Gemeentelijke regelgeving

Beleidskader participatie 2025-2030

Gemeente Deurne · geldt sinds 14 januari 2026

Aanhef

DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 september 2025, nr. 3331138;

gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur, d.d. 27 november 2025;

besluit:

het Beleidskader participatie 2025-2030 vast te stellen.

Voorwoord

De drempel om mee te doen is voor iedereen anders. Daar houden we rekening mee.

In Deurne zie ik veel mensen die willen meepraten en meedoen om ons Deurne nog mooier te maken. Dat vind ik erg waardevol. Want meedoen betekent zichtbaar zijn, je uitspreken en soms ook je nek uitsteken. En het betekent ook betrokkenheid tonen en de keuze maken om je kostbare tijd hieraan te geven.

Waardering heb ik ook voor de gemeenteraad, die in hun raadsprogramma 2022-2026 duidelijk heeft gekozen om het samenspel met de samenleving te omarmen. Dat is een keuze voor transparantie, voor invloed delen, voor loslaten, en voor vertrouwen in de Deurnenaren. In gesprekken hebben we het vaak gehad over dilemma’s die daarbij komen kijken. Hoe houd je als raadslid je verantwoordelijkheid? Hoe zorg je dat ook inwoners zelf hun verantwoordelijk kunnen nemen? Hoe maak je een afweging bij tegengestelde belangen? Hoe zorg je dat we niet altijd dezelfde stemmen horen, maar juist ook de stemmen van degenen die dat niet kunnen, willen of durven? We hebben gesproken over wensen, twijfels, hoop en teleurstelling. Want participatie betekent ook kwetsbaarheid durven tonen, je uitspreken, en accepteren dat je niet altijd je zin krijgt.

Meedoen is niet vanzelfsprekend. Om meerdere redenen kunnen mensen een drempel ervaren om naar een bijeenkomst te komen, een vragenlijst in te vullen, inbreng te geven, of een initiatief voor te stellen. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich kan uitspreken, en maak me er hard voor dat participatie in Deurne laagdrempelig is en blijft. Daarom gaan we experimenteren met vormen en instrumenten. Bijvoorbeeld om de stem en inbreng van onze jongeren vaker te horen.

Een beleidskader is één. Maar doen is belangrijker. Ook in de commissie Samenleving en Bestuur hoorde ik nadrukkelijk deze wens. Met het opstellen van een uitvoeringsagenda krijgt dit beleidskader een concrete vertaling in acties. Laten we er samen mee aan de slag gaan. Want Deurne. Daar doen we het voor.

Greet Buter, burgemeester

3 Werkwijze

3.1 Zes uitgangspunten

3.1.1 Een bewuste afweging maken

We vinden het van belang dat we vooraf een goede afweging maken: kiezen we wel of niet voor participatie. Met andere woorden, is participatie mogelijk en wenselijk?

In principe kiezen we bij het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid voor participatie, tenzij er redenen zijn om dit niet te doen. Het bevoegd bestuursorgaan kan zelf de afweging maken voor participatie, tenzij de participatie (wettelijk) verplicht is. Bij de keuze om participatie niet te doen, kan het bestuursorgaan zich beroepen op de uitsluitingsgronden die in artikel 3 lid 3 en artikel 11 lid 3 van de (concept) participatieverordening Deurne 2025 zijn opgenomen. Dit komt er in de basis op neer dat de afweging wordt gemaakt of participatie een toegevoegde waarde heeft. Deze toegevoegde waarde kan ook bij de uitvoering of evaluatie van het beleid aan de orde zijn. Participatie is bijvoorbeeld niet noodzakelijk of wenselijk als er geen mogelijkheid is om een plan aan te passen, de kosten niet opwegen tegen de baten of er vanwege urgentie geen tijd is voor participatie. Maar bij de afweging is het goed om te realiseren dat met maatwerk veel mogelijk is. Bijvoorbeeld door inbreng te vragen voor de uitvoering of effectiviteit te toetsen in de evaluatiefase. Of door een ‘snel’ instrument als een vragenlijst te kiezen.

Als er echt geen tijd en ruimte is, dan zorgen we dat we dat dit een bewuste keuze is die we goed uit kunnen leggen. Om deze afweging goed te maken is een compleet beeld van het onderwerp nodig. Waar gaat het over? Wat is de context: vindt er bijvoorbeeld in de fysieke omgeving een ontwikkeling plaats, is er aanpalend beleid in ontwikkeling, is er een geschiedenis? Ook is inzicht in de projectplanning noodzakelijk: de stappen en mijlpalen, eventueel voorzien van tijdsplanning.

3.1.2 Beginnen met een participatieaanpak

Voordat we beginnen, maken we een participatieaanpak. Die aanpak moet passen bij onze waarden, het vraagstuk en bij de doelgroep, en moet uitnodigen om deel te nemen.

Bij de start van een participatieproces zijn we duidelijk over de aanpak. We informeren inwoners via welke kanalen en middelen we communiceren, zodat zij het proces goed kunnen volgen. We voorzien hen vroegtijdig van informatie over het onderwerp, zodat zij goed hun mening kunnen vormen. We geven aan hoe we hun inbreng meenemen in de besluitvorming. We luisteren en koppelen terug wat er met de inbreng is gedaan, hoe dat is gedaan en waarom. We ronden het participatieproces af met een eindverslag. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkwijze en geeft een toelichting op de stappen van de aanpak (paragraaf 4.1).

3.1.3 Zo vroeg mogelijk in gesprek gaan

Als we voor participatie kiezen, betrekken we onze inwoners zo vroeg mogelijk. Dat kan voorafgaand of aan het begin van het hele proces zijn, of aan het begin van een fase.

