Aanhef
De raad van de gemeente Den Helder;
gelezen het raadsvoorstel nummer RVO15.0002 van het college van burgemeester en wethouders van Den Helder van 23 februari 2015;
kennis genomen hebbende van de voorbereidende commissievergadering Stadsontwikkeling en -beheer op 16 februari 2015;
besluit:
De Nota Zonneparken (ID15.00015) vast te stellen voor het kunnen stellen van een eenduidig kader voor zonneparken in de gemeente Den Helder.
Aldus besloten in de raadsvergadering van 23 februari 2015.
voorzitter
Koen Schuiling
griffier
mr.drs. M. Huisman
2. Ambities
2.1 Rijks ambities
Op 6 september 2013 sloten ruim veertig partijen, waaronder de overheid, samen een Energieakkoord voor duurzame groei. “De komende jaren wordt er fors geïnvesteerd in energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking. Dit Energieakkoord is daarom niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de Nederlandse economie: het levert tienduizenden nieuwe banen op, verbetert het concurrentievermogen van de industrie en vergroot de export.” (Energieakkoord, 2014).
De Rijksoverheid wil in 2023 16% van alle energie duurzaam opwekken en in 2050 zelfs een volledig duurzaam energievoorziening. Hierin speel zonne-energie, naast windenergie een belangrijke rol. Particulieren kunnen van het Rijk geen subsidie meer krijgen voor zonnepanelen, maar voor bedrijven en non-profitinstellingen is dit wel mogelijk via de SDE+ (Subsidie duurzame energie) subsidieregeling. Dit geldt voor Hernieuwbare elektriciteit - Fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV) met een vermogen ≥ 15 kWp en hernieuwbare warmte - Zonthermie met apertuuroppervlakte ≥ 100 m², waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren.
Ook is er sinds januari 2014 de postcoderoosregeling. Deze regelt een fiscaal voordeel voor lokale opwekking van duurzame energie door coöperaties. Deze regeling staat momenteel onder druk door de complexiteit en een zware administratieve verplichting voor de coöperaties die de energie afnemen.
2.2 Provinciale ambities
“De provincie zet zich in voor die vormen van duurzame energie die de beste kansen bieden voor Noord-Holland. De gekozen speerpunten hebben een hoge economische potentie en de uitgangspositie van Noord-Holland is, in vergelijking met andere Nederlandse regio’s, sterk. Dat zijn: Offshore wind, Biomassavergassing, Duurzaam bouwen en Zonne-energie “ (website Provincie Noord-Holland).
Het accent binnen het speerpunt Zonne-energie ligt op de gebouwde omgeving. Hier vindt ruim 40% van het energieverbruik plaats. Zon levert op dit moment een bescheiden bijdrage van 5% aan de duurzame energieproductie in de provincie, op basis van de bij de provincie bekende projecten. Alle operationele zonnestroom projecten leveren in totaal een duurzame energieproductie van 83 Terajoule per jaar op en zorgen voor een CO2-reductie van 5.500 ton. Het installeren van zonne-energie levert daarnaast veel werkgelegenheid op. Geschat wordt dat iedere megawatt aan zonnepanelen ongeveer 42 arbeidsplaatsen oplevert.
In de Resultaten Duurzame Energie geeft de provincie Noord-Holland aan dat het onderzoek gaat doen naar de haalbaarheid van zonneweides en dat ze zorgt voor ondersteuning van gemeenten met haalbaarheidsstudies / business cases op dit gebied.
2.3 Gemeentelijke ambities
In de nota Duurzaamheid van de Gemeente Den Helder (vastgesteld door de raad in januari 2010) spreekt de gemeente uit in 2020 tenminste 20% van de energiebehoefte van Den Helder te vervullen met duurzame energie en in 2050 voor tenminste 50%. Het meewerken aan de realisatie van grootschalige duurzame energiebronnen in periode 2010 – 2025 en verder is hiervoor een belangrijk middel. De mogelijkheden voor windenergie op land zijn zeer beperkt vanwege de belemmeringen die er uitgaan van de luchthaven en Defensie. Daarom komt er extra druk te liggen op andere bronnen van duurzame energie: zon, biomassa, water.
