Gemeentelijke regelgeving

Integrale laadvisie gemeente Doesburg

Gemeente Doesburg · geldt sinds 19 november 2024

Aanhef

Samenvatting

Deze Integrale laadvisie bepaalt de strategie van de gemeente Doesburg om tijdig een toegankelijke, betaalbare, betrouwbare en veilige laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen te realiseren. Dit in navolging van de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL), een bijlage van het Klimaatakkoord. Deze laadvisie richt zich voornamelijk op personenvervoer en fietsers. De laadvisie heeft een zichttermijn tot en met 2030, dit loopt parallel met de Regionale Energiestrategie. We bundelen elke twee jaar de ontwikkelingen op een aantal terreinen, om zo te bepalen of de laadvisie herijkt moet worden. De bevindingen worden gebundeld in een informatiebrief. Zo kunnen we nieuwe inzichten en ontwikkelingen tijdig meenemen en op elk moment een passende laadinfrastructuur hebben.

Om de druk op de openbare ruimte beperkt te houden is ons eerste uitgangspunt dat EV-rijders zoveel mogelijk laden op privaat terrein. EV-rijders die geen toegang hebben tot een privaat laadpunt moeten kunnen uitwijken naar semipublieke en publieke laadpunten. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een basisnetwerk van publieke laadpunten. Het onderwerp ‘snelladen’ wordt in regionaal verband opgepakt.

Momenteel zijn er acht laadpunten in de gemeente Doesburg. Om in 2025 aan de laadbehoefte van elektrische personenauto’s te voldoen zijn ongeveer 126 laadpunten nodig. In 2030 en 2035 zijn respectievelijk ongeveer 215 en 467 laadpunten nodig voor deze gebruikersgroep.

Voor de uitvoering geven we de voorkeur aan het concessiemodel. Dit wil zeggen dat één of meerdere aanbieders het exclusieve plaatsingsrecht krijgen voor publieke laadpunten. We sluiten aan bij de concessie van de provincies Gelderland en Overijssel. We kiezen voor deze samenwerking omdat:

•Op deze manier het gunstigste laadtarief kan worden aangeboden aan gebruikers;

•Er minder ambtelijke capaciteit benodigd is (en deze is schaars);

•We waarde hechten aan regionale samenwerking;

•De financiële risico’s bij een concessiemodel kleiner zijn.

In de concessie streven we naar het afnemen van duurzame, groene stroom en het kunnen aanbieden van laadpalen die geen afbreuk doen aan de beeldkwaliteit van Doesburg. De verwachting is dat de looptijd van de concessie 10 jaar bedraagt en dat de gemeente Doesburg vanaf 1 februari 2022 laadpalen kan laten plaatsen via deze concessie.

De gemeente Doesburg kiest voor een hybride aanpak. In de basis wordt vraaggestuurd geplaatst, maar dit wordt binnen de budgetkaders zoveel mogelijk uitgebreid met strategische laadpalen op locaties waar er extra uitdagingen spelen in de openbare ruimte.

We vinden het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd zijn over ontwikkelingen in hun omgeving. Daarom informeren en raadplegen we inwoners bij de realisatie van publieke laadpunten in en nabij woonwijken. Daarnaast laten we een plankaart opstellen die op detailniveau inzicht geeft in de geografische ontwikkeling van de laadbehoefte. Deze kaart kan worden gebruikt in de communicatie met wijkraden, inwoners en/of ondernemers.

3. Met welke ontwikkelingen houden we rekening?

3.1 Elektrische voertuigen en laadpaalgebruik

3.1.1 Slim laden

Slim laden is een brede term, die wordt gebruikt om aan te duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Een laadsessies kan bijvoorbeeld sneller of langzamer verlopen. Minimaal betekent slim laden dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog. Slimme technieken kunnen ervoor zorgen dat het elektriciteitsnetniet te zwaar wordt belast.

Een aspect van slim laden is bi-directioneel laden. Bij bi-directioneel laden kan het elektrischevoertuig stroom terugleveren aan bijvoorbeeld een gebouw of het elektriciteitsnet. Hiermee kunnen pieken en dalen in het energieverbruik worden gebalanceerd. Bi-directioneel laden staat nog in de kinderschoenen, maar binnen de Proeftuin Slimme Laadpleinen (een pilot van het Nationaal Kennisplatform Laadinfrastructuur (NKL) voor innovatieve laadoplossingen), wordt de techniek al volop getest.