Bij het betrekken van inwoners gaan we eerst in gesprek. We luisteren om een beter beeld krijgen van de situatie en context. Welke wensen en behoeften leven er bij de inwoners? Welke ideeën en zorgen hebben ze? Welke perspectieven hebben inwoners die wij nog niet hebben? Op deze manier kunnen we de kennis, ervaring en perspectieven van inwoners zo goed mogelijk meenemen in de dingen die we (gaan) doen. In de basis geeft het volgende schema weer wanneer er participatiemomenten kunnen zijn.

3.1.4 Drempels wegnemen

We vinden het belangrijk dat we zoveel mogelijk inwoners bereiken. Dit betekent dat we de doelgroepen met maatwerk benaderen en duidelijk communiceren.

Niet iedereen kan, wil of durft deel te nemen aan participatie. Het zogenoemde ‘stille midden’ doet om uiteenlopende redenen niet mee. Hun drempels zijn bijvoorbeeld: geen tijd, geen vertrouwen, vindt het spannend, onderschat de eigen inbreng, niet bekend met hoe het werkt, geen sociaal netwerk om mee te gaan, taalvaardigheid, fysieke drempels. Hoewel het niet makkelijk is, kunnen we drempels creatief wegnemen door een aanpak op maat te maken. We kunnen deelname vergroten door persoonlijk uit te nodigen, door bepaalde instrumenten te kiezen, bijvoorbeeld vragenlijsten, door meerdere instrumenten te kiezen, en door inwoners wegwijs te maken in hoe de gemeente werkt. Ook helpt het om samen ervaring op te doen, door vaker het gesprek te organiseren. Het vergroten of vergemakkelijken van deelname zorgt ook voor een betere representativiteit, zowel bij kwantitatief als kwalitatief uitnodigen.

>> Representativiteit

Kwalitatief: Gesprek centraal

Kwantitatief: Delen van invloed centraal

Er is een beperkte groep deelnemers nodig, die alle relevante waarden, belangen, perspectieven of kennis vertegenwoordigt (kwalitatieve, inclusieve of discursieve representativiteit).

Er is een grote(re) groep deelnemers nodig, die een afspiegeling van de doelgroep is en ‘uitnodigend besturen’ is van belang zodat ook degenen die niet willen of kunnen deelnemen worden gehoord (kwantitatieve, statistische representativiteit).

Deze bril biedt een tegenwicht aan het meerderheidsdenken en zorgt voor een brede benadering van het vraagstuk door waarden, belangen, perspectieven en kennis te delen.

Deze bril gaat uit van de stem van de meerderheid van (aanwezige) deelnemers, die hun belangen, argumenten en rechtvaardigingen inbrengen.

Oplossingsgerichte participatievraag: Het vergroot de kans op betere en creatievere oplossingen en versterkt de relatie met de gemeenschap.

Persoonsgerichte participatievraag: Het vergroot de kans op draagvlak voor een plan en besluit.

Belangrijk dat deelnemers goede terugkoppeling geven aan de achterban.

Belangrijk dat er een brede terugkoppeling aan de totale doelgroep plaatsvindt.

Kwantitatieve representativiteit houdt in dat de deelnemers sociaal-demografisch een afspiegeling zijn van de doelgroep. Vanwege een grote groep die we ‘stille midden noemen’ is dit lastig te bereiken bij burgerparticipatie, maar wel nodig als het om draagvlak gaat.

Kwalitatieve representativiteit houdt in dat alle belangen en invalshoeken rondom het onderwerp zijn vertegenwoordigd en met elkaar in gesprek gaan. De deelnemers vertegenwoordigen vaak een achterban, of zijn zelf belanghebbend of betrokken bij het onderwerp. Het instrument waar we dan voor kiezen is het goede gesprek, met als doel om betere of creatievere plannen, oplossingen en inzichten te krijgen.

3.1.5 Open staan voor inbreng en initiatieven

We willen responsief zijn: dit houdt in dat we snel en passend reageren op inbreng en initiatieven van inwoners. Luisteren, serieus nemen en actie. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan de doelstellingen van ons gemeentelijk beleid, aan onze opgaven of een positieve maatschappelijke bijdrage hebben in Deurne.

Responsief zijn betekent: goed luisteren, serieus nemen wat mensen zeggen en belangrijk vinden, en er iets mee doen [zie inzet]. Niet alleen vanuit het Huis, maar juist ook wijk en dorp in: naar buurthuizen, markten of gewoon de straat op. Daar praten met mensen en horen wat er speelt. En te vertellen wat er op de gemeente afkomt. We nodigen inwoners uit hun mening of advies te geven over plannen. Of we nodigen ze uit voor een gesprek over kansen, problemen en oplossingen. Die inbreng betrekken we bij onze afwegingen.

En als inwoners zelf het initiatief nemen voor plannen of projecten, staan we daar voor open. Initiatieven kunnen klein zijn, bijvoorbeeld kleinschalige buurtactiviteiten die door een aantal inwoners worden ingediend. Het kan ook gaan om grotere initiatieven gaan die vanuit samenwerkingsverbanden met inwoners tot stand zijn gekomen. Initiatieven kunnen aanvullend zijn of in de plaats komen van activiteiten die de gemeente zelf uitvoert. Als gemeente willen we initiatieven van inwoners ondersteunen. Dit kan op verschillende manieren. De verschillende reacties zijn in paragraaf 2.6 genoemd. Als aanvulling op dit beleidskader gaan we uitwerken hoe we hier concreet invulling aan gaan geven.

