Gemeentelijke regelgeving

Welstandsnota Delft

Gemeente Delft · geldt sinds 23 april 2025

Aanhef

Delft november 2024

BESLUIT:

De raad:

1besluit de door het toevoegen van een derde bijlage gewijzigde Welstandsnota Delft 2025 vast te stellen en;

2maakt de Welstandsnota Delft 2025 op de gebruikelijke wijze bekend in het elektronisch gemeenteblad en;

3trekt de Welstandsnota Delft 2021 in.

Dit stroomschema toont de stappen die doorlopen worden als gevolg van de welstandsnota.

Bijlage 1: Sneltoetscriteria

Geldend alleen voor gebieden, zones en gebouwen in Bijzonder en Globaal Welstandsniveau.

Afwijking van de sneltoetscriteria is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

Het betreffen de volgende onderdelen

3NB 1: voor monumenten gelden daarnaast de Uitvoeringsrichtlijnen Monumentenzorg Delft te weten: http://www.delft.nl/Inwoners/Wonen_en_leven/Monumenten/Servicekolom/Direct_naar/Beleid_en_ regels/Beleid_en_regels_monumenten NB 2: voor kleine bouwwerken gelden aparte regels, de Uitvoeringsrichtlijnen Kleine Bouwwerken Straatzijde te weten: Uitvoeringsrichtlijnen Kleine Bouwwerken Straatzijde Delft http://www.delft.nl/pdf/uitvoeringsrichtlijnen_kleine_bouwwerken_straatzijde.pdf

:

1Dakkapellen

2Erfafscheidingen

3Kozijn- en gevelwijzigingen

4Losse bergingen voor fietsen en huisvuilcontainers

5Overkappingen

6Serre en erkers

7Airco units

8Aanlichten gebouwen

9Antennes

10Gevelreclame

11Installaties

12Rolluiken

13Zonweringen

14Zonnepanelen en zonnecollectoren

1Dakkapellen

Een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak moet voldoen aan de volgende eisen:

1Voorzien zijn van een plat dak, tenzij in het bouwblok sprake is van aangekapte dakkapellen. In dat geval moet de dakkapel voorzien worden van een aangekapt dak.

2Gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 meter (m).

3Onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet.

4Bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok.

5Zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.

6Breedte van de dakkapel gelijk of minder is dan 70% van de breedte van het dakvlak.

7Indien in het bouwblok al één of meerdere dakkapellen aanwezig zijn moet voor de boven en onderzijde van de dakkapel dezelfde horizontale lijn worden aangehouden.

8Er morgen geen twee dakkapellen boven elkaar worden geplaatst in hetzelfde dakvlak.

9Kozijnen, panelen en betimmering van de dakkapel hebben hetzelfde uiterlijk als kozijnen, panelen en betimmering in de rest van het pand.

10Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

2Erfafscheidingen

Een erf- of perceelafscheiding in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied moet voldoen aan de volgende eisen:

1Een maximale hoogte van 2 meter, mits deze boven 1 meter voor tenminste 85% open is.

2Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

3Kozijn- en gevelwijzigingen

Een kozijn- (vervangen) of gevelwijziging in een voorgevel of in een naar een openbaar gebied gekeerde zijgevel, is toegestaan mits:

1De gevelopening niet wordt vergroot of verkleind.

2De te vervangen kozijnen, beglazing en panelen hetzelfde uiterlijk hebben als de bestaande kozijnen, beglazing en panelen.

3De beglazing niet wordt vervangen door panelen of panelen door beglazing.

4Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

4Losse bergingen voor fietsen en huisvuilcontainers

Een losstaande berging bestemd voor de stalling van fietsen en/of huisvuilcontainers in het voorerfgebied moet voldoen aan de volgende eisen:

1Niet hoger dan 1,5 m.

2De oppervlakte niet meer dan 5 m² en het totaal bebouwde oppervlakte van alle gebouwen niet meer da 50% van het onbebouwd erf beslaat.

3Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

5Overkappingen

Een al dan niet losstaande overkapping gelegen in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied moet voldoen aan de volgende eisen:

1Niet hoger dan 3 m.

2De voorzijde van het bouwwerk maximaal 1,2 m voor de voorgevel.

