Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland,
overwegende dat het college van burgemeester en wethouders op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 nadere regels dient vast te stellen,
gelet op artikel 2.1.3 lid 3 van de Wmo 2015 en artikel 21 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Dinkelland, artikel 2.10 van de Jeugdwet en artikel 15 van de Verordening Jeugdhulp gemeente Dinkelland en artikel 150 gemeentewet,
besluit vast te stellen het navolgende:
Artikel 1 Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze nadere regelgeving worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben de betekenis die de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 daaraan toekent.
2In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.Adviesraad: Adviesraad sociaal domein Dinkelland; een onafhankelijk adviesraad voor het college bestaande uit leden benoemd op basis van deskundigheid en affiniteit het sociaal domein. De werktitel voor deze adviesraad is Wmo-lab Dinkelland.
b.Beleid: de gestelde doelen met daaraan verbonden de beschikbare middelen en een tijdpad.
c.Burgerparticipatie: de gestructureerde wijze waarop de gemeente de inwoners betrekt bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van beleid;
d.College; het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland
e.Gemeente; de gemeente Dinkelland
f.Ingezetene: inwoner van de gemeente Dinkelland.
g.Wet: de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 2 Taken en doelstelling Adviesraad
1De Adviesraad:
a.Brengt ongevraagd advies uit aan het college voor het beleid betreffende (besluitvorming over) het sociaal domein.
b.Brengt gevraagd advies uit aan het college bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende het sociaal domein.
c.Realiseert een periodiek overleg waaraan ingezetenen input kunnen leveren voor de vergadering.
d.Adviseert en doet voorstellen over collectieve vraagstukken op het terrein van het sociaal domein.
e.Kan in een concreet geval het college adviseren over de mate waarin de burgerparticipatie zal worden toegepast en georganiseerd.
f.Signaleert en adviseert leemten en knelpunten in het beleid en de uitvoering.
g.Draagt ideeën en voorstellen aan voor de verbetering van ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid.
h.Adviseert niet naar aanleiding van klachten, bezwaarschriften en andere zaken die op individuele cliënten betrekking hebben.
2Jaarlijks voor 1 juli stuurt de Adviesraad de volgende stukken over het voorgaande jaar aan het college:
a.Een openbaar jaarverslag met daarin een financiële paragraaf, met daarin tenminste een overzicht van activiteiten en overzicht van uitgebrachte adviezen in het voorgaande kalenderjaar.
b.Een overzicht van zittende leden inclusief een rooster van in functie treding/ herbenoeming/ aftreden voor de zittende leden.
Artikel 3 Taken college
1Het college vraagt in ieder geval advies van de Adviesraad over:
a.Beleidsdocumenten betreffende het sociaal domein, waaronder de documenten zoals omschreven in de Wmo 2015, Jeugdwet en Participatiewet;
b.Verordeningen en daaruit volgende documenten;
c.Uitkomsten en waar mogelijk opzet van evaluaties, waaronder het jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.
2Het college stelt elk jaar in december een jaarplanning voor het daarop volgend jaar aan de Adviesraad beschikbaar. In overleg worden daarop afspraken gemaakt tussen Adviesraad en het college betreffende deze jaarplanning. Per kwartaal ontvangt de Adviesraad een eventuele bijstelling van de planning.
3Het college draagt er zorg voor dat er een ambtelijk contactpersoon is die als taak heeft de Adviesraad te ondersteunen. Het gaat daarbij om de volgende activiteiten.
a.Toelichten van gemeentelijke (beleids)voornemens.
b.Klankbordfunctie vervullen voor de Adviesraad.
c.Indien nodig of gewenst bijwonen van de reguliere vergaderingen
d.Signaleren en naar de Adviesraad vertalen van landelijke en / of lokale trends wat betreft het sociaal domein
e.Voorzien van benodigde informatie voor adequate deelname aan het overleg
Artikel 4 Werkwijze
1De Adviesraad en het college leveren een actieve bijdrage aan een vlotte voortgang van het beleidsproces, met inachtneming van de kwaliteit van het proces en van het eindproduct. Als het college advies vraagt aan de Adviesraad dan wordt het advies op een zodanig tijdstip gevraagd dat het daadwerkelijk van invloed kan zijn op de inhoud van de betreffende documenten en/of besluiten.
