Gemeentelijke regelgeving

Beleidsplan Openbare Verlichting

Gemeente Diemen · geldt sinds 1 april 2021

3 Algemeen beleidskader

3.1 Wet- en regelgeving openbare verlichting

3.1.1 Nederlandse praktijkrichtlijn

In Nederland gelden geen wettelijke voorschriften voor het aanbrengen van openbare verlichting. Over het algemeen wordt de Richtlijn Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) als leidraad gehanteerd. Deze richtlijn is gebaseerd op Europese normen. In jurisprudentie wordt vaak verwezen naar de ROVL 2011 als maatgevende richtlijn.

Belangrijk uitgangspunt van de ROVL 2011 is dat het wegtype bepaalt hoe het gebied verlicht moet worden. Daarbij wordt gekeken naar typische kenmerken van de weg of het gebied en de intensiteit van het gebruik. Ook complexiteit van het wegbeeld, misdaadrisico, gezichtsherkenning en al aanwezige lichtbronnen (de zogenaamde omgevingsverlichting) spelen een rol bij het bepalen van het type verlichting en vereiste lichtbeeld. In onderstaande tabel worden globaal de waarden uit de ROVL 2011 weergegeven.

Lichtklasse

Toepassing

Eh (horizontale verlichtingssterkte)

Uh (gelijkmatigheid: Ehmin/Ehgem)

S2, ME4

Ontsluitingswegen, industriegebieden

10lux

0,3

S3, ME5

Ontsluitingswegen, Centrum, industriegebieden

7,5 lux

0,3

S4

Centrum of woonstraat met verhoogde criminaliteit

5lux

0,2

S5

Erftoegangswegen met parkeren

3lux

0,2

S6

Erftoegangswegen zonder parkeren

2lux

0,3

Weergegeven zijn typische landelijk gebruikte waarden. De uiteindelijke waarden zijn afhankelijk van:

■ de configuratie van het gebied zoals verkeersdrempels;

■ het weggebruik zoals snelheid en parkeren;

■ visuele aspecten en omgevingsinvloeden zoals omgevingsluminantie en criminaliteit.

6 Ontwikkelingen en onderzoeken

6.2 Technische ontwikkelingen

6.2.1 Lampen

Naast led verschijnen er inmiddels nieuwe lichtbronnen. Waar mogelijk worden nieuwe technieken al dan niet in de vorm van proefprojecten- toegepast indien deze bijdragen aan verhoging van rendement, verbetering van de lichtopbrengst en reductie van beheer en energiekosten.

6.2.2 Dimmen

Er zijn diverse systemen om de verlichting tijdelijk in bepaalde gebieden te dimmen. De omstandigheden in een bepaald gebied bepalen of en met welke intensiteit wordt verlicht. Een criterium hierbij is bijvoorbeeld de verkeersintensiteit. Op rustige momenten kan op deze manier kan het energiegebruik verder worden teruggedrongen, zonder dat de veiligheid in het geding komt. Er dient wel rekening gehouden te worden, dat dimmen bij lage lampvermogens financieel niet of nauwelijks wordt terugverdiend. Dit door de beperkte energiebesparing.

6.2.3 Schakelen

De verlichting wordt in en uitgeschakeld op een vooraf bepaald lichtniveau. Op een beperkt aantal punten in Noord-Holland wordt het lichtniveau gemeten. Wanneer de vooraf ingestelde waarde wordt bereikt geeft netbeheerder Liander een schakelcommando. Deze methode van schakelen is niet de meest efficiënte.

Er zijn systemen in ontwikkeling om meer lokaal te kunnen schakelen. Ook kan dan de keuze worden gemaakt om bijvoorbeeld de verlichting lokaal iets later in, en iets vroeger uit te schakelen. De verwachting is op deze manier 4% energie te kunnen besparen.

Liander heeft aangegeven omstreeks 2016 te stoppen met het huidige systeem.

6.2.4 Slimme meter

Met het toepassen van slimme meters kan het energieverbruik continue bij gehouden worden, waardoor het effect van energiebesparende maatregelen direct zichtbaar worden.

6.2.5 Innovatie

De digitalisering van de maatschappij is ook doorgedrongen tot de openbare verlichting waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan zoals sturing van lichtniveau per lichtpunt, het aanpassen van het lichtniveau aan wisselende weersomstandigheden en verkeersdrukte, aanwezigheidsdetectie, licht op aanvraag, automatisch melden van storingen, maar ook het meten van bijvoorbeeld fijnstof door in de in de lichtmast geïntegreerde meetapparatuur behoort inmiddels tot de mogelijkheden.

Ontwikkelingen worden gevolgd en getoetst op bruikbaarheid.

6.2.6 Inzichten verlichtingskunde

Binnen de verlichtingskunde is een tendens zichtbaar om de NPR-richtlijnen terughoudend toe te passen. Deze ontwikkeling wordt enerzijds ingegeven door de ontwikkelingen rondom het klimaat en de roep om het energiegebruik terug te dringen. Anderzijds zijn er ook onderzoeken gedaan naar de relatie tussen sociale veiligheid en openbare verlichting. Hieruit blijkt dat een hoger verlichtingsniveau niet automatisch leidt tot een hoger veiligheidsgevoel.

