Gemeentelijke regelgeving

Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte

Gemeente Doesburg · geldt sinds 28 augustus 2024

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Overwegende dat bij de planontwikkeling van nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten een leidraad voor de duurzame inrichting van de openbare ruimte wenselijk is

Besluit het college van de gemeente Doesburg de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte vast te stellen

1 Inleiding

1.1 Relatie met belangrijke thema’s

1.1.1 Duurzaamheid en Klimaatadaptatie

Een duurzame inrichting van de openbare ruimte is ontzettend belangrijk. Dit omdat in de openbare ruimte de gevolgen van klimaatverandering voelbaar zijn, maar ook omdat we met een goede inrichting de effecten van klimaatverandering kunnen verminderen. Denk hierbij aan ontwerpkeuzes die hittestress of wateroverlast kunnen verminderen. In de toekomstvisie van Doesburg staat duurzaamheid dan ook genoemd als aandachtspunt. Het doel is om “een leefbare en levendige stad te zijn die ook de toekomst aan kan”. Het is dus van belang duurzaamheid een belangrijke plaats te geven in deze Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte.

Er zijn diverse mogelijkheden om de openbare ruimte duurzaam in te richten. Dit kan bijvoorbeeld door materialen te gebruiken, waarvan we weten dat ze een lange levensduur hebben en robuust zijn (best practices), klimaatbestendig en beheergericht te ontwerpen, duurzamere materialen te gebruiken en hergebruik de standaard te maken op basis van een “ja, tenzij” principe. Niet elk project zal geschikt zijn om al deze duurzame maatregelen te nemen, maar per project of gebied zullen er specifieke duurzaamheidskansen zijn. Om ruimte te bieden aan een gebied specifieke duurzame inrichting, bevat de LDIOR een tweede spoor: een duurzame procesaanpak. Deze aanpak bestaat uit het standaard organiseren van een duurzaamheidssessie in een vroeg stadium van het planproces. Tijdens deze sessie komen project- en gebied specifieke duurzaamheids- en DPRA (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie) kansen in beeld. Op deze manier maken de opbrengsten uit de duurzaamheidssessie vanaf het begin deel uit van het ontwerp. Binnen het thema duurzaamheid zijn er 3 focusthema’s: energie, klimaatadaptatie en circulariteit.

Het klimaat verandert. Het KNMI geeft aan: “In de periode tot 2050 stijgt de jaargemiddelde temperatuur (het wordt warmer), de hoeveelheid neerslag in de zomers neemt sterk af (het wordt droger), de hoeveelheid neerslag neemt toe (het wordt natter en extremer) en de zeespiegel stijgt (grotere kans op overstromingen)”. De leefbaarheid in Doesburg kan onder druk komen te staan door veranderingen in het klimaat. Een goed ontwerp van de straat bereidt zich voor op de negatieve effecten van klimaatverandering. Het toevoegen van groen helpt de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Het draagt bij aan temperatuurbeheersing, het dempen van de gevolgen van hevige regenval, zonder dat we onze rioolcapaciteit hoeven uit te breiden. Met maatregelen wordt de straat bestand tegen extremere weersomstandigheden. Bomen kunnen daarbij een grote rol spelen, ze bieden een toevluchtsoord ten tijde van hete zomerdagen. Een andere belangrijke maatregel is om het rioleringssysteem robuuster te maken, door middel van het aanleggen van gescheiden rioolstelsels.

Hierin scheiden we de afvoer van ‘hemelwater’ (regen, sneeuw en hagel) en de afvoer van afvalwater van huishoudens en bedrijven. Openbaar groen, zoals parken en plantsoenen, kan een essentiële bijdrage leveren. Dit door het hemelwater te bergen gedurende hevige regenbuien en te benutten in drogere perioden.

Windmolenstraat en Kosterstraat, vergroening in de stenige binnenstad

Biodiversiteit en extensief maaibeleid mede door bewonersparticipatie

De werksessie duurzaamheid is een bijeenkomst waarbij alle belanghebbenden van een project samen kansen op het gebied van duurzaamheid vaststellen. Deze werksessie levert de volgende resultaten op:

•Inzicht in de gemeentelijke kaders en de mate waarin het project een bijdrage kan leveren aan deze ambities.

•Inzicht in specifieke duurzaamheids- en DPRA-kansen voor het project.

•Een beeld van de relevante deelnemers-belanghebbenden in het project.

•Inzicht in de positieve en negatieve duurzaamheidsimpact van het project op de omgeving en deelnemers-belanghebbenden.

Deze resultaten zijn terug te lezen in een verslag van de werksessie. Indien de resultaten een substantieel financieel effect hebben op de projectbegroting legt de projectleider de resultaten ter besluitvorming voor aan de opdrachtgever/stuurgroep van het project.

1.1.2 Buurtgericht

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2017 is elke buurt van Doesburg beschreven. Van elke buurt zijn de kenmerken en ambities beschreven en de gevolgen hiervan op de openbare ruimte. De doelstelling is om deze buurtgerichte aanpak ook te gebruiken in de projecten en rekening te houden met de kenmerken van de buurt. Het is wel belangrijk om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen en actuele inzichten over klimaatverandering ter harte te nemen. Bijvoorbeeld een stenige hete binnenstad zonder groen is niet meer wenselijk en achterhaald. Daarnaast biedt de woonzorgwelzijnvisie ook waardevolle informatie over de samenstelling van de buurten (woningvoorraad, energie labels, gezinssamenstelling etc.). Op het moment van schrijven wordt er ook een duurzaamheidsplan gemaakt, waarin de buurten nader worden geanalyseerd. Deze resultaten dienen als basis voor toekomstige werkzaamheden.

Inwoners weten heel goed wat er speelt in hun buurt. Daarom wil de gemeente buurtbewoners en ondernemers zoveel mogelijk betrekken bij de inrichting van hun straat of buurt. De wijze van participatie verschilt wel per type project. Hiervoor dient de Doesburgse participatiewijzer (burgerparticipatie) te worden gebruikt.

1.1.3 Toegankelijkheid, inclusie en gezondheid

Onze straten moeten inclusief zijn. Dat betekent toegankelijk voor iedereen, ongeacht inkomen, beperking, geslacht, cultuur of leeftijd. Een inclusieve openbare ruimte vraagt om bijzondere aandacht voor mensen met een beperking, ouderen en kinderen. Kan je met een rolstoel over de drempel? Is er een voelbaar niveauverschil tussen stoep en straat voor blinden en slechtzienden? Of kan je met een scootmobiel comfortabel over de keienbestrating? Door obstakels weg te nemen en vrije maar voelbare doorgangen te realiseren, bevorderen we ontmoeting in de openbare ruimte. Hiermee krijgt iedereen gelijke kansen en is de straat voor iedereen.