3.1.2 Wet- & regelgeving

Nederland en Europa bouwen aan wet- en regelgeving voor elektrisch laden. We vinden het belangrijk om deze ontwikkelingen te volgen en zodra er wijzigingen zijn, passen we onze werkwijze aan.

Onderwerpen waar Nederland aan werkt, zijn onder andere:

•Brandveiligheid in parkeergarages;

•Digitale veiligheid;

•Prijstransparantie, zodat voor de gebruiker vooraf duidelijk is wat het laden kost.

Nu al relevant zijn de Europese richtlijnen voor de energieprestatie van gebouwen: de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III

5Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III

). Nederland heeft deze vastgelegd in het Bouwbesluit. De richtlijn verplicht om ondergrondse infrastructuur voor laadpalen aan te leggen bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovaties of bij bestaande grotere gebouwen, ook als deze niet worden verbouwd.

3.4 Gemeentelijke kenmerken

3.4.1 Historische binnenstad

Uit de gemeentelijke kaders en doelstellingen zoals beschreven in paragraaf 3.3 blijkt dat de historische binnenstad en het daarmee samenhangende beschermde stadsgezicht vaak nadrukkelijk benoemd wordt. Ook hier zijn op termijn veranderingen nodig om het gebied energieneutraal mee te nemen naar de toekomst. De grootste waarde is de beeldkwaliteit die zowel voor bewoners als bezoekers behouden dient te worden. In de compactheid schuilt een kracht; de meeste bestemmingen zijn onderling te voet te bereiken. Ook vanaf de aangrenzende parkeerterreinen is de binnenstad snel bereikt. Doordat de binnenstad in het toeristenseizoen autoluw wordt, gaat de verblijfskwaliteit omhoog. Dit geldt voor zowel bewoners als bezoekers.

Naast de positieve kwaliteiten van het beschermd stadsgezicht die behouden moeten worden, zijn er nog een aantal factoren die het plaatsen van laadpalen in de binnenstad bemoeilijken:

•In het deel dat autovrij wordt gedurende het toeristenseizoen, is het niet logisch of rendabel om laadpalen te plaatsen. Ze worden dan steeds bijna een half jaar niet gebruikt. Dit gaat tegen onze doelstelling in om laadpalen passend te plaatsen.

•In het fijnmazige vergunningsgebied is het voor laadpaalaanbieders niet aantrekkelijk om laadpalen

•te plaatsen, waardoor het niet mogelijk is een oplossing te realiseren die betaalbaar is voor de gebruiker.

•Om de beeldkwaliteit te behouden, worden laadpalen idealiter in bestaand straatmeubilair zoals lantaarnpalen gerealiseerd. Deze technieken zijn in opkomst maar staan nog in de kinderschoenen. Voor nu zou dit geen betrouwbare of betaalbare oplossing opleveren.

Daarom kiezen wij ervoor om binnen beschermd stadsgezicht zorgvuldig om te gaan met het (laten) plaatsen van openbare laadpalen en binnen de singels geen ‘losse’ openbare laadpalen toe te staan. De openbare laadpalen gericht op bewoners en bezoekers van de binnenstad worden geplaatst op de verschillende parkeerterreinen in en rond de binnenstad.

Binnen een deel van het beschermd stadsgezicht, kan met een parkeervergunning geparkeerd worden. Hier staan we inwoners toe een op openbaar terrein geparkeerde auto, onder voorwaarden vanaf eigen terrein te laden. Deze voorwaarden zijn in het plaatsingsbeleid verder uitgewerkt. Dit doen we om deze inwoners ondanks voorgenoemde factoren toch een toegankelijke laadoplossing te bieden.

We volgen de ontwikkelingen in de markt uiteraard nauwlettend. Als zich ontwikkelingen voordoen waardoor de voorgenoemde factoren veranderen, nemen wij deze mee in de volgende herziening van de laadvisie.

