Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer

Gemeente Deventer · geldt sinds 4 maart 2026

Aanhef

Burgemeester en wethouders van Deventer,

Gelet op de overwegingen beschreven in nota nr. 2026-43

Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer

Gelet op het bepaalde in:

Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015

Overwegende dat:

Bovengenoemde bepaling het college van Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid geven de wijze waarop toegang kan worden verkregen tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang te formaliseren.

Besluit:

Vast te stellen de volgende beleidsregels:

'Beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2026 gemeente Deventer' onder gelijktijdige intrekking van de 'beleidsregels toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang 2025'.

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking.

Leeswijzer

Voor u liggen de beleidsregels Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang voor de gemeenten Deventer, Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen. Dit document vormt de inhoudelijke basis voor het verlenen van toegang tot Beschermd Wonen, Beschut Wonen en maatschappelijke opvang. Daarnaast biedt dit document inzicht in hoe het proces eruit ziet/doorlopen wordt, biedt het nadere informatie over grensvlakken en biedt het nadere informatie over kwaliteitscriteria.

Omwille van de leesbaarheid is steeds ‘hij’ geschreven in de tekst. Waar ‘hij’ staat kan uiteraard ook ‘zij’ worden gelezen.

Begrippenlijst

Verklaring van begrippen zoals in dit document gebruikt.

•Aanvraag: een schriftelijke ondertekende aanvraag bij het College voor formele ondersteuning via de Wmo.

•Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.

•Ambulante begeleiding: activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan blijven.

•Ambulante begeleiding MO: begeleiding zonder verblijf die wordt geboden in het kader van maatschappelijke opvang om dak- of thuisloosheid waar mogelijk te voorkomen (voorzorg) of ter ondersteuning bij het weer zelfstandig gaan wonen (nazorg).

•Begeleiding: activiteiten waarmee een persoon herstelgericht wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Er is sprake van het herhaaldelijk toepassen van aangeleerde vaardigheden in de praktijk. De zelfredzaamheid en participatie van de cliënt worden hiermee bevorderd.

•Behandeling: van behandeling is sprake als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke (medische) deskundigheid van een behandelaar is vereist. Behandeling is veelal Zvw gefinancierd c.q. geen onderdeel van de Wmo.

•Beschermd Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Beschermd Wonen is er ook voor mensen met licht verstandelijke beperkingen.

•Beschut Wonen: wonen in een accommodatie van een instelling met een clustering van minimaal 6 wooneenheden waarbij de cliënt zelf huur betaalt. Het bijbehorende toezicht vindt overdag en/of ’s avonds plaats door directe aanwezigheid van professionele hulpverlening. Daarbuiten is professionele hulpverlening telefonisch bereikbaar en desgewenst binnen 30 minuten op locatie aanwezig. Toezicht en begeleiding is gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid, regie en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Beschut Wonen is er ook voor mensen met licht verstandelijke beperkingen. Beschut Wonen kan onder bepaalde voorwaarden ook met verblijf worden toegekend.

•BIG-geregistreerd: zorgverleners die zijn ingeschreven in het register van Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) en hierdoor bevoegd de beschermde titel uit te voeren.

•Blijvend: van niet voorbijgaande aard.

•Boven gebruikelijke hulp: hulp aan de echtgenoot, kinderen, ouders of andere huisgenoten die de zorg overstijgt die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid dagelijks mag worden verwacht.

•Centrumgemeente: de gemeente Deventer die mede namens de gemeenten Lochem, Olst-Wijhe, Raalte en Zutphen de maatschappelijke opvang en het Beschermd Wonen uitvoert.

•Cliëntprofiel/cliëntperspectief: profiel/perspectief waarmee het regionaal toegangsteam BW/MO bij aanvang van Beschermd Wonen of maatschappelijke opvang bij de cliënt vaststelt wat het profiel/perspectief op ontwikkeling en uitstroom is. Het profiel/perspectief dient hiermee als hulpmiddel voor de zorgaanbieder en het regionaal toegangsteam BW/MO bij het formuleren van een samenhangende aanpak.

•College: College van burgemeester en wethouders van centrumgemeente Deventer.

•Crisisopvang: verblijf met 24-uurs toezicht en begeleiding als gevolg van het plotseling dak- of thuisloos worden.

•Dakloos: iemand die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en geen adres heeft om te wonen of te logeren.

•Ernstig nadeel: als iemand

○ zich maatschappelijk te gronde richt of dreigt te richten;

○ zichzelf in ernstige mate verwaarloost of dreigt te verwaarlozen;

○ ernstig lichamelijk letsel oploopt of dreigt op te lopen dan wel zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt of dreigt toe te brengen;

○ ernstig in zijn ontwikkeling wordt geschaad of dreigt te worden geschaad of dat zijn veiligheid ernstig wordt bedreigd, al dan niet doordat hij onder de invloed van een ander raakt.

•Ernstige problemen: als de persoon reguliere dagdagelijkse activiteiten zelf kan uitvoeren, maar iemand nodig heeft, die hem ondersteunt, begeleidt, stimuleert en instrueert om de betreffende activiteit zoveel mogelijk zelf uit te voeren en die erop toeziet dat het daadwerkelijk gebeurt.

○ gedeeltelijk en/of slechts met veel moeite zelf kan uitvoeren. Een andere persoon moet de activiteit gedeeltelijk overnemen, waarbij de resterende zelfredzaamheid van de inwoner gerespecteerd en/of zoveel mogelijk bevorderd wordt.

○ niet zelf kan uitvoeren, een andere persoon moet de activiteit in het geheel overnemen.

•Escalatie: het geleidelijk ernstiger worden van een situatie.

•Floride psychiatrie: de psychiatrische problematiek is actief van aard en moet onder controle gehouden worden met medicatie en intensieve begeleiding.

•Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid dagelijks mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten uit de eigen familiekring.

•Herstelgericht: gericht op het voeren van meer eigen regie op het leven. Bij herstellen gaat het om een zeer persoonlijk en uniek proces waarin iemands opvattingen, waarden, gevoelens, doelen en rollen veranderen. Het leidt tot een leven met meer voldoening, waarin hoop een plaats heeft en men kan geven en nemen ondanks de beperkingen die met de aandoening gepaard gaan. Herstel heeft te maken met het ontstaan van nieuwe betekenis en zin in het leven, terwijl men over de gevolgen van de aandoening heen groeit.

•Hoofdverblijf: de woonruimte, (bestemd en geschikt voor permanente bewoning), waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft.