Als één van de vijf provinciale economische clusters staat duurzame energie volop in de aandacht in het economisch beleid van de individuele gemeenten en van de Kop van Noord-Holland (onder de noemer De Kop werkt!). Dit wordt aangevlogen vanuit de 4 O’s: ondernemers, onderwijs, onderzoek, overheid. Troefkaarten van de Kop zijn hierin de vele onderzoek- en kennisinstituten en, ondernemers in de energy- en maritieme cluster betrokken overheden en onderwijs (gerelateerde) instellingen (onder andere ROC, MCN< ECN, TNO, Imares, Koninklijk NIOZ, Tocardo, Tidal Test Centre, ATO en de technische en maritieme kennis van de Koninklijke marine en het Marinebedrijf). Zonneparken kunnen worden gezien als industrie dat energie opwekt (net als de locatie van de NAM)
Het College van B&W onderschrijft deze ambities in haar coalitieakkoord door te stellen dat “de havenfunctie moet worden benut om van Den Helder koploper te maken op het gebied van schone energie”. Ze zetten vol in op duurzame energie. “Zowel in het kader van het economisch stimuleringsbeleid als in haar eigen bedrijfsvoering.”
3. Waarom zonne-energie in Den Helder?
3.1 Op zoek naar nieuwe functies
Den Helder heeft een krimpende bevolking waardoor de vraag naar ruimte afneemt. Hierdoor liggen de grondprijzen laag en is het een voortdurende zoektocht naar functies voor de (tijdelijke) ongebruikte ruimte. Daarnaast gaat door klimaatsverandering de verzilting de komende jaren substantieel toenemen waardoor de bollenteelt in de Koegraspolder onder druk komt te staan en er mogelijk gezocht moet worden naar andere functies.
3.2 Klimatologische voordelen
Den Helder is één van de zonnigste gemeenten van Nederland. In 1999, 2003, 2007 en 2013 zelfs de zonnigste. Gemiddeld schijnt hier volgens de gegevens van het KNMI de zon 200 uur (ruim 16%) meer dan in het oosten van Nederland.
3.3 Economische voordelen
De aanleg van meer zonne-energie levert voor ondernemers en burgers op lange termijn voordelen op in vergelijking tot de conventionele bronnen. Dit vraagt echter wel om een investering in de zonnepanelen. Een ander economisch voordeel is dat het extra werkgelegenheid biedt omdat de stroom lokaal wordt opgewekt. Deze werkgelegenheid zit in de aanleg en het onderhoud (door lokale bedrijven). Bij een toepassing op grote schaal kan het zijn dat de bedrijfsvoering van de zonne- energieproducenten zich in deze gemeente gaat vestigen.
3.4 Imagoverbetering
Den Helder kan zich door in te zetten op zonne-energie extra profileren als duurzame zonnestad. Dit kan bijdragen aan een beter imago.
4. Ruimtelijke en economische overwegingen voor zonneparken
4.1 Zonne-energie in combinatie met andere functies
Duurzaamheid is er niet alleen in de vorm van energie, maar ook in ruimtegebruik. Een goed voorbeeld hiervan is het koppelen van verschillende functies op één locatie. De opwekkingvan zonne-energie (op grote en kleine schaal) kan uitstekend worden gecombineerd met andere functies. Het meest logische voorbeeld hiervan zijn panelen op daken gebouwen, maar men kan ook denken aan het combineren van zonne-energie met andere functies als parkeren, infrastructuur, waterberging, natuur en recreatie. Dit maakt de ruimte claim kleiner en kan er ook voor zorgen dat functies elkaar versterken (bijvoorbeeld schaduw op de parkeerplaatsen).
4.2 Zonneparken als tijdelijke invulling van pauzelandschappen
Als gemeente gelegen in een anticipeer-regio (op de krimp) heeft Den Helder te maken met een niet al te grote belangstelling voor nieuwbouw- of herstructuringslocaties. Als gevolghiervan ligt een aantal terreinen te wachten op ontwikkeling, ook wel pauzelandschappen genaamd. Voor deze pauzelandschappen is er een zoektocht naar tijdelijke functies. Zonnepanelen kunnen een goede tijdelijke invulling zijn mits dit voldoet aan een aantal ruimtelijke randvoorwaarden. De afschrijvingsperiode voor zonnepanelen is gemiddeld 15- 20 jaar, waardoor een tijdelijke bestemming (maximaal 10 jaar) waarschijnlijk (nog) niet mogelijk is.
4.3 Zonneparken in het buitengebied
De bovenstaande mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie hebben door hun multifunctionaliteit de voorkeur boven de realisatie van mono-functionele zonneparken in het buitengebied. Dit neemt echter niet weg dat de gemeente Den Helder ook deze mogelijkheid open wil houden voor ondernemers om bij te dragen aan het verduurzamen van onze energiehuishouding. Door hun grootschaligheid en mono-functionaliteit hebben zonneparken in het buitengebied immers ook technische, organisatorische en financiële voordelen. Om verrommeling en versnippering van het landschap tegen te gaan willen wij dit echter niet overal en niet zonder een aantal randvoorwaarden toestaan. Daarom wordt er eerst gekeken naar geschikte locaties voor eventuele zonneparken. Vervolgens wordt er in het volgende hoofdstuk een aantal voorwaarden gesteld om de ruimtelijke kwaliteit van deze eventuele nieuwe ontwikkelingen te waarborgen.