Een inclusieve samenleving waarin echt iedereen kan meedoen vraagt om een goed ingerichte openbare ruimte en een toegankelijk verkeers- en vervoersysteem. Doesburg vindt het belangrijk om een toegankelijke, veilige stad te zijn. Een stad waarin iedereen de mogelijkheid heeft te gaan en staan waar men wil. Dit betekent dat mensen met kinderwagens, rolstoelen en rollators en ouderen of mensen met een visuele of mentale beperking ook veilig van de openbare ruimte gebruik moeten kunnen maken. We zetten ons gezamenlijk in om ervoor te zorgen dat de openbare ruimte voldoet aan de eisen voor toegankelijkheid (zie ook het handboek ‘Toegankelijkheid Openbare Ruimte’). Daarom hebben we ook het VN-verdrag handicap ondertekend. Meer over dit onderwerp is te vinden op Inclusie | Gemeente Doesburg. Deze eisen komen ook terug in hoofdstuk 11 van deze leidraad.

Ook gezondheid vinden we een belangrijk thema. Hittestress kan leiden tot lichamelijke klachten. Om hittestress te voorkomen plaatsen we waar mogelijk bomen. Langs wegen bij voorkeur aan de zonzijde van de weg. Bomen kunnen de (gevoels)temperatuur reduceren met wel 10 C.

Een aantrekkelijke en goed ingerichte leefomgeving stimuleert ook een gezonde leefstijl met voldoende beweging. Wie in een groene omgeving leeft, voelt zich gezonder en bezoekt minder vaak de huisarts. We willen een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten, spelen en bewegen. Allerlei maatregelen waar je dan aan kunt denken zijn: sportaanleidingen in de openbare ruimte, ontmoetingsplekken op beschutte en open plekken, ‘ommetjes’ kunnen maken met voldoende bankjes voor ouderen, voldoende speelplekken, wandel- en hardlooproutes, ruimte om te tuinieren. Allemaal voorbeelden die kunnen bijdragen aan de gezondheid van onze inwoners.

1.1.4 Betaalbaarheid, maakbaarheid en beheerbaarheid

De hieronder beschreven DoesDuurzaam-methode staat voor een werkproces dat een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte nastreeft. Dit betekent niet dat deze methode per definitie duurder is, maar draagt op vijf manieren bij aan een betaalbare openbare ruimte:

1Het voorschrijven van robuuste en eenvoudige materialen. Deze materialen zijn tijdloos, te beheren en betaalbaar.

2Het aantal verschillende materialen dat toegepast wordt, neemt af. Dit vereenvoudigt het voorraadbeheer en hier is minder ruimte voor nodig.

3Er kan gebruik gemaakt worden van schaalvoordeel, door het gebruik van standaardmaterialen.

4Door het gebruik van standaardmaterialen, kunnen de eigendommen efficiënter beheerd worden en zijn ze geschikt voor hergebruik.

5Door verschillen in toegepaste materialen te beperken, wordt de kwaliteit van de leefomgeving versterkt en komt deze beter tot haar recht. “Less is more”.

1.3 Bepalingen

1.3.1 Kader stellende documenten

Onderdeel

Kader stellende documenten gemeente Doesburg

Algemene kaders, richtlijnen en richtinggevende publicaties

•Algemeen

•Toekomstvisie Doesburg

•Participatiewijzer Doesburg november 2023.

•Nota ruimtelijke kwaliteit 2017

•Huisstijlafspraken, Doesburg Hanzestad

•Omgevingsplannen, Gebiedsvisies

•Notitie `Koers verleggen, Een nieuwe route in het sociaal domein`

•Woonzorgwelzijnvisie Doesburg 2024-2028

•Routekaart naar een energieneutraal Doesburg 2050

•APV Doesburg

•Integrale laadvisie Doesburg

•Duurzame SWOT per buurt Doesburg 2024 (onder constructie)

•Standaard RAW Bepalingen 2020 | CROW

•Uniforme administratieve voorwaarden (UAV en UAV-GC) | Pianoo

•Landelijke Maatlat voor een groene klimaat adaptieve gebouwde omgeving | Kennisportaal Klimaatadaptatie

•Omgevingsloket - Regels op de kaart | Omgevingswet.overheid

•Wet natuurbescherming | Overheid

•Regionale Agenda | Groene Metropool Regio

•Riolering en Water

•Gemeentelijk watertakenplan Olburgen 2023-2027

•Water- en rioleringsvisie, bouwsteen voor de omgevingsvisie

•Water- en rioleringsregels bouwsteen voor het omgevingsplan

•Klimaatatlas Doesburg

•SSW Systeemanalyse Stedelijk Water gemeente Doesburg

•Lokaal Hitteplan Doesburg

•Lokale Adaptatie strategie Doesburg (onder constructie)

•PVE-hoofdgemalen en drukgemalen Gemeente Doesburg

•Kabinet maakt water en bodem sturend bij ruimtelijke keuzes | Rijksoverheid

•Regionale Adaptatie Strategie Rijk van Maas & Waal | Kennisportaal Klimaatadaptatie

•Normen, richtlijnen en leidraden voor inspectie en beoordeling | RIONED

•Kennisbank Stedelijk Water | RIONED

•Ontwerpen | RIONED

•KAN-Brochure-Regenwater-in-stedelijk-gebied | KANbouwen

•IBA moet voldoen aan certificeringsklasse II of III (Beleidsregel IBA-systemen) | Kenniscentrum InfoMil

•Pompinstallatie

•De installatie moet voldoen aan het PVE-hoofdgemalen en drukgemalen Gemeente Doesburg

•Voor de aanleg van elektrische installaties moet altijd contact worden opgenomen met de gedelegeerde installatieverantwoordelijke

•De installatie moet voldoen aan de wettelijke eisen zoals genoemd in de vigerende NEN-normen en richtlijnen, waaronder:

•NEN-EN 292-1, NEN-EN 292-2, NEN-EN 809, NEN-EN 1050, NEN-EN 50110, NEN 1010, NEN 3140

•Richtlijn 2006/42/EG | Europees Parlement en de Raad - machines

•Richtlijn 2014/30/EU | Europees Parlement en de Raad - elektromagnetische compatibiliteit

•Handboek BRL-K14020/01 | KIWA

•Wegontwerp

•Wegencategoriseringsplan Doesburg, Goudappel april 2023

•Kennisplatform CROW

•ASVV 2021 | CROW

•Integrale-toegankelijkheidsrichtlijnen-voor-openbare-ruimte-en-bushaltes | CROW

•VN-verdrag Handicap | Rechten van mensen met een beperking

•Handboek Toegankelijkheid Openbare Ruimte | Gemeente Montferland

•Groen

•Beeldkwaliteit gebiedskaart

•Bomenverordening 2010

•Handboek Bomen | Norminstituut Bomen

•Handreiking Omgevingswet en Bomen | Norminstituut Bomen

•3-30-300 regel: Groennorm | Bomenstichting

•Openbare verlichting

•Voor de aanleg van elektrische installaties moet altijd contact worden opgenomen met de gedelegeerde installatieverantwoordelijke

•Aanvullingen ROVL-2011 | NSVV

•Publicaties | NSVV

•Nederlandse Praktijkrichtlijn kwaliteitscriteria openbare verlichting: NPR 13201:2017/A:2018 | NSVV

•NEN 1010, dé laagspanningsnorm voor installaties

•NEN-EN 40 - Lichtmasten en lichtmastenberekening

•ROVL-2011 van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde | NSVV

•Richtlijn Lichthinder 2020 van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde | NSVV