•Leveringsvorm: wijze waarop de zorg en ondersteuning vanuit de beschikking Beschermd Wonen geleverd wordt aan de cliënt: via Zin of Pgb.

•Licht verstandelijke beperking (LVB): een IQ tussen de 50 en 85 met een beperkt sociaal aanpassingsvermogen en bijkomende problematiek.

•Maatschappelijke opvang: het bieden van tijdelijk onderdak, begeleiding, informatie en advies aan personen die, door een of meerdere problemen al dan niet gedwongen, de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

•Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:

○ ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,

○ ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,

○ ten behoeve van Beschermd Wonen en opvang.

•Mantelzorger: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, Beschermd Wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep.

•Melding: kenbaar maken van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2. eerste lid van de Wmo 2015.

•Ondersteuningspakket: de hoeveelheid zorg en ondersteuning die past bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, volgens de systematiek voor beschermd wonen dan wel de maatschappelijke opvang in centrumgemeente Deventer, afgeleid van de oorspronkelijke ZZP(zorgzwaarte)-pakketten uit de AWBZ.

•Onderzoek: een face-to-face contactmoment (“keukentafelgesprek”), tenzij uit de melding direct blijkt dat er sprake is van uitsluitingsgronden en de cliënt niet in aanmerking komt voor Beschermd Wonen dan wel de maatschappelijke opvang. In dat geval vindt een warme overdracht plaats.

•Overgangsrecht Beschermd Wonen: het behouden van de rechten en plichten die voortvloeien uit de indicatie gedurende de looptijd van het AWBZ-indicatiebesluit, zolang ongewijzigd en tot uiterlijk 2020.

•Participatie: deelname aan het maatschappelijk verkeer.

•Participatieprobleem: een verschil tussen verwachte en werkelijke uitvoering van de domeinen van activiteiten en participatie van de ICF (internationale classificatie van functioneren): leren en toepassen van kennis, algemene taken en eisen, communicatie, mobiliteit, zelfverzorging, huishouden, tussenmenselijke interacties en relaties, belangrijke levensgebieden, maatschappelijk sociaal en burgerlijk leven.

•Permanent toezicht: onafgebroken (camera)toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen.

•Psychische problematiek: problematiek waarbij een of meer symptomen veroorzaakt wordt door in de psyche gelegen factoren. Dit hoeft niet noodzakelijk een psychiatrische stoornis te zijn waarbij een behandeling of medicatie vaak nodig is. Bij de classificatie worden criteria gehanteerd die uitgaan van een (groep van) symptomen (DSM-V).

•Psychosociale problematiek: er is sprake van psychosociale problemen, wanneer er een ernstige (psychische) ontwrichting van de cliëntsituatie in relatie tot zijn sociale omgeving is en deze ontwrichting kan leiden tot ernstige participatieproblemen. De beperkingen moeten ernstig zijn en zich afspelen op een of meerdere leefgebieden, waardoor de zelfredzaamheid van de cliënt ernstig beperkt is.

•Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt.

•Tijdelijk onderdak met begeleiding: verblijf met ambulante begeleiding als gevolg van het plotseling dak- of thuisloos worden.

•Thuisloos: iemand zonder vast woon- of logeeradres maar met wisselende logeeradressen. Vaak verblijft de persoon bij een familielid of een kennis waar ook de eigendommen staan (vaak alleen kleding).

•Toezicht: 24 uur per dag de directe aanwezigheid van professionele hulpverleners, die zorg en begeleiding leveren, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, psychisch en psychosociaal beter functioneren, stabilisatie van het psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of voor anderen.

•Verklaring omtrent gedrag: een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.

•Wooneenheid: het hoofdverblijf van desbetreffende cliënt.

•Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het zelfstandig uitvoeren van reguliere dagdagelijkse activiteiten en het zelfstandig voeren van een min of meer gestructureerd huishouden.

•24-uursopvang: voorziening bedoeld om mensen die 's nachts geen slaapplek hebben te laten overnachten en waar ook overdag een (gemeenschappelijke) ruimte beschikbaar is om te verblijven.

•Zelfstandig wonen: wonen in een eigen (huur)woning, al dan niet met ambulante begeleiding.

•Zorgzwaartepakket: de hoeveelheid zorg en ondersteuning die past bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, volgens de systematiek uit de voormalige AWBZ.

1. Het proces van melding tot beschikking

1.2. Maatschappelijke Opvang

1.2.1. Proces voor de crisisopvang

•Melding: een persoon uit rechtstreeks een ondersteuningsbehoefte bij IrisZorg of bij de gemeente. Als de gemeente een ondersteuningsvraag krijgt van een persoon met betrekking tot maatschappelijke opvang, wordt deze persoon per ommegaande doorverwezen naar IrisZorg.

•Onderzoek: een medewerker van IrisZorg houdt een triagegesprek (direct na de melding, fysiek of telefonisch) en vult de uitkomsten hiervan op een triageverslag in.

•Beoordelen: de medewerker van IrisZorg beoordeelt voor welke vorm van crisisopvang (24 uurs of ambulant) de persoon in aanmerking komt. In het geval er geen plek is, kan de persoon op de wachtlijst worden geplaatst en worden ter overbrugging de volgende opties onderzocht: 1) alsnog opvang in het eigen netwerk al dan niet met ambulante begeleiding, 2) tijdelijke opvang in een andere regio, 3) opname in de 24-uursopvang in afwachting van een plek in de crisisopvang. Bij plaatsing op de wachtlijst moet de persoon wekelijks naar IrisZorg bellen om zijn plek op de wachtlijst te bevestigen en naar de voortgang te informeren.

•Besluit: op basis van het triagegesprek en de beoordeling daaruit, wordt een besluit genomen door IrisZorg met betrekking tot de toegang/toelating tot de crisisopvang. Toegang tot de crisisopvang wordt verleend voor een periode van 6 weken en gaat in vanaf het moment dat een persoon geplaatst is. IrisZorg informeert het regionaal toegangsteam BW/MO over het door haar genomen besluit.

•Melding verlenging: Als de persoon een verblijf langer dan 6 weken binnen de crisisopvang nodig heeft doet deze een melding voor verlenging bij het regionaal toegangsteam BW / MO. Deze melding wordt gedaan door IrisZorgminimaal twee weken voor het verstrijken van de eerste zes weken termijn.

•Tweede onderzoek: Het regionaal toegangsteam BW / MO gaat in gesprek met de persoon en de maatschappelijk hulpverlener die hem ondersteunt vanuit de crisisopvang. Centraal in dit gesprek staat het (mee)zoeken van de eigen kracht van de persoon en de vraag hij naartoe kan en wil werken. Naar aanleiding van dit onderzoek kan de persoon een aanvraag doen.

