Gemeentelijke regelgeving

Nota Parkeernormen Doesburg 2025

Gemeente Doesburg · geldt sinds 12 maart 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg

gelet op het bepaalde in titel 4.3 Algemene wet bestuursrecht en de inspraakverordening;

overwegende dat:

-het wenselijk is om de parkeernormen te actualiseren zodat bij nieuwe ontwikkelingen een actuele parkeereis gebruikt kan worden;

-de nieuwe normen voldoen aan instructieregels en evenwichtige toedeling van functies aan locaties;

-rekening is gehouden met de Doesburgse omstandigheden.

-het ontwerp van de Nota Parkeernormen Doesburg 2025 met ingang van 27 november 2025 gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage heeft gelegen en er tijdens de termijn geen reacties zijn ingediend.

b e s l u i t :

I. De Nota Parkeernormen Doesburg 2025 vast te stellen.

4. Toepassingskader

4.1 Berekening parkeereis

4.1.1 Afronding aantal parkeerplaatsen

De berekende parkeerbehoefte wordt tussentijds niet afgerond. Pas bij het bepalen van de parkeeroplossing ten behoeve van het indienen van de aanvraag (stap 4), wordt het aantal parkeerplaatsen rekenkundig naar boven afgerond op hele parkeerplaatsen.

4.1.2 Dubbelgebruik van parkeerplaatsen

Indien binnen een ontwikkeling verschillende functies worden gerealiseerd, is het mogelijk rekening te houden met dubbelgebruik van autoparkeerplaatsen. Bijvoorbeeld overdag door werkenden en ’s avonds door bewoners. Daarnaast is het mogelijk om bij woningbouwontwikkelingen rekening te houden met het dubbelgebruik van parkeerplaatsen door bewoners en hun bezoek. Voorwaarde is wel dat de initiatiefnemer binnen het plan vastlegt dat de voor dubbelgebruik meegerekende parkeercapaciteit openbaar, en daarmee voor alle gebruikers van het plan, toegankelijk is.

Dubbelgebruik kan niet worden toegepast op exclusief voor functies of voor doelgroepen gereserveerde parkeerplaatsen (bijvoorbeeld voor deelauto’s of bewoners). Bij gereserveerde parkeerplaatsen verminderen de mogelijkheden voor dubbelgebruik van deze parkeerplaatsen. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden aanwezigheidspercentages gehanteerd. Deze zijn opgenomen in bijlage 4. In deze bijlage is ook een voorbeeld gegeven van de wijze van werken met de aanwezigheidspercentages.

4.1.3 Rekenwaarde parkeerplaatsen

Voornamelijk bij grondgebonden woningen blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een individuele garage(box) niet wordt gebruikt voor het stallen van de auto, maar als bergruimte. Aangezien hier bij parkeernormen geen rekening mee wordt gehouden, kan parkeeroverlast ontstaan. Parkeerplaatsen in een garage(box), oprit of carport bij woningen worden daarom niet als volwaardige parkeerplaats meegeteld. In onderstaande tabel is aangegeven in welke mate parkeervoorzieningen voor de functie wonen meetellen aan de aanbodzijde. Het gaat daarbij niet om parkeerplaatsen in een parkeergarage onder een appartementencomplex. Deze parkeerplaatsen tellen volwaardig mee als deze voldoen aan de maatvoering conform de hiervoor toegelichte eisen.

Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekenings-aantal

Opmerking

Enkele oprit zonder garage

1

1

Oprit minimaal 5,0 meter diep en 2,5 meter breed

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,7

Oprit minimaal 11,0 meter diep en 2,5 meter breed

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

Oprit minimaal 5,0 meter diep en 5,0 meter breed

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,5

Wegbreedte moet voldoende zijn voor de draaicirkel

Garagebox (niet bij woning)

1

0

Garage met enkele oprit

2

1,5

Oprit minimaal 5,0 meter diep en 3,0 meter breed

Garage met lange oprit

3

2

Oprit minimaal 11,0 meter diep en 3,0 meter breed

Garage met dubbele oprit

3

2

Oprit minimaal 5,0 meter diep en 5,0 meter breed

Tabel 6 Berekeningsaantal parkeervoorzieningen bij woningen

Een garage telt mee als er een inpandige parkeerplaats is van minimaal 5,50 meter diep en 2,85 meter breed en is voorzien in een voor een auto toegankelijke garagedeur. Deze maatvoering sluit aan op die in de Parkeerverordening Doesburg. Voor parkeerplaatsen op parkeerterreinen en in parkeergarages geldt tabel 6.

