Aanhef
Het College van Burgemeester en Wethouders, gelet op de Wegenverkeerswet, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens, de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels, waarin wordt uiteengezet welke normen ons College hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheid ontheffing te verlenen van de verkeersbesluiten waarmee het passeren van de fysieke afsluitingen in het Stadshart wordt gereguleerd.
Het voetgangersgebied in het Stadshart is op twee plaatsen gesloten voor motorvoertuigen. Dit is geregeld met behulp van verkeersbord G7 (zone) en ondersteund door een fysieke maatregelen (beweegbare afsluitingen). Het College van B&W is bevoegd tot het afgeven van ontheffingen inzake deze verkeersmaatregelen overeenkomstig artikel 87 van het RVV 1990.
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Centrumgebied: het gebied, in het Stadshart, dat door fysieke maatregelen is afgesloten voor motorvoertuigen.
b.Venstertijd: vastgestelde tijdsperiode van maandag tot en met zondag tussen 7.00 uur en 20.00 uur waarin het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig voor laden en lossen is toegestaan.
c.Motorvoertuig: een gemotoriseerd voertuig alsmede een brommobiel, uitgezonderd een gehandicaptenvoertuig.
1Wijkt af van RVV 1990
d.Bewoner: degene die volgens de in de gemeentelijke basisadministratie beschikbare persoonsgegevens woonachtig is in het centrumgebied.
e.Ondernemer/instelling: (een exploitant van) een bedrijf dat is gevestigd in het centrumgebied.
f.Ambulante handel: de handel die wordt bedreven door een ondernemer die in het bezit is van een standplaatsvergunning ten behoeve van de dagmarkt in het centrumgebied.
g.Beroepsvervoerder/leverancier: (een exploitant van) een bedrijf dat met behulp van een motorvoertuig zorgt voor de bevoorrading van in het centrumgebied gevestigde bedrijven.
h.Parkeergelegenheid op eigen terrein: een parkeerplaats op eigen terrein of in een eigen garage, waarover de aanvrager kan beschikken (op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving, enzovoort) en waarvoor per parkeerplaats één ontheffing wordt verstrekt.
i.Ontheffing: de schriftelijke verklaring dat een verkeersmaatregel (gebod of verbod) (als bedoeld in artikel 87 van het RVV 1990) op basis van aan deze schriftelijke verklaring verbonden voorwaarden niet geldt voor de houder van die schriftelijke verklaring.
j.Ontheffinghouder: degene aan wie door het College ontheffing is verleend.
k.KAR (korteafstandsradio): een draadloos systeem om prioriteit te kunnen verlenen in verkeersregelingen.
l.Kentekenherkenningsysteem: een automatisch registratiesysteem dat indien nodig handmatig bediend kan worden en waarmee met behulp van camera’s het kenteken van een motorvoertuig kan worden gelezen, alvorens het motorvoertuig buiten de venstertijd de toegang tot het centrumgebied te verlenen.
m.Transponder: elektronisch apparaat dat automatisch de afsluiting bedient en toegang verleent tot het centrumgebied.
n.Toegangspas: een elektronische pas die bij de toegang tot het centrumgebied, voor een leesunit gehouden, toegang tot het centrumgebied verschaft.
o.Tijdsbeperking: de uren van de dag en de dagen van de week dat de ontheffing niet geldig is.
p.Het College: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Dijk en Waard.
Artikel 1.2 Algemene vrijstellingen
De volgende categorieën mogen volgens het verkeersbesluit (Bij16-555) het voetgangersgebied berijden:
1Fietsers en snorfietsers.
2Bromfietsers.
3Taxi’s die als zodanig herkenbaar zijn, binnen de vastgestelde venstertijden. Buiten de venstertijden wordt toegang verleend via de intercom.
4Bezoekers met een geldig gehandicaptenparkeerkaart.
5Motorvoertuigen ten behoeve van het laden en lossen van goederen en/of het bereiken van een binnen het centrumgebied gelegen parkeerplaats binnen de vastgestelde venstertijden.
6Voorrangsvoertuigen zoals bedoeld in artikel 29 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
7Een ondernemer in de ambulante handel, die gebruik maakt van een motorvoertuig die hij redelijkerwijs nodig heeft voor de aan- en afvoer van zijn waren en voertuigen ten behoeve van voorraad en koeling van zijn waren. De fysieke toegang wordt verleend door openstelling van de daartoe aanwezige fysieke afsluiting door de marktmeester of een medewerker van het Stadsbedrijf
8In onvoorziene en in dringende situaties met name buiten de openingstijden van de balies in het gemeentehuis kan de bevoegde van de gemeente, toegang tot het centrumgebied verlenen.
