat betekent dat deze ouders de volledige uurprijs die de ondernemer hanteert moeten betalen.
Overige subsidievoorwaarden
•Aanbieder is deelnemer aan het door de gemeente geïnitieerde LEA-overleg.
•Aantoonbare afspraken met het basisonderwijs over warme en koude overdracht.
•Een aantoonbaar kind-volgsysteem waarmee de ontwikkeling van ieder individueel kind overdraagbaar vastgelegd is
Monitor
Om de effecten van de nieuwe subsidieregeling nauwlettend te monitoren brengen aanbieders via kwartaalrapportages verslag uit.Onderdelen van de rapportage zijn in elk geval:
•bezettingsgegevens van groepen met door de gemeente Dongen gesubsidieerde peuteropvang (per groep het aantal ingeschreven toeslagkinderen en het aantal ingeschreven niet-toeslagkinderen);
•geanonimiseerde basisgegevens van alle geplaatste kinderen en kinderen op de wachtlijst: geboortedatum; datum start opvang, datum einde opvang; - toeslagkind of niet -toeslagkind;
•van niet-toeslagkinderen een eigen verklaring van de ouder dat hij/zij niet in aanmerking komt voor Kinderopvangtoeslag volgens het voor de gemeente Dongen vastgestelde model;
•aantal geplaatste toeslagkinderen zonder VVE – indicatie;
•aantal geplaatste toeslagkinderen met VVE- indicatie;
•aantal geplaatste niet-toeslagkinderen zonder VVE-indicatie
•aantal geplaatste niet-toeslagkinderen met VVE-indicatie.
•actuele wachtlijstgegevens (onderverdeeld naar toeslagplaatsen, niet-toeslagplaatsen en VVE)
De kwartaalrapportages ontvangen we graag van u op 1 april 2017, 1 juli 2017, 1 oktober 2017 en 2 januari 2018.
BIJLAGE IV VVE werkafspraken
Tijdens de netwerkbijeenkomsten zijn met de partners aanvullende afspraken gemaakt over:
1Wanneer wordt een VVE traject beëindigd?
2Afspraken over terug verwijzing naar de JGZ als er onvoldoende vooruitgang of er toenemende zorg is over een kind.
3Hoe gaan we om met spraak/taal vs overige gedragsproblematiek
4Hoe wordt vrijblijvende deelname aan VVE voorkomen?
Ad.1. Wanneer wordt een VVE traject beëindigd?
•het VVE traject in de voorschoolse periode eindigt in ieder geval als het kind 4 jaar wordt en doorstroomt naar de basisschool;
•is er geen groei in de ontwikkeling dan zijn er de volgende opties:
•Inzet van overige expertise + VVE + peuteropvang
•Inzet van overige expertise + peuteropvang, maar geen VVE
•Inzet van overige expertise, einde peuteropvang, einde VVE
•wanneer een kind wel ontwikkeling heeft doorgemaakt, maar nog steeds niet gemiddeld of voldoende Nederlands spreekt vanuit een anderstalig/meertalig gezin, kan bepaald worden dat er geen sprake meer is van een ontwikkelingsachterstand;
•via de periodieke overleggen tussen aanbieder en GGD (inclusief observatie op locatie) wordt de voortgang besproken. De aanbieder toetst het niveau wordt getoetst via snellijst, CITO toets en observatielijst Puk & Co;
•de jeugdarts GGD beoordeelt of de doelen zijn behaald en uitstroom wordt in gezamenlijk overleg met de aanbieder vastgesteld en met de ouders besproken.
Ad.2. Welke afspraken maken we rondom terugverwijzen van peuters bij onvoldoende voortgang VVE?