Breedte parkeerplaats

Lengte parkeerplaats bij haaks parkeren

Haaks of gestoken parkeren

Langsparkeren

Motorfietsen

1,50 m

1,50 m

2,50 m

Personenauto’s

2,50 m

2,00 m

5,13 m

Tabel 7 Vereiste minimale afmetingen parkeerplaatsen (NEN 2443)

Parkeren op eigen terrein wordt bij woningen alleen toegestaan op de erfontsluitingsweg. Dit is het gedeelte op het perceel tussen de zijgevelrooilijn van het hoofdgebouw en de zijdelingse perceelgrens dat het achtererfgebied ontsluit.

Een aandachtspunt bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen kan zijn dat werknemers de bedrijfsauto meenemen naar huis. Daardoor wordt de parkeervraag hoger dan bij een ‘gemiddelde’ situatie. Als de verwachting bestaat dat dit in aanzienlijke mate zal optreden, kan worden overwogen de parkeereis te verhogen.

4.2 Vergelijking parkeereis met parkeeraanbod

4.2.1 Parkeerplaatsen binnen het plangebied

In deze Nota is het uitgangspunt dat de parkeereis voor auto’s binnen het plangebied zelf wordt opgelost. Binnen het plangebied is hierbij gedefinieerd als in eerste instantie grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke activiteit of ten tweede in de directe nabijheid (binnen de maximaal acceptabele loopafstand).

4.2.2 Acceptabele loopafstanden

Parkeerplaatsen moeten op acceptabele loopafstand liggen van de functie waarvoor deze bedoeld zijn. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte van de (ingang van de) parkeerlocatie naar de ingang van de bestemming.

De acceptatie van de loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. Ook hangt de acceptatie af van de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. In bijlage 5 zijn de acceptabele loopafstanden, waarbinnen de parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn, voor verschillende doelgroepen opgenomen.

4.2.3 Maatvoering parkeerplaatsen

Naast het minimaal aantal te realiseren parkeerplaatsen, wordt de inrichting van parkeervoorzieningen door de gemeente beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. Voor de toetsing van de maatvoering van nieuw te realiseren individuele parkeerplaatsen hanteert de gemeente voor openbaar toegankelijke parkeerplaatsen de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (LDIOR).

4.2.4 Laden en lossen

Bij een functie waar laden en lossen noodzakelijk is, moet rekening worden gehouden met voldoende (geschikte) ruimte als laad- en losvoorziening voor het maatgevende (vracht)voertuig waarmee geladen en gelost gaat worden. De laad- en losvoorziening moet zo veilig mogelijk functioneren mogelijk maken. Bij nieuwbouw vindt laden en lossen volledig binnen het plangebied plaats. Ook het manoeuvreren moet binnen het plangebied plaatsvinden, om zo de verkeersveiligheid op de openbare weg te waarborgen. Bij uitbreiding en verbouw vindt laden en lossen zoveel mogelijk binnen het plangebied plaats.

4.3 Afwijkingsmogelijkheden

4.3.1 Niet binnen het plangebied

Het uitgangspunt is dat het parkeren binnen het plangebied moet worden opgelost. Er zijn redenen denkbaar wanneer het onmogelijk of onwenselijk is om parkeerplaatsen binnen het plangebied te realiseren. Dit is bijvoorbeeld het geval als:

-de ontwikkeling is gelegen in een voetgangersgebied waarbij het pand ook buiten venstertijden niet voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar is;

-het fysiek onmogelijk is om parkeerplaatsen binnen het plangebied te realiseren, bijvoorbeeld bij bestaande panden, zoals rijtjeswoningen;

-het financieel niet haalbaar is om een parkeervoorziening binnen het plangebied te realiseren.

In die gevallen mag gekeken worden naar ruimte op private parkeervoorzieningen op acceptabele loopafstand (zie bijlage 5). Als die mogelijkheid er ook niet is dan resteert parkeren in openbare parkeervoorzieningen (in de openbare ruimte of in parkeergarages) in de omgeving. Eerste optie is om aan te tonen met parkeerdrukonderzoek dat in de parkeereis (rekening houdend met de aanwezigheidspercentages) voorzien kan worden op onbenutte parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Als dit niet van toepassing is dan bekijkt de gemeente Doesburg of het mogelijk is nieuwe parkeerplaatsen op acceptabele loopafstand (zie bijlage 5) in de openbare ruimte te realiseren. Indien dit mogelijk is, kan worden afgeweken van de parkeereis.

Op basis van de eisen, zoals zijn opgenomen in de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (LDIOR), realiseert de gemeente Doesburg dan deze parkeerplaatsen op kosten van de initiatiefnemer. De verplichting voor de afdracht aan het mobiliteitsfonds wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de het ruimtelijk besluit of de bijbehorende anterieure overeenkomst.

