Aanhef
BESTUURLIJKE SAMENVATTING
Aanleiding
De gemeente Doesburg wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. In die zin draagt zij een belangrijke verantwoordelijkheid als het gaat om externe veiligheid. Om die verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Doesburg het externe veiligheidsbeleid geformuleerd.
Bij externe veiligheid gaat het om de risico’s op de omgeving die samenhangen met het
produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico’s doen zich zowel voor bij risicovolle inrichtingen als rondom transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving en
beleidsnota’s, onder andere in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Invulling geven aan deze wettelijke verplichtingen vormt een belangrijk onderdeel van het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid.
Doel van het externe veiligheidsbeleid is om duidelijk te maken welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente Doesburg aanwezig zijn en hoe er met deze en toekomstige risico’s om dient te worden gegaan. Dit betekent dat onder meer invulling wordt gegeven aan de wettelijke verplichting aangaande het groepsrisico en het plaatsgebonden risico. De beleidsvisie focust op nieuwe situaties.
Risicosituatie gemeente Doesburg
Binnen de gemeente Doesburg bevinden zich geen Bevi-inrichtingen. Wel zijn binnen de gemeente de volgende inrichtingen met een beperkt extern veiligheidsrisico aanwezig: één camping met een propaantank van 8 m3, één openbaar zwembad met beperkte opslag van gevaarlijke stoffen en één inrichting met 1.000 m2 pallets. De gemeente kent momenteel geen situaties die knelpunten opleveren voor wat betreft het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Binnen de gemeente Doesburg bevindt zich één inrichting waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is.
Binnen de gemeente Doesburg vindt sporadisch vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg plaats. De gemeente beschikt momenteel niet over een vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen (routering). Daarnaast vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de rivier de IJssel.
Wettelijk kader
De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving en beleidsnota’s, onder andere in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het wettelijke ambitieniveau voor externe veiligheid is door de wetgever een minimum veiligheidsniveau gedefinieerd:
•Voor het plaatsgebonden risico (PR) moet aan een grenswaarde en een richtwaarde worden getoetst;
•Voor het groepsrisico (GR) bestaat een verantwoordingsplicht en de verplichting advies te vragen aan de regionale brandweer. Daarbij dient getoetst te worden aan de oriëntatiewaarde.
Binnen deze kaders (zie de toelichting in hoofdstuk 2) is er enige vrijheid voor het bevoegde gezag om eigen ambities te formuleren. De gemeente heeft als bevoegd gezag beleidsvrijheid voor wat betreft de richtwaarde voor het plaatsgebonden risico en de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Deze beleidsvisie geeft de kaders aan waarbinnen het bevoegd gezag hieraan invulling kan geven.
Uitgangspunten bij het opstellen van de beleidsvisie externe veiligheid
De gemeente houdt zich aan de geldende wet- en regelgeving en houdt rekening met de nieuwe beleidsontwikkelingen, zoals op het gebied van transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Voor de toepassing van dit externe veiligheidsbeleid ambieert de gemeente één veiligheidsniveau voor de hele gemeente; er is dus geen sprake van een indeling in gebiedstypen.
De externe veiligheidsvisie moet zijn geworteld in de gemeentelijke gedachten over ruimtelijke ontwikkeling in het algemeen. Het ruimtelijke ontwikkelingsperspectief voor de gemeente Doesburg, te weten de gemeentelijke structuurvisie en de bestemmingsplannen, vormt de onderlegger voor deze beleidsvisie.
Generieke beleidsuitspraken
De gemeente streeft ernaar risicobronnen en (beperkt) kwetsbare bestemmingen zoveel mogelijk te scheiden. In de hele gemeente worden geen nieuwe Bevi-bedrijven geïntroduceerd, tenzij het gaat om bestaande Doesburgse bedrijven die hun activiteiten uitbreiden en/of wijzigen en daarmee onder het Bevi komen te vallen. Voorwaarde is wel dat deze uitbreiding en/of wijziging wordt ingegeven door redenen van duurzaamheid en/of innovativiteit. Het is de bevoegdheid van het college om gemotiveerd vast te
stellen of wordt voldaan aan duurzaamheid en/of innovativiteit. De komst van nieuwe inrichtingen met beperkte risicobelasting op de omgeving (zg. drempelwaardenlijstbedrijven) is onder voorwaarden mogelijk. In gevallen waarin de gemeente niet het bevoegd gezag is
1Hierbij valt te denken aan transportassen of buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen alsmede aan inrichtingen waarvoor de gemeente niet het bevoegd gezag uitoefent.
, zal zij zich inspannen om de externe veiligheidsrisico’s zo beperkt mogelijk te houden. Daartoe treedt zij in overleg met de initiatiefnemer en eventueel het bevoegd gezag om dit standpunt uit te dragen.
Gemeentegrensoverschrijdende risicoveroorzakende activiteiten zoals vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water en door buisleidingen worden in regionaal verband opgepakt. Daarbij wordt gezamenlijk opgetrokken om de risicoveroorzakers te beïnvloeden.
Waar zich externe veiligheidsknelpunten voor (kunnen) doen, hebben maatregelen, die de kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen verlagen, de voorkeur boven maatregelen, die het effect daarvan beperken. Verder hanteert de gemeente het principe “de veroorzaker betaalt”. Dit betekent dat degene die de externe veiligheidssituatie verandert, ook betaalt en zorgt voor een veilige omgeving.
Gebiedsspecifiek beleid
In tabel 1 zijn per zone de EV-ambities en beleid beschreven. Voor elke zone is vastgesteld welke risicobronnen acceptabel zijn, of er (beperkt) kwetsbare inrichtingen gevestigd kunnen worden en worden eisen gesteld aan zelfredzaamheid en geaccepteerde scenario’s.
Uitvoeringsprogramma
Binnen de diverse taakgebieden van de landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke overheden dienen continue afwegingen te worden gemaakt tussen veiligheid, haalbaarheid en de kosten. Hierbij gaat het onder meer om taken op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer, milieu en rampenbestrijding. De taakstellingen en het uitvoeringsprogramma van deze visie zijn in bijlage 4 terug te vinden.
Tabel 1. EV-beleid per gebiedstype
3 RISICOBEELD GEMEENTE DOESBURG
3.2 Risicobronnen
3.2.1 Bevi-inrichtingen
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) heeft betrekking op een aantal nader omschreven inrichtingen namelijk op BRZO bedrijven
1BRZO bedrijven zijn bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s zware ongevallen.Het BRZO stelt eisen aan het veiligheidsbeleid van bedrijven die op grote schaal met gevaarlijke stoffen werken. Dergelijke bedrijven dienen onder meer over een veiligheidsbeleid en een veiligheidsbeheerssysteem te beschikken.
