Gemeentelijke regelgeving

Inrichtingsplan zaterdagwarenmarkt (Brink) te Deventer

Gemeente Deventer · geldt sinds 20 juni 2024

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Deventer,

Gelet op de overwegingen beschreven in nota nr. 2024-384

BESLUITEN

1De huidige inrichtingsplannen wijkmarkt Beestenmarkt te Deventer, wijkmarkt winkelcentrum Keizerslanden te Deventer, vrijdagwarenmarkt (Brink) te Deventer, zaterdagwarenmarkt (Brink) te Deventer en voor de markt aan de Schoolstraat te Bathmen in te trekken

2De inrichtingsplannen Dinsdagmarkt Beestenmarkt 2024, Woensdagmarkt Keizerslanden 2024, Donderdagmarkt Flora 2024, Vrijdagmarkt Brink 2024, Zaterdagmarkt Brink 2024 en Zaterdagmarkt Bathmen 2024 vast te stellen

3Te bepalen dat de nieuwe inrichtingsplannen in werking treden na de dag van bekendmaking

4De teammanager OV te mandateren om de inrichtingsplannen gewijzigd vast te stellen voor ondergeschikte wijzigingen

5De raadsmededeling vast te stellen en aan te bieden aan de raad

Artikel 1. Plaats en markttijden

1Op de Brink te Deventer wordt op zaterdag een weekmarkt gehouden van 9.00 tot 17.00 uur, zoals aangegeven op bijbehorende kaart (bijlage 1).

2In afwijking van het eerste lid kan het college op grond van onvoorziene en bijzondere omstandigheden bepalen dat de markt niet zal plaatsvinden of tijdelijk zal plaatsvinden op een andere plaats, dag en/of tijd en als het nodig is vergunninghouders een andere standplaats toewijzen dan die waarvoor zij vergunning hebben.

3Tijdens de jaarlijkse zomerkermis op de Brink wordt de markt verplaatst naar de Beestenmarkt of een andere locatie en heeft de markt een andere opstelling.

Artikel 2. Afgelasting markt

1Als bij aanvang van de markt, of gedurende de tijdsperiode waarop de markt wordt gehouden, weersinvloeden, calamiteiten e.d. de orde op de markt kunnen verstoren, er direct gevaar dreigt voor de vergunninghouder, marktbezoekers en/of objecten in de nabijheid van het marktterrein, waardoor de openbare orde in gevaar komt of schade kan worden toegebracht aan derden, kan de marktmeester besluiten:

a.de vergunninghouder te verplichten de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen te treffen;

b.de markt anders op te stellen c.q. in te richten;

c.de markt niet te laten aanvangen;

d.de markt onmiddellijk te beëindigen.

2Als Koningsdag gevierd wordt op een zaterdag, dan wordt de markt die dag afgelast.

Artikel 3. Inrichting van de markt en branche-indeling

1De afmeting van een standplaats is bepaald op minimaal 9 m2 en maximaal 72 m2.

2Het college kan bij de toewijzing van de standplaatsen afwijken van de standaardmaten.

3De artikelgroepen of branches, alsmede het maximumaantal standplaatsen per branche is vastgesteld zoals weergegeven op bijlage 2.

Artikel 4. Gebruik standplaats

1Indien de vergunninghouder geen eigen materiaal heeft, dient de vergunninghouder gebruik te maken van een kraam die van door het college aangewezen kramenverhuurder kan worden gehuurd.

2Het eigen materiaal van de vaste standplaatshouder mag niet de door het college vastgestelde maximumafmeting van de standplaats overschrijden, dan wel technisch niet inpasbaar zijn binnen de beschikbare ruimte op de markt, zoals aangegeven op de in artikel 1 genoemde tekening. Het college kan nadere voorschriften verbinden ten aanzien van het te gebruiken materiaal en het aanzien.

3De vergunninghouder mag tijdens de markten geen andere artikelen verkopen dan waarvoor hem vergunning is verleend.

4De vergunninghouder mag tijdens de markten geen artikelen uitstallen, verkopen of afleveren op een andere plaats dan waarvoor hem vergunning is verleend.

5Het is mogelijk borden, vlaggen, kraamverlengingen e.d. aan de luifels van de kramen aan te brengen zolang de veiligheid en het functioneren van de markt hierdoor niet worden belemmerd. Dit ter beoordeling van de marktmeester.

