Aanhef
Beleid en voorschriften voor de organisatie van evenementen in Diemen
HOOFDSTUK 5 AAN VERGUNNINGEN TE VERBINDEN VOORSCHRIFTEN
5.1 Algemene voorschriften
5.1.1 Openbare orde en veiligheid
Het is verboden om bij een evenement de orde te verstoren (artikel 2:26 APV).
De organisator van het evenement is in eerste instantie verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid van de bezoekers op het evenemententerrein. Hij moet daarom zorgen voor voldoende toezicht (beveiligers en/of toezichthouders).
De coördinator team Handhaving van de gemeente organiseert voorafgaand aan een groot evenement een uitvoeringsoverleg waar de taken en gebruik van bevoegdheden worden afgestemd tussen de verschillende partijen: de gemeentelijke handhavers, de politie, de organisator van het evenement en de door hem ingehuurde beveiligers en/of toezichthouders. In dit overleg worden ook de risicopunten besproken en hoe de vergunning wordt gehandhaafd.
Tijdens het evenement moet de organisator of een door hem aangewezen leidinggevende altijd op het evenemententerrein aanwezig, bereikbaar en aanspreekbaar zijn. Hij is het aanspreekpunt voor aanwijzingen van de hulpdiensten. De organisator moet te allen tijde aanwijzingen van politie, brandweer, GHOR en gemeente opvolgen.
Niet opvolgen van de aanwijzingen kan ertoe leiden dat de burgemeester het evenement stillegt (artikel 5.24 lid 5 Awb en artikel 175 Gemeentewet).
Verlichting
Voorafgaand aan een groot evenement wordt door team Wijkbeheer van de gemeente de openbare verlichting gecontroleerd en zo nodig in orde gebracht. De organisator kan worden verplicht om aanvullende verlichting aan te brengen.
Indien de toegang tot een evenemententerrein en/of het evenemententerrein zelf onvoldoende is verlicht, wordt in de vergunning een begin- en/of eindtijdstip opgenomen dat overeenkomt met het tijdstip van zonsopgang en/of zonsondergang.
Beveiliging/bewaking
Afhankelijk van de aard van het evenement en de risicoanalyse kunnen vrijwilligers op het evenemententerrein het toezicht uitoefenen of huurt de organisator een (door de minister van Veiligheid en Justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf in.
Indien meer dan 2.000 bezoekers worden verwacht en/of een veiligheidsplan is opgesteld, worden in beginsel gecertificeerde beveiligers ingezet.
De norm is dat er één beveiliger en/of toezichthouder op 250 gelijktijdig aanwezige bezoekers moet zijn.
Op basis van ervaringsgegevens van het evenement (heeft het evenement wel of niet een verhoogd veiligheidsrisico?) kan de vergunningverlener hiervan afwijken.
De bij de organisatie betrokken beveiligers, toezichthouders en andere vrijwilligers moeten goede instructie krijgen over de vluchtroutes vanaf het evenemententerrein, moeten bekend zijn met de aanrijroutes van de hulpdiensten en moeten zelf ook parkeren op de daartoe bestemde locaties.
Brandveiligheid
De algemene voorschriften in bijlage 2 worden in de evenementenvergunning opgenomen. Dit geldt alleen voor die voorschriften die van toepassing zijn op het evenement. Dus, als er geen tribunes zijn op een evenement, zijn de voorschriften voor tribunes uiteraard niet van toepassing.
Bij sommige evenementen zal de brandweer specifieke voorschriften opstellen, die in de evenementenvergunning worden opgenomen.
Als niet aan de voorschriften wordt voldaan, wordt er geen evenementenvergunning verstrekt of kan deze worden ingetrokken. Dan kan het evenement niet doorgaan. Het is daarom belangrijk dat de organisator van een evenement zich houdt aan de voorschriften.
5.1.2 Hygiëne en volksgezondheid
De gemeente maakt gebruik van adviezen van de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR).
Voor evenementen tot 5.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers zonder verzwarende omstandigheden wordt gebruik gemaakt van het standaard advies van de GHOR.
6Geneeskundige advisering bij Publieksevenementen, versie november 2014, van GHOR Amsterdam-Amstelland.
Zijn er wel verzwarende omstandigheden dan zal de gemeente een maatwerkadvies vragen aan de GHOR.
Verzwarende omstandigheden: maatwerkadvies
Indien aan één of meer van onderstaande criteria wordt voldaan is sprake van verzwarende omstandigheden en wordt door de vergunningverlener een maatwerkadvies gevraagd aan de GHOR:
a.er is sprake van een meerdaags evenement waarbij gebruik wordt gemaakt van tijdelijke huisvesting of tijdelijke kampeervoorziening;
b.er wordt gebruik gemaakt van waterverneveling (bijvoorbeeld: douche; fontein; natmaken van bezoekers met een waterslang) of er worden zwem-, speel- of bubbelbaden op het evenemententerrein geplaatst;
c.bij het evenement zijn (huis)dieren betrokken;
d.tijdens het evenement worden tatoeages, inclusief permanente make-up, of piercings gezet (hiervoor is een vrijstelling van de vergunningsplicht nodig van de GGD);
e.er wordt voedsel bereid buiten de reguliere horecavoorzieningen of in een uitbouw van een reguliere horecavoorziening;
f.als het een Dance feest betreft of de verwachting bestaat dat sprake zal zijn van bovenmatig alcohol- en/of drugsgebruik;
g.als bij het evenement veel mensen worden verwacht met een slechte mobiliteit;
h.het evenement is gericht op mensen die een zware fysieke inspanning gaan leveren;
i.omgevingsfactoren brengen extra risico’s met zich mee (bijvoorbeeld: activiteit voor kinderen bij open water; activiteit in de buurt van een risicobedrijf);
j.het ruimtelijk profiel van het evenemententerrein brengt extra risico’s met zich mee (bijvoorbeeld: moeilijke toegankelijkheid; uitgestrektheid; meerdere podia);
k.er ontstaat een beperking in de hulpverleningscapaciteit voor omwonenden (bijvoorbeeld door afsluiting van een aanrijroute);
l.er worden meer dan 5.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers verwacht.
Standaardadvies
Het standaardadvies bestaat uit vier onderdelen:
a.in te zetten eerstehulpverleners;
b.inrichting van een EHBO-post en de bereikbaarheid daarvan;
c.hygiënezorg (drinkwater, toiletten, horeca, afval);
d.weersomstandigheden.
a.In te zetten eerstehulpverleners
De algemene regel van één eerstehulpverlener per 1.000 gelijktijdig aanwezige bezoekers, met een minimum van twee eerstehulpverleners, is komen te vervallen. Van geval tot geval moet worden afgewogen of en zo ja, hoeveel eerstehulpverleners van een bepaald deskundigheidsniveau aanwezig moeten zijn.
De drie deskundigheidsniveaus zijn:
BLS (Basic Life Support) niveau betreft de reguliere hulpverlener die in staat is om generieke basishulp zonder specifieke hulpmiddelen te leveren. Een AED (Automatische Externe Defibrillator) dient standaard aanwezig te zijn. Voor de noodzakelijke expertise wordt gerefereerd aan het Oranje Kruisboekje.
BLS+ (Basic Life Support+) niveau betreft hulpverleners die ook zicht hebben op het totale klinische beeld van de patiënt. Dit zijn basisartsen, verpleegkundigen met recente ervaring op spoedeisende hulpverlening, IC of CCU. De extra deskundigheid maakt het mogelijk om met dezelfde hulpmiddelen de handelingsvaardigheid te vergroten en/of specifieke klinische beelden te onderkennen.
ALS (Advanced Life Support) niveau dient op basis van het Landelijk Protocol Ambulancezorg geboden te worden door bevoegd en bekwaam personeel van een zorginstelling met de beschikking over ALS instrumentarium. Dit niveau is aanwezig voor hoog complexe hulpvragen en zicht op het totale klinische beeld van de patiënt. Tevens dienen zij als professionele ondersteuners van de BLS hulpverleners.
De eerstehulpverleners:
•dienen duidelijk herkenbaar te zijn;
•dienen met uitzondering van het ALS-personeel, allen in het bezit te zijn van een geldig E.H.B.O.-diploma, inclusief aantekening reanimatie en AED bediening; de GGD/GHOR heeft te allen tijde het recht om het medisch personeel te controleren;
•die ingezet worden als ALS-hulpverlener dienen ingeschreven te zijn in het BIG-register; de GGD/GHOR heeft te allen tijde het recht om het medisch personeel te controleren;
•die ingezet worden als ALS-hulpverleners dienen bevoegd en bekwaam te zijn om hulpverleningen uit te voeren op ALS-niveau (Advanced Life Support cf. LPA 8.0), onder de verantwoordelijkheid van een medisch manager;
•dienen een kopie van hun diploma’s en/of registratie bij zich te hebben en desgewenst te kunnen tonen;
•dienen bij dancefeesten gespecialiseerd te zijn in drugshulpverlening.
l Vanaf een half uur voor aanvang tot een uur na einde van het evenement dient de medische hulpverleningsorganisatie aanwezig en operationeel te zijn.
Na afloop van het evenement dient de evenementorganisatie of de EHBO-organisatie de registratie van de hulpverlening ter beschikking te stellen aan de GHOR: evenementenadvies@ghorasd.nl
b.inrichting van een EHBO-post en de bereikbaarheid daarvan
Op het evenemententerrein dient in beginsel minimaal één EHBO-post aanwezig te zijn. Deze moet aan diverse voldoen die in de voorschriften in bijlage 2 zijn opgenomen. De organisator zorgt ervoor dat alle betrokkenen weten waar de EHBO-post geplaatst is.
Voor ambulances dient de EHBO-post te allen tijde goed bereikbaar te zijn. Hierbij is van belang dat een vrije aan- en afvoerroute aanwezig blijft. Indien de ondergrond onverhard is, zijn aanpassingen (bijvoorbeeld met behulp van rijplaten) een voorwaarde. De aan- en afvoerroute van de EHBO-post dient tevens aan te sluiten op de calamiteitenroute. In het veiligheidsplan van de organisatie dient deze calamiteitenroute duidelijk te zijn aangegeven door middel van een tekening en een beschrijving van de route.
De calamiteitenroute mag geen onderdeel zijn van een ontruimingsplan om tegengestelde verkeersstromen te voorkomen. De calamiteitenroute dient altijd vrij gehouden worden ten behoeve van de nood- en hulpdiensten.
Bij medische spoed kan via het landelijke alarmnummer 112 ambulancehulpverlening aangevraagd worden. Voor intercollegiaal overleg of aanvragen van minder spoedeisend vervoer, kan gebeld worden met de Meldkamer Ambulancezorg (MKA) op 088-0129890. Voor aanvang van het evenement kan de leidinggevende van de medische hulpverleningsorganisatie zich tevens inmelden via dit nummer bij de MKA.
c.hygiëne zorg (drinkwater, toiletten, horeca, afval)
Tijdens het evenement bestaat het risico voor overdracht van infectieziekten ten gevolge van een slechte hygiëne. Ten aanzien van technische hygiënezorg worden door het LCHV te nemen maatregelen aanbevolen.
(Tijdelijke) drinkwatervoorziening
Sommige terreinen hebben bestaande voorzieningen, maar het kan ook voorkomen dat er tijdelijke drinkwatervoorzieningen geplaatst moeten worden die na het evenement weer verwijderd worden. De regels waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de voorschriften in bijlage 2.
