Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Deurne 2026

Gemeente Deurne · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE

(kenmerk: 3354596)

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 oktober 2025 nr. 66;

gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Ge-meentewet, alsmede de in Deurne geldende marktverordening;

BESLUIT:

vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van marktgelden Deurne 2026 (Verordening marktgelden Deurne 2026)

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt onder ‘markt’, ‘marktterrein’, ‘standplaats’, ‘vaste standplaats’, ‘dagplaats’, ‘standwerken’ en ‘standwerkersplaats’ verstaan hetgeen in de geldende marktverordening daaronder wordt verstaan.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam ‘marktgelden’ worden een rechten geheven voor het gebruik van een stand-, standwerkers- of dagplaats op de voor de openbare dienst bestemde, als marktterrein aangewezen plaatsen.

Artikel 3 Belastingplicht

Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie een stand-, standwerkers- of dagplaats ter beschikking is gesteld.

Artikel 4 Tarieven marktgeld

1Het marktgeld bedraagt per in gebruik genomen vierkante meter oppervlakte gemeentegrond, naar boven afgerond op gehele vierkante meters:

a.per dag of gedeelte daarvan: € 0,70

b.per kwartaal: € 8,24

In de in de voorgaande volzin bedoelde in gebruik genomen vierkante meters oppervlakte wordt de oppervlakte van een uitklapbare luifel (op een minimale hoogte van 2,20 meter en met een maximale oppervlakte van 20 m²) niet meegerekend.

2Het marktgeld voor een standwerkersplaats bedraagt € 6,86 per keer.

Artikel 5 Wijze van heffing

1Het marktgeld voor standplaatshouders wordt, voor zover dit op grond van artikel 4, lid 1, letter b, per kwartaal in rekening wordt gebracht, geheven bij wege van aanslag.

2Het marktgeld voor standplaatshouders, voor zover dit niet op grond van artikel 4, lid 1, letter b, per kwartaal in rekening wordt gebracht, alsmede het marktgeld voor dagplaatshouders en standwerkers, wordt geheven bij wege van een schriftelijke kennisgeving. Het verschuldigde marktgeld wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1Het bij wege van aanslag geheven marktgeld is verschuldigd bij het begin van het kwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van het in artikel 2 bedoelde gebruik.

2Indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal aanvangt, is het marktgeld verschuldigd voor zoveel derde gedeelten van het voor dat kwartaal verschuldigde marktgeld als er in dat kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3Indien de belastingplicht in de loop van het kwartaal eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelten van het voor dat kwartaal verschuldigde marktgeld, als er in dat kwartaal, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

4Het bij wege van een schriftelijke kennisgeving geheven marktgeld is verschuldigd bij de aanvang van het in artikel 2 bedoelde gebruik.

Artikel 7 Termijn van betaling

1Het bij wege van aanslag geheven marktgeld moet worden betaald binnen een maand na de dagtekening van de aanslag.

2Het bij wege van schriftelijke kennisgeving geheven marktgeld moet worden betaald op het moment van het uitreiken van de schriftelijke kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9 Nadere regels door het Dagelijks Bestuur

Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van marktgeld.

Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel

1De “Verordening marktgelden Deurne 2024” van 5 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.

3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

4Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden Deurne 2026”.

[Artikel 10 lid 1 bevat een kennelijke verschrijving, hier wordt bedoeld: De “Verordening marktgelden Deurne 2025” van 5 november 2024, of zoals laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.]

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.