•Besluit: het regionale toegangsteam BW /MO adviseert het college over het te nemen besluit. De cliënt ontvangt van het college een beschikking van de voorziening verlenging crisisopvang of wijst de aanvraag af (uiterlijk 2 weken na de aanvraag).

○ Bij toekenning:

▪ Toekennen cliëntprofiel (zie hoofdstuk 4.7)

▪ Cliënt ontvangt zorg

○ Bij afwijzing:

▪ vindt daar waar nodig een warme overdracht plaats naar of afstemming met (zie hoofdstuk 4.5) een andere (centrum)gemeente, zorgverzekeraar in het kader van de Zvw of het CIZ in het kader van de Wlz.

1.2.2. Proces voor de 24-uursopvang

•Melding: de persoon die dak- of thuisloos is meldt zich bij de 24-uursopvang (dat kan overdag tot 21.30 uur). Door de dienstdoende medewerker van de nachtopvang wordt gekeken of de persoon toegang tot de voorziening kan worden verleend

2Aan de cliënt wordt kenbaar gemaakt welke criteria gelden om te worden toegelaten tot de 24-uursopvang. Mocht er geen toegang kunnen worden verleend, dan zal altijd met de persoon naar alternatieve opvangmogelijkheden worden gezocht.

.

•Onderzoek: Als de persoon toegang kan worden verleend wordt direct een medewerker van IrisZorg geïnformeerd. Een medewerker van IrisZorg zal op korte termijn een intakegesprek met deze persoon hebben. Er volgt dan uitgebreider onderzoek met de persoon die toegang tot de voorziening is verleend en er wordt direct een plan gemaakt om op zo kort mogelijke termijn (in ieder geval binnen de eerste twee weken) uitstroom te bewerkstelligen.

•Beoordelen: de medewerker van IrisZorg beoordeelt of de persoon in aanmerking komt voor de 24-uursopvang.

•Besluit: op basis van het gesprek, onderzoek en de beoordeling daaruit, wordt binnen twee weken een besluit genomen door IrisZorg met betrekking tot de toegang/toelating tot de 24-uursopvang. Toegang tot de 24-uurssopvang wordt verleend voor een periode van 6 weken en gaat in vanaf het moment dat een persoon geplaatst is. IrisZorg informeert het regionaal toegangsteam BW/MO over het door haar genomen besluit.

•Melding verlenging: Als de persoon een verblijf langer dan 6 weken binnen de 24-opvangpvang nodig heeft doet deze een melding voor verlenging bij het regionaal toegangsteam BW / MO. Deze melding wordt gedaan door IrisZorg, minimaal twee weken voor het verstrijken van de eerste zes weken termijn.

•Tweede onderzoek: Het regionaal toegangsteam BW / MO gaat in gesprek met de persoon en de maatschappelijk hulpverlener die hem ondersteunt vanuit de 24-uursopvang. Centraal in dit gesprek staat het (mee)zoeken van de eigen kracht van de persoon en de vraag hij naartoe kan en wil werken. Naar aanleiding van dit onderzoek kan de persoon een aanvraag doen.

•Besluit: het regionale toegangsteam BW /MO adviseert het college over het te nemen besluit. De cliënt ontvangt van het college een beschikking van de voorziening verlenging 24-uursopvang of wijst de aanvraag af (uiterlijk 2 weken na de aanvraag).

○ Bij toekenning:

▪ Toekennen cliëntprofiel (zie hoofdstuk 4.7)

▪ Cliënt ontvangt zorg

○ Bij afwijzing:

▪ vindt daar waar nodig een warme overdracht plaats naar of afstemming met (zie hoofdstuk 4.5) een andere (centrum)gemeente, zorgverzekeraar in het kader van de Zvw of het CIZ in het kader van de Wlz.

2. Toegangskader Beschermd Wonen

2.2. Toegangscriteria Beschermd Wonen

2.2.1. Algemene kenmerken

a.De cliënt is 18 jaar of ouder.

b.De cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft legaal in Nederland.

c.De cliënt voldoet aan hetgeen gesteld is in de Handreiking Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen van de VNG (zie 2.2.).

2.2.2. Aard van de problematiek

a.De cliënt heeft psychische problemen en/of psychosociale problemen en/of een licht verstandelijke beperking (LVB)

3In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.

.

b.De problemen die de cliënt ondervindt in het zelfstandig wonen en participeren in de samenleving zijn niet op te lossen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit andere personen uit het eigen sociaal netwerk, algemene of andere maatwerk voorzieningen en/of (para)medische zorg.

c.Middels het door cliënt (al dan niet samen met een naastbetrokkenen uit het eigen sociaal netwerk en/of een onafhankelijk cliëntondersteuner) ingevulde ondersteuningsplan BW en een keukentafelgesprek is vastgesteld dat cliënt niet zelfstandig kan wonen en participeren in de samenleving.

2.2.3. Ondersteuningsbehoefte

a.Het is noodzakelijk voor de cliënt om binnen een accommodatie van een instelling te verblijven met daarbij horende ondersteuning door middel van 24 uurs directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning.

b.De cliënt heeft behoefte aan begeleiding. Daaronder worden activiteiten verstaan waarmee een persoon wordt ondersteund bij het uitvoeren van algemene dagelijkse levensverrichtingen en bij het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Er is sprake van het herhaaldelijk toepassen van aangeleerde vaardigheden in de praktijk. De zelfredzaamheid en participatie van de cliënt worden hiermee bevorderd.

c.Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert BW een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.

d.De cliënt wil en accepteert een ondersteuningstraject uitgaande van zijn (on)mogelijkheden, gericht op het realiseren van een situatie waarin hij weer op eigen kracht zelfstandig kan wonen en participeren in de samenleving, buiten de instelling van BW.

2.3. Uitsluitingsgronden voor Beschermd Wonen

2.3.1. Behandeling

a.De cliënt verblijft in een instelling of is hierop aangewezen en dat verblijf is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid (van een behandelaar) is vereist.

2.3.2. Aanspraak op andere verblijfsvoorziening4 Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.

a.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) omdat er sprake is van verblijf dat noodzakelijk is voor de behandeling van een psychiatrische aandoening en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Zie 2.3.1.

b.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) omdat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in nabijheid.