Sanitaire voorzieningen
De algemene regel van één toilet per 150 gelijktijdig aanwezige bezoekers is komen te vervallen. Van geval tot geval moet worden afgewogen hoeveel toiletten aanwezig moeten zijn. Factoren die van belang zijn voor het bepalen van het benodigde aantal toiletten zijn:
•het aantal te verwachten bezoekers;
•de samenstelling van het publiek (mannen/vrouwen/jeugd);
•de gemiddelde verblijfstijd (dagevenement of meerdaags evenement);
•het soort evenement (vanwege het gedragspatroon);
•het type toiletten (toiletten op waterspoeling of mobiele toiletten) dat wordt gebruikt;
•de verwachte piekdrukte (bijvoorbeeld showpauzes);
•het consumptieve gedrag (wordt er veel gedronken?).
In de voorschriften in bijlage 2 is opgenomen waaraan toiletten moeten voldoen.
Horeca
Op veel publieksevenementen zijn tijdelijke eetgelegenheden aanwezig. De organisator is vanuit het Warenwetbesluit wettelijk verplicht maatregelen te nemen die de kans verkleinen dat medewerkers en bezoekers ziek worden van bedorven eten en drinken. In hygiënecodes staan voedselveiligheidsmaatregelen die voor alle stadia van voedselverwerking gelden: van het kopen of ontvangen tot het bewaren, het bereiden en het serveren van eten en drinken. Hygiënecodes zijn een praktische uitwerking van de HACCP (Hazard Analysis Critical Control Points; een systeem om de voedselveiligheid te beheersen). Met behulp van een goedgekeurde hygiënecode kan de organisator voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. Voorbeelden van goedgekeurde en veelgebruikte hygiënecodes op evenementen zijn de Hygiënecode voor de horeca en de Hygiënecode voor de contract- en inflightcatering. Een overzicht van alle goedgekeurde hygiënecodes staat op de website van de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: www.nvwa.nl. De hygiëneadviseur van de GGD heeft een signalerende functie.
Bij de aanvraag om een evenementenvergunning moet worden vermeld welke hygiënecode tijdens het evenement wordt gebruikt.
•Bepaal volgens welke hygiënecode(s) er op uw locatie wordt gewerkt. Zorg dat de gekozen code alle voedselprocessen tijdens het evenement dekt.
•Zorg dat iedereen die betrokken is bij voedselprocessen volgens de gekozen hygiënecode werkt.
Afval
Afval kan een bron van ziektekiemen zijn. Bovendien trekt afval dierplagen aan. Daarom moet de opslag en afvoer van afval aan bepaalde eisen voldoen.
•Leeg afvalemmers voldoende vaak, maar minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten afvalcontainers op een aparte afvalplaats.
•Houd de opslagplaats schoon, zodat er geen ratten of andere plaagdieren op af komen. Plaats geen afval naast afvalcontainers. Zorg dat het afval wordt opgehaald voordat de (laatste) container overvol is.
•Verschoon damesverbandcontainers in de damestoiletten dagelijks. Worden de containers geleegd door een leverancier? Spreek dan een geschikte termijn af.
•Verzamel dierlijke afvalstoffen, zoals mest, gescheiden van het overige afval en zorg dat bezoekers hier niet mee in aanraking komen.
In de voorschriften in bijlage 2 zijn de eisen opgenomen.
d.weersomstandigheden
De organisator dient de dag voorafgaand aan het evenement en op de dag zelf te zorgen voor een oordeel over de vraag of het, gezien de (weers)omstandigheden, verantwoord is om het evenement te laten starten of voort te zetten. Voor een meerdaags evenement geldt dit voor elke dag.
Indien van toepassing wordt gebruik gemaakt van de beoordelingsprocedure uit het draaiboek weersomstandigheden (zie paragraaf 4.1).
Bij een dreigende situatie is het van belang dat de organisatie tijdig afstemt met de hulpdiensten over te nemen beslissingen. Denk hierbij aan het organiseren en bieden van handelingsperspectieven, het stilleggen, beëindigen of ontruimen van het evenement. De coördinator team Handhaving van de gemeente wijst iemand aan die namens de gemeente proactief het weer monitort. Indien de organisator geen maatregelen treft bij extreem weer, is de burgemeester bevoegd om het evenement stil te leggen.
5.1.3 Verkeer en vervoer
Evenementen hebben invloed op het verkeer vanwege parkeerdrukte maar ook omdat de locatie van een evenement doorgaande wegen kan betreffen die hiertoe afgezet moeten worden. Tijdens evenementen moeten belangrijke bestemmingen bereikbaar blijven.
Parkeren
Bij evenementen met veel toeschouwers kunnen auto’s zorgen voor parkeerproblemen. Per activiteit wordt nagegaan of en in hoeverre parkeeroverlast tot verkeershinderlijke of verkeersonveilige situaties leidt. Zo nodig moet een parkeerplan worden opgesteld.
De organisator van een activiteit op het parkeerterrein Muiderstraatweg bij ingang Diemerbos dient voor voldoende (tijdelijke) parkeerplaatsen te zorgen.
De organisator van een activiteit op een ander dan bovenstaand terrein dient het publiek te informeren over bereikbaarheid met het openbaar vervoer.
Ook moet het publiek gestimuleerd worden om lopend of met de fiets te komen.
In geval van ernstige overlast door fout geparkeerde fietsen kan de gemeente de organisator verplichten om vrijwilligers in te zetten om fietsers te verwijzen naar de fietsparkeergelegenheden.
Afsluiten van wegen en overige verkeersmaatregelen
Voor evenementen kunnen wegen of weggedeelten in sommige gevallen op verzoek van een organisator tijdelijk worden afgesloten.
Afsluiting van een weg ten behoeve van een evenement kan in elk geval niet plaatsvinden, indien de verkeersveiligheid en/of doorstroming van het verkeer in het geding is, bijvoorbeeld:
a.als gevolg van tijdelijke situaties (reconstructies wegen);
b.als er geen redelijk alternatief is voor doorgaand verkeer, hulpdiensten of het openbaar vervoer.
Bij de beslissing om al dan niet wegen af te sluiten worden uitdrukkelijk alle betrokken belangen meegewogen. Hieronder vallen zowel de belangen van de organisator van een evenement als die van aanwonenden, ondernemers en/of andere instanties uit de betreffende straat en/of de omgeving.
Uitgangspunten zijn:
•afsluiten van straten met enige omvang met als gevolg een omleiding over straten die hiervoor niet geschikt zijn, is in verband met de verkeersveiligheid en overlast voor bewoners niet gewenst;
•alle locaties/panden in het af te sluiten gebied moeten voor de hulpdiensten voldoende bereikbaar zijn; grote verkeersaders en gebiedsontsluitingswegen zullen daarom in beginsel niet worden afgesloten, tenzij op andere wijze de bereikbaarheid voor de hulpdiensten is gegarandeerd; brandkranen en waterwinpunten dienen te allen tijde bereikbaar te zijn;
•in het geval van het bezet houden van het trottoir, waardoor voetgangers gedwongen zijn de weg over te steken of op het fietspad of de rijbaan te lopen, dienen er (oversteek) voorzieningen voor voetgangers te worden getroffen;
•verkeersveiligheid kan een reden zijn om de organisator een verkeersplan te laten opstellen;
•De organisator zorgt in ieder geval, dat:
a.bewoners, bedrijven en instellingen tenminste een week voorafgaand op de hoogte worden gesteld van een afzetting (van een straat en/of parkeerterrein);
b.de doorgaande routes voor hulpdiensten vrij zijn van auto’s, wegafzettingen en andere obstakels.
Indien nodig worden voertuigen conform de Wegsleepverordening Diemen door de gemeente verwijderd.
Verkeersregelaars
Bij activiteiten op de openbare weg waarbij het verkeer voor de veiligheid van de deelnemers en de weggebruikers geregeld moet worden, zijn verkeersregelaars vereist. De Regeling Verkeersregelaars 2009 is hierop van toepassing.
Er zijn drie soorten verkeersregelaars:
•(beroeps)verkeersregelaar;
•evenementenverkeersregelaar voor bepaalde tijd (art. 3, lid 5 regeling verkeersregelaars 2009);
•eenmalige evenementenverkeersregelaar (art. 3, lid 4 regeling verkeersregelaars 2009).
Een eenmalige evenementenverkeersregelaar:
•wordt voor dat evenement aangesteld;
•moet door middel van e-learning een standaardinstructie hebben gevolgd bij de Stichting Verkeersregelaars Nederland;
•is tenminste 16 jaar
7Let op de nadere voorwaarden van artikel 13 regeling verkeersregelaars ten aanzien van minderjarigen: zij worden slechts ingezet op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 km per uur en indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is.
oud;
•is in het bezit van een instructieverklaring van de politie waaruit blijkt dat de standaard instructie is gevolgd.
Per evenement kan worden volstaan met één algemeen aanstellingsbesluit met een groslijst met personalia. De eenmalige evenementenverkeersregelaar ontvangt dus geen aanstellingspas.
Een evenementenverkeersregelaar voor bepaalde tijd wordt aangewezen voor een periode van maximaal twaalf maanden en kan worden ingezet bij evenementen die in die periode plaatsvinden. De evenementenverkeersregelaar voor bepaalde tijd heeft een uitgebreide theoretische instructie gevolgd en ontvangt een aanstellingscertificaat.
Voor de duur van hun aanstelling dienen verkeersregelaars verzekerd te zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid. Het bedrag waarvoor verzekerd is, moet ten minste even hoog zijn als de som waarvoor de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering, bedoeld in de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, ten minste moet zijn gesloten.
Volgens het Burgerlijk Wetboek wordt de organisator beschouwd als werkgever met de daaraan verbonden verantwoordelijkheden zoals risicoaansprakelijkheid. Ook de verkeersregelaars vallen daaronder. Iedere organisator van een evenement wordt daarom geadviseerd zorg te dragen voor een evenementenverzekering waarin het regelen van het verkeer door verkeersregelaars expliciet is opgenomen.
Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersregelaars duidelijk herkenbaar te zijn.
Evenementenverkeersregelaars oefenen hun taak uit onder direct toezicht van de politie.
Plaatsen van borden
Voor het plaatsen van borden op de openbare weg is toestemming nodig van de wegbeheerder. Voor rijkswegen geeft Rijkswaterstaat de toestemming, voor provinciale wegen de provincie, en voor gemeentelijke wegen de gemeente. Het Besluit Algemene Bepalingen Wegverkeer (BABW) geeft regels over het plaatsen van borden.
Er zijn twee soorten borden: verwijzingsborden en verbodsborden. In beginsel worden de borden door de gemeente geplaatst.
De kosten van het plaatsen van de borden kan de wegbeheerder verhalen op de organisator van het evenement. De materialen die benodigd zijn voor het treffen van verkeersmaatregelen (zoals afzettingen) kunnen tegen betaling van een borgsom of vergoeding worden geleend bij het team Wijkbeheer van de gemeente. Wanneer er niet voldoende materialen beschikbaar zijn bij het team Wijkbeheer dient de organisator (op eigen kosten) zelf zorg te dragen van aanschaf of huur van materialen.
Bij schade of vermissing van de geleende materialen worden de kosten daarvan in rekening gebracht bij de organisator.
Indien nodig worden conform de Wegsleepverordening Diemen voertuigen door de gemeente verwijderd.
