Aanhef
De raad van de gemeente Deventer,
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025, 2025-729;
Gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
BESLUIT
Vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Deventer 2026
(Verordening toeristenbelasting Deventer 2026)
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.hotel: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, met slaapplaatsen voor logiesverstrekking in overwegend, doch niet uitsluitend, een- en tweepersoonskamers tegen betaalde boeking per nacht of nachten, en waaronder mede worden begrepen pensions, hostels en appartementen met hoteldienstverlening;
b.mobiele kampeeronderkomens: een bedrijfsmatig geëxploiteerde accommodatie, niet zijnde een woning, waarin beroepsmatig, volgtijdelijk tegen vergoeding verblijf wordt mogelijk gemaakt en waar iemand tegen betaling kan overnachten in mobiele kampeeronderkomens. Zoals: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, caravans, boten in jachthaven en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen;
Artikel 2: Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Artikel 3 Belastingplicht
1Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.
2De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
3Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.
Artikel 4 Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
2van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
Artikel 6 Belastingtarief
1Het tarief bedraagt per persoon per overnachting. € 1,23
2In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief per persoon per overnachting
a.in een hotel: € 1,95
b.in een mobiele kampeeronderkomen: € 0,56
Artikel 7 Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 8 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag uiterlijk drie maanden na dagtekening van het aanslagbiljet betaald zijn.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 10 Aanmeldingsplicht
1De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dient voordat hij voor de eerste maal na inwerkingtreding van deze verordening gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2, hiervan een schriftelijke melding te maken bij de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar.
2De verplichting in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die in het belastingjaar voorafgaand aan het huidige belastingjaar reeds in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is.
Artikel 11 Registratieplicht
1De belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden de verblijf houdende personen als bedoeld in artikel 2 te registreren in een daarvoor bestemd en door de gemeente beschikbaar gesteld papieren of digitaal nacht(verblijf)register.
2De verplichting in het voorgaande lid geldt niet indien de belastingplichtige een eigen registratie voert waarmee het verblijf van de verblijfhoudende personen als bedoeld in artikel 2 kan worden vastgesteld, zulks ter beoordeling aan de in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar.
Artikel 12 Kwijtschelding
Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 13 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel
1De Verordening toeristenbelasting 2025, vastgesteld door de gemeenteraad van Deventer op 6 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing. Zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
4Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening toeristenbelasting Deventer 2026.