6De aanrijroutes moeten te allen tijde ten minste 3,50 meter breed zijn en over een hoogte van 4,20 meter vrij blijven van obstakels.

7Tijdens de markturen mag de vergunninghouder niet de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze hinderen of belemmeren. Dit ter beoordeling van de marktmeester.

8Voor de verlichting van de standplaats mag de vergunninghouder alleen gebruik maken van elektrische verlichting.

9Het is de vergunninghouder verboden de standplaats als opslagruimte te gebruiken.

Artikel 5. Type vergunningen

1Er wordt onderscheid gemaakt in een vaste standplaatsvergunning, een seizoensplaatsvergunning, een dagplaatsvergunning en een standwerkvergunning.

2Daaronder wordt verstaan hetgeen daaronder in de Verordening fysieke leefomgeving wordt verstaan.

Artikel 6. Tijdstip van het innemen van de standplaats en aan- en afvoer van goederen

1Vervoermiddelen die niet noodzakelijk zijn voor directe verkoop moeten vóór het aanvangstijdstip van de markt van het marktterrein zijn verwijderd.

2De marktmeesters kunnen van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen voor zover de vervoermiddelen de verkoopactiviteiten op het marktterrein niet nadelig beïnvloeden.

3Dagplaatshouders moeten hun vervoermiddelen die niet noodzakelijk zijn voor de directe verkoop uiterlijk een uur na het aanvangstijdstip van de markt van het marktterrein hebben verwijderd.

4Standwerkers moeten hun standwerkerplaats een half uur voor het sluitingstijdstip van de markt hebben ontruimd en verlaten.

Artikel 7. Gebruik van geluidsapparatuur

1Het gebruikmaken van geluidsapparatuur is alleen toegestaan als daarvoor schriftelijke toestemming is gegeven.

2Overige standplaatshouders of bezoekers van de markt mogen van het gebruik van de geluidsapparatuur geen hinder ondervinden.

Artikel 8. Meet- en weegwerktuigen

1Onverminderd het bepaalde in de IJkwet en het IJkreglement, is de vergunninghouder verplicht:

a.Voor zover goederen per maat of gewicht worden verkocht, ervoor te zorgen dat de gebruikte meet- en/of weegwerktuigen in deugdelijke staat verkeren;

b.Het weegwerktuig zodanig aan de naar het publiek gekeerde zijde van de standplaats te plaatsen, dat het daarop bij weging aangegeven gewicht steeds voor het publiek duidelijk leesbaar is.

Artikel 9. Afval, hygiëne en reiniging van de standplaats

1De vergunninghouder met een vergunning om op de standplaats eet- en drinkwaren te verkopen welke direct voor consumptie gereed zijn, is verplicht om aan de voorzijde van de marktkraam of eigen materiaal voldoende korven of bakken te plaatsen voor het verzamelen van afval. Dit afval moet, overeenkomstig het overige bedrijfsafval, door de vergunninghouder afgevoerd worden.

2Een vergunninghouder die handel drijft in artikelen van een branche waaruit zou kunnen voortvloeien dat de ondergrond en omgeving van de standplaats vervuild raakt, moet maatregelen treffen om dit te voorkomen. De maatregelen behoeven de voorafgaande goedkeuring van de marktmeester en worden kort daarna uitgevoerd.

Artikel 10. Veiligheid van toestellen en installaties

1Elektrische installaties, verlichtingstoestellen, verwarmingstoestellen en bak-, kook- en frituurinstallaties moeten zodanige eigenschappen hebben dat het gebruik ervan geen brand- en/of explosiegevaar oplevert. Dit betekent dat:

a.de elektrische installatie in de verkoopinrichting voldoet aan NEN 1010 en de eisen van de marktmeester;

b.de elektrische installaties in de verkoopwagen aantoonbaar periodiek NEN 3140 gekeurd zijn. Dit geldt eveneens voor elektrisch gevoede apparatuur;

c.toestellen en installaties uitgevoerd zijn conform Europese veiligheidsregels (waaronder de zogenaamde ‘machinerichtlijn’) en voorzien zijn van het CE-keurmerk;

d.gasgestookte toestellen en installaties die na oplevering door de fabrikant (conform Europese veiligheidsregels/CE) nog aan een installatieproces worden onderworpen, vóór de eerste ingebruikneming gekeurd worden door een erkende installateur; van deze keuring dient een rapport aanwezig te zijn binnen de verkoopinrichting; de keuring kan feitelijk een onderdeel zijn van het installatieproces;

e.elke verbindingsslang tussen drukhouder en verbruikstoestel e.d. moet:

