Aanhef
De raad van de gemeente Den Helder;
gelezen het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 25 augustus 2020,
besluit:
1De Welstandsnota Den Helder 2015 - Herziening 2020 vast te stellen.
2De Nota van Beantwoording Zienswijzen ontwerp-besluit vaststelling Welstandsnota Den Helder 2015 - Herziening 2020 vast te stellen.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 28 september 2020
Jeroen Nobel,
Voorzitter
mr.drs. M. Huisman
Griffier
Welstandsnota 2015 - Herziening 2020
VOORWOORD
Voor ruimtelijke kwaliteit
Voor u ligt een geheel vernieuwde welstandsnota; helder en compact met het accent op behoud en stimuleren van ruimtelijke kwaliteit. Het aantal gebieden is teruggebracht en de mate aan welstandstoezicht (welstandsniveaus) is nog beter afgestemd op de praktijk. Zo is voor de cultuur historisch waardevolle gebieden ruim aandacht nodig voor de kwaliteit, maar zal voor andere gebieden de teugels juist losser gelaten worden. Sturen waar het moet en loslaten waar het kan. Een tendens die ook landelijk in onder andere wet- en regelgeving terug te vinden is.
De uitstraling van Den Helder is divers en kent een rijke geschiedenis. Dit is waardevol en verdient de juiste aan dacht. Met het welstandsbeleid kunnen we hieraan deels sturing geven. Maar de belangrijkste rol ligt bij u als inwoner, initiatiefnemer en architect. Wij dragen tenslotte met zijn allen zorg voor een mooie omgeving.
Ik spreek het vertrouwen uit dat met deze nieuwe nota een kaderstelling is neergelegd voor het werken aan de kwaliteit van de bebouwde omgeving. Het hoeft geen betoog dat een bebouwde woonomgeving met kwaliteit bijdraagt aan een prettig woon- en werkmilieu.
J. van Dongen
Wethouder Ruimte
Herziening Welstandsnota 2020 – Modernisering advisering omgevingskwaliteit
In het Helders Akkoord, het coalitieprogramma 2018-2022 voor de gemeente Den Helder, is afgesproken om voor het vestigingsklimaat snel en laagdrempelig contact te hebben met initiatiefnemers en deze vanuit een ‘ja, mits’ houding zoveel mogelijk te faciliteren. Dit past ook bij de ambities en eisen vanuit de Omgevingswet, die in 2021 wordt ingevoerd. Tegelijkertijd hecht Den Helder veel waarde aan het behoud en verdere ontwikkeling van haar erfgoed: de monumenten, de beeldbepalende panden en het Beschermd Stadsgezicht De Stelling Den Helder, inclusief Willemsoord; en het vasthouden van de hoge kwaliteit van het vernieuwde Stadshart.
Dit is aanleiding voor een andere, gemoderniseerde, werkwijze. Hierin wordt grotendeels ambtelijk geadviseerd en getoetst op omgevingskwaliteit en wordt een Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit ingesteld als deskundige commissie, gericht op het adviseren over het erfgoed en het Stadshart. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt afgeschaft.
De invoering van de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit en het opheffen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit leidt tot een beperkte herziening van deze Welstandsnota, gericht op de aanpassing van een aantal formuleringen over de werkwijze. Deze aanpassingen zijn geel gemarkeerd.
Ook is de lijst van monumenten niet meer geheel actueel. Hiervoor wordt verwezen naar actuele overzichten op de gemeentelijke website.
Ervaringen met de nieuwe vorm van advisering worden gebruikt om in de tweede helft van 2020 de Welstandsnota inhoudelijk aan te passen en te actualiseren in het licht van de invoering van de Omgevingswet en de afspraken in het Helders Akkoord. Dit wordt een onderdeel van het toekomstige omgevingsplan voor de gemeente Den Helder, waarin alle regels over de fysieke leefomgeving worden samengevoegd. Met deze aanpassingen doet Den Helder zoveel mogelijk recht aan zowel het vestigingsklimaat als het rijke erfgoed in deze veelzijdige gemeente.
Heleen Keur
Wethouder Ruimtelijke Ordening & Cultuur en
Erfgoed
4. (HER)ONTWIKKELINGSPROJECTEN
Tekst
Deze welstandsnota bevat geen criteria voor grotere ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Daarbij gaat het om ontwikkelingen die veelal een nieuw bestemmingsplan nodig hebben, bijvoorbeeld het slopen van een bedrijventerrein om daar woningbouw mogelijk maken. Dan zijn ook nieuwe of aanvullende gebiedscriteria nodig. Nieuwe criteria zijn wenselijk als:
•een ontwikkeling de bestaande fysieke structuur en karakteristiek doorbreekt;
•een ontwikkeling niet objectgericht is, maar van invloed is op een heel gebied;
•er sprake is van een stedenbouwkundig plan en veelal een nieuw bestemmingsplan.
Bij incidentele/individuele bouwplannen die vooral objectgericht zijn en toch afwijken van de bestaande karakteristiek volstaan de algemene kwaliteitsprincipes. Sloop en nieuwbouw van een pand wordt niet gelijk beschouwd als een (her)ontwikkelingsproject. Daarvoor volstaan de gebiedscriteria of kunnen de algemene criteria worden gebruikt. Hiermee is afwijken van de bestaande context in samenspraak met de toetsende instantie mogelijk.
Procedure
Zodra een (her)ontwikkelingsproject aan de orde is kan een beeldkwaliteitplan, of een vergelijkbaar kader voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit, opgesteld worden. Een beeldkwaliteitplan heeft een ontwikkelgericht karakter als sturingsinstrument voor de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Een dergelijk kader kan naast criteria voor gebouwen ook uitgangspunten voor de inrichting van de openbare ruimte bevatten.
Het beeldkwaliteitplan of een vergelijkbaar instrument wordt samen met het bestemmingsplan vastgesteld door de gemeenteraad, als aanvulling op de welstandsnota. De criteria uit het beeldkwaliteitsplan zijn onderdeel van het toetsingskader. Dat betekent dat in het raadsbesluit en in de inleiding van het beleidsdocument verwezen wordt naar artikel 12a van de Woningwet.
Het beoordelingsniveau en de toepasbare criteria worden in het beeldkwaliteitplan of dergelijke aangegeven. In de ontwikkelfase geldt, mits anders bepaald, het bijzondere beoordelingsniveau. Na realisatie/oplevering vervalt het ontwikkelingsgerichte karakter. Mogelijk vervalt daarmee een deel van de in de ontwikkelfase relevante criteria.
Inhoud
De criteria voor de gebouwde omgeving in een beeldkwaliteitplan wordt bij voorkeur opgezet conform de
indelingen van deze nota maar dient in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:
-een duidelijke begrenzing van het plangebied waarop het beleid van toepassing is;
-een korte gebiedsbeschrijving van de nieuw te verwachten situatie;
-het beleid, de te verwachten ontwikkelingen en het van toepassing zijnde welstandsniveau zoals beschreven in paragraaf 3.1 'Gebiedsindeling en beoordelingsniveaus', inclusief argumentatie;
-de criteria.