Dit vraagt om een naar buiten gerichte houding. Om open het gesprek aangaan. En om duidelijkheid over wat wel en wat niet mogelijk is.

3.1.6 Leren door te evalueren en intervisie

We willen graag leren van ervaringen uit de praktijk. Daarom vragen we hoe inwoners de participatie (hebben) ervaren. Per jaar evalueren we uitgebreid één of twee participatieprocessen en delen de ervaringen. En we starten intervisiebijeenkomsten op.

We evalueren door terug te kijken naar de opdracht en de uitkomst. Wat ging er goed? En wat ging er minder goed? Was het participatieproces goed georganiseerd? Hoe verliep de samenwerking tussen gemeente en inwoners? Waren de verwachtingen helder? Was er in de gesprekken ruimte voor iedereen om aan het woord te komen? Hebben we onze eigen waarden voor de participatie goed toegepast?

Om gemeentebreed te leren, gaan we minimaal eenmaal per raadsperiode de manier bespreken waarop de gemeente de participatieprocessen heeft georganiseerd. Dit doen we met inwoners, medewerkers, college en gemeenteraad. Zo kunnen ons participatiebeleid en onze werkwijze meegroeien met de kennis en inzichten uit de praktijk. Dit doen we jaarlijks met medewerkers onderling in een intervisievorm.

>> Responsiviteit

Een definitie van responsiviteit is: “De manieren waarop ambtenaren ontvankelijk zijn voor en luisteren naar de vragen, plannen en behoeften van inwoners (betrokken in inwonersinitiatieven) en daar tijdig en doortastend op inspelen.” Deze definitie gaat verder dan alleen inwonersinitiatieven.

Responsiviteit kent verschillende gradaties. In het voorbeeld van inwonersinitiatieven gaat het om:

•Luisteren naar inwonersinitiatieven

•Uitleggen van relevant beleid, regels of standpunten

•Faciliteren van inwonersinitiatieven

•Aanpassen van relevant beleid, regels of praktijken

•Uitnodigen van inwonersinitiatieven

In Deurne kiezen we voor de eerste drie gradaties: luisteren, uitleggen en faciliteren. Dit laatste doen we door, indien mogelijk, capaciteit vrij te maken voor ondersteuning, zoals bij het Tuinpad is gedaan. Aanvullend zou aan een budget gedacht kunnen worden om initiatieven van een goede start te voorzien, bijvoorbeeld om een haalbaarheidstoets of exploitatiescan uit te voeren.

Responsiviteit vraagt dus ook om (werk)afspraken over hoe binnen de gemeentelijke organisatie en als bestuur om te gaan met inbreng en verzoeken van inwoners. Dit beleidskader en de (concept) participatieverordening geven daar al handvatten voor. Dit vraagt om een praktische uitwerking, waarbij beschikbare cq beschikbaar te stellen capaciteit en tijd een belangrijk onderdeel is. Het gaat immers enerzijds om het inbedden van participatie in project- en beleidsprocessen, en anderzijds om het ondersteunen van inwoners bij inwonersinitiatieven.

Bijlage 1 Verslag vragenlijst Zeg ’t maar Deurne

In deze bijlage is een verkorte weergave van de resultaten van de vragenlijst opgenomen.

De vragenlijst kon van 4 juni tot en met 22 jun ingevuld worden. In totaal hebben 976 mensen de vragenlijst opgestart (de meeste in de eerste week); 427 mensen hebben de vragenlijst geheel beantwoord en ingediend. Op een aantal vragen konden meerdere antwoorden aangevinkt worden, waardoor de respons bij die vragen hoger kan liggen dan het aantal respondenten.

leeftijdscategorie

% vragenlijst ingediend

% inwoners Deurne 2025

15tot 30 jaar

6,4

19,7

30tot 50 jaar

24,7

26,6

50tot 70 jaar

51,0

33,8

70jaar en ouder

17,9

19,9

De categorie onder de 30 jaar is ondervertegenwoordigd en de categorie tussen de 50 en 70 jaar is oververtegenwoordigd; dit is geen ongebruikelijk beeld. Wanneer leeftijdsverschil relevant is bij de duiding van een vraag, brengen we nuance aan of we extrapoleren het resultaat.

Waar woont, werkt, onderneemt u of waar ga je naar school?

bruin=woonadres, blauw=onderneming, groen=werkplek, rood=school

Hoewel er spreiding te zien is over gemeente Deurne en over de wijken en dorpen, woont, onderneemt en werkt het merendeel van de respondenten in en om de kern Deurne. Dit kan effect hebben op de antwoorden. Echter, omdat we ook met open vragen werken komen in die beantwoording alle perspectieven naar voren.

Ervaring met meedenken met de gemeente

Bijna de helft van de respondenten heeft niet eerder meegedacht met de gemeente. Een derde heeft al meerdere malen meegedacht. Degenen die wel een of meerdere keren hebben meegedacht, hebben dat met name via een vragenlijst of tijdens een bijeenkomst op locatie gedaan. Als ze niet meedenken, dan is dat met name omdat ze vinden dat het geen zin heeft omdat de gemeente niets met de inbreng doet.

Degenen die niet eerder mee hebben gedacht, deden dat omdat ze niet persoonlijk waren uitgenodigd of vinden dat het geen zin heeft. Opvallend is dat 23% aangeeft niet te weten hoe dat werkt (kennis, ervaring, netwerk ontbreekt).

Hoe kan de gemeente inwoners beter betrekken?