Sinds de toepassing van het Parapluplan Parkeren is per parkeerplaats € 10.000,- in rekening gebracht. Dit bedrag is sinds 2018 niet meer aangepast, terwijl de daadwerkelijke kosten voor het aanleggen van een parkeerplaats wel zijn gestegen. Het bedrag is daarom opnieuw uitgerekend door toepassing van de CPI (Consumentenprijsindex) sinds 2018.

Jaar

CPI (inflatie) t.o.v. jaar ervoor

2019

2,6%

2020

1,3%

2021

2,7%

2022

10%

2023

3,8%

2024

3,3%

Tabel 8 CPI (Consumentenprijsindex) periode 2019 - 2024

Voor aanvragen die in 2025 worden ingediend komt het bedrag per parkeerplaats na indexering uit op € 12.590,-. Voor volgende jaren wordt de prijs geïndexeerd aan de hand van de CPI (Consumentenprijsindex). Er wordt door de gemeente gekeken naar uitbreiding van de besteding aan mobiliteitsvoorzieningen; dit wordt dan nader uitgewerkt in de vorm van een Mobiliteitsfonds.

4.3.2 Benutten bestaand parkeeraanbod elders

Vanuit het principe ‘eerst benutten dan bouwen’ kan vrijstelling worden verleend op het realiseren van het benodigde parkeeraanbod als in de omgeving (niet-zijnde openbare ruimte) op acceptabele loopafstand in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Voorwaarde is wel dat onderbouwd wordt waarom niet het volledige benodigde parkeeraanbod binnen het plangebied gerealiseerd kan worden. Daarnaast moet door de ontwikkelende partij aangetoond worden dat de alternatieve parkeerruimte daadwerkelijk duurzaam beschikbaar is op tijden dat die nodig zijn voor de parkeereis van de ontwikkeling.

4.3.3 Nabijheid openbaar vervoer

De nabijheid van een HOV-halte of treinstation heeft invloed op het gemiddeld autobezit. Het effect is afhankelijk van het type station: bij een groter treinstation (intercity/overstap station) is een groter effect te verwachten dan bij een kleiner treinstation of HOV-halte. Gezien de relatief beperkte mogelijkheden van openbaar vervoer in Doesburg wordt er geen reductie toegepast.

4.3.4 Zwaarwegend belang

Wanneer een initiatiefnemer afdoende onderbouwt dat de parkeereis niet (volledig) binnen het plangebied gerealiseerd kan worden, wordt conform het Omgevingsplan afgewogen of het wenselijk en mogelijk is om af te wijken van de eis om binnen het plangebied een parkeeroplossing te bieden voor de gehele parkeereis. Dit is mogelijk wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang, bijvoorbeeld wanneer grote economische of volkshuisvestelijke voordelen verwacht worden van het realiseren van de ontwikkeling.

De initiatiefnemer moet zijn aanvraag of verzoek in dat geval voorzien van een onderbouwing van de noodzaak om af te wijken en van de effecten die dit (eventueel) heeft op de omgeving. In deze gevallen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over het realiseren van extra fietsvoorzieningen of het realiseren van groen. In alle gevallen dient sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Bijlage 1. Analyse stedelijkheid

Stedelijkheidsgraad

De stedelijkheid van een gemeente blijkt van invloed te zijn op het autobezit en autogebruik in die gemeente. De mate van stedelijkheid wordt uitgedrukt in de ‘omgevingsadressendichtheid’, het aantal adressen per vierkante kilometer. CBS onderscheidt hierin vijf klassen, zoals weergegeven in onderstaande tabel.

stedelijkheidsgraad

aantal adressen per km²

1(zeer sterk stedelijk)

meer dan 2500

2(sterk stedelijk)

1500 – 2500

3(matig stedelijk)

1000 – 1500

4(weinig stedelijk)

500– 1000

5(niet stedelijk)

minder dan 500

Tabel 9 Stedelijkheidsgraad (CBS)

In 2024 kende de gehele gemeente Doesburg een gemiddelde dichtheid van 823 adressen per vierkante kilometer. De verdeling van stedelijkheidsgraden per CBS-buurten in de gemeente Doesburg is opgenomen in onderstaande tabel.

CBS-buurt

omgevingsadressendichtheid (per km2)

stedelijkheidsgraad

De oude Stad binnen de gracht

972

4(weinig stedelijk)

Noordelijk Molenveld

958

4(weinig stedelijk)

Zuidelijk Molenveld

1122

3(matig stedelijk)

De Ooi

909

4(weinig stedelijk)

Beinum I

825

4(weinig stedelijk)

Beinum II (*)

553*

4(weinig stedelijk)

Bedrijventerrein Beinum

956

4(weinig stedelijk)

Bedrijventerrein Verhuellweg

598

4(weinig stedelijk)

Verspreide huizen Noordoost

228

5(niet stedelijk)

Verspreide huizen Fraterswaard-Noordoost

244

5(niet stedelijk)

Verspreide huizen IJssel en Oude IJssel

571

4(weinig stedelijk)

Tabel 10 Stedelijkheidsgraad van CBS-buurten in Doesburg

* Bij deelgebied Beinum II (oppervlakte 67 hectare) is in bovenstaande cijfers nog geen rekening gehouden met nieuwe woningbouwontwikkelingen zoals benoemd in de gemeentelijke woonzorgwelzijnsvisie en de meest recente regionale woningbouwafspraken. Het gaat daarbij om de projecten Hart van Beinum, Wemmerse Woerden en Stoerwoud. Het aantal adressen in deelgebied Beinum II zal op basis hiervan met ruim 500 toenemen.

