3 Juridisch kader
3.2 Wettelijk kader en jurisprudentie
3.2.1 Het verlenen van subsidies
Voor het verlenen van subsidies zijn we gebonden aan het wettelijk kader van de Algemene wet bestuursrecht. Dit is nader uitgewerkt in de lokale Algemene subsidieverordening (ASV). De ASV is in beginsel niet van toepassing op begrotingssubsidies, tenzij we de ASV bij de subsidieverlening uitdrukkelijk van toepassing verklaren.
3.2.2 Het mededingingsproces
Voor mededinging ontbreekt op dit moment een wettelijk kader. Wel zijn in jurisprudentie over schaarse publieke middelen (o.a. het Didam-arrest en het Peel en Maas-uitspraak) dwingende criteria geformuleerd. Centraal hierin staat het gelijkheidsbeginsel. Partijen moeten in beginsel, binnen de gestelde objectieve kaders, gelijke toegang hebben tot schaarse publieke middelen. Ons mededingingsbeleid is binnen de kaders en uitgangspunten van deze jurisprudentie vormgegeven.
4 Ethische uitgangspunten
4.1 Maatschappelijk verantwoord subsidiëren
4.1.1 Duurzaamheid
De Gemeente draagt bij aan de nationale doelstellingen op het terrein van duurzaamheid:
▪︎ Een volledige circulaire economie in 2050;
▪︎ Klimaatneutraal in 2050 (geen netto-uitstoot van broeikasgassen);
▪︎ Klimaatbestendig en water robuust in 2050;
De diensten die via subsidieverlening worden gefaciliteerd hebben over het algemeen slechts indirect invloed op deze doelstellingen.
Wij willen bij subsidieverlening als het gaat om duurzaamheid de navolgende concrete doelstellingen meewegen in de gunning van een subsidieactiviteit, mits proportioneel en in alle redelijkheid toepasbaar:
▪︎ opwek van duurzame energie;
▪︎ circulariteit (de ambitie van een volledig circulaire economie in 2050);
▪︎ certificering als Fair Trade organisatie;
▪︎ verduurzaming vastgoed.
Afhankelijk van de aard van de activiteit wordt in een subsidietender gevraagd naar de wijze waarop de inschrijver een bijdrage levert aan deze doelstellingen. We willen dit doen door dit mee te wegen in de gunningscriteria. In het tenderdocument wordt aangegeven welke weging hieraan worden gegeven.
4.1.2 Sociale waarde
Bij overheidsopdrachten (voor zowel diensten als werken) is het creëren van sociale waarde vaak een eis. Hierbij speelt ook mee dat het gaat om commerciële opdrachten waarbij een bepaalde winstmarge wordt gerealiseerd. Bij wijze van “social return on investment” (sroi) wordt van de investering die wij als opdrachtgever plegen een bepaalde toegevoegde sociale waarde verwacht. Omdat het bij subsidieverlening niet gaat om commerciële activiteiten, en het realiseren van een winstmarge ontbreekt, achten wij het formuleren van voorwaarden of eisen in de sfeer van “return on investment” niet opportuun. Bovendien leveren de activiteiten van subsidiepartners vanwege hun aard vaak al een sociale waarde.
4.1.3 Inclusiviteit en non-discriminatie
Wij staan als lokale overheid voor vrijheid van levensovertuiging, politieke keuze, godsdienst en een inclusieve organisatie. Wij willen daarom subsidie verlenen aan partijen die een zo inclusief mogelijk beleid voeren en niet discrimineren. Waar juridisch mogelijk nemen we in de gunningscriteria passende eisen op die inclusie en gelijke behandeling bevorderen en discriminatie tegengaan.
4.3 Integriteit
4.3.1 Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)
De afweging of een Bibob-toets wordt uitgevoerd maken we op basis van het Bibob-beleid. Dit beleid is vastgelegd in de Beleidsregels Wet Bibob Deurne. Basis voor de afweging is de jaarplanning van de subsidietenders. De afweging of een Bibob-toets wordt uitgevoerd wordt gebaseerd op de uitgangspunten en risico-categorieën binnen het Bibob-beleid.
4.3.2 Eerlijke mededinging en commerciële belangen
Wij bevorderen eerlijke mededinging. De betrokken organisaties moeten een eerlijke kans krijgen om in aanmerking te komen voor een subsidie. Door objectief, transparant en non-discriminerend te handelen, bevorderen wij een eerlijke mededinging voor subsidies. Dit draagt bij aan het in stand houden van een transparant en eerlijk subsidiebeleid.
6 Organisatorische aspecten
6.1 Economische afweging, te stellen eisen
6.1.1 Uitsluitingsgronden
Voor wat betreft de uitsluitingsgronden sluiten we grotendeels aan bij de uitsluitingscriteria van de Eigen Verklaring van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) voor overheidsopdrachten. We hebben voor de subsidietender een format ontwikkeld in lijn met het UEA die door de inschrijver wordt ingevuld. Per subsidie stellen we deze Eigen Verklaring samen en bepalen we de uitsluitingsgronden.
6.1.2 Geschiktheidseisen en gunningscriteria
Partijen dienen bij hun inschrijving te onderbouwen of zij voldoen aan de geschiktheids- en kwaliteitseisen. De zwaarte van de eisen en criteria kan afhangen van de omvang en de te verlenen subsidie. Deze eisen en criteria worden per subsidie opgesteld en opgenomen in de subsidiestrategie en het tenderdocument. Hierbij wordt ook opgenomen op welke wijze de gemeente de inschrijving gaat beoordelen.