-zijn vervaardigd van synthetisch rubber met één of meer straaldraad- en/of textielinlagen;

-GIVEG goedgekeurd zijn;

-zijn bevestigd door middel van deugdelijke slangklemmen op slangpilaren;

-vrij en ongespannen zijn aangelegd;

-zodanig zijn aangebracht dat blootstelling aan ontoelaatbare temperatuursinvloeden en/of mechanische beschadigingen wordt voorkomen;

-de gasslang mag maximaal 2 jaar oud zijn, tenzij een visuele inspectie anders aangeeft (NEN-EN 1763), en moet zo kort mogelijk worden gehouden;

-de lengte van een gasslang bij een tijdelijke opstelling mag maximaal 10 meter zijn.

f.gasflessen moeten voorzien zijn van een erkend keurmerk. Gasflessen waarvan de goedkeuring, zoals blijkt uit de ingeponste datum, meer dan 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden, zijn verboden; de gasflesseninstallatie moet voldoen aan NEN 1078;

g.een adequate rookgasafvoervoorziening gerealiseerd is bij toestellen en installaties die dat behoeven; de bij bakken, braden en frituren vrijkomende dampen moeten via een onbrandbaar, hittebestendig en gasdicht rookafvoerkanaal waarin een verwisselbaar of reinigbaar vetvangend filter is geplaatst, worden weggeleid (tenzij het om een elektrische frituurpan van maximaal 4 liter gaat of een kookketel met een inhoud van niet meer dan 25 liter);

h.afsluiters in vaste gasleidingen goed bereikbaar zijn en aangebracht aan het einde van elke aftakking van een vaste leiding naar een gebruikstoestel en in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas;

i.het gebruik van andere brandbare gassen dan butaan en propaan niet is toegestaan. LPG mag alleen gebruikt worden in daarvoor specifiek ontworpen installaties. De vaste LPG-installaties in bakwagens moeten voldoen aan NPR 2577. Het gebruik van LPG-tanks als brandstofreservoir voor andere stoffen dan LPG is niet toegestaan;

j.het leidingnet in bakwagens moet zijn uitgevoerd als een vaste metalen leiding. Aan het einde van elk aftakpunt van de vaste leiding naar een verbruikstoestel moet zich een vaste afsluiter bevinden. Het leidingnet en toebehoren moeten iedere 2 jaar en zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij wijzigingen of reparaties, worden gekeurd en beproefd. Van de beproeving moet een door of vanwege de installateur getekende verklaring bij de gebruikers aanwezig zijn, welke mede door de vergunninghouder is ondertekend;

k.het gebruik van een verbindingsslang in een bakwagen alleen is toegestaan voor aansluiting van een verbruikstoestel of een gasfles op het vaste leidingnet.

Artikel 11. Veilig gebruik van toestellen en installaties

1Elektrische installaties, verlichtingstoestellen, verwarmingstoestellen en bak-, kook- en frituurinstallaties moeten zodanig gebruikt worden dat daardoor geen brand- en/of explosiegevaar ontstaat. Dit betekent dat:

a.elektriciteitskabels zodanig worden opgehangen dan wel onder matten worden weggeborgen dat het publiek er niet mee in aanraking kan komen en er geen struikelgevaar ontstaat;

b.toestellen en installaties zodanig geplaatst worden dat ze niet in aanraking komen met gemakkelijk brandbare stoffen en goederen;

c.gasgestookte verwarmingstoestellen met een open verbranding zodanig afgesteld zijn dat er een optimale verbranding plaatsvindt;

d.de in de bakkraam of -wagen aanwezige gastanks en/of gasflessen mogen een gezamenlijke waterinhoud hebben van ten hoogste 115 liter. Een losse gasfles mag een waterinhoud hebben van ten hoogste 40 liter;

e.gasflessen zodanig zijn opgesteld dat het publiek er niet bij kan, sprake is van goede ventilatie, zij beschermd zijn tegen omvallen (kantelen) en aanrijden;

f.toestellen voor koken, bakken, braden en frituren op een plaat van onbrandbaar materiaal dat warmte slecht geleidt (NEN-EN-13501-1 klasse C), zijn geplaatst en wanden binnen een afstand van 0,30 meter van de toestellen op dezelfde manier bekleed zijn;