, LPG-tankstions, bedrijven met een ammoniak koelinstallatie(1.500 – 10.000 kg), bedrijven met een opslag voor gevaarlijke stoffen van meer dan 10 ton (zogenaamde PGS 15-bedrijven) en spoorwegemplacementen die zijn aangewezen voor het rangeren van gevaarlijke stoffen. Door middel van een ministeriële aanwijzing kunnen in de toekomst ook andere categorieën van bedrijven onder de werkingssfeer van het Bevi gebracht worden. Deze categorieën bedrijven zullen waarschijnlijk afkomstig zijn van de zogenaamde drempelwaardenlijst. Dit is reeds enkele malen gebeurd. De meest recente wijziging van het Revi (Revi-III) is per 13 februari 2009 in werking getreden.
De bedrijven die vallen onder het Bevi dienen continu te worden geïnventariseerd. Binnen de gemeente Doesburg bevinden zich geen Bevi-inrichtingen.
3.2.2 Overige inrichtingen
Inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit
Het vuurwerkbesluit (maart 2002) geeft een definitie van consumenten- en professioneel vuurwerk, bepaalt de veiligheidsafstanden die tussen vuurwerkbedrijven en de bebouwde omgeving moeten worden aangehouden en beschrijft de eisen die gesteld worden aan de opslag van vuurwerk. Met de Regeling nadere eisen aan vuurwerk uit 2004 is het Vuurwerkbesluit nader ingevuld. De Regeling is in oktober 2006 gewijzigd om het Vuurwerkbesluit beter uitvoerbaar en handhaafbaar te maken.
Binnen de gemeente Doesburg bevindt zich één inrichting waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is.
Inrichtingen van de drempelwaardenlijst
Tevens is er een lijst met categorieën van bedrijven aangewezen in de Leidraad Risico Inventarisatie (februari 2009) die in principe een externe veiligheidsrisico zouden kunnen veroorzaken. Deze staan in de zogenoemde ‘drempelwaardenlijst’. Voor elke categorie is een drempel opgenomen, bijvoorbeeld een minimale aanwezigheid van een hoeveelheid van een bepaalde gevaarlijke stof, die bepaalt of een bedrijf wel of niet risicovol is. De drempelwaardenlijst wordt gebruikt om te bepalen of een bedrijf opgenomen dient te worden in een landelijk register, het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS).
De gemeente Doesburg heeft de volgende inrichtingen uit de drempelwaardentabel op haar grondgebied:
•1 camping met een propaantank van 8 m3;
•1 openbaar zwembad met beperkte opslag van gevaarlijke stoffen;
•1 inrichting met 1000 m2 opslag van pallets.
3.2.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen
Transportassen
Voor transportassen heeft het Rijk specifiek op externe veiligheid gerichte wet- en regelgeving opgesteld. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Circulaire RNVGS) richt zich op transport van gevaarlijke stoffen via weg, water en spoor. Voor wat betreft de risiconormering (inclusief de verantwoording van het groepsrisico) sluit de Circulaire aan bij het Bevi. De Circulaire wordt te zijner tijd omgezet in een Amvb transportroutes externe veiligheid (Btev), waarmee de risiconormering wettelijk zal zijn verankerd. Het concept Btev is op 4 december 2008 door de Minister van V&W aangeboden aan de Tweede Kamer.
Hieronder wordt kort de aanwezigheid van deze transportstromen in de gemeente Doesburg behandeld.
Vervoer over de weg
Binnen de gemeente Doesburg vindt sporadisch vervoer van gevaarlijke stoffen over de provinciale weg plaats. De gemeente beschikt momenteel niet over een vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen (routering).
Vervoer over het water
De rivier de IJssel stoomt door de gemeente Doesburg. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats.
3.2.4 Buisleidingen
BEVB
Op 1 januari 2011 is het ‘besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB)’ in werking getreden. Het BEVB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast wordt er door het rijk aan een landelijke structuurvisie buisleidingen gewerkt.
Binnen de gemeente Doesburg zijn enkele ondergronds aardgasleidingen aanwezig. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de kaart in bijlage 3.
4 BELEIDSUITSPRAKEN GEMEENTE DOESBURG
4.3 Beleidsuitspraken
4.3.1 Generiek
De gemeente Doesburg streeft naar een verantwoord evenwicht tussen externe veiligheidsrisico’s en de behoefte aan de activiteiten die de risico’s veroorzaken.
Dit streven is gebaseerd op de overtuiging dat externe veiligheidsrisico’s een onderdeel zijn van het maatschappelijke verkeer. De gemeente kan daarbij niet op alle gevaarlijke activiteiten direct invloed uitoefenen.
Deze verantwoordelijkheid ligt ook bij de gebruiker of de eigenaar en bij de provinciale- en rijksoverheid. Dit laat onverlet dat de gemeente wel een verantwoordelijkheid heeft om externe veiligheidsrisico’s te minimaliseren en beheersbaar te maken. De gemeente wil een substantiële bijdrage leveren aan het bewaken van belangen en het realiseren van ambities door het formuleren en uitvoeren van gemeentelijk beleid.
Op basis van het risicobeeld en de gewenste (ruimtelijke) ontwikkelingen van de gemeente Doesburg (zie hoofdstuk 3) zijn de onderstaande generieke beleidsuitspraken op het gebied van externe veiligheid bepaald. Hieronder wordt eerst het beleid ten aanzien van bestaande situaties kort toegelicht. Vervolgens worden de uitgangspunten en de ambities voor nieuwe situaties behandeld. Eerst zijn generieke beleidsuitspraken gedaan, waarna in de volgende paragraaf deze specifiek worden uitgewerkt voor de onderscheiden gebiedstypen.
Bestaande situaties
In de huidige situatie zijn er geen gebieden, waarbij risicobronnen en woongebieden dusdanig dicht bij elkaar liggen, dat deze extra aandacht behoeven.
Nieuwe situaties
Onderstaande ambities gelden voor nieuwe situaties. Voor het onderscheid tussen bestaande en nieuwe situaties wordt uitgegaan van de definities uit de Handleiding Bevi en Circulaire rnvgs
9Handleiding Besluit externe veiligheid inrichtingen en Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, Ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat (november 2006).
, met uitzondering van het oprichten van een nieuwe inrichting. Er is sprake van een nieuwe situatie indien een Wet milieubeheervergunning dient te worden aangevraagd waarbij externe veiligheid een rol speelt of wanneer een (bestemmingsplan)procedure in het kader van de Wet ruimtelijke ordening gevoerd wordt. Het betreft de bestemmingsplanprocedures conform de in artikel 5 van het Bevi benoemde artikelen.