3De afstand van de voorzijde van het bouwwerk naar het openbaar toegankelijk gebied is en tenminste 2 m.

4De oppervlakte niet meer dan 20 m2 bedraagt en het totaal bebouwde oppervlakte van alle bijgebouwen niet meer dan 50% van het onbebouwd erf.

5Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

6Serre en erkers

Een serre/ erker in het voorerfgebied of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd achtererfgebied, moet voldoen aan de volgende eisen:

1Niet hoger dan de eerste bouwlaag vermeerderd met 0,4 m aangesloten op het hoofdgebouw.

2De voorzijde van het bouwwerk staat maximaal 1,2 m voor de voorgevel.

3De afstand van de voorzijde van het bouwwerk naar het openbaar toegankelijk gebied is tenminste 2 m.

4Voorzien van een dak met een hellingshoek van minder dan 150.

5De breedte bedraagt maximaal 2/3 van de breedte van de gevel en het totaal bebouwde oppervlakte van alle bijgebouwen op het bouwperceel beslaat tezamen niet meer dan 50% van het onbebouwd erf.

6Het gebruik gelijk is aan het gebruik van het hoofdgebouw.

7De kozijnen, beglazing en panelen hetzelfde uiterlijk hebben als de bestaande kozijnen, beglazing en panelen van het pand.

8De buitenzijde van de serre/erker voor tenminste 65% transparant is.

9Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

7Airco units

Een airco-unit op een plat dak of aan een niet naar het openbare gebied gekeerde zij- of achtergevel moet voldoen aan de volgende eisen:

1Een airco-unit aan de gevel is alleen toegestaan bij gebouwen tot drie lagen hoog.

2De oppervlakte van de voorkant van een airco-unit aan de gevel is maximaal 0,75 m2 en steekt maximaal 0,4 m uit.

3Een airco-unit bij een plat dak heeft maximaal 0,6 m hoogte en een oppervlakte van maximaal 2 m2.

4De afstand van de airco-unit tot aan een dakrand is groter of gelijk aan 1,4 maal de hoogte van de airco-unit.

5Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

8Aanlichten gebouwen

1De lampen hebben wit licht en geen fel, knipperend of opvallend gekleurd licht.

2Gevelverlichting door TL-licht, lichtbakken, verlichtingsslinger of andere figuren in licht is niet toegestaan.

3De armaturen worden per stuk aan de gevel bevestigd.

4De armaturen worden alleen bevestigd tussen de begane grond en de eerste verdieping.

5De lampen zijn alleen op het bedrijfsdeel van het pand gericht.

6De armaturen worden op minimaal 30 centimeter (cm) en maximaal 50 cm afstand van de gevel geplaatst.

7De armaturen zijn maximaal 20 x 15 x 15 cm groot.

8Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

9Antennes voor mobiele telecommunicatie

1Een techniekkast met de bijbehorende bevestigingsconstructie is alleen toegestaan op een plat dak en wordt niet zichtbaar vanaf de openbare weg geplaatst.

2Antennedrager en antenne-installaties dienen op tenminste 3 m afstand van voor- en/ of zijgevel geplaatst te worden.

3Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

10Gevelreclame

1Deze sneltoetscriteria gelden in gebieden met een bijzonder welstandsniveau voor zover deze gebieden ook zijn aangewezen als beschermd stadgezicht en bij panden die beschermd zijn als monument.

2De reclame moet in losse letters op de gevel worden aangebracht.

3Fluorescerende kleuren zijn niet toegestaan.

4Kleine lichtbakken zijn alleen toegestaan als uitsteekreclame.

5Verlichting van reclame en lichtbakken mag alleen de reclame zelf uitlichten en niet uitstralen naar de omgeving of andere delen van de gevel.

6Per gebouw zijn bij een gevelbreedte tot 6 meter maximaal 2 reclames toegestaan. Bij een grotere gevelbreedte zijn 2 reclames plus 1 reclame per 6 strekkende meter gevelbreedte boven de 6 meter toegestaan. Geen additionele reclame-uitingen zijn toegestaan, indien er op de betreffende gevel een banier is aangebracht.