Artikel 1.3 Ontheffing
1Het college verleent in de gevallen genoemd in artikel 3.1 tot 3.7 een ontheffing.
2De ontheffing wordt uitgegeven op kenteken.
Artikel 1.4 Soorten ontheffingen
De ontheffingen zijn te onderscheiden in:
1Permanente ontheffing zonder tijdsduurbeperking: een ontheffing die wordt verleend om in het centrum te mogen rijden met een motorvoertuig buiten de venstertijd en al dan niet te gebruiken in combinatie met een toegangspas, transponder en/of door gebruikmaking van het kentekenherkenningsysteem.
2Permanente ontheffing met tijdsduurbeperking: een ontheffing als bedoeld in lid 1, met dien verstande dat de ontheffing alleen geldt voor een in de ontheffing vastgelegde periode van de dag, die kan verschillen per dag van de week.
3Incidentele ontheffing: een ontheffing die eenmalig en voor de duur van een of enkele dagen wordt verleend om het centrumgebied te mogen berijden met een voertuig buiten de venstertijd, door gebruikmaking van een toegangspas, transponder of in uitzonderingsgevallen op andere voorkomende wijze.
4Een permanente parkeerontheffing met tijdsduurbeperking: een ontheffing op het parkeerverbod, met dien verstande dat de ontheffing alleen geldt voor een in de ontheffing vastgelegde periode van de dag, die kan verschillen per dag van de week.
5Een incidentele parkeerontheffing: een ontheffing op het parkeerverbod, met dien verstande dat de ontheffing eenmalig en voor een beperkte duur wordt verleend.
Artikel 1.5 Voorschriften en beperkingen
1Het College kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist.
2Degene aan wie ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen.
3Aan de ontheffing worden, naast specifiek per doelgroep te stellen voorschriften de volgende algemene voorschriften en beperkingen verbonden:
a.het gebied dient via de daartoe bestemde toegangen te worden betreden en via de daartoe bestemde uitgangen te worden verlaten;
b.voetgangers en overige verkeersdeelnemers mogen niet zodanig worden gehinderd dat zij in gevaar worden gebracht;
c.er mag slechts stapvoets (15 km/uur) worden gereden;
4Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden met betrekking tot de plaats waar het centrumgebied mag worden binnengereden en de tijdsperiode waarbinnen het centrumgebied mag worden bereden met een motorvoertuig.
5Aan de ontheffinghouder kan de verplichting worden opgelegd gebruik te maken van een toegangspas en/of transponder dan wel gebruik te maken van een kentekenherkenningsysteem om fysieke toegang tot het gebied te verkrijgen. Het College kan een waarborgsom vragen bij het verstrekken van een toegangspas. Transponders worden aangeschaft door de aanvragers op nader te bepalen wijze en tegen nader te bepalen kosten.
Artikel 1.6 Nadere regels
Het College is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze beleidsregels.
Hoofdstuk 2 Aanvragen, verlenen en intrekken van ontheffingen
Artikel 2.1 De ontheffingsaanvraag
1Een aanvraag voor een ontheffing voor het berijden van het Stadshart Heerhugowaad, gemeente Dijk en Waard met een motorvoertuig buiten de venstertijd moet schriftelijk worden ingediend bij het College. De aanvrager dient hierbij gebruik te maken van het aanvraagformulier dat door de gemeente ter beschikking wordt gesteld.
2Een aanvraag voor een ontheffing wordt getoetst aan de vastgestelde beleidsregels en eventueel bijbehorende besluiten en voorschriften.
Artikel 2.2 Beslissingstermijn
1Het College beslist uiterlijk binnen acht weken na ontvangst op de aanvraag.
2Het College kan deze beslissing voor ten hoogste twee weken verdagen. Voor afloop van de onder lid 1 vermelde termijn wordt aanvrager hiervan op de hoogte gesteld.
Artikel 2.3 Onvolledige ontheffingsaanvragen
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend indien alle voor de aanvraag van desbetreffende ontheffing benodigde gegevens of bescheiden zijn overgelegd en door aanvrager wordt voldaan aan alle in deze beleidsregels beschreven omstandigheden om voor een ontheffing in aanmerking te komen.
