Gemeentelijke regelgeving

Nota hogere grenswaarden

Gemeente Doesburg · geldt sinds 10 april 2024

In dit hoofdstuk worden de algemene kaders voor de beoordeling van hogere grenswaarden beschreven.

2. Nadere toelichting Procedure Hogere grenswaarde

2.2 Wettelijk kader voor de procedure hogere grenswaarde

2.2.1 Wegverkeerslawaai

De voorkeurswaarde voor woningen bedraagt, na de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet geluidhinder 48 dB(A), met als dosismaat Lden. Onder deze waarde hoeft wettelijk gezien aan verkeerslawaai geen aandacht te worden besteed. Voor het toestaan van hogere waarden dan de voorkeurswaarde bestaan bepaalde bandbreedtes. Hierbij geldt als hoofdregel:

•bij nieuwe situaties gelden strengere eisen dan bij bestaande;

•in buitenstedelijke situaties gelden strengere eisen dan in stedelijke situaties;

•indien de voorkeurswaarde wordt overschreden, kunnen eisen worden gesteld aan de indeling van de woningen.

In de onderstaande tabel zijn de voorkeurswaarden en ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingn voor wegverkeerslawaai opgenomen bij nieuwe woningbouw binnen de geluidzone van een bestaande weg en bij de aanleg van een nieuwe weg langs bestaande woningen.

Tabel 2: Voorkeurswaarde en ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting wegverkeerslawaai nieuwe situaties

Situatie

Geluidgevoelige bestemming

voorkeurswaarde

ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting

hoogst toelaatbaar binnenniveau

stedelijk

Woningen

48

63

33

Scholen en

verpleeghuizen

ziekenhuizen

/

48

63

28

Andere gezondheidszorggebouwen

48

53

33

Woonwagenstandplaatsen

48

53

28

Andere geluidgevoelige terreinen

53

58

buitenstedelijk

Woningen

48

53bij nieuwe bestemming

33

Scholen en

verpleeghuizen

ziekenhuizen

/

48

53bij nieuwe bestemming

28

58bij aanleg/wijzig. weg

Andere gezondheidszorggebouwen

48

53

33

Woonwagenstandplaatsen

48

53

28

Andere geluidgevoelige terreinen

53

58

Daarnaast kent de wet een afzonderlijke beoordelingssystematiek voor de reconstructie van wegen. Er is sprake van een reconstructie van een weg, indien:

▪ een bestaande weg wordt gewijzigd en

▪ aanliggende woningen een verhoging van de geluidsbelasting ondervinden van 2 dB(A) of meer tengevolge van deze wijziging.

Het effect van de wijziging wordt daarbij gebaseerd op akoestisch onderzoek, waarbij de akoestische situatie 10 jaar na reconstructie wordt vergeleken met de akoestische situatie één jaar vóór reconstructie. In tabel 3 is een verkorte weergave gegeven van de voorkeurswaarde en hoogst toelaatbare geluidsbelasting na ontheffing.

Tabel 3: Voorkeurswaarde en maximale ontheffingwaarde wegverkeerslawaai in bestaande situatie (sanering) en reconstructies

Situatie

voorkeurswaarde

ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting

hoogst toelaatbaar binnenniveau

Heersende geluidsbelasting < 48

48

33

Eerder is een hogere waarde vastgesteld

Laagste van:

-heersende waarde voor reconstructie

-hogere vastgestelde waarde

63

(stedelijk)

58(buiten- stedelijk)

Niet eerder hogere waarde vastgesteld en

geluidsbelasting < 53

Heersende waarde vóór

reconstructie

63

(stedelijk)

58(buiten-

stedelijk)

Eerder is een hogere waarde vastgesteld in het kader van sanering

hogere vastgestelde waarde

door minister VROM

68

Geluidsreductie elders, ten minste gelijk aantal woningen een vermindering met dezelfde waarde als de toename t.p.v. reconstructie

68

Niet eerder hogere waarde vastgesteld en

geluidsbelasting >53

53dB(A)

68

43

2.2.2 Industrielawaai

Sinds september 1982 dient op grond van de Wet geluidhinder

2De officiële benaming hiervoor luidt: ‘inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken’, zoals is opgenomen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer. Daarnaast worden ook termen als ‘Wgh-bedrijven’ of ‘A-inrichtingen’ gebruikt.

) (Wgh) een zone te worden vastgesteld rondom industrieterreinen waarop de zogenaamde "grote lawaaimakers" zijn of mogen worden gevestigd. Ook terreinen met andersoortige lawaaimakers kunnen worden gezoneerd.

De zone is een aandachtsgebied rondom een industrieterrein, waarbuiten door de bedrijven op dat terrein gezamenlijk geen hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) mag worden veroorzaakt. De zone ligt tussen de grens van het industrieterrein en de vastgestelde zonegrens (voor de goede orde: het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de zone. Dit betekent dus dat de ruimte tussen de vergunde 50 dB(A)-contour en de vastgestelde zone in feite de beleidsruimte is, die de betrokken overheden hebben ten aanzien van de vestiging van nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijven (zie tekening).