•Nieuwe Aanbeveling Herziening Deel 3: Ontwerpen (OV-03) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde | NSVV

•Aanbeveling Actieve Markering (OV-06) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde | NSVV

•Dynamische Verlichting (OV-08) van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde | NSVV

•Afvalvoorzieningen

•Beleidsplan openbare afvalbakken Doesburg 2020

•Beheerplan openbare afvalbakken Doesburg 2021

•Beleidsregels locaties ondergrondse containers

•Onderhoud en beheerplan Turfhaven (incl. camperplaatsen) (onder constructie)

•Actuele versie van Doesburgs Grondstoffenplan

•Afvalstoffenverordening en uitvoeringsbesluit

•Civieltechnische Kunstwerken

•Beheerplan civiele kunstwerken 2023-2027

•Kabels en Leidingen

•Handboek Kabels en Leidingen Gemeente Doesburg

•De verplichting om aanleg ondergrondse infrastructuur te melden via moorwerkt.nl

•Indien van toepassing het aanleveren van documenten waaruit toestemming van een andere kadastrale publieke organisatie blijkt

•Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI | Overheid

•Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen UNOG 2023 | Overheid

•Kabels en leidingen | MOOR werkt

Een ontwerp bestaat niet enkel uit tekeningen en bestek maar gaat altijd per fase vergezeld door een tekstdocument met beschrijving van het ontwerp!

Elk werk (project) dient vergezeld te worden door een duurzaamheids-, inclusiviteits- en een klimaat (DPRA) document. Dat wil zeggen een tekstdocument waarin is opgenomen en verklaard wat nu de specifieke duurzaamheid-, toegankelijk- en klimaat adaptieve maatregelen zijn. Ook aangeven waarom er niet aan een opgave is voldaan en hoe bepaalde ontwerpkeuzen tot stand zijn gekomen.

1.3.2 Certificaten en/of keurmerken

De toe te passen producten en materialen dienen, indien van toepassing, te voldoen aan onderstaande keurmerken en/of certificaten.

Onderdeel

Certificaten en/of keurmerk

Algemeen

•CE-markering

Beton

•Duurzaam beton – BRL K11002

•KOMO keurmerk

•NL-BSB keurmerk

Hout

•FSC-keurmerk

Kunststof

•KIWA-keurmerken

•KOMO-keurmerken

Grond en zand

•Herkomstverklaring

•Herkomstdocument

Granulaat

•Herkomstverklaring

•Keurmerk

1.3.3 Verplichtingen

In de ontwerpfase of tijdens de uitvoering gelden er diverse afspraken. Hieronder een overzicht van de meest voorkomende zaken waar de initiator toe verplicht is en bij onduidelijkheid moet afstemmen met de gemeente.

Onderdeel

Verplichtingen

Kosten

•Alle kosten zijn voor rekening van de initiator tenzij dit anders in onderliggende overeenkomst(en) is bepaald. Dit betreft:

o De kosten voor de uitvoering van het ontwerp, inclusief alle benodigde onderzoeken, omgevingsplanwijziging, omgevingsvergunningen, meldingen en informatieplichten. De toetsing vindt plaats door de desbetreffende expert binnen de gemeente. Het ontwerp kan meermaals dienen te worden aangepast.

o De kosten voor plaatsen en onderhouden van verwijzingsborden (omleidingsroutes).

o De kosten voor het plaatsen en onderhouden van bebording ten behoeve van het afsluiten van wegen (verkeersmaatregelen).

o Het leveren en aanbrengen van de boven- en ondergrondse infrastructuur.

o Het tijdelijk beheer (riool, grijs, groen en OVL) gedurende periode tussen aanbrengen en overdracht.

o De kosten voor revisie en inspectie en alle eventuele kosten van herstel van de geconstateerde gebreken.

o De kosten voor inboet zijn voor rekening van de initiator.

o De problemen die optreden als gevolg van bijvoorbeeld verstoppingen in de hoofdriolering, huisaansluitingen of kolken dienen op kosten van de initiator te worden opgelost zolang het werk niet is overgedragen aan de gemeente.

o De kosten voor leveren en plaatsen van de tijdelijke bebording en bebakening zijn voor rekening van de initiator. De gemeente bepaalt de bebording en bebakening, plaatsing door initiator.

o Zodra de wegen gereed zijn worden door de team Buitenbeheer de benodigde definitieve verkeersborden geplaatst, nadat de hiervoor benodigde verkeersbesluiten door het College van Burgemeester en Wethouders zijn genomen. De hieruit voortvloeiende kosten zoals het leveren en aanbrengen van bebording e.d. zijn voor rekening van de initiator.

Onderdeel

Verplichtingen

Schouw

•Bij nieuwbouw, renovatie en een inbreiding in eenbestaande buurt dienter een bouwkundige vooropname te wordenverricht en een eindopname na gereedkomen werk van de omringende bebouwing.

•Voor aanvang van de werkzaamheden dientvan de bestaande infrastructuur een schouw(0-meting) plaats te vinden. Hieris de gemeente bij aanwezig.

•Voor aanvang van de werkzaamheden dienen de overeengekomen bouwroutes ter ontsluiting van de bouwlocaties een schouw (0-meting) plaats te vinden. Hier is de gemeente bij aanwezig.

•Deschouw dient te worden vastgelegd door middel van foto’s en rapportage en dit document dient door beidepartijen te wordenondertekend.

•Na afloop vindt een eindschouw plaats. Hier is de gemeente bij aanwezig.

•Deschadebeelden die zijn ontstaan ten opzichte van de 0-meting worden vastgelegd en door beidepartijen ondertekend. Schadewordt op kosten van de initiator hersteld.

•Tussentijdse gevaarlijke situaties worden op eerste aanzeggen van de gemeente door de initiator hersteld. Als de initiator in gebreke blijft, worden de gevaarlijke situaties door Gemeente Doesburg hersteld en de ontstane kosten hiervan worden van de zekerheidstelling verminderd.

•Als er op de locatie bestaande groenvoorzieningen aanwezig zijn, is bescherming van dit groen voor rekening van de initiator. Ook is het onderhoud van de bestaande groenvoorzieningen tijdens de realisatie voor de initiator, denk aan blad ruimen, water geven etc. Schadeherstel van de te handhaven vegetatie is voor rekening van de initiator.

•Deinitiator zorgt dat de afvalinzamelaar de afvalcontainers kan bereiken en kanledigen op de inzameldagen. Alsdit aan de orde is, gedurende het project.

Sanering

•Eventuele maatregelen in het kader van de sanering van verontreinigde grond dient de initiator integraal in de plannen te verwerken.

Ontwerp

•De initiator levert een volledig ontwerp aan in het RD-stelsel (XYZ) en in NLCS (Nederlandse CAD standaard) lijnstijlen in zowel PDF als DWG (AutoCAD), of DGN (Microstation) en DXF. Tevens een shapefile aan te leveren.

