Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel uitwegen gemeente Doetinchem 2026

Gemeente Doetinchem · geldt sinds 16 juni 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem

overwegende dat er behoefte bestaat aan uitleg en nadere invulling van de weigeringsgronden voor een vergunning voor een uitweg;

gelet op artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016 en artikel 4:81 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht

Besluit:

vast te stellen de:

Beleidsregel Uitwegen gemeente Doetinchem 2026:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Definitie en wijze van meten

Uitweg

Iedere rechtstreekse ontsluitingsmogelijkheid van een perceel naar de openbare weg, waaronder worden verstaan de begrippen inrit en uitrit.

Breedte uitweg

De breedte van een uitweg wordt gemeten op de perceelgrens tussen particulier erf en openbare ruimte, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding: maat A

Afstand tot aan een bocht

Bij een bocht wordt de afstand gehanteerd van de uitweg ten opzichte van het tangentpunt van de bocht, zoals weergegeven op onderstaande afbeelding: maat B.

Artikel 2 Reikwijdte

Deze beleidsregels zijn van toepassing op aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het maken, veranderen en gebruiken van een uitweg als bedoeld in artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Doetinchem 2016 en zijn rechtsopvolgers (hierna: APV).

Als een omgevingsplan regels of algemeen verbindende voorschriften bevat die relevant zijn voor het aanleggen, veranderen en gebruiken van uitwegen, dan dient de aanvrager ervoor te zorgen dat aan de bepalingen van het omgevingsplan wordt voldaan.

Artikel 3 Weigeringsgronden

In artikel 2:12 van de APV is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Deze vergunning kan worden geweigerd:

a.ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

b.indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

c.indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

d.ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving.

De weigeringsgronden zijn zowel op een 1e uitweg van toepassing, als op een 2e uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingen gebiedsactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

Hoofdstuk 2. Beleidsregels weigeringsgronden

Artikel 4 Voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg

Van gevaar voor het wegverkeer ter plaatse, als bedoeld in artikel 2:12 lid 2 onder a van de APV, is in ieder geval sprake als de uitweg is gesitueerd:

1op minder dan 5 meter van de tangent van een bocht, rotonde, kruising of splitsing;

2op minder dan 5 meter van een voetgangersoversteekplaats;

3op een weg die hoort bij een gebiedsontsluitingsweg 50 en 70 voor zover deze binnen de bebouwde kom ligt en een gebiedsontsluitingsweg 80 als deze buiten de bebouwde kom ligt. Tenzij er geen alternatieven zijn en de verkeersveiligheid kan worden gewaarborgd.

4niet op de plaats van op de aanliggende weg aangebrachte opstelstroken, dan wel voorsorteervakken;

5op minder dan 5 meter van een bushalte;

6op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van een of meer bestaande uitwegen;

7op een locatie waar onvoldoende zicht is op kruisend verkeer, tenzij er aantoonbare maatregelen worden getroffen die de verkeersveiligheid waarborgen.

8Er moet voldoende parkeergelegenheid zijn op eigen terrein. Het geparkeerde voertuig mag niet uitsteken op openbaar terrein.

9De aanleg en het gebruik van de uitweg mag in geen geval nadelige gevolgen hebben voor het veilig en doelmatig gebruiken van de weg.

Artikel 5 Zonder noodzaak ten koste van een openbare parkeerplaats

Uitgangspunt is dat een uitweg niet ten koste mag gaan van een aangelegde openbare parkeerplaats (artikel 2:12 lid 2 onder b). In bijzondere situaties kan hiervan onderbouwd afgeweken worden. Dit kan als er in redelijkheid geen andere mogelijkheid is voor ontsluiting van het perceel en de aanleg en het gebruik van de uitweg geen nadelige gevolgen heeft voor de bruikbaarheid van de weg.

Artikel 6 Onaanvaardbare aantasting van openbaar groen

Van aantasting van openbaar groen, als bedoeld in artikel 2:12 lid 2 onder c van de APV, is in ieder geval sprake als:

1de uitweg binnen de hoofdgroenstructuur van de gemeente Doetinchem valt;

2als voor de aanleg van de uitweg bomen moeten worden gekapt die opgenomen zijn in de vastgestelde bijzondere bomenlijst;

3de verharding van de uitweg binnen de minimale graafafstand valt, zoals opgenomen in het Handboek Bomen. Tenzij uit bewortelingsonderzoek blijkt dat er binnen deze afstand wel mogelijkheden zijn.

4als de uitweg nabij een boom wordt aangelegd en de stabiliteit en gezondheid van de boom hierdoor wordt aangetast.

5zonder noodzaak versnippering van gemeentelijk groen ontstaat.