De berekening van de omgevingsadressendichtheid is gebaseerd op landelijke gevens voor vierkanten van 500 meter bij 500 meter. De omgevingsadressendichtheid van een 500 meter bij 500 meter vierkant is de som van alle adressen binnen het vierkant en de twaalf omliggende vierkanten gedeeld door de oppervlakte van deze 13 vierkanten (3,25 km2). De omgevingsadressendichtheid wordt uitgedrukt per km2.

Figuur 2 CBS-vierkantstatistieken omgevingsadressendichtheid 500 meter uit 2023 (CBS)

Door deze systematiek in combinatie met de beperkte omvang van Doesburg worden er voor de berekening van de Doesburgse buurten veel vlakken meegenomen die in het buitengebied liggen. Doordat die een zeer lage dichtheid kennen, komt de som van de vlakken voor de delen in de bebouwde kom lager uit dan op basis van de fysieke omgeving verwacht zou worden. Dit wordt zichtbaar in het midden van de bebouwde kom (gele gedeelte op bovenstaande afbeelding), waar de omliggende vierkanten wel bebouwd zijn. De dichtheid komt dan wel uit op 1.000 tot 1.500 adressen per vierkante kilometer.

Daarnaast is in het Mobiliteitsplan Doesburg 2027 (zie paragraaf 2.3) aangegeven dat één van de beleidsdoelen is om andere vervoersmiddelen dan de auto te stimuleren. Dit kan onder andere door lagere parkeernormen te hanteren.

Op basis hiervan zou voor de Doesburgse buurten in de bebouwde kom categorie 3 (matig stedelijk) de meest passende categorie zijn. Het buitengebied van Doesburg (buurten ‘Verspreide huizen Noordoost’ en ‘Verspreide huizen Fraterswaard-Noordoost’) valt in categorie 5 (niet stedelijk). Dit geldt ook voor buurt ‘Verspreide huizen IJssel en Oude IJssel’, deze waarde (571) is alleen zo hoog vanwege de smalle vorm van de buurt waardoor veel woningen uit de omliggende buurten meetellen.

Bijlage 2. Lijst met parkeernormen (woonfuncties)

Centrum Doesburg

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Eenheid

Bezoekersaandeel in totale parkeernorm

0,1

0,2

0,3

Grondgebonden woningen (****)

Koop, huis vrijstaand

1,7

2,1

2,4

woning

Koop, huis, twee-onder-een-kap

1,6

2,0

2,2

woning

Koop, huis, tussen/hoek

1,5

1,9

2,1

woning

Huur, huis, vrije sector

1,3

1,5

1,7

woning

Huur, huis, sociale huur(*)

1,1

1,3

1,4

woning

Appartementen (****)

Koop, appartement, > 100 m2 bvo

1,5

1,9

2,1

woning

Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo

1,3

1,5

1,7

woning

Koop, appartement, < 75 m2 bvo

1,2

1,5

1,6

woning

Huur, appartement, vrije sector, > 100m2 bvo

1,3

1,5

1,6

woning

Huur, appartement, vrije sector, 75 - 100 m2 bvo

1,1

1,2

1,3

woning

Huur, appartement, vrije sector, < 75 m2 bvo

0,8

1,1

1,2

woning

Huur, appartement, sociale huur, > 100m2 bvo

1,1

1,2

1,3

woning

Huur, appartement, sociale huur, 75 - 100 m2 bvo

1,1

1,2

1,3

woning

Huur, appartement, sociale huur, < 75 m2 bvo

0,7

1,0

1,1

woning

Huur, appartement, vrije sector of sociale huur, < 30 m2 bvo

0,5

0,7

0,8

woning

Overige woningtypen

Kamerverhuur, niet zelfstandig

0,2

0,2

0,4

kamer

Aanleunwoning/serviceflat (**)

0,8

0,8

0,9

woning

Zorgwoningen (***)

Tabel 11 Lijst met parkeernormen (woonfuncties)

(*) Sociale huur

Sociale huurwoningen en -appartementen zijn huurwoningen zoals bedoeld in artikel 5.161c Besluit kwaliteit leefomgeving.