•Ontwerp ondergrondse infra aanleveren op schaal 1:200. Hierop staat aangegeven:

o De situatie met o.a. de bestaande situatie (BGT) en aan te leggen wegen, de riolering, de vijvers, retentiebekkens, infiltratiebassins etc.;

o De riooltekening dient te zijn voorzien van een ingetekende actuele KLIC-melding en eventueel toekomstige nutstracés;

o De bestaande en aan te leggen riolering inclusief bijbehorende voorzieningen;

o Per streng: typeriool, afstroomrichting, BOB’s, materiaal, diameter/afmeting;

o Inspectieputten en bijhorende voorzieningen voorzien van hoogtes (putrandhoogtes, overstorthoogtes etc.). Inspectieputten nummeren conform nummeringssystematiek gemeente. Op de bestekstekeningen de definitieve putnummers vermelden. Deze zijn op te vragen bij de gemeente;

o Straat- en trottoirkolken;

o Details van bijzondere putten en constructies (zoals pompstations, overstorten en vijverconstructies e.d.) op schaal 1:20 of 1:50 tekenen;

o Knelpuntenanalyse van de ondergrondse infra.

o Toetsing van het ontwerp en onderdelen wordt desgewenst door interne of externe deskundigen aangewezen door team buitenbeheer uitgevoerd.

Onderdeel

Verplichtingen

•Ontwerp bovengrondse infra aanleveren op schaal 1:200. Hierop staat aangegeven:

o Een tekening met daarop de nieuw aan te leggen situatie incl. hoogteplan. De tekening dient te zijn voorzien van een recente BGT-ondergrond en/of digitale terreinmeting; Het hoogteplan dient te zijn gebaseerd op een actuele digitale terreinmeting;

o De huidige en toekomstige hoogte van de wegen en bouwterreinen na afgraving, ophoging en/of egalisatie;

o De toe te passen verhardingen, trottoir- en opsluitbanden, breedtematen van de wegprofielen, bochtstralen, straatmeubilair, groenvoorzieningen, boomkransen, straat- en combikolken en putranden, enz.;

o De bomen op schaal en volgroeide grootte. Inclusief kroonprojectie en doorwortelbare ruimte.

o Om efficiënt beheer en onderhoud te kunnen garanderen, moet bij het ontwerp rekening worden gehouden met de vereiste maatvoering, vormgeving en indeling van de openbare ruimte.

o De bereikbaarheid en toegankelijkheid van het openbaargebied door onderhoudsmaterieel, zoalsbijvoorbeeld veegmachines, strooiwagens, maaimachines en de diverse hulpdiensten moet te allen tijde zijn gewaarborgd. (Zorgdragen beheerbewust ontwerp).

o Duidelijk onderscheid tussen bestaande en nieuwe bomen.

•Dwarsprofielen van de zowel bovengrondse als ondergrondse infra (denk aan riolering en nutstracés), diktes constructie dikten funderingen/cunetten en groenvoorzieningen en zo nodig de aansluitende terreinen.

o Schaal 1:50 of 1:100 waaruit de te verrichten grondwerken blijken. Hetaantal dwarsprofielen is afhankelijk van degeaccidenteerdheid van het terrein;

o Standaardprofielen van alle in het plan voorkomende wegen schaal 1:20 of 1:50;

o Lengteprofiel riolering.

o Detailtekeningen van toe te passen constructies op een duidelijke schaal.

•Het ontwerp OVL aanleveren op schaal 1:500 tenzij anders door de gemeente wordt verlangd.

•Eigendomsrechten ontwerp en tekeningen (bestanden) worden gesteld ten name gemeente Doesburg.

•Elk plan dient te worden vergezeld door een schriftelijk document met toelichting ontwerpkeuze, terreinbeschrijving, en instandhouding onderhoudsvereisten.

•Duidelijk omschrijven wat het resultaat eindbeeld en gebruik van de ruimte zal zijn.

Uitvoering

•De initiator zorgt dat bezoekers van de bouwlocatie, zoals medewerkers/onderaannemers hun voertuigen binnen de projectgrens van de locatie parkeren. Het parkeren dient niet zonder meer plaats te vinden in de openbare ruimte (geldt ook voor aanwezig parkeerplaatsen). Hierop wordt gehandhaafd.

•Als er geen mogelijkheden zijn om te parkeren op de projectlocatie, dient de initiator vooraf de start van de werkzaamheden, contact op te nemen met de gemeente om gezamenlijk een oplossing te creëren.

•Bij voortijdige ingebruikname zorgdragen voor een tijdelijk ontsluiting, parkeervoorzieningen en inhuismogelijkheden.

•Inoverleg met de gemeente wordt een routebepaald voor het bouwverkeer, deze behoeft de goedkeuring van de wegbeheerder (Gemeente, Provincie en/ofRijk).

•Voor het plaatsen van verwijzingsborden enz. is toestemming nodig van de wegbeheerder(s).

•Als er wegafsluitingen en/ofomleidingen noodzakelijk zijndient hier minimaal twee weken vooraftoestemming voor te worden gevraagd aan de wegbeheerder.

•De initiator is verantwoordelijk voor de afstemming met vuilnisophaaldienst en veiligheidsregio.

•De initiator zorgt voor de bereikbaarheid van rolcontainers en ondergrondse containers.

•Voorafgaand aan de uitvoering wordt het werkterrein afgezet. Het is niet toegestaan om buiten het werkterrein opslag toe te passen. Ditgeldt voor materiaal, materieel en grond.

•Na afloop inhuizing en afmontage o.a. zonweringen installaties, herstel openbare ruimte op kosten initiator.

Onderdeel

Verplichtingen

Revisie

•De initiator levert een volledig ontwerpaan in NLCSlijnstijlen , handboek stedelijk water, in zowel PFD als DWG (Autocad, DGN Microstation, DXF en Shapefile). Dit moetin de meest recente versie.

•Riolering en ondergrondse werken Digitaal X, Y en Z inmeten conform coördinatenstelsel Nederland - RDNew EPSG 28992.

•Revisietekening voorzien van een topografische ondergrond (BGT).

•Pas na goedkeuring van de gemeente kan de eerste oplevering plaats vinden, doch uiterlijk 4 weken na afronden betreffende werkzaamheden.

•Omwille van een goede revisie BGT dienen bovengrondse revisiemetingen te worden uitgevoerd door een daarvoor gespecialiseerd bedrijf in opdracht van de gemeente. De initiator dient hiervoor een aanvraag in bij de gemeente. De hiervoor gemaakte kosten zijn voor rekening van de initiator.