2De Adviesraad adviseert zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 6 weken nadat om advies is gevraagd.
3De adviezen van de Adviesraad kunnen:
a.mondeling gegeven worden in een overleg waarvan een verslag wordt gemaakt, of;
b.schriftelijk gegeven worden door middel van een brief gericht aan het college.
4Het college beargumenteert waarom zij besluit een advies van de Adviesraad niet, dan wel slechts gedeeltelijk, overneemt.
5Het college wijst een van haar leden aan als bestuurlijk aanspreekpunt voor de Adviesraad.
6Tussen het bestuurlijk aanspreekpunt en de Adviesraad vindt minimaal eenmaal keer per jaar een voortgangsoverleg plaats.
Artikel 5 Vergaderingen
1De Adviesraad kent minimaal 6 vergaderingen per jaar.
2Ingezetenen kunnen bij de beleidssecretaris van de Adviesraad schriftelijk input leveren voor een vergadering.
3De voorzitter en de beleidssecretaris van de Adviesraad besluiten of de aangedragen onderwerpen worden geagendeerd.
4Op verzoek van de voorzitter en de beleidssecretaris van de Adviesraad kan de ingezetene die input heeft geleverd worden uitgenodigd om tijdens de vergadering om het ingebrachte onderwerp toe te lichten.
5De vergaderingen van de Adviesraad zijn niet openbaar. De voorzitter kan bepalen dat een vergadering, of een deel daarvan openbaar is.
6Besluiten van de Adviesraad worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken beslist de voorzitter. De voorzitter kan besluiten de stemming digitaal uit te voeren.
7Van iedere vergadering worden door de beleidssecretaris van de Adviesraad notulen gemaakt.
Artikel 6 Samenstelling van de Adviesraad
1De Adviesraad bestaat (inclusief de voorzitter) uit een aantal van minimaal zeven en maximaal elf leden.
2De leden worden door het college benoemd.
3Er is een voorzitter, penningmeester en een beleidssecretaris en hun plaatsvervangers.
4De samenstelling van de Adviesraad is zodanig dat er kennis aanwezig is over de verschillende disciplines en doelgroepen in het sociaal domein.
5Leden van de Adviesraad hebben een onafhankelijke positie ten opzichte van de politiek en aanbieders van voorzieningen in het sociaal domein in de gemeente.
6Leden van de van de Adviesraad moeten voldoen aan de volgende vereisten:
a.Inwoner van de gemeente.
b.Bij verhuizing gedurende de zittingstermijn mag de huidige termijn worden afgemaakt.
7Leden van de van de Adviesraad beschikken over:
a.Vaardigheden om te kunnen adviseren over het sociaal domein.
b.Een houding waarbij het algemeen belang voorop staat.
8Een lid van de Adviesraad kan niet tevens zijn:
a.Lid van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dinkelland of Tubbergen.
b.Lid van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland of Tubbergen.
c.Werkzaam bij Noaberkracht of de gemeente Dinkelland of Tubbergen.
9Voor de selectie van een nieuw lid wordt een sollicitatiecommissie ingesteld door de Adviesraad die tenminste bestaat uit drie leden (inbegrepen de voorzitter).
Artikel 7 Zittingsduur en beëindiging lidmaatschap
1De zittingsperiode van een lid bedraagt vier jaar. Een lid is eenmaal voor een periode van vier jaar herkiesbaar. Een rooster van aftreden wordt door de Adviesraad opgesteld en meegedeeld aan het college.
2Het lidmaatschap eindigt door:
a.Het verstrijken van de zittingsduur.
b.Aftreden op eigen schriftelijk verzoek; hiervan wordt schriftelijke mededeling gedaan aan de voorzitter en het college.
c.Onder curatelestelling.
d.Overlijden.
e.Opzeggen van het vertrouwen door een meerderheid van de leden bij ernstig disfunctioneren van een lid.
f.Het aanvaarden van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Adviesraad.
Artikel 8 Kostenvergoeding
1Het college stelt jaarlijks een budget voor de Adviesraad beschikbaar van € 10.000,-- voor opleidingen, vergoedingen en overige kosten.