Bijlage 1: Begrippen
A
Aanbouwen een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
Achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen (Definitie Besluit omgevingsrecht)
Afdak dak dat is aangebracht tegen een muur of gebouw om tegen neerslag te beschermen.
Asymmetrische kap kap met twee ongelijke dakvlakken.
B
Band horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen of baksteen.
Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Bedrijfsbebouwing gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen.
Belendende naastgelegen, (direct) grenzend aan.
Beschermd monument Rijks-, gemeentelijk of provinciaal monument, aangewezen en beschermd op grond van resp. de Monumentenwet 1988, gemeentelijke Erfgoedverordening of de Provinciale monumentenverordening.
Bestemmingsplan bestemmingsplan, provinciaal inpassingsplan of rijksinpassingsplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening dat van toepassing is op de plaats waar de activiteit wordt of zal worden verricht en de krachtens dat plan gestelde nadere eisen.
Bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
Bijbehorend bouwwerk functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak. (Definitie Besluit omgevingsrecht)
Bijgebouw een op zichzelf staand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en door ligging, constructie en/of afmetingen daaraan ondergeschikt is. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
Blinde muur of gevel gevel of muur zonder raam, deur of andere opening.
Boeiboord opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
Boerderij gebouw of gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis waaronder de hallehuisboerderijen en andere typen.
Bonte kleuren veelkleurigheid, samenstelling van meerdere opvallende kleuren.
Bouwblok een aan alle zijden door straten en wegen begrensde groep gebouwen, die een stedenbouwkundige eenheid vormt.
Bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten.
Bouwlaag verdieping van een gebouw. Een gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balken is begrensd.
Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
Buitengebied buiten de bebouwde kom gelegen gebied, ook wel landelijk gebied genoemd.
Bungalow meestal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
C
Carport een bouwwerk, al dan niet aangebouwd aan een gebouw of ander bouwwerk en een van boven afgesloten c.q. afgedekte ruimte van een open constructie met maximaal één wand, bedoeld voor de stalling van motorvoertuigen.
Context omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.
D
Dak afdekking van een gebouw, vlak of hellend, waarop dakbedekking is aangebracht .
Dakhelling de hoek van het dak ten opzichte van een horizontale vlak.
Dakkapel uitbouw op een hellend dakvlak.
Daknok hoogste punt van een schuin dak.
Dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
Dakraam raam in een hellend of plat dak.
Dakvoet laagste punt van een schuin dak.
Dakvlak het hellende of platte vlak van een dak/kap van één gebouw. Bij meerdere geschakelde individuele gebouwen is er sprake van een doorgaand dakvlak.
Detail ontmoeting van verschillende bouwdelen zoals gevel en dak of gevel en raam.
Detaillering tot in kleinigheden uiteenzetten. Kleine toevoegingen aan een gebouw ter decoratie.
Diversiteit verscheidenheid, afwisseling, variatie.
Drager en invulling de drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zestig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).
E
Ensemble architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel van meerdere panden.
Erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
Erker een al dan niet tot de vloer uitgebouwde toevoeging aan de gevel van een gebouw .
F
Flat groot kantoor- of woongebouw met meerdere verdiepingen.
G
Galerij gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen.
Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Geleding verticale of horizontale indeling van de gevel door middel van inspringingen.
Gepotdekseld gedeeltelijk over elkaar gespijkerde planken om inwatering tegen te gaan.
Gevel buitenmuur van een gebouw (afhankelijk van de plaats de voor-, zij- of achtergevel).
H
Hoekkeper de snijlijn van twee aangrenzende dakschilden die elkaar onder een uitspringende hoek snijden, hetgeen onder andere het geval is bij schilddaken en stolpdaken.
Hoofdgebouw een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
Hoogbouw gebouwen van meer dan vier lagen.
I
Individueel gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw.
Industriebebouwing bebouwing met een industriële bestemming.
K
Kavel grondstuk, kadastrale eenheid.
Karakteristiek pand pand dat van waarde is op grond van de uitwendige hoofdvorm, bepaald door dakvorm, goothoogte, nokhoogte, nokrichting, dakhelling, gevelindeling en karakteristieke elementen.
Karakteristieke elementen elementen aan een pand zoals windveren, makelaars, raamluiken, pannenspiegel (stolpboerderij), schoorsteen, dakkapel, kroonlijst, dakgoot, typerende detaillering van hout- en metselwerk.
Keper zie hoek- of kilkeper.
Kern centrum van een dorp of stad.
Kilkeper de snijlijn van twee aangrenzende dakschilden die elkaar onder een inspringende hoek snijden, ofwel de inwendige hoek tussen twee dakschilden.
Klossen uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.
Kop in het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
L
Laag zie bouwlaag.
Laagbouw gebouwen van één tot drie lagen.
Landelijk gebied zie buitengebied.
Latei draagbalk boven gevelopening.
Lessenaarsdak dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak.
Lichtkoepel raamconstructie in een plat dak, in de vorm van een koepel.
Lijst een al dan niet versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel. Lint(bebouwing) langgerekte weg met daarlangs bebouwing.
Luifel een plat uitgebouwd afdak, vaak boven een deur.
M
Maaiveld bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht
Mansardekap dakvorm waarbij het onderste deel van het dak steiler is dan het bovenste deel waardoor een geknikte vorm ontstaat.
Massa volume van een gebouw of bouwdeel. Metselverband het zichtbare patroon van metselwerk. Middenstijl verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.
Monument aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Monumentenwet 1988, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.
N
Negge het vlak tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.
Nok horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak.
O
Omgevingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Onderbouw het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een gebouw.
Ondergeschikt voert niet de boventoon.
Ontsluiting de toegang tot een terrein of een gebouw.
Oorspronkelijk gebouw het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. Als aan de hand van een originele vergunning niet meer is vast te stellen wat als oorspronkelijk hoofdgebouw kan worden aangemerkt, zal in de praktijk veelal aan de hand van de historische kenmerken van het hoofdgebouw (bijvoorbeeld steenkleur, voegwerk of andere detailleringen) bepaald kunnen worden wat de oorspronkelijke omvang was van het gebouw en welke gevels ‘oorspronkelijk’ zijn. Als dat ook verder geen uitkomst biedt zal het gehele hoofdgebouw (met uitzondering van de bouwkundig en functioneel ondergeschikte aangebouwde onderdelen) aangemerkt moeten worden als oorspronkelijk hoofdgebouw.
Openbaar toegankelijk gebied weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Oriëntatie de richting van een gebouw.
Overkapping een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven.
Overstek bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
P
Paneel rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting Plaatmateriaal bouwmateriaal dat in plaatvorm. geleverd wordt, zoals hout (triplex en multiplex), kunststof (onder andere trespa) of staal (vlak of met profiel).
Planmatige bebouwing groep gebouwen herkenbaar uitgevoerd volgens een vooraf opgesteld plan.
Plint een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.
Portiek gemeenschappelijk trappenhuis.
Piramidedak dak bestaande uit vier gelijk hellende vlakken die elkaar bovenaan in een punt ontmoeten.