(**) Aanleunwoning

Een aanleunwoning is een gelijkvloerse woning die vooral geschikt is voor bewoners die zorg nodig hebben maar toch zelfstandig willen wonen. De woningen zijn ruim en goed toegankelijk en geschikt voor bewoners die afhankelijk zijn van een rollator of rolstoel. De badkamer in deze woningen is ruim en passend ingericht voor minder mobiele bewoners. Aanleunwoningen liggen nabij (200 meter) of zijn verbonden met een (wijk)zorgcentrum, waardoor de bewoners gemakkelijk gebruik kunnen maken van de voorzieningen daar, zoals een restaurant, het activiteitenaanbod, ruimtehuur e.d.

(***) Zorgwoningen

-intramurale zorgwoningen voor mensen met een zwaardere zorgindicatie. Deze zorgwoningen vallen onder de categorie verpleeg-/verzorgingstehuis (zie bijlage 3).

-extramurale zorgwoningen voor zorgbehoevenden bewoners met behoefte aan zorg op afroep. Door de zorgbehoefte van de bewoners valt dit type woning onder de categorie aanleunwoning.

-extramurale zorgwoningen voor vitale bewoners. Omdat deze bewoners slechts nog een kleine zorgvraag hebben en vrijwel zelfstandig wonen, gelden voor dit type de parkeernormen voor reguliere woningen.

Intramurale zorg is zorg die verleend wordt binnen de muren van een zorginstelling. Denk aan een ziekenhuis, verpleeghuis of instelling voor mensen met een beperking. Intramuraal wonen (of ‘zorg met verblijf’) houdt in dat een persoon niet in staat is om in een reguliere woning te (blijven) wonen, maar verzorgd moet worden in een zorginstelling. Extramuraal wonen houdt in dat patiënten die zorg nodig hebben, in een reguliere woning kunnen wonen, en daarvoor niet naar een zorginstelling hoeven. Ze ontvangen de benodigde zorg thuis.

Bij overlap van het type zorgwoning dat wordt gerealiseerd, geldt voor de betreffende zorgwoningen de parkeernorm van de categorie met de hoogste parkeernorm.

(****) Ondergrens

Bij enkele woningtypen geven de CROW – parkeerkencijfers waarden lager dan 1,0 voor het parkeren voor bewoners. Dit wordt voor de Doesburgse situatie alleen reëel geacht voor kleinere woningen (< 75 m2). Voor de overige woningtypen is voor woningen voor bewoners een minimale waarde van 1,0 parkeerplaats per woning aangehouden.

Bijlage 3. Lijst met parkeernormen (niet-woonfuncties)

Centrum Doesburg

Rest bebouwde kom

Buitengebied

Eenheid

Werken

Kantoor (zonder baliefunctie)

2,0

2,1

2,6

100m2 bvo

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)

2,4

2,9

3,6

100m2 bvo

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

2,0

2,4

2,4

100m2 bvo

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

0,9

1,1

1,1

100m2 bvo

Bedrijfsverzamelgebouw

1,6

1,9

2,0

100m2 bvo

Opslagruimte (particulier)

n.v.t.

10,0

10,0

vestiging

Winkelen en boodschappen

Buurtsupermarkt

2,7

3,5

n.v.t.

100m2 bvo

Fullservice supermarkt

4,4

5,2

n.v.t.

100m2 bvo

Grote supermarkt (XL))

6,9

7,7

n.v.t.

100m2 bvo

Groothandel specialist

5,7

5,9

n.v.t.

100m2 bvo

Groothandel algemeen

6,4

6,4

n.v.t.

100m2 bvo

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

100m2 bvo

Buurtwinkelcentrum en dorps(winkel)centrum

3,1

3,7

n.v.t.

100m2 bvo

Wijkwinkelcentrum (klein)

3,7

4,5

n.v.t.

100m2 bvo

Wijkwinkelcentrum (gemiddeld)

4,4

5,1

n.v.t.

100m2 bvo

Wijkwinkelcentrum (groot)

4,8

5,7

n.v.t.

100m2 bvo

Stadsdeelcentrum

5,2

6,3

n.v.t.

100m2 bvo

Weekmarkt / klein wijk-, buurt-, en dorpscentrum

0,2

0,2

n.v.t.

100m2 bvo

Kringloopwinkel

1,3

1,9

2,3

100m2 bvo

Bruin- en witgoedzaken

5,9

7,9

9,3

100m2 bvo

Woonwarenhuis/woonwinkel

1,7

1,9

2,0

100m2 bvo

Woonwarenhuis (zeer groot)

n.v.t.

5,1

5,2

100m2 bvo

Meubelboulevard/woonboulevard

2,1

2,4

n.v.t.

100m2 bvo

Winkelboulevard

3,8

4,2

n.v.t.