•Revisietekeningen riolering:

o De revisietekeningen aanleveren welke zijn opgesteld conform NPR 3218.Een gereviseerde plantekening schaal1:200 met de hoofdriolen, gemalenen persleidingen inclusief putdeksel (hoogtes), diameter leiding, materiaalsoort leiding en BOB’s.

o Geen ontwerptekening, uit verleden is vaak genoeg bewezen dat werkelijkheid afwijkt van het ontwerp

o Een tekening schaal 1:200 met daarop, met een maatvoering aangegeven, de huis- en kolkaansluitingen en de ontstoppingsstukken;

o Gereviseerde detailtekeningen van de rioleringen, wegen en kunstwerken en onderdelen hiervan (b.v. gemalen, uitstroomconstructies e.d.);

o De X, Y en Z coördinaten van alle rioolobjecten in het werk (bijvoorbeeld: inspectieputten en kolken).

o Type stelsel: DWA/HWA/Gemengd, IT etc.;

o In geval van overstort muur lengte, drempelhoogte, dikte en vorm in NAP;

o Materiaal van strengen en putten en/of persleidingen;

o Type kolk indien gebruikt wordt; straat/trottoir/combi/wadi-kolk/lijngoot.

o Revisie van de riolering dient zo spoedig mogelijk aangeleverd te worden na aanleg om aan de eisen van de WION te voldoen

•Rioolinspectie (conform NEN 13508-2):

o De rioolinspectie dient uitgevoerd te worden door een gecertificeerd bedrijf conform de NEN-EN 13508-2.

o Video-opnamen vanuit riool (betreft opname van de leiding m.b.v. een op afstand bediende tv-camera waarbij de beelden bovengronds worden gevolgd met een monitor en worden vastgelegd op een digitale gegevensdrager (bijvoorbeeld een externe HDD).

o Foto’s maken vanaf monitor, 3 kleurenfoto’s per streng;

o RIBX bestand compatible met beheersysteem Kikker aanleveren, werkend kikkerbestand aanleveren;

o Pdf-rapportage aanleveren;

o Hellinghoekmetingen uitvoeren;

o Put en putbuisverbinding in beeld brengen.

o Bijbehorende werktekening/viewer analoog en digitaal waar herleid kan worden welke clip en foto behoren tot welke streng.

o Bedieningsvoorschriften As-built tekeningen en elektrotechnische schema’s e.d. van besturingskasten van o.a. gemalenin 3-voud analoog aanleveren. Ook digitaal in PDF en in enkelvoud geplastificeerd aanleveren. (Eén exemplaar in schakelkast aanbrengen).

Onderdeel

Verplichtingen

•Revisietekeningen verhardingen:

o Een gereviseerde plantekening schaal 1:200 met verhardingen. Er dient onderscheid gemaakt te worden in de verschillende types verhardingen, denk aan soorten bestrating, asfalt, oud/nieuw en verschillende types kantopsluitingen etc.;

o De constructie en plaats van de aangebrachte snelheid remmende maatregelen (drempels, wegversmallingen);

o De X, Y en Z coördinaten van alle rioolobjecten in het werk (bijvoorbeeld: putranden en kolken);

o De tekeningen dienen te zijn voorzien van hoogtes t.o.v. NAP.

•Revisietekeningen groen:

o Een gereviseerde plantekening schaal 1:500;

o Gereviseerde tekeningen schaal 1:200 van de aangelegde plantsoenen en geplante bomen;

o Gereviseerde detailtekeningen;

o Plantsoenlijsten

•Revisiegegevens straatverlichting aangegeven in door de opdrachtgever aan te leveren formaat:

o Een tekening schaal 1:200 met daarop plaats en fabricaat lichtmast, type armatuur, lichtmastnummer;

o Een Excelbestand met kaart met alle onderstaande gegevens.

o Masten: fabricaat, datum, materiaal, x,y-coördinaten, materiaal, type, hoogte en nummer van de masten.

o Armatuur: Fabricaat, Materiaal, plaatsingsdatum, type armatuur, geïnstalleerd vermogen, lenstype, aantal lumen, dimregime. Lichtkleur

o De ligging van de ondergrondse bekabeling, mantelbuizen;

o Bedieningsvoorschriften As-built tekeningen en elektrotechnische schema’s e.d. in 3-voud van besturingskasten;

o OVL-kast: hetmeetrapport met hieropaangegeven de gemetenbedrijfsspanning, belastingstroom,vermogen en cosinusphi per faseper groep per kast.

•Revisiegegevens verkeersmaatregelen en straatmeubilair:

o De plaats van aangebrachte straatmeubilair, verkeerspalen, afzetpaaltjes en overige wegbebakening (als vlakobject voor objecten > 50 cm2).

Opleveren

•Overdracht documenten (aan te leveren bij eerste oplevering)

o De revisie gegevens zoals bovenstaand omschreven;

o Alle formulieren ten behoeve van het bouwstoffenbesluit;

o Alle formulieren welke in de RAW Standaard gevraagd worden;

o V&G dossier;

o Overdrachtsformulier.

o Deze documenten dienendoor de team Buitenbeheer van de gemeente akkoord bevonden en ontvangen te zijn voordat overdracht kan plaats vinden.

•Eerste oplevering

o Bij de eerste oplevering van het werkdoor de initiator dient de gemeente aanwezig te zijn.De eventuele gebreken worden vastgelegd en door de initiator en gemeente voor akkoord te worden getekend.

o Na deze oplevering worden de eventueel geconstateerde gebreken direct verholpen;

o Bij gefaseerde openstellingen is het werk pas als opgeleverd beschouwd nadat alle werkzaamheden zijn afgerond (UAV 10.3);

o Rioolgemalen die verbonden zijn met de gemalen hoofdpost van de gemeente moeten van het begin af aan te monitoren zijn door de gemeente;

o Van de oplevering wordteen proces-verbaal opgemaakt dataan de gemeente wordt toegezonden en door initiator en gemeente ter goedkeuring ondertekend moet worden.

Onderdeel

Verplichtingen

•Tweede oplevering

o Na de onderhoudsperiode vindtde tweede oplevering plaats in bijzijn van de gemeente. De eventuele gebreken worden vastgelegd en door de initiator en gemeente voor akkoord te worden getekend;

o Vanwege de langere onderhoudstermijn geld voor alle groenaanplant dat in elk najaar van de onderhoudstermijn een opname plaatsvindt om de inboet vast te stellen.

o Na deze oplevering worden de eventueel geconstateerde gebreken direct verholpen;

•Van de oplevering wordt een proces-verbaal opgemaakt dat aan de gemeente wordttoegezonden en doorinitiator en gemeente ter goedkeuring ondertekend moet worden.

Onderhoud (UAV), inboet, tijdelijk beheer (nazorg), aansprakelijkheid

•Onderhoud volgens, in overeenstemming met UAV.

o De gemeente neemt het beheer en onderhoud van de bij haar in beheer en onderhoud komende openbare gedeeltes pas over nadat alle werkzaamheden zijn afgerond en alle gebreken tot genoegen van de gemeente zijn verholpen. Het project wordt in zijngeheel overgenomen en niet in deelfases;

o Tot het moment vanovername door de gemeente is de initiator aansprakelijk voor alleschade aan derdendie voortvloeit uit een slechte toestand van de riolering, wegen, openbaar groen en openbare verlichting;

o Na de eerste oplevering gaat de onderhoudstermijn in als bedoeld in paragraaf 11 van de UAV2012:

◼ Voor bovengrondse infra is dit 12 maanden

◼ Voor ondergrondse infra is dit 12 maanden

◼ Voor openbare verlichting is dit 12 maanden

◼ Voor aanplant groen is dit 24 maanden

•Inboet: de initiator is verantwoordelijk voor de inboet tot en met einde onderhoudstermijn.