•kan het kind daadwerkelijk geholpen worden d.m.v. VVE in de huidige groepssamenstelling / leidster-kind ratio of is extra ondersteuning of een andere setting vereist. Als het kind niet geholpen kan worden d.m.v. VVE dan kan i.p.v. 4 dagdelen VVE het kind wel gebruik maken van 2 dagdelen reguliere peuteropvang met evt. extra ondersteuning in de thuissituatie d.m.v. inzet van het sociaal team in afwachting op plaatsing in een vervolgtraject;
•dat het kind, indien blijkt dat er intensievere zorg / andere onderwijsbehoefte nodig is, vroegtijdig wordt geholpen bij een passend vervolgtraject, zodat het kind met 4 jaar de juiste onderwijsbehoefte krijgt aangeboden;
•bij gedragsproblematiek: dat de plaatsing binnen de peuteropvang kan worden beëindigd wanneer het kind een normale opvang van de andere kinderen onevenredig verzwaart of belemmert;
•bij signaleren van onvoldoende voortgang VVE onderhoudt de peuteropvang contact met de ouders, C.B. en/of het sociaal team en externe instanties zoals bv. Loket Vroeghulp, audiologisch centrum, logopedist enz;
•de peuteropvang informeert ouders bij welke instanties ze terecht kunnen. Ouders kunnen zelf contact opnemen met externe instanties. Peuteropvang, C.B. en sociaal team kunnen ouders hulp/ ondersteuning bieden bij doorverwijzing naar externe instanties;
Ad.3. Hoe gaan we om met spraak/taal vs. overige gedragsproblematiek
Bij een taalverwervingsprobleem is VVE geïndiceerd, bij gedragsproblemen zal specifieke zorg op maat worden ingezet. Soms staat een taalverwervingsprobleem niet op zich zelf en zal er een combi van VVE en zorg op maat ingezet moeten worden om de kinderen de beste ontwikkelingskansen te bieden. Bij problemen in de haalbaarheid van VVE zal er opnieuw bekeken moeten worden wat de beste zorg/ begeleiding is. Signalen worden bespreken met ouders en verwijzen naar Jeugdarts voor verder onderzoek en doorverwijzing.
Aandachtspunten hierbij zijn:
•kunnen we het kind met een gedragsprobleem daadwerkelijk helpen d.m.v. VVE binnen de peuteropvang zonder de overige kinderen uit de peuteropvang groep hiermee te kort te doen;
•kunnen we het kind met een gedragsprobleem d.m.v. VVE stimuleren in zijn ontwikkeling, zijn er voldoende mogelijkheden om het gedragsprobleem te verminderen of te verhelpen en zijn er daarnaast voldoende mogelijkheden om aan de reguliere peuters zonder VVE een veilig, ontspannen klimaat te kunnen bieden waarbinnen zij zich zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen en positieve ervaringen op kunnen doen;
•blijven er voldoende mogelijkheden over om VVE kinderen zonder gedragsproblematiek de extra ondersteuning te kunnen bieden die zij nodig hebben;
•JGZ komt het kind met een gedragsprobleem observeren op de peuteropvang.
•JGZ en de peuteropvang brengen in samenspraak de gedragsproblematiek in kaart.
N.a.v. deze bevindingen wordt bekeken of het kind geholpen kan worden binnen de peuteropvang of dat een vervolg traject voor het kind noodzakelijk is
Ad. 4 Hoe wordt vrijblijvende deelname aan VVE voorkomen?
•In beeld brengen waarom een kind niet kan komen (thuissituatie breder in beeld brengen).
•Het onvoldoende beheersen van de Nederlandse taal door ouders kan een belemmering zijn.
•Triple p positief opvoeden, bredere insteek kiezen om ouders te informeren.
•Kind dat iets extra's nodig heeft (bijvoorbeeld logopedie): oefeningen ook bij de aanbieder herhalen.
•Ouders aanspreken op niet aanwezig zijn.
•Financiële plaatsingsovereenkomst ook koppelen aan VVE.
•Maak voor ieder kind met VVE een hulpvraag en ontwikkelingsplan i.s.m. de ouders en evt. externe instanties zodat voor de ouder ook duidelijk wordt aan welk ontwikkeldoel bij het kind wordt gewerkt en wat de rol van de ouder hierin is.