Voor nieuwe situaties gelden de volgende generieke beleidsuitspraken. Deze zijn toepasbaar voor het gehele grondgebied van de gemeente Doesburg. In de volgende paragrafen zijn de uitspraken voor de belangrijkste aanwezige risicobronnen nader geconcretiseerd.
•Risicobronnen en (beperkt) kwetsbare bestemmingen worden zoveel mogelijk gescheiden.
•Nieuwe Bevi-inrichtingen mogen slechts worden geïntroduceerd als het gaat om reeds in Doesburg gevestigde bedrijven die door wijziging en/of uitbreiding van hun activiteiten onder het Bevi komen te vallen. Voorwaarde is wel dat deze uitbreiding en/of wijziging van de activiteiten wordt ingegeven door redenen van duurzaamheid en/of innovativiteit. Het is de bevoegdheid van het college om gemotiveerd vast te stellen of hieraan wordt voldaan. De komst van inrichtingen met beperkte risicobelasting op de omgeving (zg. drempelwaardenlijstbedrijven) is onder voorwaarden mogelijk.
•Aanleg of verbreding van transportassen (wegen, vaarwegen, spoorwegen) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt of van buisleidingen met gevaarlijke stoffen, door of nabij woonkernen is niet gewenst. In voorkomende gevallen waarin de gemeente niet het bevoegd gezag is, zal zij zich inspannen om de contouren van het plaatsgebonden risico zo dicht mogelijk bij de bron te houden. Daartoe treedt zij in overleg met de initiatiefnemer en eventueel het bevoegd gezag om dit standpunt uit te dragen.
•Gemeentegrensoverschrijdende risicoveroorzakende activiteiten zoals vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor, weg en water en door buisleidingen worden in regionaal verband opgepakt. Daarbij wordt gezamenlijk opgetrokken om de risicoveroorzakers te beïnvloeden.
•Bij het beoordelen van risicosituaties rondom risicoveroorzakende inrichtingen, transportassen en buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen worden het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de mogelijke effecten en beheersbaarheid van een calamiteit betrokken (wettelijke taken). Toch blijft altijd, als aan alle regelgeving wordt voldaan en alle voorgenomen maatregelen zijn genomen, een restrisico over. Dit restrisico wordt meegenomen in de bestuurlijke afweging over de omvang en de verandering van het groepsrisico. Bij het nemen van een Wro-besluit, Wm-besluit of Vervoersbesluit waarbij de verantwoording van het groepsrisico van toepassing is, accepteert de gemeente het restrisico.
•Waar zich externe veiligheidsknelpunten voor (kunnen) doen, hebben maatregelen die de kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen verlagen, de voorkeur boven maatregelen die het effect daarvan beperken. De operationalisering van zowel kansreducerende als effectbeperkende maatregelen op grond waarvan het groepsrisico acceptabel wordt geacht, moet goed zijn geborgd.
•De besluitvorming vindt op basis van bestaande regelgeving plaats. De gemeente houdt rekening met komende wet- en regelgeving. Dit houdt in dat de gemeente inzichtelijk maakt in welke mate de nieuwe (veranderde) regelgeving consequenties zal hebben voor het te nemen besluit. Het verkregen inzicht neemt zij mee in haar afweging om tot een besluit te komen
•De gemeente hanteert het principe “de veroorzaker betaalt”. Dit betekent dat degene die de externe veiligheidssituatie verandert, ook betaalt en zorgt voor een veilige omgeving.
4.3.2 Drempelwaardenlijstbedrijven (niet zijnde Bevi-inrichtingen)
De hierna beschreven beleidsuitspraken gelden alleen voor de drempelwaardenlijstbedrijven die niet onder het Bevi vallen
10Voorbeelden van drempelwaardenlijstbedrijven (niet-Bevi bedrijven) zijn propaantanks > 3 m3 en < 13 m3, bedrijven met opslag van verpakte gevaarlijke stoffen > 2,5 ton en < 10 ton in een opslagruimte, maar ook zwembaden met opslag van natriumhypochloriet, zoutzuur en/of zwavelzuur.
.
Nieuwvestiging of uitbreiding van deze drempelwaardenlijstbedrijven is toegestaan, mits het gaat om gebiedseigen en functiegerelateerde activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn propaantanks of koelinstallaties in het landelijk gebied of een zwembad met beperkte opslag van gevaarlijke stoffen in woonkernen. Bij het bovenstaande dient aan eventueel geldende regelgeving, zoals veiligheidsafstanden, te worden voldaan.
4.3.3 Vervoer van gevaarlijke stoffen
Ingevolge het toekomstige Landelijk Basisnet
11Landelijk Basisnet: In de nieuwe Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen heeft de overheid het zogenaamde Landelijke Basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen aangekondigd. Dit basisnet met daaraan gekoppeld gebruiksruimtes en veiligheidszones, moet de spanning verminderen tussen vervoersbelangen en ruimtelijke ordening. Het Basisnet beoogt een netwerk te zijn van bestaande spoor-, weg- en vaarwegverbindingen. De Nota is in januari 2006 in de Tweede Kamer behandeld, maar nog niet goedgekeurd.
gaan veiligheidszones gelden voor een aantal belangrijke transportassen. Een veiligheidszone is een zone langs de weg waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. Nieuwe beperkt-kwetsbare objecten zijn hier alleen in uitzonderingsgevallen toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het midden van de weg en begrensd door de PRmax. De PR-max is ook de grens van de gebruiksruimte voor vervoer. Het Landelijk Basisnet wordt wettelijk verankerd middels het komende Btev (zie ook par. 2.3). Voor de gemeente Doesburg gaat het hier alleen om de IJssel voor zover deze door de gemeente loopt. De gemeente houdt reeds rekening met dit nieuwe beleid door in voorkomende gevallen in haar besluitvorming te overwegen geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten binnen deze veiligheidszones toe te staan.
Voor de overige relevante transportassen, die niet tot het Landelijk Basisnet behoren geldt dat binnen een PR 10-6 contour nieuwe beperkt kwetsbare objecten in principe niet zijn toegestaan, tenzij hier gewichtige redenen voor zijn. Afwijkingen van de richtwaarde voor het PR moeten worden gemotiveerd. Van de grenswaarde wordt vanzelfsprekend niet afgeweken.
Voor alle relevante transportassen geldt dat met de oriëntatiewaarde wordt omgegaan zoals bedoeld in wet- en regelgeving. Toename van het groepsrisico, waarbij eventueel de oriëntatiewaarde wordt overschreden, kan gemotiveerd worden toegestaan. Hierbij wordt invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico zoals opgenomen in wet- en regelgeving.