100m2 bvo

Outletcentrum

9,2

10,1

10,4

100m2 bvo

Bouwmarkt

1,9

2,4

2,5

100m2 bvo

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

2,3

2,6

2,9

100m2 bvo

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

2,3

2,6

2,9

100m2 bvo

Sport, cultuur en ontspanning

Bibliotheek

0,8

1,2

1,4

100m2 bvo

Museum

0,8

1,1

n.v.t.

100m2 bvo

Bioscoop

8,0

11,2

13,7

100m2 bvo

Filmtheater/filmhuis

5,3

7,9

9,9

100m2 bvo

Theater/schouwburg

8,0

9,8

12

100m2 bvo

Musicaltheater

3,4

4,0

5,1

100m2 bvo

Casino

6,1

6,5

7,0

100m2 bvo

Bowlingcentrum

2,3

2,8

2,8

bowlingbaan

Biljartcentrum/snookercentrum

1,2

1,4

1,8

tafel

Dansstudio

3,9

5,5

7,4

100m2 bvo

Fitnessstudio/sportschool

3,4

4,8

6,5

100m2 bvo

Fitnesscentrum

4,5

6,3

7,4

100m2 bvo

Wellnesscentrum

n.v.t.

9,3

10,3

100m2 bvo

Sauna, hammam

4,6

6,7

7,3

100m2 bvo

Sporthal

2,2

2,9

3,5

100m2 bvo

Sportzaal

2,0

2,8

3,6

100m2 bvo

Tennishal

0,4

0,5

0,5

100m2 bvo

Padelhal

0,5

0,7

0,7

100m2 bvo

Squashhal

2,4

2,7

3,2

100m2 bvo

Zwembad overdekt

10,7

11,5

13,3

100m2 bassin

Zwembad openlucht

10,1

12,9

15,8

100m2 bassin

Zwemparadijs

n.v.t.

4,0

4,0

100m2 bvo

Sportveld

20,0

20,0

20,0

ha, netto terrein

Stadion

0,1

0,1

n.v.t.

zitplaats

Kunstijsbaan (kleiner dan 400m)

1,6

1,9

2,1

100m2 bvo

Kunstijsbaan (400m)

2,3

2,6

2,8

100m2 bvo

Ski- en snowboardhal

n.v.t.

2,6

n.v.t.

100m2 sneeuw

Jachthaven

0,6

0,6

0,6

ligplaats

Golfoefencentrum (pitch & put)

n.v.t.

51,1

56,2

centrum

Golfbaan (18 holes)

n.v.t.

96,0

118,3

18holes

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), gemiddeld en kleiner

3,9

4,7

5,1

100m2 bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), groot

4,6

5,6

6,1

100m2 bvo

Indoorspeeltuin (kinderspeelhal), zeer groot

4,9

5,8

6,4

100m2 bvo

Kinderboerderij (stadsboerderij)

3,9

4,7

5,1

boerderij

Manege (paardenhouderij)

n.v.t.

n.v.t.

0,4

box

Dierenpark

8,0

8,0

8,0

ha, netto terrein

Attractie- en pretpark

n.v.t.

8,0

8,0

ha, netto terrein

Volkstuin

1,3

1,4

1,5

10tuinen

Plantentuin (botanische tuin)

7,5

10,5

13,5

gemiddelde tuin

Horeca en (verblijfs)recreatie

Camping (kampeerterrein)

n.v.t.

n.v.t.

1,2

standplaats

Bungalowpark (huisjescomplex)

n.v.t.

1,7

2,1

bungalow

1* hotel

0,8

2,4

4,5

10kamers

2* hotel

2,3

4,1

6,3

10kamers

3* hotel

3,1

5,0

6,8

10kamers

4* hotel

5,1

7,2

9,0

10kamers

5* hotel

7,9

10,6

12,6

10kamers

Café/bar/cafetaria

5,0

6,0

n.v.t.

100m2 bvo

Restaurant

5,0

6,0

9,0

100m2 bvo

Discotheek

13,9

20,8

20,8

100m2 bvo

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

6,5

8,5

n.v.t.

100m2 bvo

Gezondheidszorg en (sociale) voorzieningen

Huisartsenpraktijk (-centrum)

2,5

3,0

3,3

behandelkamer

Apotheek

2,8

3,2

n.v.t.

apotheek

Fysiotherapiepraktijk (-centrum)

1,5

1,8

2,0

behandelkamer

Consultatiebureau

1,6

1,9

2,2

behandelkamer

Consultatiebureau voor ouderen

1,6

1,9

2,2

behandelkamer

Tandartsenpraktijk (-centrum)

2,0

2,4

2,7

behandelkamer

Gezondheidscentrum

1,9

2,2

2,5

behandelkamer

Ziekenhuis

1,6

1,7

2,0

100m2 bvo

Crematorium

n.v.t.

