2. Parkeerfaciliteiten gehandicapten
2.1 Gehandicaptenparkeerkaart
2.1.1 Bestuurderskaart
Voor een bestuurderskaart komt bestuurder in aanmerking die ten gevolge van een aandoening of gebrek:
1een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen (artikel 1.1a regeling gehandicaptenparkeerkaart). Onder 'van langdurige aard' moet men verstaan: ten minste zes maanden, waar het tijdsbeslag van de afhandelingsprocedure nog moet worden bijgeteld;
2of permanent rolstoelgebonden zijn (artikel 1.1c regeling gehandicaptenkaart);
3of een ernstige beperking hebben, niet zijnde een loopbeperking (artikel 1.1d regeling gehandicaptenparkeerkaart). Deze kan door middel van medisch onderzoek worden bepaald;
4beschikken over een geldig bromfietscertificaat of een geldig rijbewijs afhankelijk voor welk soort voertuig de bestuurderskaart wordt aangevraagd.
Naast de bovengenoemde voorwaarden dient er een medisch onderzoek plaats te vinden waaruit naar voren moet komen dat de aanvrager op medische gronden een gehandicaptenparkeerkaart nodig heeft.
2.1.2 Passagierskaart
Om in aanmerking te komen voor de passagierskaart moet worden voldaan aan de eerste drie voorwaarden die gelden voor de bestuurderskaart. Hierop geldt een expliciete aanvulling:
-de passagier(s) die een aantoonbare loopbeperking van langdurige aard heeft of een ernstige beperking hebben, niet zijnde een loopbeperking, komt alleen in aanmerking voor de passagierskaart indien hij voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder (artikel 1.1b regeling gehandicaptenparkeerkaart).
Ook voor het verkrijgen van een passagierskaart dient de noodzaak uit een medisch onderzoek naar voren te komen.
2.1.3 Kaart voor instellingen
Naast de bestuurders- en passagierskaart bestaat ook de mogelijkheid om een GPK voor instellingen af te geven voor het (collectief) vervoer van mensen met een handicap die verblijven in een instelling, die is toegelaten ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen. Om in aanmerking te komen voor een instellingskaart dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:
-het moet gaan om een instelling als bedoeld in artikel 5 Wet toelating zorginstellingen, oftewel een Wlz2- instelling;
-het personeel van de instelling moet belast zijn met het vervoer van bewoners die voldoen aan de wettelijke criteria in artikel 1.1 onder b, c of d regeling gehandicaptenkaart;
-de instelling moet gevestigd zijn in Diemen.
De aanvraag voor een instellingskaart moet worden ingediend door het bestuur van de Wlz-instelling.
2.1.4. Gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart
Indien een GPK is verstrekt, mag met deze kaart:
-geparkeerd worden op alle algemene gehandicaptenparkeerplaatsen (artikel 26 onder b RVV 1990);
-onbeperkt geparkeerd worden op plaatsen waar voor anderen een beperkte parkeertijd geldt (artikel 85 jo. artikel 25 lid 2 RVV 1990);
-geparkeerd worden buiten de parkeervakken in een parkeerschijfzone (artikel 85 jo. artikel 25 lid 2 RVV 1990);
-maximaal drie uur geparkeerd worden langs een gele onderbroken streep (artikel 85 jo. artikel 24 lid 1 onder e RVV 1990). Er dient dan ook een duidelijk zichtbare parkeerschijf te worden aangebracht;
-maximaal drie uur geparkeerd worden buiten de parkeervakken binnen een woon- of winkel erf (artikel 85 jo. artikel 46 lid 1 RVV 1990). Er dient dan ook een duidelijk zichtbare parkeerschijf te worden aangebracht;
-maximaal drie uur geparkeerd worden op een plaats waar dat op grond van een parkeerverbodbord voor anderen verboden is (artikel 85 jo. artikel 62 RVV 1990). Er dient dan ook een duidelijk zichtbare parkeerschijf te worden aangebracht.
2.1.5. Registratie van gehandicaptenparkeerkaarten
Er bestaat een landelijke database waarin o.a. parkeerrechten van gehandicapten staan geregistreerd op kaartnummer en kenteken. Door een actieve registratie van uitgifte van GPK’s en het melden van vermissing, diefstal of beëindiging van de GPK kan het misbruik van de kaart effectief worden bestreden. Daarnaast kan aan de gedupeerde cliënt sneller een nieuwe vervangende GPK worden geleverd.
Alle houders van een GPK in Diemen zijn in 2020 aangeschreven met het verzoek hun kenteken(s) van de GPK door te geven, zodat de gemeente ook het kenteken of kentekens van de GPK kan registeren in de database. Met de extra registratie van het kenteken is het mogelijk bij controle met de scanauto direct het parkeerrecht van de GPK te zien.