7Bij de hoofdentree mag u aan de gevel slechts 1 bord aanbrengen met de namen van alle bedrijven die in het pand zijn gevestigd.

8Een reclamedrager moet ingepast worden binnen de vormgeving van de bestaande gevel, zodat de reclame de architectuur van de gevel niet aan het oog onttrekt.

9Bovenlichten mogen niet door reclame aan het zicht worden onttrokken.

10Een reclame over meerdere panden is niet toegestaan.

11Bij kantoren en bedrijfsverzamelgebouwen met een laagsgewijze, horizontale gevelindeling mag u boven het begane grondniveau alleen de gebouwnaam of 1 reclame-uiting aanbrengen.

12Bij hoekpanden mag u de reclame ook aan de zijgevel aanbrengen.

13De reclame mag u alleen aanbrengen in het vlak van de voorgevel of zijgevel tussen de begane grond en de onderkant van de ramen of het doorgaans voor ramen bestemde vlak op de eerste verdieping, op de ramen van de begane grond of op de zonwering van de begane grond.

14Dakreclame is niet toegestaan.

15Als er op de gevel reeds reclamevelden of koofborden aanwezig zijn, moet u de reclame daarin aanbrengen, tenzij de reclamedragers in strijd zijn met de overige regels voor gevelreclame.

16Een gevelreclame anders dan een uitsteekreclame moet u evenwijdig en vlak aan de gevel plaatsen.

17Een gevelreclame anders dan een uitsteekreclame mag maximaal 20 centimeter uit het gevelvlak steken.

18Een uitsteekreclame mag maximaal 0,50 meter hoog zijn. De maximale uitkraging is 0,50 meter.

19Een uitsteekreclame mag maximaal 20 centimeter dik zijn.

20Reclames op zonweringen en markiezen mogen niet meer bedragen dan 20% van de oppervlakte van de markies of zonwering en niet groter zijn dan 1,50 m².

21Reclame op vensters (uitwendige scheidingsconstructie) mag maximaal 20% van het oppervlak van de ruit zijn waarop de reclame is aangebracht.

22Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

11Installaties

1Installaties op het dak dienen net zo ver verwijderd te blijven van de dakrand als de installatie hoog is zodat ze niet zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte.

2De kleur van de installaties is overeenkomstig een kleur die al in de gevel is toegepast.

3Het is niet toegestaan om installaties voor verwarming en koeling (anders dan airco-units, zie punt 7) aan de voorgevel of een naar een openbaar gebied gekeerde zijgevel te bevestigen.

4Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

12Rolluiken

1Rolluiken en -hekken aan de buitenzijde van een voorgevel of een naar een openbaar gebied gekeerde zijgevel zijn niet toegestaan.

2Bij rolluiken of – hekken moet goed doorzicht behouden blijven naar bijvoorbeeld de etalage of het portiek. Het doorzicht moet minimaal 75% zijn.

3Bij panden die in de gevel rondbogen of gekromde gevelopeningen hebben, moet een beveiligingsoplossing aan de binnenzijde worden gevonden. Oplossingen die bestaan uit een aantal, relatief kleine, platte vlakken zijn niet toegestaan.

4De kleur van het rolluik komt overeen met een kleur van de bestaande gevel.

5Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

13Zonweringen

Zonweringen zijn voorzieningen zoals markiezen of uitvalschermen om gebouwen tegen zonlicht en warmte te beschermen. Deze sneltoetscriteria gelden voor alle verdiepingslagen van voorgevels en naar een openbaar gebied gekeerde zijgevels met uitzondering van monumenten en beschermde stadgezichten. Daar gelden de sneltoetscriteria alleen voor de begane grond en niet voor de boven gelegen verdiepingen.

1De zonwering moet in- en uitklapbaar zijn.

2De reclame op de zonwering moet voldoen aan de sneltoetscriteria Gevelreclames (zie punt 3).

3De zonwering mag niet meer dan 1 pand overspannen. De individuele panden moeten herkenbaar blijven.