5.1.4 Milieu: afval, geluid en natuur
Milieuzorg is belangrijk bij het organiseren van een evenement. Eventuele overlast voor omwonenden, bedrijven en de natuur moet zoveel mogelijk worden beperkt. Daarnaast is het beperken van afval en het gescheiden inzamelen van afval van belang.
Afval
Tijdens een evenement in de buitenlucht of in een tent moeten dranken in kunststof (plastic) bekers worden verstrekt. In verband met de gescheiden inzameling en hergebruik van plastic verdient het aanbeveling om voor koude en warme dranken dezelfde soort beker te gebruiken. Indien het voorkomen van onnodig afval daartoe aanleiding geeft, kan de vergunningverlener voorschrijven dat voor te verstrekken bekers een statiegeld moet worden geheven.
Tijdens het evenement dienen voldoende afvalbakken op het evenemententerrein aanwezig te zijn.
De organisator van het evenement is verantwoordelijk voor het schoon opleveren van het evenemententerrein. Direct na afloop van het evenement moet het terrein worden schoongemaakt, waarbij het afval zoveel mogelijk moet worden gescheiden.
Wordt dit nagelaten dan zorgt de gemeente voor opruim- en schoonmaakwerkzaamheden op kosten van de organisator.
Geluid van inrichtingen (zoals horecabedrijven)
Voor het geluid van type A en type B inrichtingen gelden de eisen die zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor collectieve en maximaal zes incidentele festiviteiten kan van die normen worden afgeweken (artikelen 4.2 en 4.3 APV).
Een aanvraag om een evenementenvergunning wordt, indien van toepassing, tevens aangemerkt als een kennisgeving van een incidentele festiviteit.
Bij collectieve en gemelde incidentele festiviteiten zijn onderstaande, hogere geluidsnormen op grond van de APV toegestaan:
•het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de festiviteit bedraagt niet meer dan 70 dB(A) gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter; bij collectieve festiviteiten geldt ook een maximaal geluidsniveau van 80 dB(A);
•deze geluidswaarden zijn inclusief onversterkte muziek en stemgeluid en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid;
•het ten gehore brengen van muziek dient te worden beëindigd op de hierna genoemde tijdstippen:
o zondag tot en met donderdag uiterlijk om 23.30 uur;
o vrijdag en zaterdag uiterlijk om 0.30 uur;
o feestdagen waarbij de volgende dag een gewone werkdag is uiterlijk om 23.30 uur;
o zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is uiterlijk om 0.30 uur.
Geluid bij evenementen in de open lucht
Voor het geluid bij evenementen in de open lucht gelden speciale regels (artikel 4:6 leden 5, 6 en 7 APV).
Bij evenementen als bedoeld in artikel 2:25 geldt een maximum geluidsniveau op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen van:
a.in de bebouwde kom:
–voor kleine en middelgrote evenementen LAeq 60 dB(A) en 70 dB(C);
–voor middelgrote en grote evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek het hoofddoel is LAeq 70 dB(A) en 80 dB(C);
b.in het buitengebied:
–voor kleine en middelgrote evenementen LAeq 60 dB(A) en 60 dB(C);
–voor middelgrote en grote evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek het hoofddoel is gedurende maximaal vier dagen, verdeeld over twee weekenden, LAeq 60 dB(A) en 79 dB(C) en gedurende maximaal vier dagen, verdeeld over twee weekenden, LAeq 65 dB(A) en 83 dB(C).
Deze geluidswaarden zijn inclusief onversterkte muziek en stemgeluid. Metingen worden gedurende vijf minuten uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; daarbij wordt het volgende buiten beschouwing gelaten:
–een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);
–een meteocorrectie (Cm);
–de gebruikelijke meteoraamcondities;
–10 dB(A) toeslag vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid. De geluidsniveaus mogen worden voortgebracht vanaf 09.00 uur, op zondag vanaf 13.00 uur, tot uiterlijk 23.30 uur in de bebouwde kom en tot uiterlijk zonsondergang in het buitengebied. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden afwijken, waaronder nadere eisen stellen, van de geluidsnormen en de eindtijden.
Toelichting
In algemene zin geldt bij kleine en een deel van de middelgrote evenementen als norm 60 dB(A). Ter vergelijking: een normaal gesprek of de televisie komen uit op 50-55 dB(A) en rustig pianospel op 70 dB(A).
Bebouwde kom
De normen in de bebouwde kom voor middelgrote en grote evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek het hoofddoel is, komen overeen met de normen voor collectieve festiviteiten (uit artikel 4:2 APV). Voor de kleine en andere middelgrote evenementen in de bebouwde kom geldt een strengere norm om de hinder voor omwonenden te beperken.
Buitengebied
De norm voor het buitengebied is strenger omdat het geluid daar op veel grotere afstand hoorbaar en hinderlijk is voor zowel mens als dier. De organisator moet bij de aanvraag aangeven binnen welke bronvermogens het festival wordt georganiseerd. Wordt een te hoog bronvermogen aangevraagd om de norm te kunnen halen, dan zal de vergunning geweigerd moeten worden. Voor kleine en andere middelgrote evenementen in het buitengebied geldt een strengere norm voor de dB(C). Dit om een al te hoog bronvermogen, gegeven de vaak grote afstand tot woningen, te voorkomen.
Zondag
Voor evenementen die op zondag plaatsvinden geldt dat het nooit is toegestaan om voor 13.00 uur geluid te produceren dat op een afstand van meer dan 200 meter van de geluidsbron hoorbaar is. Voor de periode vanaf 13.00 uur geldt het verbod ook maar kan de burgemeester op grond van artikel 3, lid 3 van de Zondagswet ontheffing verlenen.
Afwijken van de normen
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden afwijken van de normen. Dit gebeurt al vele jaren voor het Diemer Festijn waar sprake is van een zeer korte afstand tussen de woningen en het evenemententerrein. Als daar geen hogere waarden worden vergund, kan het evenement niet plaatsvinden.
De burgemeester kan ook nadere eisen stellen. Bijvoorbeeld het beperken van begin- en eindstippen en/of het beperken van het geluidsniveau op bepaalde locaties, dagen en tijdstippen.
Handhaving geluidsnormen
Het voldoen aan de geluidsvoorschriften in de evenementenvergunning (zoals het geluidsniveau en de eindtijden) is een taak van de organisator.
Tijdens de schouw voorafgaande aan de start van het evenement wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de opstelling van de geluidsbronnen; afhankelijk van de windrichting kan het bijstellen (andere richting of lager geluidsniveau) van de geluidsbronnen noodzakelijk zijn.
Tijdens het evenement dient de organisator een logboek van het geluid bij te houden, waarin is opgenomen: het tijdstip, de plaats en met welk instrument de geluidmeting is uitgevoerd, de meetwaarden en of het volume van de geluidinstallatie is bijgesteld of niet.
Het voldoen aan de geluidsvoorschriften wordt ook gecontroleerd door team Handhaving van de gemeente.
Voorbeeld van toezicht en handhaving van geluidsnormen.
1Overschrijdingen van 1 of 2 dB(A) of dB(C) krijgen geen vervolg omdat de meetonzekerheid zodanig is dat bij deze waarden niet met zekerheid gesteld kan worden dat er daadwerkelijk sprake is van een overschrijding van de gestelde norm.
2Bij een overschrijding van 3 tot en met 5 dB(A) of dB(C) worden de organisator en geluidtechnicus gewaarschuwd zodat er direct maatregelen genomen moeten worden om het geluidsniveau te herstellen. Hierdoor wordt de organisator in de gelegenheid gesteld weer te voldoen aan de geluidsnormen. Mocht er tijdens een (meerdaags) evenement meer dan twee keer een dergelijke overschrijding plaatsvinden, dan zal de organisator een aanschrijving ontvangen van de geconstateerde overtreding. Hierin wordt aangegeven dat bij een volgend evenement en een zelfde soort overtreding door de burgemeester bestuursrechtelijk kan worden opgetreden, door middel van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete.
3Bij een overschrijding van 6 of meer dB(A) of dB(C) worden de organisator en geluidtechnicus gewaarschuwd zodat er direct maatregelen genomen moeten worden om het geluidsniveau te herstellen. Mocht er tijdens een (meerdaags) evenement meer dan twee keer een dergelijke overschrijding plaatsvinden, dan ontvangt de organisator van de gemeente een brief met een last onder dwangsom. Tegelijkertijd zal een proces-verbaal worden opgesteld door de buitengewoon opsporingsambtenaar van de gemeente of de politie.
Natuur
De algemene voorschriften in bijlage 2 voor een evenement in het buitengebied worden opgenomen in de vergunning. Deze geven een basisbescherming voor de flora en fauna. Op basis van uitgevoerd natuuronderzoek (zie paragraaf 4.1) en/of aanwijzingen van een deskundige (ecoloog) kunnen nadere voorschriften in de vergunning worden opgenomen.
BIJLAGE 1 ADRESSENLIJST
Brandweer Amsterdam-Amstelland, Karspeldreef 16, Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam, Telefoon (020) 555 66 66, office@brandweeraa.nl, www.brandweer.nl/amsterdam-amstelland
Brandweer Diemen, D.J. den Hartoglaan 2, 1111 ZC Diemen, Telefoon (020) 690 34 34.
Gemeente Diemen, D.J. den Hartoglaan 1, Postbus 191, 1110 AD Diemen, Telefoon (020) 31 44 644, info@diemen.nl, www.diemen.nl.
GHOR / GGD, Nieuwe Achtergracht 100, Postbus 2200, 1000 CE Amsterdam,
Telefoon (020) 555 59 11, evenementenadvies@ghorasd.nl, www.gggd.amsterdam.nl
Groengebied Amstelland, Amsteldijk-Noord 55, 1183 TE Amstelveen,
Telefoon (020) 496 56 56, info@groengebied-amstelland.nl
GVB, afdeling Tijdelijke Verkeersmaatregelen, Arlandaweg 100, 1043 HP Amsterdam, Telefoon (020) 460 64 21, tvm@gvb.nl, www.gvb.nl
KIWA, Sir Winston Churchilllaan 273, Postbus 70, 2280 AB Rijswijk,
Telefoon: (070) 414 44 80, certi@kiwa.nl
Luchtverkeersleiding, operationele helpdesk, Postbus 75200, 1117 ZT Luchthaven Schiphol, Telefoon (020) 406 22 01, www.lvln.nl
Politie Amsterdam-Amstelland, korpscoördinatie, Postbus 2287, 1000 CG Amsterdam, Telefoon: (020) 559 23 67, korpscoordinatie@amsterdam.politie.nl
Politie Diemen, D.J. den Hartoglaan 5, 1111 RC Diemen, Telefoon: 0900 - 8844.
Provincie Noord-Holland, afdeling Milieubeheer en Bodemsanering,
Postbus 123, 2000 MD Haarlem, Telefoon (023) 514 31 43, post@noord-holland.nl, www.noord-holland.nl
Voedsel- en Warenautoriteit / Keuringsdienst van Waren, afdeling non-food, Hoogte Kadijk 401, 1018 BK Amsterdam, Telefoon (020) 524 46 00, nw@vwa.nl
BIJLAGE 2 VERGUNNINGVOORSCHRIFTEN
Op de volgende bladzijden staat een voorbeeld tekst besluit tot het verlenen van een evenementenvergunning.
De voorbeeld voorschriften kunnen in een evenementenvergunning en/of ontheffing Drank- en horecawet worden opgenomen.