De kern van de boodschap is: betrek mensen oprecht, tijdig en op een manier die bij hen past. Luister actief, communiceer helder, en laat zien dat hun inbreng ertoe doet. Duidelijk en persoonlijk dus.

Investeer in structurele participatievormen die aansluiten bij verschillende doelgroepen. Zorg voor een open houding, wees zichtbaar in de wijken, en geef altijd terugkoppeling op inbreng. Maak communicatie eenvoudiger en transparanter, en zorg voor continuïteit en bereikbaarheid binnen de organisatie.

De reacties die respondenten bij deze open vraag gaven, zijn samengevat:

1Participatievormen

•Maatwerk in participatie: klankbordgroepen, wijkbijeenkomsten, straatinterviews, vragenlijsten.

•Laagdrempelige vormen zoals pop-up teams en koffiemomenten in de wijk.

•Maatwerk per doelgroep: jongeren via social media, ouderen via fysieke bijeenkomsten.

2Houding

•Luisterende, open en toegankelijke houding van de gemeente gewenst.

•Inwoners willen serieus genomen worden, niet alleen gehoord maar ook gezien.

•Gemeente moet zichtbaar aanwezig zijn in de samenleving.

3Proces

•Vroegtijdige betrokkenheid bij plannen, niet pas als alles al vastligt.

•Terugkoppeling is essentieel: laat zien wat er met input gebeurt.

•Persoonlijke uitnodigingen en kortere lijnen worden gewaardeerd.

4Communicatie

•Duidelijke, eenvoudige en tijdige communicatie gewenst.

•Gebruik van meerdere kanalen: social media, flyers, lokale kranten, nieuwsbrieven.

•Transparantie over plannen en processen versterkt vertrouwen.

5Organisatie

•Gemeente wordt ervaren als moeilijk bereikbaar en wisselend van kwaliteit.

•Behoefte aan vaste aanspreekpunten en meer continuïteit.

•Ambtenaren moeten zichtbaarder en benaderbaarder zijn in de wijken.

6Overig

•Inzet van lokale kennis: wijkcoördinatoren, bewoners met ervaring.

•Vereenvoudigen van procedures voor vrijwilligers en ondernemers.

•Ondersteuning van initiatieven die bijdragen aan leefbaarheid en sociale samenhang.

Mening over meedenken met de gemeente

Respondenten vinden het vooral zinvol om mee te denken als het onderwerp hen aanspreekt of als ze denken dat plannen er beter door worden. Ruim 15% noemt het democratische motief burgerplicht.

Bijna 68% denkt het liefst vooraf mee, als er nog geen concreet plan ligt. 29% heeft een voorkeur om mee te denken zodra er een plan ligt.

Een groot deel van de respondenten, bijna 33% denkt dat het weinig zin heeft om mee te denken omdat de gemeente er niets mee doet.

Respondenten willen niet alleen meedenken met plannen die voor hen van belang zijn, maar ook over onderwerpen die voor heel Deurne van belang zijn. Ze willen wel het gevoel hebben dat ze nog invloed hebben.

Waarover meedenken met de gemeente

Er waren meerdere antwoorden mogelijk op deze vraag. De onderwerpen die in de fysieke leefomgeving nabij zijn, scoren het hoogst bij de respondenten: openbaar groen en groenonderhoud, leefbaarheid in eigen straat, inrichting van de straat, en verkeer.

Hoe willen inwoners meedenken met de gemeente

Respondenten vinden het vooral prettig om een digitale vragenlijst in te vullen, naar een bijeenkomst op locatie te gaan, rechtstreeks contact met een ambtenaar te hebben, of eventueel via website of online platform.

Afhakers zijn inspreken bij raadsvergadering, de papieren vragenlijst, of deelnemen aan een inwonerspanel, net als een online bijeenkomst. Gemak, of direct contact, liefst in de nabije omgeving, zijn dus belangrijk.

Burger-/inwonersinitiatieven

Ongeveer 61% van de respondenten heeft weleens een initiatief bij de gemeente ingediend of zou daar interesse in hebben. Het gaat hier niet alleen om formele burgerinitiatieven, maar alle typen verzoeken om zelf iets te doen.

Hoe dichter bij huis, hoe groter de interesse om zelf iets te gaan organiseren; de onderwerpen met de hoogte scores zijn: openbaar groen, leefbaarheid vergroten, inrichten straat.

Een vast contactpersoon of aanspreekpunt bij de gemeente wordt helpend gevonden bij het indienen en uitwerken van een initiatief. Blijkbaar is er hulp nodig die onder andere ‘de weg kent’.

Uitsmijter

Aan het eind van de vragenlijst konden mensen opmerkingen kwijt over meedenken met de gemeente. Deze opmerkingen zijn geanalyseerd en in 6 thema’s ingedeeld.

Thema 1: Communicatie en participatie

Veel opmerkingen gaan over het gebrek aan transparantie en tijdige communicatie. Bewoners voelen zich vaak pas betrokken als plannen al vastliggen. Er is behoefte aan kleinschalige bijeenkomsten met duidelijke doelen. Ook wordt gevraagd om betere terugkoppeling over wat er met input van inwoners gebeurt. Participatie moet laagdrempelig zijn en gericht op concrete onderwerpen. Er is een sterke roep om jongeren meer te betrekken bij gemeentebeleid, omdat zij de toekomst vormen. Er is frustratie over trage procedures.

Thema 2: Betrokkenheid en motivatie

Sommige inwoners twijfelen of ze actief willen meedoen, vaak vanwege tijdsdruk of het gevoel dat hun bijdrage weinig effect heeft. Toch is er ook enthousiasme om mee te denken over thema’s als sportvoorzieningen, buitenzwembaden en ruimtelijke ontwikkeling. Er is behoefte aan persoonlijke benadering en erkenning van inzet.