6.3 Onderzoeken

6.3.1 Wisselspanning versus gelijkspanning

Momenteel worden er proeven gedaan in de gemeente Amstelveen met het toepassen van gelijkspanning op het openbare verlichtingsnetwerk. Het grote voordeel van gelijkspanning is dat dit over grote afstanden getransporteerd kan worden met minimaal spanningsverlies. De eerste voorzichtige schattingen zijn dat er een energiewinst behaald kan worden van 5% á 10%.

6.3.2 Prins Mauritslaan versus LED

In 2010 is op de Prins Mauritslaan een pilot uitgevoerd met LED verlichting. De uitkomst hiervan was positief. Zo stonden er 14 lichtmasten van 40 of 55 W, waarvan de lampen een gemiddelde levensduur hebben van 3 jaar. Dezelfde lichtopbrengst is gerealiseerd met 11 lichtmasten voorzien van LED-verlichting van 30 W. Echter met een levensduur van 20 jaar.

Noot:

De oude lichtmasten in de Prins Mauritslaan waren afgeschreven en aan vervanging toe. En inmiddels zijn de extra kosten voor LED-armaturen sterk gedaald.

6.3.3 Energiescan Spectrum Advies & Design B.V.

Om aan de gestelde kaders (met name energiebesparing) uit voorgaande hoofdstukken te kunnen voldoen zijn er een aantal besparingsmogelijkheden onderzocht door het bureau Spectrum Advies & Design B.V.

De mogelijkheden zijn verwerkt in de Energiescan openbare verlichting d.d. februari 2014. Hieronder volgt een beknopte weergaven van de belangrijkste aspecten.

Onderstaand de vier besparingsmogelijkheden die worden uitgewerkt:

1Huidige situatie

Is het ijkpunt voor de vergelijkingen

2Standaard vervangen

Vervangen van huidige lichtbron door modern gelijkwaardig materiaal

3Standaard vervangen met aanvullend dimmen

Vervangen van huidige lichtbron door modern gelijkwaardig materiaal met aanvullend dimbaarlicht

4Nieuwe situatie met toepassen van led en dimmen.

Vervangen van huidige lichtbron door LED met dimmogelijkheid

De vier besparingsmogelijkheden zijn getoetst op de volgende aspecten:

■ Energieverbruik

■ Vervangingsinvestering versus terugverdientijd

Uitgangspunt hierbij is dat de armaturen worden vervangen op het moment dat de technische levensduur is bereikt, 20 jaar (zie hoofdstuk 8 paragraaf beheer openbare verlichting)

6.3.4 Energieverbruik

De vier besparingsmogelijkheden zijn op basis van energieverbruik met elkaar vergeleken.

In onderstaande grafiek is helder weergegeven welke besparingspotentieel er mogelijk is. Zo is af te lezen dat het omvormen naar LED inclusief dimmen een energie besparing oplevert van bijna 50% ten opzichte van de huidige situatie.

6.3.5 Vervangingsinvestering versus terugverdientijd

Vervangingsinvestering

Onderstaande grafiek toont per lampsoort (met een noemenswaardig areaal, zie hoofdstuk 6. PPL, SON en SOX lampen) welke investeringskosten gemoeid zijn bij vervanging. De volgende varianten zijn berekend:

1Vervangen van afgeschreven installatiedelen (blauw) door conventionele, maar technisch verbeterde apparatuur (Besparingsmogelijkheid 2)

2Extra kosten als ook de apparatuur dimbaar wordt uitgevoerd (rood) (Besparingsmogelijkheid 3)

3Extra kosten als de apparatuur wordt vervangen door led (groen) (Besparingsmogelijkheid 4)

4Als laatste is gekeken wat de financiële consequenties zijn als ook de nog niet afgeschreven armaturen worden vervangen door led (paars).

Uit onderstaande grafiek is op te maken dat er met relatief gezien een beperkte investering al snel een besparing gerealiseerd kan worden. Met name bij de SOX en SON lampen.

Terugverdientijd

Naast inzicht in de benodigde investering voor het behalen van de (regio) energiedoelstellingen, is het ook van belang dat inzicht te krijgen wanneer de investering wordt terugverdiend. In onderstaande grafiek is dit schematisch weergegeven.

De terugverdientijd naar lampsoort is gebaseerd op de extra kosten die van toepassing zijn bij de ombouw naar LED. Dit vanwege het energiezuinige karakter van LED en de lange levensduur. Met andere woorden: omvormen naar LED geeft de grootste besparing.

Voor alle drie de lampsoorten is berekend wat de terugverdientijd is van de extra kosten voor LED-apparatuur, ten opzichte van de huidige installatie

De conclusies uit bovenstaande grafiek zijn:

■ De SOX-armaturen vervangen door led rendeert;

■ Bij SON-armaturen is de terugverdientijd, zelfs bij het vervangen voor het verstrijken van technische levensduur van armaturen, niet meer dan 6 jaar;

■ Vervangen van PLL-armaturen door LED wordt terugverdiend (bij een technische levensduur van 20 jaar) echter niet bij een vroegtijdige vervanging

Samengevat worden de volgende (beleids)punten geadviseerd:

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.