4De zonwering moet per raam of winkelpui aangebracht worden. De zonwering mag de constructie van raam- of deuropeningen niet doorsnijden en niet voor muurdammen langs worden aangebracht. Eventuele zijarmen van de markiezen moeten direct aansluitend op of langs het kozijn aangebracht worden. De zonwering op kozijnen aangebracht, dient de vorm van het kozijn te volgen, ook bij rond vensters.

5De zonwering mag niet aan de luifel bevestigd worden.

6De onderkant van de zonwering mag niet lager hangen dan 2,20 meter boven het straatniveau.

7De zonwering mag niet verder uitsteken dan het terras of 2 meter uit de gevel. De afstand tot de rijweg moet minstens 1 meter zijn.

8De kleur van het doek moet overeenstemmen met de kleuren van de bestaande gevel.

9Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

15Zonnepanelen en zonnecollectoren

Bij panden in een beschermd stadsgezicht weegt de zichtbaarheid van de panden vanuit de openbare ruimte en de inpassing ervan aan de architectuur van het pand zwaarder dan de optimale plaatsing van de zonnepanelen/collectoren. Deze sneltoetscriteria zijn van toepassing op de plaatsing van zonnepanelen/collectoren in beschermd stadgezicht en monumenten met uitzondering van het rijksmonument Agnetapark. Voor het plaatsen van zonnepanelen/collectoren in het rijksmonument Agnetapark, zie bijlage 3.

1Platte daken

a.De panelen/collectoren moeten net zo ver verwijderd blijven van de dakrand als de collector of het paneel hoog is (gemeten vanaf het dak tot het hoogste punt van het paneel).

b.De richting van de zonnepanelen/-collectoren (die met een kleine hellingshoek gemonteerd kunnen worden) moet evenwijdig zijn aan de dakrand, nok of gootlijst.

c.Zonnepanelen/-collectoren op dakkapellen moeten altijd vlak liggend op het platte dak van een dakkapel worden geplaatst, dus niet onder een hellingshoek.

d.Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

2Schuine daken

a.Het plaatsen van een zonnepaneel/collector in een zijdakvlak is alleen toelaatbaar op die dakvlakken die niet boven een gevel grenzend aan de openbare ruimte, een zijerf of zijtuin zijn gelegen.

b.Het plaatsen van een zonnepaneel/collector in een achterdakvlak is alleen toelaatbaar als de achtergevel, het achtererf of de bijhorende achtertuin niet grenst aan de openbare ruimte.

c.Wanneer het een zijdakvlak betreft is het plaatsen van een zonnepaneel/collector op dit dakvlak van het pand alleen toelaatbaar als het naastgelegen pand ook een kap heeft en de goothoogte van dat pand niet meer dan 1 meter lager ligt dan het betreffende pand.

d.Wanneer het een zijdakvlak betreft is het plaatsen van een zonnepaneel/collector alleen toelaatbaar op dit dakvlak van het pand als het naastgelegen pand met een plat dak een goothoogte heeft die even hoog of hoger is als het betreffende pand.

e.Wanneer het een zijdakvlak betreft is het plaatsen van een zonnepaneel/collector alleen toelaatbaar mits de afstand van de panelen in het zijdakvlak tot de voorgevel van het pand tenminste 4 meter betreft.

f.De afstand van de panelen tot aan de daknok moet tenminste 2 dakpannen bedragen en/of de afstand tot hoekkepers en andere toevoegingen in het dak (dakramen, dakkapellen etc.) moet tenminste 1 dakpan bedragen.

g.Zonnepanelen/-collectoren moeten direct op en evenwijdig aan het dakvlak worden geplaatst en mogen dus niet onder een hoek staan ten opzichte van het schuine dakvlak.

h.Het vlak van zonnepanelen moeten in één aansluitende rechthoekige vorm worden gelegd waarbij voor alle panelen dezelfde legrichting moet worden gehanteerd. Het maken van uitsparingen ten behoeve van dakramen en ventilatiepijpen is niet toegestaan. Ook het uitvullen van de restruimte door een vertand verloop te maken is niet toegestaan.

i.Bovenstaande regel, ten aanzien van het aaneensluitende vlak van panelen, geldt niet wanneer de zonnepanelen worden aangebracht op een dakvlak dat op geen enkele wijze grenst aan een gevel of erf grenzend aan de openbare ruimte en op geen enkele wijze zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, bijvoorbeeld op een achterhuis in een binnentuin binnen een gesloten bouwblok.