2.3.3. Bepaalde crisissituaties

a.Er is sprake van een acute crisissituatie in de geestelijke gezondheid en/of andere levensdomeinen en als gevolg hiervan zijn er mogelijkheden voor crisisopvang/opname in de Zvw (zie voetnoot 4);

b.De cliënt is (feitelijk) thuis- of dakloos en wordt direct opgevangen binnen de 24-uursopvang alwaar onderzoek plaatsvindt naar de meest passende (algemene, maatwerk dan wel andere wettelijke) voorziening.

2.5. Leveringsvormen

2.5.1. Zorg in Natura (ZIN)

De inwoner met een geldige beschikking voor BW kan zich wenden tot een zorgaanbieder waarbij de aanbieder beschermd wonen kan bieden: verblijf in een instelling met bijbehorend toezicht, zorg en ondersteuning.

2.5.2. Persoonsgebonden Budget (Pgb)

Een budget waarbij de cliënt zelf verantwoordelijk is om zorgovereenkomsten op te (laten) stellen, zorg in te kopen, zorg te toetsen op standaardkwaliteit en betalingen te verrichten voor zorg en ondersteuning (geen verblijf) op basis van een maatwerkvoorziening BW. De cliënt is dus zelf verantwoordelijk voor onder andere het aangaan van contracten, aansturen van zorgverleners en het voeren van een juiste administratie.

2.9 Cliëntprofielen dan wel cliëntperspectieven

2.9.1 Langdurig zorgafhankelijk

Doelgroep: de inwoner ontvangt ondersteuning gericht op herstel en/of stabiliteit en heeft meerdere psychiatrische stoornissen, psychosociale problematiek en/of LVB. De inwoner kan op lange termijn (naar verwachting langer dan drie jaar) mogelijk zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (Wlz).

Dit zijn bijvoorbeeld inwoners waarbij volledige zelfstandigheid niet haalbaar is omdat ze vanwege hun psychiatrische aandoening of LVB weinig tot geen basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. Stabiliteit bieden is mogelijk het maximaal haalbare.

Doel: bieden van een veilige woonomgeving, inzet gericht op ondersteuning bij het wonen en/of het herstel, zodat meer stabiliteit ontstaat.

2.9.2 Ontwikkelgericht

Doelgroep: de inwoner kan op middellange termijn (naar verwachting binnen één tot drie jaar) zelfstandig wonen en doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners die weinig basisvaardigheden hebben om zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving, maar die naar verwachting wel kunnen ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan uitstroom. In geval van psychiatrie of psychosociale problematiek vraagt het herstel van de inwoner de meeste aandacht. In geval van LVB gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden.

Doel: ontwikkeling van zelfredzaamheid en participatie op alle levensdomeinen door het aanboren van eigen kracht en het ontwikkelen en structureren van basisvaardigheden.

2.9.3 Uitstroomgericht

Doelgroep: de inwoner kan op korte termijn (naar verwachting binnen één jaar) zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners met de basisvaardigheden om zelfstandig te wonen, sociale binding en overzicht op de leefgebieden. Dit kunnen zowel inwoners zijn met een psychische stoornis, psychosociale problematiek en of een licht verstandelijke beperking.

Doel: vaardigheden eigen maken die nodig zijn om zelfstandig te gaan wonen (bijvoorbeeld school/werk, zelfstandig kunnen reizen), begeleiding gericht op het vinden van passende woonruimte, het inregelen van ondersteuning c.q. terugvalpreventie voor de fase na uitstroom.

3 Toegangskader Beschut Wonen

3.2 Toegangscriteria Beschut Wonen

3.2.1. Algemene kenmerken

a.De cliënt is 18 jaar of ouder

b.De cliënt heeft de Nederlandse nationaliteit of verblijft legaal in Nederland

3.2.2. Aard van de problematiek

a.De cliënt heeft psychische problemen en/of psychosociale problemen en/of een licht verstandelijke beperking (LVB)

6In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.

.

b.De problemen die de cliënt ondervindt in het zelfstandig wonen en participeren in de samenleving zijn niet op te lossen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp vanuit andere personen uit het eigen sociaal netwerk, algemene of andere maatwerk voorzieningen en/of (para)medische zorg.

c.Middels het door cliënt (al dan niet samen met een naastbetrokkenen uit het eigen sociaal netwerk en/of een onafhankelijk cliëntondersteuner) ingevulde ondersteuningsplan Beschut Wonen en een keukentafelgesprek is vastgesteld dat cliënt niet zelfstandig kan wonen en participeren in de samenleving.

3.2.3. Ondersteuningsbehoefte

a.Het is noodzakelijk voor de cliënt om binnen een accommodatie van een instelling te verblijven met daarbij horende ondersteuning door middel van directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning overdag en/of ‘s avonds en bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning 24 uur per dag, 7 dagen per week. De cliënt heeft geen permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig. De cliënt is in beginsel zelf in staat hulp in te roepen en zijn hulpvraag uit te stellen. Bellen is meestal voldoende. De cliënt kan hierbij zelf aangeven of de hulpvraag urgent is. Professionele hulpverlening is in de avond en nacht binnen vijf minuten telefonisch bereikbaar en desgewenst binnen 30 minuten op locatie aanwezig.

b.De cliënt heeft behoefte aan een geclusterde woonvorm van minimaal 6 geclusterde wooneenheden

7De 6 geclusterde wooneenheden dienen niet per definitie allemaal Wmo gefinancierd te zijn. Wanneer er sprake is van een clustering van minder dan 6 wooneenheden, dienen de afzonderlijke wooneenheden zich binnen 1 kilometer van een 24/7 Beschermd Wonen voorziening van dezelfde aanbieder te bevinden.

ten behoeve van nabijheid en sociale interactie. De cliënt verblijft bij een accommodatie van de instelling.

Daarbij zijn twee varianten mogelijk:

I. De cliënt betaalt zelf de woonkosten

8De wooneenheid die de cliënt huurt hoeft niet perse eigendom te zijn van de instelling, maar is daar wel direct aan verbonden. De cliënt huurt zijn eigen wooneenheid, van de zorgaanbieder, van een woningcorporatie of van een andere partij. De cliënt kan daar alleen wonen wanneer ook van betreffende zorgaanbieder zorg wordt afgenomen door cliënt. De wooneenheid die de cliënt huurt is het hoofdverblijf van de cliënt.

II. De cliënt betaalt niet zelf de woonkosten, deze worden door de zorgaanbieder betaald.

De woonkosten bestaan uit kosten voor ‘wonen’, ‘verblijf’ en ‘voeding:

–‘Wonen’ bevat de kosten van de huur en vaste lasten,

–‘Verblijf’ bevat hotelmatige taken (huishouden, was, etc.).

