Algemeen
Op grond van artikel 18, tweede lid, van de Participatiewet verlaagt het college de bijstand indien de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan.
Conform artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de wet zijn de bepalingen met betrekking tot de afstemming vastgelegd in de gemeentelijke Afstemmingsverordening Participatiewet.
In de Afstemmingsverordening Participatiewet is de hoogte van de verlaging vastgelegd wanneer er sprake is van het blijk geven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan door vermogen op onverantwoord snelle wijze in te teren.
Bepalingen over de duur van de afstemming worden in deze beleidsregel vastgelegd.
Artikel 1 Onverantwoord interen
1Er is sprake van onverantwoord interen van het vermogen indien een belanghebbende voorafgaand aan de bijstandsaanvraag het eigen vermogen heeft besteed, waarbij de maandelijkse besteding meer bedroeg dan anderhalf maal de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm.
2Bij de vaststelling van het op onverantwoorde wijze te snel interen van vermogen wordt in ieder geval rekening gehouden met algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
Artikel 2 Duur verlaging
1Indien het vermogen op onverantwoord snelle wijze is ingeteerd, wordt de uitkering met ingang van de toekenningsdatum verlaagd conform de Afstemmingsverordening Participatiewet.
2De duur van de verlaging is afhankelijk van de mate van het betoonde tekortschietend besef voor de voorziening in het bestaan en is als volgt bepaald:
Hoogte onverantwoord ingeteerde bedrag
Duur van de verlaging
tot
€ 2.000,00
6maanden
vanaf
€ 2.000,00
tot
€ 5.000,00
9maanden
vanaf
€ 5.000,00
tot
€ 12.500,00
12maanden
vanaf
€ 12.500,00
tot
€ 50.000,00
18maanden
vanaf
€ 50.000,00
en
hoger
24maanden
3Wanneer het onverantwoord ingeteerde bedrag lager is dan € 2.000,00, mag bij de verlaging van de bijstand het financieel nadeel van de verlaging niet hoger uitvallen dan het bedrag dat te snel is ingeteerd.
Indien het bedrag van de afstemming in totaal hoger is dan het onverantwoord ingeteerde bedrag, wordt de totale op te leggen verlaging beperkt tot het bedrag dat te snel is ingeteerd.
Artikel 3 Onvoldoende inlichtingen over besteding
Indien het vermogen is ingeteerd zonder dat belanghebbende dit redelijkerwijs heeft kunnen verantwoorden, wordt ervan uitgegaan dat belanghebbende nog de beschikking heeft over het vermogen. De aanvraag wordt in dat geval afgewezen.
Artikel 4 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel Onverantwoord interen vermogen.
Artikel 5 Inwerkingtreding
Na bekendmaking treedt dit besluit in werking op 1 januari 2015.
Den Helder, 25 november 2014
Burgemeester en wethouders van Den Helder,
Koen Schuiling, burgemeester
dr.Joost C.M. Cox, secretaris