In 2020 hebben nog niet alle houders van een GPK in Diemen hun kenteken opgegeven. In 2021 wordt de uitvraag herhaald naar de houders van een GPK die nog niet hebben gereageerd.
2.2 Gehandicaptenparkeerplaats
2.2.1. Gehandicaptenparkeerplaats-algemeen (GPPA)
De gehandicaptenparkeerplaats-algemeen is bestemd voor voertuigen van personen die in het bezit zijn van een bestuurderskaart, voor voertuigen waarmee personen worden vervoerd die in het bezit zijn van een passagierskaart of voor voertuigen met een gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen. Voor overige voertuigen geldt tijdens de werkingstijden van de GPPA een parkeerverbod.
Voor de aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen geldt dat de gemeente hierin volledig autonoom kan handelen. In het Parkeerbeleidsplan van de gemeente Diemen staat aangegeven dat gehandicaptenparkeerplaatsen doorgaans worden gerealiseerd bij essentiële voorzieningen waar gehandicapten regelmatig komen. De realisatie van het aantal algemene GPPA’s is conform de landelijke richtlijn dat één op de 50 gewone parkeerplaatsen een algemene gehandicaptenparkeerplaats moet zijn. Bij nieuw te bouwen functies wordt rekening gehouden met het aanleggen van gehandicaptenparkeerplaatsen volgens de richtlijnen van het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek).
Indien instellingen of bedrijven verzoeken om de aanleg van één of meer algemene gehandicaptenparkeerplaatsen dient gemotiveerd te worden dat er een noodzaak is om de gehandicaptenparkeerplaatsen te realiseren. De ervaring leert dat er meer verzoeken voor plaatsen binnen komen op het moment dat de parkeerdruk in een bepaalde buurt of wijk toeneemt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat aan commerciële bedrijven geen algemene of individuele gehandicaptenparkeerplaatsen worden toegewezen, indien blijkt dat zij over voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein beschikken en/of kunnen realiseren.
Het uitgangspunt ten aanzien van het aanwijzen van de GPPA in de gemeente is dan ook dat instellingen waar een gehandicapte uit medische noodzaak naar toe moet gaan, om tenminste één algemene gehandicaptenparkeerplaats in de nabijheid van de ingang kunnen verzoeken. In gevallen waar een instelling om meerdere algemene gehandicaptenparkeerplaatsen verzoekt, dient inzicht te worden gegeven in het (gehandicapte) cliëntenbestand van de instelling. Van de instelling wordt ter onderbouwing van de aanvraag ook verwacht dat men er alles aan heeft gedaan om zo efficiënt mogelijk met de beschikbare algemene gehandicaptenparkeerplaats(en) om te gaan.
2.2.2 Individuele gehandicaptenparkeerplaats (GPPI)
Een individuele gehandicaptenparkeerplaats is een parkeerplaats op kenteken en wordt in de nabijheid van de woning of het werk gerealiseerd. Deze parkeerplaats is gekoppeld aan het kenteken van het voertuig.
Verstrekking van een individuele gehandicaptenparkeerplaatsen aan instellingen is niet toegestaan. Zij kunnen wel een verzoek indienen tot plaatsing van een algemene gehandicaptenparkeerplaats.
Voor een gehandicaptenparkeerplaats-op-kenteken (GPPI) kunnen in aanmerking komen:
•bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;
•passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking hebben van langdurige aard, waardoor zij - met de gebruikelijke loophulpmiddelen - in redelijkheid niet in staat zijn zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen en die voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder;
•bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, die ten gevolge van een aandoening of gebrek permanent rolstoelgebonden zijn;
•bestuurders en passagiers van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en van brommobielen, andere dan bedoeld onder a en b, die ten gevolge van een aandoening of gebrek aantoonbare ernstige beperkingen, andere dan loopbeperkingen hebben.
Naast de hiervoor genoemde criteria geldt:
Voor de gehandicaptenparkeerplaats individueel voor bestuurders dat:
-De aanvrager in de gemeente woont of werkt waar de aanvraag voor de voorziening wordt ingediend.
-De aanvrager al over een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurder beschikt die nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment van de aanvraag of voor deze kaart in aanmerking kan komen.
-De aanvrager zelf over een auto moet beschikken.
-De aanvrager zelf in die auto moet rijden en dus een geldig rijbewijs heeft.
-De aanvrager niet zelf over parkeer- of stallingruimte bij of nabij zijn woonadres beschikt.
