Gemeentelijke regelgeving

Besluit van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent klachtenbehandeling Regeling behandeling klachten Dinkelland Tubbergen Noaberkracht

Gemeente Dinkelland · geldt sinds 8 november 2018

Aanhef

De raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van Dinkelland en Tubbergen en het bestuur van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, besluiten vast te stellen de

Regeling behandeling klachten gemeente Dinkelland, gemeente Tubbergen en bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.klacht: een uiting van ongenoegen over de wijze waarop een bestuursorgaan van de gemeente, dan wel van de bedrijfsvoeringsorganisatie van de gemeente, of een persoon werkzaam onder verantwoordelijkheid van deze organen, zich in een bepaalde aangelegenheid jegens een natuurlijk persoon of een rechtspersoon heeft gedragen.

b.bestuursorgaan:

-de gemeenteraad van Dinkelland of Tubbergen;

-het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland of Tubbergen;

-de burgemeester van Dinkelland of Tubbergen;

-het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht.

c.klager: de natuurlijke of rechtspersoon die een klacht heeft of namens wie een klacht is ingediend.

d.bedrijfsvoeringsorganisatie: de bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen, alsmede eventuele rechtsopvolgers.

e.ambtenaar: hij die door of vanwege de gemeente of de bedrijfsvoeringsorganisatie is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn, alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan, dan wel hij die onder verantwoordelijkheid van de gemeente of de bedrijfsvoeringsorganisatie werkzaamheden verricht.

f.klachtencoördinator: de functionaris als bedoeld in artikel 2.1.

g.klachtbehandelaar: degene die namens het betrokken bestuursorgaan belast is met het onderzoek naar de klacht, met inachtneming van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en deze regeling.

h.secretaris: de gemeentesecretaris dan wel de directeuren van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

i.dienstverleningsovereenkomst: een dienstverleningsovereenkomst tussen gemeenten en/of door gemeenten ingestelde gemeenschappelijke regelingen en/of overige overheidsinstanties.

Artikel 1.2 Toepassingsbereik

1Klachten over gedragingen van personen in dienst bij of ingehuurd door de bedrijfsvoerings-organisatie worden behandeld door het bestuursorgaan van Noaberkracht, Dinkelland, dan wel Tubbergen, waaraan de gedraging moet worden toegerekend, mede gelet op:

-een eventuele officiële hoedanigheid van de betreffende persoon, zoals de hoedanigheid van toezichthouder, ambtenaar van de burgerlijke stand, heffingsambtenaar of leerplichtambtenaar van de gemeente;

-de vraag in wiens naam of in wiens opdracht de betreffende persoon werkzaam was ten tijde van de gedraging waartegen de klacht zich richt;

-het geheel van werkzaamheden dat de achtergrond vormde van de gedraging waartegen de klacht zich richt;

2In alle andere gevallen bepalen burgemeester en wethouders van Dinkelland en Tubbergen tezamen de keuze wie op de klacht beslist.

Artikel 1.3 Algemene bepalingen

1Een ieder heeft het recht om over de wijze waarop een bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem of een ander heeft gedragen een klacht in te dienen bij dat bestuursorgaan.

2Een gedraging van een ambtenaar wordt aangemerkt als een gedraging van het daarvoor verantwoordelijke bestuursorgaan.

3Elke klacht wordt vertrouwelijk geregistreerd onder “klacht” in het zaaksysteem.

4Aan degene die zich, telefonisch, mondeling dan wel schriftelijk, met een klacht tot de organisatie wendt, wordt de mogelijkheid van pre-mediation geboden om tot een oplossing te komen.

5Alle schriftelijke klachten worden gemeld aan de klachtencoördinator en van elke mondelinge klacht die niet direct en tot tevredenheid is opgelost, wordt door de betrokken medewerker, dan wel het betrokken bestuursorgaan, melding gedaan aan de klachtencoördinator.

6Mondelinge klachten worden in principe mondeling afgehandeld met in achtneming van artikel 2.1 lid 3 van deze regeling.

7Schriftelijke klachten worden schriftelijk afgehandeld, dan wel wordt desgewenst een mondelinge afhandeling schriftelijk bevestigd.