•Tijdelijk beheer ligt gedurende de onderhoudstermijn bij de initiator. Ondertijdelijk beheer wordenonderstaande werkzaamheden binnende plangrenzen verstaan:

o Reinigen verharding (tijdelijk en definitief)

o Reinigen kolken en goten

o Reinigen riolering

o Storingen riool- en drukgemalen

o Onkruidverwijdering

o Water geven

o Snoeien

o Conform CROW-beeldkwaliteitsniveau B (technisch en onderhoudsniveau). Centrum volgens, in overeenstemming met beeldkwaliteitsniveau A.

o Bladruimrondes

•Aansprakelijkheid

o De problemen die optreden dient de initiator op te lossen zolang het werk niet is overgedragen aan de gemeente. Bijvoorbeeld problemen als gevolg van verstoppingen in de hoofdriolering, huisaansluitingen of kolken.

In aanvulling op de bepalingen uit hoofdstuk 1 zijn de eisen, uitgangspunten en inrichtingsprincipes voor werken in de gemeente Doesburg verder uitgewerkt in hoofdstuk 2 t/m 11. Voor specifiek de historische binnenstad van Doesburg is beeldkwaliteit en uitstraling erg belangrijk en kunnen dan ook afwijkende of aanvullende eisen worden gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte.

4. Verkeer

4.2 Rijbaan

4.2.1. Rijbaan – geheel in asfalt

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•Bij reconstructies en onderhoud aan asfaltverhardingen altijd vooronderzoek uitvoeren d.m.v.:

o Deflectiemeting;

o Asfaltkernen ter bepaling van teervrij/teerhoudend asfalt.

•Bij afwijken van de onderstaande standaarddiktes voor de asfaltverharding dient een dimensioneringsberekening voor de afwijkende constructie te worden aangeleverd.

Toepassing

•GOW 50 (binnen bebouwde kom (BIBEKO))

•ETW I 60 (buiten bebouwde kom (BUBEKO))

•ETW II 60 (buiten bebouwde kom (BUBEKO))

•Dus geen asfaltconstructies in verblijfsgebied meer toepassen. DURF DE UITDAGING AAN!

Opbouw

•De opbouw van de verharding volgens onderstaande tabel ontwerpen.

•De puinverharding aanbrengen met een overbreedte van 0.30m ten opzichte van kant verharding.

•Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.30m ten opzichte van het puinbed.

•Wegen aanleggen in dakprofiel, afschot minimaal 2 %.

•Fundering van menggranulaat doet dienst als bouwweg. De fundering dient te worden voorzien van een asfalt tussenlaag van 60mm. Deze tussenlaag dient tijdens de woonrijp fase weer verwijderd te worden.

Markering

•Reflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal laagdikte 3 mm.

•De aansluiting van asfaltop asfalt uitvoeren met een (dubbele) trapfrees (tussenlaag en deklaag) overde volle breedte van de weg, breedtevan de freeslaag is 0.50m per trap.

•De naden dienen te worden afgewerkt met een hoogwaardige bitumen voegstrip (Tok-band, leverancier Imbema).

Wegtype

Laagdikte

Constructie laag

Materiaal

ETW I 60 (BUBEKO)

ETW II 60 (BUBEKO)

30mm

deklaag

SMA-NL B D4

40mm

tussenlaag

AC 16 bind TL-B

--- mm

evt uitvullaag

60mm

onderlaag

AC 22 base OL-B

300mm

puinfundering

menggranulaat 0/31,5

>350 mm

cunet

zand in zandbed

Fietsstraat/ vrij liggend fietspad

35mm

deklaag

SMA-NL 11A

50mm

tussenlaag

AC 16 bind TL-B

80mm

onderlaag

AC 22 base OL-B

350mm

>350 mm

puinfundering

cunet

menggranulaat 0/31,5

zand in zandbed

Bedrijventerrein

35mm

deklaag

SMA-NL 11B D4

50mm

tussenlaag

AC 16 bind TL-B

--- mm

evt uitvullaag

80mm

onderlaag

AC 32 base OL-B

350mm

fundering

menggranulaat 0/31,5

>350 mm

cunet

zand in zandbed

Kruispunt met opstelstroken

35mm

deklaag

ZOAB gevuld met cementslurrie

Rotondes

35mm

deklaag

SMA-NL B D2

Kruisingsvlakken

35mm

deklaag

SMA-NL B D2

4.2.2 Rijbaan - Elementen

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Materiaal

•Standaard worden binnen Gemeente Doesburg gebakken klinkers en betonstraatstenen toegepast.

•Stedenbouwkundige opzet buurt is bepalend voor keuze straatbaksteen of betonstraatsteen, overleg met gemeente.

•Voor de oude stad binnen de gracht gelden bijzondere uitgangspunten m.b.t. beeldkwaliteit en historie versus veiligheid en toegankelijkheid, maatwerk is hier een vereiste. Richtlijn Handboek natuursteen CROW-publicatie. Natuursteen kan en mag niet zonder meer vervangen worden door Betonproducten.

•In Oude binnenstad bij voorkeur hergebruik van oude gebakkenstraatklinkers.

•Voorkeursvolgorde is hier in de rijbaan hergebruik van straatklinkers eventueel in de loopstroken nieuw materiaal toe te passen. Naar voorbeeld van bijv. Ooipoort- en Meipoortstraat.

•Betonstraatstenen, voorzien van een natuurlijke kleurechte toplaag van gemiddeld 10 mm. De toplaag dient te zijn gewassen waarbij het zichtvlak voor ca. 70% uit natuurlijk materiaal van een grove (2- 5mm.) gradatie bestaat. De natuurlijke toplaag wordt deels ondersteund hoogwaardige pigmentering.

o Betonstraatstenen: keiformaat 211 x 105 x 80 mm.

o Dikformaatstenen: 211 x 70 x 80 mm.

o Waalformaatstenen 200 x 50 x 80 mm.

o Kleur rijbaan Heidepaars, parkeervakken zwart/grijs

•Gebakken klinkers (straatklinkers):

o Platkeiformaat; Kwaliteitsklasse A, sortering 4-12.

o Dikformaatstenen; Kwaliteitsklasse A, sortering 4-12.

o Waalformaatstenen; Kwaliteitsklasse A, sortering 4-12.

Toepassing

•ETW 30 (BIBEKO)

•ETW; erven (BIBEKO)

Verband

•De rijbaan uitvoeren in keperverband.

•Gebruik maken van fabrieksmatig gezaagde keperstenen bij straatbakstenen.

Opbouw

•De onderbouw van de verharding bestaat uit: (uitgangspunt is gebakken elementenverharding)

o 70mm brekerzand.

o 250mm menggranulaat 0/31.5.

o 400mm zand in zandbed (minimaal).

•Wegen aanleggen tonrond, ook bij een hangend profiel (op 1 oor), afschot minimaal 2,5 % maximaal 3,0 %.

•De puinfundatie aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van achterkant band.

•Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van de fundatie.

•Indien fundering van menggranulaat doet dienst als bouwweg. De fundering dient te worden voorzien van een asfalt tussenlaag van 60mm. Deze tussenlaag dient tijdens de woonrijp fase weer verwijderd te worden.