4.4 Kansrijke locaties in de gemeente Den Helder
Bij de zoektocht naar kansrijke locaties voor zonneparken in de gemeente Den Helder wordt er een aantal gebieden uitgesloten: Woonwijken, waardevolle natuur- en groengebieden en de landschappelijk waardevolle, open agrarische gebieden. Bij de gebieden die overblijven liggen er onder strikte voorwaarden kansen in de Duinzoom. De pauzelandschappen en industriegebieden bieden grotere kansen voor zonneparken. Hierbij is een drietal (al dan niet tijdelijke) locaties aangewezen die de voorkeur genieten binnen de gemeente Den Helder. Op de hieropvolgende twee pagina’s worden deze gebieden in combinatie met zonneparken nader toegelicht.
5. Randvoorwaarden Zonneparken
5.1 Ruimtelijke randvoorwaarden
•De volwassen persoon moet vanuit de omgeving over de panelen heen kunnen kijken. De maximale hoogte van de panelen is dus afhankelijk van de omgeving ten opzichte van het maaiveldniveau van het perceel;
•Een landschappelijke oplossing voor de beveiliging aan de randen van het zonnepark (dit houd in dat hekwerken niet zichtbaar zijn op het maaiveld);
•De noordkant (onaantrekkelijke kant van de installaties) van de kavel en installaties als schakelcellen, algemene laagspanningsborden en transformatoren dienen uit het zicht te worden onttrokken door middel van beplanting;
•Afstand van minimaal 30 meter tot bestaande woningen;
•Rekening houden met de bestaande landschapskarakteristieken (elementen, structuren, open/gesloten etc.);
•Zoveel mogelijk clusteren van de zonnevelden;
•De constructie van de opstellingen van panelen dient zo éénvoudig mogelijk te worden uitgevoerd, zodat ze zo min mogelijk opvallen;
•Een groene inrichting van het maaiveld (grasland) heeft de voorkeur;
•Informatie verstrekken bij het zonnepark over duurzame energie;
•Bij het ontwerp van de installaties dient rekening te worden gehouden met de eventueel aanwezige kabels en leidingen en afspraken te worden gemaakt met de betreffende beheerder.
5.2 Economische randvoorwaarden
•De aanleg en het onderhoud van het zonnepark dient zoveel mogelijk te worden gedaan door lokale/regionale bedrijven;
•Goede afspraken met de gemeente over de eventuele tijdelijkheid van de zonneparken;
•Een zonnepark mag andere economische ontwikkelingen niet in de weg zitten (bijvoorbeeld een aantrekkelijk landschap voor het toerisme).
5.3 Provinciale wet- en regelgeving
De Provinciale Ruimtelijke Verordering Structuurvisie (PVRS) van Noord-Holland voorziet nog niet in een regeling voor zonneparken. Wel is de provincie momenteel bezig met het opstellen van ruimtelijk afwegingskader voor zonne-energie. In de conceptversie van dit stuk wordt gesteld dat “de toepassing van zonne-energie is niet toegestaan tenzij gronden ongeschikt zijn voor andere functies (er mag geen concurrentie zijn met de land- en tuinbouw) en mits locatie een positief effect heeft op het omliggende landschap”. Verder mag het opwekken van zonne-energie niet mogelijk is op gronden met hoge natuur- en/ of landschapswaarden of gronden met een hoge cultuurhistorische waarde. Er worden ook mogelijkheden geboden voor “de toepassing van zonne-energie bij moderne, droge of natte infrastructuur (wegen spoorwegen, kanalen, dijklichamen, vliegvelden)”. Ook liggen er kansen voor braakliggende terreinen en zonne-energie in combinatie met meervoudig ruimtegebruik.
Ten aanzien van de huidige verordening PRVS geeft de provincie aan dat een zonnepanelen park op grond van een uitspraak van de Raad van State omtrent de gemeente Abcoude gezien moet worden als toename van verstedelijkt gebied. Dit houd in dat plannen voor zonneparken op locaties buiten het bestaand bebouwd gebied (BBG) moeten voldoen aan de artikelen 12 en 13 PRVS, indien:
a.de noodzaak van verstedelijking als bedoeld in het eerste lid is aangetoond;
b.is aangetoond dat de beoogde verstedelijking niet door herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren binnen bestaand bebouwd gebied;
c.kan worden gerealiseerd en;
d.het bepaalde in artikel 15 in acht wordt genomen (zie de bullits hieronder).