Artikel 2.4 Weigeringsgronden
Het College kan de ontheffing weigeren indien een ontheffing van de aanvrager in de twee jaren voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag wegens het handelen in strijd met de ontheffingsvoorschriften en -beperkingen is ingetrokken.
Artikel 2.5 Duur van de ontheffing
1De ontheffing zoals is bedoeld in de artikelen 3.1 tot en met 3.7 wordt afgegeven voor onbepaalde tijd.
2Het College kan te allen tijde de houder van de ontheffing verzoeken te bewijzen dat wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van de ontheffing.
Artikel 2.6 Intrekking van de ontheffing
De ontheffing wordt ingetrokken:
a.Voor zover niet aan de voorwaarden of beperkingen verbonden aan de ontheffing wordt voldaan.
b.Voor zover op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist en verleend.
c.Op verzoek van de ontheffinghouder.
d.Voor zover ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn ingediend.
e.Voor zover sprake is van misbruik van de ontheffing.
f.Bij verhuizing van een in het centrumgebied woonachtige of gevestigde ontheffinghouder. Het College stelt dienaangaande als voorschift dat de ontheffinghouder terstond melding doet bij de gemeente van verhuizing waarna, indien van toepassing, de toegangspas wordt gedeactiveerd.
g.Na het overlijden van de ontheffinghouder indien de ontheffing is verleend aan een persoon en in geval van faillissement of beëindiging van de onderneming in het geval de ontheffing is verleend aan een rechtspersoon.
Hoofdstuk 3 Aanvragen van permanente ontheffingen
Artikel 3.1 Permanente ontheffing voor bewoners en (exploitanten van) ondernemingen/instellingen met eigen parkeergelegenheid
1Aan een bewoner die woont binnen het afgesloten centrumgebied en die aantoonbaar beschikt over eigen parkeergelegenheid binnen het centrumgebied wordt een permanente ontheffing verleend voor het berijden van het centrumgebied.
2Aan een (exploitant van een) onderneming/instelling die aantoonbaar beschikt over eigen parkeergelegenheid binnen het centrumgebied wordt een permanente ontheffing verleend voor het berijden van het centrumgebied.
3Voor de aanvraag van een ontheffing moet de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig, dat op naam staat van de aanvrager. In het geval dat het kentekenbewijs niet op naam van de aanvrager staat een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig en tevens een verklaring van de houder van het voertuig dat de aanvrager het voertuig mag besturen of een leasecontract.
4Per voertuig wordt maximaal één ontheffing verleend.
5Het maximale aantal te verlenen ontheffingen per adres binnen het centrumgebied is twee.
6De ontheffing voor de in lid 1 en in lid 2 vermelde aanvragers wordt op naam, kenteken en adres gesteld.
Artikel 3.2 Permanente ontheffing voor bewoners en (exploitanten van) ondernemingen/instellingen zonder eigen parkeergelegenheid
1Aan een bewoner van het centrumgebied die niet beschikt over een eigen parkeergelegenheid kan in geval van onvoorziene omstandigheden een permanente ontheffing met tijdsduurbeperking worden verleend voor het berijden van het centrumgebied buiten venstertijd .
2Aan een (exploitant van een) onderneming/instelling, die niet beschikt over een eigen parkeergelegenheid kan in geval van onvoorziene omstandigheden een permanente ontheffing met tijdsduurbeperking worden verleend voor het berijden van het centrumgebied buiten venstertijd.
3Voor de aanvraag van deze ontheffing moet de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier, met daarin een verklaring waarom geen gebruik kan worden gemaakt van de venstertijd.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig, dat op naam staat van de aanvrager. In het geval dat het kentekenbewijs niet op naam van de aanvrager staat een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig en tevens een verklaring van de houder van het voertuig dat de aanvrager het voertuig mag besturen of een leasecontract.
4Per voertuig wordt maximaal één ontheffing verleend.
5Het maximale aantal te verlenen ontheffingen per adres binnen het centrumgebied is twee. De ontheffing voor de in lid 1 en 2 vermelde aanvragers wordt op naam, kenteken en adres gesteld.
Artikel 3.3 Permanente ontheffing
1Een permanente ontheffing met onbeperkte geldigheidsduur kan worden verleend aan voorrangsvoertuigen zoals bedoeld in artikel 29 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990.