R
Rabatdelen planken met duidelijk duidelijke groeven.
Referentiekader het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden.
Renovatie vernieuwing van een gebouw.
Rijtjeshuis huis als onderdeel van een reeks aaneengebouwde, gelijkende woningen.
Rollaag horizontale rij stenen boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.
Rooilijn (denkbeeldige) lijn/grens waarachter bebouwing is toegestaan
S
Serre voornamelijk uit glas (gevat in ijzer, hout of kunststof) bestaande uitbouw aan een woonhuis, die via deuren in directe verbinding met de tuin staat.
Schilddak dak met vier hellende vlakken waarvan twee grote en twee kleine vlakken.
Schuur bijgebouw ten behoeve van opslag.
Situering de plaats van een bouwwerk in zijn omgeving.
Solitair gebouw zelfstandig, op zichzelf staand gebouw (kan geschakeld).
Stijl architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.
T
Tentdak dak waarvan meerdere dakschilden in één punt bijeenkomen en waarbij de nok ontbreekt.
Textuur de voelbare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
U
Uitbouw een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Ook wel 'bijbehorend bouwwerk' genoemd (Besluit omgevingsrecht).
V
Voorgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk.
Voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied. (Definitie Besluit omgevingsrecht)
W
Windveer plank aan weerskanten van een pannendak, bevestigd langs de buitenste rij pannen.
Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Z
Zadeldak dak met twee tegenoverliggende dakvlakken die bij de nok samenkomen.
Zijgevellijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk.
BIJLAGE 2: OVERZICHTSKAARTEN
voor het gehele grondgebied en een overzichtskaart met de beoordelingsniveaus, ligging van het Beschermd Stadgezicht en de beeldkwaliteitplannen zoals deze behoort bij deze nota op de bladzijden 22 en 23 gedetailleerd weergegeven.
U benadert de kaart door op de onderstaande link te klikken.
Op deze gedetailleerde ’Overzichtskaart’ kan ook worden ingezoomd.
De begrenzingen van de gebieden zijn gebaseerd op kadastrale grenzen en topografische kenmerken zoals straten, waterlopen en andere fysieke structuren. Bij twijfel over de begrenzingen zal de gemeente bepalen welk gebiedstypering en/of beoordelingsniveau van toepassing is.
BIJLAGE 3: MONUMENTEN EN BEELDBEPALENDE PANDEN
Een overzicht (mei 2015) van:
-de Rijksmonumenten;
-de Provinciale monumenten;
-de gemeentelijke monumenten;
-de beeldbepalende panden.
Voor de actuele stand van zaken, zie https://www.denhelder.nl/ inwoner/product/ rijksmonumenten respectievelijk https://www.denhelder.nl/ inwoner/product/provinciale-monumenten
RIJKSMONUMENTEN
-Boerhaavestraat nabij 15, communicatiebunker
-Duinweg 4, complex
-Duinweg 4, casino (officierslogement), op het O.S.& O.-terrein
-Duinweg 4, loods op het O.S. & O.-terrein
-Duinweg 4, poortgebouw, op het O.S. & O.-terrein
-Fort Dirksz Admiraal
-Fort Erfprins
-Fort Kijkduin, Admiraal Verhuellplein
-Fort Oostoever, Het Nieuwe Werk
-Fort Westoever, aan de N-9, ten zuidwesten van de Burg. Visserbrug
-Helden der Zeeplein, gedenkteken "Monument voor het Reddingwezen" met parkaanleg
-Helders Kanaal, Postbrug (Koningsplein, Kerkgracht, Loodsgracht, Kanaalweg)
-Het Nieuwe Diep (lesgebouw van de adelborsten, ‘t
-Het Nieuwe Diep 3, 4, 5 en 7, het Commandementsgebouw (= ‘t Paleis = het directiegebouw)
-Het Nieuwe Diep 8 (hoofdgebouw van het Koninklijk Instituut voor de Marine)
-Het Nieuwe Diep 23-24-25, vm. douanekantoor
-Het Nieuwe Diep 37-37a, vm. Petotjohloods
-Hoofdgracht 3, Marinemuseum
-Kerkgracht 1, voormalige stadhuis
-Kerkgracht 4, Kantongerecht
-Kerkgracht 54, r.-k.-kerk
-Nieuwe Kerkplein 2, de Hervormde Kerk
-Nieuweweg 23, garage/opslag
-Nieuweweg 23, stafgebouw
-Nieuweweg 23, vm. ziekenboeg
-Verbindingswal, de linie
-Willemsoord, 2 pijlers, toegangspartij
-Willemsoord, complex terreinaanleg en -inrichting
-Willemsoord, gebouw 1
-Willemsoord, gebouw 1 (vm. woonhuis aangebouwd)
-Willemsoord, gebouw 28
-Willemsoord, gebouw 29
-Willemsoord, gebouw 43
-Willemsoord, gebouw 47
-Willemsoord, gebouw 51 (ged.) incl. scheepshelling en kraanstructuren
-Willemsoord, gebouw 52 (m.u.v. tweede bouwlaag)
-Willemsoord, gebouw 60 (m.u.v. aanbouw van na 1918)
-Willemsoord, gebouw 63 (ged.)