Thema 3: Onderhoud, leefomgeving en praktische zaken

Veel inwoners maken zich zorgen over het onderhoud van de openbare ruimte (onkruid, trottoirs, vuilcontainers). Bewoners voelen zich soms vergeten, vooral in bepaalde wijken zoals Koolhof. Er is behoefte aan meer zichtbaarheid van de gemeente in de wijk, directe communicatie en praktische oplossingen. Ook wordt gevraagd om terugkoppeling op meldingen en initiatieven, zodat mensen zich gehoord voelen. Kleine verbeteringen, zoals watertappunten of betere verlichting, kunnen volgens bewoners al veel verschil maken. Bewoners willen actief meedenken over hun leefomgeving, bijvoorbeeld via jaarlijkse wijk/buurtschouwen.

Thema 4: Bestuur, ambtenaren en vertrouwen

Bewoners ervaren ambtenaren als afstandelijk, bureaucratisch of niet betrokken bij de gemeente. Sommigen zien Deurne als een ‘opleidingsplek’ voor ambtenaren die snel weer vertrekken. Er is kritiek op het gebrek aan bestuurlijke zichtbaarheid en daadkracht, zeker gezien de geplande groei van 8500 woningen. Bewoners willen dat toezeggingen worden nagekomen en dat er beter wordt geluisterd naar hun zorgen. Ook wordt gepleit voor meer aandacht voor het behoud van het dorpse karakter van Deurne.

Thema 5: Luisteren, vertrouwen en burgerparticipatie

Een terugkerend thema is het gevoel dat de gemeente niet goed luistert. Bewoners voelen zich niet serieus genomen of pas betrokken als alles al besloten is. Er is frustratie over onduidelijke communicatie, trage procedures en het ontbreken van transparantie. Tegelijkertijd is er hoop dat dit soort enquêtes leiden tot echte verandering. Bewoners willen dat hun mening ertoe doet, dat er ruimte is voor dialoog en dat de gemeente zich dienstbaar opstelt. Er is behoefte aan een bestuur dat zichtbaar is, luistert en samenwerkt met inwoners.

Thema 6: Veiligheid, handhaving en sociale cohesie

Er zijn zorgen over veiligheid, zwerfafval, overlast en veranderingen in het straatbeeld. Sommige bewoners voelen zich onveilig, ook overdag. Er wordt gevraagd om betere handhaving, bijvoorbeeld tegen kapot glas of ratten. Tegelijkertijd zijn er ook positieve suggesties, zoals het betrekken van bewoners bij verkeersplannen of het stimuleren van sport en beweging in de openbare ruimte. Sociale cohesie en een positieve sfeer zijn belangrijk voor het draagvlak van gemeentebeleid. De gemeente moet meer doen om verenigingen en burgerinitiatieven te ondersteunen en faciliteren.

Bijlage 2 Ontwerp aanpak

In de participatieaanpak staat hoe we het gaan doen. We ontwerpen de aanpak aan de hand van 7 stappen. De uitgangspunten zijn, net als de kernwaarden, de basis voor een aanpak met ruimte voor maatwerk.

Participatieaanpak Deurne

Stap 1

Beschrijf het onderwerp van het plan

Stap 2

Beschrijf waarom je participatie organiseert

Stap 3

Formuleer de participatievraag

Stap 4

Plan wanneer er participatie plaatsvindt en hoe lang het proces duurt

Stap 5

Beschrijf de doelgroepen en hoe je deze gaat uitnodigen om mee te doen:

Stap 6

Kies de vormen en instrumenten:

Stap 7

Beschrijf hoe je terugkoppelt, afweegt, rapporteert en evalueert

Stap 1 Beschrijf het onderwerp

Geef een zo compleet mogelijk beeld van het onderwerp. Waar gaat het over? Wat is de context: vindt er bijvoorbeeld in de fysieke omgeving een ontwikkeling plaats, is er aanpalend beleid in ontwikkeling, is er een geschiedenis in de buurt of over het onderwerp? Ook is inzicht in de projectplanning noodzakelijk: de stappen en mijlpalen, eventueel voorzien van tijdsplanning.

Stap 2 Beschrijf waarom je participatie organiseert

Geef aan waar deze participatie toe moet leiden: betere besluiten, betere plannen, meer draagvlak en begrip, of meer zeggenschap en verantwoordelijkheid voor inwoners. Dit is van invloed op de vraagstelling de vorm, de (grootte van de) doelgroep, en de wijze van uitnodigen.

Stap 3 Formuleer de participatievraag

De participatievraag is concreet en is de vraag waarop je in de participatie antwoord wilt krijgen. Hoe concreter de vraag, hoe beter het antwoord. In die vraag staat ook de participatieruimte (kader), de rol(len) van deelnemers en wat we met de inbreng gaan doen. Bijvoorbeeld: Welk advies kunnen Deurnese treinreizigers geven over hoe de aanlooproute naar het station sociaal veiliger kan worden, zodat we die oplossing als basis kunnen nemen voor de inrichting van het plein. Een goede participatievraag is duidelijk over verwachtingen en geeft richting aan de participatieaanpak.

Stap 4 Wanneer en hoe lang

Het antwoord op deze vraag is: als er toegevoegde waarde is. In de werkwijze staat dat we inwoners zo vroeg mogelijk betrekken. Dat is bij voorkeur voordat er een plan ligt en in een open gesprek. De planning is bepalend voor wanneer en hoe vaak we inwoners betrekken. Tijdens het proces kan blijken dat er minder of meer momenten voor inbreng nodig zijn. Zie ook de afbeelding in paragraaf 3.3.