–‘Voeding’ betreft de gebruikelijke voeding: 3 maaltijden (waaronder 1 warme maaltijd) per dag en voldoende drinken, zoals koffie, thee en frisdranken. Ook fruit en tussendoortjes horen daarbij. Als de bewoner een dieet moet volgen (medisch noodzakelijk), zorgt de Opdrachtnemer daarvoor.

Indien de cliënt zelf de woonkosten betaalt is er sprake van Beschut Wonen zonder verblijf.

Indien de cliënt niet zelf de woonkosten betaalt is er sprake van Beschut Wonen met verblijf.

In paragraaf 3.2.4. worden de criteria beschreven op basis waarvan de cliënt in aanmerking komt voor Beschut Wonen met verblijf.

c.De cliënt heeft behoefte aan minimaal 10 uur begeleiding per week, waaronder minimaal één individueel face-to-face contactmoment per dag.

d.Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert Beschut Wonen een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van de zelfredzaamheid, regie en maatschappelijke participatie, het psychisch, psychosociaal, cognitief en/of sociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen.

e.De cliënt wil en accepteert een ondersteuningstraject uitgaande van zijn (on)mogelijkheden, gericht op het realiseren van een situatie waarin hij weer op eigen kracht zelfstandig kan wonen en participeren in de samenleving, buiten de instelling van Beschut Wonen.

3.2.4. Aanspraak op Beschut Wonen met verblijf

a.Om aanspraak te kunnen maken op Beschut Wonen met verblijf voldoet de cliënt aan één of meerdere van onderstaande criteria:

I. De cliënt is niet in staat om zijn of haar financiën te beheren en kan zodoende de kosten van ‘wonen’, ‘verblijf’ en/of ‘voeding’ niet zelfstandig dragen. Ook kan de cliënt daardoor niet de maandelijkse betaalverplichtingen na komen, in het bijzonder het maandelijks betalen van de huur van de wooneenheid. Het niet kunnen voldoen aan deze verplichtingen heeft invloed op de ondersteuning aan de cliënt op andere levensgebieden.

II. De cliënt beschikt niet over de vaardigheden die horen bij het uitvoeren van taken omtrent ‘verblijf’ en ‘voeding’. Denk hierbij met name aan vaardigheden met betrekking tot voldoende verzorging van de woning en buitenruimte, het dagelijks zelfstandig regelen en voorzien in gebruikelijke voeding.

III. De cliënt beschikt niet over de vaardigheden die horen bij ‘wonen’ , in het bijzonder het huren van een woning. Denk daarbij aan het vertonen van acceptabel woongedrag, zoals rekening houden met de overige bewoners/buren, de veiligheid niet in gevaar brengen en aanspreekbaarheid voor buren, verhuurder en zorgaanbieder.

b.Indien de cliënt wel beschikt over de criteria zoals beschreven onder 3.2.4a., punt i., ii. en iii. kan de cliënt aanspraak maken op Beschut Wonen zonder verblijf.

3.3 Uitsluitingsgronden voor Beschut Wonen

3.3.1. Behandeling

a.De cliënt verblijft in een instelling of is hierop aangewezen en dat verblijf is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid (van een behandelaar) is vereist.

3.3.2. Aanspraak op andere voorziening9 Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.

a.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) omdat er sprake is van verblijf dat noodzakelijk is voor de behandeling van een psychiatrische aandoening en of noodzakelijk is voor een verstandelijke beperking. Zie 3.3.1.

b.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) omdat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in nabijheid op basis van een andere vastgestelde grond dan Ggz-problematiek.

c.Er is aanspraak op een verblijfsvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor Beschermd Wonen omdat er sprake is van verblijf waarbij continu toezicht en directe aanwezigheid van professionele hulpverlening 24 uur per dag noodzakelijk is op basis van vastgestelde psychische problematiek, psychosociale problematiek of een licht verstandelijke beperking.

d.Er is aanspraak op een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening

10Met een lokale Wmo-voorziening wordt een Wmo-voorziening bedoeld die niet door de centrumgemeente Deventer wordt toegekend, maar door de gemeente waar de cliënt op dat moment woonachtig is.

omdat er behoefte is aan minder begeleiding dan 10 uur per week en er geen behoefte is aan directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning overdag en/of ‘s avonds en bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning 24 uur per dag, 7 dagen per week.

3.3.3. Bepaalde crisissituaties

a.Er is sprake van een acute crisissituatie in de geestelijke gezondheid en/of andere levensdomeinen en als gevolg hiervan zijn er mogelijkheden voor crisisopvang/opname in de Zvw (zie voetnoot 4).

3.5 Leveringsvormen

3.5.1. Zorg in Natura

De inwoner met een geldige beschikking voor Beschut Wonen kan zich wenden tot een zorgaanbieder waarbij de aanbieder de volgende vormen kan leveren:

•Wonen bij een accommodatie van een instelling conform het principe van scheiden wonen en zorg. De aanbieder biedt directe aanwezigheid van toezicht en ondersteuning overdag en/of ‘s avonds en bereikbaarheid van toezicht en ondersteuning 24 uur per dag, 7 dagen per week.

3.5.2. Persoonsgebonden Budget (Pgb)

Een budget waarbij de cliënt zelf verantwoordelijk is om zorgovereenkomsten op te (laten) stellen, zorg in te kopen, zorg te toetsen op standaardkwaliteit en betalingen te verrichten voor zorg en ondersteuning (geen verblijf) op basis van een maatwerkvoorziening Beschut Wonen. De cliënt is dus zelf verantwoordelijk voor onder andere het aangaan van contracten, aansturen van zorgverleners en het voeren van een juiste administratie.

3.8 Cliëntprofielen of cliëntperspectieven

3.8.1. Langdurig zorgafhankelijk

Doelgroep: de inwoner ontvangt ondersteuning gericht op herstel en/of stabiliteit en heeft meerdere psychiatrische stoornissen, psychosociale problematiek en of LVB. De inwoner kan op lange termijn (naar verwachting langer dan drie jaar) mogelijk zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening of Wet langdurige zorg (Wlz).

Dit zijn bijvoorbeeld inwoners waarbij volledige zelfstandigheid niet haalbaar is omdat ze vanwege hun psychiatrische aandoening of LVB weinig tot geen basisvaardigheden kunnen ontwikkelen. Stabiliteit bieden is mogelijk het maximaal haalbare.

Doel: bieden van een veilige woonomgeving, inzet gericht op ondersteuning bij het wonen en/of het herstel, zodat meer stabiliteit ontstaat.