Aanleg of verbreding van transportassen (wegen, vaarwegen en spoorwegen) waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, door of nabij woonkernen is niet gewenst.
In voorkomende gevallen waarin de gemeenten niet het bevoegd gezag is, trekt de gemeente in regionaal verband samen op met andere gemeenten om het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid in een vroeg stadium van de planvorming uit te dragen. Zij zal zich samen met eventuele andere betrokken gemeenten inspannen om de veiligheidsrisico’s (PR en GR) zo laag mogelijk te houden bij een tegelijkertijd zo optimaal mogelijke bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
De gemeente treedt hiertoe (samen met andere betrokken gemeenten) in overleg met de initiatiefnemer en eventueel het bevoegd gezag. Aanvullend daarop maakt de gemeente in relevante procedures gebruik van haar mogelijkheden om haar externe veiligheidsstandpunt uit te dragen.
4.3.4 Buisleidingen
Op 1 januari 2011 is het ‘besluit externe veiligheid inrichtingen buisleidingen (BEVB)’ in werking getreden. Het BEVB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De gemeente neemt het BEVB in acht. Hiertoe wordt informatie ingewonnen bij de leidingbeheerder over de berekende risico’s, en een advies opgevraagd bij de Veiligheid Gezondheidsregio Gelderland Midden met betrekking tot veiligheidsbevorderende maatregelen. Dit houdt in dat binnen het invloedsgebied van de betreffende buisleiding de externe veiligheidsrisico’s in kaart moeten worden gebracht.
Aanleg of uitbreiding van buisleidingen met gevaarlijke stoffen door of nabij woongebieden is niet gewenst. In voorkomende gevallen trekt de gemeente in regionaal verband samen op met andere betrokken gemeenten uit de regio om de veiligheidsrisico’s (PR en GR) zo laag mogelijk te houden bij een tegelijkertijd zo optimaal mogelijke bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid.
5 VAN BELEID NAAR UITVOERING
5.2.1 Borging in werkprocessen
5.2.2 Borging van maatregelen
Bij het bepalen of een groepsrisico acceptabel is wordt door de gemeente meegewogen of de kans op of het effect van een ongeval kan worden gereduceerd. In het besluit worden bijvoorbeeld maatregelen voorgeschreven die bij de bron kunnen worden genomen om de kans op een ernstig ongeval te beperken. Of er wordt rekening gehouden met voorzieningen die de effecten van een calamiteit voor de omgeving kunnen verminderen. Het is dan ook vanzelfsprekend dat de operationalisering van de maatregelen en voorzieningen op grond waarvan het groepsrisico acceptabel wordt geacht goed moet zijn geborgd. De gemeente geeft op de volgende wijze invulling aan deze borging:
1In de bij een bestuurlijk besluit behorende voorschriften worden eisen opgenomen waarmee het realiseren van de maatregelen en voorzieningen kan worden afgedwongen.
2Indien blijkt dat realisatie niet kan worden afgedwongen binnen het besluit zal bij de verantwoording GR geen rekening worden gehouden met de betreffende maatregelen en voorzieningen.
3Van hetgeen genoemd bij punt 2 kan worden afgeweken als het College van B&W besluit om gebruik te maken van hun mogelijkheid om als bevoegd gezag de uitvoering van de maatregelen en voorzieningen te borgen met een ander daartoe geschikt besluit.
Bijlage 1 Gehanteerde begrippen en afkortingen
Gehanteerde begrippen en afkortingen
Aanvalsplan
Een aanvalsplan is bedoeld voor de brandweer. Daardoor zijn bij een brand of een ongeval direct de belangrijkste gegevens bij de hand. Een aanvalsplan geeft informatie over de plaats van gevaarlijke stoffen en installaties, over vluchtwegen en toegangen, over brandscheidingen, e.d. In aanvalsplannen wordt meestal gebruikgemaakt van plattegronden; soms kan worden volstaan met een eenvoudig kaartje (bereikbaarheidskaart). Op grond van de Arbowet moeten bepaalde bedrijven zelf ook over een bedrijfsnoodplan beschikken. In sommige gevallen zijn aanvalsplannen en bedrijfsnoodplannen niet voldoende en moet er volgens de wet Rampen en zware ongevallen, een rampbestrijdingsplan worden gemaakt.
Beheersbaarheid
De beheersbaarheid van een calamiteit of ramp wordt bepaald door de mogelijkheden van de hulpdiensten en andere betrokken instanties om hun hulpverlenende taken goed uit te voeren. Denk hierbij aan de bereikbaarheid van de locatie, opstelmogelijkheden, aanwezige bluswatervoorziening, de beschikbaarheid en inzetbaarheid van materieel en personele capaciteit.
Bestaande situaties
Een op het tijdstip van inwerkingtreding van het BEVI:
•geldende Wm-vergunning;
•vastgesteld bestemmingsplan, projectbesluit of ontheffingsbesluit op grond waarvan de bouw of vestiging van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten is toegelaten;
•aanwezige kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.
(Zie ook nieuwe situaties)
Bevoegd gezag
Het bevoegd gezag is de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor de naleving van bepaalde wetgeving. In de regel is de gemeente of de provincie het bevoegd gezag, maar een waterschap of een ministerie kunnen ook bevoegd gezag zijn. Deze verantwoordelijkheid kan bestaan uit het afgeven van vergunningen, maar ook uit handhaving en het vaststellen van een bestemmingsplan. Dat is zorgen dat de regels worden nageleefd. Beheerders van (water)wegen, concessiehouders van buisleidingen en bedrijven zijn echter op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en het naleven van de regels.
BEVI
Het besluit legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf 1 april 2004 bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met externe veiligheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen.
BEVB
Op 1 januari 2011 is het ‘besluit externe veiligheid buisleidingen (BEVB)’ in werking getreden. Het BEVB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)’.
Bleve
Boiling liquid expanding vapour explosion.
Bijvoorbeeld de ontploffing van een tot vloeistof verdicht gas, zoals een LPG-tank.
Blootgestelde
Met blootgestelde worden de personen bedoeld, die zich op een plaats bevinden waar ze in aanraking (kunnen) komen met effecten van een ramp bij een risicobron.
Bronmaatregelen
Maatregelen bij de bron van risico’s, gericht op het wegnemen of terugdringen van de oorzaken van de gevaren.
BRZO-inrichting
In het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO 1999) staan criteria die aangeven welke bedrijven een risico van zware ongevallen hebben. Dit hangt samen met de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Voor deze bedrijven gelden strengere regels dan normaal. Er wordt binnen de groep BRZO-bedrijven nog onderscheid gemaakt tussen een zware en een lichtere categorie. De lichtere categorie wordt ook wel PBZO (preventiebeleid zware ongevallen)-bedrijven genoemd, omdat ze een preventiebeleid moeten hebben en een veiligheidsbeheersysteem (VBS). Voor bedrijven van de zware categorie geldt dit ook, maar deze moeten tevens een risicoanalyse uitvoeren en een veiligheidsrapport (VR) opstellen. Die bedrijven worden daarom ook wel VR(plichtige)-bedrijven genoemd.