j.Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

3Mansarde kappen

a.Het plaatsen van een zonnepaneel/collector is alleen toelaatbaar op die zijdakvlakken die niet boven een gevel of boven een ander dakvlakdeel van een gevel grenzend aan de openbare ruimte, een zij-erf of zij-tuin zijn gelegen.

b.Indien het dakvlak grenzend aan de openbare ruimte een hellingshoek heeft van minder dan 10%, is dit dakvlak als een liggend, plat dakvlak te beschouwen. Het plaatsen van een zonnepaneel/collector op dit dakvlak is toegestaan mits de afstand van de knik in het dakvlak zodanig is dat de panelen niet zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte.

c.Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

4Zinken en leien daken

Extra criterium voor daken met een zinken roevendak en leien daken:

a.Uitzondering op bovenstaande regels: Voor daken met een (zinken) roevendak is het van belang dat het zonnepaneel/collector tussen de velsen van de roeven komt te liggen. In dit geval moet de omtrek van alle panelen samen wel een rechthoekige vorm zijn, maar hoeven de panelen niet aaneensluitend gelegd te worden. Het uitgangspunt blijft een regelmatige legrichting en structuur, het maken van uitsparingen ten behoeve van dakramen en ventilatiepijpen is daarbinnen niet toegestaan.

b.Bij een dak bedekt met leien weegt de architectonische inpassing zwaarder. Voor deze gevallen zal altijd een advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit meegewogen worden bij de beoordeling van het plan.

c.Afwijking hiervan is alleen mogelijk na een positief advies van de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit.

Bijlage 3: Nota zonnepanelen in Rijksmonument Agnetapark

Inleiding

Het verduurzamen van monumenten is de vierde pijler van de Erfgoednota 2020-2030. Een onderdeel hiervan is het opwekken van stroom op een duurzame manier door zonnepanelen. Momenteel zijn hiervoor bij het rijksmonument Agnetapark (monument nummer 46887) beperkte mogelijkheden. Rijksmonument Agnetapark heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Het is het eerste Nederlandse voorbeeld van een tuinwijk. Daarom wordt in het monumentenbeleid, Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft, een uitzondering voor het plaatsen van zonnepanelen in het Agnetapark gemaakt. Voor zonnepanelen gelden voor welstand in de Welstandsnota Delft aparte richtlijnen in beschermd stadsgezicht. Deze zijn ook opgenomen in de Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft. De panelen of collectoren in beschermde stadsgezichten en bij monumenten worden niet getoetst door de Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit indien deze voldoen aan de sneltoetscriteria. Deze sneltoetscriteria zijn echter niet van toepassing voor het plaatsen van zonnepanelen in het rijksmonument Agnetapark.

Zoals bij veel bestaande gebouwen, waaronder monumenten, is er ook vanuit bewoners van Agnetapark behoefte om te verduurzamen. Het kunnen plaatsen van zonnepanelen maakt deel uit van deze behoefte.

Vanuit bewoners van Agnetapark is dus een vraag voor het verduurzamen van de woningen. Een onderdeel hiervan is het opwekken van stroom op een duurzame manier door zonnepanelen.

De gemeente wil graag aan de slag met deze vraag uit de stad. Hiervoor heeft zij onderzoek laten doen naar het vergroten van de mogelijkheden voor het toepassen van zonnepanelen zonder de monumentale waarde en monumentaal groen onevenredig te schaden. Het resultaat is deze nota op de mogelijkheden voor zonnepanelen binnen het rijksmonument Agnetapark. Dit rijksmonument is een belangrijk onderdeel binnen het beschermd stadgezicht Agnetapark (afb. 1). Beoogde effect is dat bewoners van het Agnetapark meer mogelijkheden krijgen om zonnestroom op te wekken en die mogelijkheden meer gelijk te trekken met andere monumenten en beschermd stadsgezichten in Delft.