-Willemsoord, gebouw 66, incl. scheepshelling ten oosten
-Willemsoord, natte dok
-Willemsoord, nieuwe dok (droogdok 2), incl. 1 richtlat
-Willemsoord, oude dok (droogdok 1), incl. 2 houten richtlatten
-Willemsoord, sloepenloods Hoofdgracht
-Willemsoord, Weststraat 59, pastorie bij Hervormde Kerk aan het Nieuwe Kerkplein 2
-Willemsoord, Zeeweg 5, vuurtoren "De Lange Jaap"
PROVINCIALE MONUMENTEN
-Badhuisstraat-26
-Diverse bunkers ten oosten van Fort Kijkduin
-Duinweg 50 Klooster)
GEMEENTELIJKE MONUMENTEN
Herziening 2020: De lijst gemeentelijke monumenten is herzien, voor de actuele stand van zaken verwijzen wij u naar de gemeentelijke website: https://www.denhelder.nl/inwoner/product/gemeentelijke-monumenten
-Achterbinnenhaven-15
-Ankerpark 27
-Badhuisstraat 25 (school)
-Badhuisstraat 27
-Bassingracht 4
-Bassingracht 5-6
-Binnenhaven 20
-Binnenhaven 24
-Binnenhaven 43
-Binnenhaven 54
-Binnenhaven 61
-Binnenhaven 114 t/m 119
-Duinweg 10, 12 en 14 (Driehuizen)
-Fabrieksgracht 55 tm 67 (oneven)
-Helderskanaal brug over to Oude Rijkswerf
-Jacob van Heemskerckstraat 1
-Jan in 't Veltstraat 94
-Jan Verfailleweg 616
-Janzenstraat 49 tm 75 (oneven)
-Janzenstraat 62 tm 84 (even)
-Javastraat 56
-Keizersgracht (urinoir)
-Kerkgracht 3
-Kerkgracht 49 en 50 (kerkje en pastorie)
-Kerkhoflaan (aula en drenkelingenhuisje)
-Kijkduinlaan 1A
-Koningsplein 9
-Koningstraat 89
-Loodsgracht 10-11
-Loodsgracht 47
-Loodsgracht 48
-Loodsgracht 69 en 70
-Loopuytpark (muziektent)
-Mesdagstraat, H.W. 11
-Middenweg 159
-Parkstraat 12 (kerkje)
-Prins Willem-Alexander Singel (stenen brug)
-Soembastraat 83 (oranjerie Palmenkas)
-Spoorgracht 6
-Spoorstraat 45
-Steengracht 25 (kerkje)
-Sumatrastraat 16 (kerkje)
-Timorlaan 39 en 41
-Van Galenstraat 41
-Van Hogendorpstraat 1 tm 20
-Van Speykstraat 3-5
-Westgracht 66 tm 69a (vm. achtkantig kerkje)
-Weststraat 65
-Weststraat 66
-Weststraat 110 (vm. openbare lagere school)
-Wezenstraat 68-70 (evangelisch Lutherse kerk)
-Zeeweg 10 (kustwachttoren)
-Zuidstraat 13
-Zuidstraat 22-23
-Zuidstraat 28-29
-Zuidstraat 62
-Zuidstraat 77-78
-Zuidstraat 86
BEELDBEPALENDE PANDEN
Herziening 2020: De lijst beeldbepalende panden is herzien, voor de actuele stand van zaken verwijzen wij u naar de gemeentelijke website: https://www.denhelder.nl/inwoner/product/beeldbepalende-panden
-1e Vroonstraat 4
-2e Emmadwarsstraat 5
-2e Vroonstraat 30, 40
-Anemonenstraat 1 tot en met 23
-Anjelierstraat 2 tot en met 14 (even) en 5 tot en met 39 (oneven)
-Badhuisstraat 39
-Badhuisstraat 76B
-Badhuisstraat 66, 68, 68a, 68b, 70, 72, 74, 76, 76a, 78, 80, 82, 84, 86, 86a, 86b, 86c, 88, 90, 92, 94, 96, 96a, 96b, 96c, 98, 100 en 102 (26 zgn. Oostenrijkse woningen)
-Balistraat 1 tot en met 47 (oneven), 2 tot en met 56 (even)
-Bassingracht 1-2
-Bassingracht 7-8
-Bassingracht 15, 16, 27, 28
-Beatrixstraat 92
-Binnenhaven 9
-Binnenhaven 17
-Binnenhaven 25-26
-Binnenhaven 27
-Binnenhaven 51
-Binnenhaven 101
-Binnenhaven 123 tm 126
-Binnenhaven 133
-Binnenhaven 7, 8, 16, 18-19, 32, 44, 63, 91, 104, 120, 136 t/m 138
-Boerhaavestraat 62
-Brakkeveldweg 17 tot en met 49 (oneven)
-Brakkeveldweg 51 (Tuindorpschool)
-Breewaterstraat 48
-Breewaterstraat 58
-Breewaterstraat 60
-Brouwerstraat 36
-Burg. Houwingsingel (poortgebouwen van het Divmag- terrein)
-Californiestraat 11
-Callantsogervaart 7
-De Ruyterstraat 46
-De Ruyterstraat 58 tot en met 62 (even)
-Duinweg 8 (zgn. Weduwewoning), 35 en 37 (2 zgn. Oostenrijkse woningen)
-Emmastraat 2
-Emmastraat 29
-Emmastraat 10 tot en met 14 (even), 15, 62, 91
-Evertsenstraat, Cornelis, 12
-Florastraat 18 tot en met 32 (even)
-Gasstraat 51-53
-Hendriklaan Prins, 17
-Hertzogstraat 64, 66, 78
-Het Nieuwe Diep 42
-Het Nieuwe Diep 46
-Hoogstraat 25
-Hoogstraat 27
-Hoogstraat 32
-Hoogstraat 34
-Hoogstraat 86
-Hoogstraat 1-3, 14, 38 tot en met 44 (even), 50, 80, 82
-Janzenstraat 2
-Janzenstraat 10
-Janzenstraat 40
-Javastraat 4, 6 en 8
-Javastraat 62 en 64
-Javastraat 66
-Keizersgracht 70
-Keizersgracht 83
-Keizersgracht 111
-Kerkgracht 12
-Kerkgracht 17
-Kerkgracht 19
-Kerkgracht 21
-Kerkgracht 22
-Kerkgracht 31
-Kerkgracht 34
-Kerkgracht 35
-Kerkgracht 47
-Kerkgracht 5 tm 9
-Kerkgracht 55 (pastorie r.k. kerk)
-Kerkgracht 33
-Kerkgracht 47
-Kijkduinlaan 3
-Klaverstraat 4
-Koningdwarsstraat 41
-Koningstraat 39, 43-45, 44, 71, 84-86
-Kortevliet 3
-Kortevliet 7
-Krugerstraat 12
-Krugerstraat 54
-Krugerstraat 106 en 108 122 tot en met 136 (even)
-Krugerstraat 102, 104, 104a, 104b, 106, 108, 131
-Langevliet (ongenummerd, vm. schoolgebouw), 21
-Loodsgracht 5
-Loodsgracht 6
-Loodsgracht 12
-Loodsgracht 13
-Loodsgracht 14
-Loodsgracht 15
-Loodsgracht 16
-Loodsgracht 17
-Loodsgracht 18
-Loodsgracht 20
-Loodsgracht 33
-Loodsgracht 49
-Loodsgracht 27, 29, 31, 40, 41, 46
-Middenvliet 2B
-Middenvliet 12
-Middenweg 159A (watertoren)
-Molengracht 5
-Molengracht 12-16
-Molengracht 35
-Molengracht 43
-Molengracht 17, (vm. Casino), 22, 36
-Molenstraat 1
-Molenstraat 63
-Molenstraat 93
-Molenstraat 35, 95, 142
-Nieuwe Brugstraat 2
-Nieuwe Brugstraat 3-7
-Nieuwstraat 13, 51
-Nieuwstraat 55
-Parkstraat 20 A
-Parallelweg 85, 87
-Parkstraat 19 en 21
-Parkstraat 2, 3 tot en met 9 (oneven)
-Plantsoenstraat 5-11
-Polderweg 64 tot en met 70 (even)
-Polderweg 100
-Polderweg 104
-Polderweg 172 t/m 250 (even)
-Polderweg 34, 92, 110,
-wooncomplex Lidwina Proeftuinweg 2
-Proeftuinweg 7
-Rijkersstraat Th. 27 tot en met 45 (oneven) en 47 tot en met 69 (oneven)
-Alle woningen als onderdeel van het Theodorus Rijkershofje Rijkersstraat Th.