BTEV
Eind 2008 is er een ambtelijke concept van het Besluit transportroutes externe veiligheid aangeboden aan de Tweede Kamer. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend.
Circulaire RNVGS.
De circulaire beschrijft het rijksbeleid voor veiligheidsbelangen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Naar verwachting wordt deze Circulaire wettelijk verankerd middels een nog te verschijnen Besluit transportroutes externe veiligheid transport (BTEV).
Contour
Lijn op de kaart getrokken door punten met een gelijke waarde, bijvoorbeeld van het plaatsgebonden risico.
Effect
Effecten van een incident met gevaarlijke stoffen, deze zijn:
•overdruk effecten (gevolg van een explosie);
•warmtestralingeffecten (gevolg van een brand en/of explosie);
•toxische effecten (gevolg van het vrijkomen van een toxische stof).
Effectgebied
Het effectgebied van een risicobron geeft aan tot op welke afstand er directe gezondheidseffecten kunnen zijn als er een ernstig ongeval bij de risicobron plaatsvindt. De kans dat een ongeluk gebeurt, is in het effectgebied niet verrekend. Dat is het belangrijkste verschil met risicocontouren. De in het Bevi genoemde invloedsgebieden hebben dezelfde omvang als het effectgebied, tenzij in de uitvoeringsbesluiten het invloedsgebied voor een specifieke stof anders is gedefinieerd.
Effectmaatregelen
Een maatregel die erop gericht is de gevaren weg te nemen of terug te dringen aan de zijde van de blootgestelde.
Explosie
Een explosie of ontploffing geeft een korte maar krachtige drukgolf en een kortdurende, hevige warmtestraling. Dit zijn de belangrijkste veroorzakers van letsel bij mensen in de buurt van een explosie. Ook brokstukken als bijvoorbeeld glasscherven, die door de drukgolf rondvliegen, kunnen levensgevaarlijke verwondingen veroorzaken. Explosies kunnen optreden bij:
•brandbaar gas: bijvoorbeeld aardgas, propaan, butaan of LPG;
•sommige vluchtige vloeistoffen;
•patronen en andere munitie;
•professioneel en consumentenvuurwerk;
•sommige producten, zoals geconcentreerde kunstmest;
•stof van bijvoorbeeld voedingsmiddelen, graan of hout.
fN-curve
Het groepsrisico wordt weergegeven als een curve in een grafiek met twee logaritmisch geschaalde assen, de zogenaamde fN-curve. Op de y-as wordt de cumulatieve frequentie f (per jaar) uitgezet en op de x-as het aantal te verwachten slachtoffers N. De curve geeft het verband tussen de omvang van de getroffen groep (N) en de kans (f) dat in één keer een groep van ten minste die omvang komt te overlijden
Gebruiksvergunning
De gemeente kan bedrijven en instellingen verplichten een gebruiksvergunning aan te vragen wanneer het voor de veiligheid van belang is extra regels te stellen aan het gebruik van hun gebouw. In een gebruiksvergunning kunnen eisen worden gesteld aan brandblusmiddelen, aan brandmeldinstallaties en andere veiligheidsvoorzieningen. Ook kan het gebruik worden beperkt tot een bepaald aantal mensen óf in opslagen tot een bepaalde hoeveelheid brandbaar materiaal. De gemeenten bepalen zelf welke soorten gebouwen gebruiksvergunningplichtig zijn. De hoogste prioriteit wordt daarbij gegeven aan gebouwen waarin niet-zelfredzame mensen verblijven of waarin grote groepen mensen aanwezig kunnen zijn.
Geprojecteerde (beperkt) kwetsbaar object / geprojecteerde risicobron
Nog niet aanwezig object c.q. niet aanwezige risicobron die op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is.
Gevaarlijke stoffen
Gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag, risico’s met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit. De gevaren zijn vaak de keerzijde van nuttige eigenschappen van die stoffen. Het zijn vaak brandstoffen, of grondstoffen voor nuttige producten zoals medicijnen, kunststoffen en kunstmest of hulpstoffen die voor allerlei doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld voor koelen, reinigen of conserveren. Daarnaast kan het ook om afvalstoffen gaan.
Grenswaarde
Grenswaarde als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer. Van een grenswaarde mag niet worden afgeweken. Zowel in het Bevi als in de Circulaire RNVGS als in de toekomstige AMvB Buisleidingen is voor nieuwe situaties de grenswaarde voor het Plaatsgebonden Risico voor kwetsbare objecten 10-6 per jaar. Dit houdt in dat er binnen de PR 10-6 contour zich geen kwetsbare objecten mogen bevinden.
Groepsrisico (GR)
Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Anders gezegd geeft het groepsrisico weer wat de kans is op het overlijden van een groep personen ten gevolge van een ongeval bij een risicolle activiteit (risicovol bedrijf, transportas of buisleiding) waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Voor het groepsrisico is geen grenswaarde vastgesteld, maar geldt een verantwoordingsplicht. Binnen deze verantwoordingsplicht moeten zowel kwalitatieve als kwantitatieve elementen worden beschouwd. Voor toetsing van de kwantitatieve elementen is een oriëntatiewaarde vastgelegd. Deze oriëntatiewaarde kan door het bevoegd gezag als handvat worden gebruikt, maar is geen harde norm.
Hulpdiensten
Brandweer, geneeskundige hulpverlening en politie.
Inrichting
Het woord inrichting komt onder andere uit de Wet milieubeheer. Het betreft bedrijven die vallen onder een AMvB ex. 8.40 van de Wet milieubeheer of inrichtingen waarvoor een milieubeheervergunning noodzakelijk is.
Invloedsgebied
Het gebied waarin volgens bij regeling van de minister vast te stellen regels personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Het invloedsgebied voor het groepsrisico bij bedrijven is het gebied tot aan de 1% letaliteitscontour, behalve voor LPG-tankstations, waar de grens van het invloedsgebied op de 100% letaliteitscontour is vastgesteld. Deze laatste is gelijk aan 150 meter.