Uiteraard worden alleen de voorschriften opgenomen die voor het evenement relevant zijn.
Een deel van de voorschriften is ook relevant voor meldingsplichtige evenementen, zoals de voorschriften die gelden voor: het produceren van (muziek)geluid, het gebruiken van een barbecue; het verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken.
De voorschriften zijn verdeeld over de onderwerpen:
1algemeen (tijdsduur, medewerkers, voorzieningen, communicatie, aanwijzingen);
2inrichten evenemententerrein;
3bereiden en verstrekken van eet- en drinkwaren;
4verstrekken van zwakalcoholhoudende drank;
5plaatsen van een tent met podium voor optredens;
6het ten gehore brengen van (live) muziek;
7muziek/dance festival in het buitengebied;
8overige activiteiten (attracties, kramen, braderie, kermis, ballonnen, omroepen);
9overige bepalingen (schade, aansprakelijkheid, informatieplicht);
10aandachtspunten aanbieden bederfelijke eet- en drinkwaren.
Op (datum) voor het laatst aangevuld op (datum) heeft u een aanvraag ingediend om een evenementenvergunning en ontheffing Drank- en horecawet voor het houden van (naam evenement), vanaf (datum) tot en met (datum). Naar aanleiding hiervan deel ik u het volgende mee.
Verlenen evenementenvergunning
Ik heb besloten de evenementenvergunning en ontheffing Drank- en horecawet te verlenen met inachtneming van onderstaande motivering en voorschriften en de bij dit besluit behorende situatietekening en andere bijlagen.
Leges
De leges voor het in behandeling nemen van uw aanvraag bedragen op grond van artikel 1.26.1 van de Legesverordening 2013 gemeente Diemen € bedrag. Hiervoor ontvangt u separaat een factuur.
Motivering
•Op grond van artikel 2:25 lid 1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen is het verboden om zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
•De vergunning kan op grond van de artikelen 1:8 en 2:25 lid 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen worden geweigerd:
a.in het belang van de openbare orde (inclusief zedelijkheid, zoals menselijke waardigheid en dierenwelzijn);
b.in het belang van de openbare veiligheid (inclusief verkeersveiligheid, brandveiligheid en veiligheid van personen en goederen);
c.in het belang van de volksgezondheid (inclusief het voorkomen van letsel of schade door bijvoorbeeld het gebruik van alcohol en/of drugs);
d.in het belang van de bescherming van het milieu (inclusief hinder of schade voor de omgeving, zoals verkeershinder, geluidhinder, (zwerf)afval en schade voor de natuur);
e.indien de inhoud of uitstraling van het evenement niet past binnen de kwaliteit, zoals het gebruik en uiterlijk aanzien, van de (woon)omgeving;
f.indien tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen.
•Geconcludeerd is dat bovenstaande weigeringgronden niet van toepassing zijn, omdat aan de vergunning voorschriften worden verbonden die in voldoende mate tegemoet komen aan de genoemde belangen.
•Op grond van artikel 4:6 lid 5 van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen geldt bij evenementen een maximum geluidsniveau op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen binnen bepaalde begin- en eindtijdstippen.
•Uit een beoordeling van de aangevraagde bandbreedte aan bronvermogens in dB(A) en dB(C) is gebleken dat kan worden voldaan aan voornoemd maximum geluidsniveau.
•De politie, de brandweer, team Wijkbeheer en team Ruimtelijk Beleid hebben een positief advies uitgebracht ten aanzien van de organisatie van en positionering van alle activiteiten tijdens het evenement.
•Door het college en de burgemeester, ieder voor zover bevoegd, is als evenemententerrein aangewezen het gebied zoals aangegeven op de bijgevoegde en van deze vergunning deeluitmakende situatietekening.
•Er worden door de gemeente toereikende verkeersmaatregelen getroffen (op basis van het door het college genomen verkeersbesluit).
•Waternet heeft een vergunning afgegeven voor het gebruik van de Weespertrekvaart en de loswal aan de Venserkade in Diemen tijdens het evenement.
•Tegen inwilliging van het verzoek - gelet op het tijdelijk karakter - bestaan geen bezwaren.
•De evenementenvergunning en ontheffing Drank- en horecawet worden verleend overeenkomstig de bijgevoegde en van deze vergunning/ontheffing deeluitmakende situatietekeningen, programmering, toelichtingen en vergunningvoorschriften.
Bijlagen
•situatieschets
Vergunningvoorschriften
1Algemeen (tijdsduur, medewerkers, voorzieningen, communicatie, aanwijzingen)
1.1 tijdsduur vergunning
1De evenementenvergunning geldt, behoudens eerdere intrekking, op (data en tijden).
2Het opbouwen mag op (datum) van (tijd) tot (tijd) plaats te vinden.
3Het afbouwen mag op (datum) van (tijd) tot (tijd) plaats te vinden.
1.2 beveiliging
1Tijdens het evenement dient te worden voldaan aan het veiligheidsplan.
2Op (datum) dient van (tijd) tot (tijd) iedere in- en uitgang van het evenemententerrein bemenst te worden door (aantal) gecertificeerde beveiligers en/of toezichthouders.
3Op (datum) dienen van (tijd) tot (tijd) minimaal (aantal)gecertificeerde beveiligers en/of toezichthouders ambulant (mobiele surveillance) op het evenemententerrein aanwezig te zijn.
4De organisator zorgt ervoor dat tenminste iedere dag een briefing plaatsvindt aan de beveiligers en toezichthouders.
5De organisator, zijn beveiligers en zijn toezichthouders dienen actief toe te zien op de naleving van de huisregels, de naleving van het gestelde in deze vergunning en wet- en regelgeving en dienen op te treden in geval van calamiteiten en voor de beveiliging van personen en goederen.
1.3 verkeersregelaars
1Tijdens het evenement dient te worden voldaan aan het verkeersplan.
2Tijdens het evenement dienen (aantal) gecertificeerde verkeersregelaars aanwezig te zijn die belast zijn met het regelen van het verkeer bij de ingangen van het evenemententerrein, het regelen van parkeren en verwijzen naar parkeerplaatsen en het vrij maken en houden van de wegen en (wandel)paden voor hulpdiensten.
3Op (datum) van (tijd) tot (tijd) dienen de verkeersregelaars (opsomming specifieke werkzaamheden op specifieke plaats).
4De organisator zorgt ervoor dat tenminste iedere dag een briefing plaatsvindt aan de verkeersregelaars.
5Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersregelaars duidelijk herkenbaar te zijn.
1.4 parkeergelegenheid
1Tijdens het evenement dient te worden voldaan aan het parkeerplan.
2De organisator dient de bezoekers te attenderen op de geringe aanwezigheid van openbare parkeerplaatsen.
3De organisator van een activiteit dient het publiek te informeren over bereikbaarheid met het openbaar vervoer.
4Het publiek moet worden gestimuleerd om lopend of met de fiets te komen. In geval van ernstige overlast door fout geparkeerde fietsen kan de gemeente de organisator verplichten om vrijwilligers in te zetten om fietsers te verwijzen naar de fietsparkeergelegenheden.
5De bij de organisatie betrokken toezichthouders en andere vrijwilligers moeten zelf ook parkeren op de daartoe bestemde locaties.
1.5 verkeersveiligheid
1De organisator dient bezoekers te attenderen op de actie Bob, Alcohol in het verkeer.
1.6 EHBO
1Tijdens het evenement dienen minimaal (twee of hoger aantal) EHBO’ers aanwezig te zijn op deskundigheidsniveau (BLS en/of BLS+ en/of ALS) die belast zijn met het verlenen van eerste hulp. De EHBO’ers dienen duidelijk herkenbaar te zijn en een kopie van hun diploma’s en/of registratie bij zich te hebben en desgewenst te kunnen tonen. De EHBO’ers bij dancefeesten dienen gespecialiseerd te zijn in drugshulpverlening.
2Vanaf een half uur voor aanvang tot een uur na einde van het evenement dient de medische hulpverleningsorganisatie aanwezig en operationeel te zijn. Bij medische spoed kan via het landelijke alarmnummer 112 ambulancehulpverlening worden aangevraagd. Voor intercollegiaal overleg of aanvragen van minder spoedeisend vervoer kan via telefoonnummer 088-0129890 contact worden opgenomen met de Meldkamer Ambulancezorg.
3Tijdens wateractiviteiten dienen minimaal (aantal) gecertificeerde duikers in en rondom het water aanwezig te zijn.
4Op het evenemententerrein dient minimaal één EHBO-post aanwezig te zijn. De organisator zorgt ervoor dat alle betrokkenen weten waar de EHBO-post geplaatst is.
5Na afloop van het evenement dient de organisator de registratie van de hulpverlening ter beschikking te stellen aan de GHOR: evenementenadvies@ghorasd.nl.
6Een EHBO-post voldoet aan onderstaande eisen uit het standaard advies van de GHOR:
a.duidelijk zichtbare verwijzing vanuit het gehele evenemententerrein met bij voorkeur internationale symbolen;
b.toegankelijk voor brancard en ambulance;
c.een overdekte, verwarmde en afsluitbare ruimte van minimaal 25 m2;
d.er dient een 220 V aansluiting, licht en stromend water te zijn (ten behoeve van behandeling en handhygiëne);
e.de ruimte dient schoon te zijn en de ondergrond verhard;
f.apart toilet beschikbaar met handenwasgelegenheid (water, zeep en papieren handdoekjes);
g.bij dancefeesten: een aparte chill-outruimte;
h.bij dancefeesten: een gecertificeerde beveiliger bij de ingang van de EHBO-post;
i.mogelijkheid voor registratie van incidenten;
j.zoveel mogelijk uit het geluid geplaatst;
k.de ruimte dient permanent bemenst te zijn;
l.eerstehulpkoffer met een standaarduitrusting volgens het Oranje Kruis inclusief AED;
m.instrumentarium conform LPA 8.0;
n.gratis drinkwater;
o.bij sportevenementen: materialen om te koelen en eventueel spalkmateriaal;
p.voldoende thermodekens tegen onderkoeling;
q.tafel(s), stoelen, brancard(s);
r.om hygiënisch te kunnen werken: persoonlijke beschermingsmiddelen, naaldcontainer met UN-keurmerk bij aanwezigheid ALS-hulpverlener, reinigingsmiddelen en door het CTGB toegelaten desinfectiemiddelen, afvalemmer;
s.communicatieplan/middelen, gsm/portofoon;
t.plattegrond van het evenemententerrein.
1.7 toiletten
1Op basis van het aantal bezoekers dienen op het evenemententerrein (aantal) damestoiletten en (aantal) herentoiletten aanwezig te zijn, die voldoen aan onderstaande eisen uit het standaard advies van de GHOR:
a.van de herentoiletten mag 75% worden vervangen door urinoirs of plaskruisen/zuilen (één plaskruis/zuil geldt als vier urinoirs) of plasgoten (50 centimeter plasgoot geldt als één urinoir);
b.zorg voor één of meerdere gehandicaptentoiletten inclusief faciliteiten;
c.plaats direct naast de toiletten een wastafel met stromend water, een zeepdispenser en wegwerphanddoekjes;
d.plaats een afvalbak in of direct naast de toiletruimten;
e.zorg voor voldoende verlichting in de toiletruimten;
f.verschoon damesverbandcontainers in de toiletten dagelijks;
g.mobiele toiletwagens moeten zijn voorzien van een vloer die niet water doorlatend is en goed reinigbaar;
h.de toiletten moeten volgens een schoonmaakschema worden gereinigd.