Artikel 7 Bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving

Een uitweg is niet toegestaan als het uiterlijk aanzien van de omgeving wordt aangetast.

Met omgeving wordt bedoeld de openbare ruimte, het straatbeeld en de stedenbouwkundige, cultuurhistorische, landschappelijke en groene waarden daarvan.

Een uitweg is in ieder geval in strijd met artikel 2:12 lid 2 onder d van de APV als:

1deze in strijd is met het geldende inrichtings-, beeldkwaliteits-, stedenbouwkundig of omgevingsplan;

2naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke belevingswaarde van het desbetreffende gebied.

Artikel 8 Tweede uitweg

Het uitgangspunt is dat ieder perceel ontsloten wordt op de openbare weg. Per adres kan één uitweg aangelegd worden.

In bijzondere gevallen kan een tweede uitweg worden aangelegd als wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 2:12 lid 2 van de APV en:

1het perceel een breedte heeft van minimaal 25 meter, gemeten aan de wegzijde van het perceel; en

2de afstand tussen de uitwegen, gemeten aan de wegzijde van het perceel, groter is dan 15 meter.

Bij hoeksituaties of als men een uitweg wil aan de andere zijde van het perceel (voor of achter) zal dit per geval worden beoordeeld.

Als de nieuwe uitweg wordt aangelegd ter vervanging van de oude uitweg (maar op een andere plaats), dan moet de oude uitweg in beginsel worden verwijderd en de weg ter plaatse van de opgeheven uitweg in de oorspronkelijke staat worden hersteld. De kosten hiervan komen voor rekening van de aanvrager.

Artikel 9 Maatwerk

Het college kan alleen in bijzondere gevallen maatwerk leveren. Dit moet voldoende onderbouwd worden. De aanleg en het gebruik van de uitweg mag in geen geval nadelige gevolgen hebben voor het veilig en doelmatig gebruiken van de weg.

Hoofdstuk 3 Aanvraag en uitvoering

Artikel 10 Aanvraag

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het maken of veranderen van een uitweg of het gebruik daarvan, moet de aanvrager de volgende gegevens verstrekken:

a) een plattegrond met hierop duidelijk de plaats van de uitweg aan de voor-, zij- of achterzijde van het perceel;

b) de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan;

c) de aanwezigheid van obstakels voor het aanleggen of veranderen van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

Artikel 11 Uitvoering

Alle uitwegen worden door of namens de gemeente uitgevoerd in verband met uniformiteit en aansprakelijkheid. De constructie is afhankelijk van de situatie ter plaatse en wordt door de gemeente bepaald.

Hoofdstuk 4 Financiële- en slotbepalingen

Artikel 12 Kosten

1De legeskosten die verbonden zijn aan een vergunningaanvraag komen voor rekening van de aanvrager. Hiervoor gelden de tarieven zoals die zijn opgenomen in de legesverordening van de gemeente.

2Aanvrager betaalt de kosten voor het aanleggen van de uitweg (inclusief eventuele extra kosten van maatregelen zoals het verplaatsen van een lichtmast, kolken, straatmeubilair, groenvoorzieningen en kabels en leidingen, het kappen van een boom, of het uitvoeren van compenserende maatregelen), tenzij:

-er sprake is van een reconstructie of (her)inrichting en de uitweg is in de voorbereiding meegenomen;

-er sprake is van een nieuwbouwlocatie waarbij de uitweg in de woonrijp fase is opgenomen.

3De gemeente is verantwoordelijk voor en bekostigt het onderhoud aan uitwegen in de openbare ruimte. Tenzij anders is afgesproken.

4De kosten worden vooraf in rekening gebracht bij aanvrager. Tenzij er sprake is van een nieuwbouwlocatie en de kosten opgenomen zijn in de exploitatie.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze beleidsregel treedt in werking een dag na bekendmaking.

2Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregel uitwegen gemeente Doetinchem 2026.

Toelichting Beleidsregel uitwegen gemeente Doetinchem 2026

Toelichting artikel 4

De regels die in dit artikel staan opgenomen zijn onder andere gebaseerd op CROW-publicaties en het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.

Toelichting artikel 5

Bij de beoordeling van dit artikel wordt ook gekeken naar de parkeerdruk in de omgeving.

Toelichting artikel 6 lid 3

In het Handboek Bomen staat onderstaande leidraad voor minimale graafafstand aangegeven. Bij twijfel of als men binnen deze afstand komt dan moet op kosten van aanvrager een bewortelingsonderzoek plaats te vinden. Bij de beoordeling wordt ook gekeken naar eventuele bestaande bestrating op de locatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.