Kans
De kans dat iemand overlijdt door een ongeval met die stoffen (als deze persoon tenminste een jaar lang permanent op die plaats zou verblijft). Zie verder bij plaatsgebonden risico en bij risicocontour
Kwetsbaar object en beperkt kwetsbaar object
In het Bevi zijn niet limitatieve definities opgenomen van de begrippen beperkt kwetsbaar en kwetsbaar object. Ter plaatse van kwetsbare objecten moet aan de grenswaarden van het Bevi worden voldaan. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld woningen, ziekenhuizen, grote kantoorgebouwen etc. Ter plaatse van beperkt kwetsbare objecten moet aan de richtwaarden van het Bevi worden voldaan. Beperkt kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld kleine kantoorgebouwen, verspreid staande woningen, etc.
1% letaliteitscontour
De 1%-letaliteitscontour geeft de afstand aan van de risicovolle inrichting of transportroute tot een punt waarbij een daar aanwezige persoon nog een kans van 1% heeft om te overlijden ten gevolge van een ongeval binnen die inrichting. NB: (niet-letale) effecten kunnen veel verder reiken dan de grens van het invloedsgebied.
Nieuwe situaties
Het betreft situaties ná inwerkingtreding van het Bevi (27 oktober 2004):
•het veranderen van een bestaande inrichting waarvoor een milieuvergunning nodig is en waarbij de verandering nadelige gevolgen heeft voor het Plaatsgebonden Risico;
•een bestemmingsplan dat wordt vastgesteld of herzien (inclusief de goedkeuring ervan);
•een vast te stellen wijzigings-, uitwerkings- of ontheffingsbesluit en de in verband daarmee af te geven verklaring van geen bezwaar;
•besluiten die betrekking hebben op vervangende nieuwbouw en opvulling van gaten binnen aaneengesloten bebouwing in bestaand stedelijk gebied.
(Zie ook bestaande situaties).
Ontruimingsplan
Een ontruimingsplan geeft aan hoe een ontruiming van een gebouw of een terrein moet plaatsvinden. De overheid eist in bepaalde gevallen een ontruimingsplan van bedrijven. Het gaat daarbij uiteraard om de veiligheid van groepen mensen die aanwezig kunnen zijn.
Oriëntatiewaarde
Betreft een toetsingswaarde die het karakter heeft van een oriënterende waarde. Het betreft één van de criteria die betrokken moet worden bij het geven van invulling aan de verantwoordingsplicht. Een oriëntatiewaarde heeft in tegenstelling tot een grens- en richtwaarde geen juridische status.
Personendichtheid
De dichtheid van het aantal personen in een gebied. De wijze van bepaling van deze dichtheid is vastgelegd bij ministeriële regeling.
Plaatsgebonden Risico (PR)
Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Preparatie
Preparatie omvat al datgene dat moet worden voorbereid om incidenten te kunnen bestrijden. In de preparatieve fase zorgt men voor het onderhoud van brandkranen, de bereikbaarheid van wijken en objecten en het maken van aanvalsplannen, rampenbestrijdingsplannen of rampenplannen, waardoor men na het uitbreken van een calamiteit voorbereid is op de bestrijding daarvan.
Preventie
Het voorkómen van een incident waarbij gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen of uitbreiding van dat incident.
Pro-actie
Vroegtijdige betrokkenheid en invloed op ontwerpen op het gebied van ruimtelijke ordening, infrastructuur en milieu.
Ramp
Volgens de Wet rampen en zware ongevallen is een ramp of zwaar ongeval een gebeurtenis:
1waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad;
2waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Rampbestrijdingsplan
In een rampbestrijdingsplan legt een gemeente vast welke voorbereidingen zijn getroffen voor de bestrijding van een specifieke ramp of een specifieke soort ramp. De gemeente moet een beleid hebben waarin is bepaald voor welke overige gevallen een rampbestrijdingsplan wordt gemaakt. Het gaat erom dat er een rampbestrijdingsplan komt voor rampen en zware ongevallen waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn.
Voor sommige risicosituaties is een rampbestrijdingsplan direct wettelijk verplicht. In een rampbestrijdingsplan moet de afstemming met aangrenzende gemeenten en aangrenzende gebieden in buurlanden zijn gewaarborgd.
Rampenplan
Elke gemeente moet een rampenplan hebben. Het rampenplan somt op wat er in een gemeente voor de rampenbestrijding in het algemeen geregeld moet zijn. Het is het 'masterplan' voor de gemeentelijke rampenbestrijding.
Register risicosituaties gevaarlijke stoffen
Het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS) is een centraal landelijk register met gegevens over risicosituaties die in Nederland bestaan rond het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Deze gegevens worden beheerd door het RIVM en via internet op een risicokaart gepresenteerd. Daarnaast worden deze gegevens gebruikt in plaatselijke risicokaarten die ook andere risicosituaties tonen.
Richtwaarde
Richtwaarde als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico. Van een richtwaarde mag slechts om gemotiveerde redenen worden afgeweken. Zowel in het Bevi als in de Circulaire RNVGS als in de komende Amvb Buisleidingen is de richtwaarde voor het Plaatsgebonden Risico voor kwetsbare objecten 10-6 per jaar. M.a.w. Binnen de PR 10-6 contour mogen alleen goed gemotiveerd beperkt kwetsbare objecten bevinden.
Risico
Het risico van gevaarlijke activiteiten wordt onderverdeeld in twee aspecten, namelijk in kansen en effecten:
•kans: de berekende kans dat een bepaald ongeval of een ramp zich voordoet. Deze kans wordt gecombineerd met de kans dat er mensen door het ongeval overlijden. Op de risicokaart kunnen deze kansen soms in de vorm van risicocontouren worden weergegeven.
•effect: wanneer er een ongeval of een ramp gebeurt, heeft dat in een bepaald gebied effecten. Op de risicokaart kan dit effectgebied aangegeven worden.
Risicobron
De plaatsen waar risico's vandaan (kunnen) komen, worden risicobronnen genoemd. In algemene zin gaat het om:
•bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden gemaakt, gebruikt of opgeslagen;
•routes en pijpleidingen waarover of -door gevaarlijke stoffen worden getransporteerd.
Risicocontouren
Een risicocontour geeft aan hoe hoog in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron. Deze contourlijnen kan men bijvoorbeeld vergelijken met de gewone hoogtelijnen op een kaart: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner.
Risicokaart
Een risicokaart laat zien waar risicobronnen liggen. Het gaat daarbij om risicobronnen waardoor mensen direct letsel kunnen oplopen. Bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen en andere relevante risico's, zoals overstromingen. In totaal kunnen de risico's van een dertiental verschillende ramptypen op kaart worden getoond. Maar er zijn ook risicokaarten waarop alleen risicosituaties met gevaarlijke stoffen staan.