1.8 afval(water) en schoonhouden
1Tijdens het evenement dient te worden voldaan aan het afvalplan.
2De organisator dient er zorg voor te dragen dat het evenemententerrein gedurende het evenement schoon wordt gehouden en na afloop van het evenement schoon wordt achtergelaten. Op het evenemententerrein dienen voldoende afvalbakken te staan: tenminste één afvalbak op elke vijftig meter. Leeg afvalbakken voldoende vaak, maar minstens één keer per dag. Sluit de zakken goed en bewaar ze in gesloten afvalcontainers op een aparte afvalplaats. Zorg dat de afvalplaats schoon is. Plaats geen afval naast de afvalcontainers. Zorg dat de afvalcontainers tijdig worden geleegd.
3Afvalwater (sanitair, schoonmaak of als het gevolg van het bereiden van eetwaren) dient te worden opgevangen, te worden afgevoerd en elders op de gebruikelijke wijze te worden geloosd. Het lozen van afvalwater in rioolputten of elders op het terrein is verboden.
1.9 verstrekken gratis drinkwater
1Zorg voor voldoende gratis drinkwater, bijvoorbeeld door tappunten te plaatsen of flesjes drinkwater te verstrekken, bij: a. dance-events; b. evenementen waar deelnemers hoge inspanningen leveren (sportevenement); c. evenementen waar sprake is van een temperatuur van 25°C of hoger.
2Zorg dat het drinkwater in de waterinstallatie van drinkwaterkwaliteit is.
3Zorg dat de (tijdelijke) waterinstallatie voldoet aan de algemene voorschriften voor drinkwaterinstallaties van het Nederlandse Normalisatie Instituut (NEN 1006), aan het Waterwerkblad (1.4 H) en aan de aansluitvoorwaarden van het waterleidingbedrijf. Afwijkingen zijn alleen toegestaan op basis van een risicoanalyse en in overleg met het waterleidingbedrijf. De werkbladen zijn beschikbaar via www.infodwi.nl.
4Tappunten die niet geschikt zijn voor consumptie moeten zijn voorzien van een sticker ‘geen drinkwater’.
1.10 aanwezigheid en communicatiemiddelen
1Bij de opbouw en afbouw en tijdens het evenement moet de organisator of een door hem aangewezen leidinggevende altijd op het evenemententerrein aanwezig, (mobiel) bereikbaar en aanspreekbaar zijn. Hij is het eerste aanspreekpunt voor aanwijzingen van de hulpdiensten en de gemeentelijke handhaver.
2De organisator zorgt tijdens het evenementen voor een communicatiesysteem, waardoor medewerkers en bezoekers in geval van calamiteiten gewaarschuwd kunnen worden en instructies kunnen ontvangen over de te volgen handelswijzen.
3Mobiele telefoonnummers of frequenties van portofoons van medewerkers dienen op verzoek van medewerkers van de politie, brandweer of gemeente onmiddellijk bekend te worden gemaakt.
4Voorafgaand aan het evenement dienen de mobiele telefoonnummers van de organisator, de verantwoordelijke voor het geluid, de coördinator van de beveiligers en de coördinator van de verkeersregelaars bekend te worden gemaakt aan de chef van de basiseenheid van politie en de wijkagent van politie, via telefoonnummer 0900 - 8844.
1.11 verantwoordelijkheid en opvolgen aanwijzingen
1De organisator is in eerste instantie verantwoordelijk voor een goed verloop van het evenement en het naleven van alle vergunningvoorschriften en plannen die onderdeel uitmaken van de vergunning.
2De aanwijzingen, gegeven door medewerkers van de politie, brandweer of gemeente moeten stipt en terstond worden opgevolgd.
2Inrichten evenemententerrein
2.1 algemeen
1Voorafgaand aan het evenement dient er een controle plaats te vinden met betrekking tot de inrichting van het evenemententerrein en de brandveiligheid. De organisator dient hiertoe voor (datum) een afspraak te maken met de coördinator van team Handhaving van de gemeente via telefoonnummer (020) 31 44 644.
2Het is verboden om auto’s, woon-, vracht- of pakwagens op het evenemententerrein toe te laten, behalve voor zover dit voor het opbouwen en afbreken van het terrein noodzakelijk is of deze voertuigen onderdeel zijn van te plaatsen objecten zoals beschreven in de bijlagen bij de vergunning.
3Het evenemententerrein moet worden ingericht conform de bijgevoegde en van deze vergunning deel uitmakende plattegrond.
4Het evenemententerrein moet afgesloten worden met goed vastzittende dranghekken.
5Op (datum) van (tijd) tot (tijd) dienen extra dranghekken te worden geplaatst (aanduiding specifieke plaats).
6Op het gehele evenemententerrein moet duidelijk zijn waar de EHBO-post en toiletten zich bevinden.
7Bij de ingangen van het evenemententerrein moeten onderstaande huisregels bekend worden gemaakt.
k Het is verboden om de orde te verstoren.
Het is verboden om flesjes, blikjes, steenachtig materiaal en overige mogelijk gevaarlijke voorwerpen, waaronder (steek)wapens en andere voorwerpen die geschikt zijn om lichamelijk letsel toe te brengen) bij zich te dragen of voorhanden te hebben. Hieronder vallen ook speelgoedwapens: messen, nepwapens, realistisch uitziende speelgoed- en luchtdrukwapens, stroomstootwapens, zelfverdedigingswapens en wapens behorende tot de categorieën I, II, III, en IV van de Wet wapens en munitie.
Het is verboden om op hinderlijke wijze alcoholhoudende drank te nuttigen of softdrugs te gebruiken of openlijk voorhanden te hebben.
Het is verboden harddrugs te gebruiken of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen openlijk voorhanden te hebben. Het is verboden om in drugs te handelen.
Het is verboden om op (datum en tijden) zich met een fiets, bromfiets, of andersoortig voertuig te bevinden op het evenemententerrein.
Het is verboden om op (datum en tijden) zich met een hond te bevinden op het evenemententerrein. Dit verbod geldt niet voor de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden.
8Het evenemententerrein en de directe omgeving moeten voldoende verlicht zijn.
2.2 bereikbaarheid voor hulpdiensten
1De omgeving van het evenemententerrein, aan- en afvoerwegen naar het evenemententerrein, het evenemententerrein zelf en de daarop geplaatste objecten moeten van twee kanten bereikbaar zijn voor hulpdiensten.
2De routes van hulpdiensten dienen, met uitzondering van te openen hekken, te allen tijde vrij te zijn van obstakels. De organisator zorgt ervoor dat routes vrij worden gehouden en zo nodig hekken worden geopend, zodat onbelemmerde doorgang van hulpdiensten mogelijk is.
3Te allen tijde is een vrije doorgang voor de hulpdiensten vereist. Bij levensbedreigende situaties zullen de hulpdiensten gebruik maken van iedere mogelijke route die zij nodig achten, waarbij de hulpdiensten niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor eventueel ontstane schades.
4Het tijdelijk één- of tweezijdig afsluiten van een straat is alleen mogelijk na overleg met en toestemming van de brandweer.
5Toetredingen, uitgangen en nooduitgangen van gebouwen, bouwwerken en andere objecten, waaronder kramen en attracties, dienen vrijgehouden te worden van obstakels.
2.3 plaatsen van (spel)objecten
1Bij het plaatsen van objecten (zoals: tenten; marktkramen; podium; springkussen) moet rekening worden gehouden met het kunnen passeren van brandweermaterieel (minimale doorrijdbreedte van 3,5 meter, hoogte van 4,2 meter, bochtstraal R7 en hellingbaan maximaal 7%). Op de fietspaden geldt een minimale doorloopbreedte van 2 meter.
2Het is verboden voornoemde objecten op zodanige wijze te plaatsen dat de brandweer in het onmiddellijk gebruik van de brandkranen en overige bluswaterwinplaatsen wordt belemmerd.
3Brandkranen en aansluitingen voor droge blusleidingen en bijbehorende bordjes moeten schoon, zichtbaar en rondom één meter vrij gehouden worden.
4De objecten moeten tenminste drie meter van gevels met ramen en/of deuropeningen zijn geplaatst. Voor tenten geldt een afstand van tenminste tien meter.
2.4 kabels en leidingen
1Kabels, draden, leidingen, en dergelijke moeten zodanig zijn bevestigd dat zij geen aanleiding kunnen geven tot struikelen en vallen. Losse kabels en snoeren zijn niet toegestaan.
2Elektriciteitskabels moeten zodanig zijn bevestigd dan niemand ermee in aanraking kan komen.
3Indien snoeren of kabels naar attracties, kramen en/of andere objecten moeten worden gebracht, dienen deze tenminste op een hoogte van 2,5 meter te hangen. Is sprake van een aanrijdroute voor de hulpdiensten dan bedraagt de minimale hoogte 4,2 meter.
3Bereiden en verstrekken van eet- en drinkwaren
3.1 algemeen
1De bereiding en verstrekking van eet- en drinkwaren is toegestaan op (datum) van (tijd) tot (tijd).
2Standhouders op een braderie mogen geen alcoholhoudende dranken verstrekken.
3Iedereen die betrokken is bij voedselprocessen dient volgens de gekozen goedgekeurde hygiënecode (naam) te werken.
3.2 preventieve maatregelen bereiden eetwaren
1De gebruiker van een kraam dient rook- en stankoverlast tot een minimum te beperken en indien nodig te voorkomen.
2Onder eventueel aanwezige winkelluifels of markiezen mogen geen kramen worden geplaatst waarin wordt gebakken en/of gebraden.
3Apparatuur en toestellen voor koken, bakken, braden, roosteren, roken of warm houden dient brandveilig en stevig te zijn geplaatst op een onbrandbare en de warmte slecht geleidende ondergrond. Een barbecue, spit of (paling)rokerij moet brandveilig en stevig zijn geplaatst.
4Bij het bereiden van eetwaren op aangewezen grasvelden in het Groengebied Amstelland (Diemerpolder, Overdiemerpolder, PEN-bos en Diemerbos) dient gebruik te worden gemaakt van gas, kolen of houtskool en van een deugdelijk kooktoestel op een hoogte van minimaal 30 cm boven het grondoppervlak.
5In de directe nabijheid van frituur- en/of bakpannen moeten goed passende metalen deksels, voorzien van één of meer handgrepen aanwezig zijn om bij het in brand geraken van de inhoud, de frituur- of bakpannen te kunnen afdekken.
6Een bakoven moet zijn voorzien van een goed functionerende thermostaat of een andere beveiligingsregeling die bij oververhitting van de olie of het vet, automatisch de gastoevoer stopt.
7De brandstof in de barbecue, onder het spit of in een rokerij mag niet worden ontstoken met licht ontvlambare vloeistoffen zoals spiritus en dergelijke.
8Nabij de bak- en braadapparatuur, barbecue, spit of rokerij moet een draagbaar blusmiddel (bijvoorbeeld een koolzuursneeuwblusser of een sproeischuimblusser met een inhoud van tenminste zes kilogram of een poederblusser met een inhoud van tenminste zeven kilogram) aanwezig zijn. Het blustoestel moet op een direct bereikbare plaats zijn aangebracht en voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. Het blustoestel moet ten minste één keer per jaar door een deskundige op de goede werking worden gecontroleerd.