30,1

30,1

gelijke plechtigheid

Begraafplaats

n.v.t.

31,6

31,6

gelijke plechtigheid

Penitentiaire inrichting

2,2

3,3

3,7

10cellen

Religiegebouw

0,2

0,2

n.v.t.

zitplaats

Verpleeg- en verzorgingstehuis

0,6

0,6

n.v.t.

wooneenheid

Onderwijs

Kinderdagverblijf (crèche)

1,2

1,4

1,5

100m2 bvo

Basisonderwijs

0,8

0,8

0,8

leslokaal

Middelbare school

4,5

4,9

4,9

100leerlingen

ROC

5,4

5,8

5,9

100leerlingen

HBO

10,0

10,7

10,9

100leerlingen

Universiteit

15,2

16,5

16,8

100leerlingen

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

5,6

6,8

10,5

100leerlingen

Tabel 12 Lijst met parkeernormen (niet-woonfuncties)

Voorbeelden per functie:

-Kantoor zonder baliefunctie: bijvoorbeeld administratief en zakelijk.

-Commerciële dienstverlening: bijvoorbeeld kantoren met een baliefunctie

-Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld industrie, laboratorium of een werkplaats (relatief veel werknemers en relatief weinig bezoekers).

-Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief: bijvoorbeeld loods, opslag of transportbedrijf (relatief weinig werknemers en relatief weinig bezoekers).

-Bedrijfsverzamelgebouw: een gebouw dat dient om verschillende bedrijven en kantoren in te huisvesten.

-Opslagruimte: Een gebouw opgedeeld in kleinere individuele opslageenheden. Ook wel opslagbox genoemd.

Bijlage 4. Aanwezigheidspercentages

Functie

Werkdagochtend

Werkdagmiddag

Werkdagavond

Werkdagnacht

Koopavond

(1)

Vrijdagmiddag

Vrijdagavond

Zaterd.

middag

Zaterd.

avond

Zondagmiddag

Woningen - bewoners

60%

60%

90%

100%

80%

70%

70%

75%

80%

75%

Woningen - bezoekers

40%

50%

75%

0%

70%

60%

100%

100%

100%

90%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

60%

0%

0%

0%

0%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

100%

5%

0% (2)

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

10%

0%

75%

60%

60%

100%

0% (3)

60% (4)

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

60%

70%

100%

0%

0%

Supermarkt

50%

60%

40%

0%

80%

80%

80%

100%

40%

60%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

40%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

25%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium/enzovoort

5%

40%

50%

0%

50%

40%

100%

40%

100%

40%

Sociaal medisch: arts / therapeut / consultatiebureau

100%

100%

10%

0%

10%

75%

0%

0%

0%

0%

Verpleeg-/verzorgingstehuis

100%

100%

50%

25%

50%

100%

50%

100%

100%

100%

Ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers

100%

100%

40%

5%

40%

100%

40%

40%

40%

40%

Ziekenhuis medewerkers

100%

100%

40%

10%

40%

100%

40%

20%

20%

20%

Restaurant (5)

30%

40%

80%

0%

80%

60%

90%

70%

100%

40%

Dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

0%

100%

0%

0%

0%

0%

Avondonderwijs

0%

0%

100%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

Tabel 13 Aanwezigheidspercentages

(1) Indien sprake van een traditionele koopavond

(2) Indien op zaterdag open: 100%

(3) Indien ’s avonds open: 70%

(4) Indien koopzondag: 100%

(5) Hier is sprake van richtgetallen. Maatwerk is bij de verschillende restaurants noodzakelijk

Voorbeeld werkwijze aanwezigheidspercentages voor een nieuwe ontwikkeling met meerdere voorzieningen

Een ontwikkelaar heeft een plan om 40 kleinere (< 75 m2 BVO) huurappartementen vrije sector en 20 grotere (75 – 100 m2 BVO) koopappartementen vrije sector te realiseren bovenop een nieuwe supermarkt van 1.000 m2 BVO in het gebied ‘rest bebouwde kom’. Hoeveel autoparkeerplaatsen dienen op het terrein te worden aangelegd?

Stap 1: bepalen van de van toepassing zijnde parkeernormen

Het betreft de realisatie van woningen en een supermarkt. De betreffende parkeernormen worden dus toegepast.

-Voor de woningen in de categorie < 75 m2 huur is de parkeernorm 0,9 per woning voor bewoners plus 0,2 voor bezoek.

-Voor de woningen van 75 – 100 m2 koop is de parkeernorm 1,3 per woning voor bewoners plus 0,2 voor bezoek.