2Een permanente ontheffing met onbeperkte geldigheidsduur kan worden verleend aan overheden, (nuts)bedrijven, geldtransportbedrijven, dierenambulance ten behoeve van de uitoefening van hun (wettelijke) taak, waarbij sprake is van een levensbedreigende of risicovolle situatie en/of een calamiteit van algemeen belang.
3Voor de aanvraag van deze ontheffing moet de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.En ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs of een kopie van het leasecontract van het desbetreffende motorvoertuig.
Artikel 3.4 Permanente ontheffing ten behoeve van gehandicapte bewoners van het centrumgebied
1Aan een gehandicapte bewoner van het centrumgebied die niet in het bezit is van een eigen parkeergelegenheid, maar wel in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart kan voor het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig buiten de venstertijd een permanente ontheffing worden verleend.
2Voor de aanvraag van deze ontheffing moet de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig, dat op naam staat van de aanvrager. In het geval dat het kentekenbewijs niet op naam van de aanvrager staat een kopie van het kentekenbewijs van het desbetreffende voertuig en tevens een verklaring van de houder van het voertuig dat de aanvrager het voertuig mag besturen of een leasecontract.
d.Een geldige gehandicaptenparkeerkaart.
3De ontheffing wordt op naam, adres en kenteken van het motorvoertuig waarvoor een gehandicaptenparkeerkaart is afgegeven gesteld.
Artikel 3.5 Permanente ontheffing ten behoeve van het beheer openbare ruimte
1Een permanente ontheffing, al dan niet met tijdsduurbeperking, voor het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig buiten de venstertijd ten behoeve van het uitvoeren van een werkzaamheid, mits die aantoonbaar niet binnen de venstertijd kan worden verricht, wordt verleend aan een onderneming/instelling die is belast met:
a.het inzamelen van afval;
b.het beheer en het onderhoud van de openbare ruimte.
2Voor de aanvraag van deze ontheffing moet de aanvrager de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs of een kopie van het leasecontract van het desbetreffende motorvoertuig.
3De ontheffing wordt op naam en adres en van de onderneming/instelling gesteld.
Artikel 3.6 Permanente ontheffing ten behoeve van beroepsvervoerders/leveranciers
1Aan een beroepsvervoerder/leverancier als bedoeld in artikel 1 kan een permanente ontheffing voor het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig buiten de venstertijd worden verleend.
2De aanvrager moet voor de aanvraag van deze ontheffing aantonen dat:
a.De bevoorrading ten behoeve van het doelmatig inzetten van het voertuig in relatie tot de afgeleverde goederen deels buiten de venstertijd moet plaatsvinden.
3De aanvrager van de ontheffing moet de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs of een kopie van het leasecontract van het desbetreffende motorvoertuig.
d.Een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring.
4De ontheffing wordt op naam en adres van de desbetreffende beroepsvervoerder/ leverancier gesteld.
5Het College kan aan een beroepsvervoerder/leverancier nadere voorschriften en beperkingen stellen.
Artikel 3.7 Permanente ontheffing ten behoeve van de aanvoer van versproducten en waardeproducten
1Aan een beroepsvervoerder/leverancier van versproducten en waardeproducten kan een permanente ontheffing, al dan niet met tijdsduurbeperking, voor het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig worden verleend.
2Onder versproducten wordt verstaan:
a.vis;
b.groente;
c.fruit;
d.bloemen;
e.brood;
f.gekoelde en bevroren producten;
g.en hiermee gelijk te stellen versproducten.
3Onder waardeproducten worden verstaan: contant geld en juweliersartikelen.
4De aanvrager moet voor de aanvraag van deze ontheffing aantonen dat de bevoorradingsactiviteit noodzakelijkerwijs niet anders dan buiten de venstertijd kan worden verricht.
5De aanvrager van de ontheffing moet de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs of een kopie van het leasecontract van het desbetreffende motorvoertuig.
d.Een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring.
6De ontheffing wordt op naam en adres van de desbetreffende vervoerder/leverancier gesteld.
7Het College kan aan een vervoerder/leverancier nadere voorschriften en beperkingen stellen.
