Gemeentelijke regelgeving

Participatiebeleid "Inwonersparticipatie gemeente Dinkelland"

Gemeente Dinkelland · geldt sinds 12 december 2023

Aanhef

De raad van de gemeente Dinkelland,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24 oktober 2023, nr. 17 A;

gelet op het advies van de commissie Omgeving en Economie van 14 november 2023;

gelet op artikel 150 Gemeentewet, artikel 16.55 lid 7 Ow en artikel 4:81 lid 1 Algemene wet bestuursrecht;

besluit:

Vast te stellen van:

1de Verordening Inwonersparticipatie gemeente Dinkelland;

2het Participatiebeleid "Inwonersparticipatie gemeente Dinkelland"

3. VISIE OP INWONERSPARTICIPATIE

3.4 Vormen van inwonersparticipatie

3.4.1 Inspraak

In de ”Verordening inwonersparticipatie” is ook de formele vorm van inspraak opgenomen. Dit is de formele vorm waarin inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden hun zienswijze over beleidsvoornemens kunnen geven voordat er definitieve besluitvorming plaatsvindt door de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of door de burgemeester. Het is een klassieke vorm, omdat er ontwerpbeleid ter inzage wordt gelegd, waarop kan worden gereageerd.

3.4.2 Inwonersparticipatie

In de ”Verordening inwonersparticipatie” zijn nieuwe vormen van participatievormen opgenomen. Inwonersparticipatie ziet erop dat de gemeente inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden betrekt bij beleid dat impact heeft op de lokale samenleving en kan de vorm aannemen van informeren, raadplegen en adviseren. De wijze waarop en met welke uitgangspunten vorm kan worden gegeven aan inwonersparticipatie is opgenomen in hoofdstuk 5 van dit beleid.

3.4.3 Uitdaagrecht

In het ontwerpwetsvoorstel van het Rijk wordt ook de mogelijkheid van het uitdaagrecht (voorheen bekend als Right to Challenge) geregeld. Er is in het wetsvoorstel opgenomen dat regels over het uitdaagrecht, als specifieke vorm van participatie, onderdeel kunnen zijn van de participatieverordening. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners hun gemeente verzoeken om de uitvoering van een taak van de gemeente over te nemen, al dan niet met bijbehorend budget, omdat zij denken deze taak beter en goedkoper uit te kunnen voeren. Voorbeelden hiervan zijn het onderhoud van een park, het beheer van sportvelden of andere maatschappelijke voorzieningen.

De gemeente Dinkelland biedt het uitdaagrecht als vorm van inwonerparticipatie aan haar inwoners aan. Het initiatief om hier gebruik van te maken leggen we bij de inwoners. Als zij van mening zijn dat zij een gemeentelijke taak beter, slimmer, goedkoper of anders kunnen doen, gaan wij graag met hen in gesprek om hier gezamenlijk afspraken over te maken. Wij brengen deze mogelijkheid als gemeente actief onder de aandacht bij onze kernraden en werkgroepen Mijn Dinkelland 2030.

3.4.4 Interactie met de samenleving

Een andere vorm van participatie is het invoeren en hebben van interactie met de samenleving. Op dit moment kent de gemeente Dinkelland hiervoor een Burgerpanel. Wij brengen deze mogelijkheid actief onder de aandacht bij onze MijnDinkelland 2030 werkgroepen en kernraden. Blijkt daaruit dat inwoners behoefte hebben aan meer dan interactie, bijvoorbeeld aan een online participatietool, dan onderzoeken we deze mogelijkheid samen met hen.

3.4.5 Doelgroep participatie

Soms vraagt een bepaalde doelgroep om een specifieke aanpak. Je kunt hierbij denken aan de doelgroep agrariërs, senioren of jongeren. We passen maatwerk toe als deelname door een specifieke doelgroep gewenst en van toegevoegde waarde is. Hierbij hebben we aandacht voor de wijze waarop en via welke kanalen we bijvoorbeeld jongeren benaderen, passend bij deze doelgroep. We maken ook gebruik van goede ervaringen elders. Dit participatiebeleid vormt de kapstok waar de aanpak voor een bepaalde doelgroep aan opgehangen kan worden.

4. PARTICIPATIE ONDER DE OMGEVINGSWET

4.2 Vormen van participatie onder de Omgevingswet

4.2.1 Omgevingsvisie en programma

Bij de vaststelling van een omgevingsvisie en een programma geldt een motiveringsplicht voor de gemeente. Hoe zijn inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de besluitvorming betrokken en wat zijn de resultaten.

4.2.2 Omgevingsplan

Ook hier geldt een motiveringsplicht voor de gemeente. In vergelijking met een omgevingsvisie en programma geldt een extra vereiste. Het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen moet de gemeente publiceren. In de publicatie moet staan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken.

4.2.3 Omgevingsvergunning

Bij omgevingsvergunningen is participatie een aanvraagvereiste. Dat betekent dat de aanvrager bij de vergunningaanvraag moet aangeven of inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Als dat zo is, dan verstrekt de aanvrager bij de aanvraag gegevens over hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.