Met het vaststellen van de geluidszone rond een industrieterrein, is ook de in totaal beschikbare geluidsruimte voor dat industrieterrein vastgelegd. Immers, buiten de zone mag de geluidsbelasting niet hoger worden dan 50 dB(A). Samengevat: de zone werkt twee kanten op.

Op de eerste plaats in de richting van de industrie. Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) moeten bij het beschikken op een aanvraag voor het verlenen van een milieuvergunning de uit de zonering voortvloeiende grenswaarden in acht worden genomen. We noemen dit het toetsen aan de geluidszone.

Op de tweede plaats gelden binnen de zone beperkingen voor woningbouw, immers hoe dichter bij het industrieterrein, des te hoger de geluidsbelasting. Als hoofdregel geldt hier:

•buiten de zone zijn er geen belemmeringen voor woningbouw;

•bij nieuwe situaties gelden strengere eisen dan bij bestaande;

•binnen de zone (daar wordt de voorkeurswaarde van 50 dB(A) overschreden), worden eisen gesteld aan het binnenniveau in de woningen.

In de onderstaande tabel zijn de voorkeurswaarden en ten hoogst toelaatbare geluidsbelastingn voor Industrielawaai opgenomen.

Tabel 4: Industrielawaai

Situatie woning op moment zonevaststelling

voorkeurswaarde

ten hoogst toelaatbare

geluidsbelasting

hoogst toelaatbaar binnenniveau

Woningen/woonwagenstandplaatsen

50

55

30

Onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en

verpleeghuizen

50

60

35

Andere gezondheidsgebouwen

50

55

30

Geluidsgevoelige terreinen

50

55

In de gemeente Doesburg liggen twee geluidsgezoneerde industrieterreinen; het gaat hierbij om het terrein Verhuellweg en het industrieterrein van Gieterij Doesburg en Doesburg b.v. Beton Centrale.

3. Gebiedsgerichte ambities en ontheffingscriteria hogere waarden

3.2 Ontheffingscriteria hogere waarden:

3.2.1 Hoofdcriteria

In artikel 110a lid 5 van de Wet geluidhinder is bepaald dat een hogere waarde alleen kan worden verleend als de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of de spoorweg tot de hoogst toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van de betrokken woningen of andere geluidgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidgevoelige terreinen onvoldoende doeltreffend zijn en/of er overwegende bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, onvoldoende doeltreffend zijn. In paragraaf 4.1 is vastgelegd wat de gemeente Doesburg hieronder verstaat.

Naast deze harde ontheffingscriteria heeft de gemeente een ontheffingenbeleid opgesteld die dit voor het Doesburgse grondgebied meer concreet invult en gebaseerd is op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Doesburgse Nota Geluidsbeleid.

Op deze manier is voor éénieder duidelijk hoe Doesburg met verzoeken om hogere grenswaarden omgaat.

3.2.2 Locatie specifieke criteria

Ieder verzoek om hogere grenswaarde wordt in ieder geval aan de voornoemde criteria getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde ook de locatiespecifieke kenmerken betrokken.

De gemeente Doesburg kiest ervoor om de onderstaande locatiespecifieke kenmerken in de overwegingen als positief aspect mee te nemen dan wel als zwaarwegend argument mee te nemen.

•de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing;

•de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen;

•de nieuwbouw vult een open plaats op tussen aanwezige bebouwing;

•met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost;

3.2.3 Criteria voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse “onrustig”

Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse “onrustig” worden ook de volgende criteria bij de afweging betrokken:

•indien mogelijk moeten bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere wegdektypen) getroffen worden;

•indien mogelijk moet de afstand tussen de geluidsbron en de nieuwe woningen/appartementen en onderwijsgebouwen worden vergroot;

•in ieder geval bij woningen/appartementen dient de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied;

•het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat;

•bij nieuwe woningen/appartementen en onderwijsgebouwen in de geluidklasse “onrustig” dient bij een aanvraag om bouwvergunning een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.

3.2.4 Criteria voor het toekennen van een hogere waarde tot en met de geluidsklasse “zeer onrustig”

Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse “zeer onrustig” worden ook de volgende criteria bij de afweging betrokken:

•de criteria zoals genoemd onder criteria tot geluidklasse “onrustig”;

•het geluidsaspect dient vanaf het eerste ontwerp-stadium te worden betrokken;

•bij appartementen en seniorenwoningen dient minimaal 1 verblijfsruimte

4In artikel 1.1 van Bouwbesluit 2003 is ‘verblijfsruimte’ als volgt gedefinieerd:‘ruimte voor het verblijven van mensen, dan wel een ruimte waarin de voor een gebruiksfunctie kenmerkende activiteiten plaats vinden’.

aan de geluidsluwe zijde te worden gesitueerd; bij éénsgezinswoningen minimaal 3 verblijfsruimten aan de geluidsluwe zijde;

•het stedenbouwkundig ontwerp dient zodanig vorm te worden gegeven dat zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat;

3.2.5 Criteria tot en met de geluidsklasse “lawaaiig”

Bij het toekennen van een verzoek om hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse “lawaaiig” worden ook de volgende criteria bij de afweging betrokken:

