Gemeentelijke regelgeving

Nadere subsidieregels Geluksbudget

Gemeente Deventer · geldt sinds 1 januari 2010

Aanhef

-Vastgesteld door het college van B&W d.d. 15 december 2009;

-Op grond van artikel 9.1. lid 1 sub J en 9.1 lid 2 en van de Algemene Subsidieverordening Deventer, vastgesteld door de gemeenteraad van Deventer d.d. 24 januari 2007;

-Deze subsidieregels treden met ingang van 1 januari 2010 in werking.

Artikel 1. Doelstelling en doelgroep

1De nadere subsidieregels Geluksbudget hebben tot doel het bevorderen van zelfredzaamheid en de deelname aan het maatschappelijk leven, waarbij de inzet van het Geluksbudget er toe moet leiden dat deze mensen zich beter gaan voelen en dat hun sociaal isolement wordt verminderd.

2Personen die in aanmerking kunnen komen voor het Geluksbudget dienen woonachtig te zijn in Deventer en zich in een sociaal isolement bevinden of daarin dreigen te geraken, waarbij het isolement een gevolg is van:

-een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of

-een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of

-een psychosociaal probleem.

Artikel 2. De aanvrager

1Aanvragen worden ingediend door natuurlijke personen.

2Een aanvrager kan slechts eenmaal per 12 maanden voor een subsidie in aanmerking komen.

3Indien het inkomen meer bedraagt dan 1,5 maal het norminkomen bestaat er geen recht op een subsidiebedrag in het kader van het Geluksbudget met inachtneming van artikel 5 sub d van deze regeling.

4Voor het norminkomen wordt verwezen naar de bepalingen hieromtrent in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Deventer 2007.

5Er bestaat geen aanspraak op een Geluksbudget voor zover er aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling of regeling.

Artikel 3. De subsidieaanvraag

1De subsidie wordt uiterlijk 6 weken voor aanvang van de activiteit aangevraagd.

2Bij de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het aanvraagformulier “Geluksbudget”

3In de aanvraag is de activiteit omschreven waar subsidie voor aangevraagd wordt en voor wie de activiteit bedoeld is. Tevens zijn de kosten beschreven.

4Uit de subsidieaanvraag blijkt dat de kosten, waarvoor subsidie wordt aangevraagd, in direct verband staan met de activiteit.

5Indien ook derden een financiële bijdrage leveren in de vorm van subsidies of sponsorbijdragen wordt dit in de subsidieaanvraag vermeld.

6De subsidieaanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst.

Artikel 4. Maximale subsidiebedragen

1Het maximale subsidiebedrag per aanvrager bedraagt € 500,--

2Het college kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 5. Voorwaarden voor subsidieverlening

Het college kan voor een activiteit subsidie verlenen indien deze:

a.voldoende bijdraagt aan de doelstelling zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 van deze regeling;

b.ten gunste komt van iemand die behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 1, lid 2. ;

c.wordt besteed aan een activiteit op het gebied van welzijn of vrije tijdsbesteding.

d.bij de tweede en daaropvolgende aanvraag voor een Geluksbudget voldoet aan de inkomenstoets zoals bedoeld in artikel 2 lid 3 van deze regeling.

Artikel 6. Beslissing op subsidieaanvraag

1Het college beslist binnen 8 weken op de subsidieaanvraag.

2Indien een subsidie wordt verleend, zal het subsidiebedrag zo spoedig mogelijk in de vorm van tegoedbonnen aan de aanvrager worden verstrekt ,

3Indien het om praktische redenen niet haalbaar is het subsidiebedrag in de vorm van tegoedbonnen te verstrekken, dan kan het subsidiebedrag op rekening worden overgemaakt.

4Bij de subsidieverlening kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld.

Artikel 7. Inwerkingtreding en geldigheidsduur

Deze nadere subsidieregels treden in werking op, of worden geacht in werking te zijn getreden per 1 januari 2010.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.