g.toestellen en installaties schoon en vetvrij worden gehouden;

h.installaties voor koken, bakken, braden en frituren tenminste jaarlijks aan onderhoud worden onderworpen en tweejaarlijks gekeurd worden door een erkende installateur; van deze keuring moet een rapport aanwezig zijn binnen de verkoopinrichting;

i.bij gebruik van een installatie voor koken, bakken, braden en frituren, voor iedere pan of frituurbak een goed passend metalen deksel aanwezig is;

j.flessen en tanks tot slechts 80% mogen worden gevuld. Een lege fles moet altijd met een gesloten afsluiter worden bewaard;

k.afsluiters tegen beschadigingen moeten zijn beschermd. Als de bescherming bestaat uit een afneembare dop, moet deze bij niet aangesloten flessen zijn opgeschroefd;

l.het gebruik van een reduceer (drukregelaar) ouder dan 5 jaar is verboden. Alle toegepaste appendages moeten door de NL-conformiteitsbeoordelingsinstantie goedgekeurd zijn;

m.het verbruikstoestel alleen op de standplaats in werking mag zijn. Tijdens het transport moeten de afsluiters van de gasflessen te allen tijde gesloten zijn;

n.bij het wisselen van gasflessen de branders niet in werking mogen zijn;

o.in het geval er sprake is van personeel: dat dit voldoende opgeleid is om te kunnen werken met de installatie.

Artikel 12. Elektriciteit

1De vergunninghouder is verplicht voor zover elektrische energie gebruikt wordt, deze te betrekken vanuit door het college beschikbaar gestelde middelen. De gemeente brengt de kosten van elektriciteitsgebruik in rekening op basis van jaarlijks vastgestelde privaatrechtelijke tarieven.

Artikel 13. Bakken en braden

1De bakinstallatie (oliebak) moet zodanig zijn geconstrueerd dat bij bijvoorbeeld overbruisen over de rand of door de kieren om de rand, olie of vet niet in de verbrandingsruimte kan komen.

2De toestellen moeten vast op de vloer of tafel staan opgesteld en moeten tegen omvallen of omstoten worden beschermd.

3Elk bak- en braadtoestel moet zijn voorzien van een goed functionerende thermostaat of thermokoppel met een maximaal ingestelde waarde van 190º C.

4Een eventueel opgesteld gaskomfoor moet zijn opgesteld op een plaat van onbrandbaar en slecht geleidend materiaal.

5Het draagvlak onder bak- en braadtoestellen moet tenminste 0,1 meter buiten de toestellen onbrandbaar zijn, dan wel zijn bekleed met een onbrandbaar en de warmte slecht geleidend materiaal. De wanden en tentdoeken, in de nabijheid waarvan toestellen zijn geplaatst, moeten tot op 1 meter van het toestel onbrandbaar zijn of op dezelfde wijze zijn bekleed.

6Nabij de bak- en braadapparatuur moet een draagbaar blustoestel aanwezig zijn van tenminste 6 kg poeder, 5 kg koolzuursneeuw of gelijkwaardige bluscapaciteit. Het blustoestel dient goed bereikbaar te zijn.

7Een draagbaar blustoestel moet zijn voorzien van een geldig rijkskeurmerk en moet 1x per twee jaar conform NEN 2559 worden onderhouden. Het blustoestel moet zijn voorzien van een label of sticker waarop de laatste controledatum is aangegeven.

8Losse verwarmingstoestellen met open vuur anders dan van gas zijn verboden.

Artikel 14. Afvoer van verbrandingsgassen en dampen

1Binnen een afstand van 0,3 meter van de afvoerleiding van de bakdampen of de verbrandingsgassen mogen geen brandbare stoffen aanwezig zijn, tenzij deze bekleed zijn met een onbrandbaar en slecht warmtegeleidend materiaal.

2De verbrandingsgassen van de bak- en braadtoestellen moeten door middel van afvoerleidingen van onbrandbaar en hittebestendig materiaal worden afgevoerd. De wand- en dakdoorvoeringen moeten zijn uitgevoerd met een dubbelwandige nisbus.

3Een afvoer van de bakdampen en verbrandingsgassen in één leiding is toegestaan, mits de verbrandingsgassen op de plaats van samenkomst geen hogere temperatuur hebben dan 200º C.