-Alle woningen als onderdeel van het Theodorus Rijkershofje
-Schoolweg 56
-Sluisdijkstraat 27
-Spoorgracht 20
-Spoorgracht 41-42
-Spoorgracht 7, 13, 21, 43-44
-Spoorstraat 30
-Spoorstraat 64
-Spoorstraat 73
-Spoorstraat 50
-Spoorstraat 95
-Stakman Bossestraat 58 tot en met 66 (even)
-Steengracht 18
-Steengracht 23
-Steengracht 20, 41-42
-Tillenhof 3 tot en met 7 (oneven)
-Trompstraat, M.H., 36
-Tuintjesweg 36 tot en met 46 (even), (7 zgn. Oostenrijkse woningen)
-Van Foreestweg 13
-Van Foreestweg 97
-Van Galenstraat 13
-Van Galenstraat 18A
-Van Galenstraat 32
-Van Galenstraat 34
-Van Galenstraat 44
-Van Galenstraat 76
-Van Galenstraat 78
-Van Galenstraat 99-101
-Veerstraat J. van der 6 tot en met 24 (even)
-Veltstraat, Jan in ‘t 16
-Veltstraat, Jan in ‘t 92 (pastorie bij de Olvoo-kerk)
-Veltstraat, Jan in ‘t 110
-Veltstraat, Jan in ‘t 8, 10, 20, 40
-Vijzelstraat 73 (Maranathakerk)
-Vismarkt 1 (vm. schoolwoning)
-Wagenstraat 25
-Westgracht 9
-Westgracht 11
-Westgracht 23
-Westgracht 24
-Westgracht 25
-Westgracht 33
-Westgracht 49
-Weststraat 72
-Weststraat 77
-Weststraat 82
-Weststraat 83
-Weststraat 100
-Weststraat 101
-Weststraat 80, 81, 84, 90, 91
-Wezenstraat 49
-Wilhelminastraat 18, 28
-Wilhelminastraat 38-40
-Wilhelminastraat 64
-Wilhelminastraat 54
-Wilhelminastraat 66
-Wilhelminastraat 87 tot en met 93 (oneven)
-Zanddijk 11b, 23
-Zeeweg 17
-Zeeweg 21
-Zuidstraat 14
-Zuidstraat 15
-Zuidstraat 15
-Zuidstraat 21
-Zuidstraat 30
-Zuidstraat 31
-Zuidstraat 37, 40 51, 60, 63, 67, 72
-Zuidstraat 72
Herziening 2020: De lijst gemeentelijke monumenten is herzien, voor de actuele stand van zaken verwijzen wij u naar de gemeentelijke website: https://www.denhelder.nl/inwoner/product/gemeentelijke-monumenten
BIJLAGE 4: UITWERKING ALGEMENE KWALITEITSPRINCIPES
Relatie tussen bouwwerk en omgeving
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is.
Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen.
Relatie tussen vorm, gebruik en constructie
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft.
Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie.
Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm méér is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. Er zijn daarnaast andere factoren die hun invloed kunnen hebben zoals de omgeving en de associatieve betekenis van de vorm in de sociaal-culturele context. Maar als de vorm in tegenspraak is met het gebruik en de constructie dan verliest zij daarmee aan begrijpelijkheid en integriteit.
Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat verwijzingen en associaties in het ontwerp zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat die passen in de huidige tijd en context.
Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels, net zoals een taal zijn eigen grammaticale regels heeft om zinnen en teksten te maken. Die regels zijn geen wetten en moeten ter discussie kunnen staan. Maar als ze worden verhaspeld of ongeïnspireerd gebruikt, wordt een tekst verwarrend of saai. Precies zo wordt een bouwwerk verwarrend of saai als de regels van de architectonische vormgeving niet bewust worden gehanteerd. Als bepaalde vormen regelmatig voorkomen krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.
In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders reeds aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit.
Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is naar zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd worden geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. Bij restauraties is sprake van herstel van elementen uit het verleden, maar bij nieuw- of verbouw in bestaande (monumentale) omgeving betekent dit dat duidelijk moet zijn wat authentiek is en wat nieuw is toegevoegd. Een ontwerp kan worden geïnspireerd door een bepaalde tijdsperiode, maar dat is iets anders dan het imiteren van stijlen, vormen en detailleringen uit het verleden.
Associatieve betekenissen zijn van groot belang om een omgeving te ‘begrijpen’ als beeld van de tijd waarin zij is ontstaan, als verhaal van de geschiedenis, als representant van een stijl. Daarom is het zo belangrijk om ook bij nieuwe bouwplannen zorgvuldig met stijlvormen om te gaan, zij vormen immers de geschiedenis van de toekomst.
Evenwicht tussen helderheid en complexiteit
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.
Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld.
Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan.
Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.
Schaal en maatverhoudingen
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen.
Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken.
De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben.
De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen tezamen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie. Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.
Materiaal, textuur, kleur en licht
Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en passen in de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan.
Door middel van materialen, kleuren en lichttoetreding krijgt een bouwwerk uiteindelijk zijn visuele en tactiele kracht: het wordt zichtbaar en voelbaar. De keuze van materialen en kleuren is tegenwoordig niet meer beperkt tot wat lokaal aan materiaal en ambachtelijke kennis voorhanden is. Die keuzevrijheid maakt de keuze moeilijker en het risico van een onsamenhangend beeld groot.
Als materialen en kleuren teveel los staan van het ontwerp en daarin geen ondersteunende functie hebben maar slechts worden gekozen op grond van decoratieve werking, wordt de betekenis ervan toevallig en kan het afbreuk doen aan de zeggingskracht van het bouwwerk. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het gebruik van materialen en kleuren geen ondersteuning geeft aan de architectonische vormgeving of wanneer het gebruik van materialen en kleuren een juiste interpretatie van de aard en de ontstaansperiode van het bouwwerk in de weg staat.
BIJLAGE 5: BEELDKWALITEITPLANNEN
In deze bijlage zijn (en worden) de (beeldkwaliteit)plannen opgenomen met beeldkwaliteitseisen en/of -richtlijnen die van toepassing zijn voor een zorgvuldige welstandsbeoordeling.
-Beeldkwaliteitplan Kooypunt (2004) (1,34 MB) HERZIEN in 2019: https://www.denhelder.nl/inwoner/ publicatie/beeldkwaliteitplan-bedrijvenpark- kooypunt
-Beeldkwaliteitplan Julianadorp Oost (2008) (7,1 Mb)
-Uitwerkingsplan Stadshart Den Helder (2009) (11,7 Mb)
-Beeldkwaliteitplan 't Laar (herzien 2009) (6,34 MB)
-Willemsoord - een ongeslepen diamant (2012) (3,65 MB) https://ondernemersloket.denhelder.nl/data/ publicatie-ondernemersloket/willemsoord-2012/ Bijlage%202%20-%20Stedenbouwkundig%20plan.pdf?_dc=1476365975406
-Ontwikkeling OS&O-terrein in Huisduinerkwartier(2014) (10,59 MB)
-TOEGEVOEGD: Beeldkwaliteitsplan Tiny Houses https://www.denhelder.nl/inwoner/ publicatie/beeldkwaliteitplan-tiny-houses- falgatuinen-nieuw-den-helder
-Beeldkwaliteitsplan Marsdiepstraat oostzijde Den Helder (zie hieronder)
Indien het betreffende plan niet is opgenomen of de hyperlink om het plan te downloaden werkt niet kunt u contact opnemen met de gemeente.
