Aanhef
DE RAAD VAN DE GEMEENTE DEURNE
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 januari 2026, nr.;
gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur, d.d. 12 februari 2026;
gelet op: ;
het huidige beleid huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten is vastgesteld op 3 juli 2019;
als onderdeel van de toenmalige besluitvorming is opgenomen om het beleidskader na 3 jaar te evalueren en waar nodig te actualiseren;
het huidige beleidskader begin 2025 is geëvalueerd op basis van een inhoudelijke analyse, gewijzigde landelijke wetgeving, regionale ontwikkelingen, gesprekken met interne en externe belanghebbenden en een themasessie met de Raad;
op basis hiervan nieuwe beleidsuitgangspunten zijn opgehaald en het beleid op basis hiervan is geactualiseerd;
besluit:
-Het beleidskader “beleidsnotitie huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten 2019” in te trekken
-Het “Beleidskader Huisvesting Tijdelijke Arbeidsmigranten Deurne 2026”vast te stellen.
3. Beleidsvoorwaarden per woonvorm
3.2 Grootschalige huisvesting
3.2.1 Huisvesting op het terrein van de werkgever
De huisvesting van arbeidsmigranten op het terrein van de werkgever is onderverdeeld in tijdelijke huisvestingsvoorzieningen en permanente huisvestingsvoorzieningen. Beide worden hieronder toegelicht.
Tijdelijke huisvestingsvoorzieningen
Tijdelijke flexibele huisvesting betreft tijdelijk geplaatste woonunits of flexwoningen bij agrarische bedrijven in het buitengebied, die maximaal tien jaar mogen worden gebruikt. Deze huisvestingsvorm is bedoeld om tijdelijke pieken in huisvestingsbehoefte op te vangen, bijvoorbeeld tijdens agrarische seizoenswerkzaamheden of bij het wachten op een permanente huisvestingsvoorziening. Aanvullend op de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 2 gelden hier de volgende voorwaarden:
a.Uitsluitend toegestaan bij agrarische bedrijven gedurende piekperiodes, voor maximaal 6 maanden per jaar;
b.Tijdelijke huisvestingsvoorzieningen moeten een tijdelijk karakter hebben. Deze mogen bestaan uit woonunits, flexwoningen, chalets of andere vormen die in zijn geheel of in delen verplaatsbaar zijn;
c.Voor tijdelijke huisvestingsvormen voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt alleen een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor een periode van maximaal 10 jaar;
d.In de huisvestingsvoorziening mogen uitsluitend werknemers worden gehuisvest die bij het ter plaatse actieve bedrijf werkzaam zijn. De huisvester toont aan dat het aantal te huisvesten arbeidsmigranten noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering. De gemeente vraagt bij toetsing hiervan advies op bij de AAB;
e.De tijdelijke huisvestingsvoorzieningen worden uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak van een bestaand bedrijf.
Permanente huisvestingsvoorzieningen
Veel bedrijven hebben niet alleen in piekmomenten behoefte aan arbeidskrachten maar gedurende het hele jaar. Voor deze bedrijven is deze huisvestingsvariant opgenomen. Aanvullend op de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 2 gelden hier de volgende voorwaarden:
a.Huisvesting is toegestaan in bedrijfswoningen en bedrijfsgebouwen;
b.De initiatiefnemer onderbouwd zijn maximale arbeidsbehoefte. Het aantal personen dat uit deze onderbouwing naar voren komt vormt het maximaal aantal te huisvesten personen op de locatie. Hierbij merken we op dat we soepel omspringen met de term “eigen bedrijf”. Zo kan gedacht worden aan een Deurnese onderneming die in Liessel en Helenaveen teeltgronden heeft, maar de arbeidsmigranten op één plaats huisvest. Dat kunnen ook (dochter)ondernemingen in andere gemeenten zijn.
c.In daltijden mag gehuisvest worden voor andere bedrijven. Het hierboven genoemde maximaal aantal personen geldt dan nog steeds. De dalperiode moet aantoonbaar zijn;
d.In het geval van een veehouderij is het wenselijk dat alle gehuisveste personen bij het ter plaatse actieve bedrijf werkzaam zijn. Wanneer in daltijden sprake is van huisvesting zonder functionele binding met het bedrijf, moet getoetst worden aan de waarden en afstanden voor geur en andere belastingen uit het omgevingsplan (o.a. artikel 22.93 en 22.94). De huisvestingsvoorziening dient zich te allen tijde op tenminste 50 meter afstand van ventilatiepunten van stallen te bevinden.