3.8.2. Ontwikkelgericht

Doelgroep: de inwoner kan op middellange termijn (naar verwachting binnen één tot drie jaar) zelfstandig wonen en doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners die weinig basisvaardigheden hebben om zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving, maar die naar verwachting wel kunnen ontwikkelen. Er wordt gewerkt aan uitstroom. In geval van psychiatrie of psychosociale problematiek vraagt het herstel van de inwoner de meeste aandacht. In geval van LVB gaat de meeste aandacht uit naar het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden.

Doel: ontwikkeling van zelfredzaamheid en participatie op alle levensdomeinen door het aanboren van eigen kracht en het ontwikkelen en structureren van basisvaardigheden.

3.8.3. Uitstroomgericht

Doelgroep: de inwoner kan op korte termijn (naar verwachting binnen één jaar) zelfstandig wonen of doorstromen naar een lokale Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voorziening. Dit zijn bijvoorbeeld inwoners met de basisvaardigheden om zelfstandig te wonen, sociale binding en overzicht op de leefgebieden. Dit kunnen zowel inwoners zijn met een psychische stoornis, psychosociale problematiek en of een licht verstandelijke beperking.

Doel: vaardigheden eigen maken die nodig zijn om zelfstandig te gaan wonen (bijvoorbeeld school/werk, zelfstandig kunnen reizen), begeleiding gericht op het vinden van passende wooneenheid, het inregelen van ondersteuning c.q. terugvalpreventie voor de fase na uitstroom.

3.8.4 Afwezigheid tijdens beschermd wonen

Bij gebruik van beschermd wonen wordt in de meeste gevallen verwacht dat de cliënt in de woonvoorziening verblijft. Aanwezigheid op de locatie is noodzakelijk om het beschermd wonen optimaal te laten verlopen. In sommige situaties is tijdelijke afwezigheid mogelijk, bijvoorbeeld vanwege vakantie, verlof, detentie of opname in een ziekenhuis, GGZ-instelling of verslavingskliniek. In bepaalde gevallen kan de financiering van de plek gecontinueerd worden tijdens deze afwezigheid waardoor de plek behouden blijft tijdens afwezigheid.

Het behoud van de financiering van een beschermd wonen-plek betekent ook dat de beschikking op de plek zelf van kracht blijft. Indien de financiering vervalt, vervalt daarmee in de meeste gevallen ook het recht op verblijf op de betreffende plek.

Hoewel de financiering primair aan de zorgaanbieder wordt toegekend, heeft het stopzetten hiervan direct gevolgen voor de cliënt: het kan leiden tot beëindiging van de opvang of het beschermd wonen-traject. Het is daarom belangrijk dat de voorwaarden voor behoud van financiering worden nageleefd.

Voorwaarden voor afwezigheid met behoud van bekostiging

•De cliënt moet minimaal 14 aaneengesloten dagen in de instelling hebben verbleven vóór de start van de afwezigheid.

•Er geldt een maximum van 42 dagen afwezigheid per kalenderjaar waarbij de financiering van de plek gecontinueerd wordt tijdens deze afwezigheid waardoor de plek behouden blijft.

•De toegestane afwezigheid kan betrekking hebben op: verlof, vakantie, detentie, ziekenhuisopname of op opname in een GGZ-instelling of verslavingskliniek.

Als de afwezigheid naar verwachting langer dan 42 dagen duurt, kan – bij bijzondere omstandigheden – een verlenging van de bekostiging worden aangevraagd. Deze verlenging moet binnen de eerste 42 dagen van afwezigheid worden aangevraagd bij de toegang tot beschermd wonen (de Regionale Toegang Midden-IJssel).

Bij opname in een ziekenhuis, GGZ-instelling of verslavingskliniek tijdens de periode van beschermd wonen, moet dit vooraf worden gemeld bij de toegang tot beschermd wonen. Ook in deze situaties geldt het maximum van 42 dagen per kalenderjaar, tenzij tijdig toestemming is gegeven voor verlenging.

De afwezigheid gaat in op de eerste dag na vertrek uit de instelling en eindigt op de dag vóór terugkomst. Bijvoorbeeld:

Vertrek op 2 juni, terugkomst op 11 juni = 8 afwezigheidsdagen (van 3 t/m 10 juni). Als het vertrek plaatsvond vóór de eerste 14 dagen van verblijf, telt de afwezigheid niet mee voor behoud van financiering.

De cliënt en de zorgaanbieder zijn samen verantwoordelijk voor het registreren van afwezigheidsdagen. Het totaal aantal afwezigheidsdagen met behoud van bekostiging mag niet boven de 42 dagen per kalenderjaar uitkomen.

3.8.5 Waarschuwingen en beëindiging Beschermd en Beschut Wonen

Waarschuwingen

Waarschuwingen worden alleen gegeven bij ernstig of herhaald gedrag dat de veiligheid, rust of onderlinge omgang binnen de woonomgeving verstoort, en dat niet past binnen de gezamenlijke afspraken en kaders van Beschermd Wonen, zoals:

•Crimineel of agressief gedrag;

•Contactvermijding of niet-begeleidbaar gedrag;

•Onherstelbare vertrouwensbreuk;

•Problematisch middelengebruik;

•Ernstige hygiënische risico’s voor anderen;

•Het structureel niet naleven van essentiële afspraken.

Het doel van waarschuwingen is om gewenst gedrag te stimuleren en, indien nodig, een onderbouwd dossier op te bouwen ter voorbereiding op mogelijke vervolgstappen.

Stappenplan

1Zorgaanbieder meldt vroegtijdig gedrag dat de veiligheid, rust of onderlinge omgang binnen de woonomgeving verstoort, en dat niet past binnen de gezamenlijke afspraken en kaders van beschermd wonen, bij de gemeente en gaat hierover in gesprek met cliënt.

2De regionale toegang spreekt met cliënt, stelt verslag op en beoordeelt de ernst van het gedrag.

3Bij ernstige gedragingen volgt een officiële waarschuwing vanuit de regionale toegang.

4Bij herhaald gedrag gedurende het gehele beschermd wonen traject van de cliënt kunnen meerdere waarschuwingen vanuit de regionale toegang volgen.

5Met het afgeven van de derde waarschuwing kan beëindiging van de indicatie/einde verblijf overwogen worden, met ruimte voor wederhoor.

6Bij eenzijdige beëindiging van de zorg door de aanbieder, moet de aanbieder een gemotiveerd verzoek indienen bij de regionale toegang en meewerken met de regionale toegang aan passende overdracht naar vervolgzorg, tenzij zwaarwegende redenen de beëindiging van de gehele indicatie door de regionale toegang rechtvaardigen.