Artikel 3.8 Een permanente parkeerontheffing met tijdsduurbeperking, voor bezorgauto’s:
1Een ontheffing op het parkeerverbod kan worden verleend aan (exploitanten van) ondernemingen in het gebied, met dien verstande dat de ontheffing alleen geldt voor een in de ontheffing vastgelegde periode van de dag, die kan verschillen per dag van de week en voor het bezorgen van verse maaltijden. Met deze ontheffing kunnen ondernemers de bezorgauto in het voetgangersgebied of de laad- en losstraat kortstondig parkeren (maximaal 20 minuten), waardoor het wachten op en het “laden” van bezorgbestellingen mogelijk is.
2Per onderneming komen maximaal twee voertuigen in aanmerking voor een ontheffing.
3Voor het bepalen van de bezorgtijden wordt gekeken naar de tijden die op de website van de ondernemer en op de website van thuisbezorgd.nl staan vermeld.
4De aanvrager van de ontheffing moet de volgende gegevens en bescheiden overleggen:
a.Een ondertekend en naar waarheid ingevuld aanvraagformulier.
b.Een kopie van een geldig legitimatiebewijs.
c.Een kopie van het kentekenbewijs of een kopie van het leasecontract van het desbetreffende motorvoertuig.
d.Een inschrijvingsbewijs van de Kamer van Koophandel of een goedgekeurde accountantsverklaring.
5De ontheffing wordt op naam en adres van de desbetreffende ondernemer gesteld.
6Het College kan aan een de ondernemer nadere voorschriften en beperkingen stellen.
Hoofdstuk 4 Aanvragen van incidentele ontheffingen
Artikel 4.1 entele ontheffing voor nader vermelde categorieën
1Een incidentele ontheffing door gebruikmaking van de intercom of op andere voorkomende wijze voor het berijden van het centrumgebied met een motorvoertuig en eventueel het parkeren in het gebied kan worden verleend aan:
a.huisartsen en verloskundigen, ten behoeve van spoedgevallen in het gebied;
b.een bouw-, installatie- en reparatiebedrijf;
c.een uitvaartondernemer met volgauto’s;
d.een bruidsauto met volgauto’s;
e.een anoniem waardetransport;
f.een geldtransport;
g.een evenemententransport;
h.een schoonmaakbedrijf;
i.een storingsdienst;
j.een verhuisbedrijf;
k.een touringcar;
l.een bewoner van het centrumgebied voor het door hem zelf uitvoeren van een verhuizing naar zijn eigen woonadres;
m.een decorwagen ten behoeve van theater Cool;
n.een zendwagen van radio en tv;
o.hoogwaardigheidsbekleders als daar zijn de koning, de commissaris van de koning, ministers en staatssecretarissen;
p.en hiermee gelijk te stellen gevallen.
2De aanvrager moet voor de aanvraag van deze ontheffing kunnen aantonen dat:
a.De uit te voeren werkzaamheid of de uit te voeren activiteit in het centrumgebied absoluut niet kan worden uitgevoerd tijdens de venstertijd.
b.De goederen, gereedschappen of materialen niet op een andere wijze of op andere tijden kunnen worden afgeleverd of afgehaald.
c.Door de politie, gemeente of een door de gemeente aangewezen partij een ontheffing voor de werkzaamheid in het centrumgebied is verleend.
3In bijzondere omstandigheden zoals het verlenen van ontheffing voor het berijden van het centrumgebied door hoogwaardigheidsbekleders zoals vermeld in artikel 4.1 lid 1 sub n en daaraan gelijkgestelde gevallen kan ontheffing worden verleend zonder een aanvraag en overige procedurele handelingen zoals vermeld in lid 2 en lid 3 van dit artikel.
4De ontheffing wordt op naam, adres en kenteken van het motorvoertuig gesteld.
5Het College kan aan de ontheffing nadere voorschriften en beperkingen stellen.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 5.1 Strafgrond
Handelen en/of nalaten in strijd met de voorwaarden van de in dit reglement beschreven ontheffingen is verboden volgens het gestelde in artikel 150 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994 en strafbaar volgens het gestelde in artikel 177 lid 1 van die wet.
Artikel 5.2 Hardheidsclausule
Het College handelt overeenkomstig de beleidsregels tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
Artikel 5.3 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel afsluiting Stadshart’.
Artikel 5.4 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking de achtste dag na bekendmaking.
Artikel 5.5 Overgangsbepalingen
Alle eerdere beleidsregels over het onderwerp worden ingetrokken.