3.4.2 Woonwijken

Bij de overige woonwijken streven wij ernaar om in ieder geval de komende twee jaar laadpalen op logische plaatsen te clusteren. Dit kan bijvoorbeeld bij supermarkten, bedrijven of sportterreinen met openbare parkeerruimte. Dit is met name een oplossing voor de komende twee jaar, waarin de acceptatie van laadpalen in de directe omgeving mogelijk nog niet heel hoog is. We verwachten dat met de toename van elektrische auto’s ook de acceptatie van laadpalen verder zal stijgen. Laadpalen in de openbare ruimte dragen immers bij aan vele gemeentelijke kaders en doelstellingen zoals beschreven in paragraaf 3.3. Waar clusteren van laadpalen op dit moment niet mogelijk of niet wenselijk is, wordt per gebied naar geschikte plaatsen gezocht.

3.4.3 Omgang met parkeerdruk

Vaak heerst de gedachte dat de komst van een laadpaal zorgt voor een toename in de parkeerdruk. Deze stijging is over het algemeen geringer dan men denkt, omdat de aanvrager van een laadpaal de brandstofauto vervangt door een elektrisch exemplaar. Er komen dus niet méér auto’s in een straat, maar voor een laadpaal wordt er wel een openbare parkeerplaats vervangen door een ‘laadplaats’. Er is dus sprake van een kleine stijging van de parkeerdruk omdat er in eerste instantie één parkeerplaats minder beschikbaar is voor hetzelfde aantal auto’s. We zijn ons bewust van de hoge parkeerdruk op sommige plaatsen in de gemeente, en dat dit hier tot problemen kan leiden.

Om het effect op de parkeerdruk zo klein mogelijk te houden, maken we de keuzes zoals beschreven in paragrafen 3.4.1 en 3.4.2 . Door het clusteren van laadpalen verwachten we dat de invloed op de parkeerdruk verder beperkt kan worden. In gebieden waar parkeerdruk al voor problemen zorgt, kunnen we overwegen bij het plaatsen van de laadpaal maar één parkeerplaats voor elektrische auto’s te reserveren. Gaat dit goed, dan kan de andere parkeerplaats ook gereserveerd worden. Dit gebeurt in overleg met laadpaalaanbieders.

5. Strategische keuzes

5.4 Plaatsingsstrategie: mate van proactieve uitrol

5.4.1 Vraaggestuurd

Bij een vraaggestuurde aanpak heeft de gemeente voornamelijk een faciliterende rol. Bij deze aanpak duurt het plaatsingsproces van laadpalen langer. Iedere aanvraag moet immers apart worden beoordeeld en verkeersbesluiten moeten apart worden opgesteld. De tijd tussen aanvraag en realisatie is hierbij gemiddeld zes maanden. Bovendien is de invloed op de spreiding van het netwerk beperkt en als gemeente is het moeilijker om controle te houden over de openbare ruimte. Een vraaggestuurde plaatsingsstrategie past tevens minder goed bij de ambities van de gemeente Doesburg. Deze strategie kan ertoe leiden dat een gebrek aan laadinfrastructuur door inwoners als drempel wordt ervaren in de overstap naar een elektrisch voertuig.

Daarentegen worden bij een vraaggestuurde aanpak pas laadpalen geplaatst indien er laadbehoefte is geuit door (toekomstige) e-rijders, dit maakt de invloed op de parkeerdruk minder groot; de elektrische auto vervangt immers een brandstofauto. Dit leidt doorgaans tot minder weerstand onder omwonenden. Voor een vraaggestuurde strategie is tevens minder budget benodigd, omdat deze palen kosteloos worden geplaatst door de aanbieder.

5.4.2 Strategisch

Het voordeel van de strategische aanpak is dat het plaatsingsproces kan worden verkort. Daarnaast wordt de transitie naar elektrisch rijden gestimuleerd, wat goed aansluit bij landelijke, regionale en gemeentelijke doelstellingen. Ook heb je als gemeente door strategisch te plaatsen meer controle over de openbare ruimte. Er ontstaat gedurende de jaren immers geen ‘wildgroei’ van laadpalen op allerlei verschillende locaties, maar de laadpaallocaties worden op voorhand al op elkaar afgestemd.

Het nadeel van de strategische aanpak is dat het plaatsen van palen voordat er een laadbehoefte ontstaat ten koste gaat van ‘reguliere’ parkeerplaatsen, waardoor de parkeerdruk in eerste instantie toeneemt. Ook is voor een strategische aanpak meer budget benodigd. Paragraaf 7.4 gaat hier verder op in.