2Op het moment dat blijkt dat het in artikel 1 genoemde bedrag niet toereikend is treedt de Adviesraad tijdig in overleg met het college.
3Het college stelt jaarlijks voor het deelnemen in de Adviesraad, een kostenvergoeding beschikbaar aan de leden van de Adviesraad welke ten laste komen van het in lid 1 genoemde budget.
4De vergoeding bedraagt € 600,-- per jaar voor een algemeen lid, € 850,-- per jaar voor de beleidssecretaris en € 900,-- voor de voorzitter.
5De vergoeding wordt in twee gelijke termijnen betaald in de maanden juni en december.
6Reiskosten naar een reguliere vergadering kunnen niet vanuit het in lid 1 genoemde bedrag worden betaald. Voor reiskosten naar andere vergaderingen en bijeenkomsten geldt dat een bedrag van 0,19 per kilometer gedeclareerd kan worden.
7Onkosten worden zo mogelijk op basis van een factuur gemaakt. Overige onkosten kunnen maandelijks worden gedeclareerd.
8Facturen worden gezonden naar de Adviesraad. Vervolgens stuurt de adviesraad de factuur ondertekend door de voorzitter en penningmeester naar de gemeente die voor betaling zal zorgdragen.
9Eenmaal per maand wordt een declaratie ingediend voor de reiskosten en andere onkosten. Deze declaratie bestaat uit een apart overzicht per lid van de Adviesraad, inclusief betalingsbewijzen en is ondertekend door de voorzitter en penningmeester.
10De Adviesraad is zelf verantwoordelijk voor het bewaken van het in lid 1 genoemde budget.
11De gemeente houdt het in lid 1 genoemde budget in beheer.
12De Adviesraad stuurt zo spoedig mogelijk facturen naar de gemeente.
13Alleen facturen die ondertekend zijn door de voorzitter en penningmeester worden door de gemeente betaalbaar gesteld.
14Facturen die betrekking hebben op het voorgaande jaar kunnen uiterlijk tot de tweede week van januari worden ingediend.
15De gemeente betaalt de facturen van de Adviesraad uit tot een maximum van het in lid 1 genoemde bedrag.
Artikel 9 Positionering Adviesraad
1De Adviesraad treedt in overleg met inwoners en (potentiële) gebruikers van voorzieningen in het Sociaal Domein in de gemeente.
2Door de Adviesraad worden indien gewenst werkgroepen ingesteld die de Adviesraad van advies dienen over de door de Adviesraad nader te bepalen onderwerpen. In elke werkgroep heeft tenminste één lid van de adviesraad zitting.
3De Adviesraad kan niet-leden uitnodigen mee te denken in een werkgroep.
4Medewerkers van Noaberkracht, leden van het college of de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen of Dinkelland zijn uitgesloten voor deelname in een werkgroep.
Artikel 10 Vertrouwelijkheid
1Indien de stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken onder berusting van de voorzitter en verleent de voorzitter de leden van de Adviesraad inzage. Deze inzage kan slechts geweigerd worden voor zover zij in strijd is met artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB).
2Behalve na voorafgaande schriftelijke toestemming van het college zal de Adviesraad informatie met een vertrouwelijk karakter niet aan derden kenbaar maken.
Artikel 11 Tekenen van stukken
1De voorzitter en de beleidssecretaris zijn gezamenlijk bevoegd tot het ondertekening namens de Adviesraad.
2Bij afwezigheid van de voorzitter of beleidssecretaris is hun plaatsvervanger bevoegd tot ondertekening namens de Adviesraad.
Artikel 12 Faciliteiten
De Adviesraad kan voor het houden van vergaderingen kosteloos gebruik maken van vergaderruimte, apparatuur en andere gemeentelijke faciliteiten benodigd voor het naar behoren kunnen functioneren van de Adviesraad.
Artikel 13 Slotbepalingen
1Het college kan met betrekking tot de uitvoering van deze nadere regelgeving in overleg met de Adviesraad afwijken van het vorenstaande.
2Deze regeling kan aangehaald worden als "Nadere regeling Adviesraad Sociaal Domein gemeente Dinkelland 2016".
3De regeling treedt in werking op 1 januari 2016.