De nota is gebaseerd op de “Verkenning naar zonnestroominstallaties in beschermd stadsgezicht Agnetapark” (Gemeente Delft, d.d. 25-04-2024). In die verkenning is een afweging gemaakt op basis van twee onderzoeken: een onderzoek naar deelstroommogelijkheden in de directe omgeving van het stadsgezicht en een onderzoek naar de mogelijkheden voor zonnepanelen binnen de contouren van het beschermde stadsgezicht Agnetapark.

Afbeelding 1: deze nota heeft betrekking op Rijksmonument Agnetapark (rood omkaderd), gelegen binnen beschermd stadsgezicht Agnetapark (oranje).

Bestaand beleid

In het Rijksmonument Agnetapark is het momenteel niet toegestaan om zonnepanelen te plaatsen, met uitzondering van panelen op platte daken en dakkapellen. Conform de welstandseisen zonnepanelen, zoals ook opgenomen in de Welstandsnota Delft en Uitvoeringsrichtlijnen Monumenten Delft (UMD), zijn er op dit gebied binnen andere beschermde stadsgezichten en bij andere monumenten meer mogelijkheden. Bij het Agnetapark is echter niet één pand aangewezen als monument, maar de gehele tuinwijk uit circa 1896 en 1926 (monumentnr. 46887). Dit vormt daarmee een uitzonderlijke situatie binnen Delft. Daarbij is het historische eenduidige beeld, inclusief daklandschap, binnen het Oude en Nieuwe Agnetapark nog goed bewaard gebleven en van waarde. Dit is aanleiding geweest voor de uitzondering op gebied van zonnepanelen in het Agnetapark in de UMD.

Buiten het rijksmonument Agnetapark, maar binnen beschermd stadsgezicht Agnetapark, geldt hetzelfde beleid als binnen andere beschermd stadsgezichten in Delft. Conform de sneltoetscriteria voor zonnepanelen, zijn er op dit gebied binnen andere beschermde stadsgezichten en bij andere monumenten voor vaststelling van deze nota al meer mogelijkheden. Deze nota richt zich enkel op het rijksmonument Agnetapark.

Doel

Met deze nota worden de mogelijkheden voor zonnepanelen binnen het rijksmonument Agnetapark inzichtelijk gemaakt. Daarvoor is een afweging gemaakt tussen het behoud van de monumentale waarde en de energetische opbrengst. Die afweging is gemaakt in de verkenning waar deze nota op is gebaseerd. Hierbij komen mogelijkheden voor opwekking van zonnestroom binnen en buiten het beschermde stadsgezicht aan bod. Daarbij heeft het plaatsen van zonnepanelen buiten het beschermde stadsgezicht geen invloed op de monumentale waarde. In deze nota wordt tevens aangegeven waar zonnepanelen op het rijksmonument kunnen worden toegestaan, zonder onevenredige aantasting van monumentale waarden.

De nota zal niet ingaan op de overige aspecten van het verduurzamen van de woningen in het Agnetapark, waarvoor de UMD reeds meer informatie en houvast biedt voor mogelijkheden. Tevens gaat deze nota niet in op andere aspecten die de beeldkwaliteit bepalen, anders dan de plaatsing van zonnepanelen.

Leeswijzer

In dit document staan de legplannen die bij het rijksmonument Agnetapark worden toegestaan. Dit is gebaseerd op een afweging die is gemaakt en onderbouwd in de verkenning.

Uitwerking legplannen

De nota is opgesteld om aan te geven wat acceptabele legplannen voor zonnepanelen zijn in het rijksmonument Agnetapark (monumentnummer 46887). Op basis van de onderbouwing in zijn in dit hoofdstuk legplannen opgesteld voor het Oude Park en het Nieuwe Park. Het behoud van een eenduidig beeld, inclusief dakenlandschap, en het kunnen blijven ervaren van de oorspronkelijke daken, was daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Getrapte aanpak

Hoewel de opwekking in de directe omgeving van het park onze voorkeur heeft, biedt deze nota ook handvatten voor mogelijkheden binnen het rijksmonument. We zien dat veel mogelijkheden in de directe omgeving van het Agnetapark een deeloplossing kunnen zijn, maar niet kunnen voldoen in de totale aangenomen energievraag van het Agnetapark. Deze mogelijkheden zijn weergegeven in de verkenning en onderliggend onderzoek naar deelstroom.