BIJLAGE V Zorg in en om de school
In het voorjaar van 2014 is door het college de notitie 'Doorontwikkeling Sociaal Team' vastgesteld. In deze notitie is ingegaan op de herijking van de zorgstructuur in het onderwijs. Een herijking is nodig om de huidige structuur te ontwikkelen naar een meer efficiënte en effectieve structuur die aansluit op de ontwikkelingen binnen het passend onderwijs, de transitie van de jeugdzorg en het in 2015 geïntroduceerde sociaal team in Dongen. Op basis van input van betrokken partijen (primair en voortgezet onderwijs, voorschoolse veld, IMW, ContourdeTwern, GGD, Theek 5 en gemeente) is een gezamenlijke visie ontwikkeld en is gesproken over de wijze waarop de implementatie vorm moet krijgen. Afgesproken is dat wordt ingezet op een sterkere verbinding tussen de ondersteuning van kinderen in de opvang/ onderwijs enerzijds en de hulp aan kinderen en gezinnen in de thuissituatie anderzijds. Doel is om kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, beter en sneller hulp te kunnen bieden. De volgende uitgangspunten en randvoorwaarden zijn leidend:
1Kind centraal
Het kind staat centraal in de driehoek ouders-school-zorg. Ouders worden meteen van het begin af aan betrokken, praten mét ouders (en niet over ouders) is het startpunt. De school signaleert, de zorg biedt de benodigde hulp. Het gaat om laagdrempelige hulp, zo dicht mogelijk bij het kind. Enerzijds is dit het inzetten van hulp op de scholen, anderzijds betekent dit de juiste expertise direct kunnen inzetten om het kind te helpen in plaats van tijd spenderen aan het vinden van een organisatie die het kind kan helpen.
2Doorgaande lijn 0-18
We dragen zorg voor goede overgangen en een doorgaande ontwikkeling van kinderen van 0-18 jaar. Met aandacht voor zorg in de voorschoolse periode, de overgang naar de basisschool en vervolgens naar het voortgezet onderwijs. We zorgen voor een goede, warme overdracht van leerlingen, inclusief het benoemen van problematiek en ondersteuningsbehoefte. Hiermee wordt gezorgd voor continuïteit in de zorg en ondersteuning van kinderen, jongeren en hun gezinnen.
3Eén gezin, één plan, één regisseur
Het is duidelijk wie de ketenverantwoordelijke is. De ketenverantwoordelijke is één persoon en volgt het kind en biedt kind, ouders en school vertrouwen dat de zorgvraag goed wordt opgepakt en afgehandeld. De ketenverantwoordelijke bepaalt in overleg met school en ouders welke hulp moet worden ingezet. Er is sprake van actieve en regelmatige terugkoppeling naar school en ouders over voortgang en resultaten.
4Zorg voor alle scholen toegankelijk
Alle scholen en voorschoolse voorzieningen in de gemeente Dongen hebben voor hun kinderen toegang tot dezelfde zorg – onafhankelijk van locatie of grootte. Het schoolmaatschappelijk werk en het sociaal team worden zodanig doorontwikkeld dat elke school of instelling een vast contactpersoon heeft waarbij hulpvragen belegd kunnen worden.
5Er komt één loket
Het sociaal team wordt doorontwikkeld tot één loket in Dongen waar alle scholen (en burgers) met hun hulpvragen terecht kunnen. De beste generalisten staan vooraan, professionals met brede kennis en ervaring die goed kunnen inschatten wat een kind nodig heeft en wat het vervolg (o.a. opschalen naar zwaardere ondersteuning of afschalen naar lichte hulp) moet zijn.
6Integraal werken met de meldcode
Alle scholen en instellingen in Dongen gaan werken met dezelfde meldcode. De deskundigheid van scholen en voorschoolse instellingen met betrekking tot het werken met de meldcode dient op niveau te worden gebracht. De meldcode is in feite een stappenplan waarin de juiste expertise per casus wordt bepaald (dus er zitten niet standaard dezelfde mensen in overleg).
7Transparant
Gemeente, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo) informeren elkaar tijdig over beleid en de inzet van middelen.
8Draagvlak en betrokkenheid
Bestuurders dragen zorg voor de communicatie en informatievoorziening binnen hun organisaties.
9Sturing
Bestuurders van gemeente, onderwijs en het voorschoolse veld bekrachtigen de afspraken en zien toe op de voortgang en de uitvoering er van in de eigen organisatie.
Een werkgroep waarin de partners vertegenwoordigd zijn is afgelopen november gestart met het vertalen van de afspraken naar een set concrete, praktische en haalbare afspraken die nog in het lopende schooljaar 2016/2017 in gebruik kan worden genomen. Het streven is om de nieuwe werkwijze van het Sociaal Team in het 2de kwartaal 2017 operationeel te hebben waarmee een belangrijke slag wordt gemaakt in de herijking van de zorgstructuur in Dongen. Tevens zijn afspraken gemaakt over de introductie van één uniforme observatiemethode/overdracht voor kinderen 0-7 jaar. Hiermee wordt een belangrijke kwaliteitsimpuls in met name het voorschoolse veld beoogd.