7Bij een eenzijdige beëindiging van het beschermd wonen (door de zorgaanbieder) vindt er bestuurlijke afstemming plaats met de portefeuillehouder van de centrumgemeente, namens het regionaal Bestuurlijk Overleg van de regio Midden-IJssel, als de regionale toegang zich niet kan vinden in de eenzijdige beëindiging door de aanbieder. Onderwerp van deze afstemming is de beoordeling of en hoe overleg met zorgaanbieder(s) wenselijk is, met het oog op de continuïteit van passende ondersteuning en het beperken van ongewenste uitstroom uit beschermd wonen.

Beëindiging

Een tussentijdse beëindiging van de indicatie beschermd wonen is een ingrijpend besluit. Om die reden is een beëindiging van de indicatie zonder dossieropbouw in beginsel niet mogelijk, tenzij er sprake is van zwaarwegende redenen, welke het beëindigen van de indicatie voor beschermd wonen rechtvaardigt.

Onder zwaarwegende redenen kan het volgende worden verstaan: bijvoorbeeld ernstige schade of gevaar voor cliënt, medebewoners of personeel.

4 Toegangskader Maatschappelijke Opvang

4.3 Algemene cliëntkenmerken

4.3.1 Aard van de problematiek

a.De cliënt heeft de thuissituatie verlaten en is zonder opvang niet in staat op eigen kracht zelfstandig te wonen en participeren in de samenleving.

b.In gesprek met de cliënt (al dan niet aangevuld met informatie van derden) is vastgesteld dat de cliënt momenteel dakloos en thuisloos is.

4.3.2 Ondersteuningsbehoefte

a.Het is noodzakelijk voor de cliënt om in de opvang te verblijven om te voorkomen dat hij/zij op straat leeft.

b.De cliënt heeft behoefte aan ondersteuning en begeleiding. Daaronder worden activiteiten verstaan waarmee een persoon wordt ondersteund bij het vinden van een eigen woonplek, al dan niet begeleid of beschermd.

c.Om tegemoet te komen aan de ondersteuningsbehoefte levert de MO een passende en noodzakelijke bijdrage aan het bevorderen van het vinden van eigen woonruimte, al dan niet begeleid of beschermd.

d.De cliënt wil en accepteert een ondersteuningstraject uitgaande van zijn (on)mogelijkheden, gericht op het realiseren van een eigen woonsituatie, al dan niet begeleid of beschermd, waarin hij weer meer op eigen kracht (zelfstandig) kan wonen en participeren in de samenleving, buiten de instelling van MO om.

4.4 Uitsluitingsgronden voor maatschappelijke opvang

4.4.1 Behandeling

a.Het verblijf in een instelling is noodzakelijk voor de behandeling van een psychiatrische stoornis van de cliënt. Er is sprake van behandeling als er verbeterdoelen zijn geformuleerd, die op een gestructureerde en programmatische manier worden nagestreefd, en waarvoor specifieke deskundigheid van een behandelaar is vereist.

4.4.2 Aanspraak op andere verblijfsvoorziening

a.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) omdat er sprake is van verblijf dat noodzakelijk is voor de behandeling van de aandoening.

b.Er is aanspraak op een voorziening vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) omdat er sprake is van een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid op basis van een andere vastgestelde grond dan psychiatrie.

4.4.3 Bepaalde crisissituaties

a.Er is sprake van een acute crisissituatie in de geestelijke gezondheid en/of andere levensdomeinen en als gevolg hiervan zijn er mogelijkheden voor crisisopvang/opname in de Zvw (zie voetnoot 4);

b.Er is sprake van huiselijk geweld of een risico op veiligheid, waarvoor een melding gedaan moet worden bij Veilig Thuis en via die weg opvang mogelijk is.

4.7 Cliëntprofielen/cliëntperspectieven

4.7.1 24-uurs-opvang

Doelgroep: de inwoner is dakloos, leidt veelal al langdurig een zwervend bestaan en kan vanwege problematiek en gedrag niet worden opgevangen in andere voorzieningen. De inwoner maakt gebruik van de 24-uursopvang om te overnachten. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de aandacht vooral uitgaat naar passende huisvesting of opvang.

Doel: De inwoner motiveren om

•met begeleiding weer in stabiele huisvesting te komen

•begeleiding te accepteren bij de stappen die nodig zijn voordat de cliënt richting stabiele huisvesting kan.

Duur: in basis maximaal 3 maanden.

4.7.2 Tijdelijk onderdak met begeleiding

Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen tot de volgende dag (tot het moment dat er weer een hulpverlener aanwezig is) uitstellen.

Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen.

Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken.

4.7.3 Crisisopvang

Doelgroep: de inwoner is plotseling dak- of thuisloos als gevolg van een crisissituatie. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om een uithuiszetting vanwege financiële problemen. Er vindt begeleiding plaats op alle leefgebieden waarbij de focus ligt op het oplossen van de actuele crisis en het vinden van passende huisvesting. De inwoner kan eventuele hulpvragen niet tot de volgende dag uitstellen en heeft door de aard van zijn problematiek 24-uurstoezicht nodig.

Doel: vinden van passende huisvesting en ondersteuning bij de vaardigheden en randvoorwaarden die nodig zijn voor zelfstandig wonen, ondersteuning op andere leefgebieden om herstel en zelfstandigheid te bespoedigen.

Duur: in basis maximaal 6 weken en indien nodig een verlenging van maximaal 6 weken.

4.7.4 Ambulante begeleiding MO

Doelgroep:

•de inwoner is dak- en/of thuisloos, ofwel langdurig ofwel plotseling, en heeft ondersteuning nodig voordat hij kan of wil worden toegelaten tot de 24-uursopvang of crisisopvang (voorzorg). Met deze begeleiding kan opname in de nacht- of crisisopvang mogelijk ook worden voorkomen.

•de inwoner wordt ondersteund na het verlaten van de (ambulante) crisisopvang of 24-uursopvang (nazorg) in een overgangsperiode naar meer zelfstandig wonen.

Doel: voorkomen van of toeleiding naar crisisopvang, tijdelijke onderdak met begeleiding of 24-uursopvang; of terugvalpreventie in nieuwe zelfstandige woonsituatie (nazorg).

Duur: in basis maximaal 3 maanden.