•Invegen met brekerzand

4.2.3 Rijbaan – Deels in elementen, deels in asfalt

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Materiaal

•Standaard worden binnen Gemeente Doesburg gebakken klinkers of Betonstraatsteen toegepast.

•Gebakken klinkers (straatklinkers):

o Keiformaatstenen; Kwaliteitsklasse A, sortering 4-12.

•Betonstenen, voorzien van een natuurlijke kleurechte toplaag van gemiddeld 10 mm. De toplaag dient te zijn gewassen waarbij het zichtvlak voor ca. 70% uit natuurlijk materiaal van een grove (2- 5mm.) gradatie bestaat. De natuurlijke toplaag wordt deels ondersteund hoogwaardige pigmentering.

o Betonstraatstenen: keiformaat 211 x 105 x 80 mm.

o Dikformaatstenen: 211 x 70 x 80 mm.

o Waalformaatstenen 200 x 50 x 80 mm.

o Kleur aanpassen op de stedenbouwkundige situatie (Buurttype).

Toepassing

•GOW 30 (BIBEKO)

Verband

•De rijbaan uitvoeren in keperverband.

•Gebruik maken van fabrieksmatig gezaagde keperstenen bij straatbakstenen.

Opbouw

•De onderbouw van de verharding bestaat uit:

o Uitgangspunt is gebakken elementenverharding

o 70mm brekerzand.

o 250mm menggranulaat 0/31.5.

o 400mm zand in zandbed (minimaal).

•Wegen aanleggen tonrond, ook bij een hangend profiel (op 1 oor), afschot minimaal 2,5 % maximaal 3,0 %.

•De puinfundatie aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van achterkant band.

•Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van de fundatie.

•Fundering van menggranulaat doet dienst als bouwweg. De fundering dient te worden voorzien van een asfalt tussenlaag van 60mm. Deze tussenlaag dient tijdens de woonrijp fase weer verwijderd te worden.

•Invegen met brekerzand

4.4 Fietspaden

4.4.1 Fietspaden - Asfalt

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•Rijwielpaden moeten zodanig geconstrueerd zijn dat zij met een lichte vrachtwagen te berijden zijn.

•Breedte volgens normen CROW in overleg met team Buitenbeheer

Toepassing

•Vrij liggende fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom.

•Fietssuggestiestroken als onderdeel van de hoofdweg.

Opbouw

▯ De opbouw van de verharding:

o 30 mm rode deklaag AC 8 surf DL-A bestaande uit zwarte bitumen en 3% rood pigment.

o 30 mm tussenlaag AC 16 bind TL-A

o 60 mm onderlaag AC 16 Base OL-B

o 300mm menggranulaat 0/31,5.

o Minimaal 300mm zand in zandbed.

▯ Fietspaden dienen minimaal 2,5 % afschot te hebben.

▯ Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.20m.

▯ De puinverharding aanbrengen met een overbreedte van 0.20m.

▯ Fietssuggestiestroken asfaltmengsels volgens de opbouw van de hoofdweg, zie 5.2.1 Asfalt. De rode deklaag voorzien van minimaal 3% rood pigment

Markering

•Reflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal laagdikte 3 mm.

4.4.2 Fietspaden - Beton

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•Rijwielpaden moeten zodanig geconstrueerd zijn dat zij meteen lichte vrachtwagen te berijden zijn.De breedte moet in overleg met de gemeente wordenbepaald.

Toepassing

•Vrij liggende fietspaden binnen en buiten de bebouwde kom.

Opbouw

•De opbouw van de verharding:

o 160mm betonverharding

o 200mm menggranulaat 0/31,5.

o 250mm zand in zandbed.

o Toepassen staalslakken als fundering niet toegestaan

•Fietspaden dienen minimaal 2,5 % afschot te hebben.

•De puinfundering aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van achterkant band.

•Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van de fundatie.

•Textuur 1 tot 3mm.

•Randafwerking met vellingrand, voegranden strak afgewerkt

Materiaal

•Duurzame beton, laat aannemer met alternatieven komen, stimuleer innovatie (BIoBased)

Markering

•Reflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal laagdikte 3 mm.

4.4.3 Fietspaden – Elementen

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•In principe worden fietspaden niet in elementen aangelegd, tenzij is aangetoond dat er geen andere mogelijkheid bestaat.

•Ontwerp op onderhoudsniveau A. van eventuele elementverharding d.w.z. in beheerfase altijd kwaliteitsniveau A handhaven i.v.m. behoud fietscomfort (specifieke aandacht voor langsnaden).

Materiaal

•Dubbelklinkers formaat 200x200x80mm, kleur rood (door-en-door).

•As markering: 1-3 markering bestaande uit dubbelkinkers 200 x 200 x 80 wit (door-en-door)

•Daar waar mogelijk asfalt, boven kabels en leidingen bekijken wat mogelijk is goede klinkerverharding als alternatief.

Opbouw

•De opbouw van de verharding:

o 70mm straatzand (WD06 van Infranology)

o 250mm menggranulaat 0/31,5.

o 250mm zand in zandbed.

•Fietspaden dienen minimaal 2,5 % afschot te hebben.

•De puinfundering aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van achterkant band.

•Het zandbed aanbrengen met een overbreedte van 0.25m ten opzichte van de fundatie.

•Invegen met WD06 van Infranology.

Verband

•De fietspaden dienen in halfsteensverband gelegd te worden.

•Gebruik maken van geprefabriceerde halve stenen bij betonstraatstenen (keiformaat klinkers).

5 Groen

5.2 Bomen

5.2.1 Bomen in groen

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•De te handhaven bomen moeten duidelijk en gemotiveerd op de ontwerptekeningen staan.

•Schaamlatjes niet zonder meer toepassen: niet alleen bastbescherming maar ook groeiplaatsbescherming.

•Per boom dienen de beschermende maatregelen en methoden aangeven te worden.

•Schade aan bomen is geheel voor rekening van de initiator;

•Handboek Bomen 2022 als leidraad, (daartoe juiste teksten over te nemen in het Bestek.)

•Graafwerk rond wortels vindt plaats in overleg met de toezichthouder groen;

•Bij werkzaamheden bij bestaande bomendienen boombeschermingsmaatregelen getroffen worden conform de bomenposter “Werken rond bomen”; te vinden op Bomenposters - Norminstituut Bomen

VOORBEREIDINGS FASE

Bestaande bomen

•Schade wordt op kosten initiator getaxeerd door een erkend boomtaxateur;

•Om de bomen tijdens de uitvoering van het werk te beschermen moeten er beschermende maatregelen en methoden worden opgenomen in het bestek;

•Als schade aan de bomen wordtverwacht, foto’s nemenvan de bestaande situatie en deponeren bij een notaris. De kosten zijnvoor rekening vande initiator.

•Bestaande bomen:

o In de ontwerpfase dient een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd te worden.

o In het ontwerpstadium dient een kwaliteitsbeoordeling met waardebepaling plaatste vinden van de aanwezige bomen. Deze beoordeling wordt uitgevoerd dooreen bevoegd taxateur of een ETT er.

o Uitgangspunt is dat bestaande bomen in het plan worden meegenomen, zowel kleine als grote. Indien kappen noodzakelijk is, wordt dit goed beargumenteerd voorgelegd aan groenbeheerder.