Route gevaarlijke stoffen
Voor de routering van gevaarlijke stoffen is de Wet vervoer gevaarlijke stoffen van belang. Alle rijkswegen (enkele tunnels onder belangrijke vaarwegen daargelaten) en de meeste provinciale wegen zijn aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen. Gemeenten mogen voor de zogenaamde routeplichtige stoffen gemeentelijke wegen binnen hun grenzen aanwijzen waarover deze gevaarlijke stoffen mogen worden vervoerd (en daarbuiten dus niet). Redenen voor routering zijn bijvoorbeeld kwetsbare situaties, zoals dichte bebouwing, de aanwezigheid van een ziekenhuis of de ligging van een waterwingebied. De gemeente kán vervolgens ook vrijstelling verlenen aan bedrijven als deze hiertoe een verzoek indienen.
Scenario
Als er een ernstig ongeval plaatsvindt, hangt de afloop vaak af van wisselende omstandigheden. Dus een ongeval kan volgens verschillende scenario’s verlopen. Bij het onderzoek naar de risico’s (PR en GR) worden daarom diverse scenario’s verwerkt. In de scenario’s wordt ook rekening gehouden met weersomstandigheden die van invloed kunnen zijn, bijvoorbeeld de wind.
Transportroute
Transport van gevaarlijke stoffen vindt vooral plaats over de weg, over het water, per spoor en door buisleidingen.
Veiligheidsrapport
De meest gevaarlijke bedrijven die vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO 1999), moeten een veiligheidsrapport opstellen. In het veiligheidsrapport moet onder andere worden aangetoond dat:
•een preventiebeleid en een veiligheidsbeheerssysteem zijn ingevoerd;
•gevaren zijn geïdentificeerd en doeltreffende maatregelen zijn genomen;
•de installatie en de bedrijfsvoering voldoende veilig en betrouwbaar zijn.
Verantwoordingsplicht voor het groepsrisico
Artikel 12 en 13 van het BEVI en paragraaf 4.3 van de Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen verplicht bevoegde gezagen om elke toename respectievelijk verandering in het groepsrisico te verantwoorden. Zie bij de begripsomschrijving van bedoeld besluit en circulaire voor nadere informatie.
Zelfredzaamheid
Zelfredzaamheid is de mate waarin de aanwezigen (bewoners, werkenden, bezoekers) zich op eigen kracht in veiligheid kunnen brengen. Voorbeelden van aspecten die de zelfredzaamheid beïnvloeden zijn:
•preventieve voorlichting/communicatie in de richting van bewoners;
•de planning van functies van gebouwen met gebruikers met een hoge dan wel een verminderde zelfredzaamheid;
•infrastructurele voorzieningen om de gevarenzone te ontvluchten, vluchtrichtingen e.d.;
•maatregelen voor het alarmeren en informeren van bewoners;
•mogelijkheden om bouwwerken via maatregelen beter te beveiligen, zoals de ventilatie van af te sluiten ruimte (te controleren/reguleren), beter glas, nooduitgangen, etc.
Bijlage 2 Overzicht van belangrijke wet- en regelgeving
Overzicht van belangrijke wet- en regelgeving
Na de vuurwerkramp in Enschede (mei 2000) heeft de overheid haar veiligheidsbeleid bijgesteld. Het nationale milieubeleidsplan (NMP-4) dat na deze ramp is opgesteld, voorziet niet alleen in aanscherping en uitwerking van beleid voor inrichtingen, maar ook voor het transport van gevaarlijke stoffen. Doel hiervan is een betere handhaving te garanderen en zo mogelijk te voorzien in een wettelijke grondslag voor het omgaan met risico’s bij inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij het laatste gaat het om bronmaatregelen en het inrichten van Nederland.
Samenvattend zijn er een aantal wetten en regels van belang als uitgangspunt voor het opstellen van een externe veiligheidsvisie, deze worden in onderstaande tabel gepresenteerd.
Tabel B1.1Relevante wet- en regelgeving
Afk.
Naam
Inhoud/ relevantie
Wm
Wet milieubeheer
Op grond van deze wet verstrekt de bevoegde overheid een milieuvergunning aan bedrijven. Bevoegd gezag stelt eisen t.a.v. milieukwaliteit. Een van de milieukwaliteiten is externe veiligheid.
Voor de sanering van LPG-tankstations geldt een schadevergoeding, die is gebaseerd op artikel 15.20 van de Wet milieubeheer.
Wro
Wet ruimtelijke ordening
Hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en gewijzigd worden, is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze wet bepaalt de taken van de overheid en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen. De Wro regelt o.a. de plaatsing van risicobronnen en risico-ontvangers ten opzichte van elkaar.
Wvgs
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wet in het kader van internationale vervoersvoorschriften (ADR/ADNR/RID). WVGS is een integrale kaderwet voor de routering van gevaarlijke stoffen. Alle rijkswegen (enkele tunnels onder belangrijke vaarwegen daargelaten) en de meeste provinciale wegen zijn aangewezen als route voor gevaarlijke stoffen.
RNVGS
Nota Risico Normering
Vervoer Gevaarlijke Stoffen (1996)
In de nota is in algemene zin uiteengezet hoe de risicobenadering in de besluitvorming moet worden toegepast. Daarnaast bevat de nota een norm voor het plaatsgebonden risico en een oriëntatiewaarde voor het groepsrisico.
Seveso I/II
EU-richtlijn
Richtlijn van de Europese Unie. De Seveso-richtlijn is genoemd naar het Italiaanse dorpje Seveso waar begin jaren '80 van de 20e eeuw een chemische fabriek op hol sloeg. Dat leidde tot een Europese richtlijn om zware ongevallen met gevaarlijke stoffen te voorkomen. De Seveso-II-richtlijn stelt eisen aan het veiligheidsbeleid van bedrijven die op grote schaal met gevaarlijke stoffen werken. Doelstelling is het voorkomen en beperken van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
BRZO ‘99
Besluit Rampen en Zware Ongevallen
Met het inwerkingtreden van het BRZO 1999 heeft Nederland het grootste deel van de Seveso-II-richtlijn in Nationale wetgeving vastgelegd. Dit besluit heeft als doel mens en milieu te beschermen tegen ernstige ongevallen met gevaarlijke stoffen door dergelijke ongevallen zoveel mogelijk te voorkomen en bij ongevallen de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken.
WRZO
Wet Rampen en Zware ongevallen
Deze wet van januari 1985 regelt de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij de bestrijding van rampen. Het rijk heeft een groot deel van de taken van de rampenbestrijdingbij de gemeenten gelegd. Dit is geregeld in de Wrzo. In deze wet staat omschreven welke taken de gemeenten hebben, hoe zij zich moeten voorbereiden en hoe de bevelsstructuur is bij een ramp of een zwaar ongeval.