De onderbouwing voor het aan tonen van het nut en noodzaak van het plan dient plaats te vinden in het (gewijzigde) bestemmingsplan of in de afwijkingsprocedure ervan. Hiervoor geldt de ladder voor duurzame verstedelijking. Concreet betekent dit dat de gemeente in het bestemmingsplan een onderbouwing op moet nemen ten aanzien van kwantiteit en kwaliteit. De criteria waarop vanuit ruimtelijke kwaliteit wordt getoetst zijn opgenomen in artikel 15. Hierin staat dat een gemeente in hun bestemmingsplan een onderbouwing op moeten, nemen ten aanzien van de volgende punten:
•Is het plan regionaal afgestemd? De gemeente heeft instemming van de regio over het woningbouwplan nodig;
•Is er kwantitatief behoefte lokaal en regionaal? De gemeente moet aantonen op basis van de afspraken uit het regionaal actieprogramma (RAP), de provinciale vraaggestuurde woningbouwprognose en de provinciale woningbouwmonitor dat er behoefte is aan dit plan, zowel lokaal als regionaal en eventueel ook interregionaal;
•Is er kwalitatief behoefte lokaal en regionaal? De gemeente geeft aan of het plan lokaal en regionaal past binnen de kwalitatieve behoefte zoals opgenomen in het RAP, het onderzoek vraaggestuurd bouwen en de woningbouwmonitor;
•Zijn er lokaal en regionaal binnenstedelijke mogelijkheden om dit plan te realiseren? De gemeente geeft aan welke mogelijkheden voor woningbouw er zijn binnen bestaand bebouwd gebied (BBG) middels herstructureren, intensiveren, combineren of transformeren lokaal en regionaal. Vervolgens onderbouwt de gemeente waarom het plan dat zij heeft buiten BBG, niet op deze plek(ken) binnen BBG kan worden gerealiseerd.
Naast het aantonen van nut en noodzaak moet een plan voor een zonnepark buiten het Bestaan Bebouwd Gebied (BBG) ook voldoen aan de eisen van ruimtelijke kwaliteit, voor zover die raken aan het provinciaal belang. Kortweg gaat het dan om de landschappelijke aspecten, want de architectuur is een zaak van de lokale/ regionale welstand. De provincie (GS) laat zich hierin voor plannen buiten BBG (woningbouw en andere functies) adviseren door de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (ARO). De gemeente onderbouwt een plan op het punt van landschappelijke inpassing, met een afzonderlijk beeldkwaliteitsplan of als onderdeel van het ruimtelijk plan. De ARO toetst aan het provinciaal beleid, met name de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.
5.4 Gemeentelijke wet- regelgeving
Het aanleggen van een zonneweide is planologisch gezien anders dan de plaatsing van een zonnepaneel op een dak. Het is niet omgevingsvergunning-vrij. Als een zonneweide niet past binnen de geldende bestemming is het voeren van een bestemmingsplanprocedure of een afwijkingsprocedure verplicht. De ruimtelijke procedure voor een tijdelijke omgevingsvergunning of een bestemmingsplan is ongeveer dezelfde.
Het voordeel van een tijdelijke omgevingsvergunning is dat de huidige bestemming op het gebied kan blijven liggen. Zo behoudt de grond juridisch, beleidsmatig en financieel nog de functie die het ook had. Het is dan na de exploitatie, bijvoorbeeld na twintig jaar, weer mogelijk om terug te gaan naar de oorspronkelijke bestemming. De zonneweide wordt dan gezien als een ‘tijdelijke’ functie. Het tijdelijk aanpassen van de bestemming van gronden wordt overigens op basis van de AMvB Quick wins per 1 november 2014 een stuk eenvoudiger, als dit voor een periode van maximaal tien jaar is, maar waarschijnlijk is dit nog te kort in vergelijking met de terugverdientijd van zonneparken.
Om een tijdelijke omgevingsvergunning of bestemmingsplan wijziging te krijgen toetst de gemeente Den Helder de ruimtelijke plannen met name aan de Structuurvisie, de Nota Groen en de welstandsnota relevant. In deze beleidsstukken wordt niet specifiek ingegaan op zonneparken. In de structuurvisie staat wel dat de Gemeente Den Helder aansluit bij de klimaatafspraken van Rijk en Provincie. De mogelijkheden die zonneparken bieden voor het bereiken van deze doelstelling worden nog niet specifiek genoemd, vandaar dat dit beleidsstuk hier specifiek op in gaat.