•de criteria zoals genoemd onder criteria tot geluidklasse “zeer onrustig”;

•al het mogelijke moet worden gedaan om de geluidsbron stiller te maken danwel de afstand te vergroten zodat slechts in het geval van het opvullen van een open plaats tussen bestaande bebouwing en/of ter plaatse van vervangende nieuwbouw, nieuwe gevoelige bestemmingen worden gebouwd in de geluidsklasse “lawaaiig”;

3.2.6 Niet-akoestische compensatie

Daarnaast zal de gemeente bij de realisatie van woningen in de geluidklasse “onrustig” en hoger niet-akoestische compensatie positief betrekken bij de overwegingen om een hogere waarde toe te staan. Bij niet-akoestische compensatie kan gedacht worden aan de volgende zaken:

▪︎ grotere woningen / appartementen;

▪︎ meer dan gemiddeld aantal parkeerplaatsen, liefst door middel van parkeren uit het zicht;

▪︎ de nieuwe locatie “groen” in te richten;

▪︎ de woningen / appartementen te voorzien van een hoger afwerkingsniveau;

▪︎ de hoogstbelaste woningen / appartementen te situeren op een locatie met uitzicht;

▪︎ de hoogbelaste woningen / appartementen te situeren in de nabijheid van “uitloopgebieden” / natuurgebieden.

3.2.7 Grote woningbouwprojecten

Bij grotere bouwplannen (bijvoorbeeld meer dan 200 woningen) zal Doesburg specifieke afspraken met de projectontwikkelende partij(en) maken over te realiseren ambities. Een van de onderdelen zal een afbakening van het aantal of het percentage woningen zijn, waarvoor een hogere waarde dan de ambitie voor het betreffende gebied zal worden vastgesteld;

Bijlage 1

Verklarende woordenlijst

BIJLAGE 1GEBRUIKTE BEGRIPPEN

akoestische compensatie

het nadeel van de hoge geluidsbelasting wordt gecompenseerd met maatregelen die ook in de akoestische sfeer liggen

ambitie

de na te streven geluidskwaliteit, geluidsprofiel of geluidsklasse

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

APV

Algemene Plaatselijke Verordening

bandbreedte

Het gebied tussen de voorkeurswaarde en de grenswaarde

cumulatie

het optellen van geluidsniveaus van verschillende bronnen

dB

Geluidssterkte wordt uitgedrukt in dB (decibels). De decibel is een logaritmische grootheid. Dit betekent dat een verdubbeling van het geluidsniveau niet leidt tot een verdubbeling van het aantal decibels, maar tot een toename van 3 dB.

dB(A)

A-gewogen decibel (correctiefactor voor het menselijke oor).

dosismaat

de maat voor het ontvangen geluid

etmaalwaarde

zie Letmaal

geluidsbelasting

de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door de gezamenlijke geluidsbronnen in een bepaald gebied

geluidhinder

overlast ten gevolge van geluid die leidt tot gevoelens van irritatie, wrevel, afkeer, boosheid, ergernis en dergelijke.

geluidsklasse

een geluidsniveaubandbreedte, weergegeven in gewoon Nederlands, met een getal en een kleur

geluidsprofiel

een diagram waarin per gebied de percentages woningen in de verschillende geluidsklassen zijn weergegeven

grenswaarde

een waarde die niet mag worden overschreden

Lden

Letmaal

Letmaal etmaalwaarde is de hoogste van de volgende drie waarden:

a.de waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 07.00-19.00 uur (dag)

b.de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 19.00-23.00 uur (avond);

c.de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het equivalente geluidsniveau over de periode 23.00-07.00 uur (nacht)

niet-akoestische compensatie

alle factoren die niet de geluidsniveaus beïnvloeden, maar wel als positief element kunnen worden gezien in een omgeving

stand-still principe

het principe dat de bestaande milieubelasting niet wordt verhoogd

voorkeurswaarde

Het geluidsniveau dat in de Wet geluidhinder acceptabel wordt gevonden; bij niveaus boven de voorkeurswaarde moeten bijzondere maatregelen worden getroffen. De voorkeurswaarde voor verkeerslawaai bedraagt 50 dB(A); voor railverkeerslawaai 57 dB(A). Men ziet ook wel de (onjuiste) term voorkeurswaarde.

WRO

Wet op de Ruimtelijke Ordening

Bijlage 3 Stroomschema besluitvorming hogere grenswaarden

Stroomschema interne behandeling Verzoeken hogere grenswaarden:

Bijlage 4 Geraadpleegde bronnen

Ministerie van V.R.O.M., Wet van 5 juli 2006, houdende wijziging Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase), Staatsblad 5 juli 2006, nr. 350;

Ministerie van V.R.O.M., Besluit geluidhinder, Staatsblad 20 oktober 2006, nr. 532;

Ministerie van V.R.O.M., Informatiebladen Wijziging Wet geluidhinder, december 2006

Ministerie van V.R.O.M., Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006, Staatscourant 21 december 2006, nr. 249;

Ministerie van V.R.O.M., Regeling zonekaart spoorwegen, Staatscourant 31 januari 2007, nr. 22;

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.