Waar in een beeldkwaliteitplan verwezen wordt naar de "Commissie Ruimtelijke Kwaliteit" moet "toetsende instantie" gelezen worden.
Beeldkwaliteitsplan Marsdiepstraat Oostzijde Den Helder
I n h o u d s o p g a v e
Inhoudsopgave – bladzijde 2
Voorwoord – bladzijde 3
Planbeschrijving
Inleiding – bladzijde 4
Begrenzing plangebied – bladzijde 4
Uitgangspunten ontwerp – bladzijde 4
Uitwerking blok deel 1 – bladzijde 5
Uitwerking blok deel 2 – bladzijde 5
Regels beeldkwaliteitsplan
Materialisering buitenzijde – bladzijde 6
Kleuren-materialenpalet blok deel 1 noord – bladzijde 8
Kleuren-materialenpalet blok deel 2 zuid – bladzijde 9
Regels reclameuitingen – bladzijde 10
Impressies – bladzijde 13
opdrachtgever: Gemeente Den Helder
Postbus 36, 1780 AA Den Helder
uitgevoerd door:
KJK Architecten B.V.
Kerkgracht 4, 1782 GJ Den Helder
Voorwoord
Voor u ligt het Beeldkwaliteitsplan Marsdiepstraat oostzijde. Dit beeldkwaliteitsplan is opgesteld aan de hand van het structuurontwerp voor de gevelrenovatie van de Marsdiepstraat 349 – 407 en heeft als doel de gewenste ruimtelijke kwaliteit van dit deel van de Marsdiepstraat vast te leggen.
Het beeldkwaliteitsplan biedt architectonische richtlijnen voor de bebouwde omgeving. Deze richtlijnen vormen een kader voor de ontwikkelaar, gemeente, eigenaren en gebruikers, architecten en andere ontwerpers bij de verdere uitwerking. Ze zorgen ervoor dat de samenhang, ambities en uitgangspunten van de voorgenomen gevelrenovatie behouden blijven en hopelijk worden versterkt. In sommige gevallen houdt dit in dat er gedetailleerde richtlijnen worden gegeven. In andere gevallen betreft het een meer algemene beschrijving die het plan richting geeft, maar tegelijkertijd ruimte biedt voor creativiteit en voortschrijdend inzicht. Het doel is om gezamenlijk de beste manier te vinden om de beoogde doelstellingen te realiseren.
Daarnaast fungeert het beeldkwaliteitsplan als inspiratiebron, met een duidelijk beeld van de gewenste sfeer en kwaliteiten voor dit deel van de Marsdiepstraat. Met de kaders en richtlijnen wordt niet alleen de kwaliteit van individuele gebouwen gewaarborgd, maar ook de samenhang binnen het plan gegarandeerd. In het beeldkwaliteitsplan worden de vele mogelijkheden in architectuur en verbeelding, die voortkomen uit de toe te passen techniek en materialisering, ingeperkt tot een overzichtelijk palet. Het is van essentieel belang om een balans te vinden tussen variatie en harmonie in de architectuur, die op een goede wijze aansluit bij de stedenbouwkundige context. Het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit van het plan is cruciaal bij de realisatie , maar het is even belangrijk om deze kwaliteit ook voor de toekomst te kunnen behouden.
Plangebied beeldkwaliteitsplan: blok deel 1 noord en blok deel 2 zuid incl. zijgevel Scheldestraat
P l a n b e s c h r i j v i n g
Inleiding
In de aanpak van de gevelrenovatie winkels en bovenwoningen Marsdiepstraat 349 – 407 wordt geprobeerd te komen tot een aantrekkelijke, haalbare, betaalbare, pragmatische en succesvolle verbetering van het gevel- en straatbeeld. Om dit te realiseren en duurzaam in stand te houden, zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd die we kunnen vatten onder de term beeldkwaliteitsplan: een set aan uitgangspunten en regels, die ervoor moeten zorgen dat het gewenste gevelbeeld tot stand komt, als ook dat dit op de langere termijn in stand blijft.
Begrenzing plangebied
Het beeldkwaliteitsplan omvat een set aan uitgangspunten en regels die van toepassing zijn op de voorgevels van de panden aan de Marsdiepstraat 349-407. Het plangebied is opgedeeld in twee delen middels de twee aparte bouwblokken Marsdiepstraat 349-385 en Marsdiepstraat 387-407. Marsdiepstraat 349-385 omvat de noordelijke rij panden die we in het proces “blok deel 1” zijn gaan noemen. Marsdiepstraat 387-407 omvat de zuidelijke rij panden die we in het proces “blok deel 2” zijn gaan noemen, inclusief de zijgevel zuidzijde van het blok deel 2 aan de Scheldestraat.
Begrenzing plangebied: Vanaf Marsdiepstraat 349 t/m 407, inclusief zijgevel a/d Scheldestraat
Uitgangspunten ontwerp
Het noordelijke blok deel 1 en het zuidelijke blok deel 2 hebben vanuit de oorspronkelijke nieuwbouw een verschillend karakter. Het concept gaat uit van behoud van de oorspronkelijke structurerende elementen in het gevelontwerp, zonder ingrijpende wijzigingen in het gevelbeeld – maar wel voorzien van een goed geïsoleerde gevel.
De aanpak gevelrenovatie is zo opgezet dat ook als niet alle winkeleigenaren meedoen, de renovatie toch mogelijk blijft voor diegenen die wél meedoen. Daar waar de wel aangepakte gevelvlakken grenzen aan de niet aangepakte, zal dit nog steeds zal resulteren in een aanvaardbaar en verbeterd gevelbeeld. Kortom een opzet die individueel keuzevrij is en niet afhankelijk wordt van een deelname van allen. Ook bij gedeeltelijke of gefaseerde uitvoering – met een minimale ondergrens aan participatie van in ieder geval 5 aaneengesloten panden – blijft de renovatie pandsgewijs mogelijk. Dit is alleen mogelijk doordat we de het oorspronkelijke gevelontwerp accepteren als basis, deze adopteren en daarop een goede renovatie-ingreep toepassen. Om deze reden blijven de afmetingen van de bestaande gevelopeningen, de geveldragende constructies zoals balken, kolommen en lateien behouden, zij het wel voorzien van een moderne goede isolatie.
Ook blijft een scheiding tussen winkelplint en bovenwoning zoals deze in het oorspronkelijke gevelbeeld is ontworpen behouden: deel 1 de lage horizontale luifelrand tussen plint en bovenwoningen, deel 2 de terugliggende winkelplint ten opzichte van de voorliggende bovenwoningen.
