Gemeentelijke regelgeving

Beleidsnotitie kangoeroewoningen Dijk en Waard

Gemeente Dijk en Waard · geldt sinds 21 februari 2023

Bijlage 1 Context en kanttekeningen

Een kangoeroewoning is alleen onder voorwaarden mogelijk

Niet alle verzoeken van inwoners lenen zich voor gemeentelijke medewerking aan het verlenen van een omgevingsvergunning of een vrijstelling. Zo zijn er vanuit ruimtelijke ordeningsbeleid nadrukkelijk beperkingen gesteld aan bestemmingen, waarbij handhaving van het gebruik van grond en gebouwen een belangrijk sluitstuk is.

Vooropgesteld moet worden dat niet wordt toegestaan dat bij een hoofdwoning een extra zelfstandige woning ontstaat. Bij een aan- en uitbouw is het kangoeroewonen ondergeschikt aan de hoofdwoning en maakt de buidelwoning een functioneel onderdeel uit van de zelfstandige woning. Het gaat om zelfstandige bewoning in een afhankelijke woonruimte. Hoofdwoning en buidelwoning moeten beide gelegen zijn op hetzelfde erf en gebruik maken van dezelfde erftoegang. Vanzelfsprekend is dat het, bij het omzetten van het gebruik naar kangoeroewonen bij bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen, dient te gaan om legale bouwwerken.

Feit is dat het toestaan van kangoeroewoningen niet mag leiden tot ongewenste stedenbouwkundige situaties. Het moet evenmin leiden tot onaanvaardbare situaties voor omwonenden. Om enerzijds het realiseren van een kangoeroewoning mogelijk te maken, maar anderzijds te voorkomen dat stedenbouwkundig onwenselijke situaties ontstaan, is het noodzakelijk onder voorwaarden het realiseren van kangoeroewoningen mogelijk te maken. Deze voorwaarden vormen het kader op basis waarvan kan worden afgeweken van de bestemmingsplanregels.

Mantelzorgwonen vergunningsvrij binnen de reikwijdte van het Besluit omgevingsrecht (2014) en de Omgevingswet per 2024.

Op 1 november 2014 is een nieuw Bor in werking getreden. Binnen deze regels zijn mogelijkheden opgenomen om mantelzorgwoningen vergunningsvrij op te richten. Het Bor maakt onderscheid tussen de mogelijkheden voor de bebouwde kom en het buitengebied. Daarnaast hangen de mogelijkheden af van de grootte van het perceel en welke bijgebouwen en bouwwerken al op het perceel aanwezig zijn. Als laatste wordt in sommige gevallen getoetst aan het geldende bestemmingsplan. De verwachting is dat de behoefte aan (toekomstige) mantelzorgwoningen primair vergunningsvrij te realiseren is binnen de reikwijdte van het Bor en (hoogstwaarschijnlijk) vanaf 2024 binnen de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Hiervoor zijn geen beleidsregels nodig, mits een en ander wordt geregeld in het toekomstige Omgevingsplan.

Voor parkeren zijn geen aanvullende voorwaarden opgenomen.

Voor kangoeroewonen wordt een parkeernorm van ‘nul’ gehanteerd. Dat betekent dat bij de aanvraag tot het realiseren van een kangoeroewoning geen extra eisen worden gesteld waar het gaat om parkeren. De argumentatie hiervoor is dat de gemiddelde woningbezetting niet significant zal veranderen ten opzichte van de situatie waarin de woning op reguliere wijze wordt bewoond en ook sprake kan zijn van meerdere gezinsleden met een auto. De doelgroep van kangoeroewoningen beschikt in beperkte mate over een eigen auto. Het effect op de parkeerdruk in de omgeving is daarom ook beperkt en kan worden opgevangen binnen de normale fluctuaties van de parkeerdruk in woonbuurten. Met andere woorden: kangoeroewonen wordt voor wat betreft de parkeerdruk niet wezenlijk anders gezien dan het huisvesten van een gezin met kinderen die soms meerdere eigen auto’s hebben, zoals veelvuldig in woonwijken voorkomt. Voor dergelijke gevallen worden ook geen extra parkeereisen gehanteerd.

Voor de lintbebouwing op het grondgebied van Langedijk geldt een uitzondering op deze regel. De lintbebouwing in de voormalige gemeente Langedijk kampt in de huidige situatie al met parkeerproblematiek; er is vaak onvoldoende ruimte voor parkeren in de smalle straten van het lint. Het hanteren van een parkeernorm ‘nul’ is voor dit gebied dan ook niet wenselijk. In de lintbebouwing van Langedijk wordt dan ook als voorwaarde gesteld dat parkeren op eigen perceel moeten plaatsvinden

2Voor het uitgangspunt parkeren op eigen terrein is de Nota Parkeernormen Dijk en Waard leidend.