4De filters van de luchtreinigingsinstallatie moeten zo vaak gereinigd of vervangen worden als voor de goede werking daarvan nodig is.

Bijlage 2 Branche-indeling

BRANCHERINGSLIJST DEVENTER MARKTEN

BRANCHE/ ARTIKELGROEP

TOELICHTING

DINSDAG

WOENSDAG

DONDERDAG

VRIJDAG

ZATERDAG

ZATERDAG BATHMEN

HUIDIG

MAX

HUIDIG

MAX

HUIDIG

MAX

HUIDIG

MAX

HUIDIG

MAX

HUIDIG

MAX

1VOEDINGSARTIKELEN (VERKOOP)

1.1 AGF

AARDAPPELEN, GROENTE EN FRUIT

1

2

3

3

3

3

2

2

2

3

1

1

1.2 ZUIVELARTIKELEN

MELK, BOTER, KAAS EN EIEREN

0

1

1

1

1

1

3

3

2

2

1

1

1.3 BROOD, KOEK EN BANKET

0

1

0

1

1

1

1

1

1

1

0

0

1.4 BIOLOGISCH

BROOD, AGF, ZUIVELARTIKELEN EN OVERIGE (1 PER PRODUCT)

0

0

0

0

0

0

0

0

3

3

0

0

1.5 ZOETWAREN, NOTEN EN ZUIDVRUCHTEN

0

1

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

1.6 WORST EN AMBACHTELIJKE SLAGERSPRODUCTEN

WORST, VLEES EN VLEESWAREN. GEEN POLIERSWAREN

0

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1

1.7 POELIERSWAREN

INCL. EIEREN EN GEGRILDE KIP

1

1

1

1

1

1

0

1

1

1

0

0

1.8 DELICATESSEN

OLIJVEN, TAPENADES EN ANDERE MEDITERRAAN

SE SPECIALITEITEN

0

1

0

0

1

1

1

1

2

2

0

0

1.9 OVERIGE ARTIKELEN (NOG NIET AANWEZIG )

WAARONDER: KRUIDEN EN SPECERIJEN

0

0

0

1

0

0

0

0

0

1

1

1

2VOEDINGSARTIKELEN (VOOR DIRECTE CONSUMPTIE)

2.1 VIS EN VISARTIKELEN

INCL. VERPAKTE VERKOOP EN DRINKWAREN

1

1

1

1

1

1

3

3

2

2

0

1

2.2 STROOPWAFELS

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

2.3 PATAT, SNACKS EN DRINKWAREN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.4 VIETNAMESE LOEMPIA'S

INCL. DRINKWAREN

1

1

1

1

1

1

2

2

1

1

0

0

2.5 SHOARMA/ KEBAB

INCL. TURKSE PIZZA (LAHMACUN) EN DRINKWAREN

0

0

1

1

1

1

1

1

1

1

0

0

2.6 PIZZA

M.U.V. TURKSE PIZZA (LAHMACUN)