Blok deel 1
-Blok deel 1 heeft een voornamelijk horizontaal gevelbeeld, dit moet behouden blijven
-gevat in omsluitende betonnen portalen en horizontale bandramen per pand
-de bovenwoningen blokbreed in dezelfde opzet, winkels meer pandsgewijs karakter
-tussen winkelplint en bovenwoningen een doorlopende kort uitstekende luifel
-oorspronkelijke loggia's vrijwel verdwenen maar blijven mogelijk, hetzij als open loggia hetzij als gesloten serre met te openen beglazing
-bandramen bovenwoningen blokbreed op dezelfde manier gerenoveerd, identiek gevelbeeld
-winkelplint pandsgewijze opzet: positie puien kunnen individueel afwijken/variëren, maar wel blokbreed dezelfde opbouw van glaspuien op een plint in dezelfde kleurenopzet en materialisering
-de winkelpuien kunnen zoals nu aanwezig zowel verdiept of vlak in de voorgevel liggen
-de winkelpuien kunnen voorzien zijn van een enkele of een dubbele deuropening
-de winkelramen worden altijd voorzien van een steenachtige plint
-entrees bovenwoningen ongewijzigd, deze kunnen zich bevinden in het zijvlak van de entree of in het voorvlak, mits de kleuren en materialen blokbreed hetzelfde blijven
-reclames van de winkels bevinden zich in een specifiek omschreven positie, zie uitwerking reclame uitingen.
Blok deel 2
-Blok deel 2 heeft een voornamelijk verticaal gevelbeeld, dit moet behouden blijven
-gekarakteriseerd door een reeks slanke kolommen die elk pand in twee beuken verdeelt
-bovenwoningen blokbreed dezelfde opzet, de winkelplint meer pandsgewijs karakter
-de overdekte gang / gaanderij onder de bovenwoningen blijft behouden, daarmee blijft de positie van de winkelpuien en woningentrees ook ongewijzigd
-winkelplint pandsgewijze opzet: winkel- en woningentreepuien kunnen individueel afwijken/variëren, maar wel blokbreed dezelfde opbouw van glaspuien op een plint in dezelfde kleurenopzet en materialisering
-de winkelpuien kunnen voorzien zijn van een enkele of een dubbele deuropening
-de winkelramen worden altijd voorzien van een steenachtige plint
-de bovenwoningen hebben afwisselend een vak met beukbreed bandraam en een vak met een door metselwerk omsloten bloemkozijn. Dit open/dicht ritme dient blokbreed behouden te blijven
-het verticale ritme van kolommen en vakvullingen strekt zich ook uit over de zijgevel aan de Scheldestraat
-als accent wordt bij renovatie de overgang gevel naar dak voorzien van een uitstekende dakrand, in dezelfde kleuren en materialisering als de lage luifel van blok deel 1
-deze dakrand strekt zich uit tot over de zijgevel aan de Scheldestraat.
Voor beide blokken is de opzet zo gekozen dat de gevelrenovatie van de aangrenzende panden ook mogelijk blijft, zelfs als een enkele eigenaar besluit niet deel te nemen. Dit garandeert een consistent en verbeterd gevelbeeld, ook voor de toekomst. Mocht een eigenaar wel de gevel gaan renoveren / aanpakken, zijn de regels van dit beeldkwaliteitsplan de leidraad.
R e g e l s b e e l d k w a l i t e i t s p l a n
Materialisering buitenzijde
Hoewel de twee blokken qua karakter verschillend blijven, wordt voor de kleuren- en materialenkeuze een uniform palet toegepast voor beide blokken, en dus voor de gehele west- en zuidgevel. Dit palet bepaalt de gevelcompositie en zal worden toegepast op alle gevelonderdelen.
De keuze van kleuren en materialen is geïnspireerd door de omgeving en de oorspronkelijke materialisatie van de gevelwand van de blokken. Het palet is zo samengesteld dat het zowel een verwijzing is naar de oorspronkelijke jaren ’60- architectuur, alsook de gevel een eigentijdse, tijdloze en duurzame uitstraling geeft.
De overeenkomstigheid in kleur, textuur, metselverbanden en voegtypes speelt hierin een cruciale rol. Uniformiteit in deze elementen zorgt voor een visueel samenhangend gevelbeeld, waarin de verschillende panden een harmonieuze eenheid vormen, ondanks hun individuele kenmerken. Daarnaast is het belangrijk dat de gebruikte materialen duurzaam en onderhoudsvriendelijk zijn. Door het toepassen van goede en duurzame materialen die bestand zijn tegen de tand des tijds, wordt niet alleen het esthetische resultaat gewaarborgd, maar ook het onderhoud en behoud van de gevel op de lange termijn. Goed onderhoud is essentieel om de gevels in hun oorspronkelijke staat te behouden, waardoor de investering in de renovatie zich op de lange termijn blijft uitbetalen.
Regel 1. Vaststelling toe te passen kleuren en materialen, uitleg palet
Zoals gesteld is het palet gekozen om rust en eenheid in het gevelbeeld te brengen, daarnaast is het palet zo gekozen dat het goed aansluit op het bestaande kleurenpalet. Het palet geldt voor het gehele blok, maar er worden wel subtiel verschillende accenten gelegd per blokdeel. Het is van belang dat alle toe te passen kleuren en materialen passen binnen dit palet. De voorgestelde kleuren en materialen zijn te vinden zijn op pagina 8 en 9 van dit document.
Blok deel 1
Hoofdopzet is voor blok deel 1 is het accentueren van het betonnen portaal, waarin opgenomen een horizontale opzet met bandraamkozijnen in kleuren conform het palet en vakvullingen/borstweringen in keramiek in aardekleuren (zoals terracotta). Het is de bedoeling dat de bovenwoningen alle in een gelijke kleurenopzet uniform worden uitgevoerd.
De winkelplint wordt gescheiden van de bovenwoningen door middel van de bestaande doorgaande luifelrand die in een metaalafwerking wordt uitgevoerd. In de winkelplint is er meer vormvrijheid en individualiteit per pand, zoals variatie in de positionering van de winkelpuien in de gevel en plaatsing van de entreedeuren. De winkelramen dienen voorzien te worden van een kunst- of natuurstenen lage plint.
Voor de kleuren is juist wel gekozen voor een overeenkomstig continu gevelbeeld, dus een gelijke opzet in kleur van de puien, entreedeuren, plinten en metselwerk vakvullingen.
Blok deel 2
Hoofdopzet voor blok deel 2 is het accentueren van de verticaliteit van de stalen kolommen, die door een isolatiepakket van stalen H-profielen evolueren naar rechthoekige kolommen in dezelfde betonlook als de portalen van het blok deel 1. In plaats van een luifel zoals bij blok deel 1 wordt hier boven de kolommenrij een afsluitende dakrand geïntroduceerd in dezelfde zinken afwerking.
De vakken tussen de kolommen worden gevuld met bandramen zoals bestaand, in lichte schilderkleuren. De vakvullingen worden zoals bestaand uitgevoerd in keramische baksteenstrips in twee tinten uit het palet. Het is de bedoeling dat de bovenwoningen alle in een gelijke kleurenopzet uniform worden uit gevoerd.
De winkelplint wordt gescheiden van de bovenwoningen door middel van de te handhaven overdekte gang. In de winkelplint is er meer vormvrijheid en individualiteit per pand, zoals variatie in de positionering van de winkelpuien in de gevel en plaatsing van de entreedeuren. De winkelramen dienen voorzien te worden van een kunst- of natuurstenen lage plint.
