Aanhef
Datum: januari 2022
Zaaksysteem: 232909
Het college besluit:
1het “Treasurystatuut gemeente Dijk en Waard” vast te stellen met terugwerkende kracht per
1januari 2022;
2met het vaststellen van dit Treasurystatuut de bevoegden te mandateren tot hetgeen zij op basis van dit document bevoegd zijn.
2. Treasurystatuut
Artikel 1. Definities
In dit statuut wordt verstaan onder:
-Agentschap
Het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Financiën, dat onder meer verantwoordelijk is voor de uitvoering van Schatkistbankieren;
-Deposito
Niet-verhandelbare belegging bij een financiële instelling of bij het Agentschap, waarbij een bedrag voor een bepaalde periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet;
-Derivaten
Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
-Drempelbedrag
Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid;
-Financiële instellingen
Kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandse Bank;
-Financiering
Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte;
-Geldstromenbeheer
Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
-Intern liquiditeitsrisico
De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning, waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
-Kasgeldlimiet
Een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
-Kredietrisico
De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
-Liquiditeitenbeheer
Het aantrekken en/of uitzetten van middelen voor een periode tot en met één jaar;
-Liquiditeitenplanning
Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;
-Medium Term Note (MTN)
Verhandelbare schuldbekentenis van een middellange lening;
-Onderhandse lening
Lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld;
-Rating
Een classificatie door een rating agency, die de kans op een default in de toekomst aangeeft;
-Rating agency
Een bureau dat gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid; De erkende agencies zijn Standard&Poors, Moody’s en Fitch;
-Renterisico
Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
-Renterisiconorm
De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag waarover renterisico gelopen wordt, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen. Deze mag niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal;
-Rentecompensabel stelsel
Het totale, gezamenlijke valutaire saldo van meerdere rekeningen die bij een bank worden aangehouden ten behoeve van de renteberekening;
-Rentetypische looptijd
Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
-Saldobeheer
Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
-Schatkistbankieren (SKB)
Het aanhouden van gelden bij het ministerie van Financiën;
-Solvabiliteitsratio
Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin een partij in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen;
-Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties: risicobeheer, kasbeheer en gemeentefinanciering;
-Uitzetting
Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen voorwaarden. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot en met één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van langer dan één jaar.
Artikel 2. Doelstellingen treasuryfunctie
De treasuryfunctie van de gemeente dient tot:
Het zeker stellen van structurele, duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele, zo optimaal mogelijke condities;
Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en de (rente-)resultaten door het minimaliseren van ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s;
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;
Het optimaliseren van de renteresultaten.
Artikel 3. Regelbepalend kader
De gemeente voert haar treasury-activiteiten uit volgens de meest beperkende bepalingen volgend uit:
Wet Fido en bijbehorende ministeriële regelingen
De Financiële verordening
De mandaatregeling
De limieten en richtlijnen van dit statuut.
Risicobeheer:
Artikel 4. Liquiditeitenrisicobeheer
Liquiditeitsrisico’s worden beperkt door treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitenplanning. Deze liquiditeitenplanning geeft inzicht in de liquiditeitsbehoefte voor het lopende jaar tot en met de laatste jaarschijf van de laatst vastgestelde begroting.
Artikel 5. Renterisicobeheer
Er worden geen speculatieve posities ingenomen, maar leningen worden aangetrokken met een stortingsmoment dat overeenkomt met het moment dat de financieringsbehoefte op basis van de prognoses ontstaat.
Activiteiten worden zoveel als mogelijk met kortlopende financieringsmiddelen (<=1 jaar) gefinancierd, waarbij de kasgeldlimiet, conform Wet Fido, niet (structureel) wordt overschreden. Wanneer dit wel gebeurt, zal een plan van aanpak worden opgesteld waarin aangegeven wordt hoe weer binnen de kasgeldlimiet te komen, zoals bedoeld in artikel 1-f van de Wet Fido. Bij het aangaan van nieuwe financiering wordt de renterisiconorm in ogenschouw genomen. Bij het aangaan van langlopende financiering worden leningen aangetrokken met een looptijd die aansluit bij de meerjaren liquiditeitsprognose en de reeds bestaande leningenportefeuille. Er wordt geen gebruik gemaakt van derivaten.
Artikel 6. Kredietrisicobeheer
Uitgangspunt is dat de gemeente geen leningen aan derden verstrekt en niet deelneemt in aandelenkapitaal. Bij wijze van uitzondering kan dit wel, wanneer het verstrekken van een garantie niet mogelijk is en mits de raad vaststelt dat het om een publieke taak gaat en akkoord gaat met het verstrekken van de lening, dan wel het aankopen van de aandelen. Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties gevraagd, bijvoorbeeld het eerste recht van hypotheek.
De gemeente zet slechts gelden uit op rekeningcourant of spaarrekening bij in Nederland gevestigde financiële instellingen die ten minste beschikken over een door twee van de drie erkende ratingbureaus - Moody’s, Standard & Poors en Fitch - afgegeven rating van: - minimaal A bij een looptijd van minder dan 3 maanden en minimaal AA-minus bij een looptijd vanaf 3 maanden. Dit geldt voor bedragen onder de drempel van verplicht schatkistbankieren.