Uit de wettelijke regels volgt dat er geen verplichte participatie is voor de aanvrager. Zo mag het antwoord op de vraag of aan participatie is gedaan ‘nee’ zijn. Er is geen wettelijke ruimte om aanvullende eisen te stellen.

•Als een initiatief volledig bij recht voldoet aan het geldende Omgevingsplan is er juridisch gezien geen ruimte meer voor een belangenafweging. Participatie is dan minder zinvol. Dit betekent echter niet dat belanghebbenden niet geïnformeerd hoeven te worden. Het is altijd verstandig om je naaste buren te informeren en vragen te beantwoorden. Het is echter niet nodig om een uitgebreid participatietraject te doen.

In paragraaf 7.3 is een handleiding opgenomen over hoe de aanvrager het participatieproces kan vormgeven en hoe de omgeving kan worden betrokken.

4.2.4 Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit

Aanvragen om omgevingsvergunningen die niet voldoen aan het omgevingsplan en waarbij alleen medewerking kan worden verleend als wordt afgeweken van het omgevingsplan noemen we buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Participatie is in dat geval ook een aanvraagvereiste. Belangrijk verschil is echter wel dat bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit participatie wel verplicht kan worden gesteld. De Omgevingswet geeft de gemeenteraad de mogelijkheid om bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gevallen aan te wijzen waarin een initiatiefnemer verplicht is derden uit te nodigen om te participeren.

•Bij het buitenplans afwijken van een omgevingsplan is er wel ruimte voor een belangenafweging. Participatie is dan zinvol. De gemeenteraad heeft in een raadsbesluit behorend bij dit beleid besloten om alle aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te wijzen als activiteit waar participatie verplicht is.

Onder de Omgevingswet is het concept principeverzoek (was vooroverleg) belangrijk. In het concept principeverzoek bespreekt de initiatiefnemer het initiatief met de gemeente. Dan wordt duidelijk wat nodig is om de definitieve aanvraag in te dienen. Participatie maakt onderdeel uit van het concept principeverzoek. Al in dit stadium wordt de initiatiefnemer gevraagd om aan te geven welk participatietraject gevolgd wordt en met welk doel. Dat geeft de gemeente de mogelijkheid om aandachtspunten voor het participatietraject mee te geven.

De afweging om wel of geen medewerking te verlenen aan een project ligt bij de gemeente.

1Hier wordt gemakshalve gesproken over gemeente. Juridisch gezien is dit het bevoegde bestuursorgaan. Denk aan het college of de gemeenteraad.

De gemeente neemt een besluit waarin alle relevante belangen worden meegenomen en afgewogen. Hierbij speelt het participatiebeleid ook een rol. Door vroegtijdige participatie kunnen de belangen goed in kaart worden gebracht. Daar waar gaandeweg blijkt dat belangen te ver uit elkaar liggen, is het aan de gemeente om de verschillende belangen af te wegen en tot een besluit te komen. Hierbij moeten soms knopen (van tegenstrijdige belangen) worden doorgehakt. De gemeente kan niet één belang voorop stellen, enkel omdat een belangengroep dit wil, als dit het algemeen belang schaadt.

In juridische termen is sprake van een inspanningsverplichting. Dit betekent niet dat de meeste stemmen gelden. Het is wenselijk om voldoende maatschappelijk draagvlak te verkrijgen en inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden te laten participeren. Het betekent niet dat per definitie geen medewerking wordt verleend als draagvlak of een vorm van participatie ontbreekt.

Bij aangewezen gevallen waar participatie verplicht is, kan het college een aanvraag buiten behandeling laten bij geen of onvoldoende participatie. Wel moet aanvrager de gelegenheid krijgen het gebrek te herstellen. Aanvrager moet in ieder geval het verslag aanleveren zoals dat is verwoord in paragraaf 5.5 van dit beleid.

Verwachte lijn in de rechtspraak

Het is aannemelijk dat onder de Omgevingswet door de bestuursrechter indringender zal worden getoetst in hoeverre een initiatiefnemer “reële inspanningen” heeft verricht om draagvlak te verwerven. Bij onvoldoende inspanning, kan dat gebrek mogelijk tot vernietiging van het besluit leiden. Het gemeentelijke participatiebeleid speelt in de rechtelijke toetsing een rol. De toekomst zal leren hoe de jurisprudentie zich precies ontwikkelt. Juridische ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat het participatiebeleid wordt aangepast. Dit geldt overigens ook als na inwerkingtreding van de Omgevingswet uit ervaringen blijkt dat het participatiebeleid bijstelling nodig heeft.

Bij participatieprocessen heeft ieder een eigen rol. Hieronder beschrijven we de verschillende rollen.

In dit hoofdstuk benoemen we de verschillende middelen die er zijn als het gaat om inwonersparticipatie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.