Aanhef
Burgemeester en wethouders van Deventer,
Gelet op het bepaalde in artikel 4.7 Omgevingswet en 4.172 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
4. Gelijkwaardige maatregel: gemeenschappelijke fietsenberging
Kwalitatieve randvoorwaarden gemeenschappelijke fietsenberging
1. Ligging en bereikbaarheid (verplichte norm)
A. Hoofdeis:
1De gemeenschappelijke fietsenberging wordt op maaiveldniveau gesitueerd en is rechtstreeks bereikbaar vanaf de openbare ruimte.
2Als de fietsenberging is gelegen onder of boven maaiveld (laag -1 of laag +1) kan van de hoofdeis onder 1. worden afgeweken als:
i.het hoogteverschil wordt overbrugd door een hellingbaan
ii.het hoogteverschil wordt overbrugd door een lift die geschikt is voor het meenemen van fietsen
iii.het hoogteverschil wordt overbrugd door een trap met elektrische ondersteuning.
B. Loopafstand:
De loopafstand tussen toegang en verste fietsplek bedraagt maximaal 25 m. Bedraagt de loopafstand meer dan 25 m, dan is een tweede toegang verplicht.
C. Routing en zicht:
De toegang tot de fietsenberging is goed zichtbaar vanaf de openbare ruimte, ligt op een logische route naar de hoofdentree, is obstakelvrij en goed verlicht.
2. Toegankelijkheid en bruikbaarheid
•De toegang is drempelloos, vrije doorgang minimaal 1,2 m breed.
•Hellingbanen hebben een maximale hellingsgraad van 1:10.
•Het is toegestaan om in de gemeenschappelijke fietsenberging gebruik te maken van dubbellaags fietsenrekken.
•Bij woningen voor de doelgroepen senioren en zorgbehoevende is een dubbellaags fietsenrek niet toegestaan.
•De gangbreedte tussen de dubbellaags fietsenrekken moet minimaal 2 meter zijn, van belang om een fiets van de bovenste fietsenrekken af te kunnen halen.
•De fietsplekken moeten worden genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren.
•De toegewezen plekken van een woning liggen bij elkaar en er zijn per woning ten minste 2 plekken in een laag rek.
•De afstand tussen fietsstallingsplekken voldoet aan CROW-richtlijn.
•Oplaadpunten voor e-bikes: minimaal 40% en de rest is 'load ready’ zodat van elke fietsplek een oplaadplek gemaakt kan worden in de toekomst.
3. Aantal fietsparkeerplaatsen in gemeenschappelijke fietsenberging per woning (bvo)
Overig
Buiten
Type woning
Centrum
Schil
beb. kom
gebied
Eenheid
Koop, appartement, >100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
5,0
woning
Koop, appartement, 75-100 m2 bvo
4,3
4,3
4,3
4,3
woning
Koop, appartement, <75 m2 bvo
3,3
3,3
3,3
3,3
woning
Huur, appartement, vrij, >100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
5,0
woning
Huur, app, vrije sector, 75 - 100 m2 bvo
4,3
4,3
4,3
4,3
woning
Huur, app, vrije sector, <75 m2 bvo
3,3
3,3
3,3
3,3
woning
Huur, app, sociale huur, >100 m2 bvo
5,0
5,0
5,0
5,0
woning
Huur, app, sociale huur, 75-100 m2 bvo
4,3
4,3
4,3
4,3
woning
Huur, app, sociale huur, <75 m2 bvo
3,3
3,3
3,3
3,3
woning
Aanleunwoning, serviceflat
0,6
0,6
0,6
0,6
woning
Kleine eenpersoonswoning (Tiny house)
2,5
2,5
2,5
2,5
woning
Opmerkingen bij deze tabel:
Het aantal benodigde fietsparkeerplaatsen bij een veelvoud van 0,5 naar boven afronden. Indeling parkeerzonering volgens vastgestelde beleidsregel parkeernormen Deventer 2026.
Bij bijzondere doelgroepen kan gemotiveerd van deze aantallen worden afgeweken. Zie punt 6.
