Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland;
gelet op de artikelen 160, eerste lid, en 231, tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, artikelen 10:22 en 10:23 van de Algemene wet bestuursrecht en op artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken;
besluit vast te stellen:
AANWIJZING HEFFINGSAMBTENAAR DINKELLAND 2025
Artikel 1
Als degene die is belast met de heffing van gemeentelijke belastingen, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, worden aangewezen:
-mevrouw B.J.M. Reimer;
-de heer R.H.A. van der Meché’;
te noemen ‘heffingsambtenaar’.
Artikel 2
De in artikel 1 genoemde heffingsambtenaar is tevens gemeenteambtenaar als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 3
De aanwijzing onder artikel 1 en 2 geschiedt met de instructie dat de heer R.H.A. van der Meché plaatsvervangend heffingsambtenaar is als bedoeld in de ‘Instructie heffings- en invorderingsambtenaren Dinkelland’.
Artikel 4
De aanwijzing van de in artikel 1 genoemde persoon eindigt van rechtswege met ingang van de datum waarop de uitoefening van de functie van heffingsambtenaar geen deel meer uitmaakt van de werkzaamheden van deze persoon.
Artikel 5
Alle aan dit besluit voorafgaande besluiten tot aanwijzing van de gemeenteambtenaar belast met bevoegdheden en verplichtingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid onderdeel b van de Gemeentewet en artikel 1, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken worden ingetrokken.
Artikel 6
1Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.
2Dit besluit kan worden aangehaald als ‘Aanwijzingsbesluit heffingsambtenaar Dinkelland 2025’.