-De supermarkt betreft een filiaal van een grote supermarktketen met een breed assortiment in alle prijsklassen en kan daarmee worden aangemerkt als een “full service supermarkt”. Hiervoor geldt een parkeernorm van 5,2 per 100 m2 BVO. De supermarkt is op zondag geopend.

Stap 2: bepalen van de normatieve parkeerbehoefte

De normatieve parkeerbehoefte wordt op basis van bovenstaande als volgt berekend.

Functie

Omvang

Parkeernorm

Per

Eenheden

Parkeerbehoefte

Woning (< 75 m2 huur)

40

1,1

woning

40

44,0

Woning (75 – 100 m2 koop)

20

1,5

woning

20

30,0

Supermarkt

1.000

5,2

100m2

52,0

Normatieve parkeerbehoefte:

126,0

Tabel 14 Normatieve parkeerbehoefte voorbeeld

Stap 3: bepalen van de parkeereis

De parkeereis wordt berekend door de normatieve parkeerbehoefte te vermenigvuldigen met de geldende aanwezigheidspercentages voor de verschillende functies voor de verschillende potentieel maatgevende momenten. Hierbij wordt voor de woningen onderscheid gemaakt tussen de bewoners en de bezoekers. De aanwezigheidspercentages van beide groepen zijn verschillend. De geldende parkeernorm wordt daarvoor opgesplitst in het bewonersdeel en het bezoekersdeel.

De van toepassing zijnde aanwezigheidspercentages zijn als volgt:

Werkdag

ochtend

Werkdag

middag

Werkdag

avond

Werkdag

nacht

Koop

avond

Vrijdag

middag

Vrijdag

avond

Zaterdag

middag

Zaterdag

avond

Zondag

middag

Woning, bewoners

60%

60%

90%

100%

80%

70%

70%

75%

80%

75%

Woning, bezoek

40%

50%

75%

0%

70%

60%

100%

100%

100%

90%

Supermarkt

50%

60%

40%

0%

80%

80%

80%

100%

40%

100%

Tabel 15 Aanwezigheidspercentages voorbeeld

De doorrekening op basis van de aanwezigheidspercentages is dan als volgt. In de onderstaande tabel is voor de functie wonen onderscheid gemaakt naar de normatieve parkeerbehoefte van de bewoners zelf (40*0,9 plus 20*1,3 = 62,0) en van de bezoekers (60*0,2 = 12,0).

Normatieve

parkeerbehoefte

Werkdag

ochtend

Werkdag

middag

Werkdag

avond

Werkdag

nacht

Koop

avond

Vrijdag

middag

Vrijdag

avond

Zaterdag

middag

Zaterdag

avond

Zondag

middag

Woning, bewoners

62,0

37,2

37,2

55,8

62,0

49,6

43,4

43,4

46,5

49,6

46,5

Woning, bezoek

12,0

4,8

6,0

9,0

0,0

8,4

7,2

12,0

12,0

12,0

10,8

Supermarkt

52,0

26,0

31,2

20,8

0,0

41,6

41,6

41,6

52,0

20,8

52,0

Totaal

126,0

68,0

74,4

85,6

62,0

99,6

92,2

60,0

110,5

82,4

109,3

Tabel 16 Doorrekening voorbeeld

Hieruit blijkt dat de zaterdagmiddag het drukste en daarmee maatgevende moment is. Er zijn dan 111 parkeerplaatsen nodig (afronden naar boven). Verlaging van de parkeereis als gevolg van salderen is in dit geval niet aan de orde. De parkeereis bedraagt daarmee 111 parkeerplaatsen.

Let op: in dit voorbeeld is het uitgangspunt dat alle parkeerplaatsen vrij beschikbaar zijn voor bewoners en bezoekers van de woningen en personeel en klanten van de supermarkt. In dat geval kan met volledig dubbelgebruik worden gerekend. Als een deel van de parkeerplaatsen vast zou worden toegewezen, bijvoorbeeld aan bewoners, dan zijn deze niet meer beschikbaar voor dubbelgebruik en dient hier in de berekening rekening mee te worden gehouden.

Bijlage 5. Maximale loopafstanden

Vanaf geparkeerde auto naar

Acceptabele loopafstand (in meters)

Woning

75- 250 (300 voor bezoekers) m.u.v. minder validen

Supermarkt

100- 250

Stadscentrum/winkelgebied

200- 600

Werklocatie

200- 800

Schoollocatie

100- 300

Horeca

100- 500

Huisarts/fysio/apotheek

100- 250

Ziekenhuis

100- 350

Bioscoop/theater

100- 600

Sportlocatie binnen

100- 300

Sportlocatie buiten

100- 300

Tabel 17 Acceptabele loopafstanden voor verschillende typen voorzieningen.

Bijlage 6. Kaart gebiedsindeling

Figuur 3 Totaalkaart en uitsnede centrum gebiedsindeling

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.