4. Ruimte voor buitenmodel-fietsen
•Minimaal 15% van het netto vloeroppervlak is bestemd voor buitenmodel-fietsen. (Fatbikes, bakfietsen, scooters, vervoershulpmiddelen etc.).
■ De genoemde 15% voor buitenmodel fietsen, is aanvullend op het netto vloeroppervlak van de gemeenschappelijke fietsenberging. Het netto vloeroppervlak wordt berekend op basis van het benodigde aantal
•stallingsplekken voor gewone fietsen (zie de tabel).
•Minimaal 1,5 m x 3 m per bakfietsplek.
•Minimaal 1,0 m x 2,5 m per fatbike.
•Minimaal 1,2 m x 2 m per driewieler/scootmobiel
•De ruimte heeft een ondergrens van 10 m².
•De ruimte is gelegen nabij de toegang.
•De ruimte is voorzien van elektrische aansluitingen (230 V).
5. Veiligheid en sociale kwaliteit
•Verlichting minimaal 100 lux, automatisch geschakeld.
•Geen dode hoeken; zichtlijnen zijn vrij.
•Vandalismebestendige afwerking.
•Fietsenberging moet voldoen aan NEN 1010 (brandveiligheid e-bikes)
•De brandweer wordt betrokken bij eventuele aanvullende eisen, zoals automatische uitschakeling.
•Bij grotere fietsenbergingen wordt onderzocht of opsplitsing of compartimentering wenselijk is ter bevordering van sociale veiligheid.
6. Doelgroepen met specifieke eisen
Senioren en zorgbehoevende (geen aanleunwoning of serviceflat)
•Geen dubbellaagsrekken.
•Minimaal 1 scootmobielplek per 5 woningen.
•Voor ieder scootmobielplek is een oplaadpunt aanwezig.
•Vrije route voor scootmobielen: minimaal 1,5 m breed, met draaicirkel ≥ 1,5 m.
•1,5 fietsparkeerplek per woning mits onderbouwd is waarom met dit aantal kan worden volstaan. Voor alle fietsplekken zijn oplaadpunten aanwezig.
Studentenhuisvesting (kamerverhuur)
•Oplaadpunten voor e-bikes: minimaal 1 per 5 fietsen en de rest is 'load ready’ zodat van elke fietsplek een oplaadplek gemaakt kan worden.
•Compacte rekken toegestaan.
7. Speelruimte voor innoverende initiatieven
In geval van intensieve planbegeleiding kan ruimte worden geboden aan uitzondering en verbetering. Beschreven criteria mogen innoverende initiatieven en uitzonderingen niet in de weg staan.
8. Beheer
Bij een VvE worden toewijzing, beheer, gebruik en onderhoud van de plekken notarieel of in het huishoudelijk reglement vastgelegd.
9. Interne berging in de woning
Aangezien de toelichting van het Bbl stelt dat een fietsenberging ook bedoeld is voor het opbergen van spullen, moet er een berging van 3,0 m² in de woning worden gerealiseerd. Voor deze ruimte geldt dat:
•De berging in één ruimte moet worden gerealiseerd.
•Binnen het oppervlak van 3,0 m², het oppervlak dat een warmwatertoestel, een ruimteverwarmingstoestel of een ander gebouw gebonden installatie inneemt, niet mag worden meegerekend.
Als de woningen voor de doelgroep(en) zorgbehoevende en/of senioren zijn bedoeld gelden de volgende aanvullende eisen:
•de berging is drempelloos en direct toegankelijk vanaf de gang of galerij;
•de berging heeft een minimale breedte van 1,2 m, zodat de bewoner ruimte heeft om af te stappen;
•de berging is voorzien van een elektra aansluiting voor een scootmobiel.
10. Overgangsregeling
•Voor aanvragen ingediend vóór inwerkingtreding van geldt deze beleidsregel als richtlijn.
•Voor aanvragen ingediend voor of ná inwerkingtreding van deze beleidsregel waarvoor vóór inwerkingtreding van deze beleidsregel in de anterieure overeenkomst of op een andere manier met de gemeente afspraken zijn vastgelegd over eisen aan gemeenschappelijke buitenbergingen, gelden die afspraken.
11. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel gelijkwaardige maatregel gemeenschappelijke fietsenberging bij woongebouwen’
12. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.