e.De huisvestingslocatie mag geen belemmering vormen voor omliggende bedrijven;
f.De verblijven en eventuele aanpassingen aan de verblijven zijn geplaatst binnen het bestaande bouwvlak;
g.Bij bestaande bebouwing is vervangende nieuwbouw toegestaan als kwaliteitsverbetering, mits: er geen of te beperkte mogelijkheden binnen de bestaande bebouwing aanwezig zijn
h.En de nieuwbouw ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten voldoet aan de regels met betrekking tot de situering en maatvoering uit het ter plaatse geldende omgevingsplan;
i.Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, (met voor het landschap kenmerkende soorten), op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in bijlage 4 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen
3.2.2 Solitaire huisvestingsvoorzieningen
Een solitaire huisvestingsvoorziening is een zelfstandige, niet aan een bedrijf, woning of agrarische functie verbonden locatie voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De voorziening bestaat uit één of meerdere logiesgebouwen die specifiek zijn ingericht voor het tijdelijk verblijf van arbeidsmigranten. Op de locatie zijn goede voorzieningen aanwezig, zoals ontspanningsruimten en voldoende buitenruimte. Aanvullend op de algemene voorwaarden uit hoofdstuk 2 zijn hier de volgende voorwaarden van toepassing:
a.Bedoeld voor de huisvesting van minimaal 200 personen. Het maximale aantal is afgestemd op de omvang en ligging van het gebouw, de bereikbaarheid van de locatie en parkeervoorzieningen;
b.Tussen solitaire huisvestingslocaties binnen de gemeente Deurne geldt een minimale afstand van 500 meter;
c.De gemeente dient goedkeuring te geven over de kwaliteit en uiterlijk van het logiesgebouw;
d.Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, (met voor het landschap kenmerkende soorten), op basis van een door de gemeente goedgekeurd erfbeplantingsplan. Hierbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals weergegeven in bijlage 4 'Beleidskader kwaliteitsverbetering landschap', inclusief later vastgestelde aanvullingen dan wel het kader dat volgend op voornoemd kader wordt vastgesteld, waarbij voornoemd kader is komen te vervallen;
e.Bij bestaande bebouwing is vervangende nieuwbouw toegestaan als kwaliteitsverbetering;
f.De huisvestingslocatie mag geen belemmering vormen voor omliggende bedrijven;
g.Solitaire huisvestingslocaties zijn toegestaan op locaties die in het omgevingsplan zijn aangeduid als agrarische- of bedrijfslocaties (niet op bedrijventerreinen). Deze zijn niet toegestaan op locaties die in het omgevingsplan zijn aangeduid als locaties bedoeld voor wonen.
h.In beginsel worden maximaal 3 solitaire huisvestingsvoorzieningen in de gemeente toegestaan. Wanneer een aantal solitaire huisvestingsvoorzieningen in de gemeente zijn gerealiseerd kan worden besloten om het maximale aantal te wijzigen;
i.Voor solitaire huisvestingsvoorzieningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt alleen een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor een periode van 15 jaar;
j.Solitaire huisvestingsvoorzieningen moeten gezien worden als een invulling van de “experimenteerruimte” wat door de raad opgenomen is als ontwikkeling waarop haar adviesrecht van toepassing is. Daarom is het adviesrecht van de gemeenteraad altijd van toepassing bij de ontwikkeling van solitaire huisvestingsvoorzieningen.
Bijlage 1 Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in dit artikel daarvan is afgeweken.
1.1 aanduiding
De geometrische bepaalde planobjecten, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels in dit hoofdstuk, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of bebouwen van de gronden en/of toedelen van milieugebruiksruimte aan milieubelastende activiteiten, zoals digitaal vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
1.2 aanvaardbaar woon- en leefklimaat
Van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is sprake indien de milieubelasting ter plaatse, waaronder in ieder geval geluid, geur en luchtkwaliteit, niet leidt tot onaanvaardbare hinder of gezondheidsrisico’s voor het wonen, en deze belasting voldoet aan de geldende normen dan wel – bij (beperkte) overschrijding – gemotiveerd aanvaardbaar wordt geacht na een zorgvuldige belangenafweging.