5.4.3 Strategie gemeente Doesburg

Gezien de ambitie van de gemeente Doesburg heeft strategisch plaatsen de voorkeur, maar de mogelijkheden hiervoor hangen nauw samen met het beschikbare budget. Hoe meer budget beschikbaar is, hoe meer er proactief geplaatst kan worden. De relatie tussen de uitrolstrategie en de kosten is in hoofdstuk 7 verder uitgewerkt. Bovendien is de opdracht voor Doesburg ook niet dusdanig groot dat een strategische uitrol noodzakelijk is. Er is momenteel voldoende ambtelijke capaciteit om een (gedeeltelijk) vraaggestuurde uitrol te hanteren.

De gemeente Doesburg kiest daarom voor een hybride aanpak. In de basis wordt vraaggestuurd geplaatst, maar dit wordt binnen de budgetkaders zoveel mogelijk uitgebreid met strategische laadpalen. Gezien de (beperkte) financiële mogelijkheden van de gemeente Doesburg is het niet realistisch om een volledig strategische uitrol te ambiëren en de opdracht vraagt hier ook (nog) niet om. Strategische laadpalen (bijvoorbeeld in de vorm van laadpleinen) worden gerealiseerd op locaties waar er extra uitdagingen spelen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld in de historische binnenstad of woonwijken met een hoge parkeerdruk. Op deze manier zorgen we ervoor dat de beschikbare laadcapaciteit zo min mogelijk belemmering vormt in de transitie naar elektrisch vervoer.

Beleidslijn:

1Binnenstad ➔ Strategisch (op laadpleinen) ➔ voor de vraag uit plaatsen

2Woonwijken ➔ Vraaggestuurd plaatsen

Bijlage I – Begrippenlijst

Laadpaal

Fysiek object met meestal één of tweelaadpunten.

Laadpunt

De elektrische aansluiting op een laadpaalwaar de stekker wordt aangesloten.

Reguliere laadpalen beschikken meestal over twee laadpunten. Een laadpunt kan ookverwerkt zijn in bijvoorbeeld een muurbox of lichtmast.

Laadplein

Een laadplein bestaat uit meer dan twee laadpunten voor elektrische voertuigen die een gedeelde netaansluiting hebben (bij publieke laadpalen) of die op een gedeelde groep achter de meter zitten.

Laadpunt voor regulier laden

Laadpunt met een vermogen van hoogstens22kW.

Laadpunt voor snel laden

Laadpunt met een vermogen hoger dan22 kW.

Kortparkeerladen

Snelladen aan het begin van de snellaadrange wordt ‘kortparkeerladen’ genoemd. Deze laadpalen worden vaak geplaatst op plekken waar de EV-rijder het laden kan combineren met een andere activiteit, zoals winkelen of vergaderen.

Ultrasnelladen

Snelladen aan de bovenkant van de range wordt ook wel ultrasnelladen of ‘Ultra Fast Charging’ (UFC) genoemd. Hierbij gaat hetom laadvermogens van meer dan 150kW. Deze laadvermogens zijn gewenst voor zwaardere voertuigen.

Slim laden

Brede term, die wordt gebruikt om aante duiden dat slimme technieken de laadtransactie op afstand kunnen aansturen. Minimaal betekent dit dat het opladen van elektrische auto’s op het meest optimale moment gebeurt, wanneer de kosten laag zijn en het aanbod van (duurzame) energie hoog.

Publiek toegankelijk laadpunt

Een laadpunt voor een elektrisch voertuigdat 24/7 openbaar toegankelijk is, zonder barrières zoals slagbomen of poorten.

Semipubliek toegankelijk laadpunt

Een laadpunt dat is opengesteld voor publiekop een private locatie. Bijvoorbeeld bij parkeergarages of tankstations. Er kunnen beperkte toegangstijden zijn.

Privaat laadpunt

Een laadpunt op eigen terrein.

Laadpaalkleven

Het onnodig bezet houden van een elektrisch laadpunt door een elektrischeauto.

Social charging app

App waarbij EV-rijders het gebruik van laadpunten in de buurt met elkaar afstemmen. Deelnemers laten bijvoorbeeldin de app weten hoe lang ze nog moeten laden.

Batterij elektrisch voertuig (BEV)

Volledig elektrisch voertuig, waarbij een brandstofmotor ontbreekt. Dit in tegenstelling tot een Plug-In Hybride Elektrisch Voertuig (PHEV).