Het is wenselijk dat eerst de potentie in de directe omgeving wordt gebruikt alvorens zonnepanelen op het rijksmonument te gaan plaatsen en daarmee het monument aan te tasten. Gezien de urgentie van het verduurzamen zullen beide trajecten echter meer parallel lopen.

Rijksmonument

Onze voorkeur gaat uit naar zonnepanelen in de directe omgeving in plaats van de panelen op het rijksmonument Agnetapark. Gezien de urgentie binnen de huidige Energietransitie zijn daarom voor het rijksmonument op basis van het voorgaande hoofdstukken een aantal legplannen uitgewerkt.

Een deel van de woningen zal een beperkt aantal zonnepanelen kunnen plaatsen op alleen een schuurtje of op een noordelijk georiënteerd dakvlak. Het is niet mogelijk om de energiebehoefte binnen het park op te lossen en tegelijkertijd het uniforme beeld van het park te behouden. Daarom is het wenselijk en noodzakelijk om alsnog de energiebehoefte ook deels buiten het park op te lossen.

Oude park

In het Oude Park kunnen zonnepanelen worden toegepast op de schuurtjes, platte daken en daken die uit het zicht zijn vanaf de openbare ruimte, uitgezonderd daken met een decoratief pannenpatroon (bijzondere dakbedekking). Dit komt, uitgezonderd de schuurtjes, overeen met scenario 2 uit de verkenning en onderliggend onderzoek naar mogelijkheden binnen het park. In afbeelding 3 zijn de posities weergegeven. Dit is een deeloplossing voor de energievraag.

Afbeelding 2: Overzicht mogelijke posities zonnepanelen Oude Park.

Algemeen

•Onder zonnepanelen worden bij de voorgestelde legplannen enkel verstaan vlakke PhotoVoltaische panelen (PV).

•De zonnepanelen moeten volledig zwart (kaderloos of met meegekleurd/onzichtbaar kader) zijn en hebben een formaat van 1,0 x 1,7 m.

•Leidingen, kabels, onderconstructies en apparaten mogen niet aan de buitenzijde in het zicht komen.

•Legplannen mogen alleen worden uitgevoerd zoals is beschreven in de richtlijnen per woningtype. Per woning een gedeelte uitvoeren van één van deze legplannen valt buiten de scope van deze richtlijnen.

Legplannen per woning

•Woningen aan de Frederik Matthesstraat 29-43, oneven huisnummers:

○ Het vlak van zonnepanelen moeten in één aansluitende rechthoekige vorm worden gelegd waarbij voor alle panelen dezelfde legrichting moet worden gehanteerd.

○ Panelen moeten gecentreerd in het dakvlak van de aanbouw worden geplaatst volgens het legplan van afbeelding 5. De afstand tot de goot bedraagt één dakpan.

Afbeelding 3: Legplan voor woningen aan de Frederik Matthesstraat 29-43 (oneven huisnummers) in het Oude Park. (bron: Bureau Polderman, 2023)

•Woningen aan J.C. van Markenplein 11 en Zocherweg 1-7, oneven huisnummers:

○ Zonnepanelen mogen gelegd worden op de platte daken. Hier gelden de Welstandseisen zonnepanelen | Gemeente Delft voor platte daken.

•Voor alle schuren in het Oude park gelden de Welstandseisen zonnepanelen | Gemeente Delft voor platte daken.

•Bedrijven aan de Zocherweg 2, 2A en 9, Frederik Matthesstraat 45 en 30, J.C. van Markenweg 1:

○ Hier gelden de Welstandseisen zonnepanelen | Gemeente Delft.

○ Bij Frederik Matthesstraat 45 mag bij het westelijk dakvlak worden afgeweken van de volgende eis uit de Welstandseisen zonnepanelen: “Wanneer het een zijdakvlak betreft is het plaatsen van een zonnepaneel/collector op dit dakvlak van het pand alleen toelaatbaar als het naastgelegen pand ook een kap heeft en de goothoogte van dat pand niet meer dan 1 meter lager ligt dan het betreffende pand.” Aan de overige eisen dient ook bij dit dakvlak wel te worden voldaan.