1.3 agrarisch bedrijf
Bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig-agrarisch bedrijf;
1.4 arbeidsmigranten
Personen die hun vaste woon- en verblijfplaats niet in Nederland hebben maar die tijdelijk (maximaal één jaar), in Nederland verblijven, om hier betaalde werkzaamheden te verrichten.
1.5 bebouwde kom
Het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven.
1.6 bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.7 bedrijf
Het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen en niet zijnde een seksinrichting.
1.8 bedrijfswoning
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen, wiens huisvesting daar gelet op de functie van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
1.9 bedrijventerrein
Aaneengesloten terrein voor de bedrijfsmatige uitoefening van industriële, logistieke, ambachtelijke en dienstverlenende activiteiten en groothandel met de daarbij behorende voorzieningen, bedoeld voor de vestiging van meerdere bedrijven.
1.10 bestaand
Bij bebouwing: bouwwerken zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning;
bij gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk, dan wel gebruik dat is toegestaan krachtens een onherroepelijke omgevingsvergunning.
1.11 bevoegd gezag
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.12 bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.13 bouwperceelsgrens
De grens van een bouwperceel.
1.14 bouwvlak
Geometrisch bepaald vlak, waar gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
1.15 bouwwerk
Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerk gebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart;
1.16 erf
Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit hoofdstuk deze inrichting niet verbiedt.
1.17 evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Het criterium uit de Omgevingswet waarmee wordt beoordeeld of functies, zoals wonen/logies en bedrijfsactiviteiten, in onderlinge samenhang passen op de locatie.
1.18 exploitatievergunning
Vergunning die vereist is voor de exploitatie van huisvesting voor tijdelijke arbeidsmigranten op grond van de Verordening huisvesting arbeidsmigranten.
1.19 grootschalige huisvesting
Huisvesting bedoelt voor meer dan 10 personen in één woon- of logiesvoorziening, specifiek ingericht voor het tijdelijk verblijf van arbeidsmigranten of gelijksoortige doelgroepen, en die niet past binnen de reguliere regels voor kleinschalige huisvesting in woningen.
1.20 huishouden
Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen); indien sprake is van één persoon, spreekt men eveneens van een (zij het één-persoons) huishouden.
1.21 huisvesting arbeidsmigranten
Structurele huisvesting: het huisvesten van arbeidsmigranten over een aaneengesloten periode van zes maanden of meer per kalenderjaar.
Tijdelijke huisvesting: het huisvesten van arbeidsmigranten voor een periode van maximaal zes maanden per kalenderjaar ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering.
1.22 kamerverhuur
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de kamerverhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft.
1.23 leefbaarheid
De mate waarin de woon- en leefomgeving voor bewoners sociaal, fysiek en functioneel goed bruikbaar en prettig is.
1.24 logies
Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden, waarbij de betreffende persoon het hoofdverblijf elders heeft.
1.25 maatschappelijke bijdrage
Bijdrage van huisvesters om arbeidsmigranten lokaal te verbinden met participatieactiviteiten.
1.26 nachtregister
Digitaal register waarin gegevens staan van personen die op een huisvestinglocatie verblijven, ter ondersteuning van toezicht en hulpverlening.
1.27 normenset keurmerk SNF
De door Stichting Normering Flexwonen vastgestelde norm voor de huisvesting van arbeidsmigranten (versie 8.0, d.d. 1 september 2019) met dien verstande dat indien voornoemde normenset wordt gewijzigd, een aanvraag moet voldoen aan de nieuwe normen.
1.28 omgevingskwaliteit
De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde.
1.29 omgevingsvergunning
Vergunning op grond van de Omgevingswet voor activiteiten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden.
1.30 ontwikkeling
Mogelijk maken van een functie of activiteit die op grond van het vigerende omgevingsplan niet is toegelaten.
1.31 participatie
Het proces om de bewoners van de gemeente/buurt zorgvuldig te informeren en betrekken bij ruimtelijke plannen.
1.32 wonen
Huisvesting in een woning.
1.33 woning
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden of maximaal vier personen die geen huishouden vormen.