Daarnaast willen we ook in gesprek zijn voordat er überhaupt iets speelt in gemeente, dorp en buurt. Bijvoorbeeld over ontwikkelingen die op ons af komen. Hier organiseren we momenten voor.

Stap 5 Doelgroep bepalen en uitnodigen

Om te bepalen wie belanghebbenden zijn bij het onderwerp, is een stakeholdersanalyse nodig. Dit kan naast de beschrijving uit stap 1 en eventueel een sociaal-demografische profiel, ook via bijvoorbeeld ringen van invloed, belang/vertrouwen matrix, etc. De keuze voor een methode is afhankelijk van het onderwerp en de vraagstelling.

Op basis van de analyse, maken we een aanpak. Daarin nemen we zoveel mogelijk drempels weg. Dit doen we enerzijds omdat we vinden dat iedereen die wil ook mee moet kunnen doen. En anderzijds om een zo representatief mogelijke inbreng te krijgen. Representativiteit houdt in dat de deelnemersgroep een goede afspiegeling van de doelgroep is (zie inzet). Dit wordt vaak ter discussie gesteld, met name als de uitkomst van het participatieproces niet bevalt.

Stap 6 Kies vormen en instrumenten

Participatie is maatwerk. Dat geldt zeker voor de keuze uit diverse instrumenten. En die keuze is groot. In bijlage 3 hebben we een instrumentenkist voor Deurne opgenomen, waar we goede ervaringen mee hebben of van verwachten. Daar wordt ook toegelicht hoe je bij de keuze voor een instrument (of set instrumenten) met het CLEAR-model toetsen of het voldoende drempels wegneemt.

Stap 7 Beschrijf hoe je met inbreng omgaat

Om duidelijk en open te zijn, koppelen we elk participatiemoment terug aan de deelnemers en de doelgroep. Dit is een verslag van wat er is ingebracht en informatie over wat er met de inbreng gaat gebeuren en het vervolg. Op het moment dat de inbreng in het plan wordt verwerkt, vertellen we wat we met inbreng hebben gedaan en waarom. Dit komt in ieder geval aan het eind van het participatieproces in een eindverslag, dat een soort logboek is van het participatieproces. Hierin staat bijvoorbeeld het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen, een lijst van de deelnemers/aanwezigen, de belangrijkste uitkomsten, de reactie van de gemeente op de uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut. Eventueel volgt een evaluatie van het participatieproces met de belangrijkste geleerde lessen. Daarvoor gebruiken we standaard een korte vragenlijst. En soms evalueren we uitgebreider. De opbrengst van de evaluatie wordt gebruikt om het proces en de uitvoering ervan te verbeteren, en dat kan tot acties in de uitvoeringsagenda leiden.

Bijlage 3 Instrumentenkist

In deze bijlage geven we een overzicht van instrumenten die passen bij Deurne op basis van ervaringen en de resultaten van de vragenlijst. Tevens ondersteunen ze het beleidskader. Deze lijst is niet uitsluitend.

Type invloed

Participatie instrumenten

Informeren

Bewonersbrief, bijv een ‘sorry voor de overlast’ brief.

Informatiebijeenkomst, bij voorkeur op locatie in omgeving van plan, of in de wijken en dorpen.

Social media post, weekblad, persbericht, met verwijzing naar informatie op de website.

Inspraak

Zienswijzeprocedure: Initiatiefnemer legt plan ter inzage. Deelnemers kunnen reageren met een zienswijze. De zienswijzen krijgen een reactie met reden waarom het wel of niet tot aanpassing van het plan heeft geleid. Afdeling 3.4 Awb is van toepassing, tenzij anders is besloten.

Inloopbijeenkomst: Initiatiefnemer heeft plan ter inzage gelegd of presenteert plan. Deelnemers kunnen ter plekke hun mening geven; dit bij voorkeur in een kleine setting. Een reactie kan ook nog achteraf worden gegeven.

Raadplegen

Startbijeenkomst: een eerste gesprek zo vroeg mogelijk in of voorafgaand aan het proces. Start met het presenteren van informatie. Vervolgens– al dan niet in groepjes – in gesprek over zorgen, ideeën en wat er speelt.

Bijeenkomst met informatiemarkt: Deelnemers krijgen centraal informatie en/of kunnen langs tafels lopen met specifieke informatie. Daar kunnen ze ook in gesprek, vragen stellen, en hun mening geven.

Vragenlijst: De mening van inwoners wordt gepeild aan de hand van een beknopte vragenlijst, waarin ruimte is om toelichting te geven.

Social design: maatwerk methode om op persoonlijke wijze meningen, achtergronden, en bijvoorbeeld keuzegedrag te achterhalen bij de doelgroep.

Het ‘goede gesprek’ over wat er speelt in de gemeente en in dorp, wijk, buurt of straat. Of met bepaalde doelgroepen, bijvoorbeeld voorzitters van sportverenigingen. Een gesprek over ontwikkelingen en opgaven, over zorgen en kansen. Dit gesprek kan een stadsgesprek zijn, maar ook bijvoorbeeld een wijkwandeling of dorpsactiviteit.

Adviseren

Bijeenkomst met werksessies: Deelnemers krijgen centraal informatie en gaan in deelsessies in gesprek of aan het werk met een werkvorm.

Gesprek: een gesprek met deelnemers die de verschillende perspectieven op het onderwerp vertegenwoordigen.