Artikel 7. Saldobeheer
Voor het saldobeheer streeft de gemeente naar concentratie van de eigen liquiditeiten binnen één rente-compensabel stelsel.
Artikel 8. Geldstromenbeheer
Het liquiditeitsgebruik wordt beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau zo veel als mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
Het betalingsverkeer wordt zoveel als mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
Artikel 9. Liquiditeitsbeheer (opnames tot en met 1 jaar)
Het aantrekken van middelen met een looptijd tot en met 1 jaar geschiedt conform artikel 4 en 5 van dit statuut.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeld en rekening courant krediet.
In het geval de gemeente een kasgeldlening wil aantrekken volstaat de offerte van één aanbieder. Om marktconformiteit te waarborgen, worden de aanbiedingen steekproefsgewijs getoetst aan de hand van een tweede aanbieder.
Artikel 10. Liquiditeitsbeheer (uitzettingen tot en met 1 jaar)
Het uitzetten van overtollige middelen voor een periode tot en met 1 jaar geschiedt voor wat betreft het kredietrisico conform het bepaalde in artikel 6 van dit statuut. Daarbij wordt aangetekend dat de gemeente boven het drempelbedrag is aangewezen op het plaatsen in rekening courant bij het Ministerie van Financiën (Schatkistbankieren).
Gemeentefinanciering:
Artikel 11. Financiering (opnames langer dan 1 jaar)
Het aantrekken van middelen met een looptijd van langer dan 1 jaar geschiedt conform artikel 5 van dit statuut. Er wordt voornamelijk gebruik gemaakt van integrale totaalfinanciering in plaats van projectfinanciering, wat betekent dat de gemeente haar beslissingen tot het aantrekken van financiering baseert op de totale financieringspositie. Projectfinanciering is toegestaan, mits vooraf toestemming van de gemeenteraad is verkregen.
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financiering zijn, naast onderhandse leningen, tevens Medium Term Notes (MTN); De gemeente vergelijkt de offertes van minimaal twee financiële instellingen alvorens de financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden digitaal opgeslagen.
Artikel 12. Financiering (uitzettingen langer dan 1 jaar)
Het uitzetten van overtollige middelen langer dan één jaar wordt zoveel als mogelijk voorkomen en geschiedt voor wat betreft het kredietrisico conform artikel 6 van dit statuut. Bij langdurige overliquiditeit zal de mogelijkheid worden onderzocht extra af te lossen op de bestaande leningen.
Artikel 13. Relatiebeheer
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
-Bankrelaties en hun bancaire condities worden periodiek geëvalueerd;
-Financiële ondernemingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder toezicht te vallen van de De Nederlandsche Bank (DNB) en/of de Europese Centrale Bank (ECB).
-Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen.
Artikel 14. Administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
-De Treasurer is bevoegd tot het uitvoeren van de treasury activiteiten, zoals beschreven in artikel 16 van dit document;
-De Manager Financiën autoriseert de door de Treasurer uitgevoerde treasury activiteiten;
-Deze bevoegdheden zijn in de laatst vastgestelde mandaatregeling en het daarbij behorende mandaatregister nader schriftelijk vastgelegd;
-Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
a.de uitvoering en de controle geschiedt door verschillende functionarissen;
b.de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door verschillende functionarissen;
-Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de Financiële Administratie:
-De transacties worden na afsluiten geregistreerd door de Medewerker Financiële Administratie en gecontroleerd door de Medewerker Financiën.
De Treasurycommissie, waarin de portefeuillehouder Financiën, de Concerncontroller, de Manager Financiën en de Treasurer vertegenwoordigd zijn, wordt direct geïnformeerd na het afsluiten van een transactie met een looptijd langer dan 1 jaar. Dergelijke lange transacties worden ook vooraf in de Treasurycommissie besproken.
De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat de:
a.uitvoering rechtmatig en doelmatig is;
b.treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;
c.juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is.
Artikel 15. Verantwoordelijkheden
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente zijn in onderstaande tabel gedefinieerd.
Artikel 16. Bevoegdheden
De Treasurer is bevoegd tot het uitvoeren van de treasury activiteiten en de Manager Financiën is bevoegd deze activiteiten te autoriseren. Deze treasury activiteiten zijn:
-Het aantrekken en uitzetten van middelen met een looptijd tot en met 1 jaar
-Het aantrekken en uitzetten van middelen met een looptijd langer dan 1 jaar
-Het aangaan van kredietfaciliteiten
-Het maken van afspraken met financiële tegenpartijen over rentetarieven en overige condities
Met het vaststellen van dit treasury statuut worden de Treasurer en Manager Financiën,Inkoop en Contractmanagement (FIC) voor deze bevoegdheden gemandateerd. Dit zal ook schriftelijk worden vastgelegd in de Mandaatregeling en het Mandaatregister.
Artikel 17. Informatievoorziening
Met betrekking tot de treasury-activiteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:
Artikel 18. Inwerkingtreding
Dit treasurystatuut treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari 2022 en wordt aangehaald als “Treasurystatuut gemeente Dijk en Waard”.