3.3 gebruik van butaan, propaan en LPG
1In of nabij de kraam mogen voor bewaring van butaan of propaan ten hoogste twee flessen, elk met een waterinhoud van ten hoogste 26,2 liter, aanwezig zijn. Op elke eventueel te gebruiken gasfles moet een drukregelaar zijn aangebracht die door middel van een goedgekeurde propaanbestendige slang (conform een van onderstaande normen) aan het gaskomfoor of de gasapparatuur is verbonden. De slang moet zijn voorzien van de opdruk NEN-EN 559 / NEN 5654 of NEN-EN 559 / NEN-EN 1763-1t/m4 of NEN 5654 en het productiejaar en mag maximaal twee jaar oud zijn. De slang moet over de volle lengte van de slangpilaren van de drukregelaar en het gaskomfoor worden geschoven en aan beide zijden met een slangklem worden vastgezet.
2De drukcilinder moet zodanig worden vastgezet dat omvallen uitgesloten is.
3Een butaan- of propaanfles moet voldoen aan het Warenwetbesluit Drukapparatuur (WBDA) en moet zijn gekeurd door een aangewezen Keuringsinstelling (AKI).
4Het gebruik van LPG anders dan als brandstof voor de verbrandingsmotor ten behoeve van de voortstuwing van een motorvoertuig is ten strengste verboden.
4Verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken
4.1 tijdsduur ontheffing
1Het op grond van de ontheffing verstrekken van zwakalcoholhoudende dranken voor gebruik ter plaatse is toegestaan op (datum) van (tijd) tot (tijd).
2Gedurende de tijd, waarin van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt, is in de besloten ruimte of op het terrein geen sterke drank aanwezig.
3Na afloop van de bijzondere gelegenheid waarvoor deze ontheffing geldt, zal alle ter plaatse aanwezige alcoholhoudende drank onmiddellijk worden verwijderd.
4.2 leidinggevende
1De zwakalcoholhoudende dranken worden verstrekt onder onmiddellijke leiding van (naam), die gedurende de tijden dat alcohol wordt geschonken op het evenemententerrein aanwezig moet zijn.
2Deze leidinggevende beschikt over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne, overeenkomstig de bij Algemene Maatregel van Bestuur (Regeling bewijsstukken sociale hygiëne Drank- en horecawet) gestelde eisen.
4.3 leeftijdsgrens en andere beperkingen
1In de betreffende besloten ruimte of op het desbetreffende terrein wordt op duidelijke, zichtbare wijze aan het publiek kennis gegeven dat aan personen beneden de leeftijdsgrens van 18 jaar geen alcoholhoudende dranken mogen worden verstrekt.
2Het is verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Bij twijfel dient naar een legitimatiebewijs te worden gevraagd.
3Er dient tenminste één locatie op het evenemententerrein te zijn waar bezoekers zich kunnen legitimeren en waar zij, indien ze 18 jaar of ouder zijn, een polsbandje om hun pols krijgen dat slechts verwijderd kan worden door het kapot te maken. Personeel achter de bar dient geïnstrueerd te worden dat ze aan personen die geen polsbandje om hebben geen alcohol mogen verstrekken tenzij onmiskenbaar is vastgesteld dat iemand de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
4Personen beneden de leeftijdsgrens van 18 jaar worden niet werkzaam gesteld bij de verkoop van alcoholhoudende drank.
5Personen die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren worden geweerd of verwijderd.
6Geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt, indien redelijkerwijs moet worden vermoed, dat dit tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zal leiden.
7De ontheffinghouder dient ervoor zorg te dragen dat alcoholhoudende drank niet wordt meegenomen wanneer bezoekers de besloten ruimte of het terrein verlaten.
8In de betreffende besloten ruimte of op het desbetreffende terrein wordt op duidelijke, zichtbare wijze aan het publiek kenbaar gemaakt dat alcohol schadelijk is.
9In de betreffende besloten ruimte of op het desbetreffende terrein zijn voor het publiek steeds alcoholvrije dranken verkrijgbaar.
10Voor het uitschenken van alle dranken dient gebruik te worden gemaakt van plastic (wegwerp of eco) bekers. Er mogen geen dranken in blik of glas worden verkocht.
11Bij voorkeur wordt, in verband met het gescheiden inzamelen van afval, voor het uitschenken van warme en koude dranken gebruik gemaakt van één soort beker of wordt voorzien in een statiegeldsysteem.
5Plaatsen van een tent met podium voor optredens
5.1 in gebruik nemen van de tent
1De tent mag pas in gebruik worden genomen nadat de opstelling, indeling en het certificaat akkoord zijn bevonden door de brandweer en team Handhaving van de gemeente. Voor het verkrijgen van een akkoord dient tijdig contact te worden opgenomen met de heer (naam) van de brandweer Amsterdam Amstelland, kazerne Diemen via telefoonnummer (020) 690 34 34.
2Indien de tent in gebruik is, moet er te allen tijde iemand van de organisatie aanwezig zijn voor het openen van het hek (plaatsaanduiding) voor de hulpdiensten.
5.2 opstelling, maatvoering en constructie
1De tent en het podium dienen overeenkomstig bijgevoegde en van deze vergunning deeluitmakende plattegrondtekening te worden geplaatst.
2De opstelling van de tent en het podium moeten zodanig zijn dat brandweervoertuigen deze te allen tijde tot op veertig meter kunnen benaderen.
3De tent is maximaal (aantal) meter breed en maximaal (aantal) meter lang.
4Het podium is maximaal (aantal) meter breed en maximaal (aantal) meter lang.
5De constructie van de tent moet zijn uitgevoerd ten genoegen van team Handhaving van de gemeente. De constructie moet in beginsel voldoen aan NEN-EN 13782.
6Draagconstructies, vloeren, trappen en dergelijke mogen niet zodanig zijn samengesteld dat deze spoedig na het uitbreken van brand grote hoeveelheden rook of voor de gezondheid schadelijke gassen ontwikkelen, desintegreren of geheel in brand staan.
7Het tentdoek mag niet gemakkelijk ontvlambaar zijn alsmede niet zodanig zijn samengesteld dat spoedig na het uitbreken van brand grote hoeveelheden rook of voor de gezondheid schadelijke gassen worden ontwikkeld. Voldaan moet worden aan de normen voor wat betreft brandvertraging en ontvlambaarheid, de NEN 8020-41.
8Tuidraden, scheerlijnen en dergelijke mogen niet anders zijn bevestigd dan aan piketten, pakwagens en soortgelijke bevestigingspunten. Zij moeten zodanig zijn bevestigd, dat rondom de tent vrije doorgang aanwezig is van tenminste 2,2 meter breed en 2 meter hoog.
5.3 indeling en zitplaatsen
1De indeling van de tent moet met betrekking tot de brandveiligheid ten genoegen van de brandweer zijn uitgevoerd.
2Zitplaatsen die bestemd zijn voor mindervalide personen, alsmede de opstelling van rolstoelen dienen in overleg met en ten genoegen van de brandweer te worden uitgevoerd.
3Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moet tussen de rijen een vrije ruimte aanwezig zijn van tenminste 40 centimeter, gemeten tussen de loodlijnen door de elkaar dichtst naderende gedeelten van de rijen. Indien in een rij tussen zitplaatsen tafeltjes zijn geplaatst, moet de genoemde vrije ruimte ter plaatse van de tafeltjes doorlopen.
4Bij in rijen opgestelde zitplaatsen moeten, indien een rij meer dan 4 stoelen bevat en 4 of meer rijen achter elkaar worden geplaatst, de zitplaatsen en de rijen zodanig aan elkaar zijn gekoppeld of aan de vloer te zijn bevestigd dat zij ten gevolge van gedrang niet kunnen verschuiven of omvallen.
5Een rij zitplaatsen, die slechts aan één zijde op een gangpad of uitgang uitkomt, mag niet meer dan 8 zitplaatsen bevatten.
6Een rij zitplaatsen die aan beide einden op een gangpad of een uitgang uitkomt, mag ten hoogste bevatten:
a.16 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen kleiner is dan 45 centimeter;
b.32 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan 45 centimeter;
c.50 zitplaatsen, indien de vrije ruimte tussen de rijen groter is dan 45 centimeter en er bovendien aan beide einden van de rijen per 4 rijen een uitgang met een breedte van ten minste 1,1 meter aanwezig is.
5.4 (nood)uitgangen
1De vrije doorgang van een vluchtroute of vluchtdeur dient over een hoogte van minimaal 2 meter ten minste te voldoen aan een breedte in centimeters die gelijk is aan het maximaal toelaatbaar aantal personen met een minimum van 85 centimeter per doorgang.
2Deuren in nooduitgangen moeten in de richting van de vluchtweg draaien en indien zij tijdens optredens gesloten zijn, met één handbeweging kunnen worden geopend, door a. een lichte druk tegen de deur of b. een lichte druk tegen een op circa één meter boven de vloer over de volle breedte van de deur aangebrachte panieksluiting die voldoet aan de NEN-EN 1125.
3Indien voor uit- en/of nooduitgangen gordijnen, vitrages of andere stofferingmaterialen zijn gehangen, moeten deze zodanig zijn bevestigd dat zij de vluchtwegen niet belemmeren.
4De in- en uitgangen, doorgangen en gangpaden moeten te allen tijde over de volle breedte zijn vrijgehouden van obstakels.
5Bij hoogteverschillen groter dan 40 centimeter tussen de vloer in de tent en het maaiveld buiten ter plaatse van de uit- en/of nooduitgangen moeten er vlonders van stroef materiaal ter overbrugging van het hoogteverschil worden gebruikt. De breedte van de vlonders moet minimaal 50 centimeter breder zijn dan de breedte van de uitgang.
6In de tent moet een elektrische nood- en transparantverlichtingsinstallatie zijn aangebracht die door een van de normale stroomvoorziening onafhankelijke stroombron wordt gevoed.
7De voedingsbron(nen) van de nood- en transparantverlichtingsinstallatie moet(en) zodanig zijn dat de verlichtingsarmaturen gedurende 30 minuten op volle sterkte kunnen branden terwijl de lichtsterkte één lux moet bedragen gemeten op de vloer.
8Tijdens de aanwezigheid van publiek in de tent moeten de transparant verlichtingsarmaturen te allen tijde branden.
9Nood- en transparantverlichtingsarmaturen en andere aanduidingen van vluchtwegen moeten te allen tijde goed zichtbaar blijven.
10Aanduidingen van vluchtroutes dienen te voldoen aan de voorschriften uit NEN 3011 en de NEN-EN 1838 voor zichtbaarheideisen.
5.5 elektrische installaties
1De elektrische installatie in de tent moet voldoen aan het gestelde in NEN 1010.
2Elektrische apparaten moeten van een KEMA keurmerk of gelijkwaardig zijn voorzien.
3Een verplaatsbaar elektrisch verwarmingstoestel, een met gas, vloeistof of met vloeibaar gas te stoken toestel mag niet in de tent aanwezig zijn.
5.6 brandpreventie
1In de tent moeten minimaal (aantal en soort) blusmiddelen aanwezig zijn. De blusmiddelen moeten goed zichtbaar zijn opgesteld en voor onmiddellijk gebruik gereed en bereikbaar zijn.
2De materialen waarvan eventuele aankleding, versiering, decors, en dergelijke in de tent zijn gemaakt mogen niet gemakkelijk ontvlambaar zijn, of moeten door een behandeling (impregneren) niet gemakkelijk ontvlambaar worden gemaakt (brandklasse 2).