WKR
Wet kwaliteitsbevordering rampenbestrijding
Deze wet van 1 juli 2004 scherpt de Brandweerwet 1985, de Wrzo, de Wet Geneeskundige hulpverlening bij rampen (WGHR) en de Wet ambulancevervoer aan. De WKR introduceert onder meer het regionaal beheersplan rampenbestrijding en een cyclisch traject van 4 jaar voor alle regionale planvorming inzake de voorbereiding van de rampenbestrijding, het toezicht daarop door de provincie en het rijk en de bestuurlijke rapportage daaromtrent.
BEVI
Besluit Externe Veiligheid inrichtingen
Het besluit legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf 1 april 2004 bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met externe veiligheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen.
REVI
Regeling Externe Veiligheid Inrichtingen
Regeling met regels voor de afstanden en berekening van het plaatsgebonden- en groepsrisico ter uitvoering van het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
RRGS
Registratiebesluit risicosituaties gevaarlijke stoffen
In het Registratiebesluit worden overheden verplicht om risicosituaties met gevaarlijke stoffen te melden in het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen. In het besluit wordt exact omschreven wat in het RRGS wordt opgenomen.
PGS
Publicatiereeks gevaarlijke stoffen (2005)
De publicatiereeks Gevaarlijke stoffen (PGS) vervangt de voormalige CPR-richtlijnen. Deze worden veel gebruikt bij vergunningverlening en algemene regels op grond van de Wet milieubeheer (8.40-AMvB's) en bij arbeids-, transport- en brandveiligheid
C-RNVGS
Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke stoffen (2004)
De circulaire beschrijft het rijksbeleid voor veiligheidsbelangen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. Naar verwachting wordt deze Circulaire wettelijk verankerd middels een nog te verschijnen Besluit transportroutes externe veiligheid transport (BTEV).
-
Circulaire Zonering langs Hogedruk, Aardgas-Transportleidingen(1984)
Circulaire waarin VROM veiligheidsafstanden heeft vastgelegd voor transportleidingen waarin aardgas onder hoge druk wordt getransporteerd
-
Circulaire 'K1K2K3 brandbare vloeistoffen'(1991)
In deze circulaire zijn veiligheidsafstanden vastgelegd. K1-vloeistoffen zijn licht ontvlambaar (bijvoorbeeld benzine en spiritus). K2-vloeistoffen zijn ontvlambaar (bijvoorbeeld petroleum, terpentine en thinner). Onder K3-vloeistoffen vallen gas- en dieselolie.
Activiteitenbesluit
Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. In het Activiteitenbesluit zijn tien 8.40 AMvB's, het 'Besluit voorzieningen en installaties' en het 'Besluit opslaan in ondergrondse tanks' samengevoegd. Ook de algemene regels voor de metaal-elektrobranche, die nu nog onder de milieuvergunning valt, staan in dit besluit. Voor een aantal activiteiten zijn veiligheidsafstanden opgenomen, zoals voor propaantanks.
Concept AMvB Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
Deze AMvB stelt regels aan risiconormering en -zonering langs buisleidingen, het opnemen van voorschriften in bestemmingsplannen, technische eisen, het aanwijzen van een toezichthouder, melding van incidenten en beschikbaarheid van noodplannen. In augustus 2009 is het ontwerp Besluit externe veiligheid buisleidingen gepubliceerd, met daarin ruimtelijke, technische en veiligheidsaspecten. Naar verwachting treedt deze AMvB in 2011 in werking. Met de in werking treding van deze AMvB komen de Circulaire 'K1K2K3 brandbare vloeistoffen'(1991) en de Circulaire ‘Zonering langs Hogedruk, Aardgas-Transportleidingen’(1984) te vervallen.
Concept AMvB Besluit Transportroutes Externe Veiligheid (Btev)
Eind 2008 is er een ambtelijke concept van het Besluit transportroutes externe veiligheid aangeboden aan de Tweede Kamer. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend.
Bijlage 4 Gemeentelijke taakstelling Externe veiligheidsbeleid & uitvoeringsprogramma
Incidentele taken
Product
Wettelijk
Niet-wettelijk
Toelichting
Trekker (afdeling)
Overige betrokken afdeling(en)
Capaciteit (uren)
2014
2015
2016
2017
Incidentele taken
1Actualiseren EV-beleid
x
Doorlopen procedure; oa. voorleggen gemeenteraad
SO
Brandweer BJZC
20
0
0
0
2Presentatie EV-beleid (intern / extern)
x
EV-beleid bekend maken (inhoud, vorm, aanleiding)
SO
Brandweer, BJZC
5
0
0
0
3Vastleggen EV taken actueel houden risico inventarisatie (RRGS/ISOR) en risicokaart
x
Vastleggen uitbesteding EV-taken aan ODRA mbt inventarisatie (geprojecteerde) risico's en (bep) kwetsb. objecten, en actueel houden RRGS/ISOR)
SO
Afgerond
0
0
0
4Opstellen en aanpassen werkinstructies/ procedures
-Toepassen EV beleid bij RO procedures;
-Toepassen EV beleid bij milieuvergunningen
X
Vastleggen EV-taken en informatie uitwisseling
SO
Afgerond
0
0
0
5Opstellen behandelprotocol verantwoording
x
Vastleggen van vaste uniforme werkwijze en overdrachtafspraken binnen de regio (regionaal project)
ODRA
Afgerond
pm
pm
pm
6Opstellen werkproces advisering Veiligheid Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM)
x
Vastleggen van vaste uniforme werkwijze en informatieuitwisseling tussen gemeenten en VGGM ihkv VGR (regionaal project)
ODRA
VGGM
Afgerond
pm
pm
pm
7Borging van maatregelen
x
Vastleggen werkwijze borging van maatregelen op grond waarvan in besluit GR acceptabel wordt geacht
BWM
Afgerond
pm
pm
pm
8Actualiteit aanvalsplannen en bereikbaarheidskaart
x
Check op actualiteit en indien nodig aanpassen
pm
pm
pm
pm
9Nut en noodzaak regionale routering
x
Regionaal onderzoek naar de doelmatigheid en efficiëntie van een regionaal routeringsnetwerk
ODRA
Afgerond
pm
pm
pm
10Gevolgen nieuwe regelgeving Landelijk Basisnet
x
Regionaal onderzoek naar de (ruimtelijke) consequenties van de nieuwe regelgeving voor de regio
ODRA
pm
pm
pm
pm
11Gevolgen nieuwe regelgeving buisleidingen
x
Idem ten aanzien van de nieuwe regelgeving rondom buisleidingen
ODRA
pm
pm
pm
pm
12Uitvoering risicocommunicatie
x
Uitvoering 3-jarige campagne
VGGM
pm
pm
pm
pm
Totaal
pm
pm
pm
pm