Voetnoten

1Reden dat we de inwoner vragen een eerste versie van een (ondersteunings)plan aan te leveren, is om tijdens het keukentafelgesprek de ondersteuningsbehoefte goed helder te krijgen en zorgvuldig onderzoek te doen. Het aanleveren hiervan is geen verplichting.

2Aan de cliënt wordt kenbaar gemaakt welke criteria gelden om te worden toegelaten tot de 24-uursopvang. Mocht er geen toegang kunnen worden verleend, dan zal altijd met de persoon naar alternatieve opvangmogelijkheden worden gezocht.

3In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.

4Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.

5Bovenwettelijk beleid

6In 2016 zijn nadere afspraken gemaakt tussen het Rijk en gemeenten over de verantwoordelijkheid van gemeenten voor de ondersteuning van mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB). Deze afspraken betekenen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor ondersteuning van mensen met LVB indien zij geen toegang krijgen tot de Wlz.

7De 6 geclusterde wooneenheden dienen niet per definitie allemaal Wmo gefinancierd te zijn. Wanneer er sprake is van een clustering van minder dan 6 wooneenheden, dienen de afzonderlijke wooneenheden zich binnen 1 kilometer van een 24/7 Beschermd Wonen voorziening van dezelfde aanbieder te bevinden.

8De wooneenheid die de cliënt huurt hoeft niet perse eigendom te zijn van de instelling, maar is daar wel direct aan verbonden. De cliënt huurt zijn eigen wooneenheid, van de zorgaanbieder, van een woningcorporatie of van een andere partij. De cliënt kan daar alleen wonen wanneer ook van betreffende zorgaanbieder zorg wordt afgenomen door cliënt. De wooneenheid die de cliënt huurt is het hoofdverblijf van de cliënt.

9Onderzocht moet worden in hoeverre de persoon concreet aanspraak kan maken op andere wettelijke voorzieningen.

10Met een lokale Wmo-voorziening wordt een Wmo-voorziening bedoeld die niet door de centrumgemeente Deventer wordt toegekend, maar door de gemeente waar de cliënt op dat moment woonachtig is.

11Afstemming tussen partijen vindt plaats conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Bijlage 1 Beschrijvingen van de ondersteuningspakketten 3 t/m 6 toegepast in Deventer voor mensen met psychiatrische en/of psychosociale problematiek

3

4

5

6

Begeleiding

Aard

Intensieve begeleiding

Intensieve begeleiding en activering

Intensieve begeleiding en zorg

Begeleiding voortdurend in de directe omgeving

Omvang

Max. 17 uur / week

Max. 21 uur / week

Max. 24 uur / week

Max. 33 uur / week

ADL

Toezicht of stimulatie bij ADL

Dagelijks hulp bij persoonlijke verzorging

Toezicht, stimulatie of hulp bij ADL

Uitgebreide hulp bij o.a. eten, drinken, wassen en aankleden

Verpleging

Mogelijk

Mogelijk

Overige hulp / zorg

Reizen met ondersteuning of begeleiding

Reizen enkel met begeleiding

Problematiek

Psychisch

Psychiatrische aandoening/ psychosociale problematiek passief of actief

Complexe psychiatrische aandoening/psychosociale problematiek actief*

Complexe psychiatrische aandoening/psychosociale problematiek actief*

Complexe psychiatrische aandoening/psychosociale problematiek actief*

Gedragsmatig

Gedragsproblematiek hanteerbaar middels voortdurende begeleiding

Gedragsproblematiek

Ernstige gedragsproblematiek** die voortdurend gereguleerd moet worden

(Ernstige) gedragsproblematiek

Somatisch

Somatische gezondheidsbeperkingen

Somatische problemen als gevolg van zelfverwaarlozing

Somatische aandoening, lichamelijke handicap of verstandelijke beperking

Woonomgeving

Aard***

Bescherming, stabiliteit, structuur, toezicht

Bescherming, stabiliteit, structuur, toezicht

Veel structuur, veiligheid en bescherming, toezicht

Veel structuur, veiligheid en bescherming, toezicht

Open/gesloten

Mogelijk besloten (gecontroleerde in- en uitgang)

Deels besloten (gecontroleerde in- en uitgang)

Mogelijk besloten (gecontroleerde in- en uitgang)

Overige kenmerken

Vaardigheden

Grote problemen met onderhouden sociale relaties en daginvulling; forse beperkingen in besluitvormings- en oplossingsvaardigheden

Grote problemen met onderhouden sociale relaties en daginvulling; forse beperkingen in besluitvormings- en oplossingsvaardigheden

Nauwelijks in staat tot aangaan / onderhouden sociale relaties en zinvolle daginvulling, geen besluitvormings- en oplossingsvaardigheden

Nauwelijks in staat tot aangaan / onderhouden sociale relaties en zinvolle daginvulling, geen besluitvormings- en oplossingsvaardigheden

Maatschappelijke participatie

Nagenoeg niet in staat, begeleiding gericht op leren omgaan met kwetsbaarheden, ten bate van maatschappelijke participatie

Niet in staat, begeleiding gericht op leren omgaan met kwetsbaarheden, ten bate van maatschappelijke participatie

Niet in staat en geen interesse

Niet in staat

Zelfredzaamheid

Ondersteuning bij (initiëren / uitvoeren van) psychische / cognitieve functies en indien nodig op andere levensterreinen

Ondersteuning bij (initiëren / uitvoeren van) taken op alle levensterreinen

Overname van (initiëren / uitvoeren van) taken op alle levensterreinen

Veelal overname van (initiëren / uitvoeren van) op alle levensterreinen

* passief psychiatrische aandoening: geen floride psychopathologie). De psychiatrische symptomen zijn zodanig onder controle dat deze in het dagelijks leven geen overheersende rol spelen; Actief psychiatrische aandoening: psychopathologie floride en/of actieve middelenverslaving, de psychiatrische symptomen spelen in het dagelijks leven een overheersende rol; Complexe psychiatrische aandoening: meerdere diagnoses die elkaar negatief beïnvloeden.

** Deze cliënten doen een groot beroep op hun sociale omgeving en zetten deze voortdurend onder druk met manipulatief gedrag. Ze zijn beperkt gevoelig voor correctie, hebben weinig inzicht in hun eigen aandeel bij interactieproblemen en een relatief beperkt leervermogen. Er is sprake van verbaal agressief gedrag, manipulatief, dwangmatig, destructief en reactief gedrag met betrekking tot interactie. Er kan sprake zijn van zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag. Daarom is continu sturing, regulering en toezicht nodig.

*** de woonomgeving is bij alle ondersteuningspakketten veilig, weinig eisend en prikkelarm

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.