. Buiten de lintbebouwing van Langedijk worden, , geen voorwaarden gesteld aan parkeren bij het realiseren van een kangoeroewoning. Van belang is voorts, dat bij het verlenen van een vergunning voor realisatie van een kangoeroewoning, dit niet per definitie inhoudt dat wordt toegestaan dat geparkeerd wordt in de voortuin. Dit vergt een andere ruimtelijke afweging.

Indien een initiatiefnemer er zelfstandig voor kiest, of verplicht is, om parkeren op eigen erf te regelen, wordt gevraagd om een situatietekening waaruit blijkt waar en hoe het parkeervak wordt gesitueerd. Daarmee kan de gemeente toetsen of het parkeren past in het bestemmingsplan en kan bij strijdigheid worden afgewogen of het verlenen van medewerking nog ruimtelijk wenselijk is.

Het gebruik van vrijstaande bouwwerken voor wonen door een tweede huishouden is niet toegestaan. Uitzondering hierop kan worden gemaakt voor bestaande karakteristieke en beeldbepalende bijgebouwen in het lint van Langedijk en bestaande (voormalig agrarische) bijgebouwen in de lintstructuur van Heerhugowaard.

Op het grondgebied van Heerhugowaard wordt de realisatie van een kangoeroewoning alleen onder voorwaarden toegestaan in bestaande (voormalig agrarische) vrijstaande bijgebouwen in het lint, mits wordt voldaan aan de voorwaarden op basis van de strategie voor de linten: ‘Samen werken aan de linten’.

Specifiek voor het lint van de voormalige gemeente Langedijk geldt dathet gebruik van bijgebouwen voor wonen door een tweede huishouden, waarbij het eerste huishouden het hoofdgebouw gebruikt voor wonen, in sommige gevallen is toegestaan. Voor het wonen in de tweede lijn wordt onder voorwaarden een uitzondering gemaakt voor karakteristieke en beeldbepalende bijgebouwen in het lint: dit zijn bijgebouwen die vanwege de uitwendige hoofdvorm - zoals die wordt bepaald door onder andere de goot- en bouwhoogte en dakhelling - karakteristiek zijn voor het stedenbouwkundig beeld. Zie ook de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Dijk en Waard 2022.

Wenselijk is om deze karakteristieke beeldbepalende bijgebouwen te behouden. Denk aan oude koolschuren die hun functie hebben verloren. Het wonen in karakteristieke en beeldbepalende bijgebouwen wordt op grond van bestemmingsplannen mogelijk gemaakt. Door het wonen in deze beeldbepalende bijgebouwen toe te staan, kunnen deze een tweede functie krijgen en hiermee is het voor de eigenaren van deze gebouwen financieel-economisch mogelijk deze bijgebouwen op een goede manier te onderhouden. Om te voorkomen dat hoofdgebouwen en karakteristieke en beeldbepalende bijgebouwen vooral gebruikt worden voor het verhuren van kamers, is verhuren alleen mogelijk als deze ondergeschikt is aan het wonen van het aanvankelijke huishouden (zijnde het gezin).

De karakteristieke beeldbepalende bijgebouwen in Langedijk zijn in de bestemmingsplannen opgenomen met een aanduiding. Een deel van de karakteristieke, beeldbepalende bijgebouwen is tevens aangemerkt als gemeentelijk monument. Dit zal meegenomen moeten worden in de ruimtelijke afweging voor het al dan niet toestaan van realisatie van een kangoeroewoning.

Bij nieuwbouw wordt kangoeroewonen in een vrijstaand bijgebouw per definitie niet toegestaan, ter voorkoming van het oneigenlijke gebruik van een kangoeroewoning voor reguliere (zelfstandige) bewoning. Voor dit uitgangspunt is gekozen omdat een kangoeroewoning, in tegenstelling tot een mantelzorgwoning op basis van het ruimtelijke wettelijk kader, géén tijdelijke voorziening is. Een kangoeroewoning is in principe van permanente aard. Een mantelzorgwoning moet bij het vervallen van de mantelzorgrelatie, volgens de rijksregels van het Bor (en waarschijnlijk per 2024: de Omgevingswet) worden ontmanteld, bijvoorbeeld na overlijden van de mantelzorgontvanger. Dit ter voorkoming van het oneigenlijke gebruik van een mantelzorgwoning voor reguliere (zelfstandige) bewoning.

Uitgangspunt is de maximale omvang, zoals is vastgelegd in bebouwingsregels.

Voor wat betreft de fysieke verschijningsvorm is het uitgangspunt dat de realisatie van een kangoeroewoning moet plaatsvinden binnen de bestaande bouwmassa, dan wel binnen de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, dan wel de mogelijkheden die er bestaan op grond van vergunningvrij bouwen.

Vooropgesteld wordt dat niet wordt toegestaan dat bij een hoofdwoning een zelfstandige woning ontstaat in het kader van kangoeroewonen. Voor Dijk en Waard geldt dat, door toevoeging van een tweede huishouden op een perceel er geen sprake kan zijn van een nieuw erf dat recht zou kunnen geven op nieuwe vergunningvrije bebouwing, zoals benoemd in het geldende rijksbeleid.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.