8Alle schriftelijke klachten worden gemeld aan de klachtencoördinator.

9Wordt de klacht niet direct en tot tevredenheid van de klager afgedaan en heeft pre-mediation niet tot een oplossing geleid, dan wordt de klacht ter behandeling voorgelegd aan de klachtbehandelaar.

10Zodra naar tevredenheid van de klager aan zijn klacht tegemoet is gekomen, vervalt de verplichting tot verdere behandeling van de klacht. Bij een schriftelijke klacht wordt dit schriftelijk bevestigd aan klager, aan de eventuele indiener van de klacht en aan degene over wie werd geklaagd.

Hoofdstuk 2. Behandeling klachten

Artikel 2.1 Klachtencoördinator

1Door of namens het bevoegde bestuursorgaan wordt een klachtencoördinator en één of meer plaatsvervangende klachtencoördinatoren aangewezen.

2De klachtencoördinator wijst de klacht aan de juiste klachtbehandelaar toe.

3De klachtencoördinator draagt er zorg voor dat een mondelinge klacht altijd op schrift wordt gezet.

4De klachtencoördinator ziet er op toe dat de behandeling van een klacht overeenkomstig de bepalingen van afdeling 9.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht en het bepaalde in deze regeling plaatsvindt.

5De klachtencoördinator is in verband met deze werkzaamheden bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen.

6De klachtencoördinator is contactpersoon voor de Nationale ombudsman.

7De klachtencoördinator rapporteert jaarlijks aan de bestuursorganen en draagt namens hen zorg voor de publicatie van schriftelijke klachten als bedoeld in artikel 9:12a Awb.

Artikel 2.2 Klachtbehandelaar

1De klachtbehandelaar doet onderzoek naar de omstandigheden die hebben geleid tot de klacht en tracht in samenwerking met de klachtencoördinator eerst de klacht op informele wijze op te lossen.

2Als klachtbehandelaar wordt aangewezen:

a.het afdelingshoofd namens het bestuursorgaan indien het een gedraging van een ambtenaar van zijn afdeling betreft;

b.de algemeen directeuren van de bedrijfsvoeringsorganisatie namens het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie indien het een gedraging van een afdelingshoofd of programmamanager betreft;

c.de voorzitter van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie namens dit bestuur indien het een gedraging van de directie of een directeur van Noaberkracht betreft;

d.de burgemeester namens het betrokken college van burgemeester en wethouders indien het een gedraging van de gemeentesecretaris of een wethouder betreft;

e.de locoburgemeester als het een gedraging van de burgemeester betreft in diens hoedanigheid van burgemeester, of in diens hoedanigheid van voorzitter van het college.

f.de voorzitter van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie als het een gedraging van dit bestuur of een lid van dit bestuur betreft;

g.de andere voorzitter van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie als het een gedraging van de voorzitter van de bedrijfsvoeringsorganisatie betreft;

h.de betrokken griffier indien het een gedraging van een medewerker van de griffie betreft;

i.de burgemeester als voorzitter van de betrokken raad indien het een gedraging van de raad en de griffier betreft;

j.de burgemeester als voorzitter van de betrokken raad indien het een gedraging van een lid, anders dan een raadslid, van een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet betreft, alleen en voor zover diegene onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan werkzaamheden verricht.

3Als een klacht betrekking heeft op de klachtencoördinator dan wordt deze vervangen door de plaatsvervangend klachtencoördinator.

4In gevallen waarin de Algemene wet bestuursrecht noch deze regeling voorzien, wijzen de burgemeesters gezamenlijk een klachtbehandelaar aan.

Artikel 2.3 Hoor en wederhoor

1Degene over wiens gedraging de klacht gaat, ontvangt een afschrift van de klacht en de eventueel daarbij meegezonden stukken.

2Voor degene over wiens gedraging de klacht gaat bestaat de mogelijkheid om tot 10 dagen voor de dag van de hoorzitting schriftelijk te reageren op de ingediende klacht.

3De klager ontvangt een afschrift van de reactie als bedoeld in lid 2.

4De klachtbehandelaar stelt de klager en degene over wiens gedraging de klacht gaat in de gelegenheid om te worden gehoord en om desgewenst op elkaars standpunt te reageren.