3Plafondversiering moet op een hoogte van ten minste 2,5 meter boven de vloer zijn opgehangen. Gordijnen en andere verticaal gehangen stoffering moeten tien centimeter vrij van de vloer worden gehouden.
4Versiering, stoffering, en dergelijke dienen, in verband met het in brand geraken van het materiaal, uit de directe omgeving van spots en andere warm wordende apparatuur te worden gehouden.
5Het gebruik van open vuur en roken is in de tent verboden.
6Brandbare vloeistoffen en samengeperste en tot vloeistof verdichte gassen mogen niet in de tent aanwezig zijn.
5.7 veiligheid
1Vloerbedekkingen, en dergelijke dienen zodanig te worden aangebracht dat deze niet kunnen verschuiven, omkrullen of oprollen en in geen enkel opzicht gevaar voor uitglijden, struikelen of vallen van personen kunnen veroorzaken.
2Kabels, draden, leidingen, en dergelijke moeten zodanig zijn bevestigd dat zij geen aanleiding kunnen geven tot struikelen of vallen. Losse kabels en snoeren zijn niet toegestaan.
5.8 afval en emballage
1De tent moet schoon zijn en in goede staat van onderhoud verkeren.
2Afval, emballage, en dergelijke dienen te zijn geborgen in afsluitbare bakken van onbrandbaar materiaal en moeten worden afgevoerd naar een daartoe bestemde bergplaats.
6Het ten gehore brengen van (live) muziek
6.1 tijdsduur, verantwoordelijke voor het geluid en inregeling
1De geluidsinstallatie voor het ten gehore brengen van muziek mag slechts in werking zijn op (datum) van (tijd) tot (tijd).
2De organisatie wijst een persoon aan die verantwoordelijk is voor de naleving van de geluidsvoorschriften. De naam en het mobiel telefoonnummer van deze persoon worden door de organisator doorgegeven aan team Handhaving van de gemeente. Deze persoon dient tijdens het evenement te allen tijde op dit telefoonnummer bereikbaar te zijn en er zorg voor te dragen dat de aanwijzingen van de hiertoe door de gemeente aangewezen toezichthouder ten aanzien van het geluid onmiddellijk worden opgevolgd.
3Alle geluidstechnici die tijdens het evenement werkzaam zijn, moeten van de geluidsmetingen en de geldende geluidsnormen in kennis worden gesteld.
4Minimaal één uur voor aanvang van het evenement dient de geluidsinstallatie te worden ingeregeld in het bijzijn van de persoon die verantwoordelijk is voor de naleving van de geluidsvoorschriften. De coördinator van team Handhaving van de gemeente dient tijdig, tenminste één week van te voren, geïnformeerd te worden over het exacte tijdstip van de inregeling van de geluidsinstallatie, zodat zij daarbij aanwezig kan zijn.
5De verantwoordelijke voor het naleven van de geluidsvoorschriften moet tijdens het evenement indicatieve of continue geluidmetingen (laten) uitvoeren en de geluidsinstallatie bijstellen als sprake is van een overschrijding van het toegestane geluidsniveau. Bij alle evenementen dient een logboek aanwezig te zijn, waarin is opgenomen: het tijdstip, de plaats en met welk instrument de geluidmeting is uitgevoerd, de meetwaarden en of het volume van de geluidsinstallatie is bijgesteld of niet.
6De basboxen (meest relevante bronnen) mogen niet hoger dan 2 meter boven maaiveld zijn opgesteld.
7De geluidsinstallatie dient zodanig opgesteld te worden dat de geluidsuitstraling van alle boxen alleen in de richting van het publiek plaatsvindt en niet in de richting van de woonomgeving.
6.2 standaard geluidsnormen
1Er geldt een maximum geluidsniveau op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen van (een van de drie selecteren) LAeq 60 dB(A) en 70 dB(C) LAeq 70 dB(A) en 80 dB(C) LAeq 60 dB(A) en 60 dB(C).
2De onder 1 opgenomen geluidsniveaus mogen worden voortgebracht vanaf 09.00 uur (indien van toepassing wijzigen of toevoegen), op zondag vanaf 13.00 uur, tot uiterlijk (een van de twee selecteren of andere tijd voor buitengebied aangeven) 23.30 uur zonsondergang.
6.2 geluidsnormen Diemer Festijn tot 23.30 uur
1De onder 2 opgenomen geluidsniveaus mogen worden voortgebracht vanaf (tijd).
2De gevelbelasting op de aangegeven meetposities tot de aangegeven eindtijd mag niet hoger zijn dan:
meetpositie
hoogte in meter boven maaiveld
grenswaarde LAeq in dB(A)
grenswaarde LAeq in dB(C)
A. Ouddiemerlaan 223 t/m 227
1,5 / 5 / 10 / 15
90dB(A)
100dB(C)
B. Ouddiemerlaan 209 t/m 213
1,5 / 5 / 10 / 15
90dB(A)
100dB(C)
C. Diemerplein 188 t/m 196
1,5 / 5 / 10 / 15
80dB(A)
90dB(C)
D. Ouddiemerlaan 80
1,5 / 5
85dB(A)
95dB(C)
E. Ouddiemerlaan 82 t/m 92
1,5 / 5
85dB(A)
95dB(C)
F. Ouddiemerlaan 94 t/m 100
1,5 / 5
85dB(A)
95dB(C)
G. Woningen aan D.J. den Hartoglaan
1,5 / 5 / 10 / 15
80dB(A)
90dB(C)
H. Trottoir Prins Mauritslaan oostzijde
1,5 / 5 / 10 / 15
80dB(A)
90dB(C)
I. Trottoir Prins Mauritslaan oostzijde
1,5 / 5 / 10 / 15
80dB(A)
90dB(C)
J. Achterzijde De Omval
1,5 / 5 / 10 / 15
75dB(A)
85dB(C)
6.2 geluidsnormen Loswalfestival op vrijdag en zaterdag tot 0.30 uur en op anderedagen tot 23.30 uur
1De onder 2 opgenomen geluidsniveaus mogen worden voortgebracht vanaf (tijd), op zondag vanaf 13.00 uur.
2De gevelbelasting op de aangegeven meetposities tot de aangegeven eindtijd mag niet hoger zijn dan:
meetpositie
hoogte in meter boven maaiveld
grenswaarde LAeq in dB(A)
grenswaarde LAeq in dB(C)
A. Voor Venserkade 6 t/m 106
1,5 / 5 / 10 / 15
70dB(A)
80dB(C)
B. Berkenplein 2e woontoren waterzijde
1,5 / 5 / 10 / 15
70dB(A)
80dB(C)
C. Berkenplein 1e woontoren waterzijde
1,5 / 5 / 10 / 15
70dB(A)
80dB(C)
D. Voorplein kerk bij Hartveldseweg 24
1,5 / 5
70dB(A)
80dB(C)
E. Voor Hartveldseweg 34/35
1,5 / 5
70dB(A)
80dB(C)
6.2 geluidsnormen muziekfestival Diemerbos tot 23.00 uur (twee weekenden)
1De onder 2 opgenomen geluidsniveaus mogen worden voortgebracht vanaf (tijd), op zondag vanaf 13.00 uur.
2De gevelbelasting op de aangegeven meetposities tot de aangegeven eindtijd mag niet hoger zijn dan:
meetpositie
hoogte in meter boven maaiveld
grenswaarde LAeq in dB(A)
grenswaarde LAeq in dB(C)
A. Muiderstraatweg 631
1,5 / 5
60dB(A)
79dB(C)
B. Stammerdijk 25
1,5 / 5
60dB(A)
79dB(C)
6.3 meten geluidsniveau
1De in voorschrift 6.2 genoemde geluidswaarden zijn inclusief onversterkte muziek en stemgeluid. Metingen worden gedurende vijf minuten uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; daarbij wordt het volgende buiten beschouwing gelaten:
a.een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb);
b.een meteocorrectie (Cm);
c.de gebruikelijke meteoraamcondities;
d.10 dB(A) toeslag vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid. Indien voor een gevel wordt gemeten, wordt wel een gevelcorrectie toegepast conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai.
7Evenementen in het buitengebied
(DONKERRODE KLEUR>) De voorschriften 7.2 t/m 7.4 geven een basisbescherming voor de flora en fauna. Tussen haakjes staan de te beschermen plant- en diersoorten vermeld. (DONKERRODE KLEUR<)
7.1 algemeen
1Voldaan moet worden aan de conclusies en aanbevelingen die zijn opgenomen in de rapportage van de basis natuurtoets en in de rapportage van eventueel uitgevoerd nader natuuronderzoek.
7.2 aangepaste tijdstippen
1Het evenement, waaronder het voortbrengen van muziek, dient uiterlijk op het tijdstip van zonsondergang te worden beëindigd (vleermuizen).
2Het evenement duurt maximaal twee dagen per week (vogels).
3De tijdsduur van het evenement, gerekend tussen het betreden en verlaten van het evenemententerrein, bedraagt maximaal twaalf uren per dag (vogels).
7.3 nadere regels tijdens het broedseizoen: indicatief 15 maart tot 15 juli (vogels)
1Ten minste drie weken voor het begin van het evenement dient een inventarisatie plaats te vinden van vogelnesten op het evenemententerrein en langs de te gebruiken toegangswegen/paden naar het evenemententerrein, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de definitieve inrichting van het evenemententerrein.
2Enkele dagen voorafgaand aan het evenement dient de inventarisatie van vogelnesten te worden herhaald. Tijdens het evenement dienen vogelnesten op aanwijzing van de deskundige (ecoloog) te worden afgeschermd met in beginsel bezeilde hekken.
3Door het treffen van afdoende maatregelen (gericht toezicht en/of afsluiten van paden en/of plaatsen van hekken/linten/borden) moet ervoor worden gezorgd dat bezoekers geen toegang hebben tot bos, bosschages en struikgewas.
7.4 overige regels
1De verlichting tijdens het evenement mag niet gericht zijn op en niet uitstralen naar brede watergangen en bomenrijen (vleermuizen).
2Door het treffen van afdoende maatregelen (gericht toezicht en/of afsluiten van paden en/of plaatsen van hekken/linten/borden) moet ervoor worden gezorgd dat bezoekers in de maanden april tot met augustus geen riet-/ruigtevegetatie kunnen betreden (Rietorchis, rugstreeppad, ringslang).
8Overige activiteiten (attracties, kramen, braderie, kermis, ballonnen, omroepen)
8.1 spelobjecten en attracties
1Spelobjecten en attracties dienen te voldoen aan de vervaardigingvoorschriften genoemd in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. De exploitanten van de inrichtingen dienen certificaten van goedkeuring op eerste aanvraag ter inzage te verstrekken aan medewerkers van de politie, brandweer of gemeente.
2De organisator dient ervoor zorg te dragen dat in de attracties al die maatregelen worden getroffen welke redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de veiligheid van het publiek dat zich in of nabij de attracties bevindt.
3In objecten waarin benzinemotoren worden gebruikt moeten in het object (aantal en soort) blusmiddelen aanwezig zijn.
8.2 kramen en braderie
1Kramen dienen te worden geplaatst conform de bijgevoegde en van deze vergunning deel uitmakende plattegrond.
2Een kraam is maximaal (aantal) meter breed en (aantal) meter lang.
3Het aantal kramen bedraagt minimaal (aantal) en maximaal (aantal).