Voor de gehandicaptenparkeerplaats voor passagiers geldt dat:
-De aanvrager in de gemeente woont of werkt waar de aanvraag voor de voorziening wordt ingediend.
-De aanvrager al over een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers beschikt die nog minimaal 6 maanden geldig is op het moment van de aanvraag of voor deze kaart in aanmerking kan komen.
-De huisgenoot van de aanvrager over een auto moet beschikken en de bestuurder is van deze auto. De huisgenoot moet beschikken over een geldig rijbewijs en er moet sprake zijn van een gemeenschappelijke huishouding.
-De aanvrager niet zelf over parkeer- of stallingruimte bij of nabij zijn woonadres beschikt.
Voor bezitters van een GPK passagierskaart (P) geldt dat zij in principe niet voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats in aanmerking kunnen komen, tenzij zich één van de uitzonderingssituaties voordoet. De achterliggende gedachte is immers dat gehandicapten die in het bezit zijn van een GPK met passagiersvermelding (P) voor hun vervoer buitenshuis aangewezen zijn op vervoer door anderen. De bestuurder kan in dat geval eerst de auto ophalen en daarna de gehandicapte helpen instappen en/of de rolstoel inladen.
Gehandicapten met een gehandicaptenparkeerkaart voor passagiers (P) komen slechts in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerplaats individueel, indien kan worden aangetoond dat een gehandicapte niet alleen kan worden gelaten of kan wachten, of indien blijkt dat de partner of huisgenoot medisch gezien niet in staat is om de nodige/vereiste ondersteuning te bieden (om dit te kunnen beoordelen is een medische keuring vereist).
Daarbij kan de verkeersituatie in de nabijheid van de woning dusdanig zijn dat het niet verantwoord is om de auto eerst op te halen voordat de gehandicapte kan instappen. De inrichting van de straat laat bijvoorbeeld niet toe om tijdelijk de auto dubbel te parkeren omdat er dan een verkeergevaarlijke situatie ontstaat.
Voor de gehandicaptenparkeerplaats op het werkadres geldt dat:
-De werknemer die de aanvraag indient in dienst is bij het bedrijf waar de parkeerplaats aangelegd moet worden en een contract heeft voor minimaal 6 maanden.
-Het bedrijf volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) gevestigd is in de gemeente Diemen op het adres waarvoor de parkeerplaats is aangevraagd (het uittreksel van de KvK mag niet ouder zijn dan 3 maanden, dit geldt alleen voor eenmansbedrijven of bedrijven aan huis).
-De werknemer voor wie de plaats is aangevraagd kentekenhouder is van het motorvoertuig en in het bezit is van een geldig rijbewijs en Europese gehandicaptenparkeerkaart die nog minimaal 6 maanden geldig is op de datum van de aanvraag.
-De vestiging van het bedrijf dat de aanvraag doet niet over een geschikte eigen parkeergelegenheid beschikt waar de gehandicapte werknemer kan parkeren.
2.3 Parkeren door gehandicapten in een gebied met parkeerregulering
2.3.1 Handhaving gehandicaptenparkeerkaarten
Handhaving is essentieel bij iedere vorm van parkeerregulering, bijvoorbeeld om te voorkomen dat automobilisten parkeren op locaties waar dit niet is toegestaan, zoals op gehandicapten-parkeerplaatsen. Het opleggen van boetes is geen doel op zich. Ze zijn vooral bedoeld om een gedragsverandering teweeg te brengen en ervoor te zorgen dat de juiste doelgroep gebruik maakt van de parkeerplaatsen.
Per augustus 2020 voert de scanauto de parkeercontrole uit in de parkeerzones. In het geval van een parkeerder op een gehandicaptenparkeerplaats controleert de scanauto of parkeerders (voldoende) parkeerbelasting hebben betaald en of een GPK aanwezig is. Bij niet of niet voldoende betaald te hebben of /en bij geen aanwezig GPK wordt een naheffingsaanslag opgelegd. Bij de GPK’s zonder kentekenregistratie blijft de controle 2-voudig. De scanauto signaleert bij controle geen parkeerrecht (controle 1), vervolgens controleert de opvolgscooter met Boa ter plaatse of een GPK-kaart aanwezig is (controle 2).
Bijlage 1
Parkeersituatie Centrum Diemen, indeling zones voor toekenning individuele gehandicaptenparkeerplaatsen.
Naast de zone betaald parkeren en de zone vergunningengebied is er aansluitend een blauwe zone gerealiseerd. Deze zone staat niet op de kaart aangegeven. In deze zone kan met een ontheffing tussen 9.00 – 21.00 uur worden geparkeerd.