5Van het horen van de klager en degene over wiens gedraging de klacht gaat in elkaars aanwezigheid kan worden afgezien indien de klager heeft verklaard daaraan geen behoefte te hebben.

6Zo nodig worden getuigen gehoord.

7Het horen vindt in beslotenheid plaats.

8Zowel de klager als degene over wiens gedraging de klacht gaat, kunnen zich bij het horen door iemand van hun keuze laten vergezellen of bijstaan.

9Van het horen wordt door de klachtbehandelaar een verslag gemaakt dat wordt toegezonden aan de klager en degene over wiens gedraging de klacht gaat.

Artikel 2.4 Afdoening

1Van de klacht die niet tot tevredenheid is opgelost brengt de klachtbehandelaar aan het betrokken bestuursorgaan schriftelijk verslag uit van zijn bevindingen en adviseert welke conclusies zijns inziens aan zijn bevindingen moeten worden verbonden.

2De klachtbehandelaar zendt gelijktijdig een afschrift aan de klager en aan degene over wiens gedraging is geklaagd.

3Van de afhandeling van de klacht door het bestuursorgaan wordt door de klachtbehandelaar zo spoedig mogelijk kennisgegeven, door het zenden aan de klager van een schriftelijke en gemotiveerde kennisgeving van de eventuele conclusies die het bestuursorgaan aan de klacht verbindt

4Aan degene op wiens gedraging de klacht betrekking had en de klachtcoördinator wordt een kopie van de kennisgeving als bedoeld in lid 3 toegezonden.

Artikel 2.5 Doel en evaluatie

1Het doel van de procedure van klachtbehandeling is verduidelijking van de klacht, verkrijgen van nadere informatie, conflictoplossing, herstel van geschonden vertrouwen en waarheidsvinding.

2Na de afhandeling van de klacht door het bestuursorgaan wordt door de burgemeester of de voorzitter van de bedrijfsvoeringsorganisatie zo spoedig mogelijk onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid van de klachtbehandeling en de effecten hiervan voor de organisatie en voor degene over wiens gedraging is geklaagd.

3In de evaluatie worden in ieder geval de volgende vragen betrokken:

a.Is het gewenste doel bereikt?

b.Welke oorzaken lagen aan de klacht ten grondslag?

c.Hoe heeft degene op wiens gedraging de klacht betrekking heeft de klachtbehandeling ervaren?

d.Wat is het leereffect van de ontvangen klacht geweest voor de organisatie?

e.Zijn er maatregelen getroffen om herhaling te voorkomen en zo ja, welke?

Hoofdstuk 3 Slotbepalingen

Artikel 3.1 Vertrouwelijkheid

De klachtbehandelaar alsmede een ieder die uit hoofde van zijn functie kennis draagt van de inhoud van documenten betreffende klachten neemt daaromtrent vertrouwelijkheid in acht.

Artikel 3.2 Hiërarchie

1Iedere specifieke regeling inzake klachten gaat voor op deze algemene regeling.

2Bij het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst dient in de overeenkomst te worden geregeld welk bestuursorgaan verantwoordelijk is voor klachten over gedragingen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden voortvloeiende uit de dienstverleningsovereenkomst.

Artikel 3.3 Onvoorziene situaties

In gevallen waarin deze regeling niet voorziet en de klacht is gerelateerd aan Dinkelland, dan wel Tubbergen, beslissen burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente. In overige gevallen beslist het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Artikel 3.4 Citeertitel en inwerkingtreding

1Deze regeling wordt aangeduid als “Regeling behandeling klachten Dinkelland Tubbergen Noaberkracht”.

2Deze regeling treedt in werking op de dag nadat zij bekend is gemaakt.

3Op het moment dat deze regeling in werking treedt vervalt de Interne klachtenregeling gemeente Dinkelland van 8 april 2003, de Verordening behandeling klachten gemeente Dinkelland 2004 van 11 maart 2004 en de Regeling klachtenbehandeling Tubbergen, met dien verstande dat de lopende klachtprocedures nog onder de werking van de oude klachtenregeling vallen.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.