Klankbordgroep: een selectie deelnemers uit de doelgroep die op basis van ervaring en kennis meedenken, adviseren en met elkaar in gesprek gaan.

Korte vragenlijst / Poll: als er een concrete vraag is of als er een keuze gemaakt moet worden.

Samen doen

Ontwerpsessie: deelnemers ontwerpen mee aan de ontwikkeling van een gebouw of gebied, of stellen mede een beleid op.

Een schema dat helpen bij het maken van een keuze, is te vinden op de laatste pagina van het artikel Keuzes maken voor participatietools.pdf (Hogeschool van Utrecht, 2021). Als we een instrument hebben gekozen, kunnen we toetsen of er voldoende drempels voor deelname zijn weggenomen. Dus: of doelgroep en instrument bij elkaar passen waardoor de kans op deelname wordt vergroot. Conclusie kan zijn dat er inzet van meerdere instrumenten nodig is. Om dit te toetsen gebruiken we de CLEAR-toets. Het doel hiervan is om ook het stille midden zoveel mogelijk te betrekken door drempels weg te nemen.

>> drempeltoets participatieinstrument

CLEAR

toets inzet instrument

voorbeeld

Can do

Kunnen inwoners deelnemen?

Over welke middelen en vaardigheden (kapitaal) moeten deelnemers beschikken om mee te doen?

Voor deelname in een klankbordgroep is kennis van of ervaring met het onderwerp nodig.

Like to

Vinden inwoners dit instrument leuk?

Er zijn diverse redenen om deelname leuk te vinden: de activiteit zelf (luisteren, gesprek, geeltjes plakken,…), kennis opdoen, inkijkje krijgen, expertise inbrengen, versterkt gevoel van gemeenschapszin, politiek/democratisch gevoel, etc

Een werksessie vraagt om een actieve rol en je mening uitspreken; voor sommigen is dat spannend of ze twijfelen of hun mening ertoe doet.

Enable to

Hoe stel je inwoners in staat om aan het instrument deel te nemen?

Dag/tijdstip/duur zijn bepalend voor deelname, net als vervoer, oppasmogelijkheden, weersomstandigheden etc

Een inloopbijeenkomst organiseren we op meerdere momenten. Als de doelgroep jonge gezinnen is, zorgen we voor oppas ter plekke.

Voor veel mensen is de gemeente een blackbox; we gaan inwoners vertellen hoe het werkt en hoe ze hun stem kunnen laten horen.

Ask to

Hoe neem je drempels weg?

Hoe benader je de doelgroep om deel te nemen? Hoe nodig je mensen uit en mobiliseer je ze om te komen of mee te doen? Hoe neem je drempels weg voor mensen die niet alleen willen komen?

We nodigen zo persoonlijk mogelijk uit. Ook vragen we de dorps- en wijkraden om hulp en om de uitnodiging te publiceren.

Responded to

Helpt het instrument om relevante inbreng op te halen en er iets mee te doen?

Wordt er naar inwoners geluisterd? En hoe koppel je de inbreng die is opgehaald terug?

Bij een ontwerpsessie moet goed in de gaten worden gehouden wat belangrijk is voor de deelnemers. Met goede foto’s kun je verslag doen van de sessie. In het eindverslag moet staan welke impact/invloed de sessie heeft op het eindontwerp.

Bijlage 4 Participatie omgevingsplan

Elk procesontwerp is maatwerk, maar voor dezelfde soort onderwerpen kan een standaardprocesontwerp worden gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de herinrichting van een straat, het ontwerp van een speeltuin of een plan om de wijk te verduurzamen. Voor wijzigingen in het omgevingsplan is bijvoorbeeld al gekeken naar passend participatieproces per type wijziging.

Type wijziging

Participatie

Door wie

Mate beïnvloeding

Ruimtelijk initiatief

Ja

Initiatiefnemer

Afhankelijk van ligging planlocatie en omvang wijziging fysieke leefomgeving

Beleidsrijke wijziging

Ja

Beleidsmedewerker

gemeente

Afhankelijk van eerdere participatie, onderwerp, beleidsvrijheid gem. en politiek gevoeligheid

Beleidsarme wijziging

Ja

Kernteam

omgevingsplan

Invloed beperkt tot de vraag of regels helder en uitvoerbaar zijn en in beleid passen

Hogere wet- en regelgeving

Nee*, tenzij politiek gevoelig

Niet

Gering

Cosmetische of technische aanpassing

Nee

Niet

Gering

Beheren omgevingsplan

Nee

Niet

Gering

Type omgevingsplanwijzigingen

Grofweg zijn er verschillende type wijzigen te onderscheiden:

Ruimtelijk initiatief

Het gaat hier om het wijzigen van de planregels om een specifiek ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken of wijzigen van regels op verzoek van derden door te voeren. Ook gaat het hier om participatie bij een omgevingsvergunning. Participatie vindt plaats conform de door de gemeenteraad vastgestelde participatieleidraad. De mate van beïnvloeding hangt af van de omvang en ruimtelijke impact van het plan, maar het minimale niveau is hier informeren. Participatie is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Diegene stelt het participatieplan op, voert de participatie uit en doet hiervan verslag. De gemeente kan soms ook optreden in de rol van initiatiefnemer bijvoorbeeld bij de aanleg van een weg.

Beleidsrijke wijziging

Het gaat hier over het wijzigen van de planregels om nieuwe regels te stellen over een bepaald beleidsonderwerp naar aanleiding van gewijzigd of vastgesteld beleid in een visie of programma. De gemeente doet de participatie. De mate van beïnvloeding die ten tijde van het omgevingsplan wenselijk wordt geacht, hangt sterk af van de mate van invloed eerder in de beleidscyclus, de politiek-bestuurlijke gevoeligheid en de maatschappelijke impact van het onderwerp en de mate van beleidsvrijheid van de gemeente.