•In het ontwerpstadium dient bekend te zijn wat de definitieve ophoging van het terrein zal zijn i.v.m. de gevolgen voor de te handhaven bomen en beplanting. Bij te handhaven bomen dient er geen ophoging van het maaiveld plaats te vinden. Indien kleine ophoging toch noodzakelijk is, dient dit voorgelegd te worden en is hiervoor toestemming nodig van de groenbeheerder.

•Plaats beschermende voorzieningen bij bomen op parkeerplaatsen.

VOORBEREIDINGS FASE

Nieuwe bomen

•In overleg met de gemeente dient de plaats, de soort en het aantal bomen te worden bepaald;

•Toets standplaats bomen met verlichtingsplan, teken bomen in met kroondiameter in volgroeide toestand.

•De soortkeus dient te zijn afgestemd op de aanwezige grondsoort en de aanwezige bovengrondse en ondergrondse ruimte;

•Er moet voldoende afstand gehouden worden tot gebouwen, lichtmasten, parkeerplaatsen, inritten, verkeersborden e.d.;

•De maat van de toe te passen bomen dient minimaal 18- 20 te bedragen; Alleen dikkere maat toepassen in overleg met de groenbeheerder.

•Besmettelijke ziekten als iepziekte, bacterievuur, watermerkziekte, roest, kanker, meeldauw, Massaria, essentaksterfte en kastanjebloedingsziekte kunnen grote schade aanrichten. Het gebruik van resistente cultivars is verplicht voor alle groentypen.

•Bij nieuwe ontwerpen groenstroken niet laten samenvallen met kabel –en leidingenstroken.

•Pas geen oppervlakkig wortelende bomen toe in verharding in verband met het opdrukken van de bestrating.

•Bij nieuwe bomentwee hoge boompalen toepassen (acacia- of kastanjehout), lengte2.70m, diameter 0.09m.

•In het boomgat tevens een gietrand aanbrengen.

•Voorkomen dat pekelwater in boomspiegels kan lopen.

•Plaats beschermende voorzieningen bij bomen op parkeerplaatsen. Plaats bomen zodanig dat ze niet beschadigen bij inparkeren.

•Zorg dat de boom in volgroeide toestand (kroonprojectie) niet bovenondergrondse containers en container opstelplaatsen uitkomt in verbandmet het legenvan containers.

•Plaats bomen waar mogelijk in een groenvak en niet in verharding.

•Bomen toepassen van een grootteklasse die geschikt is voor de locatie; tweede en derdegrootte in woonwijken. Op hoofdassen of in vrije ruimtemogen bomen groterzijn.

•Plaats bomen van de derde grootte bij voorkeur niet langs straten en/of fietspaden. Als dit toch gebeurt, dan minimaal op een halve meter maal de kroondiameter afstand (in volgroeide toestand) van de straatgoot in verband met het voorkomen van snoei bij dit kleine formaat boom.

•Bij speelplekken geen bomen met giftige bessen, vruchten of stekels toepassen.

•Vermijd bomen die ernstige overlast veroorzaken in verblijfsgebieden en parkeer- en speelplaatsen, zoals vruchtdragende of luisgevoelige bomen.

UITVOERINGSFASE

•Indien een bouwhekwerk niet mogelijk is zijn de volgende maatregelen noodzakelijk:

•Alle werkzaamheden onder de kroon worden verboden;

•Opslag materiaal onder de boom verboden.

•De stam moet beschermd worden met een ommanteling bestaande uit beplanking en drainagebuizen;

•Zwaar en hoog materieel moet zo ver van de boom vandaan blijven dat bodemverdichting en schade aan de wortels en stam worden voorkomen.

•Als niet kan wordenvermeden dat overwortels wordt gereden, moeter een drukverdelende laag wordenaangebracht. Dit in nadere afstemming met de gemeente.

•Regels bij graafwerkzaamheden:

•Voor ontgravingsmaatregelen moet een bodem- en bewortelingsonderzoek worden uitgevoerd;

•Graafwerk bij bomen midden het seizoen proberen te voorkomen;

•Bij ontgravingswerkzaamheden bij de wortels geen zwaar materiaal gebruiken;

•Indien een wortel verwijderd moet worden, dan moet deze met de hand haaks op de wortel worden afgeknipt of afgezaagd;

•Kabels en leidingen dienen zo ver mogelijk bij de boom vandaan te worden gelegd;

•Bij ondergrondverkeer dient een mantelbuis te worden gebruikt;

•Als een bouwpunt naasteen wortelprojectie langeretijd open blijft liggen,dient één of enkelejaren van tevoren een wortelscherm te worden aangebracht;

•Als er sprake is van ophoging van de groeiplaats, dan dient een ventilatiesysteem te worden aangebracht.

•Regels bij veranderingen in de vochtvoorziening:

•Plotselinge verlaging van de grondwaterstand kan leiden tot groeistoornissen, verwelking en totale verdroging van de boom;

•Grondwaterstandverlaging kan alleen in de wintermaanden zonder problemen plaatsvinden;

•In het groeiseizoen moet bij langere grondwaterstandverlaging kunstmatig water worden gegeven;

•Verhoging van de grondwaterstanden moet zeer geleidelijk gebeuren met slechts enkele centimeters per jaar.

•Voorkomen van schade aan bomen bij het dempen van een sloot:

•Van tevoren dient te worden nagegaan welke invloed het dempen heeft op de grondwaterstand;

•Schadebepaling:

•Taxatierapport van boomtaxateur;

•Indien sprake is van schade dient deze vastgesteld te worden via taxatie, die uitgevoerd is aan de hand van de huidige richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVBTB). De richtlijnen zijn verkrijgbaar bij de genoemde vereniging.

5.2.2 Bomen in verharding

Onderdeel

Eisen en uitgangspunten

Algemeen

•Bij bomen die in trottoirs, op pleinen, parkeerterreinen of andersoortige elementverhardingen worden aangebracht dient rekening gehouden te worden met de volgende eisen:

o Bij bomen in verharding bomengranulaat toepassen. Dit is afhankelijk van de grootte. Urban Sand of bomengranulaat ter goedkeuring vangroenbeheerder.

o Bomenzand na aanbrengen verdichten tot een indringingsweerstand van maximaal 20 kgf/cm2;

o Beluchtingsdrain: bij iedere boom dient een ribbeldrain, lang 6 m en diameter 8 cm, van geperforeerde kunststof te worden aangebracht. De drain dient op 60 cm diepte rond de boom te worden aangebracht in de vorm van een vierkant met zijden van ca. 130 cm en een verticaal deel van 80 cm. Het uiteinde dient ca 20 cm bij de stam boven het maaiveld uit te steken en hier te zijn voorzien van een eindstop;

o Bewateringsdrain: n.v.t.

o Boomspiegels dienen minimaal 150x150 cm te bedragen.

•Boomroosters toepassen in overleg met de gemeente. Dit is alleen bespreekbaar in kern winkelgebied en oude stadcentrum.

•Geen puin op bomenzand toepassen onder elementen verharding.

•Geen grind toepassen in boomspiegels!

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.