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

2.7 MERSIN TANTUNI

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

2.8 GEHAKTBALLEN

INCL. PATAT EN DRANKWAREN

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

2.9 OVERIGE ARTIKELEN (NOG NIET AANWEZIG)

WAARONDER: PASTA, NOODLES, ORIËNTAALSE GERECHTEN OF SNACKS

0

0

0

1

0

0

0

1

0

1

0

1

3BLOEMEN EN PLANTEN

3.1 HUIS EN TUINPLANTEN

INCL. BLOEMEN, BRANCHE GERELATEERDE DECORATIEARTIKELEN

0

1

1

1

1

1

2

2

2

2

1

1

3.2 SNIJBLOEMEN

INCL. BRANCHE GERELATEERDE DECORATIEARTIKELEN

0

0

0

0

0

0

1

1

1

1

0

0

4PERSOONSBEKLEDING

4.1 BOVENMODE DAMES

0

0

1

1

2

2

1

2

2

2

0

0

4.2 HERENMODE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

4.3 KINDERMODE

0

0

0

0

0

0

0

1

0

1

0

0

4.4 ONDERMODE

WAARONDER: LINGERIE EN ONDERGOED

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

0

0

4.5 BEENMODE

0

0

0

1

1

1

0

0

1

1

0

0

4.6 MODESTOFFEN

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

0

0

4.7 OVERIGE ARTIKELEN

WAARONDER: NACHTKLEDING EN BADMODE

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

5INTERIEURBEKLEDING

5.1 MEUBELSTOFFEN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.2 HUISHOUDTEXTIEL

WAARONDER: HANDDOEKEN EN AANVERWANTE ARTIKELEN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5.3 OVERIGE ARTIKELEN

WAARONDER: BEDMODE ZOALS OVERTREKKEN, LAKENS EN KUSSENS

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

6OVERIGE TEXTIEL

6.1 KLEINVAKARTIKELEN/ FOURNITUREN

ALLE ZAKEN T.B.V. ZELFMAAKMODE, KNOPEN, GAREN, NAALDEN, BAND EN APPLICATIES

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

0

0

6.2 OVERIGE ARTIKELEN

WAARONDER: VRIJETIJDSSCHOENEN EN SPORTSCHOENEN

0

0

0

0

0

0

0

1

0

1

0

0

7HORLOGES, SIERADEN EN MODEACCESSOIRES

7.1 HORLOGES, SIERADEN, MODEACCESSOIRES EN OVERIGE

WAARONDER: SJAALS, MUTSEN, CAPS, ZONNEBRILLEN EN RIEMEN

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

0

0

8OVERIGE

8.1 DROGISTERIJ ARTIKELEN EN COSMETICA

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

0

0

8.2 REFORMARTIKELEN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8.3 LEDERWAREN

WAARONDER: TASSEN, SJAALS, HANDSCHOENEN EN PORTEMONNEES

0

0

0

0

1

1

1

1

1

1

0

0

8.4 HOBBYARTIKELEN

WAARONDER: WENSKAARTEN, STICKERVELLEN, VERF EN TOEBEHOREN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8.5 PARTIJGOEDEREN

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8.6 HUISHOUDELIJKE ARTIKELEN

WAARONDER: ELECTRA EN GEREEDSCHAP

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

8.7 SPEELGOED

0

0

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

8.8 TELEFOON EN ELECTRONICA

INCL: TELEFOONHOESJES

0

0

0

0

0

0

0

1

1

1

0

0

8.9 DIERVOEDERS

INCL: DIERACCESSOIRES

0

0

0

0

0

0

0

0

1

1

0

0

8.10 OVERIGE ARTIKELEN (NIET AANWEZIG)

0

0

0

0

0

0

0

1

0

0

0

0

TOTAAL

4

11

12

16

21

21

27

36

33

40

5

7

Bijlage 3 Sancties

SANCTIES DEVENTER MARKTEN

Overtreding

1eactie

1esanctie bij 2e overtreding binnen 1 kalenderjaar

2esanctie bij 3e overtreding binnen 1 kalender jaar

Te vroeg innemen standplaats

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Niet op tijd innemen standplaats

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Te laat standplaats verlaten

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Niet innemen standplaats tot sluitingstijd

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Voertuigen die niet noodzakelijk zijn voor directe verkoop moeten voor aanvang van en gedurende de markt van het marktterrein verwijderd zijn

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Niet uitstallen van goederen tot sluitingstijd

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Niet afmelden wegens vakantie of bijzondere omstandigheden

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Uitstallen van goederen buiten de aangewezen standplaats

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Verkoop van artikelen in strijd met vergunning

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Niet zorgdragen voor de inzameling en afvoer van afval

Schriftelijke waarschuwing

1marktdag schorsen

4marktdagen schorsen

Wangedrag jegens de marktmeester

Schriftelijke waarschuwing

2marktdagen schorsen

Intrekken vergunning

Uitvoering:

1Ten aanzien van elke overtreding, ook al worden er meerdere tegelijk geconstateerd, worden de verschillende stadia van de matrix doorlopen.

2Indien echter binnen 1 kalenderjaar drie verschillende overtredingen zijn geconstateerd, zal bij de vierde en volgende overtreding direct over worden gegaan tot de eerste bijbehorende sanctie.

3Indien een vergunninghouder voor een vaste standplaats 4 marktdagen geschorst is geweest, zal bij een eerstvolgende willekeurige overtreding binnen 1 jaar na beëindiging van de schorsing, zijn vergunning direct worden ingetrokken.

4Indien een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerker voor 4 marktdagen uitgesloten is geweest, zal bij een eerstvolgende willekeurige overtreding binnen 1 jaar direct definitieve uitsluiting plaatsvinden.

5Opgelegde sancties worden gewist na 2 kalenderjaren.

.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.