Uitgangspunt is dat richtinggevende beleidskeuzes die in een omgevingsvisie of sectoraal programma zijn gemaakt en bestuurlijk zijn bekrachtigd, niet opnieuw ter discussie mogen staan. Als beleidskeuzes eerder gemaakt zijn, zal de participatie voor het omgevingsplan zich beperken tot de vraag of dit beleid op de juiste wijze is vertaald en regels uitvoerbaar en helder zijn geformuleerd. Als beleidskeuzes nog open staan zal participatie mogelijk intensiever zijn.

Beleidsarme wijziging transitie

Het gaat hier om het wijzigen van de regels in het kader van de transitieopgave, zonder de opvattingen over het beleid hierbij te wijzigen met hierbij behorende ondergeschikte wijzigen van deze regels. Op 1 januari 2032 moet de gemeente namelijk een compleet, ambtsgebiedsbreed omgevingsplan hebben dat voldoet aan de Omgevingswet. Hierin moeten alle regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving, alle vergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan en alle ruimtelijke plannen die deel uitmaken van het tijdelijk regelingsdeel (o.a. bestemmingsplannen) zijn opgenomen.

Er wordt gewerkt met veegbesluiten waarin voor meerdere onderwerpen tegelijkertijd de regels in het nieuwe regelingsdeel opgenomen worden. Uitgangspunt is om één wijziging per jaar te doen die dus over meerdere beleidsonderwerpen tegelijkertijd kan gaan. Omdat het hier gaat om beleidsarme wijzigingen gaat, zullen de uitgangspunten niet of maar heel beperkt wijzigen. Het advies is om hier met name informerend te werken met aanvullend mogelijk bewonersavonden.

Hogere wet- en regelgeving verwerken

Het gaat hier om het wijzigen van de planregels met het doel het verwerken van hogere instructies of gewijzigde geometrieën vanuit de Provincie Noord-Brabant of Rijksoverheid. In sommige gevallen schrijven instructieregels voor dat een omgevingsplan iets in acht moet nemen. Als instructieregels geen beleidsvrijheid bieden voegt participatie niks toe. In zulke gevallen biedt het delegatiebesluit Omgevingsplan de mogelijkheid de wijziging van het omgevingsplan door het college vast te laten stellen. In zulke gevallen is er met louter de toepassing van afdeling 3:4 Awb en met de bekendmakingen die uit de Awb voortvloeien voldoende geïnformeerd.

Cosmetische en technische aanpassingen

Het gaat hier om wijzigingen van de planregels die zien op het herstellen van juridische- of cosmetische gebreken. Voor kennelijke verschrijvingen regelt de omgevingswet dat het bevoegd gezag het omgevingsplan mag wijzigingen zonder toepassing van afdeling 3.4 Awb en enkel met de reguliere procedure. Tevens geldt dat bij het aanpassen van interne verwijzingen of louter cosmetische wijzigingen dat sprake kan zijn van een besluit zonder rechtsgevolg. In dat geval is er geen besluit en geldt er dus ook geen verplichting tot participatie. Bij kennelijke verschrijvingen, interne verwijzingen herstellen of cosmetische wijzigingen is het uitgangspunt dat er geen participatie plaatsvindt. Als een fout ziet op een specifiek perceel wordt de eigenaar wel benaderd.

Beheren van het omgevingsplan

Het gaat hier om het integraal verwerken van collegebesluiten die in het omgevingsplan moeten worden verwerkt (zoals BOPA’s of aanwijzingen monumenten, kapvergunningen e.d.). In zullen gevallen heeft er al eerder participatie plaatsgevonden over dat besluit. De opname van deze besluiten, zoals het aanwijzingsbesluit voor een monument of het kappen van een boom waardoor het beschermingsgebied verdwijnt of een BOPA, staat dan ook niet meer ter discussie. Enkel in het geval van een BOPA of monument wordt er een brief naar de huidige eigenaren gestuurd dat de regels integraal in het plan verwerkt worden. Dit is louter informerend. Bij andere verwerkingen vindt er geen participatie plaats.

Literatuur

Bij het schrijven van het beleidskader is gebruik gemaakt van de volgende literatuur:

•Berenschot en VNG, 2023, Aan de slag met participatie; handreiking 2.0 voor de participatieverordening

•ESSB, José Nederhand, Koen Migchelbrink en Jurian Edelenbos, 2022, Participatie en overheid: dat vraagt om responsiviteit

•Gemeente Groningen, 2025, Samen maken we Groningen - beleidskader participatie 2025

•GovernEUR|Erasmus Universiteit Rotterdam: Vivian Visser, Jitske van Popering-Verkerk, Arwin van Buuren, 2019, Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen: Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving

•Haagse Hogeschool: Hasse van der Veen en Jikke Eikelboom, 2025, Toolbox voor bewonersinitiatieven

•Hogeschool Utrecht, 2021, Keuzes maken voor participatietools

•Jurian Edelenbos, Ingmar van Meerkerk en Jannes Blokstra, op Platform O, 2025, Vertrouwen herstellen vraagt om responsievere overheid

•Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, 2024, Tips om participatie diverser, inclusiever en representatiever te maken

•Sociale vraagstukken: Steven Blok, 2024, Uitdaagrecht vergt veel van burgerinitiatieven

•VNG, 2024, Modelverordening participatie

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.