Charge Point Operator (CPO)

De CPO is verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en exploitatie van laadpalen.

NAL-regio’s

Zes samenwerkingsregio’s die zijn voortgekomen uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL). Gemeenten werken binnen deze regio’s samen met deprovincie en met de netbeheerder.

Zero-emissielogistiek (ZE-logistiek)

Zonder uitstoot van schadelijke stoffen goederen verplaatsen voor bijvoorbeeld bouw, retail, afval, horeca, en e-commerce. Voertuigen rijden op elektriciteit of waterstof.

Zero-emissiezones (ZE-zones)

Zones waarbinnen geen logistieke voertuigen mogen komen die emissiesuitstoten.

Bijlage II – Overzicht gebruikersgroepen

In onderstaande tabel staat een overzicht van de verschillende gebruikersgroepen en de verwachte laadoplossingen.

Gebruikersgroep

Voertuigtype

Regulier laden

(<22 kW)

Kortparkeerladen en/ of Ultrasnelladen voor personenvervoer (22-350 kW)

Ultrasnelladen voor zwaar transport zoals logistiek, busvervoer (>350)

Personenvervoer particulier (woon-werk en bezoekers)

Personenauto

Privaat: thuis- en bedrijfsaansluiting.

Semipubliek: [parkeergarages,] horeca, winkelcentra.

Publiek: [publieke parkeergarages en] openbare ruimte

Privaat: n.v.t.

Semipubliek: winkelcentra, supermarkten, tankstations, horeca.

Publiek: snel(bij) laden in [publieke

parkeergarages, hubs en] openbare ruimte

Voorlopig niet van toepassing

Doelgroepenvervoer

Personenauto

Personenbus

Zie personenauto’s

Zie bestelwagens

Taxi’s

Privaat: thuis- en bedrijfsaansluiting stallingdepot.

Semipubliek: parkeergarages, horeca, winkelcentra en taxistandplaatsen

Privaat: snelladerbedrijf.

Semipubliek: parkeergarages, horeca, winkelcentra, standplaatsen, tankstations en op bedrijfsaansluiting stallingdepot.

Openbaar vervoer

Bus

n.v.t.

Privaat: remise concessiehouder en via opportunityladen (eigen laadinfra) bij eindhaltes buslijnen.

Semipubliek: n.v.t.

Publiek: n.v.t.

Privaat: remise concessiehouder en via opportunityladen (eigen laadinfra) bij eindhaltes buslijnen.

Semipubliek: n.v.t.

Publiek: n.v.t.

Lichte logistieke voertuigen

Bestelwagens

Privaat: thuis- en bedrijfsaansluiting stallingdepot,

Semipubliek: [parkeergarages,] horeca en winkelcentra.

Publiek: [publieke parkeergarages en] openbare ruimte

Privaat: snelladerbedrijf.

Semipubliek: horeca,winkelcentra, tankstations, hubs.

Publiek: [op strategische hubs, publieke parkeergarages en] openbare ruimte

Voorlopig niet van toepassing

[optie: Light electric vehicles LEV’s, o.a. fiets en bromfiets]

Privaat: stopcontact thuis (220 volt)

Semipubliek: in fietsenstallingen (220 volt)

Publiek: gemeentelijke stallingsplekken (220 volt).

n.v.t.

n.v.t.

Gebruikersgroep

Voertuigtype

Regulier laden (<22 kW)

Kortparkeerladen en/ of Ultrasnelladen voor personenvervoer (22-350 kW)

Ultrasnelladen voor zwaar transport zoals logistiek, busvervoer (>350)

Zware logistieke voertuigen

vrachtwagens

Privaat: bedrijf/ depot

Semipubliek: n.v.t.

Publiek: n.v.t.

Privaat: bedrijf/ depot.

Semipubliek: laad- en losplekken, tankstations, hubs.

Publiek: openbareruimte

Privaat: bedrijf/ depot.

Semipubliek: laad- en losplekken, tankstations, hubs.

Publiek: openbareruimte

Mobiele werktuigen

Er is nog geen duidelijk eindbeeld van technologie en laadbehoefte: van220 volt tot krachtstroom.

[Vaartuigen]

Walstroom

Wissel- en laadplekken voor accucontainers

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.