Voor de kleuren is gekozen voor een overeenkomstig rustig continu gevelbeeld, dus een gelijke opzet in kleur van de puien, entreedeuren, plinten en metselwerk vakvullingen.
De kolommen en portalen worden op het niveau van de plint duurzaam en schadebestendig uitgevoerd in kunststeen, natuursteen, composietbeton of gelijkwaardig in een gelijke kleur als de hoger gelegen delen die in betonstuc worden uitgevoerd.
Deze opzet is voor blok deel 1 en 2 uitgewerkt in het gevelschema op de navolgende pagina’s.
Kleuren/materialenpalet – Blok deel 1 noord
Metselwerk plint
Keramische steenstrips of baksteen
Lichtgrijs / zandkleur
Gevelbekleding tussen bandramen
Keramische tegels
Terracotta
Betonnen portaal kolom en dakrand
Stucwerk betonlook boven de luifel, com posiet/kunstbeton eronde
Licht warmgrijs – onder en boven de luifel dezelfde kleurtint
Kozijnen, ramen en deuren
Kozijnen, ramen en deuren metaal of hout raamdorpels metaal in kozijnkleur, hard steen onder winkeldeuren
Winkels kozijnen ivoor, winkeldeuren terracotta, woningdeuren beige. Bovenwoningen kozijnen blauwgrijs, ramen antracietgrijs
Gevelbekleding onder winkelramen
Plint composietbeton of hardsteen
Naturel warmgrijs, vlak of licht gefrijnd
Luifel
Metaal zetwerk, onderzijde luifel beplating hout of metaal
Zink naturel / zinkgrijs, onderzijde luifel lichtgrijs
Dakranden
Metaal zetwerk
Zink naturel / zinkgrijs
Hemelwaterafvoeren
Metaal
Zink naturel / zinkgrijs
Zonweringen
Metaal / doek screens bovenwoningen, uitvalscherm winkels
Woningen blauwgrijs, winkels beige/ivoor
Reclames
Losse doosletters metaal, afmetingen zie reclame paragraaf
In bedrijfskleur of naturel aluminium
Kleuren/materialenpalet – Blok deel 2 zuid
Metselwerk bovenwoningen
Keramische steenstrips of baksteen
Lichtgrijs / zandkleur – rood / terracotta genuanceerd
Portaal kolommen
Stucwerk betonlook boven overdekte gang, composiet / kunstbeton eronder
Licht warmgrijs – onder en boven de overdekte gang dezelfde kleurtint
Kozijnen, ramen en deuren
Kozijnen, ramen en deuren metaal of hout raamdorpels metaal in kozijnkleur, hardsteen onder winkeldeuren
Winkels kozijnen ivoor, winkeldeuren terracotta, woningdeuren beige. Bovenwoningen kozijnen blauwgrijs, ramen antracietgrijs
Gevelbekleding onder winkelramen
Plint composietbeton of hardsteen
Naturel warmgrijs, vlak of licht gefrijnd
Overdekte gang / gaanderij
Onderzijde overdekte gang / plafond beplating hout of metaal
lichtgrijs
Dakranden
Metaal zetwerk
Zink naturel / zinkgrijs
Hemelwaterafvoeren
Metaal
Zink naturel / zinkgrijs
Zonweringen
Metaal / doek screens bovenwoningen.
Woningen blauwgrijs
Reclames
Losse doosletters metaal, afmetingen zie reclame paragraaf
In bedrijfskleur of in naturel aluminium. Metalen frame antracietgrijs
Regel 2. Reclames
a.algemene regels uit de reclameparagraaf van de welstandsnota of diens rechtsopvolger zijn van toepassing
b.positionering en afmetingen reclames
Voor beide blokken is in samenhang met de architectuur van deze blokken de toegestane positie en afmetingen van de gevelreclames bepaald. Om een goede beeldkwaliteit te behouden is het van belang dat alle reclame-uitingen zich aanpassen aan deze regels voor de positie en afmetingen. Deze regels gelden ten eerste, en zijn aanvullend op de algemeen geldende regels voor reclames (a). Daar waar tegenstrijdigheden zijn, gelden de regels in dit beeldkwaliteitsplan.
blok deel 1 noord:
Bovenop de luifel losse intern verlichte metalen of kunststof doosletters; onder de luifel desgewenst een metalen frame met bedrijfslogo of losse letters. reclame-uitingen achter het glas van de winkelpuien vrij mits de gevelpuien niet geblindeerd worden of het zicht naar binnen afneemt.
Positie: toegestaan in de reclame zone (groen) en niet in de reclamevrije zone.
Afmetingen: zie schema. Boven de luifel max. h x b = 500 x 4200 mm. Onder de luifel het glasvlak boven de winkeldeuren en één uithangbord max. h x b = 300 x 800 mm.
Blokdeel 2 zuid
Bovenaan de overdekte gang / gaanderij in het voorgevelvlak losse eventueel intern verlichte metalen of kunststof doosletters, gevat in een metalen frame.
Onder de overdekte gang / gaanderij in het vlak van de winkelpuien in het kozijnvak boven de winkeldeuren desgewenst reclame bedrijfslogo of losse letters. Reclame-uitingen achter het glas van de winkelpuien vrij mits de gevelpuien niet worden geblindeerd of het zicht naar binnen afneemt.
Positie: toegestaan in de reclame zone (groen) en niet in de reclamevrije zone.
Afmetingen: zie schema. Bovenaan de overdekte gang / gaanderij maximaal h x b = 500 x 3000 mm. Onder de overdekte gang / gaanderij het glasvlak boven de winkeldeuren (groen).
Regel 3. overige onderdelen aan de gevels: vlaggen, losse onderdelen, zonwering, verlichting, huisnummers en naar aard daarmee gelijk te stellen objecten/bouwwerken etc.
Ook voor deze losse onderdelen is van belang dat er één consequente lijn getrokken wordt om te voorkomen dat de gevels opnieuw verrommelen. Volledigheidshalve dan ook onderstaande punten:
-De samenhang en de ritmiek van de straatwand mag niet worden verstoord door reclames of overige niet tot het gebouw of gevel behorende onderdelen.
-Kleuren dienen terughouden gekozen te worden en passend zijn in het kleurenpalet van de gevels.
-Het per bedrijf plaatsen van vlaggenmasten is niet toegestaan.
-Lichtbakken en verwijsborden zijn niet toegestaan;
-Reclamezuilen die losstaan van de gevel zijn niet toegestaan;
-Geen reclame voor diensten of producten die niet in het pand plaatsvinden of daar niet worden verkocht;
-huisnummers worden nabij de entreedeur van winkel of bovenwoning aangebracht.
-Toegelaten zonweringen staan beschreven in het kleuren-materialenpalet voor blok deel 1 en blok deel 2.
-Indien de toegelaten zonwering bij een winkel wordt toegepast, is het onder voorwaarde en ter goedkeuring welstand toegestaan op het doek een bedrijfsnaam of logo te voeren, passend in het kleurenpalet van zowel de gevel als het zonweringsdoek.
Impressies