4De braderie, met uitzondering van de verstrekking van eet- en drinkwaren, dient om (tijd) beëindigd te zijn.
5De braderie moet een thema hebben, bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan een jaargetijde of feestperiode.
6Er dient sprake te zijn van een gevarieerd aanbod van speciale non-food goederen passend binnen het thema
7Het opstellen van lege kramen is niet toegestaan; mocht toch een kraam leeg blijven dan dient deze voorafgaand aan het begintijdstip van de braderie te worden verwijderd of alsnog van goederen te worden voorzien.
8Er dient in voldoende mate (circa 30% van de verkoopoppervlakte) gratis amusement te worden aangeboden in de vorm van bijvoorbeeld ambachtslieden, standwerkers, spel-, circus- en/of kermisachtige attracties en/of (straat)artiesten.
8.3 kermis
1De standplaatsen moeten op de werkdag, voorafgaande aan de aanvangsdatum van de kermis zijn ingenomen.
2Alle kermisinrichtingen met alle daarbij behorende materialen en woon-, vracht- en pakwagens moeten uiterlijk op de tweede werkdag na de laatste kermisdag worden weggevoerd, waarna het terrein in de toestand, waarin het is toegewezen, ter beschikking van de gemeente moet worden gesteld. Bij niet of niet-tijdige ontruiming of niet in de oorspronkelijke toestand opleveren van het terrein kan één en ander door de gemeente zonder enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid harerzijds en op kosten van de gebruikers van het terrein geschieden.
3De kermisattracties mogen zondag, maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag niet vroeger geopend zijn dan om 15.30 uur, op woensdag niet vroeger dan 14.00 uur en op zaterdag niet vroeger dan om 10.00 uur.
4De kermisattracties moeten uiterlijk om 23.30 uur gesloten zijn. Na die tijd tot aan het eerst volgend openingsuur mag geen publiek in de attracties aanwezig zijn.
5De organisator dient ervoor zorg te dragen dat slechts eensluidende muziek over de gehele kermis ten gehore wordt gebracht.
6Deze muziek moet vanuit één punt worden geregeld. Van de situering van luidspeakers in de inrichtingen, het geluidsniveau en de in de inrichting aanwezige andere (mechanische) geluidsapparatuur, luidspeakers en microfoons voor gesproken woord, mogen omwonenden geen onaanvaardbare hinder kunnen ondervinden.
7Het gebruik van samples en stemgeluid van de attracties mogen niet harder klinken dan het geluidniveau van de muziek. Ook de samples en stemgeluid moeten voldoen aan de geluidsnorm.
8Het is verboden om, ongeacht de leeftijd van de klant, als prijzen uit te delen, het doen uitdelen en/of gelegenheid geven tot het winnen van messen, nepwapens, realistisch uitziende speelgoed- en luchtdrukwapens, stroomstootwapens, zelfverdedigingswapens en wapens behorende tot de categorieën I, II, III, en IV van de Wet wapens en munitie.
8.4 luchtballonnen
(DONKERRODE KLEUR>) De gemeente vindt het oplaten van luchtballonnen ongewenst. Ballonresten, linten en ventielen worden overal in de natuur teruggevonden. Ballonnen zijn schadelijk voor de natuur. Dieren raken verstrikt in de linten en zien de ballonnen voor voedsel aan, waardoor ze sterven. Het biologisch afbreekbare rubber van de ballon vergaat in principe wel, maar dat kan enkele jaren duren. Het oplaten van ballonnen is vergelijkbaar met dumpen van zwerfafval en draagt dus een verkeerde boodschap uit. (DONKERRODE KLEUR<)
1Luchtballonnen mogen uitsluitend worden gevuld met onbrandbaar gas (bijvoorbeeld helium). De drukcilinder moet zodanig worden vastgezet dat omvallen uitgesloten is.
2Luchtballonnen moeten biologisch afbreekbaar zijn.
3De organisator dient zich aan de volgende voorschriften van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) en de regeling kabelvliegers en kleine ballons te houden:
a.aan luchtballonnen mogen geen metalen voorwerpen worden bevestigd:
b.de luchtballonnen mogen niet in trossen worden opgelaten;
c.de luchtballonnen mogen in breedte gerekend niet groter zijn dan 75 centimeter in omtrek;
d.het aantal luchtballonnen mag niet hoger zijn dan 999 (daarboven is een vergunning noodzakelijk van de LVNL).
8.5 rijdende omroepinstallatie voor promotie
1De rijdende omroepinstallatie mag slechts in werking zijn op (datum) van (tijd) tot (tijd) binnen de gemeentegrenzen van Diemen.
2Het voertuig met de omroepinstallatie mag niet langer dan vijftien minuten op elke locatie blijven staan.
9Overige bepalingen (schade, aansprakelijkheid, informatieplicht)
9.1 gebruik maken van de vergunning/ontheffing
1De organisator moet de vergunning/ontheffing op eerste aanvraag ter inzage verstrekken aan de medewerkers van de politie, brandweer of gemeente.
2Indien in strijd wordt gehandeld met enig aan deze vergunning/ontheffing verbonden voorschrift of beperking, kan de vergunning/ontheffing worden ingetrokken.
3Indien geen gebruik meer wordt gemaakt van de vergunning/ontheffing dient de organisator dit zo spoedig mogelijk mee te delen aan team Vergunningen van de gemeente.
4De vergunning/ontheffing is persoonsgebonden en derhalve niet overdraagbaar.
5De organisator dient de dag voorafgaand aan het evenement en op de dag zelf te zorgen voor een oordeel over de vraag of het, gezien de (weers)omstandigheden, verantwoord is om het evenement te laten starten; voor een meerdaags evenement geldt dit voor elke dag.
9.2 schade, aansprakelijkheid en verzekering
1De organisator is verplicht alle medewerkers van het evenement te houden aan het gestelde in deze vergunning/ontheffing.
2De organisator is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen ten einde te voorkomen dat de gemeente of derden ten gevolge van het gebruik van deze vergunning/ontheffing schade leiden.
3Elke beschadiging aan het evenemententerrein welke een gevolg is van het gebruikmaken van de vergunning/ontheffing dient op eerste aanzegging van de gemeente door de organisator te worden vergoed.
4Bij schade of vermissing van door de gemeente aan de organisator uitgeleende materialen, zoals borden en dranghekken, worden de kosten daarvan in rekening gebracht bij de organisator.
5Indien het evenemententerrein niet ten genoegen van de gemeente is gereinigd, zal de reiniging door de gemeente op kosten van de organisator plaatsvinden.
6Het gebruik van het evenemententerrein geschiedt op eigen risico van de organisator. De gemeente is niet aansprakelijk voor het geval dat het terrein door bijvoorbeeld stof, water, modder, sneeuw, en dergelijke in een onbruikbare toestand verkeert of geraakt.
7De gemeente is op generlei wijze aansprakelijk voor schade en/of letsel voor derden voortkomend uit het gebruik van deze vergunning/ontheffing.
8De organisator dient, ten genoegen van de burgemeester, aan te tonen dat hij en/of de bij het evenement betrokken ondernemer of leverancier op genoegzame wijze is verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid van derden, voortvloeiend uit ongevallen, schades, en dergelijke.
9Indien het evenement naar het oordeel van de burgemeester om redenen van algemeen belang of wegens wettelijke bepalingen niet kan doorgaan, kan geen aanspraak worden gemaakt op enige schade- en/of rentevergoeding.
10Indien het evenement reeds is begonnen en de staking daarvan naar het oordeel van de burgemeester om redenen van algemeen belang of wegens wettelijke bepalingen noodzakelijk is, zal de organisator een deel van het betaalde bedrag voor het in gebruik nemen van gemeentegrond (precario) renteloos terugontvangen in verhouding tot het aantal dagen dat van de gemeentegrond geen gebruik kan worden gemaakt.
9.3 informatieplicht
1De organisator moet uiterlijk een week voorafgaand aan het evenement de omwonenden (bewoners, bedrijven en instellingen, waaronder winkeliersvereniging) van het evenemententerrein door middel van een bewonersbrief informeren over het evenement, waaronder de te treffen verkeersmaatregelen en de wijze waarop klachten naar voren kunnen worden gebracht. Een kopie van de informatie dient te worden toegezonden aan de vergunningverlener en aan communicatie@diemen.nl.
2Ruim in de omgeving van het evenemententerrein dienen met borden verwijzingen naar de parkeerplaatsen voor auto’s, (brom)fietsen en andere voertuigen te worden aangegeven.
3Bij het gebruik van een waterweg of de loswal aan de Venserkade dient op (aangegeven plaatsen) met borden melding te worden gemaakt van de tijden waarop de vaarweg is gestremd, een afmeerverbod geldt voor de loswal en welke wijzigingen er zijn voor het openen van de bruggen in Diemen.
10aandachtspunten aanbieden bederfelijke eet- en drinkwaren
(DONKERRODE KLEUR>) Dit zijn de belangrijkste voorschriften uit de Warenwetregeling Hygiëne en Levensmiddelen.
Zie ook : https://www.nvwa.nl/onderwerpen/eten-drinken-roken/dossier/markten-en-evenementeneten-en-drinken (DONKERRODE KLEUR<)
1Bederfelijke eet- en drinkwaren moeten altijd worden bewaard op de wettelijk voorgeschreven temperatuur. Gekoeld bewaren beneden 7°C (hiervoor moet een koelgelegenheid van voldoende capaciteit beschikbaar zijn met afstelbare temperatuur) of warm bewaren boven 60°C.
2Eet- en drinkwaren mogen uitsluitend verkocht worden vanuit een (markt)kraam, die - met uitzondering van de voorkant - volledig afgesloten is met schoon, winddicht zeildoek.
3De tijdelijke bedrijfsruimte dient zo te zijn ontworpen en ingericht, dat deze eenvoudig is schoon te houden en er geen verontreiniging van eet- en drinkwaren kan plaatsvinden.
4Wanneer de aard van de werkzaamheden het noodzakelijk maakt om onverpakte eet- en drinkwaren met de handen aan te raken, moet er een voorziening aanwezig zijn om de handen goed te kunnen wassen (bijvoorbeeld door het 'installeren' van een jerrycan met een kraantje met regelmatig te vervangen schoon water, voorzien van zeep (pompje) en papieren handdoekjes).
5Oppervlakken die in contact kunnen komen met eet- en drinkwaren moeten van deugdelijk materiaal zijn vervaardigd en heel en schoon zijn.
6Er moet een goede en deugdelijke voorziening zijn voor het afvoeren van afval.
7Tijdens het evenement mogen alleen de eenvoudige handelingen worden verricht die nodig zijn om een product gereed te maken voor directe consumptie, zoals afbakken, frituren en broodjes beleggen.
8Voorraadvorming is niet toegestaan, ook niet tijdens piekverkoop; de op een bepaald moment maximaal toegestane aanwezige hoeveelheid producten is één bakeenheid (de hoeveelheid die in één keer wordt gebakken of bereid).
BIJLAGE 3 FORMULIER ‘ORGANISEREN VAN EEN EVENEMENT (AANVRAAG/MELDING)’
De meest recente versie van dit formulier (zie de volgende bladzijden voor de versie van 19 april 2016) moet worden gebruikt voor het doen van een melding of het aanvragen van een vergunning voor een evenement en het aanvragen van ontheffing op grond van artikel 35 van de Drank- en horecawet.