•Op woningen in het Oude Park die hierboven niet staan vermeld worden geen zonnepanelen toegestaan.

Nieuwe Park

In het Nieuwe Park kunnen zonnepanelen worden toegepast op de schuurtjes (met uitzondering van de schuurtjes met tentdak) en op de daken aan de achterzijde. Dit volgt scenario 3 uit de verkenning en onderliggend onderzoek naar mogelijkheden binnen het park. Dit is een deeloplossing voor de energievraag.

Afbeelding 4: Overzicht mogelijke posities zonnepanelen Nieuwe Park.

Algemeen

•Onder zonnepanelen worden bij de voorgestelde legplannen enkel verstaan vlakke PhotoVoltaische panelen (PV).

•De zonnepanelen moeten volledig zwart (kaderloos of met meegekleurd/onzichtbaar kader) zijn en hebben een formaat van 1,0 x 1,7 m.

•Leidingen, kabels, onderconstructies en apparaten mogen niet aan de buitenzijde in het zicht komen.

•Legplannen mogen alleen worden uitgevoerd zoals is beschreven in de richtlijnen per woningtype. Per woning een gedeelte uitvoeren van één van deze legplannen is valt buiten de scope van deze richtlijnen.

•Op de schuurtjes zijn zonnepanelen toegestaan en gelden de Welstandseisen zonnepanelen | Gemeente Delft voor de afstanden tot nok, goot en zijkanten van het dakvlak.

Legplannen per woning

•Woningen aan Laan van Altena 10-32, even huisnummers; Beyerinckstraat 1-12; Verkadestraat 1-5 en 39-49, oneven huisnummers; Verkadestraat 2-28, even huisnummers; Robert Koumansplein 1-18; Vijver Zuid 2-32, even huisnummers; Vijver Noord 1-31, oneven huisnummers; Wallerstraat 2-10 en 20-30, even huisnummers; Wallerstraat 9-31, oneven huisnummers:

○ Panelen moeten gecentreerd in het achterdakvlak worden geplaatst volgens het legplan van afbeelding 6. Daarbij moeten de panelen worden uitgelijnd met de onderzijde van de onderste pan boven de dakkapel.

Afbeelding 5: Legplannen van woningen met hellend dak aan de Laan van Altena 10-32 (even huisnummers); Beyerinckstraat 1-12; Verkadestraat 1-5 en 39-49 (oneven huisnummers); Verkadestraat 2-28 (even huisnummers); Robert Koumansplein 1-18; Vijver Zuid 2-32 (even huisnummers); Vijver Noord 1-31 (oneven huisnummers); Wallerstraat 2-10 en 20-30 (even huisnummers); Wallerstraat 9-31 (oneven huisnummers). (bron: Bureau Polderman, 2023)

•Woningen aan Wallerstraat 30-50, even huisnummers en Verkadestraat 7-35, oneven huisnummers:

○ Panelen moeten gecentreerd in het achterdakvlak worden geplaatst volgens het legplan van afbeelding 7. Daarbij moeten de panelen worden uitgelijnd met de onderzijde van de onderste pan boven de dakkapel.

Afbeelding 6: Legplan van woningen met hellend dak aan de Wallerstraat 30-50 (even huisnummers); Verkadestraat 7-35 (oneven huisnummers). (bron: Bureau Polderman, 2023)

•Woningen aan Wallerstraat 1-7, oneven huisnummers en Laan van Altena 2-8, even huisnummers:

○ Panelen moeten gecentreerd in het achterdakvlak worden geplaatst volgens het legplan van afbeelding 8. Daarbij moeten de panelen worden uitgelijnd met de onderzijde van de onderste pan boven de dakkapel.

Afbeelding 7: Legplannen van woningen met hellend dak aan de Wallerstraat 1-7 (oneven huisnummers); Laan van Altena 2-8 (even huisnummers). (bron: Bureau Polderman, 2023)

•Park kantoor, Wallerstraat 12-18, even huisnummers:

○ Zonnepanelen mogen alleen worden gelegd op het platte dak. Daarbij gelden de Welstandseisen zonnepanelen | Gemeente Delft voor platte daken.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.